Inhoudsopgave
    

Elektrische duikboot: als Tesla onder water
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 8 min

Hij bouwde een boot van karton en een auto van keramiek en realiseerde met beide een droom. Nu houdt hij zich bezig met zijn ultieme jongensdroom: het bouwen van kleine open elektrische duikboten. Ontwerper Filip Jonker maakt vaak het onmogelijke mogelijk.

Opzien baarde hij met zijn oversteek van Het Kanaal in 2010. In een kleine sleepboot gebouwd van honingraatkarton waagde hij de tocht die hem voerde van het Twentekanaal naar het St. Catherine's Dock in Londen. Twintig uur, zoveel tijd zou de reis in totaal duren. Via verschillende sponsors regelde hij de drie belangrijkste benodigdheden: een bouwtekening van de boot, het benodigde karton en een speciale siliconenspray om het karton geheel waterdicht te kunnen maken. Opmerkelijk was ook zijn raceauto gebouwd van keramiek uit 2012. Met behulp van één van de oudste en moeilijkste bouwmaterialen bakte hij de vele onderdelen van de bolide in elkaar om de auto vervolgens te voorzien van een razendsnelle V8-motor. In 2014 bezocht hij verder in recordtijd 25 forten langs de Hollandse Waterlinie in een tot supersnelle ferry omgebouwde F1 Tunnel Boat.

De Twentse industrieel ontwerper Filip Jonker (35), die in 2006 afstudeerde aan de kunstacademie in Enschede, doet van alles zelf. Hij bedenkt, ontwerpt en bouwt dingen en is daarnaast ook nog ondernemer. Wat hij verder het liefste is: uitvinder, ontwerper of ondernemer? "Alle drie", zegt hij. "Het moeilijkst is echter om iets voor elkaar te krijgen. Iets moois ontwerpen is makkelijker dan het ook maken. Ik realiseer graag dromen. Dat is uiteindelijk het beste wat ik kan. En daar hoort ook ondernemen bij, want een droom moet natuurlijk ook gefinancierd worden." 

Jonkers sleepboot van karton
Jonkers sleepboot van karton

Kleine open duikboot

Tegenwoordig is Jonker vooral bezig om binnen zijn bedrijf Ortega Submersibles een eigen jongensdroom te verwezenlijken: het ontwerpen en bouwen van open elektrische duikboten. Met het bedrijf timmert hij inmiddels al drie jaar met succes aan de weg. De boten, die ideaal zijn voor wrakduiken en schatzoeken in zee, voldoen aan alle eisen en kwaliteiten van een moderne persoonlijke duikboot: niet te groot en niet te klein, makkelijk om mee te nemen en met genoeg ruimte om ook spullen te kunnen vervoeren. Iedereen kan daarnaast geheel zelfstandig in de duikboot de zee op om daarna op vele meters diep naar oude scheepswrakken te kunnen duiken. 

Met het idee van een open duikboot was Jonker echter niet uniek. Sterker: het voorbeeldontwerp van de Ortega was een ruim zeventig jaar oude onderwaterkano van Engelse makelij. Details over de Sleeping Beauty, zoals de in 1942 door de Britse geheim agent en uitvinder Sir Quentin Reeves ontworpen eenpersoons kano werd genoemd, vond Jonker allemaal online in een rapport dat door de Britse regering als Top Secret was bestempeld. De geheel in metaal uitgevoerde boot werd aangedreven op elektriciteit met behulp van vier batterijen van 6V en behaalde een topsnelheid van iets meer dan 8 km/u. 

"Duikers zaten gewoon in hun duikerspak in de onderwaterkano", zegt Jonker. "Het Britse ontwerp was zijn tijd echter ver vooruit. In het rapport stond ook dat het een prima idee was. Al zagen wij ook wel verbeterpunten. De accucapaciteit bijvoorbeeld was te laag en de elektromotor te lawaaierig. De duikboot maakte ook teveel schommelingen bij het stijgen of dalen. Al dat soort punten hebben wij door moderne technologieën kunnen oplossen en verbeteren." 

De Ortega-duikboot
De Ortega-duikboot

Twee meter langer dan het origineel

De Ortega Submersibles Mk. 1A, zo zou het eerste prototype duikboot gaan heten dat Jonker samen met Daan Pol en Eric van den Berg bouwden naar voorbeeld van het Britse ontwerp. De duikboot zou wel ruim twee meter langer worden dan het origineel. En de buitenkant een stuk gestroomlijnder. Het metaal van de kano werd verder vervangen door polyester. In de duikboot kwamen ook twee ballasttanks voor het in balans houden van de boot ongeacht het gewicht, evenals een bagage-unit voor het meenemen van duikerspullen, zoals sonars, camera's, pakverwarming en detectors - en het vervoer van in zee gevonden spullen.

Uniek was verder de ontwikkeling van de testromp. In een kleine vijftig uur tijd werd deze laagje voor laagje 3D-geprint door de Rotterdamse ingenieur Jasper Menger. De boot is inmiddels ook te koop. De prijs? Ruim een half miljoen euro. "Dat is voor de basisversie. Met een training erbij en alle spullen die je nodig hebt voor het duiken, kom je uit op een totaalbedrag van circa 700.000 euro. Dat lijkt veel geld. In de duikbotenwereld is het echter heel goedkoop", aldus Jonker.

De duikboot is te koop voor ruim een half miljoen euro
De duikboot is te koop voor ruim een half miljoen euro

Innovatieprijs

Qua innovatie blijkt Ortega Submersibles intussen ook heel goed bezig. Het bewijs daarvan leverde het bedrijf onlangs met het winnen van de Piet de Jong Innovatieprijs, een belangrijke prijs voor innovatieve bedrijven met een grote maatschappelijke impact. "Dat is natuurlijk mooi", zegt Jonker. "Piet de Jong was een politicus die voordat hij de politiek in ging actief was als onderzeebootcommandant. Voor de geschiedenis van de Nederlandse duikboot is dat een hele belangrijke kerel geweest. Dat we deze ereprijs kregen, geeft verder aan dat het werk dat we doen ook gewaardeerd wordt."

Hoe ontstond het plan om een elektrische duikboot te bouwen en wat zagen jullie als belangrijkste voordelen van een open boot?

"Zelf duik ik graag. Wereldwijd liggen er drie miljoen scheepswrakken op de zeebodem. Ik vind het leuk om naar die wrakken te zoeken. Misschien vind ik ook wel wat schatten of oude dingen. Het nadeel van duiken is alleen dat je geen grote afstanden kunt afleggen. Je kunt zwemmen of achter een waterscootertje gaan hangen. Maar daarmee leg je geen grote afstanden af. Je kunt bovendien niets meenemen. Wij wilden wel zoiets: een boot waarmee je makkelijk iets kunt zoeken, pakken en meenemen. Zo kwamen we uit op een open duikboot. De boot is een stuk veiliger en sneller dan een normale duikboot. Je zit ook niet in een soort bal van lucht. Als ontwerper biedt dat meer ontwerpvrijheid. Door hem open te maken, kon de boot heel spitsvormig worden. Daardoor is het net een vliegtuig geworden."

Er zijn toch ook andersoortige duikboten die zelfs op afstand te besturen zijn, zoals de remotely operated vehicles of ROV's. Zijn die niet goed te gebruiken voor diepzee-exploratie?

"Die zijn er ook, ja. Het nadeel is alleen dat ze een moederschip nodig hebben. Daar win je uiteindelijk dus niet zo heel veel mee."

Wat zijn de technische specificaties van jullie elektrische duikboot. Hoe groot is hij en wat voor soort aandrijving wordt er gebruikt?

"De boot is 6,35 meter lang en 1,65 meter breed, inclusief vinnen en wordt aangedreven door twee 10 kW ringmotoren. Aan boord zit verder 20 kW aan accucapaciteit. De batterij hiervoor hebben we ook zelf ontwikkeld. De range van de boot is ongeveer 200 kilometer en de topsnelheid 24 km/u onder water. Dat laatste is echt heel hard. Je moet ook oppassen dat je niet ergens tegenaan vaart. Wat we daarnaast hebben ontdekt, is dat je beter de voorvinnen in plaats van de achtervinnen van de boot kunt gebruiken om een bocht te maken. Die vinnen zijn ook als een soort vleugels van een vliegtuig te gebruiken. We werken verder aan één-, twee- en driepersoons modellen." 

Het printen van de testromp van jullie boot was een wereldprimeur. Als printmateriaal werd een specifieke polymeer gebruikt. Is dat ook het materiaal waarvan de romp is gebouwd?

"Nee. De 3D-printtechniek hebben we gebruikt om een eerste vorm te maken voor de boot. Het materiaal hiervoor moest een printbare kunststof of composiet zijn. De testromp is in laagjes van 0,9 millimeter geprint uit met glasvezel gevuld polypropyleen. De echte romp is van polyester gebouwd."

Hoe ver zijn jullie al met de bouw van jullie vaartuig? Zijn er al boten klaar voor gebruik?

"We zijn nu bezig met het bouwen van de derde en vierde boot. Er zijn reeds twee boten verkocht. Eén boot houden we zelf voor demonstraties en trainingen. De driepersoons duikboot die onlangs te zien was tijdens de Dutch Design Week zal komende tijd op een geheime locatie worden getest. Over een aantal maanden verwachten we van dit model de volledige productie te kunnen gaan doen."

De Ortega zal volgens jullie vooral gebruikt gaan worden voor maritiem onderzoek. Wat moet ik me daarbij voorstellen? 

"Bedrijven die bodemonderzoek op zee doen, werken vaak nog met duikers. Een baggeraar bijvoorbeeld wil niet dat er een anker in zijn zandzuiger komt. Die zal dus eerst een gebied helemaal inscannen. Daarna wordt het gebied verkend door duikers. Een duiker heeft alleen een heel beperkt bereik. Als hij zijn best doet, kan hij in een uur tijd een halve vierkant kilometer onderzoeken. Daarna moet hij weer naar boven. In onze boot kun je op een dag wel tien tot twintig vierkante kilometer onderzoeken. Als je dus iets zoekt, zoals een scheepswrak of datakabel of een goede plek om te baggeren, dan is ons vaartuig hier zeer geschikt voor. Je kunt alleen niet zo heel diep. Onze duikboot kan maximaal 50 meter diep. Normale duikboten kunnen veel verder. Een Ortega is ook beter inzetbaar voor het afleggen van horizontale afstanden en minder voor verticale afstanden."

De Ortega is erg geschikt voor zoeken naar scheepswrakken
De Ortega is erg geschikt voor zoeken naar scheepswrakken

Jullie hebben ook VR gebruikt om te besparen op ontwikkelkosten. Op welke dingen hebben jullie daardoor kunnen bezuinigen? 

"Besparen konden we onder meer op het uittesten van de ergonomie in de cockpit. Door VR toe te passen, kun je allerlei dingen van tevoren bepalen. Bijvoorbeeld waar de instrumenten het beste komen te zitten in de cockpit en wat de ideale afstanden zijn om deze goed te kunnen zien. VR werkt daarbij veel met trial and error. Je plaatst ergens een klokje en als dat toch niet goed te zien is, plaats je het weer ergens anders."  

Heeft de duikboot ook een autopilot, zodat je alleen maar de GPS-gegevens van je bestemming hoeft in te tikken en je boot vervolgens automatisch daar naar toe vaart? 

"Dat kan met onze duikboot nog niet, maar we zijn daar wel mee bezig. Wat we wel hebben is auto trim. In een duikboot moet je oppassen dat je niet te snel stijgt of daalt. Het trimsysteem zorgt ervoor dat de boot automatisch op dezelfde diepte blijft." 

Met behulp van VR wordt de ergonomie van de duikboot uitgetest
Met behulp van VR wordt de ergonomie van de duikboot uitgetest

Wat is nou het meest unieke aan de Ortega. Is dat het feit dat het een boot is op basis van een oud ontwerp of dat de testromp volledig werd geprint in 3D. Of is dat het feit dat hij maritiem onderzoek een stuk goedkoper zal kunnen gaan maken?

"Echt bijzonder is dat we een duikboot hebben gemaakt die de snelste is onder water. Hij heeft bovendien de grootste range. Als duiker heb je daardoor een veel groter bereik. Dat is echt het meest unieke aan de boot. De batterijen die we maken, zijn verder beter dan die van Tesla."

In 2010 ben je in een boot van karton, de Furie geheten, Het Kanaal overgestoken. Hoe kwam je op het idee voor deze boot? En überhaupt op het idee voor deze reis?

"Karton is een goed bouwmateriaal. Het is alleen niet zo bestendig tegen water. Met hulp van een Duits coatingbedrijf vond ik een manier om karton goed waterdicht te krijgen. Om dat te bewijzen heb ik die boot gemaakt en ben ik ermee naar Engeland gevaren. Tijdens de reis bleef het karton in combinatie met de coating ook goed waterdicht. Spannend was het allemaal wel. Vooral doordat ik in heel slecht moest varen, zelfs met windkracht zeven. Het scheepje was daar niet op gemaakt. Dat was ontworpen op havens, binnenwater en kanalen, niet op varen op zee."

Met de Furie wilde je ook aantonen dat karton heel goed bruikbaar is voor het bouwen van huizen, bijvoorbeeld in arme landen als Haïti. Heb je pas nog aan je boot gedacht omdat Haïti weer in het nieuws was?

"Ja. Ik weet ook dat Ikea samen met een bedrijf genaamd Safeman met het idee verder is gegaan. Die hebben shelterwoningen gemaakt van karton en een polymeer die nu geleverd worden als bouwpakketten. Of ze het idee van mij hebben, weet ik niet. Maar het zou best eens kunnen (lacht). Het is ook leuk om te zien dat er iets met je idee wordt gedaan. De tijd is daar nu ook rijp voor."

Je hebt ook een raceauto gebouwd van keramiek, de Dante GT ceramic. Die auto had een Pontiac Fiero als voorbeeld. Hoe was het om een auto te bouwen van keramiek?

"Keramiek is een heel oud materiaal dat heel lang meegaat. Het is alleen erg lastig om er functioneel mee bouwen. Het leek ook helemaal niet geschikt om er een auto van te maken. Tijdens het bakproces wordt het heel even vloeibaar, daarna wordt het snel keihard. In de tussenliggende tijd verandert het materiaal heel sterk. Alles wat je van keramiek maakt komt ook vaak een beetje gebogen uit de oven. Tijdens het bouwen ben ik enorm geholpen door het Europees Keramisch Werk Centrum in Oosterhout. Daar heb ik de auto zo licht mogelijk gemaakt. Verder moest ik uitvogelen hoe de platen klei zo goed mogelijk waren vast te maken. In totaal had ik 83 onderdelen die gebakken moesten worden." 

Jonkers raceauto van keramiek
Jonkers raceauto van keramiek

In de auto zat een V8-motor. De bedoeling was ook dat je ermee zou gaan racen. Heb je dat nog gedaan?

"Ik heb er kleine race'jes mee gedaan, ja. De auto bleef ook niet helemaal heel. In een normale raceauto verdraait de auto een beetje om de middenas omdat je heel hard rijdt en de bochten neemt. Met een keramieken auto kan dat helemaal niet. Daar kun je geen draaiing bij hebben in de bocht. De auto vervormt ook door je snelheid. Het idee was echter om een auto voor de eeuwigheid te bouwen, in tegenstelling tot de auto's die nu op de weg rijden. Wie hem wil zien, kan nog steeds in Oosterhout gaan kijken." 

Waar komt eigenlijk jouw speciale belangstelling voor voertuigen en vooral boten in je werk vandaan? 

"Varen in een boot betekent vrijheid. Zodra je van de kust weg bent, ben je geheel autonoom en kun je zelf bepalen wat je wilt gaan doen. Je bent een soort van autarkisch eiland. Dat spreekt me erg aan."

Vrij Nederland plaatste je vorig jaar in een ranglijst van de 101 interessantste nerds van Nederland. Wat vond je daarvan?

"Dat was leuk en vleiend voor mezelf. In de categorie Voertuigen stond ik vrij hoog. Maar het was ook een teamprestatie. Bij Ortega Submersibles werken nu acht jongens: van kunstenaars, designers, en elektrotechnici tot diehard computernerds. Op de een of andere manier is dat een hele mooie mix."

Ortega Submersibles bevindt zich in een F16-hangar op de voormalige vliegbasis Twenthe, ook wel de Technology Base geheten. Jullie worden daar omringd door techneuten en pionierende ondernemers. Hoe is het om daar te werken?

"Het is heel fijn om op zo'n afgelegen en afgesloten terrein te werken. Je kunt het terrein ook niet op zonder eerst langs een portier te komen. Op zo'n plek kun je heel geconcentreerd bezig zijn. In een andere omgeving zou je veel meer afleiding hebben. Om ons heen zitten verder allerlei interessante bedrijven. Bijvoorbeeld een bedrijf dat zich bezighoudt met het maken van hele gespecialiseerde raceautoonderdelen." Een ander bedrijf, Dyntec genaamd, ontwerpt weer allerlei bijzondere industriële producten. Er is verder ook een bedrijf dat zich bezighoudt met de organisatie van rampoefeningen hier op het terrein. Die oefeningen kunnen voor allerlei rampen zijn: van een aardbeving tot en met een neergestort vliegtuig of ingestorte parkeergarage. Heel spectaculair allemaal. Er zit hier dus een heel diverse en interessante groep bedrijven bij elkaar."

Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

We moeten makers maken
Astrid Poot
door Astrid Poot
leestijd: 7 min

Astrid Poot legt uit waarom ouders makers moeten worden. Zodat hun kinderen ook makers worden. "Je hebt als ouder echt veel invloed."

Ik heb het er vaak over: ik maak me ontzettend druk om het steeds toenemend aantal uren scherm en het hard afnemend aantal uren zagen en boren. Niet omdat ik een hippie ben (ik eet nooit superfood), maar omdat ik vaak van kinderen én ouders hoor dat ze niet blij zijn. Dat ze anders willen. Maar niet goed weten hoe.

We zijn gebruikers. We zijn consumenten die netjes doen wat van ons verwacht wordt. We moeten kopen (money spent) en kijken (time spent). De wereld wordt om ons heen zo ingericht en we doen mee, hoe onlogisch het soms ook is. Maar al dat kopen en kijken leidt tot een gevoel van onvrede. Roman Kznraric vertelt dat we de art of living zijn kwijtgeraakt. Omdat we ons leven niet zelf inrichten, maar doen wat er van ons verlangd wordt, zijn we niet meer autonoom. Dat maakt ons ontevreden en ongelukkig. 

Zelfs veel speelgoed dat is gericht op ontdekken is helemaal uit-bedacht. Mijn junioren en ik kochten onlangs een grote scheikunde-set (zo eentje die ik als kind nooit mocht) en verheugden ons. Helaas waarschuwde het uitgebreide, stapsgewijze instructieboekje luid en duidelijk: ‘Voer nooit proeven uit die je zelf hebt verzonnen.’ We bleken weer geen onderzoekers of wetenschappers: we bleken gewoon gebruikers.

Precies van dit soort dingen heb ik helemaal schoon genoeg. Die regels, dat gebrek aan vertrouwen, dat disclaimergezeur, die betutteling. Waar zijn we nou zo bang voor?

Aan ons nu de keuze.

  • We kunnen er in mee gaan: dan gaan we gewoon zo door. (Hier vind je de scheikundedoos.) 
  • Of we kunnen het veranderen. Door makers te worden; door het zelf te doen en het onze kinderen te leren. 

Wat mij betreft dat laatste (natuurlijk). En wel om deze vijf redenen.

Reden 1: Maken is de brug

Veel initiatieven die gericht zijn op maken en techniek zijn modern en sexy. Ze gaan over robotica en programmeren. En het komt allemaal uit een VR bril, via een 3D printer. Te gek! Tenminste... als je al van techniek houdt en er wat ervaring mee hebt. 

Ben je nog niet zo ver, dan wordt dat programmeren misschien nooit wat. Dan is maken een mooie brug.  Als je als kind (of ouder of leerkracht) ervaring op doet met verschillende tools en technieken, heb je daar je hele leven profijt van. Je krijgt als het ware een brug in je hoofd: stap voor stap werk je naar complexere vaardigheden toe. Je krijgt zelfvertrouwen doordat je hebt ervaren dat het leren van nieuwe dingen lukt. Je raakt vertrouwd met techniek

Reden 2: De maker-mindset is een growth mindset

Veel makers spelen met techniek: ze nemen een bestaand product en maken er zelf andere dingen van. Ze zien alles om hen heen als materiaal zijn niet bang al makend uitvindingen te doen. 

Rulof Maker is een goed voorbeeld: hij was geïrriteerd door de korte levensduur van de batterij van zijn smartphone. En dus maakte hij een plugje waarmee hij stroom uit de batterij van  een andere telefoon kan overpompen.  

Reden 3: To understand is to invent

Je kunt opzoeken hoe iets zit, maar dan blijft kennis vaak puur theoretisch. Je leert het beter door er echt mee bezig te gaan. Pas als je het echt snapt wordt kennis je gereedschap. En dan maak je alles wat je wilt. 

Een prachtig voorbeeld van iemand die dat erg goed kan is Simone Giert. Zij maakt shitty robots om haar leven makkelijker te maken. 

Naast dat ze heel grappig is, vind ik haar boodschap ook echt te gek: Je hoeft geen ingenieur te zijn om uitvinder te zijn. Haar werk is onderzoekend, ze werkt van prototype naar prototype en leert al bouwend. 

Ander voorbeeld: we kennen allemaal wel de Little Bits: magneetjes die met elkaar elektronische circuitjes maken. Een groot succes en mooie ingang naar elektronica voor newbees. We vinden ze leuk, maar het bleef bij ons voelen als  speelgoed. Pas toen we ze zelf gingen namaken, gingen we ze pas echt begrijpen.

Reden 4: Doen is de motor van denken

Het besef dat dingen uit je hoofd leren maar één van de manieren is om te leren, is stevig doorgedrongen. Maar dat maken een geweldige motor is voor denken, is misschien nog nieuw.  

Veel basisschool leerkrachten laten de kinderen haken tijdens een moeilijke instructie, omdat ze zich dan beter kunnen concentreren. Daarnaast train je door te maken je hersenen in denken. Met je handen maken leidt tot nieuwe dingen in je hoofd. Het product is dus niet altijd het doel, het doen zelf is ook belangrijk. 

Gever Tully van Tinkeringschool vertelt mooi over het belang van decoratie in tijdens het bouwen van producten: 'Als kinderen aan het versieren gaan, hebben ze eigenlijk een denk-pauze ingelast. Ze maken, en denken tegelijk hard aan de volgende stap in hun ontwerpproces.'

Reden 5: If you can’t see it, you can’t be it

En dan de laatste: als je het niet kent, kun je er niet mee werken. Of in denken.

Meer ervaring zorgt voor een grotere mentale en fysieke toolbox. 

Buckminster Fuller maakte als kind van alles van wat hij vond in het bos. Ook maakte hij zijn eigen tools. Later werd hij architect, uitvinder, schrijver en professor. Hij heeft de geodesic dome groot gemaakt (een manier om grote bolvormige gebouwen te maken van licht materiaal) en bedacht de term Spaceship Earth. Zijn ervaringen als kind zijn bepalend geweest voor zijn verdere succesvolle en lange carrière.

Maken leer je op school?

Niet per se. In bijna alle basisscholen is de vakleerkracht handvaardigheid wegbezuinigd. En leerkrachten hebben het echt heel druk. Bovendien zijn Nederlandse kinderen nog geen 20% van hun wakkere tijd op school!

Maken leer je thuis!

Je hebt als ouder echt veel invloed. Als je kinderen vraagt wat ze willen, geeft 70 procent aan liever met hun ouders te spelen dan schermen te gebruiken. Een reusachtige kans om je man- of woman-cave eens flink in te richten met allerlei fantastische tools en samen aan het werk te gaan. En het beste nieuws: maken verbindt. Door samen aan de slag te gaan deel je mooie ervaringen. Samen maak je herinneringen.

En welke tools pak je dan? 

We hebben een poster gemaakt waar de 50 tools op staan die je wat ons betreft moet kennen voor je twaalfde jaar. Subjectief, overlegd met maar een paar families en met ook rare en gevaarlijke tools ertussen. Maar wel gaaf! 

Regel de poster, koop een stuk gereedschap en geef cadeau met Sinterklaas.

Voor je het weet heb je een maker in huis. En ben je er zelf ook één!

Auteur

Astrid Poot (@astridpoot) is creative director bij Fonk, kids-expert bij Bright, en voorzitter van Stichting Lekkersamenklooien. Maar vooral is ze maker!

De charme van stop-motion
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 8 min

Twee grootheden uit de animatie-industrie deden ons land aan. Phil Tippett en Nelson Lowry spraken over hun werk (denk aan Star Wars, Jurassic Park en Fantastic Mr. Fox) en maakten tijd voor Bright.

Blader terug door de filmjaren heen, dan komen we onder meer klassiekers tegen als The Lost World (1925), King Kong (1933), It Came from Beneath the Sea (1955), Jason and the Argonauts (1963) en Star Wars (1977). Die films hebben allemaal gemeen dat de special effects voortkomen uit stop-motiontechniek. Zelfs nu computer-generated imagery (CGI) mooier, gedetailleerder en realistischer wordt, blijft er ruimte voor deze techniek die al bijna net zo oud is als film zelf.

In meer recente jaren leverde dat filmpareltjes op als The Nightmare Before Christmas (1993), Fantastic Mr. Fox (2009),  Coraline (2009) en Anomalisa (2015). Stop-motion is verre van dood, omdat het met zijn tijd meegaat. Wat is er veranderd?

Animatiegrootheden

In de basis is stop-motion natuurlijk nog steeds hetzelfde. Beeld voor beeld worden deze films geschoten, waarbij er in elk nieuw frame nét iets verandert. Zet die plaatjes vervolgens achter elkaar en je krijgt een bewegende film met poppen en objecten die uit stilstand tot leven komen. Dat vergt niet alleen engelengeduld, want voor een seconde film zijn meestal 24 foto's nodig, maar ook de kunst om precies te weten wat er in welk frame moet gebeuren, zegt Nelson Lowry.

Lowry is productiedesigner bij studio Laika, waar hij werkte aan The Boxtrolls en Kubo and the Two Strings. Daarvoor werkte hij aan andere projecten, zoals Fantastic Mr. Fox, de stop-motion animatiefilm van Wes Anderson, naar het boek van Roald Dahl. "Je moet als het ware weten wat er over 1000 frames gebeurt", vertelt hij tijdens het Playgrounds Festival in Breda. "En hoe het er over 5000 frames uitziet. Het complete plaatje is belangrijk en daarvoor moet je vooral een goede kunstenaar zijn."

Phil Tippett, een grootheid in de stop- en go-motion animatiewereld, is het daarmee eens. Tippett bedacht Chewbacca's schaakspel aan boord van de Millennium Falcon in Star Wars en is onder meer verantwoordelijk voor de scène in The Empire Strikes Back waarin Luke Skywalker een AT-AT op zijn knieën dwingt. Later werkte hij als 'Dino Supervisor' mee aan Jurassic Park en deed hij effecten voor onder meer Robocop en Starship Troopers.

Gestileerd en grof werk

Het verschil tussen Phil Tippett en Nelson Lowry is duidelijk te zien in zowel uiterlijk als werk. Lowry heeft een keurig kort kapsel met net overhemd en een vriendelijke uitstraling. Tippett draagt een grote wilde baard, een wat slonzig open hemd en is niet te beroerd om oude projecten als Robocop 2 af te doen als 'a piece of shit'. De films van Lowry (Laika) zijn tot in de puntjes verzorgd - soms zo dat , terwijl Tippett van het ruigere werk is.

De animaties van Tippett lijken wat dat betreft wel op die van zijn voorgangers. Als kind wist hij dat hij stop-motion wilde maken, toen hij het werk zag van Willis O'Brien (King Kong) en Ray Harryhausen (The Seventh Voyage of Sinbad). In veel van die klassiekers werd de filmtechniek ingezet om enorme monsters te maken die in de echte wereld rondliepen. "King Kong blies mensen weg", zegt Tippett. "Zoiets hadden ze nog nooit gezien."

Tijdens zijn presentatie op het podium van het Chassé Theater in Breda komt uiteraard ook zijn eigen werk voorbij. "Ik deed de maskers voor de Cantine-scène in de eerste Star Wars, zo begon mijn relatie met regisseur George Lucas. Van het één kwam het ander en daarna maakte ik onder meer de Tauntaun in The Empire Strikes Back en Jabba The Hutt en de Rancor in Return of the Jedi."

Hoewel Lucas wel een idee had van wat hij van de monsters verlangde, kreeg Tippett veel vrijheid. "Een goede regisseur is een orkestleider die de boel managet, maar de muzikanten laat doen waar ze goed in zijn." In het geval van de Rancor wilde Lucas eerst een man in een kostuum laten acteren. "Het moest het mooiste monsterpak worden sinds Godzilla, maar zo had ik hem niet ontworpen, dus hoe we het ook probeerden, het werkte niet", zegt Tippett. "Uiteindelijk zei George, 'doe wat je wilt om het te laten werken' en maakten we een poppenversie die we met een paar man moesten bewegen."

Phil Tippett Willeke Machiels
Phil Tippett

Visie en creativiteit

"Stop-motion ziet er overduidelijk niet realistisch uit, maar het is ook niet nep", zegt Tippett, die het iets magisch noemt. Maar hoe komt het dat de special effects uit een film als Jurassic Park er nu nog altijd goed uitzien? "Dat is gek, hè?", zegt Tippett. "Ik denk dat het te maken heeft met de filmmaker die zijn eigen visie kan vasthouden. Dat gebeurt nu niet echt meer. Het meeste gebeurt nu voor een greenscreen en oneffenheden worden later wel gladgestreken met de computer, vroeger werd daar vooraf veel beter over nagedacht. Ik zag Monsters, de film van Gareth Edwards, wat een kleinschalig maar heel goede film is. Toen vertrok hij naar Hollywood, waar hij van persoonlijke visie werd ontdaan en dat leverde de die vreselijke Godzilla op."

Tippett tijdens het Playground Festival in Breda
Tippett tijdens het Playground Festival in Breda

Stop-motion uit de printer

Er is een hoop veranderd sinds Star Wars. Tippett werd er voor The Force Awakens nog bijgehaald om het schaakspel opnieuw te ontwerpen, maar verreweg de meeste special effects die je in de bioscoop ziet, komen vandaag de dag uit de computer.

Laika gebruikt de computer in zijn voordeel. Het meeste wat de studio doet, wordt met de hand ontworpen en gebouwd, zoals de sets, die worden aangekleed met effecten uit de computer. In de basis blijft het echter stop-motion. De bewegingen van personages worden allemaal met de hand aangepast, frame na frame, tot in de kleinste details. De poppetjes worden met de 3d-printer gemaakt, tegenwoordig in gekleurd plastic, maar dat was niet altijd het geval.

Voor Laika's eerste film Coraline, geregisseerd door Henry Selick (The Nightmare Before Christmas), was het idee om een personage te modelleren, het gezicht in de computer te scannen en te animeren en de benodigde onderdelen met een 3D-printer uit te printen. Het leverde een technische Oscar op. Toentertijd werden alle onderdelen in wit plastic geprint, waarna een leger aan schilders er kleur aan toevoegde.

Duizenden onderdelen voor één gezicht

Net als Phil Tippett vindt ook Nelson Lowry dat er iets magisch gebeurt als je een stilstaand object tot leven weet te brengen. "Het is een gedistingeerde versie van hoe je vroeger speelgoedpoppetjes tot leven bracht", zegt hij. "Uiteindelijk levert het een verhaal op."

De nieuwste film van de studio, Kubo and the Two Strings, duurde vijf jaar om te maken. Voor het hoofdpersonage werden 66.000 onderdelen geprint, waarmee 48 miljoen gezichtsuitdrukkingen gemaakt konden worden. Zelfs de pupillen in de ogen kunnen groter of kleiner afgesteld worden. "Laika heeft een goede naam gemaakt rond 3D-printtechnieken", zegt Lowry. "Daarom konden we makkelijk rondvragen bij printbedrijven waar zij mee bezig waren om elkaar te helpen. In samenwerking met Stratasys konden we printers maken waarmee we een nieuw soort gekleurd plastic kunnen printen."

Lowry op het podium bij het Playground Festival
Lowry op het podium bij het Playground Festival

Beperkingen brengen focus

Met stop-motion is veel mogelijk, maar het heeft ook zijn beperkingen, beamen Tippett en Lowry. De heren zien het als voordeel. "Ik zie veel CGI-animatie in de bioscoop dat niets heeft te vertellen", zegt Lowry. "Omdat alles mogelijk is met de computer, wil niet zeggen dat je alles in een film moet stoppen. Er is zoveel kleur, er gebeurt zó veel, constant, tot je er murw van raakt en het je niet meer kan schelen. Met beperkingen werk je meer gefocust, wat vaak betere films oplevert."

Laika werkt met een team van 350 mensen aan zijn films. Dat is een vrij klein team voor filmbegrippen. Het budget is vaak ook lager dan bij andere producties. "Maar geld is er nooit genoeg", haakt Tippett in. "Hierdoor moet je creatieve oplossingen bedenken, want elk shot telt. Ik vergelijk die digitale films met een groot budget altijd met drinken uit een brandslang. Het is gewoon te veel."

'Virtualreality is het Wilde Westen'

Phil Tippett werkt her en der nog steeds aan grote producties, maar experimenteert ook veel. Zijn 'Mad God' is daar een voorbeeld van. Voor deze korte apocalyptische stop-motion films wendde hij zich tot Kickstarter om te helpen met de financiering. Er zijn nu twee delen klaar, maar er staan nieuwe delen op stapel.

Mad God is in virtualreality te bekijken, maar of dat de toekomst van film is, durft Tippett niet te beweren. "Dat weet niemand. Wat wel duidelijk is, is dat mensen doen wat ze al kennen, zelfs op zo'n nieuw medium. Een bedrijf wil een virtualreality-film maken, ze halen er bekende namen van Pixar bij en je denkt oh my fucking God. Je kunt helemaal om je heen kijken en het verhaal gebeurt maar op één plek en verder is het loze ruimte. Makers denken nog steeds in drieakters, terwijl - je bent in een droom. In Mad God gebeurt overal iets en ook al is het verhaal niet direct te volgen, het voelt alsof je er een onderdeel van uitmaakt."

Tippett vergelijkt de opkomst van VR met het Wilde Westen. "Iedereen doet maar wat. Iemand kan wel zeggen, daar in die berg is goud te vinden, maar niemand weet precies hoe je erbij komt."

Headerfoto: Willeke Machiels

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.

Project KOVR: designjas blokkeert alle signalen
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 6 min

Kunstenaars Marcha Schagen en Leon Baauw hebben de opvallende en bijzondere jas KOVR ontwikkeld, die geen mobiele straling doorlaat. Zo ben je offline als je dat wilt. Maar waarom eigenlijk?

De jas van Project KOVR ziet er met zijn metallic voorkomen, grote capuchon en lange, unisex design erg futuristisch uit. Toch gaat het hier juist om een jas die bestand is tegen veel van de vooruitstrevende dingen die ons steeds modernere leven ons biedt. KOVR is een draagbare Faraday-kooi; pasjes, sleutels en smartphones in de jas zijn niet te traceren en hebben geen enkel bereik.

KOVR toonde zijn jas onder meer al tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven en is op 5 en 6 november ook tijdens Bright Day te zien. Voor de productie van de jas halen Schagen en Baauw via Kickstarter investeringen op.

Wij spraken in aanloop naar Bright Day met Leon Baauw over de totstandkoming van Project KOVR.

Wat was de aanleiding om KOVR op te richten?

“We zijn eigenlijk vanuit een groter thema gekomen, vanuit de privacy”, legt Baauw uit. “In eerste instantie hebben we een heel open onderzoek gehouden met de vraag ‘wat hebben we dagelijks voor systemen om ons heen?’ en dat hebben we teruggebracht tot de vraag ‘wat hebben we dagelijks op zak?’.

Gadgets in het zwarte vak hebben gewoon signaal.
Gadgets in het zwarte vak hebben gewoon signaal.

"Nog steeds een groot thema, dus dat wilden we nog behapbaarder maken. Dus zijn we gaan kijken wat voor gevoelige data je als gemiddeld individu op zak hebt. En dat heeft geresulteerd in een 'draagbare tegenbeweging' zoals we dat zelf noemen. Toen zijn we op zoek gegaan naar stoffen waar metalen in zitten, omdat we vanuit het Faraday-pincipe zijn gaan werken."

"Die metaalhoudende stoffen zorgen ervoor dat die straling waar je dagelijks doorheen loopt, niet meer bij jouw communicatiemiddelen kan komen. Dus je blokkeert alle in- en uitgaande signalen waardoor wat van zulke signalen afhankelijk is niet meer werkt zolang ze in de jas zitten."

"Maar we vinden het tegelijkertijd ook belangrijk om wel beschikbaar te kunnen blijven als je dat wil. Daarom zitten er zwarte vakken op de jas die straling niet blokkeren en signalen gewoon doorlaten. Ook dat is een belangrijk aspect van de jas, dat je zelf als individu het heft in eigen hand kan nemen."

Waarom is het zo belangrijk om je tegenwoordig op deze manier te beschermen?

"We willen daar niet direct te zwartgallig over zijn, maar het is eigenlijk gek dat we daar zo onbeschermd in rondlopen, in die nieuwe onzichtbare wereld van signalen", vertelt Baauw.

Een loose pouch voor sleutels, pasjes en telefoon is als binnenzak vast te klikken.
Een loose pouch voor sleutels, pasjes en telefoon is als binnenzak vast te klikken.

"We leggen het zelf uit aan de hand van de biosfeer: het deel van de aarde waar we leven maar ons beschermen tegen invloeden als kou of warmte met kleding. Dat is heel normaal, daar denkt niemand meer over na. Maar we hebben nu een hele informatiesfeer gecreëerd met een wirwar aan netwerken en zendmasten. Daar lopen we onbeschermd in rond terwijl we heel veel gevoelige informatie op zak hebben, terwijl we niet bewust zijn en ons daarom ook niet beschermen tegen de eventuele gevolgen daarvan."

"We willen ook niet geassocieerd worden met een hele paranoïde instelling. We proberen op een hele praktische manier een vorm van bescherming te bieden waarvan we hopen dat die alledaags gaat worden."

Hoe zijn jullie op het ontwerp van de jas uitgekomen?

"We wilden iets dat het lijf zou bedekken, dus dan kom je al vrij makkelijk bij een jas. In dit geval een lang model omdat je dan alles tot over de broekzakken kan bedekken. Maar we vinden het ook erg belangrijk dat de jas unisex is, draagbaar en er ook nog eens tof uitziet. Een object dat gewoon in deze tijd gebruikt kan worden."

Hoe werkt het blokkeren van signalen en hoe hebben jullie dat getest?

"We maken gebruik van een polyester met koper en nikkel erin. Dat klinkt misschien heel zwaar maar die stof is ondanks het metaal dat erin verwerkt is nog gewoon te bewerken. De paar procent koper en nikkel die in de lagen van de jas zitten, zorgen ervoor dat dat alle signalen in het spectrum van de meestgebruikte communicatiemiddelen zoals wifi, rfid en mobiele netwerken voor 100 procent worden tegengehouden."

Het materiaal bestaat uit meerdere lagen metaalhoudende stof.
Het materiaal bestaat uit meerdere lagen metaalhoudende stof.

"Bij het bedrijf Telefication in Zevenaar hebben we onze jas kunnen testen. Dat bedrijf test en certificeert producten als routers, om te zien of die geen signalen lekken buiten de frequentie waar ze voor bedoeld zijn. Die tests hebben we ook op onze jas uitgevoerd en hij biedt 100% blokkering van zowel rfid als mobiele netwerken en wifi."

Jullie hebben ook een prototype van een tas gemaakt, waarom hebben jullie de jast eerst doorontwikkeld?

"In eerste instantie waren de jas en de tas een kunstproject, maar begin dit jaar zijn we aangemoedigd om er mee door te gaan. Met dat project wilden we een discussie teweeg brengen en dat lukte zo goed dat we vanuit dat enthousiasme zijn gaan doorontwikkelen. Daarom zijn we nu de jas aan het crowdfunden, die door het atelier van Els Roseboom is uitgewerkt."

"De tas is op dit moment nog te complex om op grotere schaal te maken. Maar mochten we de crowdfunding halen en daardoor wat financiële ademruimte krijgen, willen we zeker ook met de tas door. Van de jas hebben we inmiddels een model dat helemaal klaar is voor productie."

Zien jullie nog andere toepassingen voor deze technologie?

"We hebben ontzettend veel ideeën maar we willen het heel erg stap voor stap doen. We hebben tot nu toe alles zelf gefinancierd en alles in eigen hand gehouden en onze crowdfunding is een manier voor consumenten, bedrijven en instanties om te laten zien dat ze geloven in een kleine oplage van de jas. Die crowdfunding willen we eerst afronden voordat we gaan kijken naar vervolgstappen."

Het eerste exemplaar van jullie jas is tijdens de Dutch Design Week tijdens een veiling gekocht door Eindhovense wethouder Mary-Ann Schreurs (Innovatie en Design, Duurzaamheid en Cultuur). Hoe vind je dat?

"Dat vinden we heel tof! En ze heeft al gezegd dat ze de jas wil gaan dragen naar conferenties over privacy. Dus ik denk dat we in haar een hele mooie ambassadeur hebben gevonden."

De tas van KOVR wordt mogelijk later nog doorontwikkeld.
De tas van KOVR wordt mogelijk later nog doorontwikkeld.

Project KOVR is nog tot 12 november op Kickstarter te steunen. Voor 50 euro krijg je al een portemonnee van het blokkerende materiaal, een blokkerende telefoonhoes kost 150 euro en de jas is vooruit te bestellen voor 475 euro.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

Toekomst zonne-energie steeds zonniger
Arnoud Groot
door Arnoud Groot
leestijd: 7 min

Wetenschappers werken koortsachtig aan manieren om zonne-energie goedkoper te maken. Met succes: die kosten dalen snel. Goed nieuws, want elk uur ontvangt onze planeet meer zonne-energie dan de gehele wereldbevolking in een jaar opmaakt.

We zijn met zijn allen beland in een periode van radicale transformatie, waarin technologie de potentie heeft om de levensstandaard van de wereldbevolking significant te verhogen. Aldus Peter Diamandis, een van Sillicon Valley’s zonnigste en meest briljante geesten, in zijn bestseller Abundance: the future is brighter than you think. Als bewijs voor zijn stelling voerde Diamandis een lange serie wetenschappelijke revoluties op, met de opkomst van de schone, goedkope en schier onuitputtelijke energie van de zon als een van de absolute kroonjuwelen. 

Ruim vier jaar na publicatie is de realisatie van die visie alweer een stuk dichterbij.  In juni landde de Solar Impulse 2 op het vliegveld van Abu Dabi. Het volledig door zonne-energie aangedreven vliegtuig vertrok een jaar eerder vanuit het emiraat voor een rondje aardbol om de mogelijkheden van deze krachtige en vooral schone en hernieuwbare energiebron te benadrukken. In het Marokkaanse Sahara-stadje Ouarzazate opende koning Mohammed VI in februari het eerste onderdeel van de prestigieuze zonnecentrale Noor. Dankzij deze en soortgelijke solar farms verwacht Marokko dat de helft van zijn totale energiebehoefte in 2030 hernieuwbaar is. En vorige maand presenteerde Tesla zijn nieuwe ‘gecamoufleerde’ zonnepanelen, die onzichtbaar in plaats van de ouderwetse dakpannen kunnen worden aangebracht. Zo kan elk nieuw huis straks in zijn eigen energie voorzien.

Fotovoltaïsch rendement

Ondertussen werken wereldwijd duizenden wetenschappers koortsachtig aan mogelijkheden om het fotovoltaïsche rendement van zonnepanelen verder op te krikken. Die meeteenheid staat voor de mate waarin zonlicht in elektriciteit kan worden omgezet. Lichtdeeltjes, de zogenaamde fotonen,  worden daartoe geabsorbeerd door selenium en soortgelijke stoffen. De geabsorbeerde foton stoot daarbij elektronen uit die via enkele tussenstappen als  elektriciteit kunnen worden afgetapt. State-of-the-art zonnepanelen stranden al enkele jaren op een glazen rendementsplafond van rond de 25 procent.

De productiepanelen die nu in de winkel liggen komen doorgaans niet verder dan 18 procent. Anders wordt het simpelweg te duur. Toch heeft Nederland inmiddels zo’n 4,5 miljoen zonnepanelen op de daken, en werden er wereldwijd het afgelopen jaar een half miljoen zonnepanelen per dag geplaatst, meldt het International Energy Agency vanuit Parijs. Als grootste concentrated solar power-generator ter wereld verwacht Spanje in 2020 liefst 10.000 megawatt, oftewel 10 gigawatt, aan zonne-energie te kunnen produceren. Ter vergelijking: alle Nederlandse windmolens tezamen genereerden vorig jaar een slordige 300 megawatt aan stroom.

<a href= Sakaori
Sakaori, CC BY-SA 3.0

Tot 36 procent rendement

Steeds vaker drijven er ook zonnepanelen op het water. Een gunstige ontwikkeling, aangezien ruim 70 procent van het aardoppervlak (circa 365 miljoen km2) daarmee is bedekt. In onder meer Australië, Japan, Amerika, Brazilië en Engeland vinden omvangrijke tests plaats met zogenaamde ‘floatovoltaics’. Naast het genereren van energie werken ze ook heel goed voor het beheersen van algengroei en verdampen van water, zodat deze technologie met name ook voor derdewereldlanden erg waardevol zou kunnen zijn. De energie van het grootste project, nabij de Engelse vlieghaven Heathrow, wordt overigens ook gebruikt om het water in het onderliggende stuwmeer geschikt voor consumptie te maken.  De in totaal 23 duizend zonnepanelen op het Queen Elizabeth II reservoir leveren de stroom om drinkwater voor in totaal 10 miljoen mensen te zuiveren. 

Ondertussen stijgt het aantal zonnepanelen steeds sneller. En dankzij de innovatieve technologie van Insolight neemt dat groeitempo de komende jaren alleen maar verder toe. De Zwitserse startup presenteerde onlangs zijn huis-tuin-en-keuken versie van de zonnecellen die NASA heeft ontwikkeld om zijn satellieten in de ruimte van stroom te voorzien. Per stuk hebben die niet meer dan een paar millimeter oppervlakte. Om ze van zoveel mogelijk geconcentreerd zonlicht te voorzien, ontwikkelde Insolight een dunne kunststof laag met kleine lenzen die het zonlicht als mini-vergrootglazen op de dure zonnecellen projecteren. 

De kunststof lenzen worden door sensoren op een ideale hoek van de zon gehouden, zodat het effect de gehele dag door optimaal is. Dankzij deze innovatie is Insolight nu in staat voor massaproductie geschikte zonnepanelen te maken, die tot 36 procent van het zonlicht kunnen omzetten in energie. Dat is dus het dubbele rendement van de op dit moment in de winkel liggende zonnepanelen.

Solar space farms

Zoals wel vaker vinden de echt spannende innovaties momenteel echter in de ruimte(vaart) plaats. De  Japan Aerospace Exploration Agency (JAXA), zeg maar de Japanse NASA, werkt bijvoorbeeld aan concrete plannen om zijn eerste zonne-energiecentrale in een baan rond de aarde te krijgen. Met de akelige situatie rond zijn kernreactoren en zijn van oudsher beperkte toegang tot eigen fossiele brandstoffen als extra duwtje in de rug, werkt de JAXA al enkele jaren aan solar space farms. Inmiddels liggen twee concrete voorstellen op tafel. Het eerste voorziet in een enorm, 2 kilometer strekkend zonnepaneel dat met kabels aan een controlesatelliet is verbonden. 

Nadeel van deze installatie is echter dat positie van de panelen niet of beperkt kan worden aangepast, met een flink rendementsverlies als gevolg. De meer complexe oplossing voorziet daarom in een tweetal zeer grote, beweegbare spiegels, die in staat zijn het zonlicht op de los zwevende zonnepanelen  te weerkaatsen. De kennis die nodig is voor dit soort ‘formatievliegen’ in de ruimte moet echter nog grotendeels worden ontwikkeld. Dat geldt ook voor de technologie die het mogelijk maakt om de Gigawatt vermogen van deze eerste solar farm terug op aarde te krijgen. JAXA wil dat namelijk doen door de energie via microgolven naar het aardoppervlak te stralen. 

Bright future

Daar moeten grote antennes op een nog aan te leggen eiland in de haven van Tokyo de stroom verder verdelen. Maart vorig jaar slaagde het Japanse ruimtevaartagentschap er met veel pijn en moeite in om een 1.8 kilowatt over een afstand van 100 meter te verzenden. Het zal dus nog even duren voor het mogelijk wordt om een gigawatt stroom over 36.000 kilometer te verzenden. De JAXA zelf spreekt momenteel van 25 jaar, maar gezien de razendsnelle ontwikkelingen op dit gebied zou dat zo maar eens veel sneller kunnen gaan. Kijk bijvoorbeeld naar de ontwikkelingen in Amerika, waar niemand ooit had gedacht dat het land zo snel en fanatiek van zijn olieverslaving zou afkomen. Toch is dat precies wat er nu gebeurt, constateert het Amerikaanse Department of Energy (DoE). 

Volgens een recent DoE-rapport zijn de kosten van zonne-energie de afgelopen vijf jaar met liefst 65 procent gedaald. “Mede dankzij deze sterke prijsdaling is het aantal zonne-installaties in Amerika in dezelfde periode vertienvoudigd”, aldus de onderzoekers. “Als deze ontwikkeling zich doorzet, zal zonne-energie in 2050 voorzien in 27 procent van de totale Amerikaanse energiebehoefte.” Naast de 426 miljard dollar die hiermee kan worden bespaard, zal schone zonne-energie jaarlijks bovendien ook 25.000 aan milieuvervuiling gerelateerde levens sparen, voorspelt het departement. 

Zo wordt Peter Diamandis’ zonnige kijk op het leven nu ook door harde cijfers ondersteunt: the future is brighter than you think.

Auteur

Arnoud Groot (@Arnoud_Groot) is als onderzoeksjournalist en copywriter volledig gefocust op informatietechnologie en internet. Voor Bright publiceert hij regelmatig over big data, social media, online marketing, e-commerce en de innovatieve ondernemers die zich op dit speelveld begeven.

Video Vault: Sidekick en Save As
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 39 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

NASA neemt je mee op een rondleiding door het International Space Station. Samen met de camera en begeleid door sfeervolle muziek vlieg je langs elke afdeling, zie je hoe compact alles is en krijg je een idee van hoe het leven in de ruimte is. Eén ding is zeker, het uitzicht zal nooit vervelen.

In deze korte film komt het verhaal dat een vader zijn zoon vertelt voor het slapengaan tot leven. Sidekick is een prachtige, hartverscheurende video van 15 minuten, waar behoorlijk wat budget en productie aan te pas is gekomen. Met robots en superhelden leert het zoontje een belangrijke levensles. Met bekende acteurs als Josh Dallas (Once Upon a Time), Emily Bett Rickards (Arrow) en Tom Cavanagh (The Flash), geregisseerd door Jeff Cassidy, die meewerkte aan onder meer The Flash, Night at the Museum en Warcraft.

SpaceX-ceo Elon Musk hoopt de eerste mensen binnen 10 jaar op Mars te zetten, maar over 46 tot 106 jaar moeten er al 1 miljoen mensen op de Rode Planeet wonen. De vraag is: zijn we eigenlijk wel klaar om in de ruimte te leven? Een lange ruimtereis eist namelijk zijn tol op het menselijk lichaam, bijvoorbeeld op spieren en botten. In deze video vertelt Lisa Nip wat er moet gebeuren.

In Arizona ligt Arcosanti, de 'stad van de toekomst'. Althans, dat proberen de 80 mensen ervan te maken die er op dit moment wonen. Zij stellen elkaar de vraag: hoe kunnen we onze levens verrijken zonder echt rijk te zijn? Sinds de stad in de jaren '70 ontstond, brachten mensen er dagen, weken of jaren van hun leven door om de perfecte stad te bouwen. De architectuur focust zich niet alleen op vormen, maar ook op het zo efficiënt mogelijk omgaan met energie.

Kijk eens, Tony Hawk blijkt ook een bekende nerd! In deze video laat de skater een paar van zijn speeltjes zien, zoals de Video Toaster, een 3D-videocamera van Sony en een Oculus Rift.

Save As is de afstudeerfilm van Maxime Dupuy, Mathieu Paggi, Luc Giraud en Arthur Bourdot en gaat over een computerprogramma dat herinneringen uitwist. Volgens de makers komen in deze mooi geanimeerde video thema's aan bod als verandering in het leven en de koppeling van menselijke herinneringen en wat je opslaat op de computer.

De korte documentaire 'TriForce: The Path to Gaming Glory' gaat of Isaiah Johnson, een professioneel gamer die opgroeide tussen de arcadekasten van New York. Inmiddels is Johnson midden 30 en speelt hij games op het hoogste niveau. Dat gaat niet zonder ups en downs, zo weet de gamer inmiddels.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.