Inhoudsopgave
    

Leren programmeren
Astrid Poot
door Astrid Poot
leestijd: 11 min

Door kinderen te leren programmeren helpen we hen om zelfstandige denkers te worden. Kunnen we een voorbeeld nemen aan het Verenigd Koninkrijk waar programmeren sinds dit schooljaar een verplicht vak is?

Programmeren is het nieuwe goud. Als we onze kinderen maar leren programmeren zijn ze allemaal toekomst-proof. Daar lijken we het als samenleving inmiddels wel over eens. Een veelgehoord argument voor programmeren op op de basisschool is dat er vanuit het bedrijfsleven een grote vraag is naar goed opgeleide technici. Starters op de arbeidsmarkt passen steeds minder bij de behoeften van bedrijven. We leiden op voor het verleden.

Zo stelt Kennisnet: "In deze gedigitaliseerde wereld heb je de toekomst als je kunt programmeren. Het bedrijfsleven heeft een tekort aan goede ict'ers en de vraag naar programmeurs zal in de toekomst verder toenemen. Des te belangrijker is het dat we kinderen er al op een jonge leeftijd voor interesseren. Jongeren worden onvoldoende opgeleid en hebben daardoor een gebrek aan technische vaardigheden."

De vraag vanuit het bedrijfsleven is relevant, maar mag niet als leidraad dienen voor beleid wat mij betreft. Ik vind niet dat scholen primair bedoeld zijn om bedrijven van aanvoer te voorzien. Bovendien dreigt een schijnzekerheid: we weten nooit helemaal zeker wat voor vaardigheden kinderen die nu 4 zijn nodig zullen hebben als ze gaan werken.

Scholen zijn vooral bedoeld als plek waar kinderen zich kunnen ontwikkelen. Tot mensen die in de toekomst hun eigen wereld bedenken en inrichten. Hoe die wereld eruit ziet weten we niet en juist daar kan het onderwijs een prachtige rol spelen. Hester IJsseling, basisschool-lerares en eindredacteur van De Nieuwe Leraar, zegt dat heel mooi. Haar visie op leren is dat volwassen worden en opgroeien in grote mate iets is dat vanzelf gebeurt, buiten onze zeggingsmacht om. Ook van het juiste onderwijs zijn we nooit zeker. We kunnen alleen maar leren door te handelen en dat ook aan kinderen te leren. Zodat ze vol zelfvertrouwen en goed uitgerust in het nu leven en de (onzekere) toekomst in kunnen stappen.

Programmeren is leren denken

Gelukkig sluit het één het ander niet uit. Waarschijnlijk word je een betere ingenieur als je al leert programmeren in groep 2. Maar evengoed kun je er dichter mee worden. Of anarchist. Leren programmeren kweekt niet per se programmeurs, net zo min als taallessen opleiden tot schrijver. Want programmeren is niet alleen een technische skill, het is ook een manier van denken. Door processen of problemen in kleine stukjes te knippen, leer je voorspellen wat er kan gebeuren. Je leert over oorzaak en gevolg en hoe dingen in elkaar zitten. Je leert logisch denken. Of nog sterker: je leert denken over denken. En daar heb je op allerlei plekken en momenten wat aan.

Kennis van programmeren helpt ook om van kinderen goed geïnformeerde burgers te maken. Dat is nodig. Want de snelheid waarmee grote bedrijven ons steeds harder in hun mal drukken is schokkend en bedreigend. Bedrijven zoeken steeds weer de grens op met het verzamelen van data en het maken van winst. Burgers moeten daar voortdurend tegenwicht aan kunnen bieden.

Kinderen die dit soort concepten leren begrijpen, bijvoorbeeld door te leren programmeren op de basisschool, hebben de instrumenten om hierover inhoudelijk een discussie te voeren en hopelijk veranderingen te bewerkstelligen. Want in een wereld waar we bereid zijn voor ons eigen gemak onze vingerafdruk af te staan aan een groot commercieel Amerikaans bedrijf mag de discussie wel wat scherper worden.

Dus ja, we willen best ingenieurs. Maar we willen vooral ook krachtige, zelfstandige denkers. Want alleen daar wordt de wereld beter van.

Een horde die we nog wel moeten nemen, is het vooroordeel dat programmeren ingewikkeld is en louter voor nerds. Want hoe cool wij voorstanders programmeren ook vinden, het is niet makkelijk dat beeld te veranderen. Toch moet dat. Want willen wij programmeren als vak op de basisschool, dan hebben we de ouders, leerkrachten, schooldirecties en schoolbesturen nodig.

Programmeren verplicht

In het Verenigd Koninkrijk is programmeren sinds dit schooljaar verplicht onderdeel van het curriculum. Voorheen was het ICT-programma op Britse scholen vooral gericht op ICT-geletterdheid: hoe bedien je een computer en hoe werkt een spreadsheet-programma. In het aangepaste curriculum leren kinderen nu ook hoe een computer werkt en hoe je een computer voor jou kunt laten werken.

De kerndoelen zijn vastgesteld en in drie grote stappen opgedeeld.

•    Kleine kinderen (5 en 6 jaar) leren over de basis. Bijvoorbeeld door recepten te bekijken of hun dag in stukjes te breken leren ze over volgorde en instructies. Niet meteen in de computer dus.
•    Grotere kinderen (7-11) gaan programma's schrijven en debuggen. Ze leren over reeksen, selectie en herhaling in software. Daarnaast leren ze logisch denken en internet gebruiken. Ze leren data verzamelen en presenteren.
•    De grote kinderen (11-14) leren twee of meer programmeertalen. Ze leren eenvoudige Boolean logic (AND, OR, NOT) en leren hoe hardware en software samenwerkt.
•    Alle kinderen leren over online veiligheid.

Scholen en leerkrachten zijn vrij te bepalen hoe ze de lessen geven en welk materiaal ze gebruiken. Zo worden scholen zelf meer eigenaar van de verandering en kunnen ze aansluiten bij de kennis en behoefte van hun leerkrachten en kinderen. Duurzamer dan verplicht lesmateriaal.

Nadrukkelijk wordt het bedrijfsleven uitgenodigd mee te helpen in het realiseren van de verandering in het Verenigd Koninkrijk, bijvoorbeeld door lesmateriaal te maken of leerkrachten te trainen. Bedrijven als Google en Microsoft spelen een belangrijke rol, maar ook kleinere bedrijven bieden lessen en lesmateriaal aan.

Of het allemaal meteen lukt is de vraag. De tech industry is heel blij, maar het is niet makkelijk alle leerkrachten zelfverzekerd mee te nemen in deze nieuwe plannen. Ook ouders zijn nog niet helemaal aangehaakt: aan het begin van het schooljaar wist 60 procent van de ouders niet precies wat er nou ging veranderen.

Toch vind ik zo'n groot gebaar heel inspirerend. Scholen gaan zelf en samen leren hoe het moet. Dat wordt hoe dan ook interessant.

Wij wachten af

Hoewel de Stichting Leerplan Ontwikkeling (adviseur OCW) nu werkt aan een advies over hoe Nederland de 'digitale geletterdheid' weer terugkrijgt in de klas, zal het nog wel even duren voordat Nederland op hetzelfde niveau komt als het Verenigd Koninkrijk. In het initiatief #onderwijs2032 van OCW wordt samen met allerlei deskundigen van binnen en buiten het onderwijs nagedacht over toekomstbestendig onderwijs. In 2017 moet dat leiden tot nieuwe kerndoelen en eindtermen. Pas daarna kan er worden gewerkt aan implementatie.

Buiten school zijn er wel veel initiatieven die programmeren of techniek voor kinderen aanbieden. Op de site van de Nederlandse Codeweek staat een actuele lijst. Gelukkig wordt er ook bottom-up nu al van alles gedaan. Binnen scholen is er voor de plus-kinderen vaak wat extra ruimte voor techniek en af en toe geven betrokken ouders een Scratch-workshop. Sommige leerkrachten geven op eigen initiatief lessen, maar structureel aanbod voor alle kinderen is er binnen school niet. Daar moet het wel naar toe. Liefst niet als extra nieuw vak ernaast of erbij, maar als onderdeel van de visie op het totale aanbod. Het zou geweldig zijn als er al van alles op de rit staat op het moment dat OCW klaar is met haar toekomstvisie. De implementatie kan dan misschien nog sneller dan in het Verenigd Koninkrijk.

Emer Beamer ziet zichzelf met haar organisatie Unexpect als een kwartiermaker binnen het basisonderwijs. Unexpect biedt creatieve maak-projecten op scholen aan die rond een thema georganiseerd zijn, in plaats van primair technisch. "Scholen zijn gewend in dit soort projecten te werken. We hebben goede lesprocessen ontwikkeld die er vooral op gericht zijn de leerkracht te ondersteunen. We maken het behapbaar voor leraren." Als bewijs noemt Beamer de Designathon. "Die hebben we in het najaar van 2014 georganiseerd en laat scholen zien dat het kan." Na een kennismaking kunnen scholen volgens Beamer zelfstandig verder werken met de methode.

Henry Vorselman is met zijn organisatie Digital Playground al jaren actief binnen het voortgezet onderwijs. Hij waarschuwt voor teveel techno-optimisme. "We zijn het erover eens dat het onderwijs moet veranderen. Maar de 21st century skills worden nu vooral technisch geframed. Wat ons betreft moet het veel meer gaan over 21st century creativity. Techniek is maar een heel klein deel." Hij is overtuigd van de kracht van het onderwijs zelf: "Aandacht moet naar de docenten die het zelf oppakken. Dingen die al gebeuren moeten worden ondersteund. Inspireer docenten om zelf hun onderwijs vorm te geven."

De scholen zelf als kern, dat is duurzaam. Veel scholen en docenten zijn goed bezig met het vormgeven van hun onderwijs. Ze zijn vaak onterecht onzeker geworden. De focus op techniek heeft daarin geen goede rol gespeeld.

Uitdaging

In Nederland zijn het vooral de bevlogen ouders, leerkrachten en experts die op eigen initiatief al bezig zijn met het programmeren voor kinderen. Dat is geweldig. Maar helaas betekent het ook dat niet alle kinderen ermee in aanraking komen. Net als de maker movement lijkt het kritisch denken en experimenteren zich vooral af te spelen in progressieve kringen in de steden.

School lijkt dan een logische route om alle kinderen te bereiken. Maar we leggen als maatschappij al zoveel bij scholen neer. Laten we als ouders zelf het verschil maken. Thuis aan de keukentafel, maar ook in school of buurt. Gewoon beginnen. Ik kreeg in december een mail van een moeder die cadeau-advies voor Sinterklaas had gevraagd. "Bedankt voor je advies! De Arduino is een groot succes. Samen hebben mijn zoon en ik ons eerste project tot een goed einde gebracht. Kijk maar. We vinden het superleuk!"

Dus geef het een kans en leer samen met je kind of klas hoe het moet. Samen leren is geweldig. Materiaal is er genoeg, je hoeft alleen maar te beslissen om te starten. Daarom ter afsluiting een hele reeks activiteiten en sites.

Hoe dan? Zo!

Programmeren is vaak een lelijke berg code op een scherm. Niet heel toegankelijk voor instappers. De abstractie maakt het voor veel kinderen onaantrekkelijk en ontoegankelijk. Om de brug te maken moeten we twee dingen doen: het leren moet meer zintuigelijk en in context.

Leuk leren: leren met al je zintuigen

Als iets te moeilijk is of lijkt, is het bijna onmogelijk het te leren. Een scherm met een toetsenbord is afstandelijk en abstract. Als we leren in de fysieke ruimte, met al onze zintuigen is het natuurlijker en daardoor leuker.

•    Robot Turtles :: Dan Shapiro heeft een heel mooi bordspel gemaakt over programmeren, waarin je met kaarten stappen op het speelbord kunt plannen. Ook geschikt voor kinderen die nog niet kunnen lezen.

De bedenker van Robot Turtles legt uit waarom hij het bordspel heeft ontworpen.

•    Primo :: Mijn persoonlijke favoriet is Primo. Een rijdend robotje dat je programmeert zonder scherm en zonder voorkennis. Primo was ook een Kickstarter-project en wordt vanaf najaar 2015 geleverd.

Houten robotje leert je programmeren.

•    Broodrobot :: Ook zonder nieuwe spullen kun je zelf aan de slag. Op de site van de Codeweek staat een heel lespakket. Laat je bijvoorbeeld door je kinderen programmeren tijdens het ontbijt.

Betekenisvol leren: in context

Naast dat leren met verschillende zintuigen, is het ook fijn context te geven. Waar vinden we computers en software in de fysieke wereld terug? En hoe werkt dat? Als we dat kunnen laten zien, verdwijnt de abstractie en daarmee de drempel.

•    Dat kun je bijvoorbeeld doen met de Arduino Starter Kit. Een set waarmee je een Arduino (micro computer) leert programmeren, gekoppeld aan elektronica (sensoren en motortjes). Met de kit maak je stoplichten, leugendetectors en kristallen bollen. Zo wordt programmeren concreet en begrijp je hoe je machines kunt aansturen vanuit een computer. Supergaaf! (Boek is in het Engels. Dus vanaf een jaar of 9, samen met een volwassene.)

•    Scratch is een visuele programmeertaal die is ontwikkeld door de Lifelong Kindergarten Group van het MIT Media Lab. Scratch is heel makkelijk te leren. Het is een fantastische mengvorm tussen code en beeld. Scratch wordt over de hele wereld gebruikt en heeft een grote actieve online community. Het combineert bovendien heel goed met de MaKeyMaKey.

Ook kinderen die nog niet lezen kunnen sinds november werken met Scratch: ScratchJr, een app voor iPad.

Kinderen leggen uit waarom ze Scratch zo tof vinden: "Je kunt gewoon je eigen game maken."

•    En ja, natuurlijk kun je je kinderen denkspelletjes voorschotelen waarin je reeksen handelingen moet bedenken om een doel te bereiken zoals Lightbot, Bee-Bot en Hopscotch.

•    Maar voor de lange grijze zondag is een kettingreactie maken net zo leuk. En lekker samen!

Enjoy.

Titelbeeld: portret van Ada Lovelace (1815-1852), 's werelds eerste computerprogrammeur.

Auteur

Astrid Poot (@astridpoot) is creative director bij Fonk, kids-expert bij Bright, en voorzitter van Stichting Lekkersamenklooien. Maar vooral is ze maker!