Inhoudsopgave
    

Design x Tech: Pieter-Jan Pieters
Jody van den Tillaart
door Jody van den Tillaart
leestijd: 5 min

Pieter-Jan Pieters bedenkt nieuwe digitale instrumenten. Muziekinstrumenten waarmee hij de menselijke maat wil terugbrengen in de elektronische muziek. Deel drie over hoe technologie en ontwerp samenkomen in 040.

Om muziek te maken heb je al heel lang geen muziekinstrumenten meer nodig. Een computer met de juiste software volstaat. Daarmee is alles mogelijk en kun je werkelijk alles maken. Het geluid, het ritme, alles is perfect en gladgepoetst. Als je daar niet van houdt, dan is er wel een algoritme dat 'menselijke' foutjes nabootst. De echte menselijke factor ontbreekt als je op die manier muziek maakt en dat vindt Pieter-Jan Pieters jammer. "Alles gaat op elkaar lijken." Daarom bedacht hij een serie van vijf 'domme' elektronische instrumenten, die je nog echt moet schudden, aanraken, of kortom bespelen.

Beeld: Ralph Roelse

Kleine machientjes

"Toen ik in Antwerpen naar school ging, kwam ik altijd voorbij een muziekwinkel. Elke keer dat ik naar binnen ging, was eigenlijk alles te duur voor mij. Zo is het idee ontstaan om betaalbare instrumenten te maken die iedereen zou kunnen kopen", legt Pieters zijn idee uit. "Kleine dedicated machientjes die maar enkele dingen kunnen. Geen libraries aan geluidseffecten, daar doe je toch niks mee." De Vlaamse Pieters bleef na zijn opleiding aan de Design Academy in Eindhoven hangen. Samen met studiegenoot Robin Dohmen, werkt hij nu aan vijf midi-instrumenten met namen die tot de verbeelding spreken: wob, wiggle, drum, pads en scan.

Beeld: Ralph Roelse

Intuïtief

De wob maakt geluid, afhankelijk van hoe je je hand ten opzichte van het instrumentje gebruikt. Je kunt spelen met de afstand van je hand tot de sensoren. Een golvende beweging vertaalt zich in een golvend geluid. De wiggle heeft onder meer een gyroscoop en accelerometer. Je kunt het ding alle kanten op bewegen. Over de x-, y- en z-as kun je een effect instellen, waardoor je weer op een intuïtieve manier geluidseffecten kunt maken. De drum is wat je denkt dat het is: lekker airdrummen. De pads bestaat uit vier drukgevoelige drumpads, een soort superklein drumstelletje. En dan ook nog de scan: je maakt een tekening van een patroon of opeenvolging, scant dat met het instrument om zo je eigen tekening af te spelen.

Beeld: Ralph Roelse

Democratisch muziek maken

De instrumentjes zijn nu nagenoeg klaar, waarna Pieters een Kickstarter-campagne gaat beginnen. Niet alleen het concept is democratisch, maar ook het verdere proces: muziek voor iedereen met crowdfunding als de ultieme validatietest. "De prijs proberen we laag te houden. We willen alles onder de 50 euro houden, zodat je niet rijk hoeft te zijn om er mee te spelen", zegt Pieters. "Je krijgt dan de elektronica op een kaartje ter grootte van een creditcard en een file om de case die er omheen zit uit te printen op een 3D-printer", legt Pieters uit. "We kunnen dan ook hardware updates doen: dan print je 'm nog een keertje uit." Voor de designfetisjisten komen ze ook met een duurdere variant, maar dan zit er een hoogwaardige case van aluminium omheen. "Het rare is dat de casing het allerduurst is. Daarom willen we mensen niet bij voorbaat een hoge prijs opleggen vanwege het buitenkantje. Ze mogen kiezen. Of mensen echt zelf een case gaan printen? Dat weten we niet, dat moet straks blijken."

Beeld: Ralph Roelse

Bootyshaken

De jasjes om de wiggles, wobs en scans zien er strak uit. Zo weinig mogelijk ruis, zo eenvoudig mogelijk en ontdaan van al het overbodige. Gelijk aan wat Pieters inhoudelijk met de instrumenten nastreeft. Ze hebben een paar artiesten hun instrumenten opgestuurd om te kijken wat zij er mee doen. "Ik kan het wel bedacht hebben, maar het is het leukst om te zien wat anderen er mee kunnen doen." Zo kregen ze een interessant filmpje terug van een dj uit Londen, die de wob gebruikte bij het scratchen. Ook gebruikten ze de techniek voor het Deense headphone-merk AIAIAI, waar ze een danseres muziek laten maken door te bootyshaken met de instrumenten op haar billen.

Beeld: Ralph Roelse

Serieuze onzin

"YouTube staat vol met leuke doehetzelfprojecten om muziekinstrumenten te maken", zegt Pieters. "Dat leveren sommigen als kritiek op ons project. Maar bij mijn weten heeft nog niemand zo'n project op grote schaal proberen uit te voeren. Wij nemen daarin de volgende stap die nodig is." Mensen doen het project volgens Pieters soms af als onzin, of ze nemen de dingen té serieus. "Wat wij maken is beide. Het zijn échte instrumenten voor échte muziekliefhebbers. Maar het is ook om er gewoon lekker mee te spelen. Serieuze onzin."

Beeld: Ralph Roelse

Werken met ingenieurs

In de studio op Sectie C, een wat afgelegen maar zeer bruisende pleisterplaats voor creatieven in Eindhoven, is het nog een bende. "We zijn net verhuisd, we hebben het nog niet mooi kunnen maken." Met een klein team heeft hij een grotere ruimte betrokken op het terrein, waar het een ratjetoe is van dozen, kabeltjes, volle vloer, maar kale muren. De lasercutter staat nog ergens achteloos op de grond. Er moet nog een plaatsje voor gevonden worden.  Twee programmeurs zijn hard aan het werk. Een stagiair doet hetzelfde. Er staan nog wat vacatures open, want er zit nog heel wat werk aan te komen. "Je kunt niet alles zelf doen. Sommige dingen moet je uit handen geven, aan mensen die het beter kunnen dan jij. Hoewel het lastige aan werken met ingenieurs is dat ze er veel mogelijkheden in zien, terwijl we het juist simpel willen houden. Maar zo vullen we elkaar aan."

Auteur

Jody van den Tillaart (@jvandentillaart) blogt als freelancer voor Bright over technieuws in het algemeen en startups in het bijzonder. Ze houdt van de verwondering en het enthousiasme die de techindustrie opwekt en interesseert zich voor de sociaal-maatschappelijke consequenties. Woont met vriend, fluffy kater en twee dochters in Eindhoven, de zuidelijke hotspot voor hightech en startups.