Inhoudsopgave
    

Vergeet de mini-jack, wanneer verdwijnt Lightning?
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 5 min

Apple onthulde deze week de iPhone 7, zonder de gewone koptelefooningang. Big deal, binnenkort weten we niet beter. Maar hoe zit het met Lightning, nu usb-c de nieuwe standaard wordt?

Volledig volgens alle verwachtingen presenteerde Apple op 7 september de iPhone 7 en 7 Plus, zonder koptelefooningang. Een hele overgang maar het moest er ooit van komen, zei Apple-marketingtopman Phil Schiller die 'courage' noemde als de reden voor het verwijderen van de ingang. Natuurlijk zit er meer achter: je kan telefoons dunner maken zonder de ronde ingang en intern neemt het poortje vergeleken met de alsmaar krimpende chips relatief veel kostbare ruimte in.

Maar over die koptelefoon-ingang hebben we al genoeg geschreven. Daar komen we wel overheen: over een paar jaar hebben alle smartphonemakers de aansluiting geschrapt, terwijl gebruikers massaal steeds betaalbaardere draadloze koptelefoons en oordopjes dragen. Een storm in een glas water zou ik het net niet willen noemen, maar het komt aardig in de buurt.

Eén kabel te veel

Nee, nu de iPhone zonder koptelefooningang eenmaal te koop is wil ik het graag hebben over Lightning en usb-c. Twee smalle, multifunctionele aansluitingen die alle andere jacks overbodig moeten maken. En voor wie net als ik een 12 inch MacBook en een iPhone meedraagt de enige twee aansluitingen die er toe doen. Maar Apple heeft wel een vreemde situatie gecreëerd met die twee aansluitingen. Zo kan je straks bijvoorbeeld de oordopjes die bij de iPhone 7 zitten niet in je MacBook steken. En je moet alsnog twee opladers en twee snoeren meenemen.

Dat was wel anders toen ik laatst de Samsung Galaxy Note 7 bij me had voor de review van het toestel. Net als andere recente Android-toestellen zoals de LG G5, OnePlus 3, Nexus 5X en 6P kon ik dat toestel gewoon opladen met het snoer van mijn MacBook. Koppelen aan mijn laptop voor het sneller overzetten van foto's kon met dezelfde kabel en maakt het niet uit welke kant je in welk apparaat steekt. Zo op papier lijkt dat misschien een kleinigheid maar geloof me: het is nu al een verademing, laat staan over een paar jaar als usb-c overal in zit en het werkelijk de enige kabel is die we nodig hebben.

Heilige graal

Na de onthulling van de iPhone 7 spraken we bekende tech-columnist David Pogue. Jarenlang schreef hij voor The New York Times, ondertussen zit hij onder meer bij Yahoo Tech. Pogue stapt ook vrij makkelijk over de ontbrekende koptelefoon-ingang heen, maar staat langer stil bij usb-c. "Ik ben 's werelds grootste fan van usb-c", zei Pogue tegen Bright-hoofdredacteur Erwin. "Je kan er mee opladen en er gaat audio, video en data doorheen, de plug is stevig en het maakt niet uit hoe je hem er in steekt: dit is de Jesus-plug", aldus Pogue. En de 12 inch MacBook was dan misschien wel één van de eerste apparaten met usb-c, ondertussen wordt de nieuwe standaard rap geïntegreerd in alle nieuwe Android- en Windows-apparaten.

"Het feit dat Apple nog vastzit aan de Lightning-aansluiting, wat eigenlijk precies hetzelfde is maar dan van Apple, doet me echt pijn", aldus Pogue. "Anders zouden we namelijk een tijdperk ingaan waarin ik op een vliegveld ben, mijn iPhone is bijna leeg, en dan zou ik de laptoplader van jouw Dell kunnen gebruiken om 'm op te laden. Dit zou de heilige graal kunnen zijn!"

Pogue merkt ook terecht op dat Apple zeker niet tegen usb-c is. Sterker nog: Apple was vrij nauw betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe standaard. De 12 inch MacBook had zonder de smalle usb-c-poort niet kunnen bestaan, en volgens geruchten worden de nieuwe MacBook Pro-modellen binnenkort ook voorzien van een dunnere behuizing met meerdere usb-c-poorten. En aangezien usb-c inmiddels ook Thunderbolt ondersteunt heb je dan werkelijk geen andere aansluiting meer nodig.

Hoopvolle toekomst

Pogue houdt echter hoop dat Apple in de toekomst 'het licht' misschien ziet en Lightning verwisselt voor usb-c. Het zou in ieder geval wel logisch zijn: als iets duidelijk is aan de ontwerpstrategie van Apple-designhoofd Jony Ive dan is dat wel less is more. Ive schrapt wat hij schrappen kan tot alleen het hoognodige overblijft. En als íets overbodig is dan is dat wel het meesjouwen van twee snoeren en twee laders waar ééntje zou volstaan, het ondersteunen van twee standaarden waar één standaard dé standaard aan het worden is.

De draadloze AirPods vlak na de onthulling in San Francisco op 7 september Bright.nl
De draadloze AirPods vlak na de onthulling in San Francisco op 7 september

Bovendien: als Apple inderdaad gelijk krijgt en we stappen met z'n allen over op draadloze koptelefoons, dan is die Lightning-poort niets meer dan een gat voor een laad- en datakabel. Dat kan dan net zo goed usb-c zijn, beter zelfs. Apple verdient nu nog een aardige duit aan de licentiekosten die makers van Lightning-gadgets moeten betalen, maar houdt dat stand als we grotendeels draadloos gaan? 

En Apple zou Apple niet zijn als het niet iets achter de hand zou hebben. De draadloze AirPod-oordopjes die Apple presenteerde gebruiken bluetooth, maar hebben ook een W1-chip. Die zorgt voor sneller koppelen en soepeler wisselen tussen verschillende Apple-apparaten. Het zal me niets verbazen als draadloze koptelefoons straks ook gewoon 'Made for iPhone' zijn.

Eén ding is zeker: als Apple voor usb-c gaat, kan het daar maar beter snel mee zijn. Anders zitten veel iPhone-gebruikers met een Lightning-koptelefoon waar ze een adapter voor moeten zoeken.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

Philips-topvrouw: data voor gezonder leven
Bram van Dijk
door Bram van Dijk
leestijd: 7 min

Liat Ben-Zur is bij Philips manager over het 'internet of things'. Ze was een opvallende verschijning op de grote techbeurs IFA in Berlijn. We spraken haar over haar werk, haar vuur én haar haar.

Tussen alle grijze bollen op de grootste techbeurs van Europa knalt de blauwe kuif van Philips' Head of Connected Digital Proposition eruit. Liat Ben-Zur (geboren: Israël, standplaats: Amsterdam) bepaalt de strategie van Philips als het gaat om met internet verbonden producten. Oftewel: ze is de kapitein Internet of Things (IoT). Philips presenteerde op de IFA verschillende nieuwe IoT-producten, voornamelijk in de gezondheidsindustrie. Een tandenborstel die je vertelt hoe je moet poetsen. Een app om de groei van je baby in de gaten te houden. Een platform om je gezondheid stap voor stap te verbeteren. Mooie beloftes, prima producten. Maar als Ben-Zur ze uitlegt, leven ze pas echt op. De IoT-topvrouw van Philips in vier thema's.

1 De kuif

Eerst komt haar kuif binnen en daarna zijzelf. Onder de kuif komt een lichtblauwe bril, daaronder een wijde lach, een blauw jasje en eveneens blauwe nette schoenen. Alles bij elkaar zou dit een clowneske vertoning kunnen zijn, maar bij Ben-Zur komt het weloverwogen en vastberaden over. "De kleur van mijn haar was inderdaad één van de voorwaarden om bij Philips te mogen werken" zegt ze. Ook al gaat het over bloedserieuze ziektevoorkomende gadgets en zorgplatforms; het hoeft niet altijd even serieus te zijn. Gelukkig maar.

2 Het Internet der Dingen

"Er is hier eigenlijk geen bedrijf dat niks met IoT laat zien", zegt Ben-Zur. Maar het is vooral om mee te pronken, vindt ze, om te laten zien wat voor gekkigheden nu weer aan het internet verbonden kunnen worden. "Met pratende koelkasten en weet ik het. Fantastisch voor geeks zoals ik, maar daar moet het niet stoppen."

Philips pakt het volgens haar anders aan. Achter elk nieuw product zitten jaren van ontwikkeling, inclusief samenwerkingen met vele medische professionals ("Ik ben ten slotte maar een technerd"). Vaak is er bij de lancering al een ziekenhuis of zorginstelling die direct met het product gaat werken. Dit zorgt er wel voor dat Philips trager is: het presenteert hier de slimme 'connected' tandenborstel, terwijl Oral-B er al twee jaar een op de markt heeft.

De koppen in de krant of op de techblogs halen ze er moeizaam mee en ook deze IFA zijn er vooral aanvullingen op al eerder ingezette paden. Het is nu bijvoorbeeld mogelijk om Hue-lampen te koppelen aan het babymonitoringplatform uGrow, zodat moeders tijdens het borstvoeding geven automatisch rustiger licht krijgen. Ontspanning zorgt namelijk voor een minder pijnlijke voeding. Klein bier, zo lijkt het, maar volgens Ben-Zur zit het geheim in kleine stapjes. "Het gaat niet over data, het gaat zelfs niet over de apparaten. Het gaat om wat we doen met deze data. 99,9 procent van de tijd zijn we niet in een ziekenhuis, maar toch is alleen dáár de monitoring."

Ze somt op: 80 procent van de chronische hart- en vaatziektes zijn te voorkomen met 'simpele lifestyle-verandering', 90 procent van diabetes type 2 en 50 procent van de kankers. "Als wij daar maar 10 procent van weg kunnen nemen: stel je dan eens voor hoeveel dat oplevert op de lange termijn."

Genoeg te winnen, dus. "Ik denk dat we daar echt het verschil gaan maken. Voor iedereen, niet alleen die 'techie early adopter'. Het grootste deel van de wereld weet nog niet eens hoe het 'IoT' moet spellen."

3 De drive

Bij elke zin die ze belangrijk vindt, hamert ze met de zijkant van haar vlakke hand op tafel. Zou het een taart zijn, dan was er voor elke IFA-bezoeker een stukje. Door dit vuur durf je bijna niet tegen haar in te gaan, omdat je vreest dat je de stemming verpest. Waar komt deze drive vandaan? "Wil je zeggen dat niet iedereen bij Philips zo gepassioneerd is als ik?" Ze zakt achterover en lacht weer. "Ik ben altijd zo, hoor, vraag maar aan de mensen hier op de vloer."

Maar het gaat verder dan aangeboren gretigheid. Zo'n drie jaar geleden werd de zoon van Ben-Zur veel te vroeg geboren. Ze kwam terecht in een spinnenweb van medische professionals en werd overladen met data waar ze niks mee kon. Op een gegeven moment werd haar fragiele zoon ontslagen uit het ziekenhuis. Op de SXSW in 2015 gaf ze daar een aangrijpende speech over: "In het ziekenhuis werd hij elk moment gemonitord en nu werd er van mij ineens verwacht dat ik het zelf kon doen." Ze downloadde elke app die er beschikbaar was voor kindmonitoring en probeerde alles in kaart te brengen. "Maar de dokters die wij bezochten konden helemaal niks met deze apps. Ze wisten niet eens hoe je een app kon downloaden."

Deze frustratie is nu nog steeds brandstof voor haar job; ze draagt het met zich mee op deze beursvloer en het beïnvloedde haar keuze om over te stappen van chipfabrikant Qualcomm naar Philips. "We zijn geen techbedrijf dat ineens gezondheidsproducten is gaan maken. Wij hebben een honderdjarige geschiedenis in de medische wereld. Maar we kennen ook het pad en de behoeftes van de consument en de behoeftes. Die moeten samen worden gebracht."

4 De toekomst

"Nu wacht je tot je ziek bent en dan ga je naar de dokter of naar het ziekenhuis. Daarna ga je weer naar huis en zie je pas weer een dokter als je weer ziek bent. Het is erg disconnected", zegt ze. Als het aan haar ligt, gaat het monitoren door in huiselijke sferen. "We willen de gezondheidszorg van reactief naar actief brengen." 

Hoe zou de toekomst volgens haar eruit zien met Philips als alleenmacht? "Ik denk niet dat één bedrijf ooit deze industrie zal overheersen. Het blijft altijd samen gaan met ziekenhuizen en medische professionals. Wat wij willen is dat consumenten echt controle kunnen nemen over hun eigen gezondheid."

Partijen kunnen zich aansluiten bij de gezondheidscloud van Philips. Een samenwerking met Ben-Zurs oud-werkgever Qualcomm is zojuist aangekondigd. Het grote doel: "Wij gaan het probleem met chronische ziektes aanpakken." Ze wijst naar haar Philips-horloge om haar pols. "Dit is geen fitnesstracker. Dit is een medisch instrument."

Auteur

Bram van Dijk (@ikbenbrampuntnl) blogt sinds 2011 voor Bright, voornamelijk over de overlap van kunst, cultuur en media met technologie. Ook houdt hij zich bezig met vinden en beschrijven van mooie spullen voor in de Bright Store. Daarnaast is hij uitbater van het kleinste theater van Amsterdam: het Torpedo Theater.

Worden we allemaal aluhoedjes door internet?
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 8 min

Internet zorgt ervoor dat complottheorieën zich sneller verspreiden. Maar zorgt internet er ook voor dat mensen ontvankelijker worden voor samenzweringsgeloof?

De aanslagen van 11 september zijn dit weekend 15 jaar geleden. 9/11 vormde niet alleen het startschot van de ‘oorlog tegen het terrorisme’; de terreuraanslagen die de Verenigde Staten die dag troffen, betekenden ook de doorbraak van de complottheorie op internet. De traumatische gebeurtenissen inspireerden hele volksstammen om jarenlang op online fora te discussiëren over de vraag wat er nou wérkelijk was gebeurd op die zonnige septemberochtend.

De ‘alternatieve’ theorieën die de ronde doen over de aanslagen in 2001 zijn even talrijk als divers: van nauwelijks serieus te nemen verhalen tot hypotheses die voor de leek nog helemaal niet zo gek klinken. Je hebt mensen die denken dat de aanslagen in scène werden gezet door de regering-Bush die op die manier de geesten rijp wilde maken voor de oorlogen in Afghanistan en Irak en de inperking van burgerrechten. En je hebt types die denken dat Israël er wat mee te maken had, want hoe kan het anders dat er bij de aanslagen geen joden om het leven kwamen?

Er zijn complotdenkers die ervan overtuigd zijn dat er helemaal geen passagiers aan boord waren van de vier vliegtuigen die op 11 september werden gekaapt. Er zijn er die denken dat de kapers nog gewoon in leven zijn. En dan zijn er ook nog de zelfbenoemde waarheidsvinders die menen dat er helemaal geen vliegtuigen het World Trade Center zijn binnengevlogen. Deze zogeheten no planers zijn ervan overtuigd dat de twee Boeings in werkelijkheid hologrammen waren die werden gegenereerd met behulp van een geheime technologie.

Grote echokamer

Internet, dat in de jaren voordat de Twin Towers instortten net in een ongekend tempo de wereld had veroverd, blijkt uitermate geschikt om samenzweringstheorieën te verspreiden. Nu is internet sowieso geschikt om allerlei informatie en ideeën razendsnel met de rest van de wereld te delen, maar voor complotdenkers biedt het web nog een paar extra voordelen die ze voorheen niet hadden.

Om te beginnen is internet het meest democratische medium in de geschiedenis: in tegenstelling tot bij de oude media zijn er online geen poortwachters die bepalen wat er wel en wat er niet wordt gepubliceerd of uitgezonden. Iedereen kan op internet uitgever worden. En zeker op complotdenkers, die in het pre-internettijdperk doorgaans stuitten op ongeïnteresseerde journalisten of op opinieredacteuren die hun lezersbrieven ongelezen weggooiden, heeft die mogelijkheid een vaak onweerstaanbare aantrekkingskracht.

Een tweede voordeel van internet is dat het een heel egalitair medium is. In theorie kan iedereen een website bouwen die flinke bezoekersaantallen trekt. Het is niet langer nodig om grote investeringen te doen – bijvoorbeeld in drukpersen of zendmasten. Zo kan het gebeuren dat de complotsite 911truth.org volgens Alexa aanmerkelijk beter wordt bezocht dan de site van de 9/11 Commission, de door de Amerikaanse overheid in het leven geroepen commissie die onderzoek deed naar de aanvallen van 11 september.

Internet stelt mensen daarnaast in staat om veel makkelijker dan voorheen in contact te komen met gelijkgestemden. Zeker voor wie er meningen op na houdt die afwijken van zijn omgeving is dat een uitkomst. Waar complotdenkers vroeger verveeld werden aangehoord als ze tijdens een verjaardag weer eens vertelden dat aids helemaal niet bestaat en eigenlijk een verzinsel is van de farmaceutische industrie, kunnen ze nu terecht op sites en fora waar anderen zitten die dezelfde mening zijn toegedaan.

Dergelijke sites en fora zijn tot slot ideaal om allerhande theorieën makkelijk te vinden en vervolgens weer verder te verspreiden. Het deel van internet waar complottheorieën worden behandeld, is een grote echokamer waar dezelfde verhalen steeds weer opnieuw verschijnen. Soms letterlijk gekopieerd (of vertaald) van een andere site, soms in een iets ander jasje dan daarvoor.

Het Pierre Salinger-syndroom

Via die echokamer belanden de complottheorieën vaak weer in de traditionele media. De eerste keer dat dat gebeurt is vijf jaar voor 9/11, in 1996, als een Boeing 747-100, die twaalf minuten daarvoor is opgestegen van JFK in New York, explodeert en in de Atlantische Oceaan stort.

Onderzoekers zullen later vaststellen dat de ramp, waarbij alle 230 inzittenden om het leven komen, is veroorzaakt door een explosie van een brandstoftank. De explosie is hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door kortsluiting. Op internet circuleren er echter al snel alternatieve verklaringen voor de ramp met TWA vlucht 800. De meest genoemde: het toestel zou zijn neergehaald met een raket, afgevuurd door de Amerikaanse marine. De overheid zou het incident echter onder de pet willen houden.

De internetcomplottheorieën over TWA-800 komen volop in de belangstelling te staan als Pierre Salinger, een voormalige televisiejournalist die ook als woordvoerder voor het Witte Huis heeft gewerkt, drie maanden na de ramp het verhaal verspreidt dat er inderdaad sprake is van een cover-up. Salinger, die met zijn aantijgingen onder meer CNN haalt, baseert zich daarbij op een document dat hij naar eigen zeggen heeft ontvangen van een Franse geheimagent.

In werkelijkheid heeft Salinger zijn (onjuiste) informatie echter gewoon van internet. De gewezen televisiejournalist moet zijn canard bekopen met een naar hem vernoemd syndroom. Mensen die aan het Pierre Salinger-syndroom lijden, geloven alles wat ze op internet lezen.

Pierre Salinger is allesbehalve uitzonderlijk. In mijn boek Complotdenkers betoog ik dat we allemaal van tijd tot tijd wel eens vallen voor de verleiding van de complottheorie. Mensen zijn voortdurend op zoek naar patronen in de wereld om ons heen. Om ons niet compleet te laten overweldigen door de complexe werkelijkheid, brengen we zaken met elkaar in verband die niets met elkaar te maken hebben en kennen we betekenis toe aan totaal willekeurige gebeurtenissen.

De charme van een goede samenzweringstheorie is dat zij, net als bijvoorbeeld het geloof in een God, een verklaring biedt voor ‘onverklaarbare zaken’. Complotdenken is een manier om om te gaan met ons slechte toevalsbesef.

‘De mensen hebben genoeg van deskundigen’ 

Volgens cultuurpessimisten leven we in een post-truth-tijdperk waarin de grenzen tussen feiten en onzin, waarheden en leugen en fictie en non-fictie langzaam verdwijnen. Autoriteiten zijn bij voorbaat verdacht. Of zoals de Britse conservatieve politicus Michael Gove het tijdens de campagne voor het referendum over een Brexit kernachtig formuleerde: ‘De mensen hebben genoeg van deskundigen.’ 

Dankzij internet en de versnippering van het medialandschap is het veel makkelijker geworden om ‘informatie’ te vinden die jouw blik op de werkelijkheid bevestigt. Online zijn de mogelijkheden om je eigen gelijk bevestigd te zien groter dan bij traditionele media. Mensen delen verhalen via sociale media vooral als die in hun wereldbeeld passen. 

Voor ongemakkelijke waarheden lijkt geen plaats, zo constateert Caitlin Dewey, die voor de Washington Post ruim anderhalf jaar een rubriek bijhield over alle onzinverhalen die via internet de ronde doen. Zij besloot eind 2015 het bijltje erbij neer te gooien. Er viel gewoonweg niet op te boksen tegen het mechanisme waarbij mensen veel waarde hechten aan onjuiste verhalen die hun vooroordelen bevestigen, schreef de gedesillusioneerde Dewey in haar laatste column.

Moord op president Kennedy

Maar leidt de alomaanwezigheid van complottheorieën op internet er ook werkelijk toe dat het aantal samenzweringsgelovigen toeneemt? Dat is maar zeer de vraag. 

Toegegeven, complotgeloof is vandaag de dag wijdverbreid. Maar dat is het altijd al geweest. Ook in het pre-internettijdperk raakte een meerderheid van de Amerikanen er al, ten onrechte, van overtuigd dat er bij de moord op president John F. Kennedy sprake was van een samenzwering. En dan is het geloof in een complot tegen Kennedy nog relatief ongevaarlijk. Dat valt bepaald niet te zeggen over alle samenzweringstheorieën die in de loop van de geschiedenis de ronde deden over minderheden zoals joden en homo's.

Ja, online heb je de mogelijkheid om je op te sluiten in je eigen filter bubble. Maar internet biedt ook ongekende mogelijkheden om in contact te komen met opvattingen en feiten waarmee je vroeger wellicht niet snel in aanraking kwam. Behalve voor het verspreiden van complottheorieën biedt internet ook ongekende mogelijkheden voor het debunken ervan.

Nazi-Duitsland

Eén van de mooiste voorbeelden daarvan vormt Popular Mechanics, dat tal van samenzweringstheorieën die op internet de ronde deden over 9/11 en het instorten van het World Trade Center onder de loep nam. De redactie maakte in het tijdschrift, in een boek en op haar website gehakt van de claims van complotdenkers. Voor iedereen die twijfelde over de toedracht van 9/11 werd daar het bewijs geleverd dat de samenzweringsverhalen onzin waren.

Wie iets wil ondernemen tegen het wijdverbreide geloof in samenzweringen doet er verstandig aan zich te richten op die twijfelaars. Die kunnen immers nog overtuigd worden – als je maar een goed verhaal hebt. Bij hardcore samenzweringsgelovigen is dat vrijwel onmogelijk. Die lieten zich ook al door het door Popular Mechanics bijeengebrachte onderzoek van de wijs brengen. 

‘Je zou denken dat in ieder geval een deel van de complotgemeenschap het zou kunnen waarderen dat een bekend tijdschrift een serieuze poging doet om antwoorden te geven op hun vragen. Maar dat is verkeerd gedacht’, aldus James B. Meigs, hoofdredacteur van Popular Mechanics, in het boek Debunking 9/11 Myths.

De complotgelovigen reageerden zoals fanatieke gelovigen vaker reageren op feiten die hun wereldbeeld op losse schroeven zetten: met een nieuwe verklaring waarbij Popular Mechanics opeens ook onderdeel bleek van de samenzwering. De redactie van het tijdschrift werd op complotsites al snel in verband gebracht met nazi-Duitsland. De hoofdredacteur had zich voor het karretje van de Israëlische Mossad laten spannen. En zijn blad was volgens samenzweringsgelovigen in feite een door de CIA in het leven geroepen mantelorganisatie – wat nog best knap is voor een tijdschrift dat bijna een halve eeuw eerder van start ging dan de Amerikaanse inlichtingendienst.

Het boek ‘Complotdenkers: Hoe gevaarlijk is het geloof in samenzweringstheorieën?’ (304 pagina’s, € 19,95) is nu te koop. Meer informatie over het boek vind je op de bijbehorende website.

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.

Zeven series waar wij ons op verheugen
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 8 min

De zomer is zo goed als voorbij, de dagen worden weer korter en dat betekent meer tijd om series te kijken. Wij zetten de tofste van dit najaar op een rijtje.

Westworld

Als HBO ergens een grote zak geld tegenaan gooit zijn onze oren al gespitst. Al helemaal als J.J. Abrams en Jonathan Nolan (broer van) hun naam er aan verbinden. Westworld is gebaseerd op het gelijknamige boek van Michael Chrichton, vooral bekend als de schrijver van Jurassic Park.

Ook Westworld draait om een nogal onorthodox pretpark, in dit geval eentje met een wildwest-thema. In Westworld kunnen rijke bezoekers hun vreemdste fantasieën uitleven tussen en op levensechte robots in een wild west-stadje in de woestijn. Die robots weten ook zelf niet dat ze net zo nep zijn als de wereld om hen hen, totdat ze daar onvermijdelijk wel achter komen tenminste. Westworld heeft een sterrencast met onder meer Antony Hopkins, Thandie Newton, Tessa Thompson en Ed Harris.
Westworld is vanaf 3 oktober te zien op HBO

Black Mirror seizoen 3

De eerste twee seizoenen van Black Mirror hielden de moderne kijker met al zijn technologische afhankelijkheid al een spiegel voor. Wie de serie nog niet kijkt: bekijk vooral de eerste twee seizoenen. Elke aflevering van zo’n drie kwartier staat op zichzelf, met zijn eigen sterrencast en werpt een even confronterende als vaak angstaanjagende blik op hoe we nu met technologie leven.

Ook seizoen 3 belooft weer afleveringen die een karikatuur maken van hoe we met sociale media omgaan, hoe we onze privacy te grabbel gooien of hoe we onze werkelijkheid naar de virtuele wereld verleggen. Dit keer niet drie maar zes afleveringen, en een cast met onder meer Bryce Dallas Howard, Gugu Mbatha-Raw, Mackenzie Davis, Alice Eve en Michael Kelly.
Black Mirror seizoen 3 staat vanaf 21 oktober op Netflix

Atlanta

Een semi-autobiografische drama-comedyserie van Donald Glover, onder meer bekend als Troy Barnes in Community en als rapper Childish Gambino. Glover schrijft, produceert en speelt de hoofdrol in de serie die zich afspeelt in zijn thuisstad Atlanta. We zien hoe het personage van Glover samen met zijn neef de hiphop-scene van de stad probeert te betreden.

Glover omschrijft de serie zelf als “Twin Peaks met rappers”. Glover ziet tv-series als de romans van onze tijd en wil met Atlanta een heel andere draai geven aan het genre van de opklimmende rapper. Clipmaker Hiro Murai vangt daarvoor de Amerikaanse stad in een dromerig licht, terwijl Glover zijn specifieke gevoel voor humor toevoegt aan het drama van een worstelende muzikant. Want vergeet niet: Glover maakte zijn entree in de entertainment-wereld als schrijver van 30 Rock, één van de beste comedyseries van de afgelopen tien jaar.
De eerste aflevering van Atlanta werd op 6 september uitgezonden op het Amerikaanse FX

Falling Water

Mr. Robot wordt in de VS uitgezonden door de zender USA. De serie is veel meer dan een simpele thriller rond een hacker en gaat in verschillende afleveringen flink de diepte van de psyche in. Nieuwe USA-serie Falling Water lijkt dat ook te doen, maar neemt dan de Inception-insteek.

‘We denken dat dromen van ons en ons alleen zijn. Wat als we dat fout hebben? Wat als iemand uit zijn droom kan lopen, en in die van jou?’ Met die omschrijving proberen de makers ons geïnteresseerd te maken in deze nieuwe scifi/mystery. Falling Water draait om drie mensen die ontdekken dat ze precies dezelfde droom hebben, en er achter moeten komen wat dat betekent.
Falling Water wordt vanaf 13 oktober uitgezonden op het Amerikaanse USA

Designated Survivor

Kiefer Sutherland speelt in deze serie eens niet de actieheld, maar een politicus die plots alle denkbare verantwoordelijkheid op zijn bordje krijgt. Dat zit zo: in de VS bestaat de regel dat een lid van het kabinet en daarmee iemand in de lijn van opvolging van het presidentschap tijdens belangrijke momenten veilig op een andere plek wordt gehouden. Mocht alles mis gaan wordt die persoon benoemd tot president van de VS.

Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer de president het Amerikaanse Congres toespreekt en alle leiders van het land op dezelfde plaats zijn. Zo begint Designated Survivor ook, met Sutherland in de rol van minister van Wonen. Na een gigantische aanslag is hij ineens president van het land, en moet hij de crisis in goede banen leiden. Natascha McElhone (Californication) speelt zijn vrouw.
Designated Survivor wordt vanaf 21 september uitgezonden op het Amerikaanse ABC

Timeless

Tijdreizen is één van de pilaren van science fiction en Timeless lijkt weer eens een leuke invalshoek te hebben gevonden. De Amerikaanse overheid heeft een tijdmachine ontwikkeld waar een crimineel vervolgens mee aan de haal gaat. Hij wil de Amerikaanse geschiedenis aanpassen en zo zorgen dat het land nooit ontstaat.

Aan geschiedenisprofessor, een soldaat en een wetenschapper is het de taak om met een tweede tijdmachine te voorkomen dat de plannen van de crimineel slagen. Timeless belooft tal van bekende momenten uit de Amerikaanse geschiedenis aan te doen en lijkt even spannend als grappig te worden.
Timeless wordt vanaf 3 oktober uitgezonden op het Amerikaanse NBC

Luke Cage

Marvel is zijn superhelden-imperium op tv in net zo’n rap tempo aan het uitbouwen als de afgelopen jaren op het witte doek. Luke Cage is alweer de derde Marvel-serie op Netflix, na Daredevil en Jessica Jones. Waar die twee series zich vooral afspelen in de buurt Hell’s Kitchen, zien we in Luke Cage de buurt Harlem. Wie Jessica Jones heeft gekeken kent Mike Colter’s Luke Cage al.

Cage zelf is na een vreemd experiment supersterk, en heeft een onbreekbare huid. Net als Matt Murdock en Jessica Jones moet ook Cage zijn weg vinden als nieuwbakken superheld, zowel geplaagd door zijn eigen verleden als door allerlei nieuwe dreigingen. De slechterik in Luke Cage wordt overigens gespeeld door Mahershala Ali, die we kennen Remy Danton uit House of Cards.
Luke Cage staat vanaf 30 september in zijn geheel op Netflix

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

Smartphone als laatste hoop voor cameramerken
Bastiaan Vroegop
door Bastiaan Vroegop
leestijd: 6 min

Het gaat slecht met traditionele camerafabrikanten. Zelfs vermaarde merken als Leica en Hasselblad gaan daarom nu samenwerken met smartphonemakers. Ze moeten wel.

Je hoeft enkel een kijkje te nemen op de bekende fotosite Flickr, om te zien dat zelfstandige camera's het lastig hebben. De top vijf met populairste camera's wordt volledig gevuld door smartphones - waarvan vier door Apple zijn gemaakt. Het grootste deel van de foto's op het internet lijkt inmiddels afkomstig van telefoons, in plaats van DSLR's of andere losse apparaatjes. 

In de tussentijd is het sociale netwerk Instagram groter dan ooit, met inmiddels een half miljard actieve gebruikers. Het sociale netwerk is toegepitst op het uploaden van smartphone-foto's, waardoor de populariteit van zelfstandige camera's nog meer in het geding lijkt te staan. 

In de lijst populairste cameramerken van Flickr staan wel een aantal gespecialiseerde bedrijven, maar bovenin staan voornamelijk de grootste namen: Canon en Nikon op de derde en vierde plaats, met Fujifilm en Panasonic die nog net de top 10 weten af te sluiten. Oude merknamen zoals Kodak, Hasselblad en Leica zijn ver naar beneden gedrukt door nieuwkomers Apple en Samsung - maar ook door GoPro. 

Hasselblad-module op een Lenovo-telefoon

Dat maakte de aankondiging van Lenovo eind augustus juist zo interessant. De computermaker zei toen samen met Hasselblad een camera te ontwikkelen - eentje die achterop de Moto Z-telefoon geklikt kan worden. Een smartphone en digitale camera in één. We hebben dit kekke cameraatje op de IFA-beurs in Berlijn geprobeerd. Hij beviel bij onze eerste impressies prima. Hij is net niet te lomp om in een broekzak te steken en maakt foto's die er goed uitzien. Al is het wel wat gek dat foto's voornamelijk in een vierkant worden gemaakt. Het zal geheid te maken hebben met de traditionele camera's van fabrikant Hasselblad, die al langer een wat hogere beeldverhouding gebruikten.

Het idee van de camera is ontzettend tof - vooral als je graag optische zoom op je telefoon wilt gebruiken. Dit is echter meer dan een gadget voor je telefoon: de telefoonmodule laat zien hoe kleinere cameramakers zich proberen te redden, nadat ze de boot hebben gemist bij de smartphone-revolutie de afgelopen tien jaar.

De Hasselblad-cameramodule voor de Moto Z-smartphone Bright.nl
De Hasselblad-cameramodule voor de Moto Z-smartphone

Niche

Hasselblad was vroeger één van de grote spelers op de cameramarkt. Fotografen die een echt grote sensor wilden, stapten naar het bedrijf. Het is om die reden dat het bedrijf dit jaar nog een 100 megapixelsensor in een camera stopte. Anno 2016 is Hasselblad echter een nichepartij geworden, omdat telefoons de markt domineren. Alleen professionals steken serieus geld in producten zoals die van Hasselblad, terwijl de fanatieke hobbyfotograaf het liever houdt bij een telefoon of groter en goedkoper merk. 

Een cameramodule voor een smartphone zou in deze situatie uitkomst kunnen bieden. Het is veel te laat voor Hasselblad om zelf een telefoon te ontwikkelen die het op kan nemen tegen Apple en Samsung, maar met een accessoire voor de Moto Z waagt het bedrijf wel een poging om fotografie-liefhebbers te bereiken die inmiddels ook vooral met hun smartphone foto's maken. De module is voor Hasselblad een manier om toch nog de telefoonmarkt binnen te stappen. 

De Huawei P9 met Leica-camera
De Huawei P9 met Leica-camera

Leica 

Het Duitse Leica koos eerder dit jaar voor een andere aanpak: het ontwikkelde de camera die in de nieuwe Huawei P9-smartphone zit. Het is een wat grotere stap dan Hasselblad maakte, omdat ieder verkocht exemplaar van deze Huawei-telefoon cameratechnologie van Leica bevat. Moto Z-bezitters moeten nog eens extra betalen voor hun Hasselblad-camera. 

Leica riskeert hiermee echter wel te worden getrivialiseerd. De cameramaker heeft immers geen 'eigen' product meer, maar levert enkel de technologie voor een telefoon. Daarmee is het nog maar één stap verwijderd van een simpele productierol, zoals bijvoorbeeld Sharp al biedt voor telefoononderdelen. Nu is het nog interessant dat je telefoon een Leica-camera heeft, maar hoe lang zal die merknaam nog waarde dragen?

De samenwerkingen met telefoonfabrikanten vormen voor deze twee illustere merken dan ook ietwat riskante stappen. Maar partijen als Apple en Samsung blijven de camera's in hun smartphones in zo'n rap tempo verbeteren, dan het logisch is dat Leica en Hasselblad toch hopen voet aan de grond te krijgen in de smartphonewereld. Ze proberen hun hachje te redden.

Auteur

Bastiaan Vroegop is freelance journalist. Hij schrijft veel over internet en games.

Video Vault: bio-hackers en drone-stunters
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 56 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

Motherboard gaat op bezoek bij Amal Graafstra. Hij is een pionier in de biohacking-scene en heeft al sinds 2000 testen uitgevoerd met RFID-chips in zijn lichaam. Telefoons en andere apparaten kunnen die implantaten vervolgens scannen om informatie over te dragen. Graafstra heeft iets nieuws bedacht, wat verder gaat dan RFID. Lees ook ons artikel over chip-implantaten van vorig jaar, waarvoor we Graafstra hebben gesproken.

Hij heet Carlos Puertolas, maar in de dronewereld kennen mensen hem als Charpu. De dronepiloot is één van de beste in zijn vak. In deze fraaie video van Wired zie je hoe hij met een drone door vervallen gebouwen raast. Vanuit zijn oogpunt lijkt het net een achtbaan zonder rails. Er kleven ook nadelen aan het uithalen van halsbrekende toeren met een drone, laat Charpu zien.

Jurassic Park was niet de eerste film die computer-effecten (CGI) gebruikte, toch staat hij bekend als één van die oudere films met computereffecten die nog steeds redelijk geloofwaardig zijn. Maar hoe komt dat eigenlijk? Deze video van YouTube-gebruiker 'kaptainkristian' legt uit hoe de film slim gebruikmaakte van stopmotion-technieken en CGI.

Er gaat bijna geen maand meer voorbij of er duikt weer een fraai staaltje fanfilm op in Star Wars-thema. Deze keer is de eer aan TK-436: A Stormtrooper Story. Dit is een korte film over een Imperial Stormtrooper die zijn verleden in de ogen moet kijken gedurende een grote veldslag. Opvallend zijn de overtuigende effecten. De korte film won de 2016 Filmmaker Select Award tijdens de Star Wars Celebration in Europa.

In 1995, toen de meeste mensen thuis nog niet eens internet hadden, opende Glenn McGinnis het @Café. Eén van de eerste horecazaken in New York waar bezoekers naar hartenlust konden internetten. 21 jaar later kijkt McGinnis in deze video van Vox terug op die periode. Hoe hij het @-teken aan iedereen moest uitleggen en waarom het café zijn deuren al snel weer moest sluiten. Maar voor even was zijn zaak het hipste internetcafé van de stad.

Voor elke sport zijn drugs te vinden waarvan je beter gaat presteren. Niet alleen in de atletiek of het wielrennen, ook in de e-sports, het professioneel gamen. In deze video zien we leden van Gankstars, een team dat deelneemt aan gamewedstrijden. Gankstars wordt gesponsord door Nootropics, een bedrijf dat pilletjes maakt waardoor de spelers beter worden in gamen. De ceo durft het ronduit steroïden te noemen.

'Iedereen kent het comicbook-lettertype', stelt de presentator van dit filmpje. Hoe komt het dat stripboeken zo'n herkenbaar lettertype hebben? Dit video-essay geeft antwoord op die vraag door terug te blikken op de geschiedenis van comics en dan met name de tekstballonnen. Het is heel interessant om te zien hoe (en om welke logische redenen) zo'n herkenbaar font is ontstaan.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.