Inhoudsopgave
    

De eerste slimme spijkerjas
Miranda Hoogervorst
door Miranda Hoogervorst
leestijd: 5 min

Het ziet er naar uit dat het oudste spijkerbroekenmerk ter wereld de wearables-race voor draagbare mode gaat winnen. Miranda sprak met Paul Dillinger, Levi's VP Global Product Innovation, over de slimme versie van de Commuter Trucker Jacket.

Levi's en Google presenteerden onlangs een slimme spijkerjas, met een aanraakgevoelige mouw, waarmee je door te vegen of te tikken een telefoongesprek kan aannemen of een liedje kan skippen.

Hoe zijn jullie het gesprek met Google in het begin aangegaan?
"Google biedt met zijn Project Jacquard-technologie een fantastische oplossing aan, maar het heeft een 'probleem' uit de markt nodig voor een goede toepassing. Wij kwamen met een daadwerkelijk probleem, namelijk hoe je je telefoon veilig kunt bedienen op de fiets."

Is dit een 'marketing-jack' dat vooral is gemaakt om aandacht te genereren voor Levi's of kunnen we straks allemaal met zo'n jack door de stad racen? 
"Dit wordt een echt collectieproduct, dus we gaan het op redelijk grote schaal produceren. Geen honderdduizend stuks, maar zeker genoeg om onze belangrijkste winkels en een paar pop-up shops te kunnen bevoorraden. Er komt een mannenjack en een vrouwenjack."

Waarom besloten jullie de Project Jacquard technologie in een jack te integreren? 
"We spraken uitgebreid met de Levi's gebruikersgroep; urban bikers die normaal gesproken ook onze producten dragen. Ze vertelden ons dat ze een jeans zelden een paar keer per week dragen, maar dat ze een cool, functioneel jack wel drie of meer keren per week dragen. Daarom hebben we voor het jack gekozen."

Waarom hebben jullie niet een multifunctionele, verwijderbare denim 'patch' ontwikkeld die op elk kledingstuk en op elke plek bevestigd kan worden?
"Dat heeft lang niet zoveel magie als een jack. Met zo'n patch zouden we gewoon weer een nieuwe gadget erbij hebben, die waarschijnlijk ergens in de sokkenla eindigt. Het was voor ons juiste de uitdaging om deze technologie naadloos, onzichtbaar te verwerken in een kledingstuk waar je echt van gaat houden, dat je graag wilt dragen en dat vast onderdeel wordt van je garderobe."

Fashiontech is een nieuwe stroming in de mode en bevat vaak ingewikkelde technologie. Hoe communiceer en verkoop je dit nieuwe type producten aan de Levi's-klant? 
"Het interessante is dat we de mogelijkheden van deze technologie gericht hebben ingezet voor mensen die veel op de fiets zitten, voor de 'commuters'. Onze Commuter-collectie bevat allerlei stukken die het leven van stadse fietsers makkelijker maken. Dit jack kunnen we ook precies op die manier presenteren; het biedt je extra gemak voor onderweg. We hoeven niets anders te communiceren buiten het feit dat dit een robuust jack is dat niet snel kapot gaat. Je kunt het dragen en wassen als elk ander denim jack. En wat de app betreft; ook die is vrij simpel uit te leggen. Je plugt de speciale knoop in de manchet en dat is het."

Wat verwacht je op korte termijn voor de toepassing van wearables in dagelijkse mode?
"De mogelijkheden voor wearables zijn eindeloos, maar je moet vooral focussen op wat past bij je merk en bij jouw specifieke groep klanten, anders zien ze geen reden om het te kopen. Voor ons is de combinatie met de Commuter-lijn perfect."

De mouw met knoop die een knop is, rechts verwijderd om op te laden.
De mouw met knoop die een knop is, rechts verwijderd om op te laden.

Is de technologie nu helemaal 'marktklaar' en dus ook toepasbaar in andere Levi's stukken? 
"Jazeker, en we zijn daar erg enthousiast over. In de herfst van dit jaar doen we een beta-test die ons inzicht zal geven in hoe dragers dit product het liefst gebruiken en welke features van de app ze het meest zullen gaan gebruiken. Daarna wordt de technologie openbaar zodat ontwikkelaars ermee kunnen gaan experimenteren. Wij hebben voor het Commuter-jack aan van alles gedacht, maar we hebben ongetwijfeld nog een heleboel andere gekke, onverwachte mogelijkheden over het hoofd gezien. Met die input kunnen wij het misschien weer in een andere vorm gaan toepassen in een jeans, shirt of accessoire."

Wat hebben jullie moeten veranderen in het gebruikelijke proces van weven en naaien? 
"De technologie is ontwikkeld om het eenvoudig te kunnen toepassen in onze gebruikelijke productie. De weverij die deze interactieve stof maakt, maakt ook onze normale Commuter-stoffen. We kunnen zelfs de normale weefmachine gebruiken. De stof gaat vervolgens naar de fabriek die ook onze Commuter 511 jeans produceert. Uiteindelijk is het gewoon een kledingstuk dat ze in elkaar kunnen zetten; ze hoeven geen hightech elektronica te fabriceren."

Hoe zijn de geleidedraden in de stof verwerkt zodat je de stof toch kunt knippen?
"Het actieve deel bestaat uit een rij van vijftien geleidedraden over de gehele breedte van de stof. Aan de voorkant zijn ze nauwelijks te zien. Aan de binnenkant van de stof zie je dat de draden niet overal volledig zijn meegeweven en dat zijn de stukken waar we doorheen knippen; dat levert losse uiteinden op. Die kunnen we samenpakken en verbinden met het uiteindelijke verbindingspunt voor het stuk elektronica. Je kunt het goed zien in de making of video."

Heeft Levi's een exclusieve gebruiksperiode afgesproken met Google of kunnen andere merken de technologie ook gaan gebruiken?
"Dit is niet exclusief voor ons maar we zijn wel hun eerste partner met deze technologie. Ik denk juist dat deze technologie gemaximaliseerd wordt als anderen er ook mee aan de slag gaan en verschillende oplossingen en toepassingen bedenken voor hun specifieke merk en klant. We zijn erg benieuwd naar de ideeën van andere merken. We kunnen er allemaal van profiteren als consumenten dit op grote schaal gaan gebruiken en niet alleen maar via Levi's."

Jullie leveren het jack in het voorjaar van 2017 maar het is nu al openbaar gemaakt. Ben je niet bang dat een ander merk je alsnog gaat inhalen?
"Ik weet hoe lang en hoe hard we hieraan gewerkt hebben dus ik ben daar niet bang voor. Iemand die nu ook al deze technologie wil gaan gebruiken moet dat vooral doen maar wij zullen dan nog de eerste zijn die het op de markt gaan brengen."

Auteur

Miranda Hoogervorst (MirandaWrites10) is specialist op het snijvlak tussen mode, tech en duurzaamheid. Is momenteel geobsedeerd door Girls Can Code en 'shrimp-treated bespoke denim'.

‘Ons format is nu onderdeel van iOS’
Tonie van Ringelestijn
door Tonie van Ringelestijn
leestijd: 7 min

Met TRVL en PRSS was Jochem Wijnands trendsettend met iPad-uitgaves. Apple nam PRSS over, waarna hij en zijn team Apple News en het News Format bouwden. Nu is Wijnands terug in Amsterdam, en heeft hij met TRVL grote plannen: "We worden de Uber voor reisadvies."

"De zaal liep leeg en Apple-topman Eddy Cue stond daar, als een rockster die vlak na een concert nog even tevreden naar het publiek kijkt. Michel (Elings,red.) greep zijn kans en sprak hem aan met 'Wij hebben de software gebouwd die jullie vergeten zijn te bouwen'. Een paar maanden later werden we door Apple op het hoofdkantoor uitgenodigd", vertelt Jochem Wijnands, samen met Michel Elings mede-oprichter van PRSS, een digitaal uitgeefplatform waar allerlei grote mediabedrijven hun tijdschriften mee naar de iPad wilden brengen.  

Anderhalf jaar na het gesprek met Eddy Cue nam Apple de Amsterdamse startup over. Wijnands, Elings en veertien andere PRSS-medewerkers verhuisden naar Silicon Valley. "Elf van onze jongens zijn voordat ze verhuisden nog snel getrouwd met hun vriendin, omdat die anders geen visum in de VS kregen", blikt Wijnands terug. Het PRSS-team kreeg een lege verdieping in een van de Apple-kantoren en ging werken aan de Apple News-app en het Apple News-format. Apple lanceerde de nieuws-app vorig jaar, maar hij is nog niet in Nederland beschikbaar. 

25 tripjes naar Silicon Valley

De keuze voor een overname door Apple kwam niet uit de lucht vallen. In de anderhalf jaar tussen Elings pitch bij Eddy Cue en de uiteindelijke overname-deal spraken de PRSS-oprichters met meerdere grote techbedrijven en durfinvesteerders. "Voordat we er gingen wonen zijn we wel 25 keer in Silicon Valley geweest. De venture capitalists waren niet overtuigd. Je merkte dat ze zoiets hadden van: kom later nog maar eens terug." 

Maar ook andere partijen toonden interesse in PRSS, een vernuftig platform dat digitaal uitgeven van content veel soepeler, flexibeler en mooier zou moeten maken dan de tools waar uitgevers tot dan toe mee werkten. En bovendien stukken goedkoper. "Wij wilden uitgevers een dollarcent per download laten betalen. Maar dat soort flexibele kosten waren nieuw voor uitgevers. Ze waren alleen hele hoge vaste bedragen voor licenties gewend." Desondanks kreeg PRSS maar liefst 15.000 aanmeldingen om de tool te mogen testen en daar zaten de grootste uitgevers ter wereld tussen. 

De TRVL-app in 2012
De TRVL-app in 2012

Eerste iPad-only magazine

Die interesse is deels te verklaren vanwege de indruk die Wijnands en Elings sinds 2010 hadden gemaakt met hun iPad-reismagazine TRVL, het eerste iPad-only tijdschrift. "De iPad was nog niet uit in Nederland maar ik had hem in Amerika al in handen gehad. Ik zag meteen de mogelijkheden. De iPad zou de magazine-ervaring brengen die tot dan toe ontbrak bij digitaal uitgeven. Ik beschikte al over een archief vol goede reiscontent. Michel en ik zijn meteen gestart met het werken aan de app en enkele weken later was hij af. De app was destijds nog lang niet zoals zou moeten, maar we wilden er op tijd bij zijn." 

Juist doordat TRVL een van de eerste iPad-only magazines was, trok het bedrijf veel aandacht en verscheen het hoog in de downloadlijstjes in de appstore. "Op een gegeven moment stonden we met TRVL zelfs boven een grote partij als TripAdvisor." Na diverse verbeteringen viel de app meermaals in de prijzen en werd TRVL zelfs tijdens een Apple-keynote genoemd als een goed voorbeeld van een iPad-magazine. 

Wat daarbij meespeelde: de apps van bestaande tijdschriften waren erg teleurstellend. "Veel uitgevers namen met hun iPad-versies een makkelijke shortcut, ze gebruikten gewoon het design wat ze voor hun tijdschriften al hadden. Maar wij konden het als exclusief iPad-magazine veel beter aanpassen aan het medium. Al onze eigen bevindingen wilden we in nieuwe uitgeefsoftware voor de iPad stoppen." Private investeerders waren overtuigd van de kracht van TRVL, waardoor er funding kwam om de software te ontwikkelen. Ook met de bedoeling om het later aan andere uitgevers aan te bieden.

Apple-kiosk zette uitgevers op achterstand

Apple’s model met de Kiosk-app voor digitale magazines pakte in die tijd verkeerd uit voor de uitgevers (lees eerder in Bright Ideas: Het fiasco van Apple's kiosk). "Het leunde te veel op het oude model van uitgeven, met die centrale manier van distributie en de automatisch verlengende abonnementen. Uitgevers dachten dat ze hun oude model op de iPad gewoon in stand konden houden, terwijl dat niet werkte. Ze werden hierdoor eigenlijk op achterstand gezet, waardoor nieuwe partijen als VICE en Huffington Post ineens zo groot konden groeien."

Nieuwe technologie moest het publiceren direct naar mobiele besturingssystemen beter en makkelijker maken, zag Wijnands. "Technieken als HTML, PDF, Webkit en RSS, stammen uit de jaren 90 en zijn eigenlijk hopeloos verouderd. Er was geen goede manier om rechtstreeks naar mobiele apparaten te publiceren, dus daarom hebben we die maar zelf gebouwd. We wilden direct met iOS communiceren, niet volgens de oude protocollen, maar bijvoorbeeld ook met integratie met native apps." 

PRSS presenteerde zich tijdens de conferentie The Next Web 2013 in New York, met onder meer  uitgevers Sanoma en Gruner + Jahr als launchpartners. "De interesse was daarna overweldigend. Dat is ook begrijpelijk. Heel veel bedrijven zijn uiteindelijk afhankelijk van of ze met content een meerwaarde kunnen bieden." Wijnands hield er rekening mee dat er partijen waren die zijn model wilde namaken, maar maakte zich geen zorgen. "In Silicon Valley werkt het zo: make or buy. Maar meestal geldt het laatste: de grote bedrijven kopen de succesvolle startups op." 

Na een aantal maanden begon de tijd te dringen. Gezien de interesse van mogelijke overnamepartijen aan de ene kant en mediapartijen die het platform wilden gaan gebruiken aan de andere kant, kon PRSS niet te lang wachten. "We hadden nog geen concreet overnamevoorstel gehad, maar er waren wel zinspelingen. Door met Apple in zee te gaan zou iedereen er beter van worden. We wilden dat onze visie in iOS terecht zou komen en daardoor voor vele miljoenen mensen relevant zou worden."  

Jochem Wijnands in het kantoor van TRVL in Amsterdam Jurjen Drenth
Jochem Wijnands in het kantoor van TRVL in Amsterdam

'Er spelen veel belangen tegelijk'

Het PRSS-team stond aan de wieg van de Apple News-app en het Apple News Format, waarmee uitgevers  elegant opgemaakte content op gestructureerde manier kunnen publiceren binnen Apple News. "Dit format is iets waar we trots op zijn, het is onderdeel van iOS." Het format is voorlopig niet buiten de Apple News-app te gebruiken. "Ik heb mijn best daarvoor gedaan, maar uiteindelijk moet je accepteren dat er bij Apple veel belangen tegelijkertijd spelen, privacy is er daar bijvoorbeeld een van. Daar heb ik begrip voor."

Nadat het werk aan Apple News erop zat keerde Wijnands als eerste van het PRSS-team terug naar Nederland. "Er was toen geen reden meer voor mij om te blijven. Ik vind het fijner om aan het hoofd van een startup te staan. Ik ben te rusteloos om medewerker te zijn bij zo'n groot bedrijf. Ik ben vaak bezig met de grotere visie, en niet met mijn beoordelingsgesprek of een bonus. Maar Apple is een mooi bedrijf. Het is onwijs gaaf er te hebben gewerkt."

TRVL 2.0: de Uber van de reisagenten?

Na zijn vertrek kon Wijnands niet bij andere bedrijven in Silicon Valley aan de slag vanwege zijn visum. Hij besloot terug te keren in Amsterdam om TRVL weer op te pakken. Het reismagazine wordt nu een platform waarop mensen elkaar kunnen helpen met het plannen van een reis, en de aanbevelingen ook direct kunnen boeken. "We willen een probleem dat veel mensen hebben oplossen. Het boeken van een vakantie is heel veel werk, omdat het aanbod overweldigend is. Je hebt al snel 30 websites met hotels en vluchten open staan." 

TVRL laat je reisadvies inwinnen bij bekenden, of lokale experts, met chat in tekst of audio. Zij kunnen op basis van je interesses en voorkeuren je tips geven voor de beste hotels, excursies of restaurants. "Mensen kunnen dit peer-to-peer met elkaar regelen. Je krijgt alles op één scherm te zien. Van hotels tot transfers naar het vliegveld. Je krijgt het beste advies van mensen die je kent, of mensen die op een locatie zijn geweest of er zelf wonen." 

TRVL kan straks ook notificaties geven tijdens de reis. "We kunnen je laten weten als er zeer slecht weer op komst is, of als een populair restaurant die avond nog een tafeltje vrij heeft, zodat je meteen kan reserveren." Geld verdient de startup met commissie van sites als Booking.com. "Maar het grootste deel zal als beloning naar de reisagenten gaan. Ze kunnen tot 10 procent van het geboekte bedrag verdienen." Het platform leent zich volgens hem ook goed voor gebruik bij bedrijven waar zakelijke reizen met bedrijfscreditcards worden afgerekend.

Wijnands hoopt dat met TVRL straks iedereen die dat wil een reisagent kan worden. "We willen doen met de reisagenten en reisbureaus wat Uber met taxi’s heeft gedaan en Airbnb met de hotelbranche." De site laat binnenkort de eerste groep beta-testers toe, maar Wijnands wil eerst nog een paar dingen in het design verbeteren. Te lang wachten wil hij ook niet. "Ik heb met TRVL en PRSS geleerd hoe belangrijk het is om met sommige dingen de eerste te zijn. Ook dat je altijd vanuit de gebruiker, in dit geval de reiziger, moet blijven denken. De reiziger moet het tof vinden en er beter van worden. Power to the Traveler!”  

Auteur

Tonie van Ringelestijn (@tonie) was vanaf 1999 een van de eerste (en meest fanatieke) bloggers in Nederland. Sinds onze start in 2005 doet hij dat ook voor Bright. Hij werkte ook jarenlang voor kranten, persbureaus, tijdschriften, radio en tv. Sinds 1 januari 2014 is Tonie eindredacteur van Bright.nl en sinds 2015 ook van Bright Ideas.

Trendy Techies
Mei Ling Tan
door Mei Ling Tan
leestijd: 7 min

De dresscode van de internationale tech-community, vorige week in beeld gebracht op The Next Web-conferentie in Amsterdam.

Door Mei Ling Tan van House of Einstein.

Aleksandar Papez (21)

Woonplaats: Zürich, Zwitserland

Werk: UX Designer bij Tracktics GmbH  

"Met mijn site hive.guru probeer ik mensen meer na te laten denken over lokale producten. Je kunt er honing kopen van een imker in jouw buurt. De imker brengt zelf je potje honing bij je langs. Het is slechts een experiment. Uiteindelijk hoop ik dat ik meer producten kan aansluiten en dat ouders met hun kinderen gaan praten over producten en waar ze vandaan komen. Ik heb de site helemaal zelf ontwikkeld. Maar omdat ik een front-ender ben gaat alles achter de site nu dus nog handmatig. Ach, je moet ergens starten. 

Stijl is belangrijk voor me. Net als in mijn ontwerpen houd ik van simpel en tijdloos. Ik heb bepaalde regels. Alles moet effen zijn, in één kleur. De enige prints die ik draag zijn stippen en lijnen. De laatste maand zit ik opeens in een ton-sur-ton fase. Ik draag alles in dezelfde kleur. De broek en dit jasje horen niet bij elkaar, ik kocht ze in verschillende winkels."

Frank Tentle (52)

Woonplaats: Keulen, Duitsland

Werk: Digital Consultant bij Menschortweb

"Business, art & soul, daarvoor kom ik naar TNW. Ik houd van Amsterdam. Duitsland is saai. Hier is het cooler, de mensen zijn slimmer. In Duitsland wordt de nadruk gelegd op technologie, hier op de mensen die de technologie gaan gebruiken. Een typisch Duits bedrijf als Rocket Internet is voor mij het ultieme voorbeeld hoe technologie wordt misbruikt. Copycats met kortetermijn-winsten in plaats van producten die ertoe doen. 

Zelf werk ik aan een project van de EU voor musea en creatieve hubs. We willen location-based technologie inzetten zodat mensen meer verbinding krijgen met de locatie. We creëren ‘smart places’ waarbij apps als Snapchat of Instagram en augmented reality worden ingezet. Het project moet in 2017 uitgerold worden. Met de technologie komt het wel goed, mensen en content is de uitdaging. 

Qua kleding kun je mij uittekenen in een zwarte outfit met hoed. Ik ben fan van hoeden en ben altijd op zoek naar ambachtelijke hoedenmakers. Deze hoed is van Fiona Bennet uit Berlijn. Ze ontwierp hem speciaal voor Brad Pitt."

Naam: Eddy Zoëy (49)

Werk: Ondernemer bij tappum.com

"Mensen kennen me als presentator, maar eigenlijk ben ik altijd daarnaast ook ondernemer geweest. Mijn eerste bedrijf was Hitbox, daarna heb ik vele bedrijven gehad in de showbizz en theaterwereld. Momenteel werk ik aan Tappum, een app en community voor vloggers. Het is mijn eigen idee: ik wilde graag vloggen maar het produceren en uploaden kostte me te veel tijd. Tappum lost dit probleem op. We zijn in april live gegaan en hebben binnen een maand 1 miljoen views en 8000 actieve vloggers. Het ging als vanzelf: grote YouTube vloggers deden shoutouts over Tappum en daardoor installeerden hun viewers de app. Nu zijn we klaar voor de volgende stap en nieuwe funding.

Ik pas mijn kleding aan op de gelegenheid. Ik ben bij TNW om potentiële investeerders te ontmoeten dus daarom heb ik gekozen voor een jasje. Een pak draag ik graag, maar dat vind ik nu niet geschikt. Tappum is een jongerenplatform, dus dan passen sneakers en een t-shirtje beter."

Sietze Rademaker (38)

Woonplaats: Amsterdam

Werk: Business Developer bij VICE 

"Merken begrijpen steeds beter dat content belangrijker is dan standaard advertising. We zijn onlangs begonnen met een lokale tak van VICE Sports. Het gaat bij ons niet over sport en resultaten, maar over de cultuur er omheen. Mijn favoriete nieuwe format is bijvoorbeeld ‘Athletes calling their mum’.

Bij VICE draagt iedereen waar die zin in heeft. Je ziet er van alles: van afgetrapte sneakers tot nette broques. Er loopt zelfs nog een aantal oude skaters rond. Een pak zie ik meer als gelegenheidskleding: voor een chique event en dan alleen als het verplicht is. Het stereotype colbert met overhemd is niets voor mij, ik trek liever mijn eigen plan. Ik shop eigenlijk altijd in stenen winkels, weinig online. Veel in de 9 straatjes in Amsterdam, bij concept stores en vooruitstrevende boetieks. Die jongens vertellen me wat upcoming is. Online koop ik alleen artikelen waar ik specifiek naar op zoek ben. Dan heb ik iets ergens gezien of gehoord en ga ik naar de betreffende website."

Renato Mussa (26)

Woonplaats: Amsterdam

Werk: Developer bij Travelbird

"Ik ben bij TNW om de laatste tech-trends te ontdekken. Waar gaat het naartoe en wat kunnen we verwachten de komende jaren? Ik kom uit Portugal en werk hier in Amsterdam bij Travelbird. Ik ben programmeur en werk aan de Android-app. Momenteel zijn we hard bezig om ervoor te zorgen dat al je reisdetails in de app zitten. De tech-community in Portugal was niet zo interessant toen ik daar nog woonde. Nu is die wel in ontwikkeling, vooral in Lissabon en Braga. Ik zou wel een eigen start-up willen starten, maar ik heb geen haast. Mijn passie is muziek dus het zou het mooist zijn om daar iets mee te doen. 

Ik draag wat ik wil, dresscodes ken ik niet. Binnen Travelbird lopen mensen in hoodie met slippers, maar net zo goed in pak. Het maakt niets uit, iedereen doet wat hij zelf prettig vindt. Mijn favoriete webshop is I Love Ugly, uit Nieuw Zeeland. In Amsterdam kom ik graag bij Baskéts."

Dawn Hung (34)

Woonplaats: Hong Kong, China

Werk: Freelance journalist bij Ming Pao Daily

"In China ligt de nadruk op product design, hier op service design. Hier bij TNW ontdek je nieuwe concepten, apps en digitale services. Op een beurs in Hong Kong ontdek je nieuwe producten. Ik werk als correspondent voor Ming Pao Daily, een krant in Hong Kong. Mijn artikelen gaan over mode en design. Ik schrijf over Nederlandse ontwerpers, maar ook over de meubelbeurs in Milaan. 

Mode is belangrijk voor me. Ik draag veel dingen van de Japanse online stores als Muji en Uniqlo. Maar ook Europese designers als Hermés, YSL by Stefano Pilati en Margiela by Martin Margiela, Hussein Chalayan. Ik reis veel voor mijn werk dus ik shop overal, van Milaan tot Parijs. Mijn schoenen zijn van Nike."

Steven Witteveen (52)

Woonplaats: Amsterdam 

Werk: FashionUnited eBusiness

"Ik ga naar TNW om de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van e-fashion te ontdekken. Ik geloof dat de offline fashion-markt altijd belangrijk zal blijven. Maar dan moeten de traditionele bedrijven wel mee en digitaliseren. Er is nog een boel te halen. Zo is er momenteel geen centraal platform voor productinformatie. Dat zorgt voor veel inefficiëntie. Verticaal georganiseerde bedrijven zoals Zara en Topshop hebben hierdoor veel markt gepakt. Mijn missie is om alle data van wholesale en retail samen te laten komen, zodat de fashionindustrie kan optimaliseren. Ik werk nu al voor merken als Adidas, Nike en Tommy Hilfiger.

Hoewel ik ben opgegroeid in een modefamilie, ben ik er nooit bewust mee bezig geweest. Mijn grootste inspiratiebron is eigenlijk mijn boot, een sleepboot die nu in de Harbour Club in Amsterdam ligt. Dit shirt werd bijvoorbeeld van origine bij de Russische marine gedragen. Dat navy nu in de mode is, is eigenlijk toeval. "

Nikita Snurcov (25)

Woonplaats: Chisinau, Moldavië

Werk: Chief Content Officer bij Fentury

"Eat, sleep, rave, repeat, dat is op dit moment mijn mantra. Daarom past dit t-shirt goed bij me. Ik leef voor mijn start-up en doe er vrijwel niets buiten. Ik heb meegedaan aan een competitie en won zo tickets voor TNW. Een mooie kans om onze start-up te promoten. Fentury zorgt ervoor dat consumenten gemakkelijk hun uitgaven kunnen monitoren en managen. Andere fin-tech bedrijven kunnen eraan gekoppeld worden via een API, zodat er nieuwe financiële services gemaakt kunnen worden. 

Tot nu toe hebben we al 1,5 miljoen dollar opgehaald bij informal investors. Mijn doel is om investeerders te spreken. We zoeken nu 3 miljoen dollar, zodat we internationaal kunnen gaan."

Merter Inci

Woonplaats: Amsterdam 

Designer bij Chunk.nl

"TNW is voor mij een perfecte plek om inspiratie op te doen. Wat is de status van technologie, maar ook vooral, waar gaan we naartoe? Ik ben aangenomen om out-of-the box te denken; als frisse wind door het bedrijf. Ik experimenteer met nieuwe ideeën en oplossingen.

Qua kleding draag ik wat ik wil, net zo goed naar werk. Op kantoor verschijnt men doorgaans netjes, maar op vrijdag is het Casual Friday en kun je er gerust in joggingbroek en sneakers aankomen. Mijn baas gaat zelf altijd netjes gekleed, maar hij tolereert broeken met scheuren. Ik shop liever niet online. Ik vind materialen belangrijk en kies voor kwaliteit. Bovendien vind ik het leuker om lokale ondernemers te ondersteunen dan grote webshops."

Auteur

Mei Ling Tan is oprichter van House of Einstein

Er zwemt 2 centimeter zeehond in Amsterdam
Bram van Dijk
door Bram van Dijk
leestijd: 7 min

Kunstenaar Pavèl van Houten toont de zachte kant van keiharde data. Tijdens zijn Data Tour in Amsterdam turven deelnemers witgoed, hondendrollen, drugsspuiten en graffiti. "Je gaat je omgeving meer waarderen."

Reportage, deel 1: verzamelen

Bij binnenkomst is het al duidelijk: dit is niet een doorsnee databijeenkomst. Het pand waar we verzamelen, het literatuur- en cultuuroord Huis De Pinto, straalt alles behalve Silicon Valley uit. Er is geen computer, de leestafel is gevuld met kranten, van papier, en iedere deelnemer krijgt een hand en een kop thee. Aan het hoofd van de tafel zit Pavèl van Houten, kunstenaar, vormgever en fanatiek teller.

Noem iets waar er twee of meer van zijn en Pavèl wil het tellen. Hij is een data-analist, maar dan voor andere doelen dan het inzien van gebruikersgedrag of het volgen van de customer journey. Pavèl telt voor de lol. Nee, beter gezegd, Pavèl telt voor zijn plezier. "Wist je dat het Huis De Pinto in totaal 494 poten heeft?" Hij is niet verbaasd dan niemand het weet. "Het is ook maar hoe je er naar kijkt", zegt hij. "Een poot heeft voor mij drie criteria. Als eerste moet een poot kunnen lopen, het moet dus een bewegend object zijn. Als tweede moet het een dragende functie hebben en tot slot is het een afzonderlijk deel van het geheel. Dus een poef heeft geen poot."

Het levert direct discussie op. Want heeft deze stoel met ijzeren onderkant nu twee of vier poten? Geldt een lasrand als splitsing van een losse poot? Het hek buiten heeft twee keer vijf poten, volgens Pavèls overzicht. De groep is het er niet mee eens, want het draagt niks, behalve zichzelf. Zonder zich te verzetten, gaat hij akkoord. "Dat zal ik moeten aanpassen." Waar in menig data-overzicht alles keihard is, is de data van Pavèl flexibel. Het is de zachte kant van harde data. We lopen een rondje langs alle poten, doen daarna onze jas aan en gaan op pad.

Interview, deel 1: over het waarom

Waarom tel je?
"Ik tel om specifiek te kunnen kijken", zegt Pavèl. "Tellen is eigenlijk heel ingewikkeld, de werkelijkheid is nooit te tellen. Er zijn zoveel grensgevallen. Neem het voorbeeld van de poten. Mensen komen steeds met nieuwe twijfelgevallen. Het werden hele pittige discussies. Of een stoel twee of vier poten heeft, dat is geen feit maar een mening. Dat vond ik heel bizar om achter te komen: als zoiets als het aantal poten van de stoel al een mening is, dan zijn er geen feiten meer."

Data heeft tegenwoordig een vieze bijsmaak, het is een marketingtool of spionageproduct. Hoe zie jij dat soort data?
"Voor mij gaat data over het specifiek kijken naar je omgeving en daarmee ook echt in detail treden. Bij Big Data is het precies tegenovergesteld. Je verzuipt in allemaal getallen die pretenderen iets te zeggen. Als je vluchtelingen zelf gaat tellen in een asielzoekerscentrum dan krijgt die data een totaal andere lading. Voor mij is data juist iets handmatigs, een actie. Big Data is meer een set conclusies waaraan je handelingen verbindt. Het begint met het eindpunt. Iets dat heel ingewikkeld is, wordt in één getal uitgedrukt waardoor het totaal niet meer vangt wat het neer wil zetten. Je gaat er minder goed door kijken."

Wat kunnen reguliere data-analisten van jou leren?
"Ik heb vier bedrijfsuitjes gehad van dataverwerkingsbedrijven en die vond ik wel ingewikkeld. Het zijn mensen die erg met hun vak bezig zijn en het is moeilijk om ze daar uit te halen. Definities worden over het algemeen voor lief aangenomen, in plaats van dat ze continu bevraagd worden. Die definitiekwestie is volgens mij het best blijven hangen. Je moet het altijd blijven bevragen. Wat betekent deze data en wat zijn de twijfelgevallen?"

Reportage, deel 2: twijfel

Het is toch iets waaraan je je moet overgeven, merk ik. De zinloosheid van het tellen van 25 prullenbakken langs de route, 19 straatoverstekingen en 11 beklimmingen van traptreden, maakt me eerder onrustig dan zen. In het stadhuis aan het Waterlooplein wordt het iets concreter. Dit is de enige data die niet door Pavèl zelf samengesteld is, maar door de Afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek van de gemeente Amsterdam.

Lekker concreet, dus. Of toch niet? "Het enige wat je zeker kan zeggen over deze data, is dat niets klopt", zegt Pavèl. Dat vertelden de gemeentelijke tellers aan hem. Het zijn namelijk allemaal schattingen, op basis van enquêtes, peilingen of steekproeven. "De waarheid is niet te vatten in een getal, het is continu in beweging. Hoeveel inwoners heeft Amsterdam nu op dit moment? En zijn mensen die niet ingeschreven staan geen inwoners?"

Weer buiten vertelt hij dat er 75.000 iepen in Amsterdam zijn, waarvan 5.200 in het centrum. "De iep is de enige boom die langs de grachten mag staan. De iep is ook de enige boom waarvan je precies kunt zien hoe oud hij is." Elk jaar wordt de iep 1 centimeter dikker. "Deze komt uit 1920 en is daarmee monumentaal. Hier mag dus zonder vergunning niks aangehangen worden. En die 3 komen uit 1989. Ze zijn tegelijk gepland." Het is mijn geboortejaar. Langzaam maar zeker ontvouwt zich een wereld waarvan je het bestaan niet weet, maar je ook niet zeker weet wat je er aan hebt dat je het nu wel weet.

Interview, deel 2: de data van de Data Tour

De tours zijn afgelopen nu. Wat ben je te weten gekomen over data?
"Dat je met data mensen heel makkelijk waardering kan laten opbrengen voor dingen die mensen eerder vervelend of irritant vonden. Stel er liggen vijfhonderd blaadjes op de grond. Dat kan je vervelend vinden, maar als je ze gaat tellen, dan worden die blaadjes een deel van jezelf. Drie uur later waren mensen nog steeds bezig met die stoelpoten.

Verder maakt data een hoop los. Tijdens de pauze gingen mensen elkaar interviewen, maar ze mochten alleen naar getallen vragen. Dat maakte juist dat ze heel persoonlijke vragen konden stellen. Hoe vaak ben je in het ziekenhuis beland? Hoeveel kinderen heb je? Hoeveel condooms heb je in je leven gebruikt? Een jongen van veertien liep mee met zijn moeder en dit gaf hem de gelegenheid om haar eens goed uit te horen. Hoe vaak had zij geblowd in haar leven? De moeder stelde die vragen allemaal terug. Achteraf vertelde ze me dat ze die techniek wel vaker ging gebruiken."

Welke data heeft de tour opgeleverd?
"Ik heb 22 tours gedaan, met in totaal 240 man. Dat is iets meer dan tien per tour. De jongste was 3, de oudste was 81. De leeftijd maakte niets uit voor de databeleving, dat ging door alle rangen en standen heen."

Reportage, deel 3: slot

De tocht loopt door het meest toeristische gedeelte van de stad: Waterlooplein, de Wallen, Zeedijk. Maar op de een of andere manier heb je daar geen last van, je lijkt in een andere wereld te zijn. Iedere deelnemer krijgt de opdracht om één overlastcategorie te tellen, zoals de plaatselijke buurtwacht dat ook doet. Hondendrollen, drugsverslaafden, graffiti. Ik krijg de categorie witgoed. Niet eerder ben ik zo blij geworden van een achtergelaten koelkast.

Langs de route heeft Pavèl infographics verstopt. Zo zien we dat er op dit moment gemiddeld 0,05 centimeter zeehond in de gracht van de Kloveniersburgwal zwemt (en zo'n 2 centimeter in al het Amsterdamse water) en 150,93 centimeter baars.

Pavèl blijft ons bestoken met getallen. Langzaam word ik een beetje datahigh, al kan dat ook aan de coffeeshoprijke omgeving liggen. Aan het eind van de tour duiken we het oudste gebouw van de stad in, de Oude Kerk uit 1306. "We gaan nu een datameditatie doen." Hoe vreemd het ook klinkt, niemand schiet in de lach. We zijn gedatabrainwashed en staan open voor alles. Pavèl noemt in traag tempo de jaartallen op waarin een verbouwing aan de kerk werd afgerond, zowel bij sloop als bij aanbouw. Jaartal na jaartal. De getallen spoken in mijn hoofd. Met de ogen dicht zie ik de kerk steeds weer afgebouwd en opgebouwd worden. Nooit eerder zag ik de kerk als een levend bouwwerk, waar elke tijdsperiode weer zijn eigen laag overheen legt. Beeldender dan dit wordt data niet.

Interview, deel 3: slotvraag

Excuus voor deze vraag, maar wat hebben we eraan? Wat schieten we ermee op?
"Je krijgt een bepaalde liefde voor de nabije omgeving", zegt Pavèl. "Het klinkt een beetje truttig of zo, maar daar komt het uiteindelijk wel op neer. Ik heb mensen nog nooit zo blij gezien met dat ze hondenpoep vinden. Als ik nu hondenpoep zie, dan word ik er echt vrolijk van. Als je dat kan bewerkstelligen, dat mensen dát leuk gaan vinden, dan heb je toch een super maatschappij?"

De Data Tour is inmiddels afgelopen, in de laatste maand was elke editie uitverkocht. Meer data vind je op DataTours.nl en meer van Pavèl op PavelvanHouten.nl.

Auteur

Bram van Dijk (@ikbenbrampuntnl) blogt sinds 2011 voor Bright, voornamelijk over de overlap van kunst, cultuur en media met technologie. Ook houdt hij zich bezig met vinden en beschrijven van mooie spullen voor in de Bright Store. Daarnaast is hij uitbater van het kleinste theater van Amsterdam: het Torpedo Theater.

Scale-ups: Catawiki
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 9 min

In onze serie over Nederlandse startups die succesvol opschalen dit keer Catawiki, het snelst groeiende online veilinghuis van Europa. In vijf jaar was Catawiki goed voor 85 miljoen euro aan investeringen.

Marvin Reigersberg (34) is sinds november 2015 één van de ruim honderdzestig gespecialiseerde veilingmeesters op de veilingsite Catawiki. Zijn specialisatie? Videogames, computers en alles op het gebied van Nintendo. Volgens de veilingmeester ging daar een pittige sollicitatieprocedure aan vooraf. "Je moet aantoonbaar expert zijn in je vakgebied en dus veel gespecialiseerde kennis in huis hebben", zegt hij. "Een veilingmeester moet daarnaast weten op welke kenmerken hij moet letten en wat de te veilen objecten ongeveer waard zijn. Omdat je het aanspreekpunt bent voor zowel bieders als aanbieders, is het ook belangrijk om over sociale vaardigheden te beschikken. De meeste veilingmeesters op Catawiki verzamelen verder al vanaf hun jeugd en hebben vaak jarenlang in bepaalde objecten gehandeld en daardoor veel kennis en ervaring in hun vakgebied opgedaan."

Voor Reigersberg is zijn werk als veilingmeester nog geen fulltime job, maar een baan van 24 uur per week. "Het hangt af van je expertise", zegt hij. "In sommige categorieën is er zoveel aanbod dat er ook verscheidene fulltime veilingmeesters zijn. Ik doe nu wekelijks drie veilingen binnen al mijn specialisaties. Daarnaast organiseer ik elke maand enkele themaveilingen rond specifieke items, bijvoorbeeld videogames van Sega. Al met al doe ik zo'n vijftien veilingen per maand."

Strak gefilterd aanbod

Eén van zijn belangrijkste taken is het filteren van het aanbod in de wekelijkse veilingen. Kavels mogen in de praktijk uit zoveel items bestaan als een verkoper wil. Het belangrijkste daarbij is dat de kavel voldoende waarde heeft. Zo moet de verwachte opbrengst minimaal 75 euro zijn. Die opbrengst kan volgens Reigersberg zowel met één item als met meerdere items tegelijk worden gerealiseerd. "Soms kan een verkoper worden gevraagd om meer items in een kavel op te nemen. Of hij kan zelfs geadviseerd worden een kavel te splitsen, omdat dit een betere opbrengst geeft. Als veilingmeester moet je verder strak filteren. Het helpt wel als je aanbieders 'opleidt' of helpt kwalitatief goede kavels aan te bieden. De aanbieder heeft er immers niets aan als zijn kavels worden geweigerd. Als veilingmeester kun je dan bovendien sneller je werk doen. Een kavel kan verder minder dan z'n eigenlijke waarde opbrengen, maar soms ook meer. Die variatie is, vind ik, ook de charme van het veilen."

Volgens Reigersberg komt het vrijwel dagelijks voor dat items ongeschikt blijken voor een veiling "Soms schort er dan iets aan de presentatie", zegt hij. "Maar vaak is de kavel dan niet waardevol genoeg of niet interessant voor onze bieders. Ook komt het voor dat er vervalsingen worden aangeboden. Die willen we uiteraard ook niet op onze veiling."

Marvin Reigersberg, veilingmeester gespecialiseerd in oude spelcomputers.
Marvin Reigersberg, veilingmeester gespecialiseerd in oude spelcomputers.

Zeldzame goederen

Tijdens het filteren van het aanbod komt Reigersberg naar eigen zeggen van alles tegen. Bij de veiling van computer collectibles worden bijvoorbeeld veel producten van Apple aangeboden. "Maar ik zie ook computers uit de jaren tachtig of van die typische home computers als MSX, Amiga, Commodore  of Atari. Zo nu en dan krijg ik ook kavels aangeboden uit de echte beginperiode van het digitale tijdperk, zoals onlangs een Friden 132 EC rekenmachine uit 1965. Veelal zijn dit zulke zeldzame en obscure goederen dat onze bieders ze niet eens kennen. Van dit soort kavels wordt daarom vaak de reserveprijs niet eens gehaald. Maar als deze wel wordt gehaald, gaat het vaak om duizenden euro's."

De meest succesvolle kavel die Reigersberg tot nog toe veilde, bestond uit een door Apple-oprichter Steve Wozniak gesigneerde MacBook Pro. "Dat was vier maanden geleden. De handtekening deed het hem. De MacBook Pro op zich was ongeveer 500 euro waard, maar door de handtekening werd de kavel verkocht voor 2210 euro." 

De winst van Catawiki zit volgens Reigersberg in de commissie die per veiling moet worden betaald. De winnende bieder dient zijn winnende bod plus een commissie van negen procent aan Catawiki te betalen. De aanbieder ontvangt op zijn beurt het winnende bod minus 12,5 procent commissie. "Voor deze commissie regelen wij veel dingen. Zo dragen wij bijvoorbeeld zorg voor het hele betalingsproces en maken we veel reclame voor de veilingen", aldus Reigersberg.  

Indrukwekkende cijfers

Jaarlijks worden bij veilinghuis Catawiki meer dan honderdduizend bijzondere kunstwerken geveild, in een prijsrange van 75 tot 100.000 euro. Over Catawiki zijn verder veel indrukwekkende cijfers te vinden. Zo bezoeken maandelijks circa twaalf miljoen mensen de site en worden er wekelijks dertigduizend kavels geveild in tientallen categorieën: van munten, kunst en sieraden tot flessen Whisky en oldtimers. Imponerend zijn daarnaast ook de groeicijfers van het bedrijf. Van 2011, het jaar waarin Catawiki zijn veilingmodel introduceerde, tot 2015 boekte het bedrijf een omzetgroei van maar liefst 45.080 procent. In de Deloitte Technology Fast 500 werd Catawiki op basis van zijn omzetcijfers uitgeroepen tot winnaar in drie klassementen voor continentale gebieden en daarmee in één klap gebombardeerd tot het snelst groeiende technologiebedrijf ter wereld. 

Hoe snel kan het gaan met een bedrijf? In 2008, het jaar waarin Catawiki op een zolderkamertje in Assen werd opgericht, was het starten van veilingsite nog maar een plan van de twee oprichters René Schoenmakers (45) en Marco Jansen (45). Tot eind 2011 was Catawiki hoofdzakelijk nog een platform voor enthousiaste verzamelaars. "Zelf verzamel ik al heel lang stripboeken", zegt mede-oprichter Schoenmakers terugkijkend. "Ik wilde heel graag een productbedrijf beginnen dat iets zou ontwikkelen dat voor een groot publiek interessant was. Toen kwam ik al vrij snel uit bij mijn verzameling strips." 

Rene Schoenmakers en Marco Jansen.
Rene Schoenmakers en Marco Jansen.

Gedateerde papieren catalogi

Volgens Schoenmakers liepen verzamelaars in de praktijk tegen meerdere problemen aan. Vooral het feit dat ze voor het bijhouden van hun verzameling sterk aangewezen waren op papieren lijstjes en catalogi maakte het verzamelen er niet makkelijker op. Veel lijstjes verschenen onregelmatig, waren verre van compleet en vaak zeer gedateerd. Ook up-to-date marktprijzen ontbraken daardoor vaak. "Ik zocht ook altijd naar goede tools om mijn verzameling bij te houden", zegt Schoenmakers. Ik heb veel gedaan met behulp van Excel, maar dat was niet ideaal. Toen dacht ik: het zou mooi zijn als er op internet een catalogus zou bestaan waarin je met zijn allen kunt bijhouden welke strips je al hebt en welke je nog zoekt. Een soort centrale database dus, waarin je simpel kon aanvinken wat je nog zocht, wat dan weer gematcht kon worden met wat anderen kwijt wilden. Dat leek mij meteen ook een interessant businessmodel." 

Om de boel te financieren verkocht Schoenmakers zijn aandeel in twee internetbedrijven waarvan hij oprichter en mede-eigenaar was. Het oorspronkelijke plan om een veilingsite te starten, zou echter niet meteen worden verwezenlijkt. Het veilingmodel bleek nog te lastig om te realiseren. Daarvoor was een grote groep aanbieders en bieders nodig. "Als je die nog niet hebt omdat je nog maar net met je site bent begonnen, is het moeilijk om zoiets 'out of the blue' te starten. Daarom kozen we ervoor om eerst alleen verzamelaars als doelgroep te nemen", aldus de Catawiki-oprichter. 

Geen inkomsten, maar ook geen kosten

Catawiki bleek al snel een succesvol bedrijf. De pilotsite, waarop naast de Wikipedia-achtige catalogus een forum voor verzamelaars werd ingericht, trok na een paar maanden al tweeduizend bezoekers per dag. De gratis stripcatalogus, die gelanceerd werd op de Verzamelaarsjaarbeurs in Utrecht, zou in korte tijd uitgroeien tot circa 115.000 titels. Voor Schoenmakers en Jansen was het reden genoeg om deze uit te breiden met andere producten, waaronder postzegels, munten, Dinky Toys en zelfs theezakjes. 

Schoenmakers: "We hadden nog geen verdienmodel. Dat kwam er pas na de omschakeling van verzamelaarssite naar online veilinghuis. De eerste jaren hadden we ook geen inkomsten. Maar we hadden ook nauwelijks kosten. We waren verder vooral bezig om de boel in goede banen te leiden. In het begin hebben we dat veel zelf gedaan. Later zijn we echter zoveel mogelijk vragen en opmerkingen naar ons forum toe gaan leiden. Daar konden gebruikers elkaar helpen en dat werkte goed."  

Het kantoor van Catawiki in Amsterdam
Het kantoor van Catawiki in Amsterdam

Eerste grote investering

De eerste grote investering ontving Catawiki eind 2010. Volgens Schoenmakers ging het om een bedrag van circa één miljoen euro, afkomstig van een groep investeerders, waaronder Peak Capital en de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij. "De doelgroep werd al aardig groot. We zijn toen ook bezig geweest om gebruikers een soort shopmogelijkheid aan te bieden voor het verkopen van verzamelobjecten. In 2010 wonnen we bovendien de Accenture Innovation Award. Daardoor werden we voor investeerders nog aantrekkelijker. Eind 2011 zijn we gestart met het uitrollen van het veilingconcept. Daarvoor moesten veel veilingmeesters en software-ontwikkelaars worden aangenomen."

In totaal ontving de veilingsite in vijf jaar tijd ruim 85 miljoen euro aan investeringen. Grote investeerders waren onder meer Accel, één van de eerste investeerders in Facebook, en het Amerikaanse Lead Edge Capital. Dankzij alle kapitaalinjecties kon Catawiki niet alleen veel nieuwe mensen aannemen maar ook zijn activiteiten wereldwijd gaan uitbouwen.

Groei is het allerbelangrijkst

Dat Catawiki zo aantrekkelijk kon worden voor grote investeerders, heeft volgens Schoenmakers meerdere redenen. "Voor investeerders is groei het allerbelangrijkst. We zijn volgens Deloitte het snelst groeiende technologiebedrijf ter wereld. Dat is berekend op basis van onze jaarrekeningen en omzet. We hebben verder een interessant verdienmodel met de commissie die we rekenen voor de veilingen. En we zitten in een hele grote markt. Via ons veilinghuis veilen we nu artikelen in zeventig verschillende categorieën. Belangrijk is ook dat we geleidelijk zijn verschoven van een veilinghuis voor gewone collectibles naar een veilinghuis voor bijzondere objecten in het algemeen, zoals horloges, sieraden en oldtimers. Daarmee trek je veel meer kopers en verkopers. Als je heel veel oninteressante dingen te koop zet, zoals je vaak op andere marktplaatsen ziet, zullen mensen toch eerder afhaken. Dat moet je dus zien te voorkomen."

Een kolossaal bedrijf als Catawiki op de rails houden, is volgens Schoenmakers verder alleen mogelijk door goede vakmensen om zich heen te verzamelen. "Dat moeten mensen zijn die op veel gebieden beter zijn dan jijzelf. In het begin doe je alles zelf. Voor de toekomst van een bedrijf is dat niet goed. Je moet daarom leren om dingen los te laten. Catawiki is nu elk jaar een compleet ander bedrijf. Anderhalf jaar geleden hadden we zestig mensen in dienst. Inmiddels zijn dat er ruim vierhonderd. Als bedrijf verander je daardoor doorlopend. Dat betekent ook dat je je niet moet laten afleiden door randzaken en je permanent moet focussen op het product en het bedrijf."

Geen gevaar voor concurrenten

Om wereldwijd op te vallen, is Catawiki tegenwoordig in een groot aantal verschillende talen beschikbaar. Landen waarin de dienst momenteel actief is, zijn onder meer de Benelux, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Groot-Brittannië. Een deel van de site is bovendien vertaald in twee soorten Chinees: het traditionele Chinees en het standaardmandarijn. Ook de kavels die wekelijks worden geveild zijn in steeds meer talen vertaald. Volgens de Catawiki-oprichter is het verder belangrijk dat een veilinghuis vertrouwen wekt onder kopers en verkopers. 

"Het feit dat je je niet druk hoeft te maken of iets wel of niet wordt verzonden, speelt daarbij een rol. We raken daarnaast steeds bekender als hét platform waar je het beste bijzondere dingen kunt verkopen. Mensen kunnen deze ook op Marktplaats te koop zetten, maar dan krijgen ze lang niet zoveel aandacht als op Catawiki. Bepaalde bijzondere kavels leveren bij ons ook écht veel geld op. Een gesigneerde Fender Stratocaster van Kurt Cobain bracht in een veiling ruim vijftienduizend euro op. En een zeldzaam exemplaar van de strip Erik de Noorman haalde een opbrengst van zesduizend euro. Een echt gevaar voor de concurrentie zijn we overigens nog niet. We zitten nu ergens tussen de Marktplaatsen en de Christie's en Sotheby's in. En daar blijven we graag."

Door Kurt Cobain gesigneerde Fender Stratocaster leverde 15.000 euro op.
Door Kurt Cobain gesigneerde Fender Stratocaster leverde 15.000 euro op.

'Onzekere toekomst' catalogus

Op forum van Catawiki wordt intussen wel gevreesd door verzamelaars. Een aantal van hen maakt zich ernstig zorgen over het voortbestaan van de gratis catalogus, waar het ooit allemaal om begon. Door de volledige focus op het veilen, komt de verdere ontwikkeling van de catalogus niet van de grond, zo schrijft één van de Catawiki-leden op het forum van het verzamelaarsplatform. De verzamelaar schrijft daarbij ook een oplossing te weten: de oprichting van een nieuwe, geheel zelfstandige site waarop de catalogus kan worden doorontwikkeld en niet de kans loopt om 'bevroren' te raken. 

Volgens Schoenmakers hoeven verzamelaars echter niets te vrezen. "We hebben altijd gezegd dat de catalogus heel belangrijk voor ons is", zegt hij. "Er raakt ook niks bevroren, want je kunt nog overal zelf alles aanvullen. De catalogus groeit bovendien nog steeds. Voor veel bezoekers blijft het ook een belangrijke informatiebron. Een deel van hen raadpleegt de catalogus nog dagelijks. Het verzamelaarsplatform als geheel en de catalogus in het bijzonder hebben echter wel minder onze aandacht gekregen. Onze ontwikkelaars houden zich nu hoofdzakelijk bezig met het ontwikkelen van het veilingplatform. Daar verdienen we nu eenmaal ons geld mee."

Honderden nieuwe medewerkers

Intussen is Catawiki vooral op zoek naar nieuwe medewerkers. Komende maanden moeten er letterlijk honderden nieuwe vacatures worden gevuld. De veilingsite is daarbij vooral op zoek naar veilingmeesters voor speciale productgroepen waarin het aantal kavels sterk aan het groeien is. "Maar we zoeken ook mensen voor onze afdeling Custom Support. Dat moeten vooral mensen zijn die hun talen goed spreken of teksten kunnen vertalen. Daarnaast zijn we doorlopend op zoek naar programmeurs." 

Als grootste uitdaging voor de komende tijd ziet de Catawiki-oprichter het op gang krijgen van een aanbod in nieuwe landen. Door de sterke groei van de veilingdienst zal dat volgens hem ook vrij makkelijk zijn om te realiseren. "We zijn nu vooral op zoek naar veilingmeesters in de nieuwe landen. Die kunnen namelijk het beste grote kopers en verkopers aan elkaar koppelen. Het uitbouwen van Catawiki zal verder grotendeels plaatsvinden vanuit ons Nederlandse kantoor. Qua nieuwe features op de site zijn we nu vooral bezig het aantal talen uit te breiden. De laatste talen die we hebben toegevoegd, zijn Deens, Noors, Zweeds, Pools en Portugees."

Eerder in onze serie over scale-ups:

Peerby, platform om spullen (uit) te lenen

3D Hubs, netwerk van 3D-printers in de buurt

Peecho, de 'printknop van internet'

Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

Video vault: Nostalgist en Hyper-reality
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 23 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

The Nostalgist is een korte sciencefiction-film, waarin niets in de futuristische stad Vanille is wat het lijkt. Het ogenschijnlijk paradijselijke leven van een vader en zijn zoon valt aan diggelen als het zogeheten ImmerSyst-apparaat van de vader ermee ophoudt. De film is gebaseerd op Robopocalypse, een boek van Daniel H. Wilson. In 2012 was er nog sprake van dat Steven Spielberg het verhaal zou gaan verfilmen, maar dat project lijkt stil te liggen. Deze short toont echter aan dat het een zeer interessante speelfilm kan opleveren.

In de korte film Hyper-Reality wordt een toekomstbeeld geschetst waarin digitale media en de fysieke wereld zijn samengesmolten tot een 'hyper realiteit'. De short werd gemaakt door de Londense ontwerper Keiichi Matsuda en toont de extremen van augmented reality. Je kijkt mee vanuit het oogpunt van de hoofdpersoon, die niet alleen de echte wereld ziet, maar ook holografische beelden, zoals advertenties, notificaties, lijstjes en meer. Nooit meer rust.

Wie een grote broer heeft, is in het leven altijd Speler 2, volgens deze aandoenlijke en fraai gemaakte korte film. “Als je als tweede geboren wordt, kom je in andermans wereld”, zo luidt de openingszin van Player Two. In de short zie je hoe het leven van het jongere broertje zich verhoudt tot dat van een oudere broer, met games als de spil. Letterlijk en figuurlijk is het jongere broertje speler twee; een verrassend emotionele film. Hier bekijk je de making of van deze video.

Kunst in een museum mag je meestal niet aanraken, maar Andrew Myers’ creaties móéten gevoeld worden. In dit geweldige filmpje zie je hoe Myers kunst maakt voor blinden en slechtzienden. Hij maakt 3D-schilderijen door portretten te maken met spijkers. Door de ene verder in het hout te slaan dan de andere, creëert hij hoogte en diepte, zodat ook blinden en slechtzienden een beeld kan geven. De koppen van de spijkers worden geschilderd zodat het ook daadwerkelijk een portretschilderij oplevert. In deze video zie je hoe een blinde op zijn portret van Myers reageert.

Waarom wordt het beeld op YouTube toch altijd zo vaag als er confetti of sneeuw bij komt? Dat probeert Tom Scott je uit te leggen in dit filmpje en dat doet hij goed. Met niet te veel technische taal, maar met simpele uitleg en duidelijke beelden. Waar het op neer komt is dat 'video niet meer is wat het geweest is', maar kijk vooral zelf.

Deze korte documentaire, getiteld 'Edouard Martinet | Insectophile' gaat over een Franse kunstenaar die beesten namaakt met oude onderdelen van machines. In zijn werkplaats sleutelt hij aan de onderdelen totdat ze samen een wezen vormen. Martinet gebruikt schroeven om alles vast te zetten, volgens hem oogt dat levendiger dan lassen. Om de beelden te maken is flink wat geduld en speurwerk nodig, zo toont deze video.

De Zwitserse meesterfotograaf Thomas Leuthard geeft in deze video’s een aantal tips voor beginnende (Instagram-)fotografen. Met duidelijk voorbeelden toont hij je de beste 'ninja tips' om de beste plaatjes te schieten, gewoon bij jou in de stad. In het filmpje laat hij de voorbeelden zien op de straten van Salzburg. Bijvoorbeeld hoe je goede foto’s met schaduw kunt nemen en dat je niet bang moet zijn voor mensen. Zet vreemden op de foto, geef ze je kaartje en hup, weer een volger erbij.

Als je deze maand één game speelt, laat het dan Overwatch zijn.  Deze nieuwe game van Blizzard draait om een aantal helden die als een soort Avengers bij elkaar komen om de wereld te redden. Om de multiplayergame te promoten heeft Blizzard een viertal korte films online gezet die ingaan op enkele van de helden. Hier bekijk je de eerste van de vier, hier vind je de rest van de bijna Pixar-waardige shorts.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.