Inhoudsopgave
    

Elektrisch eiland
Rutger  Middendorp
door Rutger Middendorp
leestijd: 5 min

Tijdens eiland-festival Into The Great Wide Open waren alle voertuigen op Vlieland elektrisch. Niet zomaar: de Waddeneilanden moeten in 2020 energie-onafhankelijk zijn. De perfecte praktijktest.

Om een festival te organiseren moet er een dorp gebouwd worden op een plek waar in de meeste gevallen niet meer is dan een grasveld. Water is er nodig. Stroom. Gas. Drank. Eten. Podia. Lichten. Speakers. Kabels. Hekken. Een festival is een kleine tijdelijke gemeenschap. John de Mol hoefde eigenlijk geen vrijwilligers te vragen voor Utopia. Bij elk meerdaags festival zijn de professionals en vrijwilligers in groten getale aanwezig om hun tijdelijke heilstaat te realiseren.

Voor veel Nederlanders zou Vlieland hoog op het lijstje staan om iets te gaan bouwen. Het is een prachtig werelderfgoedgebied. Afgelegen, maar makkelijk te bereiken. Wie anno 2014 aan zo'n project begint, zal zich direct af moeten vragen wat de impact op de natuur zal zijn. Zo ook de organisatoren van Into the Great Wide Open, het jaarlijkse kunst- en muziekfestival op Vlieland.

Een van de twee Tesla's die tijdens het festival geruisloos over Vlieland reed. Beeld: Juri Hiensch
Een van de twee Tesla's die tijdens het festival geruisloos over Vlieland reed.

Op Bright.nl schreven we in de aanloop naar het festival over de wensen voor dit jaar: een serieuze stap maken in logistiek en energieverbruik. Boven het eiland zweeft namelijk een doelstelling die rap naderbij komt. In 2020 wil de provincie Friesland dat alle waddeneilanden energie- en wateronafhankelijk zijn van het vaste land. Het festival is daar een belangrijke trekker in. Samen met gemeente, provincie, universiteiten en hogescholen wordt er in Lab Vlieland samengewerkt aan onderzoek om richting dat doel te ontwikkelen. Into the Great Wide Open is het ideale excuus om te experimenteren met wat er zou kunnen op het eiland. In een woonwijk leg je niet voor drie dagen even 30 kilometer kabel anders om te kijken of het iets oplevert. Op Vlieland moet de stroomvoorziening toch aangelegd worden en wordt doorgerekend hoe dat waarschijnlijk het slimste kan en vervolgens wordt er ook gemeten.

De Stille Vloot

Dit jaar stonden er op het sportveld een bescheiden drie aggregaten te draaien. Voor alle horeca en het hoofdpodium. Deze stonden echter ook nog eens in een cascade-opstelling. Zo kon er gekozen worden welke aggregaten aan of uit werden gezet op basis van de stroomvraag. Hoofd productie Govert Reeskamp is hier verantwoordelijk voor en is trots maar ook een beetje gefrustreerd: "Op dit moment is dit het beste wat je krijgen kunt voor deze situatie. Als er weinig stroom nodig is, draaien we zonder aggregaten vanaf een vast stroompunt. Vervolgens kunnen we aggregaten bijschakelen als ze nodig zijn. Maar als we de piekspanning kunnen afvangen met een accu, zoals Tesla die in zijn Model S heeft, dan hebben we serieus uitzicht op een toekomst zonder dieselgeneratoren."

Het is dan ook geen toeval dat er het eerste weekend van september twee Tesla's over het eiland reden in dazzle-camouflage. Twee andere Model S elektrische auto's vervoerden artiesten tussen Schiphol en Harlingen. Die auto's maakten onderdeel uit van de Stille Vloot, samen met het zeilschip dat de wijn had gebracht, een Volvo-bus die door autobedrijf Bluekens omgebouwd was om op een accu te rijden, twee elektrische Renault Kangoos en een Frisian Motors FM–50, een elektrische gator (zo'n offtrack golfkarretje). Dit jaar was daarmee een gedeelte van de logistiek groen opgelost.

Dat niet direct de hele vloot geëlektrificeerd kon worden heeft een aantal redenen. Een elektrische gator huren is op dit moment nog aanzienlijk duurder dan een reguliere. Die worden vaak in package deals meeverhuurd. Het grootste gedeelte van de vloot werd gesponsord. Bluekens verscheepte gratis en voor niets de bus naar het eiland en stelde deze ter beschikking aan vervoerder TCR. Had Renault die twee Kangoos niet aangeboden en hadden de Tesla's gehuurd moeten worden, dan hadden de kosten vele malen hoger gelegen dan die voor een negen-persoons Ford Transit diesel.

De elektrische gator: groen en handig maar dan moet je 'm wel opladen. Beeld: Juri Hiensch
De elektrische gator: groen en handig maar dan moet je 'm wel opladen.

Mooi bruggetje: er is geen negen-persoons elektrische Ford Transit. Sterker nog, het aanbod is sowieso klein. Bluekens is één van de twee bouwers van elektrische bussen in Nederland. Er valt nog niet veel te kiezen als het om elektrische vervoersmiddelen voor je festival gaat.

De beste praktijktest

Dan is er nog een belangrijk struikelblok: gewenning. Je zou verwachten dat de technische mensen die de FM–50 in gebruik hebben snappen dat die 's nachts aan de stroom moet, omdat er 's ochtends niet even een jerrycan benzine in leeg gekiept kan worden. Maar dat zit simpelweg niet in het systeem. In het verlengde daarvan: de elektrische bus rijdt op dat kleine eilandje 210 kilometer per dag. Terwijl de actieradius van de bus maar 100 kilometer is. Nu staat de bus ontzettend veel stil en kan dus theoretisch heel vaak laden. Maar daar ontbrak dit weekend de infrastructuur nog voor.

De Stille Vloot is op verscheidene fronten een hoopgevende stap. Allereerst omdat bij de organisatie van het festival het belang van die doelstelling voor 2020 gezien wordt. Dat zij hun rol als broedplaats en samenbrenger van technische talenten met een geweten uiterst serieus nemen. Maar Tesla, Frisian Motors, Bluekens en Renault zetten hun auto's niet alleen uit goodwill in. De FM–50 mocht rekenen op interesse van provincie en gemeente. Vervoerder TCR zal niet morgen een elektrische bus bestellen, maar als over zes jaar geen druppel diesel het eiland meer op komt, dan is een elektrische bus één van de weinige mogelijkheden. Tesla schijnt zelfs meerdere auto's verkocht te hebben aan bezoekers die wel even mee wilden rijden tijdens hun aanwezigheid op het festival.

Volgend jaar mei vindt het kleine broertje van Into the Great Wide Open weer plaats: Here Comes The Summer. Daar zou het mogelijk moeten zijn om ál het vervoer te elektrificeren en wellicht ook al een stap te doen aan de andere kant: het opwekken van die elektriciteit. De Universiteit van Utrecht rekende uit dat met één grote windmolen of meerdere kleine windmolens het hele eiland van stroom voorzien kan worden. Maar in een werelderfgoedgebied zet je niet zomaar even een grote windmolen neer. Niet permanent. Misschien voor een paar dagen? Voor één festivalweekend?

Auteur

Rutger Middendorp (@rutgerm) is sinds 2006 de meest noordelijke blogger van Bright. Hij schrijft graag het verhaal achter het verhaal. Hij doceert conceptontwikkeling op de Academie voor Popcultuur en werkt als freelance ideeënman en verhalenmaker. In een eerder leven was hij oprichter van Nieuwe Garde en won hij de Dutch Bloggies met hobbyproject Moois Magazine.