Inhoudsopgave
    

Digitale precisie versus analoge imperfectie
Rutger  Middendorp
door Rutger Middendorp
leestijd: 7 min

Ondanks al die geavanceerde digitale technologie hunkeren we nog steeds naar de warmte van het analoge. Hoe komt dat toch? De realiteit laat zich niet in een rigide raster vangen, stelt Rutger Middendorp.

In een blogpost schrijft Yannick Khong over "het probleem met moderne fotolenzen". Het is een vrij technisch verhaal, maar het komt erop neer dat moderne lenzen té goed zijn. Ze zijn allemaal gebouwd om met zo min mogelijk licht nog steeds te werken, tot in de hoekjes van de foto perfect scherp te kunnen zijn. Volgens Yannick zijn moderne lenzen daardoor met name geschikt om nachtelijke stadsgezichten te schieten, maar gaat dat ten koste van praktisch elk ander type foto dat je zou willen maken. Die worden te weinig driedimensionaal en verliezen hun levendigheid. Oudere lenzen zouden dat probleem niet hebben.

Nu ben ik niet bijzonder geïnteresseerd in fotolenzen, maar er is een opvallende analogie tussen deze blogpost en een heleboel andere 'nieuwe versus oud'-discussies. E-books versus inkt op papier. Photoshop versus knip-en-plakwerk. Synthetisch voedsel versus rauw voedsel. Hi-res bestanden versus buizenversterkers. Aan de ene kant stomen we op naar een digitale wereld van steeds hogere resolutie. Aan de andere kant gooien we Instagram-filters over onze perfect kleurnabootsende HDR-foto’s. We streamen ons een ongeluk op Spotify én kopen weer massaal LP’s. Wat zegt deze ogenschijnlijk tegenstrijdigheid over ons? Ik toog naar Vlieland voor een retraite om dit streven naar digitale perfectie en analoge tastbaarheid te overdenken. 

Zodra ik in Harlingen de rand van ons landje zie, gebeurt er iets merkwaardigs. Een foto van dit uitzicht zou in een JPEG een minder zwaar bestand opleveren dan een kiekje van de stad achter mij. Omdat er minder visuele variatie is. Net zoals een camera het minder druk heeft met het opslaan van een foto van een helderblauwe lucht, zo lijkt ook mijn hoofd het eenvoudige schouwspel van wit, blauw en grijs te waarderen.

Impressionisme versus realisme

Aan boord van de MS Vlieland is er door de raampjes van de lounge weinig meer te zien dan eindeloos water, onderbroken door af en toe een boei. De moderne lenzenbouwer zou elke schuimkop tot op de kleinste pixel exact af willen beelden. Ik weet niet wat ik zie. Een dansend patroon van water. De belofte van afzondering. In elk geval zie ik geen honderden golfjes in detail.

Vincent van Gogh meende dat zijn zwierige penseelstreken en buitenproportioneel grote sterren een exactere replica waren van wat je waarneemt op een heldere zomernacht, dan heel precies nagemaakte kleine stipjes in een zwarte vlakte. Van Gogh probeerde de ervaring te vangen in zijn schilderij, niet een koude kopie te maken van wat er op zijn netvlies viel.

Waar digitaal materiaal een gerasterde weergave van de werkelijkheid is, is veel analoog materiaal een gekleurde weergave van de werkelijkheid.

Instant consumptie versus blijvende herinnering

Rederij Doeksen mag je dan richting de natuur brengen, op de boot is gratis wifi. Hierdoor heb ik tijdens mijn tocht over de Waddenzee toegang tot bijna alle muziek in de wereld. Dankzij Spotify's aanraders hoef ik zelf niet eens op zoek te gaan naar muziek, of mijn vrienden om advies te vragen. Volautomatisch stream ik nieuwe muziek die een beetje lijkt op wat ik leuk vind. Onder albums vind ik een collectie muziek die ik "opgeslagen" heb in een eigen verzameling. Maar het voelt toch anders dan de cd's die ik vroeger in de kast had staan. Daar was ik voor op de fiets naar de Oosterstraat gegaan om ze bij de Elpee uit de bak te vissen. Ze waren op een veel betekenisvollere manier écht van mij.

Eigendom is psychologisch iets anders dan toegang. Objectief gezien is het een voordeel dat ik nu in mijn broekzak een collectie muziek heb die groter is dan alles wat ooit bij de Elpee in de bak heeft gestaan. Maar je muziekcollectie is ook een autobiografie. Een manier om momenten terug te halen. Dat is eenvoudiger met een kleinere collectie.

Hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor een bezoek aan de bioscoop versus een filmpje draaien op je eigen 4K dolby surround set thuis. Of nog beter: Netflix versus theaterbezoek.

De koude kopie

Een theorie die de populariteit van platenspelers en Instagramfilters zou verklaren is de behoefte om de snelle ontwikkelingen om ons heen "af te remmen". Met een beetje retro-technologie zou je kunnen suggereren dat het niet zo hard gaat. Maar waarom zouden jongeren die de Polaroid-camera nooit meegemaakt hebben, dan juist de veelgebruikers van Instagram-filters zijn? 

Ik vermoed dat we het antwoord eerder kunnen vinden in de theorieën van de impressionisten. Digitalisering kun je zien als een vorm van virtualisering. Een muziekstuk dat ooit werkelijk de lucht heeft doen trillen ergens, wordt gevangen in nulletjes en eentjes om transporteerbaar en reproduceerbaar te zijn. Maar al de onderbewust waar te nemen aspecten zijn gestript tijdens die transformatie. Het is een koude kopie. Een LP heeft een eigen gloed, een eigen geluid, met kraakjes die het afspelen een evenement van het hier en nu maken. Dat maakt het afspelen een nieuwe ervaring. 

Ubisoft heeft het kaartspel Weerwolven van Wakkerdam omgebouwd naar een VR-ervaring, waarbij de spelers allemaal met een VR-bril op naast elkaar zitten en virtuele karakters bekijken. 

Wie het gezelschapsspel wel eens gespeeld heeft, voelt meteen dat de nuances, het psychologische spel, voor een groot deel verloren gaat door deze virtualisering. Dat kan alleen gecompenseerd worden door spelelementen toe te voegen die zonder VR-bril niet te realiseren zijn. 

Kleur en smaak toevoegen

In de basis is digitalisering altijd het vangen van de realiteit in een raster. Rigide en dwingend. Totdat rasters zo fijnmazig worden dat we ze echt niet meer kunnen waarnemen en daarnaast niet streven naar een digitale perfectie, maar naar een analoge waarneming, zullen we blijven hunkeren naar technologie die kleur en smaak toevoegt aan een imperfecte kopie.

Auteur

Rutger Middendorp (@rutgerm) is sinds 2006 de meest noordelijke blogger van Bright. Hij schrijft graag het verhaal achter het verhaal. Hij doceert conceptontwikkeling op de Academie voor Popcultuur en werkt als freelance ideeënman en verhalenmaker. In een eerder leven was hij oprichter van Nieuwe Garde en won hij de Dutch Bloggies met hobbyproject Moois Magazine.

Casey Neistat: de vlogger om te volgen
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 5 min

Casey Neistat is een van de beroemdste YouTubers. Precies een jaar maakt hij elke dag een vlog. Met een specifieke stijl waarmee hij een ander, ouder publiek trekt dan de meeste vloggers op YouTube. En hij verveelt geen moment.

Casey Neistat is een vlogger, maar anders dan veel vloggers, die tegen een statische achtergrond een onderwerp voor een bepaalde doelgroep bespreken, maakt Neistat echte korte films. Zijn video’s zijn nauwgezet in elkaar gedraaid, en voelen ontzettend authentiek en persoonlijk aan. Neistat is een duidelijk voorstander van functie boven vorm, waardoor zijn video’s altijd een duidelijke esthetiek hebben. 

Voor de nieuwkomer: Neistat is niks zonder zijn werkplaats, en zijn werkplaats zegt alles over de man. De 34-jarige Amerikaan woont en werkt in New York, waar hij de meeste tijd doorbrengt in zijn studio. De werkplaats is volstrekt praktisch ingericht, op het ogenschijnlijk neurotische af.

Planken met doosjes rijken tot aan het plafond, en hoe hoger het doosje staat, hoe minder vaak Neistat de inhoud nodig heeft. Hij heeft een werkbank met allerlei gereedschap, afgedankte gadgets hangen vlakbij het plafond, wapens sieren de voordeur (je weet maar nooit). Elk stukje muur is voorzien van plankjes of houdertjes met tape, krijt, pennen, tasjes, lijm, klei en zo’n beetje alle props die Neistat eerder in filmpjes gebruikt heeft. Ieder snoertje van elk modem,  router,  lader of verlengsnoer volgt een vastgezet pad tegen de muur. En alles, werkelijk alles is van een label voorzien.

Handgemaakt

De insteek volgens Neistat: “Alles wat ik ooit nodig zal hebben voor het maken van één van mijn films, moet ik in deze studio hebben." Bovendien stelt hij specifieke eisen aan de dingen die hij voor zijn werk gebruikt. Zo maakt hij regelmatig stopmotion-animaties, en daarvoor heeft hij een speciale werkbank in elkaar gedraaid. Een camera hangt boven het werkblad, dat hij met allemaal rolgordijnen kan afdekken om op beeld de illusie van eindeloos wit of zwart te geven. Een houtje-touwtje-constructie, maar wel één die perfect werkt voor wat Neistat doet.

“Ik bouw dingen altijd liever zelf dan dat ik ze koop”, zegt Neistat. “Als je het koopt krijg je nooit precies wat je wil, maar als je het maakt, dan is het helemaal van jou en je kunt het specifiek voor jezelf geschikt maken.”

“Zo is het met mijn films ook”, aldus Neistat. “Er is niet per se iets speciaals aan, maar they get the job done, ze vertellen het verhaal. Daarom heb ik die handgemaakte mentaliteit bij filmmaken. Als iets nodig is om het verhaal te vertellen, is dat nodig om het verhaal te vertellen.”

Authentiek

Die mentaliteit is terug te zien in alle filmpjes van Neistat, zoals zijn filmpje over fietspaden uit 2011. Neistat, zijn camera altijd paraat, filmt hoe hij een boete krijgt voor buiten het fietspad rijden. Daar kan je over zeuren, maar Neistat ziet er een filmpje in en stapt weer op de fiets.

Vervolgens neemt hij op hoe hij stoïcijns tegen elk obstakel op de fietsstrook aanrijdt. Keer op keer smakt hij tegen de grond, maar in drie minuten maakt hij zijn punt beter en leuker duidelijk dan wie dan ook. Inmiddels is die video ruim 16 miljoen keer bekeken, en het filmpje is Neistat in een notendop. Een korte video, compleet eenvoudig in zijn opzet, sympathiek en oprecht en ook nog eens bijzonder deelbaar.

Geen wonder dus dat Neistat door bedrijven wordt gevraagd om reclames te maken. De mensen zijn de gepolijste, doordachte reclameboodschappen ook weleens beu, en Neistat kan je wel om een authentieke boodschap sturen.

Bijvoorbeeld toen Neistat van Warner Bros. 25.000 dollar kreeg om The Secret Life of Walter Mitty te promoten. Hij had dat geld makkelijk op kunnen maken aan acteurs, of special effects, of zichzelf ermee kunnen belonen. Maar toen Neistat het filmpje moest opnemen, had tyfoon Haiyan de Filipijnen net getroffen.

Dus vloog Neistat er naartoe, en gebruikte het reclamebudget van de film om voedsel, water, medicijnen en gereedschap voor de mensen in het getroffen gebied te kopen. Ter plekke dus, om het daarna zelf met twee gehuurde bussen het halve land door te rijden en het eigenhandig uit te delen. Dat gebeurt er wanneer je Casey Neistat zijn gang laat gaan.

Dagelijks boeiend

Neem zijn meest recente YouTube-hit: SNOWBOARDING WITH THE NYPD. Ruim 13 miljoen keer bekeken sinds eind januari, toen New York na een sneeuwstorm onbegaanbaar was. Maar wat doet Casey Neistat dan? Hij legt sneeuwkettingen onder zijn auto, pakt een snowboard en laat zich door de besneeuwde straten trekken.

Ook al is niet elke video van Neistat even spectaculair, de filmpjes zijn wel allemaal even boeiend om naar te kijken. De man rijdt op een elektrisch skateboard door New York, terwijl hij met een drone prachtige beelden schiet en mensen uit hun auto's roepen als ze 'm zien. Precies een jaar geleden begon de filmmaker op zijn verjaardag zijn voornemen om dagelijks een vlog online te zetten.

Daar heeft hij zich aan gehouden, en dat levert elke dag verrassend goed gemonteerde, strak gefilmde en elke keer weer spontane en authentieke filmpjes op. Neistat neemt je mee in zijn uitzonderlijke leven, waarin geen ruimte is voor verveling en energie nooit op raakt. Als er één YouTuber is die je zou moeten bekijken, dan is het Casey Neistat wel.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

Zo beveilig je jezelf
Daniël Verlaan
door Daniël Verlaan
leestijd: 9 min

Het is jouw recht om je online te beschermen tegen inbrekers en pottenkijkers. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Daniël neemt je mee in zijn online wereld en hoe hij probeert wat privé is privé te houden.

Noem mij een aluhoedj' of privacygekkie. Ik heb het allemaal al gehoord. "Je hebt toch niets te verbergen?" is de grootste drogreden die ik regelmatig tegen mijn kop krijg gegooid. Want als je online niet de wet overtreedt, zoals kinderporno downloaden of een aanslag beramen, dan heb je niets te verbergen. Dan hoef je je niet druk te maken dat er allerlei partijen met je mee koekeloeren.

Maar ik maak mij daar dus wel druk om. Niet alleen omdat ik vind dat iedereen het recht heeft op privacy, maar omdat onze privacy door de toenemende terreurdreiging ook steeds meer onder druk komt te staan. Dit zijn de maatregelen die ik neem om hetgeen dat privé is ook privé te houden en mij te beschermen tegen de potentiële dreigingen die je online tegenkomt.

1. Gebruik je gezonde verstand

Echt. Doe het eens. Als je een e-mailtje krijgt van jouw bank dat je een nieuwe contactloze betaalpas kunt aanvragen door op een linkje te drukken, ga even met je muis op het linkje staan zodat je de url weet. Als deze leidt naar x.co/betaalpas, weet je dat het foute boel is. Want je loopt niet constant het risico dat je wordt gehackt, maar wel dat je een vervelende mail krijgt met een phishing- of malware-link. Oh, en houd je software up-to-date. Vooral Flash en Silverlight - als je dat überhaupt nog gebruikt.

2. Neem een VPN

Een VPN beschermt je tegen pottenkijkers. Je activeert een versleutelde verbinding waardoor jouw internetprovider of inlichtingendiensten een stuk lastiger mee kunnen kijken met wat jij precies uitspookt. Dit komt omdat je voor derden verbergt wie je bent en wat je precies doet.

Daarnaast is een VPN een belangrijk middel op jezelf te beschermen als je verbindt met een openbaar wifi-netwerk, waar het vrij gemakkelijk is om te zien wat andere gebruikers van hetzelfde netwerk uitspoken. Goede opties voor een VPN zijn AirVPN, iVPN en Mullvad. Als je goedkoop een VPN wilt proberen, is Private Internet Access een interessante optie. (Lees ook onze uitlegparty over VPN's)

3. Versleutel je bestanden met VeraCrypt


VeraCrypt is op dit moment één van de beste gratis en opensource stukjes software om je bestanden te versleutelen. Met Veracrypt maak je een zogeheten container van bijvoorbeeld 5 GB, die je kunt mounten als een externe harde schijf. Na het invoeren van je wachtwoord verschijnt de externe harde schijf op je computer en kun je er bestanden in slepen. Zo'n container-bestand kun je vervolgens naar de cloud uploaden. Stack biedt gratis 1TB cloudopslag in Nederland aan, waar je jouw VeraCrypt-containers naar kunt uploaden. Als je voor jouw cloudopslag wilt betalen, dan is SpiderOak een veiligere optie.

4. Onthoud maar één wachtwoord

Hoe meer wachtwoorden je moet onthouden, des te zwakker ze worden. Je gebruikt misschien hetzelfde wachtwoord voor al je sociale netwerken. Of elke keer een kleine aanpassing. Dat is compleet onveilig. Met een wachtwoordbeheerder hoef je maar één wachtwoord te onthouden om toegang te krijgen tot al je andere wachtwoorden. LastPass is het meest veelzijdig, 1Password het mooist en KeePass wordt gezien als het veiligst. 

En als we dan toch bezig zijn: creëer een lastig wachtwoord. Dat hoeft niet per se met veel cijfers en hoofdletters, maar het moet wel lang zijn. Een wachtwoord als 'Deeerste3StarWarsfilmszijndebestefilms' is echt een prima wachtwoord - en je onthoud 'm heel gemakkelijk!

5. Koop een Yubikey


Ok, je hoeft geen Yubikey te kopen om echt veilig te zijn. Maar het kan heel veel voordelen bieden. Allereerst zorgt het voor tweestapsverificatie. Schakel dit altijd in. Na het inloggen met je e-mailadres en wachtwoord moet je dan nog een extra code invoeren, die je bijvoorbeeld via een authenticatie-app of sms'je krijgt. Maar je kunt ook je Yubikey in de usb-poort steken om aan de dienst te laten weten dat jij het écht bent. Dit werkt met onder andere Google en Dropbox.

In de Yubikey 4 zit ook een nfc-chip waarmee je bij je smartphone kunt inloggen nadat je jouw e-mailadres en wachtwoord heb ingevoerd. Houd hem even tegen je Android aan en je logt bijvoorbeeld in bij LastPass of KeePass. En ook niet onbelangrijk: hij ziet er tof uit aan je sleutelbos.

6. Installeer de nodige browserextensies

Het gaat om twee browserextensies van de Electronic Frontier Foundation, genaamd HTTPS Everywhere en Privacy Badger. HTTPS Everywhere forceert wanneer het kan een beveiligde https-verbinding, Privacy Badger blokkeert advertenties en trackers die je op internet volgen. Beide extensies zijn eigenlijk onmisbaar als je veilig internet op wilt. 

7. Tor wanneer het moet of kan

Tor is één van de weinige technologieën die heeft bewezen enorm lastig te kraken te zijn. Het netwerk van Tor zorgt ervoor dat jouw verstuurde en ontvangen data via verschillende 'nodes' wordt gestuurd, waardoor je internetgedrag wordt geanonimiseerd. Tor wordt regelmatig door dissidenten gebruikt om anoniem kritiek te uiten op totalitaire regimes, maar ook door criminelen om bijvoorbeeld drugs en wapens te verhandelen. Dat is het nadeel wanneer software je zodanig goed anonimiseert. Je hoeft de Tor-browser niet constant te gebruiken, maar als je ooit een keer écht anoniem wilt surfen: gebruik dan Tor.

8. We Signallen!


Een stap die we allemaal zonder te veel moeite kunnen nemen, is het installeren van Signal. De gratis app is beschikbaar voor Android en iOS en laat gebruikers veilig met elkaar communiceren. Dat kan via chatberichten, maar ook middels VoIP-gesprekken. Signal maakt bij beide gebruik van end-to-end encryptie, waarbij de inhoud van een bericht zodanig wordt versleuteld dat alleen de ontvanger het kan openen. De technologie achter Signal is ook geïntegreerd in WhatsApp, waardoor de chat-app van Facebook grappig genoeg als relatief veilig wordt gezien.

9. Neem ProtonMail

Als je veilig wilt e-mailen, is Pretty Good Privacy (PGP) een goede optie. PGP wordt gebruikt door mensen als Edward Snowden en Glenn Greenwald en maakt gebruik van krachtige end-to-end-encryptie om een bericht te versleutelen. Alleen de ontvanger heeft dan de sleutel om het bericht te openen. Maar hoe je het wendt of keert: PGP blijft een verdraaid lastige technologie om in je dagelijks leven efficiënt te gebruiken.

Dat vinden ook de oprichters van ProtonMail, een e-maildienst à la Gmail die standaard end-to-end-encryptie biedt, ook. ProtonMail is gratis te gebruiken en versleuteld berichten standaard tussen ProtonMail-gebruikers. Wil je een versleuteld bericht veilig naar een ander persoon sturen, zoals een Gmail-gebruiker? Dan kun je jouw e-mail beveiligen met een wachtwoord dat je via een ander veilig kanaal aan de ontvanger geeft. Daarnaast wordt je gehele inbox versleuteld waardoor zelfs ProtonMail geen toegang heeft tot jouw e-mails. 

10. Zet Tails op je oude USB


Heb je nog ergens een oude USB-stick slingeren? Steek hem in je computer en installeer het besturingssysteem Tails, dat door onder andere Snowden wordt gebruikt. Tails is een besturingssysteem dat specifiek is gebouwd om anonimiteit te bieden en veilig te zijn. Je steekt het apparaatje in een willekeurige computer, start hem op vanaf de usb-stick en komt in een speciaal beveiligde Linux-omgeving die geen sporen achter laat. Tails beschikt standaard over de Tor-browser, Thunderbird met ondersteuning voor PGP en Pidgin voor het veilig communiceren via OTR-chat. Je gaat Tails niet snel als je daily driver gebruiken, maar het is wel een heel fijn idee dat je op elke computer een veilige omgeving kunt creëren.

Auteur

Daniël Verlaan (@danielverlaan) is techredacteur bij RTL Z en Bright. Houdt van de middeleeuwen en terabytes. Fietst heel snel korte afstanden. En is in het echt (en op Twitter) véél knapper.

‘Techniek wakkert nieuwsgierigheid aan’
Jan Meijroos
door Jan Meijroos
leestijd: 9 min

Een avontuurlijk sprookje over programmeren. Dat is de ondertitel van het boek Hello Ruby van de Finse programmeur, schrijfster en illustrator Linda Liukas. Haar kinderboek is sinds kort ook verkrijgbaar in het Nederlands.

Hello Ruby is een groot succes. Niet zo vreemd, Liukas is in eigen land maar ook daarbuiten bekend. Ze richtte Rail Girls op, een wereldwijde community die jonge vrouwen over de hele wereld de beginselen van programmeren wil bijbrengen. Dankzij de workshops, die door vrijwilligers in ruim 160 steden worden georganiseerd, zijn in slechts een paar jaar tijd al meer dan tienduizend vrouwen bijgeschoold in de basisprincipes van programmeren.

Hello Ruby is een speels, eigentijds sprookje over computable thinking en programmeren, en bestaat uit twee delen. Het eerste deel is het verhaal van de nieuwsgierige Ruby die op zoek gaat naar edelstenen die haar vader verstopt heeft in een wondere wereld vol pinguïns, vosjes en een geïrriteerd sneeuwluipaard. De tweede helft van het boek kent leuke opdrachten voor ouder(s) en kind om samen te doen. Geen saai boek over programmeertaal maar een die kinderen op speelse, verhalende wijze de beginselen van programmeren leert. En hoe die basisprincipes ook van toepassing zijn op alledaagse problemen en uitdagingen.

Wat was de aanleiding om dit boek te schrijven?

Tijdens mijn studie, als ik me verveelde tijdens colleges, kwam het personage Ruby af en toe voorbij in mijn hoofd. Dat begon steeds meer een eigen leven te leiden. Er zijn mensen die nummers als kleuren zien, en ik begon op mijn beurt technologie meer en meer als verhalen te zien. Ik maakte aantekeningen van de verhalen die ik rondom technologie bedacht. Toen ik na mijn studie in Amerika studie weer terug in Finland kwam, werd het schrijven van een kinderboek een zijproject. Iets om me van de straat te houden. 

Waarom heb je Kickstarter gebruikt om dit te realiseren? Kreeg je nul op rekest bij traditionele uitgevers?

Ik was er op dat moment helemaal niet zo ernstig mee bezig. Ik zag het een beetje als een grap, als iets dat uiteindelijk misschien in de handen van een paar honderd mensen terecht zou komen. Uiteindelijk werd het natuurlijk wel steeds serieuzer maar Kickstarter voelde gewoon als een logische keuze.

Liukas vroeg tienduizend dollar om haar idee te realiseren. Een dag na dat de Kickstarter-campagne live was, had ze al een ton opgehaald. Het eindbedrag stopte op een slordige 380.747 dollar. Wat dacht je toen je na 24 uur 100.000 dollar op de teller zag staan?

Je zou denken dat ik helemaal uit mijn dak zou gaan. Dat ik gek van blijdschap werd. Maar het tegendeel was waar. Ik was zo bang. Het werd zo echt. Nu was ik opeens een kinderboekenschrijfster. Nu was er geen weg meer terug. Het begin was vreselijk eng en moeilijk maar uiteindelijk is het helemaal goed gekomen.

Hoe verklaar je het enorme succes van Hello Ruby?

Enerzijds door het succes van Rail Girls; waardoor ik al een community had opgebouwd waarvan ik wist dat mensen interesse zouden hebben in een kinderboek als deze. Anderzijds sloot het aan bij een brede discussie over de rol van computers en technologie in onze samenleving. En ook de manier waarop daarover wordt onderwezen. Ik denk dat het veel praktischer, beter en leuker kan en dat is ook het doel van mijn boek. Ik wil niet dat alle kinderen programmeurs worden, maar ik wil dat ze snappen hoe technologie werkt en hoe je met regels van het programmeren alledaagse problemen kunt oplossen. Hoe technologie een tool kan zijn om nieuwsgierigheid aan te wakkeren. 

Majja Tammi

Voor iemand die uit de programmeerhoek komt, is een boek eigenlijk best een ouderwets medium?

Klopt. En toch zijn boeken nodig. Ik zie boeken als een kampvuur, waar mensen omheen gaan zitten, luisteren naar verhalen en weer doorvertellen. Zo ontstaat een community. Boeken zijn tastbaar en echt. En ook dat hebben mensen nodig. Al heb ik wel geworsteld met het maken van zoiets tastbaars als een boek. Een boek is eigenlijk nooit af. 

Wat voor worstelingen? 

Als een programmeur ben ik gewend dat je vijf keer per dag deployet. Als ik een code schrijf en ik test dat in een computer dan zegt de computer meteen of het werkt of niet. Als ik een hoofdstuk heb geschreven, weet ik niet of het een goed hoofdstuk is. Of het beter kan. Of het anders moet. Die onzekerheid vond ik aanvankelijk vreselijk maar het hoorde bij het creatieve proces. 

Hello Ruby een sprookje, maar je probeert kinderen duidelijk wat te leren. Hoe ben je te werk gegaan wat betreft de educatieve aanpak van het boek?

Ik heb heel veel research gedaan naar onderwijs en heel veel andere kinderboekenschrijvers gelezen. Ook hier hielp mijn programmeerachtergrond me. Ik begon structuren te zien in kinderboeken die werkten en die hielpen me op weg. Maar ik ben me tevens gaan verdiepen in onderwijs en opvoeding. Maria Montesorri is voor mij een grote inspiratiebron. Zij hanteerde principes die vandaag de dag nog steeds zeer waardevol en urgent zijn.

In welk opzicht denk je dat programmeren en technologie nog meer kan helpen bij kennisoverdracht en educatie? 

Op scholen wordt kinderen tegenwoordig veel minder geleerd dat het niet erg is om fouten te maken. Ik was vroeger ook zo. Heel serieus. Ik leerde liever nog tien keer mijn huiswerk om die perfecte 10 te halen, dan dat ik naar buiten ging om een boomhut te bouwen en wel tevreden te zijn met een zesje. Ik zeg niet dat je alleen maar zesjes moet halen, maar het is goed om avontuurlijk te zijn, om dingen te ontdekken en je eigen verbeelding te voeden. Het is prima om fouten te maken en te snappen waarom je die fouten maakt. Dat heb ik geleerd van programmeren. Je maakt de hele tijd fouten en die corrigeer je. En zo kom je steeds tot een beter eindresultaat. Je onderzoekt, je probeert, je gaat onderuit, je leert en je gaat weer verder. 

Zijn er bepaalde dingen die uiteindelijk niet in het boek terecht zijn gekomen? En waarom? 

Microsoft schittert door afwezigheid in mijn boek (lacht). Ik had oorspronkelijk een hoofdstuk bedacht waarin Ruby naar een groot grijs kasteel reist met duizenden ramen waarin allemaal grijze mannetje nog meer ramen aan het maken zijn. Maar dat was misschien toch iets te kritisch. Dat paste niet goed bij de rest van de sfeer van het verhaal. 

Hoe heb je de balans weten te houden dus enerzijds een toegankelijk kinderverhaal en anderzijds de inbreng van complexe woorden als algoritmes, data, debugging, decompositie enzovoorts. Dat zijn lastige termen voor een zes-, zevenjarige? 

De terminologie die ik hanteer, wordt wel uitgelegd maar het is niet van belang dat kinderen snappen wat een algoritme is. Sterker, dat is totaal onbelangrijk. Ik probeer wel op deze manier kids alvast bekend te maken met dergelijke begrippen zodat ze later, op school, tijdens computerles, de woorden al kennen en er dus makkelijker mee om kunnen gaan. 

Ruby is een meisje. Een bewuste keuze neem ik aan? 

Uiteraard. Toch is het geen meisjesboek. Het is een kinderboek. Tegelijkertijd is het natuurlijk volstrekt achterhaald om te denken dat programmeren en technologie alleen voor jongens is. Het is voor iedereen belangrijk én leuk. En nogmaals, het betekent niet dat iedereen programmeur moet worden, maar je kunt wel het programmeur-denken toepassen op heel veel andere dingen. Misschien worden kinderen wel programmeur-dichters of programmeur-politieagenten. Dat is prima. Maar technologie is een onderdeel van onze wereld en de invloed daarvan wordt steeds groter. We moeten die technologie van jongs af aan al leren te begrijpen zodat we uiteindelijk een betere wereld kunnen maken met de tools die technologie ons aanreikt. Tegelijkertijd vind ik het heel belangrijk dat jongens niet alleen maar mannen als rolmodellen kennen. Dat in de laatste Star Wars-film personage Rey de hoofdrol speelt, is fantastisch. Jongens moeten ook kunnen juichen voor een meisje. 

Wat hoop je dat kinderen leren van Hello Ruby? 

Ik denk dat ik met het boek bijdraag aan de manier waarop mensen en dus kinderen met technologie omgaan. Ik vraag vaak aan kinderen ‘stel je hebt een schakelaar, en je kunt die schakelaar overal opplakken en dan wordt het een computer. Wat kies je?’. Aanvankelijk zijn kinderen heel terughouden en conservatief. Ze snappen de vraag niet. Maar als je doorvraagt, komen ze tot hele mooie, prikkelende dingen. Er was bijvoorbeeld een meisje dat de lamp van haar fiets tot een computer maakte. Dat was handig want dan kon ze met haar vader op fietsvakantie en de lamp werd ’s avonds een filmprojector zodat ze samen een film konden kijken. Díe manier van denken leert kinderen dat technologie een prachtige manier is om problemen op te lossen en te veranderen. En dat ze zelf onderdeel van die verandering uit kunnen maken door de nieuwe fietslampfilmprojector-maker te worden. 

Check ook onze site-rubriek Bright Kids voor meer educatieve gadgets en tools voor kinderen.

Hoofdfoto: Maija Tammi

Auteur

Jan Meijroos (@janmeijroos) is een van de meest ervaren game-journalisten van Nederland. Hij schrijft onder meer voor Power Unlimited, Metro en Bright.nl.

Machines die denken
Bennie Mols
door Bennie Mols
leestijd: 9 min

Vormen denkende machines een bedreiging voor de mens? Integendeel, vindt wetenschapspublicist Bennie Mols. "We hebben denkende machines hard nodig. Mens en machine, zij aan zij."

Kunstmatige intelligentie is al decennialang een bron van fascinatie en angst. Stephen Hawking luidde de noodklok: computers die slimmer zijn dan wij, dat kan mogelijk het einde van de mensheid betekenen. Brian Eno stelt dat we al veel meer onderdeel zijn van een kunstmatige intelligentie dan we denken. Kevin Kelly ziet het creëren van AI juist als het ultieme doel van de mensheid. De meningen lopen uiteen.

Hoe denk je over machines die denken? Steven Pinker, Nicholas Carr, Daniel Dennett, Brian Eno, Matt Ridley, Luc Steels en 183 anderen geven antwoord in het boek Machines die denken, dat in april verschijnt in een Nederlandse vertaling. Die vertaling is overigens gecrowdsourced, gedaan door vrijwilligers. In deze voorpublicatie het stuk van Bennie Mols, wetenschapsjournalist en auteur van Turings tango, een boek over kunstmatige intelligentie en Alan Turing.

Zij aan zij

Ik kan niet wachten tot de eerste robot verliefd wordt op mij en ik op haar. Ik wil weten hoe dat voelt. Maar dan moet ze wel zo geprogrammeerd zijn dat ze niet klaagt over de afwas of over kleren die in de slaapkamer rondslingeren. En ze moet vooral ook precies weten wanneer ze haar mond moet houden omdat ik niet te veel gezeur aan m’n kop wil. Sorry lieve robot.

Bij nader inzien weet ik eigenlijk helemaal niet of ik zo’n robot wel wil. Er zijn genoeg mensen om verliefd op te worden. En juist het feit dat de ander haar eigen wil heeft − hoe bloedirritant soms ook − geeft het leven kleur. En ja, mijn leven is een mensenleven, geen robotleven. Ik wil vooral een robot die mijn eigen beperkte menselijke capaciteiten aanvult en uitbreidt. Eentje die met me meedenkt en met me meewerkt. Eentje die me helpt bij het sjouwen van een zware kast, eentje die mijn autoritten veiliger en aangenamer maakt, eentje die mijn huisarts ondersteunt bij het stellen van de juiste medische diagnose en het voorstellen van de beste behandeling, eentje die me adviseert bij het plannen van mijn dagelijks leven op een manier die past bij mijn persoonlijkheid.

Ik wil een robot als maatje en als collega, niet om mensen te vervangen, maar om nieuwe mogelijkheden te creëren. En omdat wij mensen robots ontwerpen, bouwen en programmeren, is het aan ons om ze niet te laten doen wat wij niet willen. We kunnen een leeuw niet programmeren om geen mens aan te vallen en op te peuzelen; de biologische evolutie heeft anders besloten. Bij een robot kunnen we dat wel. Sterker nog, we hebben de morele verplichting om de robot zo te programmeren dat hij mensen geen letsel toebrengt.

Sinds de uitvinding van de eerste computers en robots eind jaren veertig van de twintigste eeuw duiken de verhalen over denkende machines die de wereld overnemen met grote regelmaat op in de massamedia. Niet omdat ze realistisch zijn, maar omdat ze inspelen op angst, omdat ze spanning toveren op Hollywoods witte doek. Soms is de denkende machine een computer (zeg maar alleen brein), soms is de denkende machine een robot (zeg maar een brein plus een lichaam).

Ons effectiever laten functioneren

Het realistische verhaal is dat onze denkende machines − in hoeverre ze al kunnen denken is een losse kwestie die ik hier achterwege laat − de wereld helemaal niet overnemen, maar de mens effectiever laten functioneren. Dankzij slimme software zoals zoekalgoritmen kan ik als wetenschapsjournalist veel sneller dan twintig jaar geleden wetenschapsnieuws oppikken, duiden en verspreiden. En wat voor mij geldt, geldt voor velen op hun eigen terrein. Dankzij denkende machines kunnen we meer doen in minder tijd en op een slimmere manier. Hopelijk leidt dat tot betere uitkomsten voor onszelf, voor de maatschappij en voor de wereld, maar dat ligt vooral aan ons. Vooralsnog heeft de denkende machine geen enkel bewustzijn van wat hij wel of niet doet.

Het realistische verhaal is dat van ‘mens en machine − zij aan zij’. Hollywood mag dit scenario dan niet zo spannend vinden, voor de vooruitgang in de wetenschap en de techniek, en voor de vooruitgang van de mensheid, is het des te relevanter. In een wereld die steeds gecompliceerder wordt, hebben we denkende machines hard nodig. Straks willen we niet meer zonder. De autonome auto zal veel verkeersdoden voorkomen. De supercomputer die in een oogwenk alle medische literatuur doorploegt, zal ervoor zorgen dat artsen betere diagnoses stellen en betere behandelingen voorschrijven. De vertaalcomputer versoepelt de communicatie tussen mensen die verschillende talen spreken (het fundamentele onbegrip tussen mensen, zelfs wanneer ze dezelfde taal spreken, zal geen enkele denkende machine gaan oplossen).

Silicium versus koolstof

De echte sprong voorwaarts in denkende machines moet trouwens nog komen. De vooruitgang die kunstmatige intelligentie in de afgelopen decennia heeft geboekt, hebben we voor een groot deel te danken aan betere hardware: snellere computerchips, meer dataopslag en verregaande miniaturisering. De grootste doorbraak in denkende machines gaat komen wanneer we begrijpen hoe het menselijk brein denkt en wanneer we dat begrip weten te vertalen in lerende computersoftware. De lerende software van nu staat pas in de kinderschoenen.

De denkende machine van de nabije toekomst wordt een soort idiot savant van silicium. En omdat de siliciumwereld van de computer en de robot aan de ene kant, en de koolstofwereld van ons mensen aan de andere kant, niet compatibel zijn, zijn de denkende machine en de denkende mens twee verschillende soorten. De mens draagt de rommelige evolutionaire geschiedenis van de bacterie, de vis en de aap in zich. De denkende machine heeft daar geen last van. Zolang de denkende machine niet op dezelfde manier kan deelnemen aan het leven zoals wij mensen dat leiden, zal hij anders denken dan de mens. Maar daar is niets mis mee. Ik zie zo’n denkende machine als een machine die de mens meer mens maakt.

Zachte robots

In de verre toekomst zal het onderscheid tussen denkende machines en denkende mensen trouwens steeds meer vervagen. Nieuwe materialen zullen van de harde robots van nu zachte robots maken, met materiaaleigenschappen die steeds meer lijken op die van een mens van vlees en bloed. Nieuwe implantaten zullen kunstmatige intelligentie steeds meer op en in het lichaam brengen.

Dankzij machines die denken is de mens niet langer zo alleen in het universum. En waar de mens, als de biologische zak vol sterrenstof die hij is, ongeschikt is om zijn vleugels uit te slaan naar het voor het overgrote deel voor levende wezens zo vijandige universum, daar kunnen denkende machines onze gezanten zijn, onze lifters in het heelal.

Zal de mens ooit verliefd worden op zijn ruimterobots?

Uit 'Machines die denken', Maven Publishing, 2016

Auteur

Bennie Mols is wetenschapsjournalist, schrijver en spreker.

Grand Gear: Nike Hyperadapt en Ikea-tuintje
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 7 min

In Grand Gear selecteren we maandelijks de mooiste nieuwe spullen voor je. Spullen die je bij het zien van de foto's in je handen wilt voelen.

Nike Hyperadapt 1.0

Ooit al te zien in Back to the Future Part II, maar de zelfstrikkende Nike-schoen komt er dit jaar écht. De HyperAdapt 1.0, zoals hij gaat heten, trekt zichzelf strak. Met knopjes aan de zijkant kun je nog aanpassingen maken. De schoen wordt doorontwikkeld en uiteindelijk wil Nike een exemplaar maken die zelf aanvoelt welke 'veterstrakheid' je nodig hebt. Eind dit jaar komt de HypeAdapt 1.0 op de markt in drie kleuren voor Nike+ leden.

Bright-blogger Jan Meijroos was bij de Playstation VR-presentatie in San Francisco

Sony Playstation VR

De PlayStation VR van Sony is de meest betaalbare virtual reality-headset, te koop voor 399 euro. Daar heb je dan nog wel een PlayStation 4 en een camera voor nodig, maar vervolgens kun je in VR gamen. Dat kan gewoon met een DualShock-controller, maar door Move-controllers in huis te halen worden je handgebaren overgezet in de game. De PlayStation VR komt in oktober op de markt en preorders zijn inmiddels gestart.

Hoodie dwingt je te ontspannen

Drukke dag gehad? Met deze 'Baker Miller Hoodie' van Vollebak sluit je jezelf af van de buitenwereld door de rits helemaal tot bovenaan de muts dicht te doen. Je ziet de buitenwereld nog wel door een roze filter, die je hartslag moet verlagen waardoor je helemaal zen wordt. De hoodie zou vooral prettig zijn voor atleten om net voor een wedstrijd te focussen. Hij kost omgerekend zo’n 280 euro.

Lyric Speaker

De Lyric Speaker doet precies wat de naam doet vermoeden: hij maakt geluid en toont lyrics van liedjes. De speaker is gemaakt door het Japanse bureau SIX INC. De structuur en sfeer van de muziek bepaalt hoe de tekst in beeld komt. Vanaf juni is de fraaie doorzichtige speaker tegen nog onbekende prijs te bestellen, via de website van het bedrijf schrijf je je in voor de wachtlijst.

Ikea-moestuintje voor thuis, op water

Toffe actie, die moestuintjes bij de Albert Heijn, maar het indoor moestuintje van de IKEA is pas echt gaaf voor in huis. De mini-kas kweekt planten in water, dus zonder aarde. Vanaf april is het systeem te koop, uiteraard met fijne Zweeds klinkende naam: Krydda/Växer (kruiderij/groeien). 

Soundboks: de speaker voor tuinfeestjes

'Nog nooit was de volumeknop zo angstaanjagend', schreef Floris op Bright.nl over de Soundboks. Dit is een draagbare bluetooth-speaker (14 kilo) van 63 centimeter hoog die op zijn hardste stand acht uur mee gaat. Dat komt neer op 119 decibel, zo hard als een liveconcert. Leuk voor een feestje in het park, al zullen buurtbewoners je haten. Tot 3 april is de Soundboks op Kickstarter te koop voor 499 dollar. Uiteindelijk kost hij 200 dollar meer.

Duiken met je smartwatch

Speciaal voor mensen die veel buitenactiviteiten bedrijven heeft Nixon een smartwatch uitgebracht. De Nixon Mission is flink, stevig en kan dus tegen een stootje. Hij draait op Android Wear en kan maar liefst 100 meter onder water. De banden en kleuren van de ronde smartwatch zijn nog aan te passen en uiteraard kun je zelf klokjes kiezen. De smartwatch gaat zo’n 400 dollar kosten en komt deze herfst op de markt.

Mini-projector

De RIF6 Cube is een kleine kubusvormige projector waarmee je beelden op de muur projecteert tot een diagonale afmeting van 120 inch. De resolutie is standaard 854 bij 480, maar ondersteunt video's tot 1080p. De Cube is via hdmi aan te sluiten op iOS-apparaten, PC's, gameconsoles en mediaspelers en via MHL op Android-apparaten. De projector heeft een speaker aan boord en kost zo'n 270 dollar.

Retro iMac

Een gloednieuwe iMac, maar met de uitstraling van vroeger. Dat is de iMac Retro die ColorWare verkoopt. De iMac en accessoires hebben de typisch gelige kleur die Macs vroeger hadden en het Apple-logo is in de regenboogkleuren. Wat ons betreft ziet het er prachtig uit, maar je betaalt er flink voor. Er zijn er maar 25 gemaakt, één model kost 3800 dollar.

De ultieme verrekijker 

Van deze verrekijker zijn er wereldwijd slechts 111 gemaakt. De Ultravid HD-PLUS 'Edition Hermés' van Leica mag dan ook wat kosten. Voor 10.100 dollar haal je de ultieme verrekijker in huis. Je kunt dan wel de beste beeldkwaliteit verwachten van de luxe zwarte verrekijker met kalfsleer van Hermés. Wordt geleverd met een fraai tasje van handgemaaks canvas en leer.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.