Inhoudsopgave
    

Wereldkampioen duurzame energie
Enrico Fantoni
door Enrico Fantoni
leestijd: 8 min

Uruguay draait voor bijna 100 procent op duurzame stroom. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het zorgt ook voor een boost voor de economie. Hoe kwam dat zo? Journalist Enrico Fantoni ging op onderzoek.

Vijftien jaar geleden was Uruguay net als de meeste landen voor een groot deel afhankelijk van olie voor zijn energievoorziening. In het Zuid-Amerikaanse land, met minder dan 3,5 miljoen inwoners op een gebied vier keer zo groot als Nederland, bestond 27 procent van de totale import uit olie. Dat was nodig om voldoende elektriciteit te kunnen genereren. De traditionele bron van duurzame en schone energie in het land, waterkracht, droogde bijna letterlijk op. Na een decennium van grote droogte produceerden de waterkrachtcentrales minder dan de helft van de benodigde energie in het land, in plaats van de 90 procent voorheen. Door de afhankelijkheid van olie gingen de energierekeningen van de Uruguayanen fors omhoog. Sterker, ze behoorden destijds tot de hoogste ter wereld.

Nu, 15 jaar later, zet Uruguay records op het gebied van duurzame energie. Geen ander land produceert zo’n groot deel van zijn energie uit duurzame bronnen. 95 procent van de energie die het land gebruikt komt van duurzame bronnen. Nederland verbleekt hierbij met slechts 6 procent. Uruguay's duurzame bronnen zijn een mix van waterkrachtstroom, zonne-, biomassa- en windenergie. Voor dat laatste heeft het land het optimale klimaat. Het is een ecologische keuze. Uruguay heeft zelfs kernenergie in de ban gedaan.

Hoe bereikte dit kleine Zuid-Amerikaanse land dit doel? Terwijl grote, rijke landen met excuses komen over waarom ze hun klimaatdoelen niet halen? De belangrijkste factor in deze energie-revolutie was het nationale beleid dat in 2008 is ingevoerd, zegt engineer Gonzalo Casaravilla van het staatsbedrijf UTE dat stroom aan 1,2 miljoen klanten levert. "De overheid kwam met een groot programma voor de volgende 25 jaar, met duidelijke voorwaarden en transparante regels. Alle politieke partijen stemden er mee in", vertelt Casaravilla. Het land stelde zich gezamenlijk een ambitieus doel. Al moet worden gezegd dat Uruguay in de regio relatief rijk is en ook wel het Zwitserland van Latijns-Amerika wordt genoemd.

UTE sloot contracten voor twintig jaar met private investeerders en banken voor de aanschaf van megawatts aan energie. Dat leverde 75 procent van het benodigde kapitaal op. Het gevolg was dat tientallen nieuwe projecten voor windenergie-parken op gang kwamen. Dat leverde direct 3 miljard dollar aan investeringen op en 1400 MW aan energie, een enorm getal gezien de totale behoefte van het land dat 1800 MW telt.

Transparante regels en contracten trokken veel buitenlandse investeerders aan, vooral Duitse, Franse en Amerikaanse bedrijven. Maar de wet bepaalde dat twintig procent van lokale leveranciers afkomstig moest zijn. Windenergie-centrales hebben lage operationele kosten, er is bijna geen menselijk onderhoud nodig, maar vergen grote investeringen. Met beperkte winst op korte termijn. Het is dus essentieel dat de contracten voor de lange termijn zijn.

De windenergie-hausse heeft er ook aan bijgedragen dat het land minder kwetsbaar is geworden voor periodes van droogte. Dat natuurfenomeen zal volgens experts steeds erger worden. Dankzij het grote aantal windturbines zijn watertekorten voor de energievoorziening minder een probleem geworden. Daarnaast kan het water gebruikt worden voor andere doeleinden, zoals de irrigatie van landbouwgronden.

De afgelopen drie jaar heeft Uruguay geeft enkele kilowatt aan energie geïmporteerd. Het land exporteert nu energie naar landen die voorheen zijn leveranciers waren, waaronder Argentinië.

Zelfs Diego Garfinkel, een jonge ondernemer van SEG Engineering, dat windparken bouwt, spreekt van een revolutie als hij het over de opmars van de Uruguayaanse windenergie heeft. Hij benadrukt nog een ander aspect: "De windrevolutie is ook belangrijk omdat het veel bedrijven in het land een onschatbare ervaring en kennis op dit gebied heeft gegeven. Het gaf ons de gelegenheid om onze activiteiten uit te breiden. Wij bouwen nu ook windcentrales in Chili, Peru en Brazilië."

Er zijn positieve gevolgen voor de werkgelegenheid. Zo bouwen 140 medewerkers momenteel betonnen torens voor windturbines in de fabriek van het Duitse Enercon bij het Peralta-windpark. Ze bouwen per week twee van zulke betonnen torens, die hoger zijn dan metalen torens. En belangrijker, de torens hoeven nu niet meer uit Europa te worden geïmporteerd. Daardoor wordt de haven van Montevideo minder belast.

Vroeger was er een verband tussen investeringen in windenergie en de olieprijzen. Was de olieprijs hoog, dan kwamen er meer windprojecten op gang. Maar als de olieprijzen zakten, werden dat soort projecten weer afgeblazen. In Uruguay is dat anders. Windenergie is er een blijvertje. "Onze energiematrix zal waarschijnlijk de komende jaren niet meer veranderen vanwege schommelingen in olieprijzen. Dat is geen onderwerp van discussie meer. In 2017 bestaat 40 procent van alle energie in ons land uit windenergie. En dat aandeel zal nog verder toenemen", aldus Garfinkel.

Dit betekent dat Uruguay bijna evenveel windenergie produceert als Denemarken, het beste jongetje van de klas op dit gebied. En het gaat Uruguay hierdoor voor de wind.

Foto's door Nicolas Pereyra bij het windpark Emanuele Cambilargiu, even buiten Montevideo.

Auteur

Enrico Fantoni (website) is een Italiaanse journalist en fotograaf die werkt vanuit de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Hij maakte al reportages voor onder meer GQ, Wired, Vanity Fair, Bright, Grazia, Sportweek, OOR en de Volkskrant. Enrico houdt van koken en het fotograferen van eten, en van zijn zwarte kat Shanti. Naast zijn werk als journalist beheert Enrico ook een kunstruimte in Buenos Aires.