Inhoudsopgave
    

Wanneer eten we vlees uit het lab?
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 8 min

Hoelang duurt het nog voor we vlees kunnen eten waarvoor geen dieren hoeven te worden geslacht?

Onze vleesconsumptie kent tal van nadelen. Dierenwelzijn heeft doorgaans niet de hoogste prioriteit in de veeteelt. Alles is er immers op gericht om de dieren zo snel en goedkoop mogelijk klaar te maken voor de slacht. En op die slacht valt ook nog wel wat aan te merken, zoals recent nog bleek toen er beelden naar buiten kwamen van medewerkers uit het grootste Belgische abattoir die bepaald niet zachtzinnig omgingen met de varkens die daar werden binnengebracht. 

Om het vee te voeden, is bovendien veel ruimte nodig. Een koe eet bijvoorbeeld zeven keer zoveel als hij uiteindelijk aan vlees oplevert. Het gevolg is dat 70 procent van alle landbouwgrond wereldwijd nu wordt gebruikt om voedsel te verbouwen bestemd voor de veeteelt. Als iedereen morgen vegetariër zou worden, konden we stoppen met het kappen van het regenwoud en hoefden we ons voorlopig ook geen zorgen meer te maken over de vraag hoe we de groeiende wereldbevolking kunnen voeden.

Klimaatverandering

Tot slot leveren de dieren die we houden voor de vleesconsumptie een belangrijke bijdrage aan de klimaatverandering. Zo komt er bij het houden van vee CO2 en N20 (lachgas) vrij. Herkauwers, zoals koeien en schapen, produceren methaan (CH4): een broeikasgas dat ongeveer 25 keer zo sterk is als CO2. De bijdrage die de veehouderij levert aan de opwarming van de aarde, wordt geschat op 14 tot 18 procent van het totaal.

Alle reden dus om minder vlees te eten. Maar in plaats daarvan neemt de vleesconsumptie juist toe - met dank aan de wereldwijde bevolkingsgroei en de gestegen welvaart. Vlees is niet alleen lekker, maar voor veel mensen, zeker in opkomende economieën als China en India, ook een statussymbool.

Wat nou als het zou lukken om in het laboratorium vlees te maken dat net zo smaakt als vlees van een geslacht dier? Winston Churchill droomde er al in de jaren dertig van. “Op een dag zullen we ontsnappen aan de absurditeit dat we een complete kip moeten produceren om een kippenborst of kippenvleugel te kunnen eten”, voorspelde de Britse staatsman.

Burger van 250.000 euro

Het zou echter tot deze eeuw duren voor de ontwikkeling van 'reageerbuisvlees' serieus van start ging. In Nederland. In augustus 2013 maakte de wereld kennis met de eerste kweekvleesburger. Made in Maastricht. Tijdens een bijeenkomst in Londen, die werd bijgewoond door meer dan 200 journalisten, presenteerde de hoogleraar vasculaire fysiologie Mark Post van de Universiteit van Maastricht een in het laboratorium gemaakte hamburger die ter plekke werd gebakken.

Het idee achter de kweekvleesburger van Post, die voor zijn onderzoek financiële steun kreeg van Google-oprichter Sergey Brin, is simpel. Elke spier bevat stamcellen die je in het laboratorium kunt vermenigvuldigen. De aldus opgekweekte cellen laat je vervolgens een nieuwe spier vormen.

Zo simpel als de theorie is, zo kostbaar is de praktijk. De hamburger die in Londen werd gepresenteerd, kostte een kwart miljoen euro. En dat voor een burger die niet eens zo heel bijzonder smaakte, volgens de mensen die hem proefden. 

Bloed van ongeboren kalveren

Eén van die mensen was Peter Verstrate, met wie Post het bedrijf Mosa Meat oprichtte. “De bite was oké, maar verder was het een heel neutraal product. Er zat geen leven in”, vertelt Verstrate aan de telefoon. “De hamburger in Londen bestond alleen uit spiervezels”, legt hij uit. “Om het te laten smaken als een echte hamburger moet er ook nog vet en myoglobine bij.” Dat laatste is een eiwit dat ervoor zorgt dat het vlees zijn kenmerkende metalige smaak krijgt.

Het toevoegen van het vet en de myoglobine zijn maar een paar van de obstakels die Mosa Meat nog moet overwinnen. Een andere is dat de vleescellen nu nog worden opgekweekt met een combinatie van suikers, aminozuren, mineralen en het bloed van ongeboren kalveren. En dat laatste is niet de echt de diervriendelijke oplossing waarop je zou hopen, erkent Verstrate. “Eén van de onderzoeksstromen is dat we bezig zijn een voor ons doel geschikte, plantaardige vervanger voor dat foetaal kalfsserum te vinden.” Verstrate heeft goede hoop dat dergelijke ‘technische’ problemen allemaal kunnen worden opgelost. “We zijn al een heel eind op streek. We weten aan welke knoppen we moeten draaien.”

De volgende uitdaging is om het petrischaalvlees op grote schaal en tegen een redelijke prijs te produceren. Verstrate verwacht dat dat binnen afzienbare termijn gaat lukken. “Als je bereid bent om wat meer te betalen dan in de supermarkt denk ik dat je onze hamburger over vier jaar op je bord kunt hebben.” Verstrate verwacht dat de prijs daarna snel kan dalen. Uiteindelijk moet het product ook op prijs met een ‘gewone’ burger kunnen concurreren. “De voeding voor de cellen bepaalt de prijs. Als we de productie van die voeding voldoende kunnen opschalen, moet dat lukken.”

'Onnatuurlijk Frankenstein-food'

Voor het kweekvlees op ons bord belandt, moet wel eerst de wetgever nog even groen licht geven. “Dat is een dure procedure bij de Europese Unie die nog minstens anderhalf jaar duurt”, zegt Verstrate.

En dan is er nog de consument. Wil die eigenlijk wel vlees uit het lab? “Uit onderzoek in verschillende landen blijkt dat ongeveer de helft van de mensen het wel wil proberen. Soms iets meer, soms iets minder. Tien tot twintig procent moet er niet aan denken, omdat ze het onnatuurlijk Frankenstein-food vinden.” 

“Het interessante is wel dat de bereidheid om het eens te proberen toeneemt als je mensen meer vertelt over de achtergronden van kweekvlees”, aldus Verstrate. “De huidige vleesproductie is natuurlijk niet echt jofel.”

Concurrentie

Mosa Meat heeft ondertussen de nodige concurrentie gekregen. Met name Super Meat uit Israël en Memphis Meats uit de VS timmeren aan de weg. Dat laatste bedrijf introduceerde in 2016 een ‘schone’ gehaktbal en lanceerde vorige maand kippen- en eendenvlees dat afkomstig was uit het lab.

Verstrate maakt zich er geen zorgen om. “De vleesmarkt is zo immens. Er gaat jaarlijks duizend miljard euro in om. Er is dus ruimte voor tientallen producenten van kweekvlees, al hebben we natuurlijk wel de ambitie om de eerste te zijn.” Dat zal nog een flinke race worden, want net als Mosa Meat heeft Memphis Meats zich ten doel gesteld om zijn diervriendelijk vlees vanaf 2021 te gaan verkopen. Maar ook daar geldt dat eerst de productiecapaciteit omhoog en de prijs omlaag moet.

Replace, rebuild of reroute

In de tussentijd moeten we het nog even doen met de traditionele vleesvervangers. Of met de burger van Impossible Foods. Dat bedrijf uit Silicon Valley haalde 180 miljoen dollar op bij investeerders, waaronder Bill Gates en Google Ventures.

“Als je een alternatief voor vlees wilt maken, kun je kiezen uit: replace, rebuild of reroute”, zegt Verstrate. “Wij doen dat laatste. Met ‘replace’ kom je terecht bij de vegetarische sojaburgers. En wat Impossible Foods doet is ‘rebuild’. Zij ontleden een product op moleculair niveau en bouwen het vervolgens van de grond af aan weer op.”

Op die manier heeft Impossible Foods een veganistische burger ontworpen die net zo smaakt en bloedt als een burger afkomstig van het vlees van een koe – inclusief de metalige smaak. “De reviews zijn zeer enthousiast”, weet Verstrate. “Als er al opmerkingen zijn betreffen die de textuur van het product.”

Ook bij Impossible Foods is grootschalige productie nog een probleem. Vooralsnog is de plantenburger van het bedrijf alleen te koop bij hippe restaurants in New York City, San Francisco en Los Angeles. Maar hij ís in ieder geval te koop. En daar moeten we bij de vleesproducten van Mosa Meat en Memphis Meats op zijn minst nog een paar jaar op wachten. 

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.

Bitcoin-battle: riskante opsplitsing dreigt
Niels van Groningen
door Niels van Groningen
leestijd: 7 min

Een grote interne strijd over de toekomst van bitcoin dreigt te ontsporen in chaos en verlies van bitcoins. Niels van Groningen van bitcoinwisselkantoor Bitonic maakt zich grote zorgen.

Gaat de Bitcoin aan zijn eigen succes ten onder? De wisselkoers van Bitcoin bereikte de afgelopen maand een absoluut hoogtepunt. Het revolutionaire systeem waarbij zonder tussenpersoon betalingen worden gedaan via internet, puur op basis van cryptografische principes, bestaat inmiddels ruim 8 jaar en vertegenwoordigt een totale marktwaarde van 20 miljard dollar. 

De duizenden deelnemers wereldwijd aan het netwerk waarop Bitcoin draait, houden decentraal een grootboek bij dat alle geldige transacties van Bitcoin bevat, de zogenaamde Blockchain. De deelnemers moeten het daarbij eens zijn over de regels waaraan geldige transacties moeten voldoen: die consensus is essentieel.

Toch lijkt het erop dat Bitcoin nu een uitdaging te wachten staat die het misschien nooit meer teboven komt. Er is onder de deelnemers een groot meningsverschil ontstaan over hoe om te gaan met de toegenomen activiteit op het netwerk. Het opschalen van het peer-to-peer-transactienetwerk om de groeiende gebruikersaantallen te kunnen blijven bedienen, kent geen eenvoudige oplossingen. Gewoon meer servers inzetten, zoals bij gecentraliseerde systemen (Google, Facebook etc.) normaal is, is bij Bitcoin niet mogelijk.

Grote ruzie die toekomst bitcoin bepaalt

Het hele netwerk moet meeschalen en draagt dus ook de last van eventuele capaciteitsvergrotingen. Een grote groep deelnemers aan het bitcoinnetwerk stelt een omstreden oplossing voor, waarover geen compromis met de overige deelnemers lijkt te kunnen worden bereikt. Maar als hierover geen consensus wordt bereikt, zou dit kunnen leiden tot een splitsing in het netwerk; een zogenaamde hard fork. Dit betekent dat er twee verschillende versies van de Blockchain naast elkaar gaan bestaan.

Wij bij Bitonic, het grootste Nederlandse Bitcoin-wisselkantoor, maken ons grote zorgen. De hard fork die zich nu dreigt voor te doen is zeer onvoorspelbaar en gevaarlijk en kan leiden tot verlies van bitcoins van onze klanten.

De partijen in het conflict over het opschalen zijn grofweg in twee kampen te verdelen. Ten eerste Bitcoin Core. Deze groep ontwikkelaars is gevormd uit de mensen die het stokje van de mysterieuze Bitcoin-schepper Satoshi Nakamoto hebben overgenomen en de taak op zich hebben genomen om de Bitcoin-software verder te ontwikkelen en te verbeteren. Bitcoin Core bestaat vooral uit academici en getalenteerde it'ers.

Niels van Groningen, mede-oprichter Bitconic
Niels van Groningen, mede-oprichter Bitconic

De strijdende partijen

Volgens Bitcoin Core is het van het grootste belang om de veiligheid van het systeem en de daarvoor essentiële consensus te waarborgen. Daarbij past een conservatieve strategie van opschalen waarbij eerst technische verbeteringen gezocht worden binnen de bestaande regels. Zo'n verbetering is het Lightning Network; software die in een laag bovenop Bitcoin in principe vrijwel onbeperkt gratis transacties biedt zonder veiligheid in te leveren.

Maar voor deze heilige graal van schaalbaarheid is wel de medewerking van Bitcoin-miners nodig. Miners binnen Bitcoin zijn een speciale groep gebruikers die enorme rekenkracht bijdragen om zo de blokken te vinden die de Blockchain vormen. Gebruikers betalen om hun transacties door de miners in het grootboek opgenomen te laten worden.

Bitcoin Unlimited is het tweede kamp. Deze groep heeft de software van Core gekopieerd en aangepast. De grootste verandering bestaat uit het opschorten van de strikte limieten, waarmee Bitcoin zélf kan schalen in plaats van via een extra systeem erbovenop zoals Core voorstelt. Bitcoin Unlimited wil dat de regels die de limieten van het grootboek dicteren, en daarmee het aantal transacties dat verwerkt kan worden, via een simpele instelling door de individuele gebruikers is aan te passen. Dit is vooral relevant voor Bitcoin-miners, die hiermee meer te zeggen krijgen over het netwerk. Niet geheel ontoevallig wordt het voorstel van Bitcoin Unlimited vooral vanuit miners gesteund.

Er zijn eerder versies van Bitcoin gemaakt met het doel om een vergroting van de capaciteit te forceren. Deze zijn allemaal vrij snel mislukt en vergeten. Het is zeer moeilijk gebleken te concurreren met het ontwikkelteam van Core. Het vertrouwen in de kwaliteit van de software is uiteindelijk waar de waarde van de Bitcoin vandaan komt. Slechte software betekent namelijk dat je onherroepelijk geld kan verliezen.

De problemen van Unlimited

Bitcoin Unlimited introduceert de mogelijkheid voor gebruikers en vooral miners om de grootte van blokken zelf dynamisch in te stellen. Het is alleen totaal onduidelijk hoe de consensus onder deze voorwaarden gewaarborgd blijft. Unlimited zelf spreekt van Emergent Consensus, de gebruikers van Bitcoin zouden als een zwerm vogels vanzelf de juiste richting volgen. Volgens ons een heel gevaarlijk idee. Hierdoor kunnen namelijk aan de lopende band splitsingen in het Bitcoinnetwerk ontstaan. Voor ons als Bitcoinbedrijf zou het bijhouden van de laatste geldige chain veel extra technische inspanning en middelen kosten.

Zelfs wanneer de consensus wonderbaarlijk in stand zou blijven, doemt er een volgend probleem op: onvoorspelbare groei van de Blockchain. De blokgrootte kan in een kwestie van dagen verhonderdvoudigen. Voor ons bedrijf kan de continuïteit van onze systemen niet garanderen wanneer elk moment zonder waarschuwing vooraf een enorme piek in belasting van systemen optreedt. Ook de validatietijd kan exponentieel groeien waardoor we niet tijdig onze klanten veilig kunnen bedienen.

Waarom zou men dan toch overstappen naar Bitcoin Unlimited? In ieder geval niet vanwege de technische verbeteringen. De variabelen die de blokgrootte moeten gaan bepalen, zijn niet of slecht getest en de risico's op consensusproblemen zijn groot. Bovendien stapelt team Unlimited fout op fout. Het is meerdere keren mogelijk geweest om op afstand de software van Unlimited te laten crashen. Dit tot groot ongenoegen van hun ontwikkelaars, die de broncode van volgende versies daarna afsloot voor pottenkijkers - toch wel een afgang in de wereld van open-source.

Gaat Bitcoin zich echt opsplitsen?

Ondanks alles lijkt het er op dat steeds meer miners en gebruikers overstappen op Unlimited, volgens sommigen zelfs al 40 procent van de miners. De kans op een splitsing is daarmee opeens een echte mogelijkheid geworden, al weet niemand precies hoe en wanneer precies. Het is ook nog steeds niet duidelijk of het Unlimited wel echt te doen is om een splitsing of dat ze vooral meer zeggenschap eisen van het conservatieve Core. De chaos die met een hard fork gepaard gaat, zal voor beide kanten van het conflict namelijk desastreus zijn. Wij als Bitcoinbedrijf hopen zeer dat het niet zo ver zal komen. Om onszelf en onze klanten te beschermen hebben wij in ieder geval alvast technische voorbereidingen getroffen en het draaiboek ligt klaar.

Zeker nu het vertrouwen in banken een nieuw dieptepunt heeft bereikt en consumentenspaarrentes beneden het nulpunt dreigen te dalen, gelooft Bitonic onverminderd in de toekomst van Bitcoin.

Dit artikel verscheen eerder op RTLZ.nl

Auteur

Niels van Groningen is co-founder van Bitonic

Ghost in the Shell is lege huls
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 7 min

De verfilming van de geliefde anime-classic Ghost in the Shell oogt fraai en kijkt soepel weg, maar weet geen moment echt te overtuigen.

Bij boekverfilmingen, remakes of andere heruitgaven van bestaande verhalen lonkt het om het bronmateriaal erbij te pakken. In het geval van Ghost in the Shell zijn dat een manga-reeks, tv-series en een aantal animefilms, met als bekendste de Ghost in the Shell-film uit 1995.

De live-actionversie van 2017 bevat veel van de personages uit die reeks, en ook de cyberpunk-sfeer uit de animatiefilm is met een Japanse stad vol jaren-80-voertuigen, veel neon en kleurrijke hologrammen volop aanwezig. Toch is het echt een nieuw verhaal, dat elementen uit vorige verhalen gebruikt om hoofdpersonage The Major op een andere manier neer te zetten.

De titel van de film slaat op hoofdpersoon The Major, vertolkt door Scarlett Johansson. Een elitesoldaat met een menselijk brein in een robotlichaam; de Ghost in the Shell. Anders dan in de manga en de vorige films is The Major in deze live-actionfilm redelijk uniek. Hoewel vrijwel alle mensen met behoorlijke cyborg-aanpassingen rondlopen, gaat het bij niemand zo ver als bij The Major. Ze is de eerste van haar soort.

Niet origineel

De vraag wat die mens-machine-mix haar precies maakt, is ook direct de drijfveer van het personage van Johansson. Haar eliteteam Section 9 komt een agressieve hacker op het spoor, met existentiële vragen en schietpartijen in typische cyberpunk-kroegen en straten tot gevolg.

Die gevechten worden redelijk spectaculair in beeld gebracht, met heel soms het gevoel van een anime, maar verrassen toch nergens. Met veel slow motion doet regisseur Rupert Sanders (verder enkel bekend van Snow White and the Huntsman) niets wat je al niet eerder hebt gezien. Cinematografie die de kijker in verwante scifi-films als The Matrix en Blade Runner de actie en het verhaal in sleepten, voelen hier leeg en bedacht aan.

Datzelfde is te zeggen over het verhaal van Ghost in the Shell. Ooit was de verkenning van de verhouding tussen mens en machine een boeiende noviteit. Maar bijvoorbeeld die andere scifi-film met Johansson, Her, en series als Humans en Westworld durfden het brede publiek de laatste jaren stukken dieper de materie in te trekken zonder wollig te worden. Ghost in the Shell blijft in vergelijking veel meer op de oppervlakte, en dat zorgt ervoor dat het plot niet erg origineel voelt en al snel te ontrafelen is.

Vooral mooi

Dat alles maakt van Ghost in the Shell vooral een visueel aantrekkelijke maar verhalend magere film. De personages Batou (Pilou Asbæk) en Chief Aramaki (Takeshi Kitano) hebben de vertaling van anime naar live-action het best overleefd, met overtuigende en bij vlagen grappige ondersteunende rollen.

Helaas is hetzelfde niet over The Major te zeggen, die door Johansson maar vlakjes wordt neerzet. Johansson heeft haar uitstekende acteertalent duidelijk in toom moeten houden voor deze rol, waar haar menselijkheid pas tegen het einde van de film echt door haar cyborgmasker heen komt.

Gemiste kansen

Een gevolg van de insteek van de film, die vooral een origin-story vertelt. Na twee uur film heeft regisseur Sanders zijn personages en hun verhoudingen en emoties pas echt waar hij ze hebben wil, net wanneer het tijd is voor de aftiteling. Zonde, want aan prima art-direction ontbreekt het niet in deze film: de cyberpunk-stad vormt een toneel dat een pakkender spel had verdiend.

Tijdens de film wordt verschillende keren het belang van de ziel aangestipt: niet het lichaam, zelfs niet herinneringen, maar de ziel maakt de mens wie hij is. Hoewel The Major die ziel uiteindelijk weet te vinden, is Ghost in the Shell toch vooral een zielloos tafereel.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen, is vaste blogger bij Bright en is nu eindredacteur van Bright Ideas. Daarnaast is hij werkzaam voor NUtech. Houdt van alles met een batterij er in of stekker er aan.

De Google-hackers die internet veiliger maken
Daniël Verlaan
door Daniël Verlaan
leestijd: 7 min

De hackers van de geheimzinnige Google-afdeling Project Zero zijn op een missie om internet veiliger te maken.

Androids en iPhones die te hacken zijn via de wifi-chip. Je LastPass-account dat wachtwoorden lekt. Of een lek bij Cloudflare waardoor miljoenen logins op straat lagen. Het zijn ernstige kwetsbaarheden die effect hebben op honderden miljoenen mensen. Eén ding hebben ze gemeen: ze zijn ontdekt door hackers van Googles Project Zero.

Google richtte de Project Zero-divisie in juli 2014 op. De naam is afgeleid van zeroday, de term die wordt gebruikt voor een nog niet bekende kwetsbaarheid. Zerodays zijn gewild door inlichtingendiensten en cybercriminelen, die deze lekken misbruiken om in te breken in onder andere laptops en smartphones.

Google hoopt met Project Zero zoveel mogelijk van deze zeroday-lekken op te sporen en te dichten. "Mensen moeten het internet kunnen gebruiken zonder bang te zijn dat hun privacy wordt geruïneerd door een verkeerde website te bezoeken", zei de voormalig Project Zero-baas Chris Evans in 2014 tegen Wired.

Openbare database

Hoeveel medewerkers er inmiddels in Project Zero-team zitten, weten we niet. Google reageerde niet op een verzoek om commentaar. Maar, een van die medewerkers is Gal Beniamini, de onderzoeker die het kwetsbaarheid in de wifi-chip van miljoenen smartphones ontdekte. Hij werkte voordat hij bij Project Zero aan de slag ging bij het Israëlische cyberleger.

Bekendere namen zijn de Nieuw-Zeelandse Ben Hawkes, die kwetsbaarheden in Flash en Office ontdekte, en de Britse Tavis Ormandy, die onder andere LastPass de laatste maanden flink onder de loep nam. Door Ormandy's bevindingen is één van de populairste wachtwoordbeheerders veel veiliger geworden.

Ook de Britse Project Zero-hacker Ian Beer is geen onbekende in de cybersecuritywereld: hij heeft een reeks kwetsbaarheden in onder andere iOS en OS X gevonden. En met succes: de gemiddelde update voor iOS dicht een reeks lekken die door Project Zero-onderzoekers zijn ontdekt. Alle kwetsbaarheden die door Project Zero zijn ontdekt worden in een openbare database bijgehouden. De kwetsbaarheid wordt pas gepubliceerd als deze is verholpen of als een bedrijf na negentig dagen nog steeds geen fix heeft uitgebracht.

Vooral altruïstisch

De vraag dringt op: waarom betaalt Google flinke salarissen om fouten in andermans hard- en software te vinden? Volgens Evans is het idee achter Project Zero 'vooral altruïstisch', maar Google heeft er indirect ook profijt van. Mensen die zich veilig voelen tijdens het surfen zijn sneller geneigd om op advertenties te klikken en lang te browsen. Ergo: meer geld voor Google.

Daarnaast werkt Google regelmatig met hard- en software van andere partijen. Neem bijvoorbeeld de wifi-chip in Android-telefoons. Het is natuurlijk niet handig om alleen de beveiliging van Android te verbeteren als een aanvaller ook via de wifi-chip het Android-systeem kan hacken.

NSA hackte Gmail

Het is niet geheel toevallig dat Project Zero een jaar na de NSA-onthullingen door Edward Snowden is opgericht. Daarin kwam Google regelmatig voor. Volgens de door Edward Snowden gelekte documenten had de NSA ingebroken bij Google om de communicatie van Gmail-gebruikers te lezen.

Brandon Downey, één van Googles techneuten die het netwerk veilig houdt, schreef destijds een welgemeende 'fuck deze gasten' op zijn Google+ pagina: "Terwijl ik dit eigenlijk verwachtte, maakt het me nog steeds enorm verdrietig." Die 'fuck deze gasten'-mentaliteit is mogelijk ook een reden waarom Google zijn Project Zero-divisie is gestart. "Googles beveiligingsteam is boos over de surveillance door de NSA", zei de Amerikaanse privacyonderzoeker Chris Soghoian tegen Wired. "En daar proberen ze nu iets aan te doen."

Zoveel mogelijk zerodays ontdekken

Omdat onze apparaten steeds beter worden beveiligd, worden kwetsbaarheden aan elkaar gekoppeld om een apparaat over te nemen. De Google-hackers richten zich voornamelijk op dit soort hacks die zerodays aan elkaar koppelen.

Stel: je wilt de iPhone hacken. Dan kan dat bijvoorbeeld via een malafide webpagina. Daarvoor moet je wel eerst een gat in de Safari-browser vinden dat je kunt misbruiken, om via de browser toegang te krijgen tot de smartphone. Dicht het gat en de aanvalsmethode werkt niet meer.

Dat is het doel van Project Zero: het internet en jouw apparaten veiliger maken door zoveel mogelijk zerodays te ontdekken. En ze zijn goed op weg.

Auteur

Daniël Verlaan (@danielverlaan) is techredacteur bij RTL Z en Bright. Houdt van de middeleeuwen en terabytes. Fietst heel snel korte afstanden. En is in het echt (en op Twitter) véél knapper.