Inhoudsopgave
    

Sportdata voor iedereen: meten als de pro’s
Ben van der Burg
door Ben van der Burg
leestijd: 6 min

Zoveel mogelijk uit je lichaam halen betekent meten, meten en nog eens meten. Technologie en apps maken dat straks zo makkelijk dat hobbyisten bijna dezelfde tools kunnen gebruiken als de echte pro's, denkt Olympisch medaillewinnaar Ben van der Burg.

Bovenin de piramide van sporters, die zichzelf willen verbeteren met technologische hulpmiddelen, staan de professionals. Zij zijn 7 dagen per week 24 uur per dag bezig met het leveren van een of dé ultieme sportprestatie. Althans, dat verwacht ik als fan.

Je kunt hierbij denken aan profclubs bij het voetballen, Formule 1 en topteams bij het schaatsen of wielrennen. Daaronder hangen de amateursporters. Sport betekent veel voor ze. Regelmatig bestrijden ze elkaar in een wedstrijdje, maar na afloop drinken ze een biertje. Ze hebben zich aangesloten bij een sportvereniging. De recreatiesporters vormen tot slot de bodem. Een brede laag van mensen die af en toe beweegt, want dat is goed voor lijf en leden, maar het speelt geen centrale rol in hun bestaan. Ze spreken met elkaar af om het luie zweet eruit te sporten, soms worden ze lid van een vereniging.

Een hartslag moet je meten

De professional gebruikt al lange tijd technologie om zijn prestaties naar een hoger niveau te tillen. Ik kocht mijn eerste wearable in 1988: een Polar-hartslagmeter. De trainer had een klein printertje om de uitslagen op papier te zetten. Omdat de koppeling van horloge met printer vaak niet lukte, schreef ik de belangrijkste waarden in een logboek. Daarin verzamelde ik nog meer datapunten: mijn ochtendpols, het aantal uren dat ik geslapen had, of ik lekker geslapen had, mijn humeur, wat ik at, hoe mijn eetlust was, de inhoud van de trainingen, het resultaat van fiets- loop- of krachttesten, liefst met bloedwaarden en natuurlijk wedstrijduitslagen. Ik probeerde vervolgens verbanden te leggen tussen de kwantitatieve en kwalitatieve data, zodat ik me kon prepareren om op belangrijke momenten de snelste rondetijden op de schaats te rijden.

Nu ben ik een recreant. Ik draag een Apple Watch, mijn horloge doet er minstens 15 seconden over om een getal weer te geven. Vervelend als je snel je hartslag wilt weten. Zonder band om je borst blijft het vooralsnog lastig om continue je hartslag te zien, dus voor topsporters is de Apple Watch slechts een gimmick. Vanzelfsprekend zal ook dit euvel snel verholpen zijn. Waarna je bij een ander probleem belandt. Als sporter is het meten van je hartslag een afgeleide van een belangrijkere waarde bij het sporten: de hoeveelheid lactaat in je bloed die bepaalt hoe snel je spieren verzuren. Je nachtrust, trainingsarbeid, gemoedstoestand of voeding hebben daar invloed op. Daarom zou je eigenlijk direct je lactaat moeten kunnen checken. Maar dat kan op dit moment alleen nog door goed je bloed te analyseren.

Was het voor de digitalisering van de samenleving nog gebruikelijk dat een technologie bij de professional begint en doorsijpelde naar een bredere laag van de bevolking. Nu start technologie, dankzij de lage drempel om het te ontwikkelen, bij elke laag. Zo ontwikkelde de startup BSX Insight voor de amateursporter een band die je om het kuitbeen schuift. Met de band meet je je lactaatniveau. Zo'n apparaat is voor de professionele sporter al niet accuraat genoeg, voor de recreant te onzinnig en voor de amateur een mooie gimmick.

Kuitband van BSX Insight meet hoe snel je spieren verzuren.
Kuitband van BSX Insight meet hoe snel je spieren verzuren.

De impact van voeding op je prestaties

Ook lactaat blijft een radartje in het fysieke menselijke systeem. Zo heeft ook de brandstof invloed op je presteren. Als je een kop koffie drinkt, wil je weten wat het effect daarvan is. Nu denk je, caffeïne stimuleert, prima. Maar wat doet een boterham met kaas of een gehaktbal met je lichaam? Om je voeding bij te houden zijn er talloze appjes op de markt verschenen, die niet goed werken. Het invullen kost voor de meesten onder ons te veel moeite en als het eenmaal ingevuld is, dan weet je niet goed wat je ermee moet.

Zo gebruik ik de fitness app Lark. Op het gebied van user-experience en design de verrassing van 2015. Ik sla echter het loggen van mijn voeding meestal over: te complex. Een complete maaltijd invoeren lukt niet bij Lark, omdat de kunstmatige intelligentie die erachter zit niet slim genoeg is. Daarom heb ik ook appjes als Foodzy geprobeerd. Maar dan vind ik walnoten niet, en haak af. Ook wil ik natuurlijk de gevolgen weten van mijn eetpatroon en dat verwerken appjes als Lark of Foodzy nog niet.

De oplossing zit hem in het maken van een foto met je telefoon van het eten en de datacollectie is gedaan. Verschillende appjes doen een poging (Tuingle, Mealsnap), maar ze zijn alleen geschikt voor de recreant die van experimenteren houdt. Voor de professional valt hier nog veel te winnen en blijft het zaak gedisciplineerd alles netjes bij te houden. Ook de applicatie die verbanden legt tussen al de bijgehouden data moet nog worden gebouwd.

Bewegen we wel genoeg?

Trackingsapps zijn een goed voorbeeld dat datacollectie niet meer alleen weggelegd is voor de professionele sporter. Geef mensen inzicht in hun activiteit en ze worden gestimuleerd. Zo besloot ik ooit 10.000 stappen per dag te zetten. Om dat voornemen gestalte te geven check ik dagelijks applicaties als Apple Health, Withings en Pacer om te kijken of ik op schema lig. Zonder dat inzicht zou ik minder snel geneigd zijn een blokje om te lopen.

Ik ben niet de enige die trackingsapps gebruikt. Meer sportieve mensen gebruiken Nike+, Strava of Endomondo. Ze zijn gemaakt voor de recreatieve sporter. De amateur gebruikte al een Polar of een Garmin. Je ziet dat echter langzaam veranderen dankzij het sociale element dat deze apps met zich meebrengen. De amateur kan nu, behalve met zijn sportmaatjes, ook met anderen zijn data delen. Zo kan hij vergelijken of hij een goede sporter is.

Die sociale erkenning is voor de amateur belangrijk. Voor de professional speelt dat minder, ze zijn immers meer intrinsiek gemotiveerd om alles uit hun carrière te halen. Toch delen sommigen hun gegevens met de wereld. Zo geniet ik van de data die een professionele wielrenner als Laurens ten Dam op Strava deelt. Ten Dam doet dat echter slechts ten dele om gemotiveerd te blijven: het merk ten Dam moet bovenal uitgebouwd worden.

Wielrenner Laurens ten Dam is een van de vele topsporters die data deel via Strava.
Wielrenner Laurens ten Dam is een van de vele topsporters die data deel via Strava.

Middelen topsporters straks betaalbaar

De piramide in de sport verdwijnt. Laurens ten Dam gebruikt apps die voor amateurs bedoeld zijn. Amateurs en recreanten monitoren hun progressie met apps alsof ze professionals zijn. Fabrikanten die oorspronkelijk gericht waren op de topatleet, denk aan de Polar-hartslagmeters, bedienen nu de zondagochtendhardloper. Deze ontwikkeling zal doorzetten omdat de middelen die topsporters gebruiken voor iedereen beschikbaar en betaalbaar zijn geworden. 

Alleen de afname van bloed vormt nog een probleem dat opgelost moet worden. Maar daar zullen ongetwijfeld een paar mensen op een zolderkamer op dit momenteel hard aan werken. 

Auteur

Ben van der Burg (ikbenechtben), die in de tweede helft van de jaren tachtig en begin jaren negentig successen vierde als langebaanschaatser, is commercieel directeur van Triple IT. Voor Bright Ideas schrijft hij analyses over de gevolgen van digitalisering.