Inhoudsopgave
    

Survival of the fittest
Gonny van der Zwaag
door Gonny van der Zwaag
leestijd: 6 min

Apple wil jouw meest intieme informatie hebben: waar je bent geweest, hoe vaak je per minuut ademhaalt, of je goed hebt geslapen en wat je gegeten hebt. Microsoft en Google willen die informatie ook. Wie maakt de meeste kans?

Microsoft kondigde eind oktober opeens een eigen fitnesstracker aan. Vanuit het niets (nou ja, er waren al wat geruchten) verscheen de Microsoft Band, een zwarte rubberen armband met sensoren. De Microsoft Band heeft alles. Het is een zwart rubberen no-nonsensebandje, waar niemand zich aan kan storen. Er hoort een platform bij, waarmee je gezondheid- en fitnessgegevens kunt uitwisselen. Partners zoals Jawbone, MyFitnessPal en RunKeeper zorgen voor extra functies. En je krijgt geen ‘dood’ stuk plastic, waarbij je het zelf maar moet uitzoeken. Microsoft helpt je op weg door er een serie trainingsprogramma’s bij te leveren, van bekende namen als Gold’s Gym en Men’s Fitness.

De Microsoft Band. Beeld: Microsoft
De Microsoft Band.

De armband geeft nuttig advies op basis van kunstmatige intelligentie, bijvoorbeeld om eerder te gaan slapen als er een zware vergaderdag aankomt. Je kunt er zelfs koffie mee afrekenen, dankzij een samenwerking met Starbucks. Het werkt met alles samen: iOS, Android, Windows en Mac. En de reclamefilmpjes laten zien dat deze armband voor iedereen geschikt is: van sportfan tot drukbezette moeders. We zien mensen die zich naar hun werk haasten, mensen die bureauwerk doen, zandkastelen bouwen en uit vliegtuigen springen. Kortom: de Microsoft Band is voor mensen die het maximale uit het leven willen halen. Echt iets voor jou en mij.

Sportfanaten of trendsetters

Er is alleen één probleem: Microsoft. Bij Windows Phone en de Surface-tablet had Microsoft ook alles goed voor elkaar, maar toch wil bijna niemand het kopen. Het Apple-model, waarbij een fabrikant zowel de hard- als de software maakt, lijkt bij Microsoft minder goed aan te slaan. Dat wil trouwens niet zeggen dat Apple nu al de gedoodverfde winnaar is van de strijd om de pols, want Apple heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt. In plaats van sporters en mensen met overgewicht - traditioneel dé doelgroep voor wearables - willen ze met de Apple Watch vooral modemeisjes en trendsetters aanspreken.

De Apple Watch. Beeld: Apple
De Apple Watch.

Terwijl iedere fabrikant met dezelfde rubberen sportbandjes op de markt komt, kiest Apple voor het onmogelijke: horloges verkopen aan mensen die niet op een horloge zitten te wachten. En dan ook nog aan een doelgroep die je niet in de nachtelijke uren bij de Apple Store ziet staan. De echte horlogeliefhebbers halen hun neus op voor het Apple-klokje, dat maar een paar seizoenen meegaat. Zij kopen liever erfstukken die meerdere generaties meegaan en horloges die er elegant uitzien. Niet de wat mollig uitgevoerde Apple Watch, die terug doet denken aan de eerste generatie iPhone.

Om het voor zichzelf nog net wat ingewikkelder te maken, slaat Apple de feestdagenperiode en de goede voornemens van januari gewoon over. De Apple Watch komt pas in het voorjaar van 2015, als iedereen ruim de tijd heeft gekregen om een fitnessarmbandje van Microsoft, Fitbit, Garmin, Jawbone, Samsung, Lenovo, LG of een van de andere kanshebbers te kopen. Om alvast aan de gezondheidsfuncties te wennen heeft Apple de Gezondheid-app al beschikbaar gesteld aan iedereen met iOS 8. Maar erg gebruiksvriendelijk is de app nog niet. Ik moest heel wat apps van derden installeren en heel wat schakelaars omzetten, voordat ik bruikbare grafieken te zien kreeg. De app gaf me ook geen aanwijzingen met welke apps ik bijvoorbeeld slaap, cafeïneconsumptie en rustcalorieën kan meten. En waarom kan ik sommige data niet handmatig invoeren? Het mooie van Apple’s Gezondheid-app is trouwens wel, dat je allerlei verbanden tussen data kan leggen. Wil je weten of traplopen effect heeft op je vetpercentage, dan zet je op een tijdlijn beide metingen onder elkaar. Microsoft doet dat mooier: die heeft een slimme engine, die de conclusies voor je trekt. Je kunt zien waar Apple naartoe wil met deze app, maar het is nog lang niet af.

Vechten om fitness

Google dan. Dat kondigt twee weken na Apple Health het concurrerende Google Fit-platform aan en sinds kort is er ook een Google Fit-app. Die straalt vooral eenvoud uit: je kunt er wandel-, hardloop- en fietsactiviteiten mee meten, wat in feite niets nieuws is. Met de Fitbit Ultra uit 2011 kon dat ook al. Er is een duidelijk verschil tussen Google en de twee andere kanshebbers: alles is gericht op sport. Terwijl Apple artsen en ziekenhuizen probeert te interesseren om met Apple Health te gaan werken, kan Google die moeite achterwege laten. Het draait bij Google Fit alleen om fitness en sport. Bij Apple kun je als astmapatiënt invullen hoe vaak je je inhaler hebt gebruikt, bij Google niet.

De nieuwe Fitbit Charge. Beeld: Fitbit
De nieuwe Fitbit Charge.

Google hoeft zich niet druk te maken om de hardware, al kun je je afvragen of dat goed is. Terwijl Apple zit te sleutelen aan een Apple Watch gaan partners van Google met Android Wear aan de slag. Het rare is daarbij trouwens, dat de fitnessfuncties die zo belangrijk zijn voor Google, op horloges met Android Wear nauwelijks aanwezig zijn. Met Android Wear kun je stappen tellen en als je geluk hebt, heeft de fabrikant (Motorola bijvoorbeeld) er ook nog een app op gezet waarmee je hartslag kunt volgen. Maar de cirkel met voortgangsbalken die zo prominent in de Google Fit-app voorkomt, vind je nog niet terug op Android Wear. Het aanbod is verwarrend: terwijl Google zich nadrukkelijk op fitness richt, is dat bij Android Wear juist niet het geval. Google heeft daarbij ook nog een gevaarlijke partner in huis: Samsung, die machtig genoeg is om een eigen gezondheidsplatform (S Health) op te tuigen. De Samsung Gear Live is gebaseerd op Android Wear, de Gear Fit niet. Die werkt weer op een door Samsung zelf ontwikkeld besturingsysteem, RTOS.

De winnaar: Fitbit

In de strijd om de pols is er één partij die waarschijnlijk met de buit er vandoor gaat: Fitbit. De huidige marktleider op het gebied van fitnessarmbandjes heeft een duidelijke boodschap: alles draait om stappen tellen en fit worden. De trackers tellen slaapgedrag, aantal trappen en binnenkort ook hartslag. Er zijn apps voor iPhone, Android en Windows Phone. Er komt een sporthorloge met hartslagmeter aan voor de fanatieke sporters. Google is te verwarrend qua aanbod, Apple spreekt de gewone gebruiker voorlopig niet aan en is te duur (vanaf $350), Microsoft heeft alles goed voor elkaar, maar weet de boodschap niet te verkopen. Een mooie kans voor Fitbit, die zich de afgelopen maanden wat op de vlakte heeft gehouden. Ze hebben geen plannen om Apple’s HealthKit te ondersteunen, ondersteunt geen Google Fit of Android Wear en staat ook niet in het lijstje met partners van Microsoft. Fitbit trekt z’n eigen plan. In de VS hadden ze begin 2014 een marktaandeel van bijna 70 procent en dat pakt een nieuwkomer - ook als je Microsoft of Apple heet - niet zomaar af.

Auteur

Gonny van der Zwaag (@gonny) is oprichter van iCulture.nl, de grootste Nederlandstalige website over de iPhone, iPad en andere Apple-producten. In oktober 2014 verscheen haar boek Fit met apps en wearables, waarin ze uitlegt hoe je slimmer fit kunt worden door je prestaties te meten met allerlei goedkope en makkelijk verkrijgbare hulpmiddelen. Ze deelt haar ervaringen op de website fithacking.nl.