Inhoudsopgave
    

Worden we allemaal aluhoedjes door internet?
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 8 min

Internet zorgt ervoor dat complottheorieën zich sneller verspreiden. Maar zorgt internet er ook voor dat mensen ontvankelijker worden voor samenzweringsgeloof?

De aanslagen van 11 september zijn dit weekend 15 jaar geleden. 9/11 vormde niet alleen het startschot van de ‘oorlog tegen het terrorisme’; de terreuraanslagen die de Verenigde Staten die dag troffen, betekenden ook de doorbraak van de complottheorie op internet. De traumatische gebeurtenissen inspireerden hele volksstammen om jarenlang op online fora te discussiëren over de vraag wat er nou wérkelijk was gebeurd op die zonnige septemberochtend.

De ‘alternatieve’ theorieën die de ronde doen over de aanslagen in 2001 zijn even talrijk als divers: van nauwelijks serieus te nemen verhalen tot hypotheses die voor de leek nog helemaal niet zo gek klinken. Je hebt mensen die denken dat de aanslagen in scène werden gezet door de regering-Bush die op die manier de geesten rijp wilde maken voor de oorlogen in Afghanistan en Irak en de inperking van burgerrechten. En je hebt types die denken dat Israël er wat mee te maken had, want hoe kan het anders dat er bij de aanslagen geen joden om het leven kwamen?

Er zijn complotdenkers die ervan overtuigd zijn dat er helemaal geen passagiers aan boord waren van de vier vliegtuigen die op 11 september werden gekaapt. Er zijn er die denken dat de kapers nog gewoon in leven zijn. En dan zijn er ook nog de zelfbenoemde waarheidsvinders die menen dat er helemaal geen vliegtuigen het World Trade Center zijn binnengevlogen. Deze zogeheten no planers zijn ervan overtuigd dat de twee Boeings in werkelijkheid hologrammen waren die werden gegenereerd met behulp van een geheime technologie.

Grote echokamer

Internet, dat in de jaren voordat de Twin Towers instortten net in een ongekend tempo de wereld had veroverd, blijkt uitermate geschikt om samenzweringstheorieën te verspreiden. Nu is internet sowieso geschikt om allerlei informatie en ideeën razendsnel met de rest van de wereld te delen, maar voor complotdenkers biedt het web nog een paar extra voordelen die ze voorheen niet hadden.

Om te beginnen is internet het meest democratische medium in de geschiedenis: in tegenstelling tot bij de oude media zijn er online geen poortwachters die bepalen wat er wel en wat er niet wordt gepubliceerd of uitgezonden. Iedereen kan op internet uitgever worden. En zeker op complotdenkers, die in het pre-internettijdperk doorgaans stuitten op ongeïnteresseerde journalisten of op opinieredacteuren die hun lezersbrieven ongelezen weggooiden, heeft die mogelijkheid een vaak onweerstaanbare aantrekkingskracht.

Een tweede voordeel van internet is dat het een heel egalitair medium is. In theorie kan iedereen een website bouwen die flinke bezoekersaantallen trekt. Het is niet langer nodig om grote investeringen te doen – bijvoorbeeld in drukpersen of zendmasten. Zo kan het gebeuren dat de complotsite 911truth.org volgens Alexa aanmerkelijk beter wordt bezocht dan de site van de 9/11 Commission, de door de Amerikaanse overheid in het leven geroepen commissie die onderzoek deed naar de aanvallen van 11 september.

Internet stelt mensen daarnaast in staat om veel makkelijker dan voorheen in contact te komen met gelijkgestemden. Zeker voor wie er meningen op na houdt die afwijken van zijn omgeving is dat een uitkomst. Waar complotdenkers vroeger verveeld werden aangehoord als ze tijdens een verjaardag weer eens vertelden dat aids helemaal niet bestaat en eigenlijk een verzinsel is van de farmaceutische industrie, kunnen ze nu terecht op sites en fora waar anderen zitten die dezelfde mening zijn toegedaan.

Dergelijke sites en fora zijn tot slot ideaal om allerhande theorieën makkelijk te vinden en vervolgens weer verder te verspreiden. Het deel van internet waar complottheorieën worden behandeld, is een grote echokamer waar dezelfde verhalen steeds weer opnieuw verschijnen. Soms letterlijk gekopieerd (of vertaald) van een andere site, soms in een iets ander jasje dan daarvoor.

Het Pierre Salinger-syndroom

Via die echokamer belanden de complottheorieën vaak weer in de traditionele media. De eerste keer dat dat gebeurt is vijf jaar voor 9/11, in 1996, als een Boeing 747-100, die twaalf minuten daarvoor is opgestegen van JFK in New York, explodeert en in de Atlantische Oceaan stort.

Onderzoekers zullen later vaststellen dat de ramp, waarbij alle 230 inzittenden om het leven komen, is veroorzaakt door een explosie van een brandstoftank. De explosie is hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door kortsluiting. Op internet circuleren er echter al snel alternatieve verklaringen voor de ramp met TWA vlucht 800. De meest genoemde: het toestel zou zijn neergehaald met een raket, afgevuurd door de Amerikaanse marine. De overheid zou het incident echter onder de pet willen houden.

De internetcomplottheorieën over TWA-800 komen volop in de belangstelling te staan als Pierre Salinger, een voormalige televisiejournalist die ook als woordvoerder voor het Witte Huis heeft gewerkt, drie maanden na de ramp het verhaal verspreidt dat er inderdaad sprake is van een cover-up. Salinger, die met zijn aantijgingen onder meer CNN haalt, baseert zich daarbij op een document dat hij naar eigen zeggen heeft ontvangen van een Franse geheimagent.

In werkelijkheid heeft Salinger zijn (onjuiste) informatie echter gewoon van internet. De gewezen televisiejournalist moet zijn canard bekopen met een naar hem vernoemd syndroom. Mensen die aan het Pierre Salinger-syndroom lijden, geloven alles wat ze op internet lezen.

Pierre Salinger is allesbehalve uitzonderlijk. In mijn boek Complotdenkers betoog ik dat we allemaal van tijd tot tijd wel eens vallen voor de verleiding van de complottheorie. Mensen zijn voortdurend op zoek naar patronen in de wereld om ons heen. Om ons niet compleet te laten overweldigen door de complexe werkelijkheid, brengen we zaken met elkaar in verband die niets met elkaar te maken hebben en kennen we betekenis toe aan totaal willekeurige gebeurtenissen.

De charme van een goede samenzweringstheorie is dat zij, net als bijvoorbeeld het geloof in een God, een verklaring biedt voor ‘onverklaarbare zaken’. Complotdenken is een manier om om te gaan met ons slechte toevalsbesef.

‘De mensen hebben genoeg van deskundigen’ 

Volgens cultuurpessimisten leven we in een post-truth-tijdperk waarin de grenzen tussen feiten en onzin, waarheden en leugen en fictie en non-fictie langzaam verdwijnen. Autoriteiten zijn bij voorbaat verdacht. Of zoals de Britse conservatieve politicus Michael Gove het tijdens de campagne voor het referendum over een Brexit kernachtig formuleerde: ‘De mensen hebben genoeg van deskundigen.’ 

Dankzij internet en de versnippering van het medialandschap is het veel makkelijker geworden om ‘informatie’ te vinden die jouw blik op de werkelijkheid bevestigt. Online zijn de mogelijkheden om je eigen gelijk bevestigd te zien groter dan bij traditionele media. Mensen delen verhalen via sociale media vooral als die in hun wereldbeeld passen. 

Voor ongemakkelijke waarheden lijkt geen plaats, zo constateert Caitlin Dewey, die voor de Washington Post ruim anderhalf jaar een rubriek bijhield over alle onzinverhalen die via internet de ronde doen. Zij besloot eind 2015 het bijltje erbij neer te gooien. Er viel gewoonweg niet op te boksen tegen het mechanisme waarbij mensen veel waarde hechten aan onjuiste verhalen die hun vooroordelen bevestigen, schreef de gedesillusioneerde Dewey in haar laatste column.

Moord op president Kennedy

Maar leidt de alomaanwezigheid van complottheorieën op internet er ook werkelijk toe dat het aantal samenzweringsgelovigen toeneemt? Dat is maar zeer de vraag. 

Toegegeven, complotgeloof is vandaag de dag wijdverbreid. Maar dat is het altijd al geweest. Ook in het pre-internettijdperk raakte een meerderheid van de Amerikanen er al, ten onrechte, van overtuigd dat er bij de moord op president John F. Kennedy sprake was van een samenzwering. En dan is het geloof in een complot tegen Kennedy nog relatief ongevaarlijk. Dat valt bepaald niet te zeggen over alle samenzweringstheorieën die in de loop van de geschiedenis de ronde deden over minderheden zoals joden en homo's.

Ja, online heb je de mogelijkheid om je op te sluiten in je eigen filter bubble. Maar internet biedt ook ongekende mogelijkheden om in contact te komen met opvattingen en feiten waarmee je vroeger wellicht niet snel in aanraking kwam. Behalve voor het verspreiden van complottheorieën biedt internet ook ongekende mogelijkheden voor het debunken ervan.

Nazi-Duitsland

Eén van de mooiste voorbeelden daarvan vormt Popular Mechanics, dat tal van samenzweringstheorieën die op internet de ronde deden over 9/11 en het instorten van het World Trade Center onder de loep nam. De redactie maakte in het tijdschrift, in een boek en op haar website gehakt van de claims van complotdenkers. Voor iedereen die twijfelde over de toedracht van 9/11 werd daar het bewijs geleverd dat de samenzweringsverhalen onzin waren.

Wie iets wil ondernemen tegen het wijdverbreide geloof in samenzweringen doet er verstandig aan zich te richten op die twijfelaars. Die kunnen immers nog overtuigd worden – als je maar een goed verhaal hebt. Bij hardcore samenzweringsgelovigen is dat vrijwel onmogelijk. Die lieten zich ook al door het door Popular Mechanics bijeengebrachte onderzoek van de wijs brengen. 

‘Je zou denken dat in ieder geval een deel van de complotgemeenschap het zou kunnen waarderen dat een bekend tijdschrift een serieuze poging doet om antwoorden te geven op hun vragen. Maar dat is verkeerd gedacht’, aldus James B. Meigs, hoofdredacteur van Popular Mechanics, in het boek Debunking 9/11 Myths.

De complotgelovigen reageerden zoals fanatieke gelovigen vaker reageren op feiten die hun wereldbeeld op losse schroeven zetten: met een nieuwe verklaring waarbij Popular Mechanics opeens ook onderdeel bleek van de samenzwering. De redactie van het tijdschrift werd op complotsites al snel in verband gebracht met nazi-Duitsland. De hoofdredacteur had zich voor het karretje van de Israëlische Mossad laten spannen. En zijn blad was volgens samenzweringsgelovigen in feite een door de CIA in het leven geroepen mantelorganisatie – wat nog best knap is voor een tijdschrift dat bijna een halve eeuw eerder van start ging dan de Amerikaanse inlichtingendienst.

Het boek ‘Complotdenkers: Hoe gevaarlijk is het geloof in samenzweringstheorieën?’ (304 pagina’s, € 19,95) is nu te koop. Meer informatie over het boek vind je op de bijbehorende website.

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.