Inhoudsopgave
    

Papa iPod komt thuis bij Google
Jessica Salter
door Jessica Salter
leestijd: 8 min

Google I/O is net achter de rug en de boodschap is duidelijk: Google wil op al je schermen. Het wil zelfs je huis automatiseren, te beginnen met de slimme Nest-thermostaat. Die taak ligt in handen van iPod-bedenker Tony Fadell. Een nadere kennismaking.

Tony Fadell stond onlangs acht uur op een ladder om een neurochirurg een hersenoperatie te zien uitvoeren. "Ik was erbij, ik kreeg bloed op mijn schoenen", zegt hij, de opwinding hoorbaar in zijn stem. Het was een verjaardagscadeau voor zichzelf (hij gaf zichzelf ook een race en een parabolische vlucht cadeau). Het is moeilijk voor te stellen welk cadeau je de man zou geven die zijn fortuin verdiende met het uitvinden van de iPod en de iPhone voor Apple. Hij verliet dat bedrijf in 2010 om Nest op te richten, maker van slimme thermostaten. Maar dit klinkt voor de meeste mensen als een nachtmerrie: waarom zou iemand een live operatie willen bekijken? "Omdat het een computer is," zegt hij. "De hersenen zijn een computer. Ik heb mijn leven lang uitgezocht hoe de hersens van computers werken, maar hoe zit het met een menselijk brein? Als ik wil uitzoeken hoe iets werkt, haal ik het uit elkaar om te zien wat er in zit. En dat is wat ik te zien kreeg. 'Hij vertelt hoe de chirurg de twee kanten van de hersenen scheidde, de oogzenuw van de blind wordende patiënt vond en op een verkalking in een celwand drukte.

De 45-jarige Fadell knutselt al sinds hij vier jaar oud is, eerst in het atelier van zijn grootvader in Detroit waar hij opgroeide. "Hij liet mijn broer en mij van alles bouwen en repareren, zij het een vogelhuisje, een fiets of een zeepkist. Hij leerde ons niet bang te zijn voor die dingen. Hij zei dan: Een mens heeft deze dingen gemaakt en een mens kan ze beter te maken." Het was de lancering van de eerste thuiscomputers die de verbeelding en ondernemersgeest bij Fadell aanwakkerde. Toen Apple de Apple II Plus uitbracht, dacht Fadell: die moet ik hebben. "Mijn grootvader kocht altijd gereedschap voor me, zoals hamers en boren", mijmert Fadell. "Ik vertelde hem dat ik dit gereedschap nodig had. Hij zei: Het bedrag dat je zelf verdient, zal ik bijleggen. Twee jaar lang werkte ik hard als caddy en krantenjongen en zo hebben we die computer samen verdiend."


Zijn ouders (zijn vader was een manager bij Levi's, zijn moeder een ziekenhuisbeheerder) moedigden hun toen negen jaar oude zoon aan naar zomerschool te gaan, om te leren programmeren. Door de baan van zijn vader moesten ze vaak verhuizen, en dus zat Fadell in vijftien jaar tijd op twaalf scholen. Computers waren zijn manier van vrienden maken: op zijn zestiende zette hij met een andere jongen een bedrijfje op dat Apple II-apparatuur via postorder verstuurde, vanuit de kelder van de ouders van die vriend. "Daarna begonnen we programma's te ontwikkelen om de apparatuur makkelijker in te stellen en te installeren."

Bij Apple aankloppen

In 1987 ging Fadell naar de Universiteit van Michigan om computerwetenschappen te studeren. Daar zette hij nog twee bedrijven op: een die een verbeterde chip voor de Apple II kocht, zijn andere bedrijf maakte educatieve software. Toen hij in 1991 afstudeerde, had een aantal leden van het team dat Steve Jobs de eerste Macintosh had helpen bouwen een nieuw bedrijf opgezet, genaamd General Magic. Ze maakten een nieuw soort handheld communicatie-apparaat. "Ik wilde met mijn helden werken, dus kwam gewoon bij hun kantoor opdagen om half negen op een zomerochtend. Er waren toen vijf mensen die er duidelijk de hele nacht waren geweest. Ze zeiden: We zoeken niemand. Drie maanden later ging ik terug en kreeg een baan."

Hij was hun 29ste werknemer, de jongste met 22 jaar, en de laagste man op de ladder. Maar toen het bedrijf groeide tot bijna 300 werknemers en Fadell elke klus oppakte die hij kon, maakte hij zichzelf steeds onmisbaarder. Het apparaat dat ze maakten had al een miljard dollar aan investeringen bij elkaar, verwacht werd dat een grote hit zou worden. Het had draadloze e-mail, je kon ermee bellen en faxen en zelfs apps downloaden en online aankopen doen. Het was, zegt Fadell, "de iPhone 20 jaar eerder". Maar toen het apparaat drie jaar later uitkwam, werd het minder dan achtduizend keer verkocht. "Het was een regelrechte ramp", zegt Fadell. "Ik was echt boos. Begrepen we dan niet wat we aan het bouwen waren?"

Fadell dacht dat hij het ​​product kon verbeteren. Maar toen hij zijn nieuwe ontwerpen liet zien, werd hem verteld dat het een geweldig idee was, maar dat ze zouden vasthouden aan hun bestaande apparaat. Gefrustreerd presenteerde hij bij andere bedrijven. Doug Dunn, toen CEO van Philips, vond het idee goed, en Fadell ook. In 1995 maakte hij de toen 25-jarige Fadell zijn chief technology officer. Maar na het uitbrengen van twee pda's bij Philips in 1997 en 1999 die opnieuw geen verkoopsucces werden (Fadell wijt het aan Philips' marketing), nam hij ontslag om een ​​nieuw bedrijf te starten: Fuse Systems. Als muziekfan wilde hij een mp3-speler ontwikkelen. Hoewel die apparaten al bestonden, werden ze niet op grote schaal gebruikt. Hij stelde een team samen en haalde investeringen binnen. "Maar het was midden in de crisis van 2000, toen de hele dotcom-bubbel net was geknapt. Er was geen geld."

De originele Apple iPod uit 2001. Met liefst 5 gb capaciteit, goed voor duizend muzieknummers.
De originele Apple iPod uit 2001. Met liefst 5 gb capaciteit, goed voor duizend muzieknummers.

Het decennium van de iPod

Hopeloos ging hij een weekend skiën. "Mijn hersenen waren op. Ik dacht: wat moet ik doen?" Maar net toen hij zichzelf op een skilift aan het hijsen was, kreeg hij een telefoontje van Apple dat hem vroeg om voor korte tijd als consultant te komen werken. Het had van zijn mp3-apparaat gehoord. Bij zijn eerste vergadering in februari 2001 vertelde Apple dat het een mp3-speler wilde maken om iTunes te ondersteunen. En Fadell moest dat gaan doen.

Fadell had zes weken voordat hij zijn plan aan Steve Jobs moest presenteren. Hij nam ontwerpen waar hij bij Fuse aan gewerkt had, onderzocht chipsets en bouwde een model van piepschuim. "De batterij, de harde schijf en het scherm hadden allemaal hetzelfde formaat. Ik heb ze gewoon op elkaar gestapeld als een sandwich en het paste in mijn zak, dus ik dacht: goed, klaar", zegt hij. Fadells ontwerp moest knoppen hebben om tussen nummers te springen, maar tijdens de vergadering opperde Phil Schiller, nu de senior vice-president marketing bij Apple, om een scrollwiel te gebruiken. "Het was als een oude videorecorder. Ik zei: ik weet hoe dat moet, ik kan dat." De rest is, zoals dat heet, geschiedenis.

De Nest Thermostat. Sinds kort ook verkrijgbaar in Europa, zij het alleen in het Verenigd Koninkrijk.
De Nest Thermostat. Sinds kort ook verkrijgbaar in Europa, zij het alleen in het Verenigd Koninkrijk.

Slimme thermostaat

Sinds 2006 werkt Fadell aan ontwerpen voor een droomvakantiehuis in Lake Tahoe, Californië. De bouw begon in het najaar van 2009. Hij wilde dat het een energie-efficiënte woning zou worden, compleet met geothermische pompen, zonnepanelen en goed geïsoleerde muren. Tijdens het ​​ontwerpen maakte hij een lijst van dingen die hem frustreerden. Bovenaan die lijst stond de thermostaat. "Ik woonde in verschillende huizen over de hele wereld en ik zag thermostaten die net zo slecht waren als die in de VS, of huizen zonder thermostaat die er één nodig hadden. Ik realiseerde me dat dit een wereldwijd probleem was. Ik dacht: laten we dat fixen."

Hij ontdekte dat mensen in de VS jaarlijks bijna 900 euro aan verwarmings- en koelingskosten per jaar betalen, ongeveer de helft van hun totale energierekening. "Dat is een hoop geld, maar iedereen negeert het ding waarmee je er controle over hebt," zegt Fadell. Hij schreef de problemen van een traditionele thermostaat op: van het moeilijk programmeren, tot het niet te weten wanneer je niet thuis bent. En een ontwerp dat in de jaren zeventig is blijven hangen. Hij wilde een mooie thermostaat ontwerpen die je helpt om geld te besparen zonder dat je je gedrag hoeft te veranderen, en die je kan bedienen met een smartphone.

De Nest Protect die in oktober 2013 in de VS is gelanceerd.
De Nest Protect die in oktober 2013 in de VS is gelanceerd.

Google, de ideeënfabriek

Op 25 oktober 2011 presenteerde Nest Labs 's werelds 'eerste lerende thermostaat'. Met zijn slanke metalen wijzerplaat en grote digitale display won het de goedkeuring van de designwereld. Maar het is meer dan alleen maar mooi. Na drie dagen van gebruik leert de thermostaat de voorkeuren van de gebruiker. Hij weet automatisch wanneer het huis leeg is en zet dan de verwarming lager. Het vertelt gebruikers wanneer hun verwarming op een energie-efficiënte temperatuur staat en biedt persoonlijke verslagen over hun energieverbruik.

Net als de iPod hebben de producten van Nest een eenvoudige interface, maar er is geen twijfel over de mate van technologische vooruitgang die in beide apparaten verpakt zitten. Nest heeft meer dan 200 patenten gedeponeerd, met nog eens 200 klaar om in te dienen. Google was al vanaf het begin geïnteresseerd in een overname van Nest Labs. Fadell had Google mede-oprichter Sergey Brin een vroeg ontwerp van zijn thermostaat laten zien tijdens TED 2011. Maar Fadell zei nee en zijn bedrijf ging twee investeringsronden door.

Toen vroeg Google het in juli 2013 opnieuw. Discussies namen tijdens de kerst toe. "We hadden twintig familieleden over de vloer, mijn vrouw was zwanger en ik was de hele dag aan het bellen", zegt Fadell. In januari van dit jaar werd bekend dat Google Nest Labs had gekocht voor een bedrag van 3,2 miljard dollar. 'Ik wist wel dat er allerlei interessante dingen gaande zijn binnen Google, maar nu ik ze gezien heb ben ik blown away, op een geweldige manier", zegt Fadell na de overname. "Ze hebben allemaal geweldige projecten en mensen waar de wereld niet eens van gehoord heeft. Ik voel me als een kind in een snoepwinkel, het is een ideeënfabriek."

Auteur

Jessica Salter (@JesSalter) is een Britse journalist die voornamelijk schrijft voor de zaterdagbijlage van The Telegraph. Ze legt zich voornamelijk toe op profielen en lange verhalen, maar is voor de krant ook een duizendpoot die filmt en monteert.