Inhoudsopgave
    

Wanneer eten we vlees uit het lab?
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 8 min

Hoelang duurt het nog voor we vlees kunnen eten waarvoor geen dieren hoeven te worden geslacht?

Onze vleesconsumptie kent tal van nadelen. Dierenwelzijn heeft doorgaans niet de hoogste prioriteit in de veeteelt. Alles is er immers op gericht om de dieren zo snel en goedkoop mogelijk klaar te maken voor de slacht. En op die slacht valt ook nog wel wat aan te merken, zoals recent nog bleek toen er beelden naar buiten kwamen van medewerkers uit het grootste Belgische abattoir die bepaald niet zachtzinnig omgingen met de varkens die daar werden binnengebracht. 

Om het vee te voeden, is bovendien veel ruimte nodig. Een koe eet bijvoorbeeld zeven keer zoveel als hij uiteindelijk aan vlees oplevert. Het gevolg is dat 70 procent van alle landbouwgrond wereldwijd nu wordt gebruikt om voedsel te verbouwen bestemd voor de veeteelt. Als iedereen morgen vegetariër zou worden, konden we stoppen met het kappen van het regenwoud en hoefden we ons voorlopig ook geen zorgen meer te maken over de vraag hoe we de groeiende wereldbevolking kunnen voeden.

Klimaatverandering

Tot slot leveren de dieren die we houden voor de vleesconsumptie een belangrijke bijdrage aan de klimaatverandering. Zo komt er bij het houden van vee CO2 en N20 (lachgas) vrij. Herkauwers, zoals koeien en schapen, produceren methaan (CH4): een broeikasgas dat ongeveer 25 keer zo sterk is als CO2. De bijdrage die de veehouderij levert aan de opwarming van de aarde, wordt geschat op 14 tot 18 procent van het totaal.

Alle reden dus om minder vlees te eten. Maar in plaats daarvan neemt de vleesconsumptie juist toe - met dank aan de wereldwijde bevolkingsgroei en de gestegen welvaart. Vlees is niet alleen lekker, maar voor veel mensen, zeker in opkomende economieën als China en India, ook een statussymbool.

Wat nou als het zou lukken om in het laboratorium vlees te maken dat net zo smaakt als vlees van een geslacht dier? Winston Churchill droomde er al in de jaren dertig van. “Op een dag zullen we ontsnappen aan de absurditeit dat we een complete kip moeten produceren om een kippenborst of kippenvleugel te kunnen eten”, voorspelde de Britse staatsman.

Burger van 250.000 euro

Het zou echter tot deze eeuw duren voor de ontwikkeling van 'reageerbuisvlees' serieus van start ging. In Nederland. In augustus 2013 maakte de wereld kennis met de eerste kweekvleesburger. Made in Maastricht. Tijdens een bijeenkomst in Londen, die werd bijgewoond door meer dan 200 journalisten, presenteerde de hoogleraar vasculaire fysiologie Mark Post van de Universiteit van Maastricht een in het laboratorium gemaakte hamburger die ter plekke werd gebakken.

Het idee achter de kweekvleesburger van Post, die voor zijn onderzoek financiële steun kreeg van Google-oprichter Sergey Brin, is simpel. Elke spier bevat stamcellen die je in het laboratorium kunt vermenigvuldigen. De aldus opgekweekte cellen laat je vervolgens een nieuwe spier vormen.

Zo simpel als de theorie is, zo kostbaar is de praktijk. De hamburger die in Londen werd gepresenteerd, kostte een kwart miljoen euro. En dat voor een burger die niet eens zo heel bijzonder smaakte, volgens de mensen die hem proefden. 

Bloed van ongeboren kalveren

Eén van die mensen was Peter Verstrate, met wie Post het bedrijf Mosa Meat oprichtte. “De bite was oké, maar verder was het een heel neutraal product. Er zat geen leven in”, vertelt Verstrate aan de telefoon. “De hamburger in Londen bestond alleen uit spiervezels”, legt hij uit. “Om het te laten smaken als een echte hamburger moet er ook nog vet en myoglobine bij.” Dat laatste is een eiwit dat ervoor zorgt dat het vlees zijn kenmerkende metalige smaak krijgt.

Het toevoegen van het vet en de myoglobine zijn maar een paar van de obstakels die Mosa Meat nog moet overwinnen. Een andere is dat de vleescellen nu nog worden opgekweekt met een combinatie van suikers, aminozuren, mineralen en het bloed van ongeboren kalveren. En dat laatste is niet de echt de diervriendelijke oplossing waarop je zou hopen, erkent Verstrate. “Eén van de onderzoeksstromen is dat we bezig zijn een voor ons doel geschikte, plantaardige vervanger voor dat foetaal kalfsserum te vinden.” Verstrate heeft goede hoop dat dergelijke ‘technische’ problemen allemaal kunnen worden opgelost. “We zijn al een heel eind op streek. We weten aan welke knoppen we moeten draaien.”

De volgende uitdaging is om het petrischaalvlees op grote schaal en tegen een redelijke prijs te produceren. Verstrate verwacht dat dat binnen afzienbare termijn gaat lukken. “Als je bereid bent om wat meer te betalen dan in de supermarkt denk ik dat je onze hamburger over vier jaar op je bord kunt hebben.” Verstrate verwacht dat de prijs daarna snel kan dalen. Uiteindelijk moet het product ook op prijs met een ‘gewone’ burger kunnen concurreren. “De voeding voor de cellen bepaalt de prijs. Als we de productie van die voeding voldoende kunnen opschalen, moet dat lukken.”

'Onnatuurlijk Frankenstein-food'

Voor het kweekvlees op ons bord belandt, moet wel eerst de wetgever nog even groen licht geven. “Dat is een dure procedure bij de Europese Unie die nog minstens anderhalf jaar duurt”, zegt Verstrate.

En dan is er nog de consument. Wil die eigenlijk wel vlees uit het lab? “Uit onderzoek in verschillende landen blijkt dat ongeveer de helft van de mensen het wel wil proberen. Soms iets meer, soms iets minder. Tien tot twintig procent moet er niet aan denken, omdat ze het onnatuurlijk Frankenstein-food vinden.” 

“Het interessante is wel dat de bereidheid om het eens te proberen toeneemt als je mensen meer vertelt over de achtergronden van kweekvlees”, aldus Verstrate. “De huidige vleesproductie is natuurlijk niet echt jofel.”

Concurrentie

Mosa Meat heeft ondertussen de nodige concurrentie gekregen. Met name Super Meat uit Israël en Memphis Meats uit de VS timmeren aan de weg. Dat laatste bedrijf introduceerde in 2016 een ‘schone’ gehaktbal en lanceerde vorige maand kippen- en eendenvlees dat afkomstig was uit het lab.

Verstrate maakt zich er geen zorgen om. “De vleesmarkt is zo immens. Er gaat jaarlijks duizend miljard euro in om. Er is dus ruimte voor tientallen producenten van kweekvlees, al hebben we natuurlijk wel de ambitie om de eerste te zijn.” Dat zal nog een flinke race worden, want net als Mosa Meat heeft Memphis Meats zich ten doel gesteld om zijn diervriendelijk vlees vanaf 2021 te gaan verkopen. Maar ook daar geldt dat eerst de productiecapaciteit omhoog en de prijs omlaag moet.

Replace, rebuild of reroute

In de tussentijd moeten we het nog even doen met de traditionele vleesvervangers. Of met de burger van Impossible Foods. Dat bedrijf uit Silicon Valley haalde 180 miljoen dollar op bij investeerders, waaronder Bill Gates en Google Ventures.

“Als je een alternatief voor vlees wilt maken, kun je kiezen uit: replace, rebuild of reroute”, zegt Verstrate. “Wij doen dat laatste. Met ‘replace’ kom je terecht bij de vegetarische sojaburgers. En wat Impossible Foods doet is ‘rebuild’. Zij ontleden een product op moleculair niveau en bouwen het vervolgens van de grond af aan weer op.”

Op die manier heeft Impossible Foods een veganistische burger ontworpen die net zo smaakt en bloedt als een burger afkomstig van het vlees van een koe – inclusief de metalige smaak. “De reviews zijn zeer enthousiast”, weet Verstrate. “Als er al opmerkingen zijn betreffen die de textuur van het product.”

Ook bij Impossible Foods is grootschalige productie nog een probleem. Vooralsnog is de plantenburger van het bedrijf alleen te koop bij hippe restaurants in New York City, San Francisco en Los Angeles. Maar hij ís in ieder geval te koop. En daar moeten we bij de vleesproducten van Mosa Meat en Memphis Meats op zijn minst nog een paar jaar op wachten. 

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.