Inhoudsopgave
    

Bright Kids
Erwin van der Zande
door Erwin van der Zande
leestijd: 3 min

Kinderen zijn de toekomst. Hoog tijd dat wij 'future victims' daar eens serieus aandacht aan gingen besteden.

Mei 2013. We organiseren onze eerste Bright Day in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam. Na vier jaar Bright Nights om de maand op vrijdagavond vieren we het groter opgezette Bright Day bewust op een zaterdag. Zodat mensen overdag langs kunnen komen. Dat deden ze ook maar waar we van tevoren niet bij hadden stilgestaan: ze namen hun kinderen mee.

Wat een feest. Gelukkig én toevallig hadden we die eerste editie van Bright Day enkele attracties die geschikt waren voor kinderen, zoals een racebaan waar je willekeurige objecten op kon plaatsen die vervolgens door de geprojecteerde auto’s werden herkend en omzeild. Of 3Doodler, de magische 3D-printingpen.

Vanaf de tweede editie van Bright Day konden kinderen tot 12 jaar gratis mee. En sinds Bright Day 2014 is er op ons tech-fest een speciale 'makerspace' ingericht voor kinderen waar ze zich helemaal kunnen uitleven. Op Bright Day 2015 afgelopen november mochten we ruim vierduizend bezoekers verwelkomen, waaronder een kleine duizend kinderen.

Je begrijpt: we hebben de smaak te pakken.

Z generatie

Daarom lanceren we nu Bright Kids. Een speciale rubriek gewijd aan kinderen en technologie, gericht aan de ouders van de Z generatie, kinderen tussen grofweg 6 en 12 jaar. Omdat de informatievoorziening over het onderwerp veel te karig is. Terwijl het onderwerp zo relevant is en actueel.

Wat kun je van Bright Kids verwachten? 'Vol van vernieuwing' als we zijn bij Bright zullen we ook over dit onderwerp de krenten uit de pap halen en ouders bedienen met informatie en inspiratie. Van een pleidooi voor meer makeronderwijs tot tips voor de beste apps waarmee ze spelenderwijs leren programmeren. Je kind je iPad laten gebruiken om er vervolgens alleen maar Netflix op te kijken is immers zonde.

Jong geprogrammeerd, is oud gedaan

Leren programmeren is niet alleen een 'investering' voor de toekomst van je kind. Programmeren is ook een belangrijke sleutel naar de maakbare wereld. Je wilt kinderen meegeven dat ook zij de wereld kunnen vormgeven. Steve Jobs zei het ooit mooi: "Alles om je heen dat we het leven noemen is verzonnen door mensen die niet slimmer zijn dan jij. Je kunt het veranderen en beïnvloeden." Enig begrip van programmeren is daarbij onmisbaar want code is overal.

We kijken echter ook verder dan programmeren. Want kinderen moeten ook fysiek bezig zijn. Het digitale met het analoge combineren. De beste methode daarvoor is maken. Wanneer kinderen dingen maken, leren ze over materialen, gereedschappen, hardware en concepten. De kick die een kind krijgt als hetgeen hij of zij heeft gemaakt ook daadwerkelijk werkt is priceless. Van maken groeien ze.

/kids

Deze editie van Bright Ideas staat in het teken van kids en tech. Je vindt Bright Kids-nieuws terug op Bright.nl/kids, grotendeels verzorgd door Jan Meijroos. Het onderwerp zal ook met enige 'onregelmaat' voorbij komen in Bright TV. De grote finale dit jaar is het Bright Kids-programma op Bright Day 2016 in november dat we opstellen in samenwerking met Astrid Poot.

Daarover later meer. Voor nu wil ik je nog wijzen op de uitzending van Bright TV van deze week die geheel in het teken stond van de MegaDojo in de Ziggo Dome waar 1024 kinderen uit heel Nederland bij elkaar kwamen om te leren programmeren. Hieronder terug te kijken.

Bright TV (22 feb 2016): "Bright Kids"

In deze speciale editie van Bright Ideas over kids en tech:

Maken maakt gelukkig

Het is belangrijk dat kinderen als creatieve producenten opgroeien en niet alleen als consumenten, schrijft onze kidsexpert Astrid Poot. "Het is bovendien geweldig om samen met een gaaf werkstuk bezig te zijn."

Coderen in de klas met Bomberbot

Het Nederlandse Bomberbot leert kinderen spelenderwijs programmeren. In Nederland nog een keuzevak, maar in bijvoorbeeld Finland al verplicht. Bomberbot doet daar goede zaken en kijkt alvast vooruit.

Generatie Z: de echte digital natives

Voor kinderen van nu zijn Whatsapp, 4G en YouTube de gewoonste zaken van de wereld. Niet hun voorgangers, de Millennials, maar zij, generatie Z gedoopt, zijn de ware digital natives. Hoe verschilt hun tech- en mediagebruik met die van de vorige generaties?

Apps die kids leren programmeren

Programmeren kun je van jongs af aan laagdrempelig en spelenderwijs leren. Ook gewoon thuis op papa's tablet.

Grand Gear: Whizkids

In Grand Gear selecteren we maandelijks de mooiste nieuwe spullen voor je. Spullen die je bij het zien van de foto's in je handen wilt voelen. In deze editie speciale aandacht voor junior techies.

Auteur

Erwin van der Zande (@evdz) is de bedenker en hoofdredacteur van Bright. Hij heeft een zwak voor tech en een neus voor trends. Erwin woont in Amsterdam samen met vijf vrouwen: zijn vriendin, hun dochters en twee poezen.

Coderen in de klas met Bomberbot
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 7 min

Het Nederlandse Bomberbot leert kinderen spelenderwijs programmeren. In Nederland nog een keuzevak, maar in bijvoorbeeld Finland al verplicht. Bomberbot doet daar goede zaken en kijkt alvast vooruit.

Toen ik in de jaren negentig naar de basisschool ging was er in de verste verte nog geen sprake van programmeer-les. Wel heb ik zowaar een klein beetje HTML-les gehad in de klas, één van de weinige basisschoollessen waar ik nu nog vaak wat aan heb.

Ondertussen gaat programmeren steeds meer bij het lesaanbod horen, al is het in Nederland nog niet verplicht. In een aantal andere Europese landen zoals Groot-Brittannië en Finland al wel, en in Nederland groeit de interesse.

Het Nederlandse Bomberbot springt daar op in, met een lespakket 'programmeren voor basisschoolleerlingen'. Dat wordt op een aantal scholen in Nederland al gegeven, en kan ook door ouders thuis aan hun kinderen worden uitgelegd.

Scherm uit Bomberbot
Scherm uit Bomberbot

Leren door te gamen

Die eerste lessen moeten kinderen vooral nieuwsgierig maken naar het programmeren van software, en de basisprincipes op een begrijpelijke manier neerzetten. Dat gebeurt erg toegankelijk, letterlijk spelenderwijs.

Bomberbot voelt namelijk niet aan als lesstof, maar als een leuk spel. Ik probeerde het ter voorbereiding uit, en zat langer te leren dan eigenlijk de bedoeling was. Hoofdstukken van de lesstof zijn vormgegeven als levels, waar je een robot doorheen moet begeleiden.

De te nemen route programmeer je door die stap voor stap in te voeren, net zoals je dat doet wanneer je software programmeert. Naarmate je vordert worden levels ingewikkelder met meer obstakels, en vragen ze niet alleen om goed geprogrammeerde routes, maar ook om de juiste inzet van variabelen en gereedschappen.

Zo heb je voor je het weet de basis van het programmeren onder de knie, en da's in de wereld van vandaag een belangrijke vaardigheid, zegt Bomberbot-ceo Cristian Bello. "Ik kom uit Colombia en omdat ik over technologie heb geleerd en vaardigheden kreeg in het programmeren, kreeg ik betere kansen dan veel andere mensen."

Christian Bello, ceo van Bomberbot
Christian Bello, ceo van Bomberbot

Basis is belangrijk

"Toen we Bomberbot een paar jaar geleden startten, vonden we educatie direct al erg belangrijk, en zagen we programmeren als een manier om kinderen kansen te geven", aldus Bello. "Of het nu een jongen of meisje uit Amsterdam is, uit San Francisco of uit Bogota, door te leren programmeren hebben ze over vijftien, twintig jaar betere kansen dan ze zonder zouden hebben." 

Bello vindt het daarom belangrijk dat zijn lesprogramma voor kinderen overal ter wereld beschikbaar en bruikbaar is. "Zeker omdat we steeds afhankelijker worden van technologie. Kinderen groeien op met computers, veel van hen gebruiken smartphones maar de meesten weten niet hoe die gemaakt zijn. Ze kunnen er wel mee omgaan, maar weten niet hoe ze werken."

Niet iedereen zal een programmeur worden, denkt Bello, maar basiskennis van hoe software werkt vindt hij essentieel. In het huidige Bomberbot-lesprogramma, goed voor twee schooljaren, is het volgens Bello daarom belangrijk om kinderen voldoende uit te dagen, zonder ze te frustreren. "Ze leren over functies en algoritmes, op een manier die zowel uitdagend als leuk is." 

Ruimte voor eigen creativiteit is daarbij volgens Bello belangrijk. "Alles dat ze leren komt samen wanneer kinderen eigen levels maken. Alle kennis die ze hebben opgebouwd komt daar van pas, en vervolgens kunnen de levels gedeeld worden met andere leerlingen over de hele wereld. Zo zien ze direct wat het nut is en dat het uiteindelijk vooral leuk is om zelf iets te maken."

Het buitenland als goed voorbeeld

Wie kinderen les wil geven over programmeren, heeft daarvoor natuurlijk ook kundige leerkrachten voor nodig. Aangezien programmeren geen verplichte stof is, zijn leraren standaard niet voorbereid. "Geen probleem: onze lessen zijn allemaal progressief en dat geldt ook voor de leerkracht", zegt Bello. "Een speciale handleiding voor leraren zorgt dat ze altijd goed voorbereid zijn voor het punt waar de lesstof is."

"Bovendien zijn alle lessen aan de hand van alledaagse dingen. In het curriculum dat we hebben gemaakt richten we ons op de basis van het programmeren. Aan het eind van de rit hoef je niet meteen een programmeur te zijn, dat komt later pas."

Bomberbot werkt alvast aan dat later, en denkt aan lessen voor kinderen die de smaak te pakken krijgen. "Denk aan een veelzijdige programmeertaal als Java, of Python dat in academische velden veel gebruikt wordt. Het zijn programmeertalen waar je veel kanten mee op kan, en waar online veel over te vinden is. Maar totdat ze zover zijn, is het belangrijk voor zoveel mogelijk kinderen om de basislogica van het programmeren te begrijpen."

Uiteindelijk is het natuurlijk wel belangrijk voor bedrijven als Bomberbot dat programmeren op basisscholen verplicht wordt. Door zijn pakket in onder meer Finland beschikbaar te stellen, laat Bomberbot het buitenland het goede voorbeeld geven. "Finland heeft één van de beste schoolsystemen ter wereld, dus daar willen wij de nummer één worden. Dan kunnen we bewijzen dat een systeem met zulke hoge standaarden voor ons kiest, en vervolgens in andere landen doorgroeien."

Bomberbot kost voor scholen tot 100 kinderen 10 euro per jaar, met 100 kinderen of meer 7,50 euro per jaar. Ouders betalen voor het lespakket thuis 30 euro per jaar.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen, is vaste blogger bij Bright en is nu eindredacteur van Bright Ideas. Daarnaast is hij werkzaam voor NUtech. Houdt van alles met een batterij er in of stekker er aan.

Apps die kids leren programmeren
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 8 min

Programmeren kun je van jongs af aan laagdrempelig en spelenderwijs leren. Ook gewoon thuis op papa's tablet.

Het leren van programmeren komt neer op het leren van een nieuwe taal. Net als bij gewone talen kun je de basisregels spelenderwijs leren. Wij zetten een aantal iOS- en Android-apps op een rij, voor verschillende leeftijdscategorieën, zodat kinderen ermee aan de slag kunnen. En ouders stiekem ook, natuurlijk.

Groep 1 tot en met 3 (4-6 jaar)

Loopimal

Loopimal laat kinderen een soort videoclip bij muziek maken. Daarin spelen kleurrijke dieren de hoofdrol. Door gekleurde blokjes op een balk te slepen, doen ze een bepaald dansje op de maat. Voor jonge kinderen is dit een speelse manier om acties op volgorde te zetten. Ook leren ze dat zij zelf effect kunnen uitoefenen op wat er in de app gebeurt, doordat ze de input veranderen en verschuiven.
Platform: iOS (2,99 euro)


ScratchJr

ScratchJr laat jonge kinderen in de leeftijd van 5 tot 7 jaar interactieve verhaaltjes en spelletjes maken. Dat doe je door blokjes aan elkaar te koppelen, waarna poppetjes de acties van de blokken uitvoeren. Er zijn verschillende mogelijkheden, zo kun je personages en achtergrond aanpassen en invoeren wat ze moeten doen. Ook de kleuren van karakters zijn nog aan te passen. De app gaat vrij diep, maar met het schuiven van blokken en tikken op personages kom je een heel eind.
Platform: iPad/Android (gratis)


Run Marco

Run Marco is een app waarmee je levels doorloopt met hoofdpersoon Marco. Dat doe je door commando’s op een rij te zetten, zoals 'stap vooruit' en 'ga naar links'. Het poppetje legt vervolgens de vooraf ingestelde route af. Op die manier begeleid je Marco door een reeks aan levels. Zo leren ze spelenderwijs hoe ze hun eigen gameverloop visueel kunnen programmeren.
Platform: iOS / Android (gratis)


​Box Island

Box Island gaat uit van hetzelfde idee als Run Marco. Deze app is een initiatief van Hour of Code en bestaat uit twintig levels. Je loodst in deze game een doos naar het einde van de levels, in een aantrekkelijke 3D-stijl. De speler zet acties op een rij, waarna de doos ze uitvoert. Doe je het goed, dan haal je het. Per level kun je drie sterren halen. Steeds leer je weer iets nieuws, bijvoorbeeld wat knoppen doen en wat voor effect het heeft op de uitvoering.
Platform: iOS (gratis)


Robotfabriek

In de Robotfabriek worden robots gemaakt, getest en verzameld. Kinderen kunnen ze zelf in elkaar zetten en testen. Onderdelen aan robots vastmaken is heel gemakkelijk via sleepbewegingen, waarbij je honderden keuzes hebt. Daarna kunnen de robots getest worden in een omgeving waarbij de zwaartekracht geldt. Het is geen standaard manier van programmeren, maar kinderen krijgen wel een idee van hoe het is om robots te maken en wat er gebeurt als je onderdelen vervangt of toevoegt. Laagdrempelig, maar fraai.
Platform: iOS (3,99 euro)


Groep 4 tot en met 6 (7-9 jaar)

Kodable

Kodable is een game over harige bolletjes die vanuit de ruimte op aarde belanden. In het spel doorloop je tientallen hele simpel uitziende levels, waarin je het poppetje naar het einde brengt door acties achter elkaar te slepen. Daarmee verzamel je muntjes en verdien je sterren, zodat je verder kunt. In het begin geef je alleen de richting aan, daarna komen er ook blokken bij kijken die het spel lastiger maken en meer body geven.
Platform: iOS / Android (gratis)


The Foos

The Foos ziet er simpel en aandoenlijk uit, maar via puzzeltjes wordt kinderen stap voor stap de basics van programmeren aangeleerd. In The Foos sleep je blokjes met verschillende acties op volgorde, waarmee je puzzels oplost. Dat begint natuurlijk simpel, maar al snel worden de patronen en oplossingen ingewikkelder.
Platform: iOS / Android (gratis)


Lightbot

Het idee van Lightbot is simpel: verlicht alle blauwe tegels op het veld. Dat doe je door een robotje commando’s te geven. De game heeft vijftig levels, waarin je sterren kunt verdienen. Door strakker te 'programmeren', wordt de score hoger. Het ziet er tegelijk heel eenvoudig als vrij lastig uit, maar de moeilijkheid wordt goed opgebouwd.
Platform: iOS / Android (2,99/3,18 euro)


Groep 7 en 8 (9+ jaar)

Move the Turtle

Ook in deze app genaamd Move the Turtle geef je met een reeks commando’s aan wat het schildpadje in de app doet. De mogelijkheden zijn wel een stuk uitgebreider dan eerder genoemde apps. Zo moeten spelers niet alleen aangeven welke kant hij op moet, maar ook welke afstand de schildpad moet afleggen en in welke snelheid. Daarnaast komen er meer variabelen bij kijken, en kun je betekenis aan bepaalde letters hangen. Met deze game verzamel je kristalletjes en moet je patronen op het veld maken.
Platform: iOS (3,99 euro)


HopScotch

HopScotch is een app voor de iPad waarmee kinderen complete spelletjes kunnen maken. De app ziet er aantrekkelijk uit met kleurrijke personages en biedt veel opties. Dat is in het begin mogelijk wat overweldigend, maar door veel te oefenen, maak je simpele games. Je laat poppetjes bewegen en acties uitvoeren, maar je kunt er ook andere dingen mee, zoals geanimeerde tekeningen of filmpjes (zoals deze Star Wars-trailer van emoji) maken. Alles werkt met een reeks aan commando’s. Projecten kun je delen met anderen of je kunt spelletjes van andere mensen downloaden en spelen.
Platform: iPad (gratis)


Pocket Code

Nog iets lastiger en uitgebreider is Pocket Code. Met deze app is het mogelijk om spelletjes en filmpjes te maken via een commando-interface met behoorlijk wat instellingen. Het is zelfs mogelijk om de sensoren van je smartphone te gebruiken als input voor games, bijvoorbeeld kantelen om van links naar rechts te gaan. Net als bij Hopscotch kun je projecten delen en downloaden van andere gebruikers.
Platform: Android (gratis)


Tynker

Tynker is een app waarbij je eveneens games en apps kan maken. Tof is dat kinderen de mogelijkheid hebben om zelf hun hoofdpersonages te tekenen. Tynker heeft verschillende tutorials waarbij je onder meer leert hoe animeren werkt en hoe je bepaalde game-types maakt. Mocht je thuis apparaten als Philips Hue of een Sphero hebben, dan is het zelfs mogelijk om daarvoor te programmeren. Creaties zijn via de app te delen en te downloaden. Tof is dat je kunt zien hoe anderen het hebben geprogrammeerd, zodat je ook daarvan kunt leren.
Platform: iOS / Android (gratis)

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.

Maken maakt gelukkig
Astrid Poot
door Astrid Poot
leestijd: 9 min

Het is belangrijk dat kinderen als creatieve producenten opgroeien en niet alleen als consumenten, schrijft onze kidsexpert Astrid Poot. "Het is bovendien geweldig om samen met een gaaf werkstuk bezig te zijn."

Mijn dochter is een maker. Gelukkig! Waar ze een tijdje geleden vooral passief Youtube-content over verschillende merken lipgloss tot zich nam, bouwt ze nu met veel plezier van alles in elkaar (en maakt ze haar eigen lipgloss). Dat maakt haar sterk en gelukkig.

Daarmee is ze onderdeel geworden van de maker-movement. Een inventieve, soms vreemde, meestal vrolijke groep mensen die hun leven op verschillende niveaus hacken. Amateurs die in hun vrije tijd uit nieuwsgierigheid spelen met techniek en materiaal. Enthousiastelingen die zich voortdurend afvragen wat ze kunnen slopen, veranderen of maken. Want wie zegt dat technologie gesloten en alleen voor single use is? 

Rolf Hut is zo’n maker en docent. Hij maakte bijvoorbeeld een ding dat terugschreeuwt wanneer zijn klas te veel herrie maakt.

Is het tech of niet?

De maker-movement wordt vaak gezien als het domein van blanke mannen die in hun mancaves met Raspberry Pi’s fantastische systemen maken, waarmee ze automatisch een melding op hun oude Nokia krijgen als de pakjesbezorger de straat in rijdt met de nieuwe onderdelen die ze besteld hebben voor hun zelfgebouwde domoticasysteem. En dat allemaal terwijl ze hun eigen bier drinken en Make magazine lezen.

De oprichter van Make is Dale Dougherty. Hij kan prachtig vertellen.

Deels klopt dat ook. Zo krijg ik thuis al bijna twee jaar alleen nog zelfgebouwen bier. Maar gelukkig is de maker-movement veel breder. Maker gaat niet alleen over slimme techniek, maar omvat ook de houtbewerkers, kinderen met zakmessen, kleiende leerkrachten en - jawel - breiende oma’s. Tenminste, dat vind ik.

Waarom is maken belangrijk?

Mensen die hun eigen omgeving maken of beïnvloeden zijn gelukkiger dan mensen die alles kant en klaar kopen en consumeren. Dat heet het IKEA-effect en is wetenschappelijk bewezen: als je een kast (deels) zelf in elkaar zet, ben je er blijer mee dan wanneer je diezelfde kast kant en klaar koopt.

Roman Krznaric noemt dat de art of living. Het vormgeven van ons eigen leven en wereld maakt gelukkig. Op het moment dat we alleen passief consumeren maakt ons dat onrustig.

Zelf dingen (kunnen) maken is wat hem betreft essentieel voor ons welzijn. Sokkenbreiende oma’s in een gebloemde stoel met een advocaatje naast zich laten ons dat eigenlijk heel goed zien. Het gevoel van boze machteloosheid dat een kapotte iPhone die we niet zelf mogen openmaken (want garantie) oproept laat ons dat ook heel goed zien. Grrrr. Kunnen en durven maken maakt ons gelukkig en sterk.

Kritisch op grote systemen

Makers hebben vaak ook iets autonooms. Ze gaan niet zomaar mee met de voorschreven flow, maar zoeken hun eigen route. Mijn vader herinnert zich levendig hoe hij in zijn eerste werkende jaren als elektronica-technicus met zijn collega’s heel intuïtief en onderzoekend complexe systemen bouwde. Hij was een gelukkige maker. Dat plezier ging verloren toen er management- en controlesystemen werden geïmplementeerd in zijn bedrijf. De makers raakten hun autonomie kwijt. Het werk werd minder leuk, de makers waren minder betrokken en ineens gingen ze elke dag op tijd naar huis.

Maar thuis ging het maken gelukkig door! We hadden bijvoorbeeld een zelfgebouwde satellietontvanger waarmee we op een klein schermpje in feite Buienradar hadden voordat internet bestond. Mijn vader gebruikte de grote dure weersatellieten om te zien of hij zijn regenpak aan moest op weg naar zijn werk. Een blije hack. 

Dit denken is belangrijk als tegenwicht tegen de toenemende (commercieel gedreven) connectivity van ons leven (Cloud! Smart Home! Internet of Things!). Veel makers zijn positieve, kritische, betrokken burgers.  Ze snappen hoe het werkt en hoe je het kunt inzetten of juist uitzetten.

En het biedt een mooi tegenwicht tegen het huidige tijdperk van consumerism. Want je kunt iets dat kapot is vervangen, maar je kunt het ook repareren.

Een mancave zodra je kunt lopen!

En ook voor maken geldt: jong geleerd, oud gedaan. Dus niet pas je mancave optuigen rond je 40e, maar juist vanaf de kleuterklas keihard blijven maken. En daarmee komen we op de discussie rond ons onderwijs. Want zien onderwijsexperts dat ook zo? Hebben we al een visie vanuit ons ministerie?

In het onderwijs wordt veel gesproken over de 21st century skills: vaardigheden die kinderen in de toekomst nodig gaan hebben om succesvol te zijn en blijven in een veranderende maatschappij. 

Over het concreet inpassen van deze vaardigheden in ons onderwijs wordt hard nagedacht door het SLO en Kennisnet. En die gedachtes worden dan weer in dikke rapporten (pdf) neergeschreven. Conclusie: ja, we vinden het allemaal belangrijk, leraren vinden het belangrijk, maar we weten nog niet precies hoe ze die vaardigheden een plek geven in de klas. Ook in het eindrapport (pdf) van Onderwijs2032 komen deze vaardigheden terug. 

Maken wordt in beide rapporten niet letterlijk genoemd, maar het voelt nogal logisch dat je deze vaardigheden goed kunt leren en oefenen met maken. Maar hoe dat dan moet, daarover zijn de auteurs niet erg duidelijk. Er is meer onderzoek nodig. Lekker doen, maar daar gaan wij natuurlijk niet op wachten.

Voor allerlei blogs over maken in het onderwijs ga je naar makered.nl. En wil je met je school een keer naar een fablab of makerspace? Op makereducation.nl kun je gratis vouchers aanvragen. 

Aan de slag dus

Omdat het over de toekomst gaat is de reflex vaak toekomstachtige dingen te gaan doen. Door Onderwijs2032 wordt bijvoorbeeld de 3D-printer genoemd als ondersteuning bij het leren van computational thinking. Arjan van der Meij (kwartiermaker makereducatie): "Dat die erin staat is logisch. De lobby van de 3D-printer-enthousiastelingen is sterk en de eerste keer dat je zo’n apparaat ziet, is het inderdaad magisch. Maar er zijn onderwijskundig veel haken en ogen aan het gebruik van dit apparaat."

En dat geldt voor meer moderne maak dingen: veel leerkrachten zitten (nog) niet te wachten op programmeren met Scratch en de hele klas aan het apps-maken krijgen ligt voor velen best ver uit hun comfortzone.

Ouderwets wordt weer nieuwerwets

Het leuke aan maken is dat het zich op elk niveau kan afspelen. Je hoeft niet meteen een dikke vette robot te 3D-printen en programmeren. 

King of Random: waanzinnige maker die even een microBBQ in elkaar klust. Omdat 't kan.

In tegendeel, voor maken is er eigenlijk maar weinig nodig:

+ gereedschappen waar je zin in hebt, of je goed bij voelt

+ genoeg materialen zodat je nooit zonder zit

+ goede gedachten: inspiratie, ervaringen, kennis

+ aandacht, vertrouwen en gelijkheid: makers werken samen en leren van elkaar

+ allerbelangrijkst: tijd. Een goede maaksessie kost tijd, alleen zonder haast ontstaan de mooiste dingen.

Gever Tulley van de Tinkering School zegt het heel mooi in zijn TED-talk over maken: "When given tools, materials and guidance, these young imaginations run wild and creative problem-solving takes over to build unique boats, bridges and even a roller coaster!"

Een zaag is dus gewoon net zo goed als een Arduino. Leerkrachten kunnen het best zelf beslissen wat bij henzelf, hun klas en hun schema past.

Jij ook!

Dus waarom moeten wij allemaal makers worden? Natuurlijk voor ons eigen plezier. Omdat het ons gelukkig maakt. Maar daarnaast omdat we door makers te zijn onze kinderen vanzelf ook tot makers maken. Dat is belangrijk voor de toekomst: kinderen als producenten en niet als consumenten. 

Mijn maakvriend Peet schrijft een blog over klooien en maken. Ter inspiratie!

En thuis!

Maakonderwijs beperkt zich natuurlijk niet tot school. Maken doe je ook thuis. Want het is geweldig om samen met een gaaf werkstuk bezig te zijn. En een mooie (echte!) hamer is net zo’n goed verjaardagscadeau cadeau als LEGO Ninjago. Net als een soldeerbout, een stiptang of een grote zaag! En heb je inspiratie nodig, dan kijk je op Instructables, of DIY.org of je doet nog een uurtje King of Random.

Laten we vooral zelf de hoofdrol pakken. Want een vrolijk fenomeen als de maker-movement zou ik liever niet vangen in de kooi van leerkaders, leerlijnen, methodes of kerndoelen. En dan beoordelen in toetsen! Jakkes. Nee, maken is van onszelf. Voor de lol. En daar leer je extreem veel van.

Auteur

Astrid Poot (@astridpoot) is creative director bij Fonk, kids-expert bij Bright, en voorzitter van Stichting Lekkersamenklooien. Maar vooral is ze maker!

Generatie Z: de echte digital natives
Jan Meijroos
door Jan Meijroos
leestijd: 9 min

Voor kinderen van nu zijn Whatsapp, 4G en YouTube de gewoonste zaken van de wereld. Niet hun voorgangers, de Millennials, maar zij, generatie Z gedoopt, zijn de ware digital natives. Hoe verschilt hun tech- en mediagebruik met die van de vorige generaties?

De open deur der open deuren: internet is niet meer weg te denken. Maar die situatie, hoe normaal inmiddels ook, best eigenlijk pas sinds kort. Generatie Z is de eerste generatie voor wie nooit anders is geweest. Voor de duidelijkheid: tot Generatie Z hoort iedereen die na 1992 is geboren. Hoe weerhoudt hun gedrag zich tot dat van de vorige generaties? Is hun gebruik van apps, mobiele data, internet en streaming tv daadwerkelijk anders? Of groeit de consumptie en het gebruik van informatie en technologie door de verschillende generaties langzaam naar elkaar toe?

Voor het gemak worden de laatste vier generaties ingedeeld in de Babyboomers, Generatie X, Generatie Y (alias de Millennials) en tenslotte Generatie Z. We schetsen de verschillen in gebruik van technologie en media.

Babyboomers: techniek op de achtergrond

Tot babyboomers behoren mensen die geboren zijn in de periode 1941-1955. Zij gebruiken smartphones en tablets, maar grotendeels als noodzakelijk kwaad, aangespoord door kinderen en kleinkinderen. Tegelijkertijd beginnen diezelfde babyboomers steeds meer het voordeel te zien van de vergaande digitalisering. Televisie (terug)kijken wanneer je maar wilt, spreekt hen aan, net zoals het volgen van series via streamers als Netflix en HBO. De babyboomer heeft veel tijd om handen en neemt internet en informatie-on-demand voor wat het is. Handig maar het is niet bepalend voor de inrichting van hun leven. 

Er zijn ook veel babyboomers die het allemaal wel geloven. Die enkel onder druk apps installeren op hun door hun kinderen aangeschafte smartphones. Ook al is het voor huisartsen reuzehandig om tegenwoordig patiënten ervan te overtuigen medische applicaties op telefoons te installeren, er zijn genoeg senioren voor wie het simpelweg te ingewikkeld is. Daarnaast verschilt deze groep ook nog eens onderling: de verschillen tussen stedelingen en mensen die op het platteland wonen zijn groot.

Generatie X: de magie van inbellen

Generatie X zijn mensen die zijn geboren tussen 1956 en 1985. Deze generatie heeft meestal een negatieve connotatie. Zij wordt ook wel  Generatie Nix genoemd of soms zelfs de Verloren Generatie, ingegeven door massale jeugdwerkeloosheid, de ziekte aids en financiële crises die in die periode de kop op staken. Die negatieve benaming is deels onterecht want deze generatie heeft in de regel betere banen dan hun ouders verkregen, besteedde meer aandacht aan opvoeding door zowel de man als vrouw, introduceerde parttime werken en duurzaamheid van leven kwam op de agenda te staan. Het is tevens de generatie die deels voorzichtig is opgegroeid met internet. 

Als ik uit eigen ervaring spreek: het was magisch om op de computers van de Universiteit van Amsterdam met Netscape het World Wide Web af te struinen, ook al ging dat zo traag als de spreekwoordelijke ontlasting in een trechter. Ik herinner me nog het inbellen met een 14K4-modem, en het gepiep en het gekras wat daarmee gepaard ging. Het versturen van drie screenshots bij mijn artikel over de allereerste Tomb Raider game duurde met gemak twintig minuten. 

Generatie X is meegegroeid met de nieuwe technologie en redelijk kundig op het gebied van digitale consumptie en media. Het verschil met de daaropvolgende generatie, de Millennials, is er wel, alleen is die een stuk minder groot dan tussen Generatie X en de Babyboomers.

Millennials: veel online

De Millennials, ook wel Generatie Y genoemd, zijn mensen die zijn geboren in de periode 1982-2001. (Klopt, er is wat overlap met Generatie Z.) Kinderen van deze generatie zijn heel vroeg behept met zaken als SMS en internet, en ze zijn early adopters van social media. Het is ook een pro-actieve generatie die zichzelf graag ontplooit, kansen ziet, ambitieus is, maar ook flexibel wil zijn in werk en relatie. IDG Global Solutions deed in 2014 onderzoek naar het verschil in mobiel internetgebruik tussen Millennials en Generatie X. Aanvankelijk waren de verschillen groter, maar deze worden per jaar kleiner omdat beide generaties meegroeien met innovaties. Toch ziet IDG nog wel verschillen tussen Y en X:

– Millennials zijn voorloper in het bekijken van video op smartphones (89% tegenover 68%)
– Millennials zijn voorloper in multi-screening; het gebruiken van meerdere devices tegelijkertijd.
– Millennials zien de smartphone en tablet meer als vervanger van de traditionele TV. Offline-media worden meer online geconsumeerd.
– Millennials kopen vaker producten via de smartphone (63% vs 51%). Echter, op de tablet shopt Generatie X vrijwel net zo makkelijk dan dat Generatie Y dit doet.

Generatie Z: schermverslaafden?

Z is de generatie van digital natives. Die term is bedacht in 2001 door Marc Prensky, schrijver en spreker op het gebied van leren en educatie. Hij stelt dat deze generatie is geboren in een tijd waarin de verregaande aanwezigheid van digitale technologie de norm is. Dit in tegenstelling tot alle voorgaande generaties, die - in meer of mindere mate - zijn opgegroeid in tijden waarin we gebruik moesten leren maken van digitale technologieën. De oudere generaties noemt Presky digital immigrants. (pdf)

Er is wezenlijk verschil tussen het gedrag van de Generatie Z en de vorige generaties. Want al die techniek is niet enkel zaligmakend. De verregaande invloed van techniek heeft in sommige gevallen ook minder positieve effecten. Denk aan schermverslaving, de sociale druk van sociale media, onrust door altijd en overal bereikbaar te moeten zijn, cyberpesten, en meer. Volgens Amerikaanse onderzoeken vertoont de nieuwe generatie ook op andere terreinen ander gedrag: ze zouden over het algemeen minder risico's nemen, minder alcohol drinken, minder drugs gebruiken en minder carrière-gericht zijn dan toen de Millennials en Nixers jong waren. Amerikaanse psychologen wijzen op de mogelijke invloed van '9/11' en de nieuwe financiële crisis waarmee hun ouders werden geconfronteerd. Het draagt bij een een gevoel van onbestendigheid en onzekerheid onder Generatie Z'ers, stelt psycholoog Anthony Turner (pdf). Mogelijk kiezen ze er daarom wel vaker voor om achter hun veilige schermpjes te blijven?

Tegenbeweging: minder liken, meer zelf doen?

Gelukkig is er ook een tegengeluid te horen. Veel jongeren beginnen langzaam moe te worden van social media. De populariteit van Twitter en Facebook neemt onder jongeren al lichtjes af. De nieuwe technieken zorgen er ook voor dat de jonge generatie alles zelf kan oppakken. Gewone mensen worden via YouTube helden, en meestal zijn dat vrij jonge mensen die zelf filmen, streamen, editen en websites of apps bouwen. Die houding om dingen zelf te willen doen, komt ook terug in diverse onderzoeken onder Gen Z'ers. Zo zegt 62 procent liever een eigen bedrijf te starten dan voor een baas te werken. De helft van de Gen Z'ers zegt video's te kunnen monteren. En relatief veel van de huidige tieners hebben een vorm van handwerk gedaan, vergeleken met Millennials (42 versus 25 procent).

Dat laatste duidt op een hernieuwde belangstelling voor fysieke techniek en arbeid. De Nederlandse klooikoffers zijn daar een voorbeeld van, maar ook een beleef- en doe-park als Jeugdland in Amsterdam-Oost, waar kinderen in de natuur onder begeleiding hutten bouwen. Maar ook een raket, vogelhuisje, insectenhotel, deurbel, aardbeientaart of een pannenkoek. Zelf aan de slag gaan, ongeacht of je jongen of meisje bent, ook dat is kenmerkend voor Generatie Z.

De volgende generatie zal ongetwijfeld weer reageren op al die overdaad aan digitale techniek. Er zullen geheid meer gedragsregels komen, meer onderwijs in het gebruik van (social) media, maar ook in het beschermen van je privacy. Maar laten we vooral hopen dat er mooie, leuke, nieuwe toepassingen blijven voortvloeien uit de breinen van de jonge makers, zowel digitaal als analoog.

Auteur

Jan Meijroos (@janmeijroos) is een van de meest ervaren game-journalisten van Nederland. Hij schrijft onder meer voor Power Unlimited, Metro en Bright.nl.

Grand Gear: Whizkids
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 8 min

In Grand Gear selecteren we maandelijks de mooiste nieuwe spullen voor je. Spullen die je bij het zien van de foto's in je handen wilt voelen. In deze editie speciale aandacht voor junior techies.

Lego-set leert programmeren

WeDo 2.0 is een gloednieuw Lego-pakket gericht op basisschoolkinderen. Met de set kunnen kinderen zelf robots bouwen én programmeren. In de bouwwerken gaan naast steentjes ook motortjes en bewegingssensoren. Die kunnen kinderen dan via een computer of smartphone aansturen met zelfbedachte toepassingen. Hiermee leren kinderen programmeren en komen ze meer te weten over bouw- en natuurkunde.

Overgooien 2.0 met de Hackaball

In 2016 kun je kinderen echt niet meer wakker maken voor overgooien met een bal. De Hackaball maakt het wel aantrekkelijk. De bal laat kinderen zelf spelletjes programmeren dankzij een draadloze iPad-verbinding. Stel bijvoorbeeld in dat de bal na een aantal seconden van kleur verandert. Wie de bal dan in zijn handen heeft, is af. De Hackaball heeft ledlampjes, een speaker, een gyroscoop, versnellingsmeter, een trilmotortje, een processor, geheugenkaartje en een oplaadbare accu. Alles in een stevig omhulsel, zodat de bal kan stuiteren zonder stuk te gaan. Hij kost 99 euro en wordt in mei geleverd.

Scheuren in een speelgoedauto

Waarom wachten tot je achttiende om in een auto te kunnen rijden? De Arrow Smart Kart van Actev Motors laat kinderen veilig crossen. Hij kan maximaal 20 kilometer per uur, heeft ingbouwde speakers en sensoren waarmee hij botsingen automatisch kan voorkomen. Ouders kunnen via een speciale app de snelheid aanpassen en grenzen aangeven van tot hoever de auto buiten mag rijden. Zo blijven kinderen in de buurt. Hij kost 599 dollar. Liever een Tesla? Daar is ook een speelgoedversie van. Die is aanzienlijk goedkoper dan de grote Model S van 35.000 euro: voor 500 dollar heb je er één.

Een t-shirt als instrument

Cool: een shirt met geleidende verf waarmee je signalen naar een app stuurt. De verschillende 'toetsen' op de kleding zorgen voor geluiden, namelijk een gitaar, bas en drums. Daarmee kunnen kinderen samen muziek maken door op hun eigen shirt te drukken. De kleding wordt gemaakt door ontwerpers Contantinos Miltiadis en Selina Reiterer onder de naam John Paul George & Me. Zouden er jonge kids zijn die Ringo in dat lijstje missen? Voorlopig gaat het overigens om een concept, ze zijn nog niet te koop.

Op ontdekking met een app

Spelenderwijs de omgeving leren kennen, dat kan met Linkx. De Nederlandse startup met dezelfde naam maakte een app voor Android en iOS die wordt gekoppeld aan speakertags. Leg ergens in huis een blauwe tag met het plaatje van een stoel erop en koppel hem aan de blauwe bubbel in de app. Als kinderen op de blauwe knop drukken, horen ze 'stoel' uit het speakertje komen. Niet alleen jonge kinderen leren zo bijvoorbeeld taal, ook hebben autistische kinderen er iets aan. Een starterskit met drie speakers kost 130 euro. Los zijn ze 50 euro.

Smartwatch voor videobellen met ouders

De DokiWatch is een smartwatch voor kinderen (en hun vader en moeder). Met de kleurrijke en stevige wearable kunnen kids videobellen met hun ouders via een 2-megapixel camera op de watch en een app op de smartphone van pa en ma. Verder heeft hij een 1,22 inch touchscreen en 3G. Dankzij gps weten ouders altijd waar hun kinderen zijn. Er is zelfs een SOS-knop die kinderen kunnen indrukken als ze in gevaar zijn. De wearable is vanaf juli beschikbaar en kost 149 dollar.

Robots met een gevouwen jasje

Kamibot is een sympathiek project op Kickstarter, dat het mogelijk niet gaat halen. Kamibot is een kleine robot die door kinderen is te programmeren en te besturen. Zo kun je ze bijvoorbeeld gebruiken voor robotvoetbal. Daarnaast zijn ze van een papieren skin te voorzien, die zelf gevouwen moet worden. Een Kamibot is 89 dollar voor earlybirds, daarna kost een exemplaar 99 dollar.

3D-printers voor kinderen

De ThingMaker van Mattel uit de jaren ’60 komt terug, maar nu als 3D printer. Hij moet 300 dollar gaan kosten en komt met een app, waarmee kinderen (onderdelen van) hun eigen speelgoed kunnen uitprinten. Hij komt later dit jaar op de markt. Er bestaan opvallend genoeg wel meer 3D printers gericht op kinderen. Andere fabrikanten zijn Bonsai Lab met een BS Toy 3D printer en AnyPrint met de MagiCube. Het Nederlandse 3D-printbedrijf Shapeways heeft ook Engelstalige instructiefilmpjes over 3D-printen voor kinderen gemaakt.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.