Inhoudsopgave
    

Screenshorts en andere interface-hacks
Erwin van der Zande
door Erwin van der Zande
leestijd: 4 min

Wat zijn we soms toch heerlijk weerbarstig. Alle inspanningen van interaction designers ten spijt zoeken gebruikers het liefst hun eigen weg.

“Design is a funny word. Some people think design means how it looks. But of course, if you dig deeper, it’s really how it works.” Een van mijn favoriete citaten van Steve Jobs. Wat voor hardware geldt, gaat ook op voor software. Design heet daar interface en is feitelijk de vertaling van hoe een site of app in elkaar steekt, wat je kunt doen, kortom hoe hij werkt. Het hoogste doel daarbij is dat de gebruiker zich geen vragen stelt en onafgeleid zijn ding kan doen. Soms ontdekt een gebruiker echter een manier die hem helpt te doen wat hij wil doen die de makers niet bedacht hebben.

Twitter

Mooi voorbeeld is Twitter. Het idee achter het sociale netwerk is schoon van eenvoud. Berichten van maximaal 140 tekens. Niks meer, niks minder. De kracht zat in de beperking. Dankzij onze bekendheid met sms, chat en diensten als ICQ en MSN Messenger in die tijd begrepen we Twitter meteen. Gebruik van het netwerk nam een enorme vlucht. Met het groeiende aantal gebruikers nam ook de kans toe dat iemand vroeg of laat iets bedenkt dat de makers niet bedacht hebben. Bij Twitter was dat de retweet. Gebruikers citeerden de tweet van iemand anders en plaatste er “RT” voor of achter. Twitter was zo slim om dit verschijnsel te adapteren en introduceerde eind 2009 een native retweet-functie.

Een minder fraai voorbeeld is de zogeheten screenshort. (Een term die trouwens maar niet wil blijven hangen omdat je telkens screenshot leest.) Hierbij tweeten gebruikers een screenshot van een lange tekst om het maximaal aantal tekens te kunnen omzeilen. Dit druist zo in tegen het kernidee van Twitter dat het dit gebruik vast niet zal willen faciliteren. Aan de andere kant, Twitter heeft net zijn netwerk zo aangepast dat je opeens ook een DM kunt ontvangen van mensen die je niet volgt. Hallo, spambots!

Instagram

Over spam gesproken, in de rustige en beschutte wereld van Instagram zijn ook de eerste sluiproutes gevonden. De dienst was net als Twitter lange tijd sterk door zijn beperkingen. Alleen foto’s, likes en reacties. Je kon in een bijschrift of een reactie een url invoeren maar die waren niet clickable. Op één plek na: in je Instagram-profiel. Daar kun je één link opnemen die wel clickable is. Iemand is een keer zo snugger geweest om daar iets actueels neer te zetten en in het bijschrift van een foto naar die plek te verwijzen. Hoewel omslachtig is deze interface-hack inmiddels vrij gangbaar, vooral onder commerciële Instagram-accounts.

Een vervelendere interface-hack om iemand in Instagram te spammen is de mogelijkheid om een persoon te taggen in een foto. Daar zit geen check op dus als je een foto of boodschap bij iemand onder zijn neus wil drukken, dan tag je die persoon gewoon. Geheid dat diegene gaat kijken. En je vervolgens blokkeert.

Facebook

Mensen zijn vindingrijk in het zoeken van de kortste gewenste interface-routes. Zo is het op Facebook, dat al niet zo’n beste reputatie heeft qua interface-design, heel gangbaar om in reacties mensen te poken door hun naam te typen. Dat wordt namelijk herkend (de naam wordt een link) en die genoemde gebruiker krijgt daarvan een notificatie. Oorspronkelijk had Facebook voor die praktijk de Share-functie bedacht, maar die gebruikt niemand. Het feit dat Facebook deze manier van poken inmiddels schoorvoetend accepteert is een knieval aan de @mention van Twitter. Als we deze praktijk maar lang genoeg volhouden, dan komt Facebook vanzelf met een officiële functie met dezelfde strekking.

Dat doet Facebook vaker: het bedenkt een interface die voor geen meter werkt. Gebruikers bedenken vervolgens zelf een omweg. Facebook staat dat toe en introduceert die omweg een jaar later als een revolutionaire nieuwe feature onder een andere naam. Denk maar eens terug aan de overgang van The Wall naar de Timeline.

Gebruikers willen praktische interface-features van één sociaal netwerk, site of app liefst ook in andere netwerken, sites of apps kunnen gebruiken. Geef ons eens ongelijk. Zo ontstaan conventies en bij een beetje uniformiteit zijn we allemaal gebaat. Neem het hamburger-icoon die via Android en iOS nu ook zijn weg vindt naar Windows 10. Niet de fraaiste oplossing (bedacht door Facebook uiteraard) omdat het eigenlijk een vergaarbak is voor alles wat geen kernactie of navigatie is in een app, maar iedereen weet inmiddels wel wat hij zoal onder die knop kan aantreffen.

Wat sociale netwerken betreft bestaat er één dienst waar je zo’n beetje alles kan doen zoals je zou willen. Dat netwerk heet Google+. Helaas maakt niemand er gebruik van.

Auteur

Erwin van der Zande (@evdz) is de bedenker en hoofdredacteur van Bright. Hij heeft een zwak voor tech en een neus voor trends. Erwin woont in Amsterdam samen met vijf vrouwen: zijn vriendin, hun dochters en twee poezen.