Inhoudsopgave
    

Waarom wint Dutch Design?
Ingeborg van Lieshout
door Ingeborg van Lieshout
leestijd: 8 min

Ook dit jaar ging een Milan Design Award, uitgereikt op ’s werelds belangrijkste designbeurs, mee naar Nederland. Waarom smult men zo van Dutch Design?

De Meubelbeurs in Milaan is het jaarlijkse evenement waar te zien is wat er komende jaren in de winkels staat. Door de aanwezigheid van de internationale pers pakken jonge ontwerpers zonder productielijn maar met vernieuwende ideeën de kans om ook hun werk aan de wereld te presenteren. Zo is de Salone del Mobile een mooie showcase voor wat er in de toekomst te verwachten valt op het gebied van design, vormgeving en interieur.

Je zag een grote lege hal in een afgelegen industriegebied met middenin een pallet met vellen papier. Daaromheen een grote cirkel met bureaustoelen, tafels, metalen archiefkasten en prullenbakjes, alles in een monochrome grijstint. Oersaai meubilair, en dat was precies de bedoeling van de Boring Collection. Al snel bekroop je het beklemmende gevoel van een kantoorvloer waar de dag voorbij kruipt en de koffieronde nog niet komt. En welke activiteit is in deze debiteuren-crediteuren-achtig setting het meest cliché? Proppen in de prullenbak gooien natuurlijk! Zeven dagen lang kwamen bezoekers van de Salone del Mobile in Milaan - inclusief designhotemetoten en ceo's van grote concerns - speciaal naar deze godvergeten plek om proppen in prullenbakken te gooien. Het was al gauw een grote, fijne bende.

Anti-design, zo kun je de rechttoe-rechtaan kantoormeubels in lichtgrijs nog het best omschrijven. Want het gaat niet om de meubels, zeggen producent Lensvelt en de vormgevers van architectenbureau Space Encounters. Een aangename werkplek wordt niet gemaakt door meubels, mensen maken de sfeer. Een standpunt dat tussen al die meubelmakers insloeg als een bom. Het hippe Stylepark schrijft over de Boring collection: "De Nederlanders hadden nooit een bijzonder ontwerp nodig om creatief, kritisch of humoristisch te zijn. Nu hebben ze zelfs bescheidenheid tot een principe verheven." Uit je hele collectie alleen het goedkoopste meenemen naar de sjiekte designbeurs, en vervolgens heel hard roepen dat het niet om het design gaat. Het kan niet Nederlandser.

Anti-design


Dutch design is een begrip en dat is al zo sinds de jaren 90. In 1993 presenteerden ontwerper Gijs Bakker en designhistoricus Renny Ramakers op de Meubelbeurs in Milaan een collectie met de naam Droog Design. In een tijd van overdaad met gouden salontafels en kristallen kroonluchters brachten zij een heel ander beeld, zoals de Chest of Drawers van Tejo Remy; een kast bestaand uit een allegaartje van gerecyclede laatjes, bijeen gehouden door een brede band. Er was een stoel gemaakt van vodden en een boomstam om op te zitten.

Het was een protest tegen overproductie en overconsumptie, van een ontwerper die claimde 'vooral niet te willen ontwerpen'. Anti-design dus. Ook productontwerpers als Richard Hutten, Jurgen Bey en Hella Jongerius en grafisch ontwerpers zoals Irma Boom, zorgden ervoor dat alle ogen uit de internationale designwereld waren gericht op Nederland. Ze veranderden ons perspectief op ons alledaags handelen en op ons idee van esthetiek. Het was onconventioneel, vol met nuchterheid en humor. Uit de expo genaamd Droog Design ontstond later het designlabel Droog. Daar ligt de oorsprong van Dutch Design: conceptueel, functioneel, nuchter, droge humor.

Nog vorig jaar won datzelfde Droog ook een Milan Design Award voor Construct Me. Daarmee zette het bureau de kleinste onderdelen van meubels in de schijnwerper. De meestal onzichtbare schroeven, bouten, scharnieren en ander hang- en sluitwerk voegden volgens de grondleggers van het Dutch design waarde en karakter toe. De Construct Me-collectie bevat 210 gereedschap-items, waaronder spijkers met een verminderde kans om je vingers te slaan, tiewraps met twee voorkanten, esthetisch verantwoorde scharnieren en schroeven die je toelachen. Door het hang- en sluitwerk opnieuw vorm te geven kon je je bestaande meubels een kleine update geven en kreeg je doe-het-zelf creatie iets bijzonders.

Construct Me was voor Droog de kleinste expositie die ze ooit in Milaan liet zien. Passend bij het kleine formaat van de producten was de expo te zien in de voor de gelegenheid overgenomen ijzerwarenwinkel, inclusief winkeleigenaar in stofjas, de natuurlijke habitat van de collectie. Dit jaar was Droog in Milaan afwezig. Ook een statement?

Data-orkest

Een andere winnaar van een Milan Design Award dit jaar was Jelle Mastenbroek met zijn Data Orchestra. Een installatie van een doodnormale plek, zoals een bureau of een kast met daarin objecten die je op een bureau (paperclips, pen, boek) of in een kast (plant, klok, muziekinstrument) mag verwachten. Er wordt gewerkt aan een dressoir, zitmeubel met koelkast en een kast. Totdat je je pinpas door de sleuf in de installatie haalt, dan breekt het orkest van objecten los. Het heeft iets van een kermiskast waar je een euro ingooit en alles gaat bewegen. Maar ook van een Rube Goldberg-machine.

"Persoonlijke data vormen een nieuwe valuta," stelt maker Jelle Mastenbroek, die je kunt kennen van de Moneysocks en de knikkerbaan met een euro in een porseleinkast die bij designwinkel X-Bank in Amsterdam te zien is. "Data zijn niet langer persoonlijk, ze worden verhandeld. Mijn Data Orchestra bereikt met dezelfde gegevens het tegenovergestelde; de rechthebbende wordt beloond met een persoonlijk huiskamerconcert."

Dutch Digital Design

Data Orchestra kun je scharen onder een digitale stroming Dutch Design. Naast de hang naar oude ambachten en onvervalst handwerk mengt een generatie die is opgegroeid in de digitale wereld moeiteloos design met technologie. Kennis wordt gecombineerd met intuïtie, natuur met sciencefiction en fantasie met interactie. Zoals Fly Light van Studio Drift dat bestaat uit 160 glazen tubes die zich gedragen als een zwerm spreeuwen in de lucht. Wereldwijd trekt de poëtische techno-ontwerper Daan Roosegaarde aandacht. 

Deze generatie is ook bedreven in het combineren van kwalitatief ontwerp met goed ondernemerschap. In Milaan is de tentoonstelling Dutch Invertuals van curator Wendy Plomp voor Dutch Digital Design al enkele jaren toonaangevend. Doel is niet te laten zien wat mogelijk is met techniek, maar om de toeschouwer natuurlijke schoonheid te laten ervaren en herwaarderen. 

Als inwoners van één van de meest gecultiveerde landen ter wereld lijkt het logisch dat juist Nederlandse ontwerpers het kunstmatige met het natuurlijke willen verenigen. 

Ingeborg maakte voor Bright TV een vlog over de highlights van de meubelbeurs van Milaan
Auteur

Ingeborg van Lieshout (@grnlghtdstrct) blogt als freelancer voor Bright.nl sinds de start in oktober 2005. Zij schrijft over haar eigen vakgebied - architectuur en stedenbouw - maar heeft zich ook bekwaamd in design en duurzaamheid. Naast Bright is ze als copywriter en communicatieadviseur actief voor onder meer Droog.