Inhoudsopgave
    

Google als hardwarebedrijf: wordt alles nu anders?
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 6 min

Google presenteerde deze week zijn eerste echte eigen smartphone. Is de Pixel het omslagpunt en gaat Google nu voor het Apple-model? En waarom kiest 'het nieuwe Google' voor deze koers?

Android is uitgegroeid tot ’s werelds grootste besturingssysteem voor telefoons en tablets door de verdeling die Google tot nu toe maakte. Google ontwikkelt Android, partners maken telefoons in alle prijsklassen en mogen Android gratis gebruiken. De afgelopen jaren bracht Google zijn Nexus-toestellen uit, maar die werden voor relatief lage prijzen en in relatief kleine oplage verkocht. Volgens Google was Nexus vooral bedoeld als referentie voor andere Android-makers.

De Pixel en Pixel XL die Google dinsdag presenteerde zijn van een heel andere orde. Zo zijn het telefoons zonder compromis: de nieuwste chips, de beste camera’s, en een design dat behoorlijk aan de iPhone doet denken. Bovendien zijn de toestellen volledig door Google ontworpen. Ze worden door HTC geproduceerd, maar het Taiwanese bedrijf heeft verder geen hand in het ontwerp van het toestel. Dat was met de Nexus-toestellen wel anders. Toen maakten bedrijven als HTC, LG en Huawei voorstellen en koos Google daar een geschikte kandidaat uit, waar zowel de logo’s van Google als de fabrikant op prijkten.

Met de Pixel begeeft Google zich in het vaarwater van Apple, dat al sinds jaar en dag zowel zijn eigen software en hardware ontwikkelt. Daarmee zijn ook de schappelijke prijzen van de Nexus-lijn verleden tijd. De Pixel en Pixel XL zijn ongeveer even duur als nieuwe iPhones en Samsung Galaxy-toestellen, met prijzen van 759 tot ruim 1000 euro.

Reclame vs. hardware

Dat is misschien even slikken voor de Nexus-fan, maar daar lijkt Google met zijn Pixel niet per se op te mikken. Het is juist die Galaxy en iPhone-gebruiker die Google wil aantrekken; tijdens de presentatie van de Pixel viel het woord ‘Apple’ verschillende keren. De gemiddelde iPhone-gebruiker is winstgevender dan de gemiddelde Android-gebruiker. iOS-gebruikers geven 2,5 keer meer uit aan in-app-aankopen, en iOS-apps leveren gemiddeld 4 keer meer op dan dezelfde app op Android, schreef collega Merijn Doggen eerder deze week al.

Die aankopen zijn een behoorlijke vetpot voor Apple, dat dertig procent pakt op alle softwareverkopen op iOS. Tel daarbij op dat Apple ook nog eens heel aardig verdient aan elke verkochte iPhone en je begrijpt waarom dit model voor Google boeiend is.

Google verdient nog steeds vooral via reclames, maar ziet die markt de komende jaren mogelijk krimpen, juist door de richting die Android op gaat. Naast de Pixel was kunstmatige intelligentie Google Assistant tijdens Googles presentatie het paradepaardje. Maar als gebruikers steeds meer aan hun telefoon vragen en daarmee de zoekmachine omzeilen, zien ze ook Googles advertenties niet.

Bovendien verdient Google nu al relatief helemaal niet zoveel aan zijn advertenties op Android. Hoewel Android al jaren veel groter is dan iOS, waren Google-advertenties pas in 2015 voor het eerst winstgevender op Android dan op iOS, met een kleine marge. De verdiensten per reclame waren op iOS toen logischerwijs alsnog groter.

Waarom alles gratis doen?

Door nu een eigen premium-smartphone voor een premiumprijs op de markt te brengen, volgt Google op zijn eigen manier het Steve Jobs-credo "Skate to where the puck is going to be, not where it has been". En die puck gaat volgens Google naar telefoons en slimme speakers als Google Home, die steeds beter weten wat je gaat doen of wat je wil hebben en het zoekwerk wegnemen.

Dat trucje kan Google met zijn krachtige zoekalgoritmes en zelflerende AI als geen ander. Waarom zou je die technologie dan zomaar gratis met andere telefoonmakers delen, zeker als het ten koste gaat van de advertentie-inkomsten waar het Google met Android in de eerste plaats om te doen was? Dat doet Google dus ook niet. Google Assistant is alleen beschikbaar op de Pixels, niet op andere Android-toestellen. En dat is voor het eerst: tot nu toe was de onderscheidende factor van de Nexus-toetellen juist dat ze zonder opsmuk waren.

In elkaars vaarwater

Daarmee komt Google dus niet alleen in het vaarwater van Apple, maar zeker ook in dat van alle andere makers van Android-toestellen, met Samsung voorop. De Koreanen zijn al jaren 's werelds grootste smartphoneverkoper en behoorlijk afhankelijk van Android. Een ingewikkelde positie voor zowel Google als Samsung, en Google lijkt zich nu een beetje los te willen weken uit die situatie. Strikt genomen gaat Google met zijn nieuwe hardware-plannen dus meer de strijd aan met zijn Android-partners, dan met Apple.

Want het is niet voor het eerst dat Google head to head gaat met Apple. Tijdens Google I/O 2010 ging toenmalig Google-medewerker Vic Gundotra al los op Apple, dat volgens hem te gesloten was. Open was de enige weg zei Gundotra, toen in reactie op Apple dat weigerde Flash te ondersteunen. Inmiddels wordt Flash ook op Android al jaren niet meer ondersteund. Google concurreert al met Apple sinds Android bestaat, nu wordt die strijd alleen wat directer.

Grappig genoeg is Apple de laatste jaren een klein beetje opener geworden, en lijkt Google juist te kiezen voor een iets geslotener pad. De Nexus-lijn leverde niet het succes waar Google op hoopte, andere bedrijven maken zonder daarvoor te betalen goeie sier met het Android waar Google zo hard voor werkt.

Minder afhankelijk

Het ‘nieuwe Google’ kiest daarmee voor minder afhankelijkheid, en dat is de trend. Apple is al vrij onafhankelijk en Microsoft begon een paar jaar geleden al (met tot nu toe matig succes) met het maken van eigen hardware. Samsung lijkt zich op zijn beurt los te willen weken van Google; deze week kochten de Koreanen de slimme spraakassistent Viv, van hetzelfde bedrijf dat eerder al Siri aan Apple leverde. Ook heeft Samsung zijn eigen besturingssysteem Tizen achter de hand, al is het maar de vraag of het bedrijf Android durft in te ruilen voor dat systeem waar nauwelijks apps voor zijn. Android als kapstok voor uiteindelijk een eigen AI lijkt veel aannemelijker.

De trend is in ieder geval duidelijk: we gaan richting smartphones en hardware die steeds naadlozer samenwerken met hun software, en die kunstmatige intelligentie als onderscheidende factor gebruiken. Die omschrijving kun je prima op de Google Pixel plakken. Maar dus ook op de iPhone, op Windows met Cortana, op de plannen van Samsung en op de spraakhulp van Amazon.

Met deze zet zorgt Google ervoor dat het de boot niet mist naar die toekomstige markt. Misschien wordt de Pixel niet het verkoopsucces dat de toptoestellen van Apple en Samsung zijn, maar de toon is gezet: Google wil meer dan als ontwikkelaar van Android de tweede viool spelen. Pixel laat zich niet voor niets aanspreken met ‘Oké Google’.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

Ransomware als dienst: iedereen kan chanteren
Gijs Ettes
door Gijs Ettes
leestijd: 7 min

Eén van de favoriete wapens van cybercriminelen is ransomware, een digitale chantagemethode die steeds meer slachtoffers maakt. Zelfs zonder kennis van programmeren is ransomware te misbruiken.

Hoewel veel Nederlanders wel een slachtoffer kennen, weet minder dan de helft wat ransomware precies is, zo bleek onlangs uit het rapport 'Cybersecurity awareness en skills in Nederland' van Alert Online. Het ministerie van Veiligheid en Justitie gaf opdracht voor het onderzoek, dat pijnlijk duidelijk maakte hoe slecht het is gesteld met de 'cyberskills' van Nederlanders. Relatief eenvoudige termen als VPN en tweestapsverificatie zijn vaak onbekend en met updates en back-ups wordt laks omgesprongen. Een recent gelanceerde overheidscampagne moet daar verandering in brengen.

Niet alleen de Nederlandse overheid, maar ook Europol ziet ransomware als voornaamste cyberdreiging. De chantagemethode werkt met software die je computer blokkeert na het openen van een malafide e-mailbijlage of het bezoeken van een gekraakte website. Om de blokkade op te heffen dient losgeld ('ransom') betaald te worden, doorgaans in een lastig te traceren valuta als Bitcoin. Dit maakt het moeilijk om de identiteit van de criminelen - vaak lid van Russische of Oekraïense bendes - te achterhalen. Er bestaan verschillende varianten van ransomware, die de toegang tot je computer, je bestanden of beide ontzeggen. Is het losgeld betaald, dan is het nog maar de vraag of het systeem weer toegankelijk wordt.

Miljoenenbusiness

In Nederland maakt het zogenoemde politievirus sinds 2011 veel slachtoffers. De ransomware vergrendelt de computer en toont op basis van het ip-adres van de gebruiker een melding die afkomstig lijkt van het nationale politiekorps. De melding beschuldigt de gebruiker van het downloaden van kinderporno of andere illegale activiteiten en vraagt een boete voor het ontgrendelen van de computer. Het Cyber Threat Alliance, een samenwerkingsverband van acht verschillende beveiligingsbedrijven, ziet dat er honderden miljoenen euro's gemoeid zijn met ransomware-aanvallen. De schade neemt bovendien toe, nu aanvallen verfijnder worden en zich ook richten op het versleutelen van databases, back-ups en bestanden op netwerkschijven. Getroffen partijen moeten diep in de buidel tasten, waarbij de hoogte van het losgeld wordt bepaald aan de hand van het type en de grootte van de organisatie.

Waar het politievirus gemakkelijk is te verwijderen met behulp van een virusscanner, duiken er steeds vaker geavanceerde vormen van ransomware op die lastiger zijn te bestrijden. Ze kunnen complete order- of betaalsystemen platleggen, waardoor slachtoffers snel geneigd zijn om te betalen. In 2015 infecteerde alleen al de CryptoWall-ransomware meer dan 400.000 computers en werd circa 325 miljoen dollar losgeld binnengeharkt. De laatste maanden was CryptoWall minder succesvol, al staan varianten als Locky en Cerber klaar om het stokje over te pakken. In Nederland is vooral de publieke sector doelwit. Om de tien dagen maakt een ministerie, gemeente of andere overheidsinstantie wel melding van een aanval. Hoeveel schade ransomware-infecties in ons land precies aanrichten is onbekend. Wereldwijd wordt de financiële impact geschat op minimaal 75 miljard dollar per jaar.

Vrij verkrijgbare ransomware

Wie denkt dat ransomware-aanvallen zijn voorbehouden aan gespecialiseerde cybercrime-bendes, heeft het mis. Net als een DDoS-aanval, die een grote hoeveelheid verkeer naar bepaalde server stuurt met als doel deze plat te leggen, kan een ransomware-aanval relatief eenvoudig uitgevoerd worden. Een voorbeeld is de hidden tear-ransomware die is te vinden op softwarehostingdienst Github. Hidden tear was aanvankelijk bedoeld voor educatieve doeleinden, maar werd al snel opgepikt door belangstellenden met kwaad in de zin. Door de ransomware te laden op de computer van een slachtoffer, kunnen alle bestanden worden versleuteld middels sterke AES-encryptie. Tegelijkertijd wordt een tekstbestand op het bureaublad aangemaakt met instructies om de decryptiesleutel (tegen betaling) te bemachtigen. Hidden tear is volledig opensource, waardoor het probleemloos uitgeplozen en aangepast kan worden.

Hidden tear werd ontwikkeld door de Turkse beveiligingsexpert Utku Sen, die waarschijnlijk voorzag dat de ransomware ook voor minder onschuldige doeleinden gebruikt zou worden. Hij bouwde bewust een achterdeur in, waardoor het voor een gemiddelde computerexpert mogelijk zou zijn om de decryptiesleutel te bemachtigen en bestanden te herstellen. Toch maakte ransomware gebaseerd op hidden tear de afgelopen maanden veel slachtoffers. Zelfs met hulp van Sen kon gegijzelde data in sommige gevallen niet hersteld worden.

Kant-en-klaar

Voor het misbruiken van hidden tear is basiskennis van programmeren nodig, maar er zijn ook vormen van ransomware die je al het werk uit handen nemen. "Heb je een paar tientjes te besteden, dan kun je via een zwarte markt alle benodigdheden aanschaffen", aldus Victor Gevers van GDI.Foundation, een stichting gericht op het veiliger maken van het internet. Overdag is Gevers werkzaam als beveiligingsexpert bij de overheid, maar in zijn vrije tijd wijst hij als ethisch hacker organisaties op securitylekken.

Samen met Gevers gebruik ik de anonieme Tor browser om het dark web te bereiken, een geïsoleerd gedeelte van het internet waar je niet met een normale link in de adresbalk naartoe kan. Binnen vijf minuten neuzen we rond in de AlphaBay Market, een online marktplaats waar je terecht kunt voor illegale drugs, namaakspullen, juwelen en wapens. Er is ook een speciale categorie voor malware, waar we voor slechts 30 dollar onze eigen kant-en-klare ransomware vinden. De gebruikersbeoordelingen zijn positief en de beschrijving duidelijk: 'geen antivirus kan deze ransomware detecteren'. Bij het aanmaken van een account hoeven we geen e-mailadres op te geven en betalen kan in Bitcoin, waardoor we in principe volledig anoniem zijn.

70 euro is genoeg

De ransomware op AlphaBay Market is een voorbeeld van 'ransomware-as-a-service', dat in opkomst is. Minder technische criminelen kunnen software gebruiken die door anderen is gemaakt, met als voorwaarde dat de opbrengsten worden verdeeld. In de meeste gevallen krijg je een gebruiksvriendelijke interface tot je beschikking om de ransomware in te stellen en te volgen hoe het zit met het aantal infecties en het betaalde losgeld. 

De volgende stap in ons bescheiden onderzoek is het vinden van slachtoffers. Ransomware kan zich verspreiden via bijvoorbeeld usb-sticks en phishingmails, maar vaak wordt misbruik gemaakt van bedrijfssystemen met onbeveiligde remote desktop-software. Deze software maakt het mogelijk om een pc op afstand volledig over te nemen. Gevers: "Het is stuitend om te zien hoeveel systemen niet zijn beveiligd met een wachtwoord en firewall, waardoor ze vrij toegankelijk zijn voor de buitenwereld." 

Gevers laat zien hoe eenvoudig het is om met een tool genaamd Shodan te zoeken naar onbeveiligde computers en servers. Alleen al in Nederland zijn dat er duizenden, die je op afstand kunt overnemen door het ip-adres in te voeren in een remote access-app als VNC. "Is de gebruiker even weg van zijn computer, dan kun je zonder gepakt te worden je ransomware downloaden en zijn werk laten doen." Luie cybercriminelen die geen zin hebben om Shodan te gebruiken, kopen via AlphaBay Market voor slechts 50 dollar de ip-adressen van 100 remote servers. Ook als je geen scriptkennis hebt, kan je carrière als cybercrimineel dus voor een paar tientjes beginnen.

Dit kun je ertegen doen

Organisaties die gebruikmaken van remote desktop-software doen er op z'n minst goed aan te zorgen voor sterke beveiliging. En hoewel ransomware zich voornamelijk op bedrijven richt - daaraan valt immers meer te verdienen - loop je zeker ook als normale gebruiker gevaar. Werk je je systeem en antivirussoftware niet regelmatig bij en vergeet je ook het maken van back-ups, dan ben je een aantrekkelijke prooi. Vaak zijn dit soort stappen te automatiseren en het is aan te raden dat ook te doen. Met een goede back-up kun je je computer in het geval van problemen herstellen tot het punt vóór de infectie. Wees daarnaast kritisch op verdachte bijlagen in e-mails; vertrouw je het niet, vraag de afzender dan om opheldering of verwijder het bericht.

Ook met het downloaden van illegale software (via torrents of nieuwsgroepen) en het bezoeken van onbetrouwbare websites loop je risico. Moderne browsers als Chrome waarschuwen voor phishing en malware, maar ook hier geldt dat je regelmatig moet updaten om de beveiliging op peil te houden. Jezelf volledig beschermen tegen ransomware is onmogelijk, want soms worden zelfs betrouwbare websites gekraakt. Door bewustwording en het nemen van een aantal voorzorgsmaatregelen kun je de risico's wel beperken. Word je toch slachtoffer, doe dan aangifte bij de politie en schakel hulp in. Meer praktische beveiligingstips vind je op deze campagnepagina van de overheid.

Auteur

Gijs Ettes is freelance journalist met een focus op tech, innovatie en privacy. Houdt van functionele gadgets, Scandinavisch design en sterke koffie.

Playstation VR: wachten op het vuurwerk
Jan Meijroos
door Jan Meijroos
leestijd: 7 min

De PlayStation VR, vanaf 13 oktober te koop, kan VR-gaming eindelijk naar de massa brengen. Maar als Sony faalt, is dat slecht voor álle betrokken VR-partijen. Het is nog geen gelopen koers.

Virtual Reality komt langzaam maar zeker uit de mancaves naar de huiskamer. Toch blijft VR lastig te verkopen. Je moet een VR-headset op hebben om het fenomeen te snappen. Online trailers bekijken van VR-content is net zo onzinnig als een 4K-trailer bekijken op een gewone HD-tv. De voordelen en de ervaring gaan in beide gevallen volledig langs je heen. Met dit euvel kampen de drie bekendste aanbieders van VR op dit moment, maar toch heeft iedereen het erover. Want VR leeft.

Na eerdere releases van HTC Vive en Oculus Rift, is PlayStation VR de laatste van de drie, maar wel eentje waarvan waarschijnlijk de meeste exemplaren verkocht zullen worden. En dat terwijl de PSVR technisch het minst geavanceerd is. De Oculus Rift en de HTC Vive kennen beide een resolutie van 2160x1200 (1080x1200 per oog), tegen 1920x1080 (960x1080 per oog) van de PSVR. Het blikveld van Oculus en HTC is 110 graden, 10 graden meer dan die van de PSVR. Tenslotte is de PSVR hoofdzakelijk bedoeld als zittende (game)ervaring, terwijl de twee concurrenten beide zittend en staande ervaringen aanbieden, dankzij room scaling. VR zittend ervaren is al magisch, maar lopen door een virtuele ruimte is helemaal waanzinnig. En toch heeft PlayStation VR de meeste potentie om een verkoophit te worden. 

Waarom? Om te beginnen is de PSVR de goedkoopste. 399 euro tegenover 741 euro voor de Oculus Rift en 972 euro voor de HTC Vive. Daarnaast staan er momenteel meer dan 45 miljoen PlayStation 4-spelcomputers in huiskamers (en daar komen iedere week tienduizenden nieuwe bezitters bij). Al die PS4- bezitters zijn op papier potentiële PS VR-kopers. Wil je de HTC Vive of Oculus aanschaffen, dan zal je een stevige (lees: dure) pc nodig hebben. Oculus claimt dat je met een game-pc-tje van 500 euro VR-proof bent, maar vraag een beetje pc-gamer hiernaar en hij zal je in het gezicht uitlachen. 

Sony is overigens heel transparant in het beoogde koopgedrag van consumenten. "Mensen gaan geen PlayStation 4 aanschaffen voor de PlayStation VR, het zijn vooralsnog bestaande PlayStation-bezitters die onze headset in huis halen", zegt een medewerker van Sony PlayStation Benelux. 

Comfortabele Plug & Play 

Een ander belangrijke plus voor PSVR is plug & play. Het koste ons 8 minuten en 25 seconden om de PSVR uit te pakken én aan te sluiten. Er komt een extra processorkastje bij waar de HDMI-kabel van de PlayStation 4 in gaat (die normaliter in de tv zit), en uit datzelfde kastje komt een tweede HDMI-kabel die naar de tv-gaat. Het kastje sluit je aan op de PS4 met een USB-kabel, en met een stroomkabel in het stopcontact. De PS VR headset sluit je aan op het zwarte kastje en klaar ben je. Geen besturingssoftware installeren, het werkt meteen. Daarnaast is de PSVR van de drie verreweg de meest comfortabele. In plaats van dat de VR-headset als een skibril op je hoofd gedrukt wordt, hangt de headset als het ware voor je ogen. Ook met een bril op blijft de PSVR prima zitten. En design-wise mag de PSVR er met zijn witte finishing en blauwe lampjes tenslotte ook zijn. Laat dat maar aan de Japanners over.

De PSVR kent overigens wel een addertje onder het gras: je hebt een (losse) PlayStation-camera nodig, mocht je die nog niet hebben. Deze kost 59,99 euro. Zonder camera die de headset trackt, begin je niks. Daarnaast, maar dat is niet verplicht, zijn sommige PSVR-games het leukste om te spelen met Move-controllers. In London Heist (als onderdeel van VR Worlds) dien je het magazijn van een pistool bij te vullen tijdens een woeste achtervolging. Dat speelt 100x lekkerder met twee Move-controllers dan met een gewone PlayStation 4 controller. Heb je de 'Moves' nog liggen uit de tijd van de PlayStation 3 dan kun je deze draadloze controllers in een bundel van twee kopen voor 8 tientjes. Zo kost de PSVR bij elkaar toch nog 540 euro. Nog steeds flink goedkoper dan de concurrentie, maar toch. 

Maar waar is de killer app? 

Wat een veel groter probleem is voor PSVR, (en nóg meer voor HTC en Oculus) is het ontbreken van de killer app: die titel die iedereen moet én zal spelen. Die game waarvoor je speciaal een VR in huis haalt. Sony Benelux zegt hierover: 'PSVR is op zichzelf de killer app. Zet mensen die nog nooit VR hebben ervaren een PSVR op en ze vallen in sommige gevallen letterlijk van hun stoel van verbazing. De ervaring is zó anders, zó nieuw, dat is een sensatie op zichzelf'.

Mooie woorden, maar daar heeft de early adaptor, de PlayStation-fan van het eerste uur, weinig boodschap aan. Er zitten zeker een paar leuke en fraaie titels bij het PSVR-gameaanbod, maar er mist een universeel aansprekende game. Een titel die volksstammen verenigt, waar iedereen het over heeft. Het gegeven dat grote softwarereuzen als Electronic Arts, Activision en Square Enix zich vooralsnog beperken tot een enkel VR-leveltje binnen een bestaande, traditionele game, zoals bijvoorbeeld Call of Duty of Star Wars: Battlefront, geeft ook te denken. Zij kijken voorlopig de virtuele kat nog even uit de boom. De push moet dus hoofdzakelijk van Sony zelf komen. Het bedrijf kan als geen ander games in de markt zetten en de juiste partners erbij zoeken. Maar dan moet er in 2017 wel meer en betere VR-content verschijnen.

Playstation VR beste keuze, voorlopig

Is de PSVR aan te raden? Dat hangt ervan af. Voor mensen die hongerig zijn naar VR én al een PlayStation 4 hebben, is Sony's creatie de beste keuze. De Playstation VR is relatief betaalbaar, is zeer eenvoudig te installeren, neemt weinig ruimte in, en het is leuk en toegankelijk voor het hele gezin. Voor mensen die volledige spelervaringen verwachten die zich kunnen meten met traditionele videogames, is het verstandig nog even het geld in de knip te houden en te zien wat 2017 brengt.

"En VR voor de mobiel dan?" hoor ik je denken. "Dat wordt toch al massaal omarmd?" Tot op zekere hoogte wel ja. Iedereen heeft inmiddels een Google Cardboard op zijn neus gehad, maar bij heel veel mensen ligt dat ding alweer in een la stof te happen. Vergelijk VR op een telefoon als het kijken van een film of gamen op je mobiel: leuk voor eventjes tussendoor, maar niet te vergelijken met the real thing. Het echte vuurwerk moet van de grote jongens komen, met Sony en zijn PlayStation VR voorop. Maar dan moeten die killer VR-games niet te lang op zich blijven wachten.

Tot slot, onze drie favoriete PlayStation VR-titels bij de lancering:

PlayStation VR Worlds

PlayStation VR Worlds is een verzameling mini-games en ervaringen, en een prima startpunt voor de beginnende VR-gebruiker. VR Worlds laat goed zien wat er allemaal mogelijk is met VR, en is een gegarandeerde hit op feesten en partijen. Alleen het criminele avontuur van The London Heist zal op menigeen een diepe indruk achterlaten. 

RIGS: Mechanized Combat League

Voor de fanatieke gamers komt RIGS het dichts in de buurt van een traditionele spelervaring, alleen dan in VR. Let op, het is een titel die je met meerdere mensen moet spelen, en een combinatie van een schiet- en sportgame: spelers nemen plaats in een mechsuit en scoren punten wanneer ze door een ring springen. Je kunt echter pas scoren als je volledig bent opgeladen en dat doe je door power-ups te pakken en spelers van het andere team uit te schakelen. Snel, mooi en spectaculair.

Batman VR

Deze titel kost 19,99 euro en duurt maar een krappe anderhalf uur, maar wat is dit waanzinnig cool. Nooit eerder kwam je zo dicht bij de beleving van hoe het is om de iconische superheld te zijn. Iedereen die Batman VR op heeft gehad, gaat gegarandeerd voor de bijl. Twee tientjes is prijzig maar de ervaring is erg gaaf. Een must-have voor iedereen die ook maar iets met de beroemde vleermuisman heeft.

Auteur

Jan Meijroos (@janmeijroos) is een van de meest ervaren game-journalisten van Nederland. Hij schrijft onder meer voor Power Unlimited, Metro en Bright.nl.

Bacteriën zijn de nieuwe supertools
Arnoud Groot
door Arnoud Groot
leestijd: 7 min

Bacteriën associeer je vaak met ziekte en verderf. In de natuur vervullen deze minuscule levensvormen echter een essentiële rol. Wetenschappers leren nu hoe ze daar gebruik van kunnen maken om de brandstoffen en medicijnen van de toekomst te produceren.

Bacteriën hebben geen fijne reputatie. Het woord roept direct vervelende associaties op met het ziekenhuis, bedorven eten of een in een maandenlange lijdensweg veranderde droomvakantie. Bacteriën, daar wil je liever niets mee te maken hebben. Natuurlijk is dat schier onmogelijk. Al was het maar omdat voor elke cel in je lichaam ook tien bacteriën in te vinden zijn. Dat weten we dankzij grootschalig onderzoek door het Amerikaanse National Institute of Health (NIH). Het Human Microbiome Project, waar ruim 200 wetenschappers van bijna 80 verschillende universiteiten aan meewerkten, bracht de microkosmos van ons lichaam nauwkeurig in kaart.

Wat blijkt: ons lichaam wordt door zo'n 10.000 verschillende soorten bacteriën bewoond. Dat betekent dat een volwassene met een gezond lichaam van 90 kilo triljarden onzichtbare levensvormen met zich meedraagt, die een gezamenlijk gewicht van bijna 3 kilo kunnen bereiken. Belangrijke verzamelplek is ons spijsverteringsstelsel, waar bacteriën helpen om eiwitten, vetten en koolhydraten om te zetten in bruikbare voedingsstoffen. Dat dit bij verschillende mensen ook verschillende microbacteriële soorten zijn, is mogelijk een belangrijke reden waarom sommige mensen sneller ziek of dik worden dan anderen.

Chemische fabriekjes

Koppel aan die wetenschap de kennis dat miljarden andere bacteriesoorten hun onzichtbare invloed uitoefenen op de wereld buiten ons lichaam, en je begrijpt hoe waardevol deze levende chemische fabriekjes kunnen zijn. Steeds meer wetenschappers onderzoeken daarom hoe ze op constructieve manieren kunnen worden ingezet. Belangrijke aandachtspunten van deze biotech-sector zijn mogelijkheden om afval te verwerken, brandstoffen te produceren en nieuwe medicijnen te ontwikkelen. En soms gaan dat heel goed samen, zeker als de bacteriën een handje geholpen worden.

Met behulp van gentechnologie, waarmee het DNA van levende wezens kan worden aangepast, is het namelijk mogelijk bacteriesoorten subtiel te veranderen. Een van de meest opzienbarende wetenschappelijke doorbraken van 2015 was CRISPR, een 'genetische knip- en plakset' waarmee het DNA van levende cellen naar believen kan worden gemanipuleerd. Op deze manier produceerden onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) bijvoorbeeld microben die koolstofdioxide en andere giftige uitlaatgassen 'eten'. En alsof het nog niet genoeg is dat die beestjes op deze wijze grote hoeveelheden schadelijk broeikasgas onschadelijk maken, produceren ze in één moeite door ook nog een waardevolle biobrandstof.

Brandstof uit afval

Dat is goed nieuws voor iedereen. Maar vooral voor elektriciteitscentrales, staalfabrieken en andere bedrijven die steeds strengere milieu-eisen opgelegd krijgen. De onderzoekers testten de inmiddels gepatenteerde technologie het afgelopen jaar bij een staalfabriek in Shanghai, waar luchtverontreiniging inmiddels is uitgegroeid tot een plaag die jaarlijks duizenden slachtoffers eist. "Het gaat om een geïntegreerd systeem waar je uitlaatgas inbrengt en biodiesel uithaalt", aldus professor Gregory Stephanopoulos van het MIT. "Dat betekent dat je niet alleen brandstof uit afval produceert, maar ook de Co2-footprint van de fabriek kunnen verlagen."

Dat trucje is ook toepasbaar op veel andere afvalstoffen. Toyota heeft bijvoorbeeld een manier gevonden om hun nieuwste pilot car, de Mirai, op menselijke uitwerpselen te laten rijden. Met een paar tussenstapjes uiteraard. In de waterzuiveringsinstallatie van de stad Fukuoka filtert de Japanse autoproducent daartoe alle 'vaste' materie als voedingsbodem voor bacteriën. Het hierna geproduceerde gas wordt gemixt met 'verneveld' rioolwater. Zo ontstaat uiteindelijk het zeer schone en milieuvriendelijke waterstof: de brandstof waar de Mirai op rijdt. In Californië rijden er al tientallen rond, en kunnen ze in 20 tankstations terecht. Gezien de universele beschikbaarheid van de grondstof ziet Toyota de Mirai de komende jaren echter als een serieuze concurrent voor de elektrische auto.

Resistente bacteriën

Zo verrichten bacteriën dus een kunstje waar alchemisten al eeuwen geleden van droomden: ze veranderen lood in goud. Dat kan waardevolle brandstof zijn, maar bijvoorbeeld ook een levens reddend medicijn. Wellicht heb je recent al iets meegekregen van de opkomst van schadelijke bacteriën die resistent worden voor de huidige generatie antibiotica. En de horrorverhalen op van patiënten die daardoor levend worden opgegeten. Niet voor niets trok een onderzoek door twee Leidse onderzoekers vorig jaar de aandacht van de voltallige wetenschappelijke wereldpers. Daniel Rozen en Gilles van Wezel ontdekten namelijk dat bacteriën zelf ook antibiotica produceren in voortdurend voorkomende oorlogen tussen concurrerende bacteriestammen. Die stoffen worden straks ook ingezet om mensenlevens te redden.

Dat geldt ook voor de harakiri-achtige bacteriesoort die kankercellen van binnenuit kan vernietigen. De afgelopen jaren sleutelden MIT-professor Jeff Hasty met zijn team onderzoekers aan een salmonella bacterie die een stof produceert die de groei van tumoren afremt. Op zichzelf al een biotechnologisch kunststukje. Hasty ging echter nog een stap verder. De bacterie die hij met behulp van genetische manipulatie creëerde is namelijk in staat om midden in de zuurstofloze omgeving van een kankercel te groeien.

Levensreddende medicijnen

Dat is dus precies de plek die veel medicijnen maar heel moeilijk kunnen bereiken. Nadat de behandelend arts de bacterie injecteert in de tumor nestelt die zich in de kankercellen. Daar produceert het micro-organisme een eiwit dat de tumor van binnen uit aanvalt. Zo worden de schadelijke kankercelen vernietigd, maar blijven omliggende gezonde cellen gespaard. Bij experimenten op muizen, waarbij de inzet van de salmonellabacterie werd gecombineerd met lichte chemotherapie, leefden de behandelde proefdieren nu al vijftig procent langer.

Het kunnen manoeuvreren in het menselijk lichaam is al een wetenschappelijke wensdroom sinds in 1987 de science fiction film Innerspace uitkwam. Daarbij wordt hoofdrolspeler Dennis Quaid ingekrompen tot microbe, en geïnjecteerd in een niets vermoedende winkelbediende. Aangezien het inkrimpen van mensen voorlopig niet tot de wetenschappelijke mogelijkheden zal behoren, werken MIT-collega's van professor Hasty nu aan de productie van extreem kleine robots. Deze robotic bacteria moeten straks in staat zijn elk gewenst medicijn op elke plek in het lichaam af te leveren

Nederlandse vinding

Om de robots door het lichaam te verplaatsen maakt het team onder leiding van professor Alfredo Alexander-Katz gebruik van een deels Nederlandse vinding. De microscopische kleine metalen kraaltjes die door een magnetisch veld om elkaar heen gaan draaien - als een soort hightech buitenboordmotor - bezorgde de Nederlandse scheikundige Ben Feringa vorige week een Nobelprijs. Alexander-Katz gebruikt de micromotor om gouddeeltjes met medicijnen door het lichaam te manoeuvreren. Uit eerder onderzoek blijkt dat deze deeltjes vrijwel ongehinderd het membraam van menselijke cellen kunnen binnendringen. Zo veranderen wetenschappers dus niet alleen lood in goud, maar transformeren ze goud vervolgens ook in een medium voor levensreddende medicijnen.


Foto: Gwire

Auteur

Arnoud Groot (@Arnoud_Groot) is als onderzoeksjournalist en copywriter volledig gefocust op informatietechnologie en internet. Voor Bright publiceert hij regelmatig over big data, social media, online marketing, e-commerce en de innovatieve ondernemers die zich op dit speelveld begeven.

De zelfrijdende auto is ook zelfdenkend
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 7 min

Nu bepalen wij nog wat een auto doet, maar techbedrijven en automerken brengen daar verandering in. Supercomputers met AI verwerken straks de omgeving, zodat de zelfrijdende auto je zonder brokken van A naar B brengt.

Sinds enkele weken rijdt Uber rond met een zelfrijdende taxi in het Amerikaanse Pittsburgh. De testritjes worden willekeurig onder klanten verdeeld, die gratis mogen meerijden. Er is dan altijd iemand aanwezig die kan ingrijpen en nog iemand die aantekeningen maakt. Uber is verre van de enige die hiermee experimenteert. Bekend zijn onder meer de zelfrijdende auto van Google en de autopilot-functie van Tesla, die een deel van de autobesturing kan overnemen.

Voordelen van autonoom rijden zijn er vooral op het gebied van veiligheid. De Amerikaanse president Barack Obama liet zelfs in een statement vastleggen dat hij denkt dat ze jaarlijks 'in potentie tienduizenden levens kunnen redden'. De reden daarvoor is simpelweg dat de auto met behulp van radars en camera's meer zien dan mensen en dat een computer niet wordt afgeleid van zijn taak, namelijk mensen van A naar B brengen.

Supercomputer onder je motorkap

Ruim een week geleden was Nvidia's GPU Technology Conference in Amsterdam. Op een spandoek was te lezen: 'AI cars: The Future of Transportation.' Daar waren we bij. Nvidia staat onder meer bekend om zijn GPU's, de grafische kaarten waarmee je bijvoorbeeld games op de pc speelt. Maar de GPU wordt ook ingezet om de beelden die auto's met sensoren en camera's registreren te verwerken.

"Uiteindelijk gaan autonome voertuigen beter rijden dan mensen ooit kunnen", vertelt Danny Shapiro, die de auto-afdeling van Nvidia overziet. "Het is lastig om te bepalen wanneer ze goed genoeg worden bevonden om de weg op te gaan. Dat is aan de industrie en aan overheden. Vliegtuigen crashen ook nog steeds, maar ze zijn over het algemeen enorm veilig als vervoersmiddel. Het gaat erom dat we ongelukken zoveel mogelijk kunnen terugdringen." Zelfrijdende auto's zouden naast veiliger ook een oplossing kunnen zijn voor filevorming en milieuvervuiling. 

Maar een auto zelfstandig laten rijden is enorm complex. Met simulaties op de computer en testen op echte wegen worden zoveel mogelijk verkeerssituaties nagebootst, maar dat is niet genoeg. Een zelfrijdende auto in een bepaalde situatie moet in een fractie van een seconde, nog sneller dan een mens, bepalen wat hij moet doen. Daarvoor is een supercomputer nodig.

Nvidia's Drive PX2, hardware voor zelfrijdende auto's
Nvidia's Drive PX2, hardware voor zelfrijdende auto's

Kunstmatige intelligentie

Tijdens het Nvidia-evenement presenteerde ceo Jen-Hsun Huang de nieuwe AI-supercomputer Xavier, die ontwikkeld is voor gebruik in autonome voertuigen. De chip moet de Drive PX 2 opvolgen die het bedrijf begin dit jaar introduceerde. De Drive PX 2 is ongeveer even krachtig als de Xavier, maar die vreet meer energie en is duurder om te maken. De Xavier kan 20 biljoen berekeningen doen per seconde, waarmee hij slechts 20 watt verbruikt. Xavier moet het meesterbrein worden van de zelfrijdende auto.

Naast Nvidia zijn er meer grote spelers die hardwaresystemen maken voor autonome auto's. Zo werkt Qualcomm aan de Snapdragon 820A, een system-on-chip voor auto's die zijn oorsprong vindt in mobiele telefoons. Intel werkt samen met BMW en Mobileye aan een volledig zelfrijdende auto genaamd iNext. Mobileye is bekend als ontwikkelaar van de autopilotfunctie voor Tesla's en heeft verder samenwerkingsverbanden met General Motors, Volkswagen en Nissan. Daarnaast zijn er ook andere initiatieven, zoals startup Comma.ai met zijn Comma One. Dat kastje maakt niet-autonome auto's deels zelfrijdend. Volgens ceo George Hotz zou de oplossing ongeveer evengoed werken als Tesla's autopilotfunctie.

Een supercomputer met kunstmatige intelligentie moet het brein worden van een zelfrijdende auto, maar dit brein krijgt hulp van andere onderdelen om te kunnen 'zien'. Denk aan camera's die beelden registreren, maar ook radars die vastleggen of er objecten of voertuigen op jouw rijbaan zijn, op welke afstand en met welke snelheid ze rijden. Een lidar-sensor aan boord geeft de auto een nog beter beeld van zijn omgeving en detecteert objecten voor, naast en achter de auto. Met sensoren kan ook de locatie van de auto op de wereld worden bepaald.

Volvo-test in 2017

Volvo is één van de auto's die Nvidia's Drive PX 2 gebruikt voor de ontwikkeling van zelfrijdende auto's. In 2017 start de automaker een proef in het Zweedse Göteborg, waar honderd klanten gaan testen hoe de technologie werkt. De test vindt plaats op snelwegen. "Dat zijn de saaie stukken die je geautomatiseerd wilt zien", zegt Nederlander Erik Coelingh, senior technical leader van Volvo. De auto's zijn ontworpen rondom veiligheid. "Zelfrijdende auto's draaien uiteindelijk niet om technologie, maar om mensen."

Een mooi statement, maar hiervoor is natuurlijk wel technologie nodig. Aan boord van de auto's van Volvo zijn dan ook negen camera's te vinden, zeven radars, een lidar-laser voorop en ultrasonic sensoren. Als die zien dat er iets op jouw route gebeurt, dan reageert het systeem sneller dan een mens en remt hij bijvoorbeeld af. Werkt de automatische piloot van de auto niet, dan wordt de bestuurder gewaarschuwd om het roer over te nemen. Duurt dat te lang, dan parkeert de auto zichzelf veilig naast de weg.

Om zelfrijdende auto's te leren hoe ze op een openbare weg moeten rijden, wat de regels zijn en hoe ze zich moeten gedragen, wordt enorm veel geëxperimenteerd in virtuele omgevingen. Zelfs de gamewereld van Grand Theft Auto V wordt gebruikt als testomgeving, gewoon om te zien hoe de software allerlei dingen herkent. In een ideale wereld zou een auto zelf situaties begrijpen en daarom wordt deep learning ingezet. In onderstaande video van Nvidia zie je hoe de AI-auto BB8 leerde om tussen pionnen door te rijden en om over onverharde wegen te gaan.

Moral Machine

De hardware lijkt klaar om auto's zelfrijdend de weg op te laten gaan. De vraag is nog welke risico's er overblijven. Rijden de voertuigen nog in de regen? Wat gebeurt er als er computerproblemen zijn? Begrijpen ze het gedrag van mensen wel? Dan zijn er nog de ethische vraagstukken. Bij wie ligt de schuld als er ongelukken gebeuren, de eigenaar van de auto of de autofabrikant? 

Om de discussie op te voeren, heeft het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology (MIT) een website gemaakt met de naam Moral Machine waarop je lugubere keuzes moet maken. Wat als een zelfrijdende auto nog slechts twee keuzes heeft om uit te wijken als er ineens een groep kinderen de weg op rent, rijd je dan de jonge man links aan of de oude man rechts?

Screenshot van de site Moral Machine
Screenshot van de site Moral Machine

Uiteindelijk is het de bedoeling dat dit soort situaties helemaal niet voorkomen en dat de supercomputer hierop is ingespeeld. Danny Shapiro van Nvidia schetst het toekomstbeeld: "Op een gegeven moment hoeven we zelfs geen crashtests meer te doen, want er zijn geen crashes meer. We kunnen dan de gekste auto's gaan maken, met andere vormen en andere materialen."

Erik Coelingh van Volvo denkt dat de invoering van zelfrijdende auto's moet gebeuren met een geleidelijke uitrol van locaties. "Rond 2021 zijn er waarschijnlijk bepaalde wegen waar ze mogen rijden. Van daaruit zal het dan verder moeten groeien, maar het is gemakkelijker om op snelwegen te beginnen en daar later wegen binnen de bebouwde kom aan toe te voegen."

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.

Video Vault: Planet Unknown en Hubble
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 34 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

Planet Unknown is een korte sciencefiction animatiefilm over twee robotjes. Zij zoeken een planeet waarop leven mogelijk is. Dat blijkt nog niet zo’n kalme zoektocht als je misschien zou denken. In de korte film leef je mee met de robots, die wel iets weghebben van het bekende Pixar-robotje Wall-E. Erg mooi gemaakt.

In 1977 stuurde NASA twee Voyager-sondes naar de ruimte. Ze dragen gouden 12-inch platen bij zich waarop geluiden en afbeeldingen van de aarde staan, voor het geval ze door buitenaardse leven gevonden zouden worden. In Voyager, een korte film die 3D-animatie met stop-motion combineert, zie je hoe zo’n sonde terug op aarde landt. In een grauwe toekomst.

De korte film Dust werd in 2012 gefinancierd op Kickstarter, waar het ruim 100.000 dollar ophaalde dankzij meer dan duizend backers. Nu is de video online te bekijken voor iedereen. Dust is een mix van fantasy en scifi met inspiratie uit animé en horror. Het gaat over een man die buiten de maatschappij leeft en daar een belangrijk medicijn heeft gevonden. Dust is een rustige film in een dystopische wereld die met CGI tot leven is gewekt. De makers werkten in totaal negen jaar aan de short, maar het resultaat mag er zijn.

DIY-nerd Adam Savage (bekend van MythBusters) had weer eens een idee: een filmtheater dat vanuit de laadbak van een truck opgeblazen wordt. In deze video van bijna tien minuten zie je hoe de operatie vanuit Savage’s garage tot stand komt. Je zou bijna zin krijgen om te gaan kamperen met het eindresultaat. 

Is dit ’s werelds grootste dragrace? Volgens het Motor Trend Channel in elk geval wel. Deze fraaie video, die kwalitatief gezien niet onderdoet voor Top Gear, heeft schitterende auto’s, humor en een fraaie race. Welke van deze krachtpatsers zal er winnen?

In 1995 maakte de Hubble-ruimtetelescoop een iconische foto, waarop sterren en sterrenstelsels te zien zijn. De foto toont stelsels die al 12 miljard jaar oud zijn en die enorm ver van de aarde af staan. Vox maakte een mooi filmpje over de telescoop en hoe de foto tot stand kwam, maar laat je ook weer eens inzien hoe nietig we eigenlijk zijn als mensen in het heelal.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.