Inhoudsopgave
    

Wereldkampioen duurzame energie
Enrico Fantoni
door Enrico Fantoni
leestijd: 8 min

Uruguay draait voor bijna 100 procent op duurzame stroom. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het zorgt ook voor een boost voor de economie. Hoe kwam dat zo? Journalist Enrico Fantoni ging op onderzoek.

Vijftien jaar geleden was Uruguay net als de meeste landen voor een groot deel afhankelijk van olie voor zijn energievoorziening. In het Zuid-Amerikaanse land, met minder dan 3,5 miljoen inwoners op een gebied vier keer zo groot als Nederland, bestond 27 procent van de totale import uit olie. Dat was nodig om voldoende elektriciteit te kunnen genereren. De traditionele bron van duurzame en schone energie in het land, waterkracht, droogde bijna letterlijk op. Na een decennium van grote droogte produceerden de waterkrachtcentrales minder dan de helft van de benodigde energie in het land, in plaats van de 90 procent voorheen. Door de afhankelijkheid van olie gingen de energierekeningen van de Uruguayanen fors omhoog. Sterker, ze behoorden destijds tot de hoogste ter wereld.

Nu, 15 jaar later, zet Uruguay records op het gebied van duurzame energie. Geen ander land produceert zo’n groot deel van zijn energie uit duurzame bronnen. 95 procent van de energie die het land gebruikt komt van duurzame bronnen. Nederland verbleekt hierbij met slechts 6 procent. Uruguay's duurzame bronnen zijn een mix van waterkrachtstroom, zonne-, biomassa- en windenergie. Voor dat laatste heeft het land het optimale klimaat. Het is een ecologische keuze. Uruguay heeft zelfs kernenergie in de ban gedaan.

Hoe bereikte dit kleine Zuid-Amerikaanse land dit doel? Terwijl grote, rijke landen met excuses komen over waarom ze hun klimaatdoelen niet halen? De belangrijkste factor in deze energie-revolutie was het nationale beleid dat in 2008 is ingevoerd, zegt engineer Gonzalo Casaravilla van het staatsbedrijf UTE dat stroom aan 1,2 miljoen klanten levert. "De overheid kwam met een groot programma voor de volgende 25 jaar, met duidelijke voorwaarden en transparante regels. Alle politieke partijen stemden er mee in", vertelt Casaravilla. Het land stelde zich gezamenlijk een ambitieus doel. Al moet worden gezegd dat Uruguay in de regio relatief rijk is en ook wel het Zwitserland van Latijns-Amerika wordt genoemd.

UTE sloot contracten voor twintig jaar met private investeerders en banken voor de aanschaf van megawatts aan energie. Dat leverde 75 procent van het benodigde kapitaal op. Het gevolg was dat tientallen nieuwe projecten voor windenergie-parken op gang kwamen. Dat leverde direct 3 miljard dollar aan investeringen op en 1400 MW aan energie, een enorm getal gezien de totale behoefte van het land dat 1800 MW telt.

Transparante regels en contracten trokken veel buitenlandse investeerders aan, vooral Duitse, Franse en Amerikaanse bedrijven. Maar de wet bepaalde dat twintig procent van lokale leveranciers afkomstig moest zijn. Windenergie-centrales hebben lage operationele kosten, er is bijna geen menselijk onderhoud nodig, maar vergen grote investeringen. Met beperkte winst op korte termijn. Het is dus essentieel dat de contracten voor de lange termijn zijn.

De windenergie-hausse heeft er ook aan bijgedragen dat het land minder kwetsbaar is geworden voor periodes van droogte. Dat natuurfenomeen zal volgens experts steeds erger worden. Dankzij het grote aantal windturbines zijn watertekorten voor de energievoorziening minder een probleem geworden. Daarnaast kan het water gebruikt worden voor andere doeleinden, zoals de irrigatie van landbouwgronden.

De afgelopen drie jaar heeft Uruguay geeft enkele kilowatt aan energie geïmporteerd. Het land exporteert nu energie naar landen die voorheen zijn leveranciers waren, waaronder Argentinië.

Zelfs Diego Garfinkel, een jonge ondernemer van SEG Engineering, dat windparken bouwt, spreekt van een revolutie als hij het over de opmars van de Uruguayaanse windenergie heeft. Hij benadrukt nog een ander aspect: "De windrevolutie is ook belangrijk omdat het veel bedrijven in het land een onschatbare ervaring en kennis op dit gebied heeft gegeven. Het gaf ons de gelegenheid om onze activiteiten uit te breiden. Wij bouwen nu ook windcentrales in Chili, Peru en Brazilië."

Er zijn positieve gevolgen voor de werkgelegenheid. Zo bouwen 140 medewerkers momenteel betonnen torens voor windturbines in de fabriek van het Duitse Enercon bij het Peralta-windpark. Ze bouwen per week twee van zulke betonnen torens, die hoger zijn dan metalen torens. En belangrijker, de torens hoeven nu niet meer uit Europa te worden geïmporteerd. Daardoor wordt de haven van Montevideo minder belast.

Vroeger was er een verband tussen investeringen in windenergie en de olieprijzen. Was de olieprijs hoog, dan kwamen er meer windprojecten op gang. Maar als de olieprijzen zakten, werden dat soort projecten weer afgeblazen. In Uruguay is dat anders. Windenergie is er een blijvertje. "Onze energiematrix zal waarschijnlijk de komende jaren niet meer veranderen vanwege schommelingen in olieprijzen. Dat is geen onderwerp van discussie meer. In 2017 bestaat 40 procent van alle energie in ons land uit windenergie. En dat aandeel zal nog verder toenemen", aldus Garfinkel.

Dit betekent dat Uruguay bijna evenveel windenergie produceert als Denemarken, het beste jongetje van de klas op dit gebied. En het gaat Uruguay hierdoor voor de wind.

Foto's door Nicolas Pereyra bij het windpark Emanuele Cambilargiu, even buiten Montevideo.

Auteur

Enrico Fantoni (website) is een Italiaanse journalist en fotograaf die werkt vanuit de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Hij maakte al reportages voor onder meer GQ, Wired, Vanity Fair, Bright, Grazia, Sportweek, OOR en de Volkskrant. Enrico houdt van koken en het fotograferen van eten, en van zijn zwarte kat Shanti. Naast zijn werk als journalist beheert Enrico ook een kunstruimte in Buenos Aires.

‘VR net zo verslavend als drugs’
Jannes van Roermund
door Jannes van Roermund
leestijd: 7 min

Steye Hallema is een van de grootste virtualreality-talenten in Nederland. Hij regisseerde VR-films voor de VPRO en is net begonnen bij Jaunt, een grote startup met investeringen van Google en Disney. De componist, musicus en filmmaker lééft VR, maar is ook bezorgd.

Als je kijkt naar hoe 360-gradenvideo's nu gebruikt worden door veel nieuwsmedia, ben jij daarvan onder de indruk?

Nee. Hoe het nu gebeurt, daar is niet veel aan. Iedere documentairemaker gaat tegenwoordig naast een boot met vluchtelingen staan. Dat is te makkelijk, een beetje saai. Het argument 'dat je er echt bij bent' klopt wel, maar wat voegt het toe? De filmtaal van de documentaire is goed genoeg.

Hoe moet het wel?

In de categorie documentaires? De kracht van VR is dat je in iemands schoenen kunt stappen. Een meisje met een kort rokje dat over straat loopt en constant wordt nagefloten. Of een autistisch jongetje, dat tijdens een schoolopdracht stug blijft doorwerken terwijl een klasgenoot zich heeft gesneden met een schaar, en onder het bloed zit. Zo ga je, als kijker, autisme heel intens beleven - en dus begrijpen.

Is dat het belangrijkste wapen van VR: het kunnen verplaatsen in iemand anders?

Er zijn twee grote krachten. Letterlijk vertaald betekent virtual reality: nep echt. Dat is het tweede punt: je hersenen geloven dat je er bent. Daar kun je mee spelen. Ik wil ooit nog een shot maken van een bos waarin mensen hun hond uitlaten. Ze hebben alleen geen hond, maar een walvis. Allemaal. Dat kan in VR geloofwaardig zijn. Al blijft het allerbelangrijkste, en daarin neem ik ook echt stelling, dat dit medium mensen nodig heeft die een verhaal vertellen. Het is storytelling, de kijker moet geëntertaind worden. Daarvoor is fictie, wat ik vooral doe, iets gemakkelijker.

De scène met walvissen klinkt nogal surrealistisch. Zoek je daarnaar?

Ja, magisch realisme. Dat is mooi bij films.

Hoe ziet de toekomst van VR eruit?

Stel: je combineert Second Life met virtual reality en Facebook. Kun je dat voorstellen? Dát is de toekomst. Je hebt zo'n bril op en je wordt je eigen avatar. Neem een dansfeest in gedachten. Je hebt een Kinect op je hoofd die je bewegingen registreert. Zo kun je dansen, lachen en elkaar versieren. Met de juiste hulpmiddelen heb je ook nog seks. Dat kan echt gaaf zijn: seks gaat niet alleen over wat je voelt, maar ook over wat je met elkaar doet.

Hoor ik je nu zeggen dat het ook intiem kan zijn?

Ja, als het op een Second Life-achtige manier gebeurt, dan kan dat. Het is live, je bent er helemaal in ondergedompeld.

Gaan we in de toekomst dan de hele tijd in onze VR-omgeving zitten, net als we nu doen met de smartphone?

Dat is lastig te voorspellen. Als die brillen lekker zitten, dan zou dat best kunnen. Bovendien worden er brillen gemaakt waarbij het beeld op je iris wordt geprojecteerd. Dan heb je zo’n zwaar ding niet meer nodig. Het bedrijf Magic Leap is daarmee bezig. Mixed Reality wordt groter dan VR, omdat er meer praktische dingen te verzinnen zijn. En het is makkelijker deelbaar. Mensen kunnen het onderling doen. VR is een persoonlijk medium, waarin je opgesloten zit in je eigen wereldje.

Laatst vertelde iemand tegen me: ik sta liever in een virtueel café met neppe vrienden die ik vertrouw, dan in een echt café met vage bekenden.

Dat bedoel ik. Die hele revolutie van artificial intelligence komt eraan. Op een gegeven moment komen er algoritmes voor vrienden. Daarmee kun je het leuk hebben. Die lachen om jouw grappen en voelen je aan. Ik heb het weleens over therapy entertainment: een plek waar je naartoe gaat om je beter te voelen. VR kan een soort psycholoog zijn.

Missen we dan spiritueel gezien niet iets?

Ja, dat denk ik zeker. Al komt er altijd weer een tegenstroming van mensen die juist weer de natuur ingaan. Maar zo’n fijne plek waar je niet meer weg wil, kan net zo verslavend worden als drugs. Je vlucht ook uit de realiteit. Gamers hebben dat al, maar als je nóg realistischere beelden combineert met AI, kan het echt een probleem worden.

En jij werkt daaraan mee…

Als je goed kijkt naar wat ik maak, zie je dat ik het medium heel erg bekritiseer. Ik maak mensen ook bewust van wat het is. Dat is het beste wat je kunt doen. Daardoor zet je mensen aan het denken.

Dus je bent een groot scepticus?

Ja, ik ben heel sceptisch.

Heb je eigenlijk kinderen?

Ja, een dochter van 11.

Hoe zou jij zo’n nieuwe VR-realiteit gaan reguleren?

Ik heb eerlijk gezegd geen idee. M’n dochter zit altijd op de iPad. Dat probeer ik te reguleren, maar dat lukt voor geen meter, haha. Ze mag eigenlijk een uur per dag, maar ze weet me goed te beïnvloeden.

Opnames van de VR-clip van de band Steye & The Bizonkid. (Decor: Marouscha Levy, productie: WildVreemd.)
Opnames van de VR-clip van de band Steye & The Bizonkid. (Decor: Marouscha Levy, productie: WildVreemd.)

Is die VR-realiteit straks niet slechter dan een iPad?

Nou, dat weet ik niet. In VR zitten ook een hoop gave dingen. Maar natuurlijk denk ik erover na. Je probeert, zoals iedere ouder, je kind wijze beslissingen te laten maken. Hopelijk kiest ze voor het goede, en wijst ze het slechte af. Maar goed: hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen. Ik heb vaak in mijn leven minder goede keuzes gemaakt dan ik had gewild.

Je noemt weer een citaat uit de Bijbel. Haal jij veel inspiratie uit oude mythologie?

Natuurlijk. Virtual reality zegt iets over de werkelijkheid. Dat is ook een existentieel vraagstuk. Ik zoek altijd naar een belangrijk verhaal. De film The Upgrade is een goed voorbeeld. Daarin is de centrale vraag: wie ben jij? Persoonlijk heb ik een soort Boeddhistisch wereldbeeld, waarbij alles één is. Maar of de techniek daarbij hoort, is de vraag. Misschien is die film wel een pleidooi voor de gebreken van de mens.

Gebruik je met opzet symboliek, zoals de slang en de appel in The Upgrade?

Ja, maar ik probeer het er niet te dik op te leggen. De Peepshow is een goed voorbeeld: dat is eigenlijk een filosofisch filmpje. Het gaat over hoe je de werkelijkheid ervaart. Die diepere laag mag alleen niet te duidelijk worden. Dan wordt het pretentieus. Het is juist leuk dat je in een peepshow wordt gelokt en ondertussen iets heel anders meemaakt. Ik wil juist mensen erin luizen.

Dat is bij mij goed gelukt.

Mooi. Het liefste heb ik dat mensen denken: Dit is te gek. Terwijl ze er later nog eens goed over nadenken.

De films van Hallema zijn te bekijken in de app VPRO VR. In 2014 interviewden we in Bright Ideas zijn nieuwe werkgever, Arthur van Hoff van VR-startup Jaunt.  

Auteur

Jannes van Roermund is freelance journalist/correspondent in Warschau en schreef eerder voor Bright Ideas over VR en chip-implantaten. Hij is tevens oprichter van DeChip.nl.

Waarom wint Dutch Design?
Ingeborg van Lieshout
door Ingeborg van Lieshout
leestijd: 8 min

Ook dit jaar ging een Milan Design Award, uitgereikt op ’s werelds belangrijkste designbeurs, mee naar Nederland. Waarom smult men zo van Dutch Design?

De Meubelbeurs in Milaan is het jaarlijkse evenement waar te zien is wat er komende jaren in de winkels staat. Door de aanwezigheid van de internationale pers pakken jonge ontwerpers zonder productielijn maar met vernieuwende ideeën de kans om ook hun werk aan de wereld te presenteren. Zo is de Salone del Mobile een mooie showcase voor wat er in de toekomst te verwachten valt op het gebied van design, vormgeving en interieur.

Je zag een grote lege hal in een afgelegen industriegebied met middenin een pallet met vellen papier. Daaromheen een grote cirkel met bureaustoelen, tafels, metalen archiefkasten en prullenbakjes, alles in een monochrome grijstint. Oersaai meubilair, en dat was precies de bedoeling van de Boring Collection. Al snel bekroop je het beklemmende gevoel van een kantoorvloer waar de dag voorbij kruipt en de koffieronde nog niet komt. En welke activiteit is in deze debiteuren-crediteuren-achtig setting het meest cliché? Proppen in de prullenbak gooien natuurlijk! Zeven dagen lang kwamen bezoekers van de Salone del Mobile in Milaan - inclusief designhotemetoten en ceo's van grote concerns - speciaal naar deze godvergeten plek om proppen in prullenbakken te gooien. Het was al gauw een grote, fijne bende.

Anti-design, zo kun je de rechttoe-rechtaan kantoormeubels in lichtgrijs nog het best omschrijven. Want het gaat niet om de meubels, zeggen producent Lensvelt en de vormgevers van architectenbureau Space Encounters. Een aangename werkplek wordt niet gemaakt door meubels, mensen maken de sfeer. Een standpunt dat tussen al die meubelmakers insloeg als een bom. Het hippe Stylepark schrijft over de Boring collection: "De Nederlanders hadden nooit een bijzonder ontwerp nodig om creatief, kritisch of humoristisch te zijn. Nu hebben ze zelfs bescheidenheid tot een principe verheven." Uit je hele collectie alleen het goedkoopste meenemen naar de sjiekte designbeurs, en vervolgens heel hard roepen dat het niet om het design gaat. Het kan niet Nederlandser.

Anti-design


Dutch design is een begrip en dat is al zo sinds de jaren 90. In 1993 presenteerden ontwerper Gijs Bakker en designhistoricus Renny Ramakers op de Meubelbeurs in Milaan een collectie met de naam Droog Design. In een tijd van overdaad met gouden salontafels en kristallen kroonluchters brachten zij een heel ander beeld, zoals de Chest of Drawers van Tejo Remy; een kast bestaand uit een allegaartje van gerecyclede laatjes, bijeen gehouden door een brede band. Er was een stoel gemaakt van vodden en een boomstam om op te zitten.

Het was een protest tegen overproductie en overconsumptie, van een ontwerper die claimde 'vooral niet te willen ontwerpen'. Anti-design dus. Ook productontwerpers als Richard Hutten, Jurgen Bey en Hella Jongerius en grafisch ontwerpers zoals Irma Boom, zorgden ervoor dat alle ogen uit de internationale designwereld waren gericht op Nederland. Ze veranderden ons perspectief op ons alledaags handelen en op ons idee van esthetiek. Het was onconventioneel, vol met nuchterheid en humor. Uit de expo genaamd Droog Design ontstond later het designlabel Droog. Daar ligt de oorsprong van Dutch Design: conceptueel, functioneel, nuchter, droge humor.

Nog vorig jaar won datzelfde Droog ook een Milan Design Award voor Construct Me. Daarmee zette het bureau de kleinste onderdelen van meubels in de schijnwerper. De meestal onzichtbare schroeven, bouten, scharnieren en ander hang- en sluitwerk voegden volgens de grondleggers van het Dutch design waarde en karakter toe. De Construct Me-collectie bevat 210 gereedschap-items, waaronder spijkers met een verminderde kans om je vingers te slaan, tiewraps met twee voorkanten, esthetisch verantwoorde scharnieren en schroeven die je toelachen. Door het hang- en sluitwerk opnieuw vorm te geven kon je je bestaande meubels een kleine update geven en kreeg je doe-het-zelf creatie iets bijzonders.

Construct Me was voor Droog de kleinste expositie die ze ooit in Milaan liet zien. Passend bij het kleine formaat van de producten was de expo te zien in de voor de gelegenheid overgenomen ijzerwarenwinkel, inclusief winkeleigenaar in stofjas, de natuurlijke habitat van de collectie. Dit jaar was Droog in Milaan afwezig. Ook een statement?

Data-orkest

Een andere winnaar van een Milan Design Award dit jaar was Jelle Mastenbroek met zijn Data Orchestra. Een installatie van een doodnormale plek, zoals een bureau of een kast met daarin objecten die je op een bureau (paperclips, pen, boek) of in een kast (plant, klok, muziekinstrument) mag verwachten. Er wordt gewerkt aan een dressoir, zitmeubel met koelkast en een kast. Totdat je je pinpas door de sleuf in de installatie haalt, dan breekt het orkest van objecten los. Het heeft iets van een kermiskast waar je een euro ingooit en alles gaat bewegen. Maar ook van een Rube Goldberg-machine.

"Persoonlijke data vormen een nieuwe valuta," stelt maker Jelle Mastenbroek, die je kunt kennen van de Moneysocks en de knikkerbaan met een euro in een porseleinkast die bij designwinkel X-Bank in Amsterdam te zien is. "Data zijn niet langer persoonlijk, ze worden verhandeld. Mijn Data Orchestra bereikt met dezelfde gegevens het tegenovergestelde; de rechthebbende wordt beloond met een persoonlijk huiskamerconcert."

Dutch Digital Design

Data Orchestra kun je scharen onder een digitale stroming Dutch Design. Naast de hang naar oude ambachten en onvervalst handwerk mengt een generatie die is opgegroeid in de digitale wereld moeiteloos design met technologie. Kennis wordt gecombineerd met intuïtie, natuur met sciencefiction en fantasie met interactie. Zoals Fly Light van Studio Drift dat bestaat uit 160 glazen tubes die zich gedragen als een zwerm spreeuwen in de lucht. Wereldwijd trekt de poëtische techno-ontwerper Daan Roosegaarde aandacht. 

Deze generatie is ook bedreven in het combineren van kwalitatief ontwerp met goed ondernemerschap. In Milaan is de tentoonstelling Dutch Invertuals van curator Wendy Plomp voor Dutch Digital Design al enkele jaren toonaangevend. Doel is niet te laten zien wat mogelijk is met techniek, maar om de toeschouwer natuurlijke schoonheid te laten ervaren en herwaarderen. 

Als inwoners van één van de meest gecultiveerde landen ter wereld lijkt het logisch dat juist Nederlandse ontwerpers het kunstmatige met het natuurlijke willen verenigen. 

Ingeborg maakte voor Bright TV een vlog over de highlights van de meubelbeurs van Milaan
Auteur

Ingeborg van Lieshout (@grnlghtdstrct) blogt als freelancer voor Bright.nl sinds de start in oktober 2005. Zij schrijft over haar eigen vakgebied - architectuur en stedenbouw - maar heeft zich ook bekwaamd in design en duurzaamheid. Naast Bright is ze als copywriter en communicatieadviseur actief voor onder meer Droog.

De filosofie van rust
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 6 min

Ontwerper Harald Dunnink, creative director van het digitale bureau Momkai, werkt al jaren volgens een simpele filosofie: rust. Nu heeft hij die designfilosofie ook op papier gezet.

Eerder dit jaar werd Harald Dunnink door het Amsterdamse Stedelijk Museum uitgenodigd een audiotour voor bezoekers te maken, uitgestippeld vanuit zijn eigen interesses. Dat leverde niet alleen een rondleiding door het museum voor moderne kunst op, maar hielp Dunnink ook om zijn eigen designfilosofie en daarmee die van zijn bureau Momkai strak in woorden te vatten.

De filosofie bestaat uit drie stappen. De basis, waarbij de ontwerper een podium maakt dat rust uitstraalt. Dat doet de ontwerper door het concept rond te maken, helderheid te creëren en context te geven.

Dan de aanpak, waarbij de ontwerper bewust tijd en geld steekt in de juiste zaken, zijn eigen kwaliteiten en inzicht beschermt en daarbij de gebruikers van het product koestert.

Daarna volgt de groei, waarin de ontwerper moet berusten in zijn rusteloosheid. Zeker digitaal ontwerp is nooit af, en dus moet de ontwerper oneindig bouwen, interactie omarmen en ongeremd creëren.

Hoe kom je van een museumtour tot je eigen designfilosofie?

"Wat ik in een museum vaak heb, is dat het gebouw voor vijftig procent bijdraagt aan de ervaring van in een museum zijn", zegt Dunnink, zittend in zijn rustige hoekkantoor van zijn ontwerpstudio. Een ruimte verderop werken ontwerpers en ontwikkelaars hard maar in stilte. De sfeer bij Momkai doet denken aan die van een bibliotheek of museum; rustig en stil maar niet statisch of leeg.

"Een museum is een optimaal podium voor de werken die daar tentoongesteld staan", vervolgt Dunnink. "In principe is dat hetzelfde wat ik altijd zoek in mijn werk: een podium voor anderen maken. Het ontwerp staat in dienst van het tentoongestelde, maar het mag er wel zijn. Bij het Stedelijk Museum is dat zo: sommigen vinden het ontwerp mooi, anderen lelijk maar het maakt wel een statement. Ik pleit niet voor flets design dat wegvalt."

Harald Dunnink tijdens een overleg
Harald Dunnink tijdens een overleg

Zie je die hang naar rust ook terug op andere plekken?

"Tijdens de presentatie van mijn audiotour vond ik het leuk om de architect van het museum te vragen, Mels Crouwel van Benthem Crouwel Architecten. Zij doen meer dan alleen musea. Ze geven juist vaak gebouwen in de publieke ruimte op een andere manier vorm: stations zoals Amsterdam Centraal, Rotterdam Centraal, Leiden, metrostations in Parijs, de wereld van Schiphol."

"Langlopende projecten die moeten werken voor iedereen. Bij een museum kan je nog zeggen: dat zijn mensen die geïnteresseerd zijn in kunst, er is automatisch al een soort van respect. Maar bij een station moet je gewoon je trein halen, je wil de weg niet kwijtraken, het moet helder zijn, je moet je veilig voelen. Dezelfde dienstbaarheid naar de gebruikerservaring zoals wij die ook voorstaan in ons digitale werk."

Hoe vertaalt zich dat naar het eigen werk van Momkai?

"Wij creëren een podium voor verhalen. Neem De Correspondent: het duidelijkste voorbeeld. Dat zijn verhalen die het verdienen om gelezen te worden en daar kan ik dan een optimale spotlight voor ontwerpen. Toen ik voor het Stedelijk Museum bezig was, merkte ik gaandeweg dat dat is waar ik altijd naar zoek: rust creëren zodat de ander zich alleen maar druk kan maken om de inhoud. Die hang naar rust spreekt tot de verbeelding van velen van ons, zeker binnen het digitale domein."

Waarom is die rust zo belangrijk?

"Toen ik voor het eerst met De Correspondent aan de slag ging, kreeg ik meer zicht op de kracht van het geschreven woord. Dat is allemaal makkelijk terug te lezen, terwijl ik over mijn ontwerpen vooral vaak vertel, hooguit in video's opgeslagen. Dus ik vond het heel leuk om mijn filosofie eens een keer op te schrijven, zodat het veel meer is uitgekristalliseerd, het makkelijker te delen is en op die manier een oproep aan andere ontwerpers kan zijn om zeker op digitaal gebied ruimtes van rust te creëren voor de gebruiker. Zelf moeten ze niet alleen accepteren dat hun werk altijd veranderlijk is en nooit stilstaat, maar die vernieuwing juist omarmen."

Is De Correspondent ontworpen met het oog op die constante vernieuwing en groei?

"Ja, maar we zitten nog maar op vijf procent van wat het moet worden. Een platform waarbij journalisten echt gespreksleiders zijn, en waarin duidelijk de dialoog met de lezer wordt aangegaan. We willen dat de journalist zijn eigen onderzoek met de lezer deelt, stap voor stap. Wat wij als designstudio willen doen is de journalist enerzijds de tools geven om gespreksleider te kunnen zijn. Anderzijds vragen we leden van de site niet om te reageren, maar om bij te dragen. Want je publiek zit tjokvol kennis."

Overleg over De Correspondent met Ernst-Jan Pfauth, Rob Wijnberg, Milou Klein Lankhorst, Harald Dunnink, Sebastian Kersten (vlnr).
Overleg over De Correspondent met Ernst-Jan Pfauth, Rob Wijnberg, Milou Klein Lankhorst, Harald Dunnink, Sebastian Kersten (vlnr).

"Daarvoor moet je profiel goed opgezet zijn, moet je mensen kunnen volgen, moet je artikelen kunnen delen die je interessant vindt, misschien niet alleen van De Correspondent maar ook van externe bronnen. Als je zulk soort functies kan inbouwen, dan kan je er voor zorgen dat er een onafhankelijk podium ontstaat waar het debat echt een plek krijgt."

Wat moet er nog gebeuren om dat te bereiken?

"Wat we zouden willen is dat correspondenten binnen het platform - Respondens -  waar we op bouwen veel meer de dialoog kunnen aangaan. Binnen het systeem hebben we publicatietools, je kan er in schrijven, communiceren, reageren. Maar ook de workflow van de redactie wordt erin opgezet: er gaat altijd eindredactie over stukken heen, er zit altijd beeldredactie bij."

"Als ik met Rob (Wijnberg, hoofdredacteur De Correspondent, red.) bespreek wat voor journalistiek hij wil bedrijven, vraag ik welke middelen hij daarbij nodig heeft. Dat kan in elk geval niet op een bestaand platform, niet op Wordpress of zo. Ik wil het papier ontwerpen, maar ook de pen. Dan weet ik zelf ook precies waar het papier en de pen staan. Dat systeem zijn we nu aan het maken. Het zou in de toekomst mogelijk ook voor andere publicaties gebruikt kunnen worden, dat is het streven."

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

Presentatie-innovaties volgens de TED-vader
Chris Anderson
door Chris Anderson
leestijd: 14 min

Pimp je presentatie met technologie. Deze nieuwe presentatieformats worden je aanbevolen door TED-vader Chris Anderson.

Ideas worth spreading. Het ideeën-imperium TED is wereldberoemd, vanwege de steengoede presentaties tijdens de TED-conferenties. TED-oprichter Chris Anderson heeft nu een boek geschreven waarin hij uitlegt hoe je een presentatie met impact kan geven. Het boek De TED Methode verschijnt op 19 mei bij Maven Publishing. In onderstaande voorpublicatie maakten we een selectie uit een hoofdstuk uit het boek over nieuwe presentatieformats. Tien formats waarin technologie een rol speelt.

Panoramische schermen

Bij TED2015 zorgde MIT-artiest en ontwerpster Neri Oxman voor een ademloos publiek met een presentatie waarbij twee parallelle slide-series op enorme schermen werden getoond die zich aan beide kanten van haar uitstrekten. Op het ene scherm zag je de technische kant van haar werk, op het andere de meer organische kant. Beide waren op zichzelf al indrukwekkend; samen waren ze helemaal verbluffend mooi, maar niet alleen vanwege de visuele impact. Het liet op een meer intuïtief niveau de tweeledige aard zien van haar werk als ontwerper en kunstenaar die vanuit de wetenschap werkt. Googles Zeitgeist-bijeenkomsten hebben voor vernieuwing gezorgd bij presentaties door middel van ultrabreed-beeldschermen, met daarop meerdere versies van hetzelfde beeld, spectaculaire panoramische foto’s en vetgedrukte regels tekst van 30 meter lang die zich aan beide zijden van de spreker uitstrekken.

Die presentaties zijn een ongelooflijke bioscoopervaring. (Lastiger is hoe je ze moet editen om ze ook online te kunnen bekijken. Tot nu toe zijn de enige formats die op grote schaal beschikbaar zijn de standaard videoformats 16:9 en 4:3. Zulke presentaties kunnen ongelooflijk indrukwekkend zijn in een zaal, maar het internetpubliek krijgt er veel minder van mee.) 

Neri Oxman toonde parallelle slide-series op grote schermen

Stimulatie van meerdere zintuigen

Sommige sprekers wilden verder gaan dan tweedimensionaal beeld en stereogeluid. We hebben chef-koks gehad die de zaal vulden met de heerlijke geuren van een gerecht dat ter plekke op het podium werd bereid. Of ze deelden vooraf proefzakjes uit, zodat het publiek kon ruiken en proeven. Woody Norris demonstreerde hoe zijn uitvinding, hypersonisch geluid, vanaf het podium op individuele stoelen in de zaal kon worden gericht, zodat alleen degenen op die stoelen het konden horen. Steve Schklair, een pionier in 3D-camera’s, gaf ons een vroege demonstratie van hoe sport op een 3D-tv eruit zou zien, waarbij er aan iedereen een bril beschikbaar werd gesteld. Parfumontwerper Luca Turin pompte met een speciale machine verschillende luchtjes de zaal in. Die genre-doorbrekende praatjes zijn altijd boeiend, maar misschien met 3D als mogelijke uitzondering zullen ze waarschijnlijk beperkt blijven tot maar een paar onderwerpen. 

Op TED2015 beargumenteerde David Eagleman echter dat bijzondere nieuwe zintuigen zouden kunnen worden toegevoegd via technologie door de hersenen zo te trainen dat ze elektrische patronen kunnen begrijpen van elke willekeurige bron, zoals het weer of de aandelenbeurs. Misschien zullen we in de toekomst conferenties zien waarbij het publiek elektrische bedrade vestjes draagt waardoor het de mentale wereld van de spreker uit de eerste hand kan ervaren. Als iemand dát kan ontwerpen, mag hij zich meteen melden. 

David Eagleman over nieuwe zintuigen dankzij technologie

Live podcasting

Een van de hoogtepunten van TED2015 was het praatje van designgoeroe Roman Mars. Maar Mars kwam niet het podium op lopen met een microfoon; hij nam plaats achter een mengtafel. Hij zei: ‘Ik weet wat jullie denken: waarom mag die vent gaan zitten? Dat komt... doordat dit een radio-uitzending is!’ De muziek begon en hij was op weg. Mars is de presentator van de populaire designpodcast 99% Invisible en hij hield zijn hele verhaal alsof hij zijn podcast live stond te mixen. Er werden allerlei audiofragmenten en beelden in zijn praatje gemixt met een extreem strakke timing. Die benadering maakte het praatje heel levendig. Top-deejay Mark Ronson gebruikte ook een mengpaneel voor delen van zijn praatje. De presentator van het radioprogramma This American Life, Ira Glass, mixte delen van zijn live-uitzendingen via een iPad. 

Om eerlijk te zijn is dat iets wat de meesten van ons niet zouden kunnen, maar ik zie het nog weleens een kunstvorm worden. 268 De spreker als deejay die ter plekke allerlei ideeën vanuit verschillende bronnen staat te mixen. Als je denkt dat je je die vaardigheid eigen zou kunnen maken, zou het weleens de moeite waard kunnen zijn om daar tijd in te investeren.

Roman Mars maakt zijn podcast over design vanaf het TED-podium

Spoken word fusion

In de jaren zeventig en tachtig dook er een opmerkelijke kunstvorm op in de Afro-Amerikaanse gemeenschappen, die doorbrak in de popcultuur. ‘Spoken word’, oftewel het woordgedicht, kan als een soort podiumdichten worden beschouwd; het is een combinatie van verhalen vertellen en verfijnd woordspel. Spoken-worddichters hebben een spannende uitbreiding gevonden van het traditionele spreken in het openbaar. Ze willen niet ‘uitleggen’ of ‘overtuigen’, zoals we hier in dit boek beschrijven; zij gebruiken taal poëtischer en op een meer primaire manier: taal die energie kan geven, ontroeren, informeren en inspireren. Het genre kan op allerlei manieren worden gemengd met spreken in het openbaar. Sarah Kay, Clint Smith, Malcolm London, Suheir Hammad, Shane Koyczan en Rives zijn enkelen van de sprekers die memorabele optredens hebben gegeven bij TED. Maar bezint eer ge begint. Slecht uitgevoerd kan een woordgedicht een echte marteling zijn!

De Canadese dichter Tom Konyves definieert de poëziefilm als een ‘poëtische nevenschikking van beelden met tekst en geluid’. Internetvideo heeft tot een explosieve toename geleid in het experimenteren met poëziefilms, waarbij elke combinatie die je je maar kunt indenken van tekst, livebeelden, animatie en commentaar wordt gebruikt. Dit genre kan een praatje wat lichtvoetiger maken. Toen de voormalige Amerikaanse poet laureate Billy Collins bij TED kwam, presenteerde hij vijf van zijn werken die op video waren gezet. Door de animaties kwamen zijn toch al indrukwekkende woorden nóg beter over. Het spoken-wordoptreden van Shane Koyczan op TED werd geaccentueerd door een videodecor van de hand van tachtig gecrowdsourcete animatiemakers. Er zit een enorm potentieel in het experimenteren met de poëziefilm, ofwel als één aspect van een praatje, of als het complete optreden. 

Een voorbeeld van een spoken-wordpresentatie

De Lessig Methode

Hoogleraar in de rechten Lawrence Lessig heeft een unieke manier om te presenteren geïntroduceerd, een soort PowerPoint met doping. Elke zin en bijna elk belangrijk woord gaat gepaard met een nieuw beeld: een enkel woord, een foto, een tekening of een visueel grapje. Dit is bijvoorbeeld een stukje van achttien seconden van de TED-talk die hij gaf in 2013, waarbij elke //een overgang aangeeft naar een nieuwe slide: 

Het Congres heeft zich ontwikkeld naar een andere afhankelijkheid, // het is niet langer afhankelijk van alleen het volk, // maar steeds meer van financiers. // Dit is ook een vorm van afhankelijkheid, maar deze is // anders en strijdig // met een afhankelijkheid van alleen het volk // zolang // de financiers niet het volk zijn. // Dit is corruptie. // 

Eigenlijk zou dat niet horen te werken. De wervelwind aan verschillende fonts in zijn slides lijkt alle regels in boeken over vormgeving te overtreden. Maar als Lessig het doet, is het fascinerend. De fonts, de opmaak en beelden zijn zo doordacht gekozen en zo fraai dat je je gewoon vol ontzag laat meevoeren. Hij zei dat hij op deze manier van presenteren was overgestapt omdat hij het spuugzat was dat mensen op wetenschappelijke congressen op het scherm van hun mobieltje zaten te turen terwijl hij zijn praatje stond te geven. Hij wilde ze geen seconde de tijd geven om weg te kijken.

Lessigs manier van presenteren is zo opvallend anders dat er mensen zijn die die benadering naar hem hebben vernoemd: de Lessig-methode. Als je het aandurft, kun je proberen om dat te evenaren. Maar je moet wel bereid zijn om veel tijd te steken in de voorbereiding en het oefenen. En wees voorzichtig. Vooral de details en de timing van de overgangen maken de methode zo geniaal. Verkeerd aangepakt zal zo’n presentatie al snel onhandig en nogal overweldigend overkomen. 

Lawrence Lessig op dreef

Slidestorm  

Veel fotografen, kunstenaars en ontwerpers laten bij hun praatje een aantal slides zien waar ze telkens iets bij vertellen. Dat is een goed idee, maar het is nogal verleidelijk om te lang bij elke slide te blijven hangen. Als je talent vooral op het visuele vlak ligt, kun je je publiek waarschijnlijk beter een heleboel beelden voorschotelen dan veel woorden. Het is dus logisch om het aantal slides op te schroeven en het aantal woorden dat je erbij vertelt te verminderen. 

Er zijn allerlei pogingen gedaan om hier een vaste regel voor te geven. Zo geldt voor praatjes op PechaKucha-avonden de regel dat er twintig slides te zien zijn die elk twintig seconden worden besproken. De slides worden automatisch doorgedraaid en de spreker moet zelf zorgen dat hij ze bijhoudt. De Ignite-praatjes hebben een vergelijkbaar concept (zelf noemen ze het een evenement voor nerds), maar daar blijft de tijd die de spreker per slide krijgt beperkt tot vijftien seconden. Beide methoden zorgen voor fantastische evenementen waarbij het tempo hoog ligt. 

Maar er zijn nog volop mogelijkheden voor verbetering. Het is niet nodig dat elke slide precies dezelfde hoeveelheid tijd krijgt toebedeeld. We zouden dolgraag presentaties zien met honderd slides in zes minuten. Twaalf daarvan zouden ‘pauzeer-en-praat’-slides kunnen zijn die twintig seconden te zien blijven, terwijl de rest steeds één seconde in beeld blijft met een soundtrack eronder of gewoon stilte. 

Een live-tentoonstelling   

Als je de slidestorm doorvoert tot in het extreme, kun je zelfs doen alsof je niet eens een praatje geeft. In plaats daarvan creëer je de ultieme ervaring van onderdompeling in je werk. Stel je voor: je bent fotograaf, kunstenaar of ontwerper en je mag exposeren in de belangrijkste expositieruimte van een van de meest vooraanstaande galeries ter wereld. Welke ervaring wil je de bezoekers geven? Denk je in dat mensen van het ene kunstwerk naar het andere lopen, kunstwerken die perfect belicht zijn, en met precies de juiste hoeveelheid context op zorgvuldig geformuleerde bijschriften. Waarom zou je die ervaring niet live op het podium kunnen zetten? 

Beschouw je woorden niet als de woorden van een toespraak, maar als woorden die erop zijn gericht om de juiste verwachting op te roepen of het juiste inzicht. Het hoeven geen complete zinnen te zijn. Het kunnen bijschriften zijn, wegwijzers (woorden of constructies die lezers de weg wijzen door de inhoud van je essay), gedichten. En je kunt ze omgeven door stilte. Jazeker, stilte. Als je iets geweldigs laat zien, dan is de beste aanpak: voorbereiden, laten zien en dan je mond houden! 

Zoals ik al eerder aangaf weet kinetisch kunstenaar Reuben Margolin precies hoe je dat doet. In dertig seconden van zijn praatje/live-expositie zei hij alleen: ‘Eén enkele regendruppel met een steeds grotere amplitude.’ Deze woorden werden omgeven door stilte, maar op het scherm bewoog zijn kunstwerk op een hypnotische manier en het publiek zat vol ontzag te kijken naar de schoonheid die hij had gecreëerd. 

Fotograaf Frans Lanting had een heel optreden opgebouwd rond zijn foto’s om de evolutie van het leven op aarde te laten zien. Terwijl de ongelooflijke foto’s voorbijkwamen hoorde je muziek van Philip Glass en vertelde Frans op bijna meditatieve toon het verhaal van het leven. 

Met alle hulpmiddelen die theaters vandaag de dag bieden: belichting, surround sound en projectie van hoge-resolutiebeelden is het ongelooflijk jammer dat de beste visuele kunstenaars ter wereld die middelen vaak niet gebruiken. Ze bedenken niet hoe ze het publiek kunnen onderdompelen in hun werk, maar nemen aan dat omdat ze gevraagd zijn voor een praatje, ze dat dus ook letterlijk moeten doen: práten. Wat ik in de toekomst hoop te zien: meer beelden, minder geklets.

Fotograaf Frans Lanting toont de evolutie in foto's

Virtuele presentatoren

Technologie biedt nieuwe mogelijkheden om sprekers op het podium te laten verschijnen. In juni 2015 verscheen de succesvolle Amerikaanse coach Tony Robbins op een zakelijke conferentie in Melbourne in Australië. Alleen had hij niet de behoefte om daarvoor helemaal naar Australië te reizen. Daarom verscheen hij als 3D-hologram. Volgens de organisatie kwam zijn avatar even indrukwekkend over als de man zelf. 

Toen we klokkenluider Edward Snowden uitnodigden voor TED2014, was er één klein probleempje. Hij leefde in ballingschap in Moskou en kon niet naar Vancouver komen, omdat hij dan gearresteerd zou kunnen worden. Maar toch lieten we hem overkomen in de vorm van een telepresence-robot genaamd BeamPro. Dat maakte het zo mogelijk nog indrukwekkender. In de pauzes doorkruiste de Snowden-robot de gang en konden de aanwezigen een praatje met hem maken en met hem op de foto (wat resulteerde in de twittertrend #SelfiesWithSnowden). 

Uiteraard droeg het nieuwtje van deze technologieën in beide gevallen bij aan het succes in de praktijk. Maar de techniek staat niet stil. Een van de verrassingen van het succes van de TED-conferenties is dat de sprekers in de filmpjes bijna net zoveel indruk maken als
live in de zaal. Er is dus geen enkele reden waarom een hologram of telepresentierobot niet even indrukwekkend zou kunnen overkomen.

Er zijn grenzeloos veel mogelijkheden. Toen componist Eric Whitacre bijvoorbeeld in 2013 een muziekstuk onthulde bij TED, werd dat niet alleen door een koor op het podium gezongen; er kwamen muzikanten bij uit dertig verschillende landen die samen live zongen dankzij een speciale technische koppeling die Skype voor ons had verzorgd. Toen ze samen zingend op het scherm verschenen leek het heel even alsof de verschillen die een kloof slaan in onze wereld overbrugd konden worden door zoiets eenvoudigs als een internetverbinding, muziek vanuit het hart en mensen die elkaar de hand wilden reiken. Ik keek de zaal rond en zag heel wat mensen met vochtige ogen.

Volgens mij zullen er nog heel wat van dit soort experimenten volgen. Innovaties die bijeenkomsten mogelijk maken die anders nooit hadden kunnen plaatsvinden. Wellicht breekt zelfs binnenkort de dag aan dat er échte robots over het podium lopen en toespraken houden, toespraken die zijzelf hebben helpen schrijven. (We werken eraan!) 

Edward Snowden op het podium dankzij een telepresence-robot

Geen livepubliek 

De ultieme innovatie is misschien niet eens om te knutselen aan wat er op het podium gebeurt, maar om het hele podium van de hand te doen. Evenals de zaal, het livepubliek en de presentator. We leven nu tenslotte in een wereld waarin iedereen met elkaar in verbinding staat. Dankzij het internet kunnen we live of via een filmpje met ontelbare mensen communiceren. Dat wereldwijde publiek laat elke groep mensen die fysiek in één zaal bijeen kan komen in het niet verzinken. Dus waarom zou je niet gewoon meteen een praatje bedenken voor dat wereldwijde publiek? 

De Zweedse statisticus Hans Rosling heeft een serie ongelooflijke TED-talks gehouden, die bij elkaar meer dan twintig miljoen hits op de teller hebben staan. Maar een van zijn populairste praatjes werd niet eens op een podium gehouden. Dat is door de BBC gefilmd in een leegstaand pakhuis en Roslings karakteristieke grafieken zijn toegevoegd in de postproductiefase. 

In een wereld waarin iedereen toegang heeft tot videocamera’s en bewerkingssoftware zullen we de trend zien dat belangrijke toespraken direct op internet worden gezet. Ons OpenTED-initiatief  lift alvast mee op deze trend. 

Deze ontwikkeling kan de kracht van mensen die in levenden lijve samenkomen niet vervangen; er zijn te veel voordelen verbonden met de oeroude ervaring van écht menselijk contact in het hier en nu. Maar toespraken die meteen op video worden gezet zullen een mooie proeftuin zijn om snel te experimenteren, te innoveren en te leren. 

Hans Rosling op de BBC

Ik ben heel benieuwd op welke manier spreken in het openbaar zich de komende jaren zal ontwikkelen. Maar ik denk wel dat het goed is om een waarschuwend geluid te laten horen. Veel van de hierboven beschreven vernieuwingen zouden heel effectief kunnen zijn, maar gebruik ze met mate. De basistechniek van het spreken van mens tot mens gaat honderdduizenden jaren terug en zit diep in ons verankerd. Bij de zoektocht naar moderne varianten moeten we niet het kind met het badwater weggooien. De aandacht van de mens is iets kwetsbaars: als je te veel extra ingrediënten toevoegt, kan de kern van je praatje verloren gaan.

Laten we openstaan voor innovatie. Er zijn geweldige mogelijkheden te bedenken om de schone kunst van het toespreken van een publiek te verbeteren. Maar tegelijkertijd moeten we nooit vergeten dat de inhoud belangrijker is dan de stijl. Want uiteindelijk draait het allemaal om het idee. 

Uit: De TED Methode door Chris Anderson, Maven Publishing, mei 2016

Auteur

Chris Anderson is curator van de TED-conferentie in Californië. Hij is voormalig journalist en tijdschriftenuitgever.

Video Vault: Kung Fu en filmmonsters
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 23 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

Tom Woodruff Jr. en Alec Gillis hebben de laatste 35 jaar gewerkt aan monsters in films. Er kwam CGI aan te pas, alles werd met de hand gemaakt én geacteerd. In de video zie je enkele van de monsters voorbij komen, gepresenteerd door de vrolijke heren, zoals die uit Tremors, Jumanji en Alien vs Predator. En natuurlijk: de gorilla.

Kung fu gaat verder dan een vechtsport, het is bijna een dans. Tobias Gremmler bracht kung fu helemaal terug naar de basis: beweging. En daar heb je niet eens mensen voor nodig, want Gremmler laat het uitvoeren door abstracte visualisaties. Dat ziet er al snel indrukwekkend uit, dankzij uit elkaar spattende vonken of lijnen die vloeiend aan elkaar geregen worden.

Google heeft een nieuwe Spotlight Story uitgebracht. Help is geregisseerd door Justin Lin en het is de eerste 360graden-actievideo met echte mensen en omgevingen. Je kunt hem op de pc kijken, maar misschien beter is om het via de Spotlight Stories-app te doen, zodat je de smartphone kunt bewegen om het verhaal te volgen. Help gaat over een meteorietenregen in Los Angeles. Er blijkt een alien te zijn geland en een vrouw probeert te ontsnappen.

De meeste mensen nemen niet de moeite om hun wifi-netwerk een andere naam te geven. Doe je dat wel, dan zegt die naam meer over jou dan je denkt, zo denkt CBC. WhyFi is een korte documentaire over de vreemde namen die mensen aan hun wifi-netwerk hangen. In de video komen een aantal curieuze namen voorbij, inclusief uitleg van de naamgevers.

Een RC-helikopter de lucht in krijgen, dat lukt je misschien nog wel, maar wat Tareq Alsaadi er allemaal mee kan is vrij bizar. Niet alleen vliegt hij er mee rond, Alsaadi tart zowat de zwaartekracht met de halsbrekende toeren die hij de helikopter laat uithalen. Een ware stuntpiloot.

De geluiden in films zijn niet altijd afkomstig van wat je ziet. Geluidskunstenaar John Roesch maakt al twintig jaar geluiden zoals robotvoetstappen en gestolen skateboards, voor films als Back to the Future en Braveheart. In deze rondleiding door zijn studio, laat hij zien met wat voor gekke objecten hij dat voor elkaar krijgt.

De 8-Bit Guy krijgt een Apple IIc opgestuurd, die er nogal doorleefd uitziet. De knoppen zijn vies, de behuizing is plakkerig en de aansluitingen zijn wiebelig. In dit filmpje zie je hoe de computer volledig wordt hersteld. Dat is gek genoeg erg bevredigend om te zien.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.