Inhoudsopgave
    

Offline zijn moet je leren
Rutger  Middendorp
door Rutger Middendorp
leestijd: 5 min

Op de Academie voor Popcultuur werken drummers, fotografen, videomakers, zangeressen en andere creatieven samen aan projecten. Rutger Middendorp geeft er les en zoekt naar de juiste balans tussen digitale hulpmiddelen en analoge concentratie.

Toen ik nog geen tien jaar geleden begon met les geven liepen de meeste studenten hier rond met een dummy. Een leeg boekje waar de student zijn denkwereld in vast probeerde te leggen. Andere hulpmiddelen waren camera’s, gitaren en microfoons. Maar naarmate de jaren verstreken kreeg de laptop de overhand. Lang leve de vooruitgang! We introduceerden tools als Google Docs, waarin studenten gezamenlijk aan één document konden werken en wij als docenten op elk moment mee konden kijken. De afgelopen jaren werd ook Facebook steeds meer als collaboratietool gebruikt. Geheime groepjes waarin afspraken werden gemaakt en materiaal werd gedeeld. De dummy bleef leeg.

Een jaar of twee geleden keek ik het lokaal in waar ik les gaf en daar zag ik alle gezichten verzonken in een beeldscherm. De meesten met een laptop op schoot, enkelen met een smartphone. Een blik langs de schermen verraadde dat studenten op Facebook of in de mail belangrijker dingen meenden te vinden dan in deze fysieke ruimte. Twee mogelijkheden waren er toen: of we spreken niet meer af in een lokaal met alle leerlingen tegelijk, of we moeten iets doen aan de beeldschermen die onze ontmoetingen domineren.

A technique for producing ideas

Eén van de belangrijkste dingen die studenten op de Academie voor Popcultuur leren is het ontwikkelen van ideeën. Reclame-legende James Webb Young zet in zijn onnavolgbare boekje A technique for producing ideas uiteen in welke stappen je dat kunt doen.

    De eerste stap is het definiëren van het probleem.
    De tweede stap is je geest te vullen met ruw materiaal.
    De derde stap is het zoeken naar het idee door te combineren.
    De vierde stap is alles loslaten.
    De vijfde stap is het idee uitwerken.

In alle stappen is het belangrijk je hoofd de ruimte te geven. Om te associëren, onverwachte wendingen te maken, je te verrassen. Computers zijn daar zelden behulpzaam bij. In zijn boek You are not a gadget beschrijft computerwetenschapper Jaron Lanier waarom computers ons niet alleen enorme mogelijkheden geven, maar ons ook ontzettend beperken. In essentie beperken computers ons, omdat ze exact zijn. Linkerhersenhelftig. Binair. Iets is zo, of iets is niet zo. Een computer kan je niet helpen in schaduwgebieden. Zoek in je hoofd naar de plek waar je je sleutels hebt laten liggen en je kunt op een visuele reis door je geheugen. Zoek het in je computer en je kunt het antwoord alleen vinden als het ergens exact is vastgelegd.

Alles wat je nodig hebt voor het bedenken van een idee. De rest komt later. Beeld: Rutger Middendorp
Alles wat je nodig hebt voor het bedenken van een idee. De rest komt later.

Stap 2 is volgens James Webb Young essentieel voor iedereen in een creatief beroep. Als je goed wilt zijn moet je nieuwsgierig zijn en zoek je constant naar ruw materiaal. Naar inspiratie. Naar bronnen waar je uit kunt putten. Young schreef zijn boekje in 1965 en suggereert dat je een kaartenbak, een doos of een dummy gebruikt om al je inspirerende vondsten in te bewaren. Een computer lijkt op het eerste gezicht een ideale vervanger voor alledrie. Gebruik Evernote en je hebt je aantekeningen in geluid, beeld of tekst altijd bij de hand. In praktijk blijkt de computer minder praktisch. Je kunt nooit werken op een groter formaat dan het scherm. Herschikken en ordenen kost meer moeite dan een blaadje verschuiven en moet volgens de logica van het programma gebeuren. Bovendien is er altijd de afleiding van al die andere icoontjes wanneer je er even niet uitkomt. Wij sturen het gereedschap dat we gebruiken, maar het gereedschap stuurt ons ook.

Ontwenningsverschijnselen

In het boek Make Space van het Stanford Institute of Design wordt dat uitgelegd. De ruimte waarin we moeten werken bepaalt onze verwachting van het werk. Een kantoor met bureaus en bureaustoelen suggereert dat er hier niet gebrainstormd wordt. Na jaren van experimenteren ontdekken de schrijvers dat verschillende zitopstellingen bijdragen aan verschillende taken. De "war room" is een plek om te overleggen. Je zit rechtop en bent "tot elkaar veroordeeld". Wil je ideeën genereren dan moet er ruimte zijn om te bewegen. Een barkruk waar je makkelijk op en af komt en die een actieve houding stimuleert is ideaal. De vertaling naar werken achter een laptop of op een wit vel papier is snel gemaakt. 

De eerste experimenten met het verwijderen van laptops en smartphones waren hoopgevend, maar geen doorslaand succes. Ondanks de gezamenlijk gemaakte afspraak ontstond er nog regelmatig discussie met studenten die geen pen en papier hadden meegebracht of "echt even iets moesten opzoeken nu". Geen wonder natuurlijk. De hele week heb je een apparaat in de broekzak dat je op de hoogte houdt van wat je vrienden doen en een ander apparaat in je rugzak waar je praktisch je hele leven mee kunt runnen. 

Een klaslokaal anno 2014 en toch geen laptop te bekennen. Beeld: Rutger Middendorp
Een klaslokaal anno 2014 en toch geen laptop te bekennen.

En dan moet opeens alles voor een paar uur in de week uit. Bij enkele studenten waren serieuze ontwenningsverschijnselen te zien en was elke pauze aanleiding om de telefoon weer in te duiken. De laptop in de les was een symptoom van een digitale levensstijl die niet altijd bevorderlijk was voor het leren tijdens een creatieve studie. Het probleem moest echter bij de kern aangepakt worden.

Radicaal offline

Het risico van het zien van negatieve effecten van technologie is je op te gaan stellen als een neo-luddiet. Een beeldenstorm van technologie levert wellicht een lekker rustig klaslokaal op, maar ook vervreemding van de studenten en een leeromgeving die niet lijkt op de wereld waar ze straks in moeten werken. Samen met de studenten heb ik nu een werkvorm gevonden waarbij je radicaal online of radicaal offline bent. Waarbij de techniek gebruik wordt wanneer het nodig is en buiten bereik verdwijnt als het niet nodig is. De voortgang van de projecten wordt bijgehouden in Google Drive. Een document dat volgens een vast stramien is opgebouwd kan dagelijks worden aangevuld om de voortgang te verwoorden. Een Facebook-groep wordt gebruikt om werk te delen of vragen aan elkaar te stellen. Radicaal online.  

Maar op woensdag hebben we vijf uur achter elkaar een ontmoeting waar de laptop voor thuis blijft en de smartphone in de tas. Om in die analoge workflow te komen nemen we vijftien minuten de tijd om ademhalingsoefeningen, yoga of een spelletje te doen. Geen zweverige toestanden, maar een kort moment waarin er even fysieke activiteit is zonder dat er nagedacht hoeft te worden. Na een paar keer werd die offline ontmoeting een rustpunt in de week voor zowel de studenten als voor mij. Doordat er geen afleiding is, is er meer aandacht voor elkaar en lijkt de tijd te vertragen. Na die gezamenlijke vijf uur blijven veel studenten nog even hangen.

De simpele conclusie: wij zijn niet altijd in staat om de verleiding van techniek te weerstaan. De belofte die het doet om alles makkelijker te maken, dwingt ons ertoe als we even vast zitten of iets ongemakkelijk wordt naar de techniek te grijpen. Bewust kiezen voor het mijden of gebruiken van technologische hulpmiddelen gaat niet vanzelf. Ook dat moet geleerd worden.

Auteur

Rutger Middendorp (@rutgerm) is sinds 2006 de meest noordelijke blogger van Bright. Hij schrijft graag het verhaal achter het verhaal. Hij doceert conceptontwikkeling op de Academie voor Popcultuur en werkt als freelance ideeënman en verhalenmaker. In een eerder leven was hij oprichter van Nieuwe Garde en won hij de Dutch Bloggies met hobbyproject Moois Magazine.