Inhoudsopgave
    

Van kopiëren naar innoveren
Eefje Rammeloo
door Eefje Rammeloo
leestijd: 6 min

De Chinese overheid moedigt ondernemers aan om patenten aan te vragen op hun uitvindingen. De regering belooft dat intellectuele eigendom voor de verandering ook echt te zullen beschermen.

Het was een aparte gewaarwording toen twee weken geleden de HEMA beschuldigd werd van jatwerk. De HEMA-smartphone zou een kopie zijn van het ontwerp van het Chinese ZOPO. Het bleek allemaal een misverstand (de HEMA had de telefoon nota bene gekocht bij ZOPO) maar toch: de Chinese merken worden assertiever.

Zo huurde het elektronicabedrijf Baili in september een advocaat in om Apple erop te wijzen dat de iPhone 6 toch echt een kopie is van hun ontwerp. Een paar maanden eerder won Zhizhen Network Technology de eerste stap van een proces tegen datzelfde Apple, ditmaal omdat spraakbesturing Siri dat teveel zou lijken op Zhizhens Xiao i Robot.

Paradijs voor namaak

Er was een tijd dat China bekend stond als copycat paradise. Op elke straathoek waren tassen, software en schoenen van de duurste merken te koop. Soms zelfs vóórdat het in de rest van de wereld op de markt kwam. Hoe dat kon? Bedrijven lieten hun producten goedkoop maken in Chinese fabrieken. Een lek was snel ontstaan. Slimme handelaars zetten snel een alternatieve productielijn op en doeken hem net zo gemakkelijk weer op.

Dat kopiëren kon makkelijk omdat China dan wel patentrecht kende, maar nauwelijks naleving of controle. Een bedrijf als Apple kon wel claimen dat hun product vervalst werd, maar de Chinese autoriteiten haalden hun schouders op. Schadevergoedingen waren bovendien zo laag dat het de moeite amper waard was om een proces aan te spannen.

Dat is aan het veranderen. De Chinese regering wil van maakindustrie naar creatieve industrie: ondernemers moeten zelf producten ontwikkelen en daarop patent aanvragen. Daarbij hoort een serieuze bescherming van intellectueel eigendom.

De overheid moedigt bedrijven aan om patent aan te vragen op wat ze ontwikkelen. Dat is niet alleen van belang om hun positie op de binnenlandse markt te verankeren, maar vooral ook voor expansie naar het buitenland. Ondernemers worden ambitieuzer. Ze willen geen telefoons meer maken in opdracht van een Amsterdams bedrijf (zeg: de Hema) dat ze dan weer importeert naar Nederland. Chinese technologiebedrijven willen hun telefoons zelf bedenken, ontwikkelen en onder hun eigen naam verkopen aan zeg, de Hema.

China patentkampioen

Zo heeft het Chinese Huawei wereldwijd inmiddels 60 duizend patenten op zijn naam staan. In 2013 stond het derde op de jaarlijkse lijst met patentaanvragers. "We stonden de afgelopen jaren telkens rond de top vijf", vertelt Roland Sladek, Huawei-woordvoerder in Shenzhen. Hij is Duits, aangetrokken door Huawei met het oog op de expansie naar Europa.

Huawei heeft 500 juristen in dienst die intellectueel eigendom vastleggen en in de gaten houden. "Bescherming van ons intellectueel eigendom is topprioriteit. Maar ook lastig", vertelt Sladek. "Meestal duiken kopieën op de zwarte markt op en is het moeilijk om de producent aan te vechten. We werken daarom veel samen met juridische organisaties en overheden."

Het is volgens Sladek ook in het belang van een overheid om kopieerders aan te pakken. Zonder kwaliteitscontrole beland je immers in het 'wilde westen'. Sladek: "Telefoons kunnen in brand vliegen of op een andere manier kapot gaan. Als merk kun je betrouwbaarheid garanderen, als kopiërende producent kun je dat niet."

De afgelopen vijf jaar steeg het aantal rechtszaken die door Chinese bedrijven in het buitenland werden aangespannen met maar liefst 84 procent tot een totaal van 35.637. Berekend vanaf 1990 is de stijging 4.700 procent, berekende Thomson Reuters.

Links: het Chinese kantoor van de WIPO opende in juli dit jaar. Boven: opening van een filiaal van San-you, de grootste firma in China gespecialiseerd in intellectueel eigendom, waaronder handelsmerken en patenten.
Links: het Chinese kantoor van de WIPO opende in juli dit jaar. Boven: opening van een filiaal van San-you, de grootste firma in China gespecialiseerd in intellectueel eigendom, waaronder handelsmerken en patenten.

Patentrechtbanken, in China

Vooral technologiebedrijven dagen de internationale markt uit. Niet alleen Alibaba, maar ook tal van kleine bedrijfjes maken mobiele applicaties en slimme oplossingen voor digitale problemen. Volgens Shaun Rein gaan zij het Silicon Valley nog erg moeilijk maken. Niet voor niets dat Apple CEO Tim Cook zo vaak naar China reist.

"De Chinese economie is zo hard gegroeid dat er nu een basis is voor bedrijven in zowel de maakindustrie als de service-industrie om internationaal concurrerend te worden", zegt Yun Xiao, vice secretaris generaal van de China Trademark Association. Zulke bedrijven moeten dan wel het spelletje meespelen waar andere wereldspelers al langer aan meedoen. Het spelletje dat patentrecht heet.

Begin november opende in Beijing de eerste rechtbank die gespecialiseerd is in het beschermen van patenten. Rechtbanken in Shanghai en Guangzhou, waar veel fabrieken staan, zullen snel volgen, meent Wang Chuang, de rechter die bij het hooggerechtshof verantwoordelijk is voor intellectueel eigendom. Hij noemde dit tegenover persbureau Bloomberg "een belangrijke revolutie voor het juridische systeem" en "een stap om de ontwikkeling van China's opkomende industrieën te promoten".

Bij de opening van het eerste Chinese kantoor van de World Intellectual Property Organization zei premier Li Keqiang dat China — hoewel al lid sinds 1980 — bereid was om meer samen te werken. "De Chinese overheid behandelt en beschermt alle innovatieve producten gelijkwaardig, of ze nou door buitenlandse of door Chinese bedrijven op de markt worden gebracht." Op die uitspraak is nogal wat af te dingen, aangezien de autoriteiten erg creatief blijken in het beschermen van hun eigen markt, maar dat terzijde.

Mentaliteitsverandering

China lijkt zijn best te doen om een level playing field te creëren. Toen het Amerikaanse Kering SA klaagde dat Alibaba neptassen van Yves Saint Laurent en Balenciago verkocht, werd dat in de minne geschikt. Alibaba beloofde mee te werken aan de bescherming van hun intellectueel eigendom. Maar voor wat, hoort wat: wanneer jullie willen dat wij jullie patenten erkennen, dan moeten jullie ook die van ons erkennen, vond ook de rechter in Beijing. Daarop besloot hij dat het Chinese patent van Zhizhen de aanklacht tegen Apple rechtvaardigde.

In eerste instantie gaat het China om het verstevigen van de binnenlandse bescherming van intellectueel eigendom. In 2011 werden er voor het eerst meer patenten in China aangevraagd dan in de Verenigde Staten. Driekwart daarvan werd aangevraagd door Chinezen. Dat is wel erg veel, merkt The Economist op in een artikel uit 2013. Hoeveel zijn al die patenten waard?

Gezegd wordt dat de Chinese overheid patentaanvragen beloond met belastingvoordeeltjes en patentbureaus zouden een bonus krijgen per goedgekeurd patent - hoe dubieus ook. Het is moeilijk vast te stellen hoeveel van de aangevraagde patenten goud waard zijn?

Bij het verklaren van het grote aantal patenten dat in China wordt aangevraagd, is het ook belangrijk te kijken naar de gigantische omvang van de Chinese markt. Veel ondernemers hebben Silicon Valley echt niet boven aan hun lijstje staan, hoe vreemd dat voor westerse oren ook klinkt. Eerst de thuismarkt maar eens veroveren.

Grootste gevaar voor innovatie is echter het patentensysteem zelf. Onderzoek toont aan dat wanneer het intellectueel eigendom van een ontdekking in een te vroeg stadium wordt erkend, verdere ontwikkeling vaak achterblijft. Met name in de medische wereld hebben patenten innovatie tegengehouden. Wellicht dat de pragmatische creativiteit van de Chinezen ('niets mag, alles kan') hen in staat stelt om zulke obstakels heen te manoeuvreren.

Auteur

Eefje Rammeloo (@eefjerammeloo) werkt als freelance correspondent in China voor verschillende Nederlandse en buitenlandse media. Ze is gefascineerd door het pragmatisme en de Chinese logica die wij in Europa amper begrijpen, maar waar we toch aansluiting bij zullen moeten vinden. De Chinese economie biedt immers ontelbare kansen. Wie gaat die grijpen?