Inhoudsopgave
    

30 jaar mobiel
Jody van den Tillaart
door Jody van den Tillaart
leestijd: 5 min

Bellen is tegenwoordig niet langer de populairste app op een smartphone. Dertig jaar geleden was mobiel bellen een revolutie. We kijken terug met de eerste technisch topman van Vodafone, en vooruit met hun huidige.

In drie decennia tijd zijn we ongelofelijk verwend geraakt als het om mobiele telefonie gaat. Van enorme koelkasten in onze auto's zijn we naar complete supercomputers in onze broekzak gegaan. We kunnen overal internetten en dankzij het 4G(+) netwerk kan dat ook nog eens supersnel en supersteady. Dertig jaar geleden ging dat nog heel anders, laat Vodafone zien in een expo vol nostalgie met een knipoog.

Waar nu de verschillen tussen de modellen in de details zitten, had je toen nog écht nieuwe features. Zoals een klepje. Een inschuifbare antenne. Een écht draagbaar model, in plaats van alleen voor in je auto. "Tot dertig minuten spreektijd met slechts tien uur opladen." "Verkrijgbaar in drie geweldige kleuren." We lachen er nu om, maar destijds was dit revolutionair. Hoe vreemd is het eigenlijk dat nu over elke nieuwe specificatie hele blogs worden volgeschreven – smartphones, zijn sequels geworden, weet je nog? In 1985, toen mobiele telefonie opkwam in Europa, was er nauwelijks aandacht voor.

Al dertig jaar mobiel

Vodafone was destijds een pionier op het gebied van mobiele communicatie. Dertig jaar geleden had hun mobiele netwerk in Londen vijf zendpunten. Veel pers kregen ze niet: het bleef bij wat lullige stukjes ergens achterin The Times en de Financial Guardian.

Mobiel bellen, niet echt belangrijk in 1985.
Mobiel bellen, niet echt belangrijk in 1985.

Bizar, als je met de kennis van nu weet dat mobiel bereikbaar zijn een enorme invloed heeft op de manier waarop we werken en met elkaar omgaan. Het heeft heel wat nieuwe culturele verschijnselen voortgebracht en er was een nieuwe etiquette nodig (daar zijn we geloof ik nog niet helemaal uit). In de Vodafone-winkel aan Oxford Street heeft de provider daarom een expo ingericht die met een knipoog terugkijkt op dertig bewogen jaren.

Reclame voor de eerste 'mobiele' telefoon, als die nu op tv zou komen.

Op 1 januari 1985 vond het eerste telefoongesprek plaats over het Vodafone-netwerk in Londen. Inmiddels bedient de provider 438 miljoen klanten in meer dan dertig landen, verdeeld over vijf continenten. En ze willen alleen nog maar verder groeien. Niet alleen groeit het aantal klanten, ook de eisen en verwachtingen stijgen. Er zijn meer smartphones dan pc's in Nederland. Iedereen wil bereikbaar zijn, ook op de meest afgelegen plekken. En op de meest drukke plekken wil de kritische klant een goede downloadsnelheid halen, zodat hij lekker een film kan streamen. Hoe anders was dat in 1985.

"Iedereen wist dat je buiten Londen geen bereik had. Dus mopperde niemand daar over, zo was het gewoon. We waren al lang blij dat mobiel bellen mogelijk was, meer verwachtingen hadden we niet", zegt John Fava. Deze Londense zakenman was de eerste klant die het netwerk testte met een VM1-autotelefoon. "Ik belde iedereen. Ik kon nog even naar huis bellen om de kinderen welterusten te wensen. Ik belde mijn secretaresse, die alvast kon uitwerken wat ik dicteerde terwijl ik nog onderweg was. Ik belde zelfs mijn oude tante vanuit de auto. Het was geweldig", zegt hij. De oude mobiele telefoons heeft hij allemaal bewaard. Ook heeft hij nog steeds hetzelfde mobiele nummer.

Van vlug verwend naar snel ontevreden

Ook de eerste CTO van Vodafone, Mike Pinches, kijkt terug op een tijd waarin mensen nog lang niet zo kritisch waren over het netwerk als nu. "De eerste klanten waren bankiers, zakenmensen. Geld speelde voor hen geen rol. De mobiele telefoon maakte het werk voor hen veel efficiënter als ze onderweg waren. Buiten Londen was het toen nog niet zo belangrijk om bereik te hebben." Toch rolde het netwerk razendsnel uit in Groot-Brittannië onder zijn leiding. Het koppelen van het mobiele netwerk aan de landlijnen, het samenwerken met concurrenten, het vinden van de juiste standaard, een systeem vinden om de belkosten accuraat te verrekenen: het was een enorme uitdaging. "Ik heb altijd geloofd in de potentie van mobiel bellen, maar dat het zo groot zou worden als het nu is, met al die smartphones en wat je er allemaal mee kunt, dat had ik toen nooit kunnen bedenken."

Mike Pinches (links, technisch directeur destijds). Beeld: Vodafone
Mike Pinches (links, technisch directeur destijds).

Vodafone kwam in 1995 naar Nederland en werkte toen samen met Nationale Nederlanden onder de naam Libertel. Ze waren de eerste concurrent van het toenmalige PTT Telecom. De tijden zijn veranderd. Het netwerk telt momenteel zijn vierde generatie en het aantal mobiele aansluitingen blijft almaar stijgen. Klanten zijn gewend om steeds meer te kunnen doen over het netwerk en de hoeveelheid data die ze daarvoor nodig hebben blijft ook toenemen. We zijn met zijn allen eigenlijk super verwend geworden.

Niemand kan onze verwendheid zo goed verwoorden als Louis CK.

Wat kan er nog beter?

Hoe gaan providers hun klanten tevreden houden die steeds meer willen streamen, hun huis smart willen maken en dus koelkasten, wasmachines, thermostaten en in de toekomst wellicht huishoudrobots lekker veel data gaan trekken? Stephen Pusey, de huidige technische directeur van Vodafone, denkt daar veelvuldig over na. "We willen dat mensen een vlekkeloze ervaring hebben op ons netwerk en dat dit netwerk consistent is. Mensen zien een goed mobiel netwerk als vanzelfsprekend, het netwerk mag nooit falen", ziet hij. "Snelheid is niet onze grootste uitdaging. Ik schat in dat we over vijftien jaar op 5G zitten en een gigabyte per seconde kunnen bieden. De vraag is wat je met die snelheid moet doen: op den duur hou je gewoon snelheid over. 4K-televisie kijken vraagt maar 15 MB per seconde. Een gebruiker moet er wel iets mee kunnen, met die extra snelheid, anders is die voor hem waardeloos", denkt Pusey.

"Ik zie dan meer iets in zelfrijdende auto's en robotica, die veel data gaan gebruiken. Dan kun je als klant iets extra's als je meer snelheid hebt. Wat voor ons echter een grotere uitdaging vormt, is hoe we een groot volume gebruikers gelijktijdig kunnen bedienen. Er komen steeds meer apparaten die op het internet worden aangesloten, die straks allemaal tegelijk bandbreedte nodig hebben."

Auteur

Jody van den Tillaart (@jvandentillaart) blogt als freelancer voor Bright over technieuws in het algemeen en startups in het bijzonder. Ze houdt van de verwondering en het enthousiasme die de techindustrie opwekt en interesseert zich voor de sociaal-maatschappelijke consequenties. Woont met vriend, fluffy kater en twee dochters in Eindhoven, de zuidelijke hotspot voor hightech en startups.