Inhoudsopgave
    

Horizon Zero Dawn: ‘Hier zit toekomst in’
Jan Meijroos
door Jan Meijroos
leestijd: 8 min

Angie Smets begeleidde zes jaar lang de ontwikkeling van de PS4-game Horizon Zero Dawn. "We hopen dat er dingen gebeuren in de game die we zelf nog niet hebben gezien."

Killzone-maker Guerrilla Games uit Amsterdam oogst met zijn nieuwe Playstation 4-game Horizon: Zero Dawn lovende kritieken. Internationale media steken bijna unaniem de loftrompet: het spel scoort negens en tienen. De verkoopverwachting voor dit jaar kruipt al richting de 6 miljoen games. Angie Smets was als executive producer van A tot Z bij de ontwikkeling van Horizon: Zero Dawn betrokken. 

Smets: "Mijn rol binnen Guerrilla Games is alle projecten op lange termijn managen. Dat gaat om het beheren van budgetten, en zorgen dat alle teams voldoende mensen hebben, tot het begeleiden van die teams naar bepaalde mijlpalen. Naar buiten toe heb ik contact met diverse afdelingen van Sony PlayStation; juridisch, marketing en sales, Q&A, ga zo maar door. Zo zijn er heel veel aspecten van de ontwikkeling van het spel waar ik met een soort helikopterview boven hang. Uiteindelijk is het zaak dat iedereen op tijd zijn werk oplevert."

Over op tijd opleveren gesproken: oorspronkelijk zou Horizon november 2016 verschijnen. Het is nu 1 maart geworden. Wat kun je nog bereiken in die drie maanden? 

“Drie maanden lijkt niet veel maar we kunnen dan nog heel veel poetsen en balanceren. We vonden het niet leuk om de game te moeten uitstellen maar ik ben achteraf heel blij dat we het hebben gedaan. We hebben nu nog langer kunnen tweaken aan het geluid, de effecten, de economie van het spel, de difficulty settings. Het was tevens heel belangrijk dat de game soepel aanvoelde, dat we op een constante 30 frames per seconde zaten. We wilden gewoon echt iets heel moois en goeds opleveren, en we hebben die drie maanden daarvoor heel goed kunnen gebruiken.” 

Er is een slordige zes jaar aan Horizon: Zero Dawn gewerkt. Jij kent de mensen en het spel door en door. 

“Ja en nee. Ik ken niet ieder aspect tot in detail en er werken inmiddels 250 mensen bij Guerrilla. Zo speelde ik laatst een sidequest en dat was voor mij de eerste keer dat ik die ontdekte. Ik ken ook niet ieder detail van het verhaal bijvoorbeeld. Ik weet wel dat iedereen de afgelopen jaren keihard gewerkt heeft en dat we gedurende de ontwikkeling allemaal het gevoel hadden met iets heel bijzonders bezig te zijn. Het was voor de ons de eerste keer dat we een open-wereld actie-RPG maakte en de wereld van Horizon is gigantisch groot. Er zit zoveel werk, passie en details in deze game.

Kun je daar wat voorbeelden van geven? 

“Er is bijvoorbeeld een iemand een heel jaar lang bezig geweest met een dynamisch wolkensysteem. Zo ervaar je in het spel verschillende weertypen, maar heb je ook het gevoel van echte, bewegende wolken. Andere mensen hebben alleen maar gewerkt aan de special effects en de explosies in het spel, drie andere teamleden deden enkel de belichting en weer iemand anders is bezig geweest met alle planten en struiken in het spel. En dan heb ik het nog niet eens over de designs van de machines.”

Sony ziet Horizon: Zero Dawn al als een franchise en ziet Aloy uitgroeien tot een icoon voor de PS4-generatie. Voeren dergelijke uitspraken bij jullie de druk op? 

“Wij vinden het natuurlijk erg leuk om te horen en hebben enorm geïnvesteerd in de wereld van Horizon. Ik kan niets zeggen over toekomstige games, maar we hebben allemaal het gevoel dat we geslaagd zijn in de ideeën die voor ogen hadden. We hebben zeker iets neergezet waar toekomst in zit.” 

Geen typische post-apocalyptische game

In Horizon: Zero Dawn volgen we de jongvolwassen vrouw Aloy in een wereld ver in de toekomst, Het universum van Horizon is echter geen donkere, grimmige wereld, maar een fraaie, kleurrijke plek waar de mensheid leeft in stammen en niet langer de dienst de uitmaakt. ‘Earth Is Ours No More’ is de tagline van de game. De mysterieuze, dierlijke machines, in allerlei vormen, zijn de baas. 

Guerrilla wilde bewust een post-post-apocalyptische game maken. Geen grauwe, bruine wereld waar alles kapot is zoals je die al zo vaak hebt gezien in games. Horizon speelt zich duizenden jaren na ‘de ramp’ af. De natuur heeft steden overwoekerd, de mens is teruggeworpen op de meest simpele overlevingstechnieken. 

Aloy is een jager. Een machine-hunter om precies te zijn. De machines zijn er al zolang ze zich herinnert. De robotachtige wezens en de mensen leven samen, en de mens heeft de machines nodig voor de grondstoffen die ze bij zich dragen. Wie de machines hebben gemaakt en voor welk doel, is iets wat de speler zelf mag uitvogelen. Dit mysterie vormt de stuwende kracht achter Horizon. Als Aloy reizen spelers door de fraaie wereld, dienen ze samen te werken met andere stammen en worden ze langzaam steeds sterker en beter in het jagen op de verschillende robotwezens.

Wie is nu eigenlijk de echte hoofdrolspeler? Aloy of de machines? 

“Voor beiden valt wat te zeggen. Aloy is feitelijk de hoofdrolspeler. Je maakt haar reis mee, en de vragen die zij heeft, die heb je als speler ook. ‘Waar kom ik vandaan? Wie hebben de machines gemaakt? Wat is er met de mensheid gebeurt?’ Tegelijkertijd heeft ze de machines nodig om sterker te worden en haar reis voort te zetten. Uiteindelijk waren we op zoek naar een spelervaring waar de hele wereld interessant is. Waar het fijn is om in rond te lopen. We hebben bovendien een narrative writer geheadhunt met ervaring in openwereld-games: John Gonzalez (eerder Fallout: New Vegas en Middle-Earth: Shadow of Mordor). Om hem hebben we een team van schrijvers gebouwd en zo hebben we de spelwereld kunnen laden met heel veel 'lore', achtergrondverhalen en een emotioneel hoofdverhaal voor Aloy."

Kwam het personage Aloy zelf snel tot leven of heeft dat lang geduurd? 

“Ik denk dat we bij wijze van spreken een tiendelige boekenserie kunnen uitbrengen op basis van al het concept-art over Aloy. Ze is door heel veel verschillende stadia gegaan. Zo heeft haar haar werkelijk alle kleuren van de regenboog gehad. Naarmate de game-ontwikkeling vorderde en we meer zicht kregen op de wereld en de verhalen, groeide Aloy mee.”

Het gezicht van Aloy is niet die van de stemactrice die Aloy tot leven wekt? 

“Klopt. We waren er al heel snel uit dat we met Ashly Burch wilden werken, zij is een geweldige stemactrice. Voor het gezicht van Aloy hebben we echter veel langer moeten zoeken. Vijf maanden voor de E3 waarop we Horizon: Zero Dawn wilden onthullen, hadden we nog steeds geen goede kandidaat. Ik geloof dat we wel 1000 foto’s hebben bekeken en ze zat er gewoon niet bij. Tot overmaat van ramp werd Jochem, de betrokken producer, ook nog eens ziek. Het bleek een blessing in disguise. Ziek op de bank keek hij naar een film met daarin de actrice Hannah Hoekstra. Hij stuurde een foto door via zijn telefoon met de boodschap ‘We hebben er gevonden!’. En ja, Hannah was het.”

Niet te sierlijk

Hannah Hoekstra’s gezicht werd ingescand en zo kwam Aloy’s voorkomen tot leven. Maar nog was Guerrilla er niet. Voor de bewegingen van Aloy is apart gewerkt met een model die de jagers-bewegingen van de machine-hunter tot leven moest wekken. Dat mocht niet te sportief en ook niet te sierlijk. Uiteindelijk klikte het met een street-runner. Daarnaast bleek ook het gevlochten haar van Aloy nog een hele uitdaging om goed in het spel te krijgen. Ook hier werd uiteindelijk een heus haarmodel ingehuurd om de juiste haarstijl in 3D in te scannen en in de game te krijgen. 

De reviews zijn lovend en Horizon is na de nieuwe Zelda-game de meest vooruitbestelde game op Amazon.com. Wat hoop je dat spelers uiteindelijk meenemen van het spel? 

“Ik hoop dat mensen al spelend de tijd vergeten, dat ze zich verliezen in Horizon: Zero Dawn en genieten van de prachtige wereld die we hebben geschapen. En dat ze af en toe stil staan en genieten van een mooi vergezicht. Daarnaast hoop ik dat mensen verhalen gaan delen over de coole dingen die ze hebben meegemaakt. Dat er dingen gebeuren in de game die we zelf nog niet hebben gezien. Als alle systemen in het spel samenkomen en mensen plezier hebben, geeft dat als gamemaker een magisch gevoel.”

Horizon: Zero Dawn verschijnt 1 maart exclusief voor PlayStation 4.

Auteur

Jan Meijroos (@janmeijroos) is een van de meest ervaren game-journalisten van Nederland. Hij schrijft onder meer voor Power Unlimited, Metro en Bright.nl.

Tech in de verkiezingsprogramma’s
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 8 min

Gratis wifi voor iedereen, open source lantaarnpalen en weg met geoblocking. Wat schrijven de politieke partijen over tech in hun verkiezingsprogramma's?

Op 15 maart mogen we weer naar de stembus om een nieuwe Tweede Kamer te kiezen. Maar wat vinden de politieke partijen over typische tech-onderwerpen als robotisering, privacy, open source, geoblocking en de bescherming van persoonsgegevens? Bright.nl ploegde de verkiezingsprogramma's door.

Door de onthullingen van Snowden in 2013 is online privacy belangrijker dan ooit in de verkiezingsprogramma's van politieke partijen. Met name aan de linkerkant van het politieke spectrum trekken partijen veel ruimte uit voor het onderwerp. "Wanneer we onze privacy opgeven, geven we een belangrijk deel van onze veiligheid op", meent bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren. "Privacy biedt ons veiligheid en beschermt ons tegen de staat."
Ook de ChristenUnie wijst expliciet op het belang van privacy. "Zelf bepalen met wie we onze gedachten en gevoelens delen stelt ons in staat relaties aan te gaan met mensen om ons heen en ons te ontwikkelen. De uitspraak ‘ik heb niets te verbergen’ ontkent deze noties. Privacy is waardevol en verdient daarom ook in het digitale tijdperk onze bescherming."

Privacy

De VVD stelt dat vrijheid zonder privacy niet kan bestaan, maar wijst er ook op dat het recht op privacy niet absoluut is. "Als iemand een terroristische daad of een andere ernstige misdaad heeft gepleegd - of als er zeer sterke aanwijzingen zijn dat hij dat gaat doen - verspeelt hij zijn recht op privacy. De veiligheid van Nederland en van individuele Nederlanders staat dan immers voorop."

De SGP gaat nog wat verder en bepleit "onorthodoxe maatregelen". En daarvoor mag er best aan de privacy worden getornd. "Juist om het privéleven te beschermen zijn soms ingrijpende inbreuken noodzakelijk."

De Correspondent zette eerder deze maand al op een rijtje wat de politieke partijen van hun beloftes over privacy hebben waargemaakt. De conclusie: "Wie sterk aan privacy hecht, kan, als je naar de daden van de afgelopen vier jaar kijkt, het best stemmen op GroenLinks, SP of Partij voor de Dieren."

SP en GroenLinks pleiten er in hun programma voor om het briefgeheim ook van toepassing te verklaren op e-mails en andere privécommunicatie via internet (zoals WhatsApp), terwijl D66 hamert op het belang van versleutelde communicatie. "Wij beschouwen encryptie als het briefgeheim van de 21e eeuw."

Briefgeheim en encryptie

SP, GroenLinks en D66 keren zich in hun verkiezingsprogramma's tegen een 'sleepnet' waarmee de AIVD de communicatie van grote aantallen burgers kan binnenhalen. GroenLinks vindt bijvoorbeeld dat terrorisme beter kan worden bestreden met "gerichte digitale surveillance in plaats van massasurveillance". Helaas voor GroenLinks en de andere tegenstanders van sleepnetten stemde een meerderheid in de Tweede Kamer deze week al in met de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, die zo'n sleepnet juist mogelijk maakt.

Sleepnet en bewaarplicht

De Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben in hun verkiezingsprogramma opgenomen dat de bewaarplicht onder geen beding mag terugkeren.

D66, GroenLinks en SP vinden dat de politie en veiligheidsdiensten geen misbruik mogen maken van onbekende lekken. "Dat zou de politie een motief geven om het internet te verzwakken, een kant die we niet op moeten", schrijft D66. In plaats daarvan wil de partij juist een ‘bug bounty programma’ opzetten, waarbij welwillende hackers beloond worden voor het vinden van beveiligingsproblemen. Softwaremakers die niet genoeg hun best doen om patches uit te brengen voor lekken, moeten makkelijker aansprakelijk worden gesteld, vindt D66.

Softwarelekken gebruiken

Het CDA en de VVD maken zich zorgen over de aanpak van internetcriminaliteit. De VVD wil "de beschikbare kennis bij politie en justitie op het gebied van cybercrime en computergerelateerde misdaad" vergroten. Ook pleiten de liberalen voor strengere straffen en de inzet van gespecialiseerde teams van agenten die mogen hacken.

Internetcriminaliteit

Ook het CDA wil "ruimere bevoegdheden voor politie en justitie om binnen te dringen in netwerken van verdachten". De partij wil onder meer dat verdachten via een encryptiebevel kunnen worden gedwongen om versleutelde bestanden te ontsluiten "in onderzoeken naar ernstige strafbare feiten zoals ontvoering, zedenzaken, terrorisme of levensdelicten".

Het CDA verwacht het nodige van speciale eenheden. "Tegelijkertijd kan de algemene deskundigheid op digitaal vlak worden vergroot." Ook pleiten de christen-democraten voor het strafbaar stellen van het verspreiden van wraakporno "om kinderen en jongeren beter te beschermen tegen digitale vormen van pesten en seksueel grensoverschrijdend gedrag".

De VVD wil dat politieagenten zich online kunnen voordoen als minderjarige jongens of meisjes. "Zulke ‘lokpubers’ maken het voor de politie veel makkelijker om pedoseksuelen op te sporen", aldus de VVD. "Wij willen dit middel daarom vaker inzetten."

De SP, GroenLinks, D66, Partij voor de Dieren, DENK en de Piratenpartij willen de Autoriteit Persoonsgegevens meer armslag geven. De wijze waarop de overheid en bedrijfsleven nu omgaan met persoonsgegevens baart de partijen zorgen. Dergelijke gegevens moeten bijvoorbeeld in Nederland worden opgeslagen, vindt GroenLinks. "Privacy is het uitgangspunt bij bouw en beheer van alle gegevensbestanden. De overheid geeft openheid over het gebruik van big data en profilering", aldus de partij.

Persoonsgegevens en Big Data

D66 wil dat de burger eigenaar is van zijn gegevens. "Als eigenaar van je persoonsgegevens moet je deze altijd kunnen inzien, aanpassen en wissen. Verzamelde gegevens blijven zo eigendom van de gebruiker en mogen niet zomaar worden gedeeld of doorverkocht."

Als het aan D66 ligt, moeten consumenten altijd de keuze hebben welke informatie zij met wie willen delen. "Bij toepassingen, zoals bijvoorbeeld intelligente auto’s, slimme energiemeters, medische apparatuur en andere applicaties, moet voor consumenten de keuze bestaan om bij het afnemen van een dienst gegevens wel of niet te overleggen zonder dat het recht op afname van de dienst komt te vervallen."

Het CDA maakt zich zorgen over persoonsgegevens die in handen zijn van "grote, buitenlandse bedrijven". "De afgelopen jaren hebben geleerd dat deze niet altijd goed met persoonlijke informatie omspringen", aldus de christen-democraten die daarom pleiten voor nieuwe wetgeving die "online bescherming biedt" zonder daarbij concreet te worden.

De VVD wil "dat er voortdurend kritisch gekeken wordt naar alle organisaties die gegevens ontvangen uit de Basisregistratie Personen". Kerken mogen niet langer automatisch toegang krijgen tot die gegevens als het aan de VVD ligt.

De PvdA pleit ervoor dat burgers via mijn.overheid.nl kunnen zien wat de overheid van hen weet. "Ook moet hier te zien zijn welke gegevens de overheid doorgeeft aan derden", stellen de sociaal-democraten die er tegelijkertijd wel op wijzen dat 'big data' het werk van opsporingsdiensten makkelijker kan maken of een bijdrage kan leveren aan de gezondheidszorg en onderwijs. "De voordelen en kansen van grootschalige gegevensverwerking moeten op verantwoordde wijze de ruimte krijgen, zonder de risico's voor privacy en dataveiligheid uit het oog te verliezen."

De ChristenUnie laat zich in vergelijkbare bewoordingen uit over de kansen en problemen van big data. "Ben je namelijk nog wel onschuldig tot het tegendeel is bewezen, als je vaker geconfronteerd wordt met aanhoudingen en controles omdat je in een bepaald risicoprofiel valt? Bijvoorbeeld door jouw postcodegebied of etnische afkomst", vraagt de partij zich af.

De SP wil dat overheden zoveel mogelijk gebruikmaken van open source en open standaarden. De Piratenpartij verwacht dat er op termijn veel geld en tijd kan worden bespaard door het gebruik van open source en open standaarden, en vindt daarom dat de overheid de ontwikkeling daarvan moet stimuleren. "Ook materialen die de overheid gebruikt kunnen open source worden ontwikkeld, zoals verkeersborden of lantaarnpalen."

Open source

De Piratenpartij pleit als vanouds voor hervorming van "de zogenaamde intellectuele eigendomsrechten zoals auteursrecht en patentrecht". Dat wil de partij doen door het auteursrecht te beperken tot maximaal vijf jaar en door patenten helemaal af te schaffen. Auteursrechtelijk beschermde werken delen voor persoonlijk gebruik wordt toegestaan, omdat "privékopieën geen bedreiging zijn voor de uitgever".

Piraterij en intellectueel eigendom

Andere partijen gaan aanmerkelijk minder ver, al wil GroenLinks wel dat Nederland zich binnen de Europese Unie inzet voor het afschaffen van het downloadverbod. Volgens de SP mag "het verbieden van downloaden niet leiden tot een heksenjacht". De partij wil dat vervolging zich "specifiek richt op mensen die commercieel profiteren".

De PvdA wil de auteurswet aanpassen om zo de positie van makers van muziek en films te versterken ten koste van fabrikanten en exploitanten.

GroenLinks vindt dat de programma's van de publieke omroep gratis én zonder reclame via internet te bekijken moeten zijn. Bovendien wil de partij een einde aan geoblocking, zodat je ook in het buitenland zonder problemen alle programma's kunt kijken. Ook de Piratenpartij wil dat geoblocking "zo snel mogelijk" wordt afgeschaft. De VVD verwacht geoblocking in ieder geval binnen Europa te kunnen opheffen.

Geoblocking

"Het is aangenaam dat zwaar en eentonig werk verdwijnt, maar robotisering tast ook de vanzelfsprekendheid aan van het werk van verpleegkundigen, taxichauffeurs, leraren, havenwerkers, en ook van accountants en juristen", schrijft de PvdA, die uit deze constatering de conclusie trekt dat het de opgave voor de sociaal-democraten is "om bestaanszekerheid te verankeren in een telkens veranderende economische wereld".

Robots

D66 is enthousiast over robots, al erkent de partij wel dat automatisering en robotisering "grote consequenties voor de arbeidsmarkt en specifieke beroepen hebben". De partij gelooft niet dat ze die innovatie kan tegenhouden en wijst op de gunstige gevolgen. "Zo hebben bijvoorbeeld bij NedCar in Born of Philips in Drachten duizenden mensen een baan, doordat robots de productie van auto’s en scheerapparaten in Nederland juist rendabel houden."

De SP wil een 'ethische commissie' instellen die gaat onderzoeken wat naast de nieuwe 'vaak ongekende mogelijkheden' de negatieve gevolgen kunnen zijn van digitalisering en robotisering.

GroenLinks vindt dat Nederland moet ijveren voor een 'wereldwijd verbod op de ontwikkeling en inzet van autonome bewapende robots, die geweld gebruiken zonder menselijke tussenkomst'. De Piratenpartij hoopt een dergelijk verbod via de VN te kunnen bereiken.

DENK zet zich in 'voor gratis en publiek wifi in heel Nederland'. Door tussen 2018 en 2021 een miljard euro uit te trekken hoopt de partij aan het eind van de volgende kabinetsperiode dekking te hebben voor 80 procent van de bevolking.

Gratis wifi en het platteland wil breedband

Het CDA wijst erop dat de digitale infrastructuur en de mobiele bereikbaarheid in sommige buitengebieden nog ontoereikend zijn en wil daar iets aan doen door "de verantwoordelijkheid voor deze volledige dekkende basisvoorziening binnen de overheid op één plek met een duidelijk mandaat te beleggen".

De VVD wil de stemcomputer terug. "Stemmen doen we weer elektronisch", schrijft de partij in haar programma. "Er zijn tegenwoordig manieren waarop dat veilig kan. Bij stemmen met potlood is de kans op fouten met tellen veel groter." Ook wil de VVD dat Nederlanders in het buitenland via internet kunnen stemmen. 

Stemcomputers

De VVD wil de stemcomputer terug. "Stemmen doen we weer elektronisch", schrijft de partij in haar programma. "Er zijn tegenwoordig manieren waarop dat veilig kan. Bij stemmen met potlood is de kans op fouten met tellen veel groter." Ook wil de VVD dat Nederlanders in het buitenland via internet kunnen stemmen.

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.

Het nieuwste nieuwe werken
Ingeborg van Lieshout
door Ingeborg van Lieshout
leestijd: 8 min

De werkmethode Agile, die populair werd in de IT, neemt de werkvloer over. Zo voorkom je de meest gemaakte fout.

Hebben we net onze draai gevonden in het nieuwe werken, flexwerken, thuiswerken en lean, horen we op de werkvloer termen als Agile working, Activiteit Gerelateerd Werken en Scrummen. Het zijn termen die voor veel managers dagelijkse taal zijn maar die voor teamleden en facilitair medewerkers nogal eens een vaag begrip vormen. Tijd voor opheldering, want uit onderzoek (van KPMG) blijkt dat driekwart van de onderzochte bedrijven in Nederland en België verwacht dat ‘agile’ de komende jaren de nieuwe norm zal zijn. In Nederland werken Marktplaats, ING, TomTom, Coolblue, Tele2, KPN en Icemobile er al mee. Terecht enthousiasme?

Bij ‘agile’ projectmanagement (ook bekend als ‘scrummen’) kunnen projecten voortdurend worden bijgestuurd. Het Engelse woord ‘agile’ betekent letterlijk behendig, beweeglijk. De grondvesten zijn gelegd in het jaar 2001 in de Amerikaanse staat Utah waar 17 softwareontwikkelaars van verschillende bedrijven bij elkaar kwamen. De 17, waaronder de Nederlander Arie van Bennekom, legden hun nieuwe methode vast in 6 regels en 12 principes. Die zijn voor iedereen te lezen in het openbare Agile Manifesto. Er staan punten in als; aanpassingen verwelkomen, samenwerken met de opdrachtgever en binnen een paar weken leveren van werkende software. Toen was het een model voor IT-teams, nu wordt de methode steeds breder toegepast. Een team dat een project uitvoert met een agile-aanpak volgt niet zomaar de lijnen van de afgesproken opdracht maar gaat er al bij voorbaat van uit dat de omstandigheden tijdens het project veranderen. Zo is een verandering geen teleurstelling en weet het team hier flexibel op in te spelen zonder verlies van tijd of geld. Agile staat ook voor kort en cyclisch werken. 

Dat werken gebeurt in een multidisciplinair team waarin zowel ontwikkelaars als business bij elkaar komen. Tegelijkertijd is zowel de opdrachtnemer, de opdrachtgever en de klant of gebruiker vertegenwoordigd. Zo’n team van autonome individuen doet aan zelforganisatie en face-to-face conversatie, waarin vooral veel informatie gedeeld moet worden. Hoe is jouw voortgang, wat heb je van de ander nodig, hoeveel tijd kost dat, iedere dag dien je je uit te spreken. Een manier waarin ook de introverte specialist zijn zegje moet doen, waarbij de extraverte salesmens echt wat heeft aan luisteren. Een open communicatie die volgens sommigen raakt aan de basiswaarden van het boeddhisme. Uit de praktijk blijkt inderdaad dat het niet alleen de resultaten ten goed komt, maar werknemers stressvrijer en blijer zijn. Werknemers vragen er inmiddels zelf om. Wie talentvolle mensen zoekt kan met een goed functionerende agile werkomgeving het verschil maken.

Meer dan whiteboards en statafels

En toch gaat er vaak wat fout. Agile werken volgt een nauwgezet systeem bestaand uit vastomlijnde ceremonies. Daarbij horen specifieke technologische en communicatiefaciliteiten en plekken ingericht voor snelle en efficiënte agile meetings. Medewerkers die agile werken willen op vaste plekken dichtbij elkaar zitten, dan weer uit elkaar en de voortgang van het proces delen op schermen en whiteboards. Ieder dag wordt afgetrapt met een Stand up. Eens in de 2 weken is er een Review, er zijn Retrospectives. Om een tijdplanning zo realistisch mogelijk te krijgen wordt er Poker gespeeld; ieder teamlid gooit de kaart met het cijfer op tafel die hem/haar passend lijkt. Zo moet je je wel uitspreken en zie je waar de afwijkingen zitten.

“Je hebt hiervoor een kantoor nodig dat ook ‘lenig’ is, mee verandert met de organisatie en de teams”, zegt Timo Westra, directeur van De Agile Kantoorinrichters. “Organisaties die kiezen voor Agile werken realiseren zich vaak niet hoezeer een inrichting de verandering kracht kan bijzetten. Je ziet dat een team dat begint met Agile werken daarom zelf wat inrichting bij elkaar zoekt en aan de slag gaat, zegt Westra. Een kantoor dat in de afgelopen jaren net helemaal is ingericht volgens de principes van Het Nieuwe Werken staat ongeveer haaks op de ruimtelijke behoeftes van een agile team. Het gevolg is dat de werkomgeving agile werken niet ondersteunt, waardoor de teams niet productief en inefficiënt werken. Een foute werkomgeving leidt tot onnodige vertraging, miskopen en misschien wordt agile wel helemaal als mislukt beschouwd. 

Ja, het gaat om whiteboards of zelfs whitewalls waarop post-its in vele kleuren van een kolom Planned naar In Progress naar Done of On Hold verhangen kunnen worden. Het genot om je taak in de Done-kolom te plakken moet groot zijn. Vaak is er een digitale muur voor een offshore teamlid in bijvoorbeeld India, of een camera die continu open staat. Er kunnen visuele of geluidsignalen gebruikt worden om voortgang te melden. Zo heeft het kantoor van Tomtom een opstelling met de ruggen naar elkaar toe gekeerd zodat mensen geconcentreerd kunnen werken maar snel bij elkaar aan kunnen rijden voor overleg. KPN heeft teamtafels ingericht voor pair programming waar twee mensen met een eigen toetsenbord samen aan een code op een enkel scherm werken. 

De fases in het werkproces zijn zichtbaar, net zoals de werknemers zelf zichtbaar zijn. Ook als ze in India zitten. En ieder team heeft op ieder moment alle ruimtes voor zich beschikbaar, niet het enige punt waarop de agile-kantooromgeving sterk afwijkt van de vaak net afgeronde inrichting volgens het Nieuwe Werken. “Waren jullie maar eerder hier geweest, hebben we meerdere keren te horen gekregen”, vertelt Westra, die workshops agile-werkomgeving geeft en een scrumroom om het eens te proberen verhuurt. Agile-kantoorinrichting gaat meer dan over whiteboards en statafels over een werkomgeving die kan meebewegen met het team en de opdracht.

De werkvloer in perspectief

Onze vader zat 25 jaar lang achter een bureau in een werkkamer die hij deelde met een rokende collega. Twee keer per dag kwam juffrouw Jannie langs met de trolley vol drupkoffie. De eigen kamer werd een kantoortuin, met halfhoge muurtjes en met het koffiezetapparaat als hart van de zaak. Eindelijk baas over je koffie-inname, hoewel iedereen je behoeftes kon zien en tellen. De hele afdeling mocht meeluisteren met al je telefoongesprekken en erger nog, jij moest die van je collega’s aanhoren. Net als je even goed geconcentreerd in dat stuk zat. De kantoortuin werd de flexwerkvloer. Dat betekende op tijd op kantoor zijn als je een beetje een lekkere werkplek wilde scoren. Je pennenbakje uit je tas halen om je bureau-van-de-dag nog enige persoonlijke smoel te geven, en daarna op zoek naar de collega waarmee je om 8:15 uur een afspraak in de digitale agenda hebt staan. Alleen de zitzakken zijn nog vrij voor het overleg. 

Dat is een beetje een gekscherende geschiedenis van kantoorinterieurs. Maar de werkomgeving is afgelopen 50 jaar flink onder handen genomen. Bovengenoemde interieurs zijn de fysieke weerslag van een verandering van organisatiestructuur in het bedrijfsleven. Het vervagen van hiërarchie en veranderingen van vrijheid en autonomie. Werknemers mogen steeds meer zelf kiezen in wat voor ruimte ze willen werken. Het kantoor onderging cosmetische ingrepen met statusgevende designmeubels. Maar de mensen veranderden vaak niet mee. Werknemers begonnen zich te irriteren aan de steeds wisselende omgeving. Als je het zelf voor het zeggen had, had je kantoor er waarschijnlijk anders uitgezien. Thuis is de zithoek gewoon de zithoek gebleven, of het nou een verdiepte zitkuil of loungebank is ingevuld. De keuken is open of dicht, de slaapkamer heeft al dan niet een ligbad.

Agile, de ideale werkplek of de zoveelste methode?

Het is de -waarschijnlijk eeuwig durende- zoektocht naar de ideale werkomgeving. Waarbij we er langzaamaan achter komen dat deze niet bestaat. De ideale werkplek ziet er hoogstwaarschijnlijk steeds anders uit. Is agile werken slechts de zoveelste aanleiding om weer een nieuwe set meubels de werkvloer binnen te rijden? Bijna 60 procent van de bedrijven in Nederland en België geeft aan dat ‘agile’ projectmanagement dé manier is om flexibeler te kunnen opereren en voortdurend in staat te zijn in te spelen op veranderingen. Toch zal de traditionele, fasegerichte watervalbenadering van het werkproces niet direct verdwijnen. Van de onderzochte bedrijven gaat 85 procent ervan uit dat de komende jaren sprake zal zijn van een hybride situatie waarbij benaderingen door elkaar heen zullen worden gebruikt.

Eén tip voor wie zich als een ervaren agile-werker wil voordoen: geeltjes pel je zijwaarts van het blokje af. Van onder naar boven scheuren levert opkrullende post-its op, en daar hebben agilisten een hekel aan. De professional openbaart zich in de details.

Auteur

Ingeborg van Lieshout (@grnlghtdstrct) blogt als freelancer voor Bright.nl sinds de start in oktober 2005. Zij schrijft over haar eigen vakgebied - architectuur en stedenbouw - maar heeft zich ook bekwaamd in design en duurzaamheid. Naast Bright is ze als copywriter en communicatieadviseur actief voor onder meer Droog.

Deze Belg wil robots minder eng maken
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 8 min

Zijn humanoïde robots nog eng om naar te kijken? En wekken ze daarmee afkeer? De Belgische mechatronicus Gabriël Van De Velde vindt van wel. Hij bedacht daarom een methode om een robotmond heel menselijk te laten bewegen.

Volgens Wikipedia is een 'humanoïde' robot een machine die een lichaamsvorm heeft die lijkt op die van een mens, in tegenstelling tot ander vormige machines, zoals industrierobots of de robothond AIBO. Veel mensen kennen de robot vooral uit de wereld van science fiction, bijvoorbeeld via films als Star Wars, Transformers en Spaceballs. Anno 2017 behoren humanoïde robots echter al lang niet meer uitsluitend tot de fantasie. Sterker: robots met menselijke eigenschappen worden tegenwoordig in tal van bedrijfstakken gebruikt en hebben allerlei alledaagse sociale functies. 

Volgens de recent afgestudeerde Belgische robotingenieur Gabriël Van De Velde (24) worden sociale robots steeds menselijker, zowel wat betreft uiterlijk als gedrag. "Ze worden ook steeds vaker ingezet voor communicatie met mensen - bijvoorbeeld in de zorg", zegt hij. "Het kan dan erg helpen als ze er ook echt als mensen uitzien. Het is alleen niet eenvoudig om zo'n humanoïde robot te ontwerpen. Eén van de grootste uitdagingen voor robotbouwers is om een mensachtige robot te maken die niet griezelig is en afkeer opwekt."

Onaangenaam gevoel

Humanoïde robots kunnen volgens Van De Velde allerlei complexe dingen uitvoeren, maar geven qua bewegingen van hoofd, armen en benen bij veel mensen vaak nog een onaangenaam of irritant gevoel. "De meeste mensen voelen zich ook onbehaaglijk bij slechte imitaties van dieren en mensen, een verschijnsel dat in de psychologie bekend staat als het 'Uncanny Valley'-effect. Dit geldt nog in ernstiger mate voor humanoïde robots, omdat afwijkingen in hun bewegingen en gedrag ons onmiddellijk opvallen", aldus Van De Velde.

Om menselijke robots te bouwen die niet als onaangenaam worden ervaren, is volgens de robotingenieur een zeer precieze nabootsing van de menselijke mimiek nodig, waarbij de communicatie is verstopt achter een mooi, interactief en intuïtief te hanteren interface. Van De Velde: "Tot nu toe gebeurt dat veelal door de motoren die de lippen van de robot aansturen handmatig af te regelen. Dat duurt echter lang en is kostbaar. Alternatieve methoden maken gebruik van complexe computermodellen. Maar zulke modellen geven slechts een benaderend resultaat."

Robotmond

Voor de Belg was het afgelopen jaar aanleiding om in alle stilte te werken aan het verbeteren van de bewegingen van robots en specifiek van de robotmond, volgens Van De Velde het belangrijkste onderdeel van het hoofd van een sociale robot. Het plan daarbij was om een methode te bedenken om de mondbewegingen automatisch te kunnen kalibreren of aan te sturen. "Als oplossing hiervoor heb ik een speciaal algoritme geschreven voor het nabootsen van 52 verschillende mondbewegingen in het gezicht van een zelfgebouwde robot", aldus Van De Velde.

Laten we bij het begin beginnen: het idee voor het maken van een perfecte robotmond begon bij het redesignen van de robot genaamd Probo. Klopt dat?

"Klopt. Ik ben afgestudeerd in de Burgerlijke Ingenieurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Het onderzoek naar de knuffelrobot Probo was hoofdonderdeel van mijn thesis of afstudeerscriptie. Probo is geen humanoid die op een mens lijkt. Sterker: Probo is een olifant die een mond en een slurf heeft en ogen die kunnen knipperen. Daarnaast kan hij ook lachen en treurig kijken en deelnemen aan een interactie met mensen zonder te praten. Vanwege al die mogelijkheden wordt deze robot ook veel gebruikt in studies met betrekking tot autisme bij kinderen. Probo is daarnaast ook een soort van onderzoeksplatform waarop je op een gecontroleerde manier experimenten kunt uitvoeren. De robot is verder al vrij oud en kon een redesign dus goed gebruiken. Mijn opdracht daarbij was om een hele nieuwe versie van de mond te bouwen. Heel veel aan de robot was al 'gedesigned'. Maar dat gold niet voor de mond. De aansturing hiervan was ook vrij beperkt. Op de ontwerptekening van Probo zagen veel onderdelen er vrij recht-toe-recht-aan uit. Vooral de mond  moest echter veel beter kunnen. Daarom ben ik hiervoor een ander design gaan maken. En dat was het begin van mijn onderzoek." 

Je bent dus gaan kijken hoe je de mond anders of menselijker kon gaan maken? 

"Klopt. Een vraag die ik daarbij had was: hoe kan ik een robot een specifieke expressie of mondvorm laten weergeven? Ik wist niet precies hoe ik dat moest doen. In zo'n robot zitten bepaalde motoren verstopt. Als je die aanstuurt, vervormt de robot. Je kunt de motor dan met de hand zo instellen dat je  een bepaalde expressie kunt krijgen. Je kunt dus niet zeggen: ik wil nu dat de robot die bepaalde expressie heeft. Dit is omdat je op voorhand de motorinstellingen niet kent. En dat is heel moeilijk. Wat ontwerpers dan vaak doen is 'iteratief' te werk gaan ofwel steeds herhalend. Ze voeren dan een soort van kalibratie uit. Als je bijvoorbeeld wilt dat de robot glimlacht, moet je deze bepaalde instellingen doorgeven aan de motoren. Die instellingen worden daarna steeds lichtjes aangepast totdat je een beter resultaat krijgt. Als je echter van tevoren niet weet wat de motoren doen, is dat een ramp."

Je bent vervolgens zelf een robot gaan bouwen om je onderzoek naar de bewegende mond te kunnen doen. Hoe was dat? 

"Het is niet echt een robot, maar een constructie waarin een zelfgemaakte mond zit. Die mond kan zich vervormen en wordt aangestuurd door een aantal motoren voor de bewegingen van de mond. De constructie zelf is overigens vrij klein en meet 20 x 27 x 15 centimeter. De mond is ook op ware grootte gemaakt. Als materiaal voor het bouwen van de mond heb ik Ninjaflex gebruikt. Dat is een flexibel en rubberachtig filament dat ook wordt gebruikt bij het 3D-printen en vrij prettig werkt als materiaal. Om de aansturing van de robotmond te onderzoeken en te verbeteren ben ik deze constructie zelf gaan bouwen als een soort testrobot. Dat leek mij het eenvoudigste."

Hoe lang ben je in totaal met de bouw van die constructie bezig geweest?

"Vier tot vijf maanden. Het bouwen was ook heel leuk. Maar het was vooral een gigantische uitdaging om ermee aan de slag te gaan."

Een belangrijk doel van je onderzoek was een robot te maken die niet griezelig is of afkeer opwekt. Zijn veel robots nog steeds eng voor mensen? Sociale robots, zoals de Japanse geminoids, zien er toch heel menselijk uit? 

"Het zijn robots die op mensen lijken, maar ik vind sommige geminoids toch nog wel griezelig. Of niet echt griezelig, maar je krijgt er wel een bepaalde afkeer van. Dit omdat je vaak ziet dat er een afwijking is met wat je van zo'n robot verwacht en wat hij doet. Omdat de robot erg op een mens lijkt, gaan mensen er ook heel veel dingen van verwachten die hij niet waar kan maken. Een humanoid moet er niet alleen uitzien als een mens, maar zich ook zo gedragen. Als dat niet zo is, dan krijg je daar een onaangenaam gevoel van."

Jij vergelijkt humanoïde robots zelfs met zombies. Heb je ook voorbeelden hiervan ofwel bestaande sociale robots die ook echt worden gebruikt en mensen een onbehaaglijk gevoel geven?

"Nee. Maar mensen houden niet van slechte imitaties. Vergelijk bijvoorbeeld een mens met een lijk en een zombie. Van alledrie verwacht je het gewone gedrag van een mens. Bij het lijk en de zombie heb je echter een afkerig gevoel, omdat er iets niet klopt of niet juist bij ze is. De zombie is daarbij nog griezeliger dan de dode. Bij humanoïde robots vallen afwijkingen in hun bewegingen en gedrag ons onmiddellijk op. Volgens de Uncanny Valley-theorie hebben mensen echter de meeste afkeer van imitaties die maar een heel klein beetje afwijken van de mens. Om een humanoïde robot te bouwen die mensen geen onaangenaam gevoel geeft, is dus een zeer precieze nabootsing van de menselijke mimiek en beweging nodig. Voor robotontwerpers en 'robot controllers' is dat heel lastig. Een robot moet heel dicht tot de mens staan, willen mensen deze kunnen accepteren."

Een goede sociale robot moet de juiste tools hebben. Dat wil zeggen: een mooie vorm, die goed op een mens lijkt, maar ook een correcte aansturing. Volgens jou is het vooral deze aansturing die ervoor zorgt dat robots vaak nog griezelig ogen, klopt dat?

"Exact. Het effect van de 'griezelvallei' wordt versterkt door de beweging van een robot of door hoe je hem hiervoor aanstuurt. Je kunt een robot nog zo mooi maken en miljoenen euro's in de bouw steken: als je hem niet goed aanstuurt - en de robot heeft daar ook nog een rare expressie bij, dan ontstaat er automatisch afkeer bij gebruikers. Je maakt dan ook niet gebruik van het volledige potentieel van zo'n robot."

Dat de nabootsing van menselijke bewegingen bij robots vaak nog handmatig wordt afgeregeld, ontdekte je tijdens je onderzoek. Wat houdt dat 'kalibreren' met de hand eigenlijk precies in of hoe werkt dat? 

"Om een robot een bepaalde expressie te laten weergeven, moet je de motoren van de robot op een bepaalde manier afregelen. De goede instellingen ken je alleen op voorhand niet. Dus moet je daar op zoek naar gaan. Dat heet kalibreren, oftewel 'instellen'. Je gaat op zoek naar de juiste instellingen om het gewenste resultaat te krijgen. Omdat je verder geen speciale tools hebt om deze kalibratie uit te voeren, moet je dat met de hand doen. Het houdt in dat de persoon die de kalibratie uitvoert naar de robot kijkt en zelf manueel de parameters van de motoren aanpast. Hij doet dit vervolgens net zo lang totdat deze kloppen. Dat alles gebeurt in de fabriek, dus nog voor zo'n robot op de markt komt. Een robot laten glimlachen is alles bij elkaar dus best moeilijk. Als je niet precies weet hoe je een robot moet laten glimlachen, kun je hem dat ook niet 'vragen'. Stel je hem verkeerd in, dan zal het resultaat ook niet goed zijn. Het gebruik van complexe computermodellen blijkt verder ook geen oplossing te bieden. Die benaderen de bewegingen van mensen slechts ten dele en maken deze niet precies na, waardoor verdere handmatige fijnregeling noodzakelijk blijft."

Dit handmatig kalibreren werkt dus wel, maar duurt heel lang en is daardoor ook kostbaar?

"Precies. Manueel kalibreren geeft ook een gigantisch probleem. Als je een robot hebt met zes motoren en je moet elke motor zelf aanpassen, dan neemt dat heel veel tijd in beslag. Wanneer je bijvoorbeeld zes verschillende emoties hebt en je moet voor elke emotie zes motoren apart aansturen, dan ben je hier 36 keer mee bezig. Hoe gespecialiseerder een robot is, hoe lastiger, tijdrovender en kostbaarder dit wordt. Bij complexe computermodellen wordt de weergave van emoties vastgelegd in een computerprogramma. Het nadeel daarvan is dat een vervorming van het materiaal waaruit de robot bestaat heel moeilijk is te modelleren op de computer. Er blijft daardoor altijd een verschil tussen wat de robot op de computer en wat hij in het echt laat zien. Wil je die verschillen eruit krijgen, dan moet je een heel complex computerprogramma maken of kopen. En dat kost heel veel geld."

Als oplossing heb je uiteindelijk een algoritme ontwikkeld. Daarvoor werden 52 foto's van verschillende mondvormen in een menselijk gezicht gebruikt. Kun je eenvoudig uitleggen wat dit algoritme doet of hoe het werkt? 

"Het simpele idee was om de robotmond met een echte mond te gaan vergelijken. Vervolgens om de bewegingen daarvan precies hetzelfde te krijgen. Daarvoor heb ik 52 foto's van echte mensenmonden in verschillende vormen voorzien van rode stippen of referentiepunten. Ook op de lippen van de robotmond kwamen dezelfde referentiepunten voor elke mondpositie te staan. Door een algoritme te schrijven zorgde ik ervoor dat alle referentiepunten met elkaar correspondeerden. Zaten er toch verschillen tussen twee punten, dan werd met behulp van touwen de robotmond in de juiste positie getrokken. De testrobot heb ik verder zo gemaakt dat de kalibratie geheel automatisch werd uitgevoerd door de motoren in de robot. Met behulp daarvan konden de bewegingen worden aangestuurd door aan een touw te trekken. Zo kalibreerde ik met de computer de hele robotmond in alle vormen. Het kostte me daarbij in totaal een uur tijd om de kalibratie van alle verschillende mondbewegingen uit te voeren. Een minuut per foto dus, wat razendsnel is in vergelijking met een normale handmatige kalibratie." 

In totaal kon je zo dus 52 mondvormen exact nabootsen op het gezicht van je testrobot?

"Klopt. Dat is overigens ook gelijk aan het aantal posities van de mond waarmee je de hele Nederlandse taal zou kunnen weergeven. Het zijn zeg maar alle benodigde kleine bouwstenen voor onze taal, maar dan niet voor wat je hoort, maar voor wat je ziet."

Je onderzoek richtte zich verder alleen op het aansturen van spraak, niet van expressies of emoties?

"Dat klopt. Van emoties heb je maar zes varianten. Dat is het, meer heb je er niet. Dat is dus heel wat minder dan 52 verschillende mondvormen die je kunt maken. Om die reden heb ik ervoor gekozen om me volledig bezig te houden met de mondbewegingen van robots en het nabootsen van de vormen van een mensenmond."

Is je onderzoek naar bewegende robotmonden nu ook helemaal afgerond? 

"Spijtig genoeg wel. Met de publicatie van mijn thesis ben ik nu afgestudeerd in de mechatronica. Intussen ben ik alweer bezig met compleet ander onderzoek, dit keer op het gebied van rotordynamica. Ik tracht een nieuwe alternatieve methode te bedenken om op hoge snelheid draaiende machines - tot 60.000 rpm en meer - nog sneller te laten draaien zonder dat deze enige problemen tegenkomen."

Wat gaat er nu gebeuren met je algoritme. Komt dit ook beschikbaar voor ontwerpers en bouwers van robots?

"Op dit moment weet nog vrijwel niemand dat het algoritme bestaat. Er is al wel wat media-aandacht voor geweest, maar nog niet gigantisch veel. Eerlijk gezegd zou ik het algoritme niet zomaar prijs willen geven. Ik aas ook niet op geld. Maar als het toch in de handel terechtkomt, dan zou een vernoeming uiteraard wel leuk zijn. Zodat mensen weten wie het algoritme heeft geschreven en dat het geen simpele 'copy-paste' betreft. Ik heb trouwens nog wel een paar joboffers gekregen van bedrijven die robots bouwen. Maar dat waren geen humanoïde robots."

Denk je dat je onderzoek de sociale robot van de toekomst wel iets minder eng zal maken?

"Bouwers en ontwerpers zijn daar nu al mee bezig. Maar met mijn algoritme zal ik dat werk wel kunnen gaan vergemakkelijken, haha."

Je hebt ook geluidsgolven gebruikt voor je onderzoek. Klopt dat, zo ja, waar dienden deze voor?

"Ja, voor elke mondpositie op de 52 foto's die ik had, kon mijn robotmond die ene juiste vorm geven. Maar dat was niet genoeg voor mij. Ik wilde mijn robot ook echt laten spreken. Om dat te kunnen, heb ik hiervoor geluidsgolven gebruikt van opgenomen zinnen. Ik heb daarna ook een apart 'text-to-robot'-spraakprogrammaatje geschreven om te kunnen tonen wat mijn robot allemaal kon. In een filmpje van de robot kun je die toegevoegde spraak ook in werking zien, Daarin kun je bijvoorbeeld zien hoe de robotmond een zinnetje uitspreekt als 'versier de bereiding eventueel met snippers tomaat'."

Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

Vlog-economie: alles draait om bereik en likes
Rachel van de Pol
door Rachel van de Pol
leestijd: 8 min

Vloggers zijn de celebs van de 21e eeuw en verdienen er steeds meer geld mee. Maar er is een schaduwkant: "Bedrijven staren zich blind op het bereik en de likes, maar dat zegt niets over de kwaliteit."

Monica Geuze filmt zichzelf terwijl ze in bed ligt. Voor haar doen is ze extreem vroeg wakker, om acht uur. "Jeetje, wat heb ik nu veel tijd." Ze kleedt zich aan. "De trui is van de Zara, het rokje van River Island. Ik weet niet zo goed of ik de trui in mijn rokje moet stoppen of niet."

De gemiddelde dertigplusser vraagt zich waarschijnlijk af wie Monica Geuze is en waarom ze wil delen hoe laat ze opstaat of dat ze een mega-McDonalds-bestelling plaatst. Het antwoord is: omdat haar 280.000 abonnees willen weten wat de 22-jarige dj eet, drinkt, draagt en doet. En daar maken steeds meer merken gretig gebruik van.

Populairder dan tv-sterren

Zoals Geuze zijn er tientallen YouTubers in Nederland die een inkomen verdienen door zichzelf uit te venten op social media. Onder de millennials (20-34 jaar) en de generatie Z zijn online videomakers als Nikki de Jager (Nikki Tutorials, 6,5 miljoen abonnees), Robert van Eijndhoven (Siv HD, 2 miljoen abonnees) en Enzo Knol (1,4 miljoen abonnees) populairder dan de meeste tv-sterren. Ter vergelijking: een gemiddelde aflevering van het bepaald niet slecht bekeken RTL Late Night trekt 650.000 kijkers. Eén aflevering van StukTV genereert tussen de 500.000 en 2 miljoen views.

"De invloed van online videomakers werd en wordt nog steeds schromelijk onderschat, omdat we er als oudere generatie een waardeoordeel over uitspreken. Vlogs of beauty tutorials worden afgedaan als leeghoofdig gebabbel", zegt marketing- en mediaexpert Igor Beuker. "Zelfs hele grote jongens uit de Mad Men-generatie (jaren '60, red.) hebben de explosieve groei van consumer generated content niet aan zien komen. De CEO van het globaal opererende reclamebureau BBDO zei vijf jaar geleden nog tegen mij in Cannes: 'Dat YouTube gaat nergens over. De grappen zijn flauw en de beeldkwaliteit is slecht'." Inmiddels heeft YouTube meer dan een miljard gebruikers.

Bedrijven willen graantje meepikken

De verschuiving van lineaire tv naar online video heeft de advertentiemarkt flink opgeschud. Jonathan Berhane (33), partner manager bij RTL MCN (Multi Channel Network) merkt dat de onlinevideomarkt flink in de lift zit. Het mediabedrijf helpt talentvolle online-videomakers te professionaliseren en regelt commerciële samenwerkingen. Daarnaast bouwen ze online kanalen in eigen beheer.

Voor Berhane bij RTL MCN aan de slag ging, verzorgde hij als artiestenmanager onder andere het management van zangeres Esmee Denters. "Zij was een van de eerste muziekartiesten die wereldwijd doorbrak op YouTube. Ineens veranderde de positie van de artiest: de platenmaatschappijen hadden niet meer het alleenrecht om te bepalen wie zichtbaarheid kreeg en daarmee succes. Talent kon zichzelf gaan broadcasten. Dat was voor mij een kantelpunt. Ik wist toen: hier ligt de toekomst."

Ook Daan Sip (38), managing director bij het concurrerende Social1fluencers merkt dat steeds meer bedrijven een graantje mee willen pikken van het bereik van bekende YouTubers. "Een paar jaar geleden was het nog schrapen. Nu komen merken met volwassen marketingbudgetten aanzetten."

Populaire Youtuber Monica Guze
Populaire Youtuber Monica Guze

Verdienmodel

Hoe een Youtuber geld verdient, verschilt niet zo veel van traditionele mediabedrijven als RTL of Telegraaf Media, alleen zijn de online videomakers een mediabedrijf(je) op zichzelf. Inkomsten komen voornamelijk uit:

Advertenties die voor, tijdens en/of na een vlog, tutorial of online show worden afgespeeld. De verdiensten ervan worden uitgedrukt in cpm (cost per mille) dat staat voor inkomsten per duizend advertentieweergaven. Welke Youtuber wat verdient is een publiek geheim, maar volgens inside bronnen van Quote zitten grote internationale YouTube-sterren op een cpm van 7 dollar. Enzo Knol zou rond de 3 dollar zitten. Een filmpje met 226.000 views zou met dit cpm gemiddeld 300 euro opleveren, waarvan 45 procent naar YouTube gaat.

Partnerships - Laura Ponticorvo neemt een slok Dr. Pepper in haar vlog. 'Het is een soort van cola met een fruitsmaakje. Cherry of zo. Héérlijk.' Deze zogenoemde product placements leveren grote youtubers tussen de 5000 en 15.000 euro op, afhankelijk van markt, bereik en doelgroep.

Events– Beautyblogger Masha Feoktistova organiseert een Beauty Gloss Party in de Beurs van Berlage. Bezoekers betalen tussen de 25 en 30 euro voor toegang. Leveranciers van beautyproducten mogen hun waren verkopen. Van de winst pikt Feoktistova een graantje mee.

Merchandise - Koop haarolie van Negin Mirsalehi (Gison, 74 euro per 100 ml).

Gastoptredens - Giel de Winter van Stuk TV verschijnt betaald als presentator in het tv-programma Galileo (RTL5).

Omzet: paar ton per jaar

Wereldwijd zijn het aantal YouTube-kanalen met jaarlijkse inkomsten van zes cijfers in 2016 met 50 procent gestegen. In Nederland zijn er bijna geen youtubers die een omzet van die omvang halen, maar de top zet per jaar zeker een paar ton om.

Dat lijkt makkelijk geld verdienen. Het enige dat je nodig hebt is een camera en een vlotte babbel. Toch? "Guess again", zegt Sip. "Bekende YouTube-sterren die een acceptabel inkomen weten te vergaren, zijn rasechte ondernemers. Heel veel mensen proberen het, maar er zijn er maar weinig die het volhouden en succesvol zijn."

Wat maakt een Youtuber dan (economisch) succesvol? Sip, Berhane en Beuker zien een paar factoren die het kaf van koren scheiden:

Werkethos

Succesvol vloggen is meer dan af en toe een filmpje uploaden. "De werkdiscipline van bijvoorbeeld Enzo Knol is ongelofelijk", zegt Berhane. "Hij produceert twee video's per dag. Dat is geen kwestie van filmen en posten. Van tevoren bedenk je een concept, dat werk je uit, dan ga je editen. Daarnaast moet je tijd besteden aan partnerships, fans, events, enzovoorts. Dat gaat ook in het weekend door."

Passie

Niemand heeft ooit gezegd dat je automatisch geld kunt verdienen met vloggen of bloggen, zegt Beuker. "Als cashen je uitgangpunt is, hou je het niet vol." Bijna alle succesvolle online sterren zijn begonnen vanuit een authentieke passie. Ze zijn helemaal weg van make-up, koken, mode of auto’s en willen hun kennis en kunde graag delen met anderen. Een van de meest succesvolle voorbeelden hiervan is twintigjarige Nikki de Jager. Op haar veertiende maakte ze in haar slaapkamer al haar eerste make-up tutorial en perfectioneerde ze haar Engels door naar films te kijken. Zes jaar en 584 videos later heeft ze een pr-waarde van 20 miljoen dollar.

Creativiteit

Voor vloggers zijn commerciële samenwerkingen complexer dan voor een gemiddelde voetbalster die een spectaculair doelpunt maakt in een Nike-commercial. Vloggers kunnen niet zomaar roepen dat Twix de lekkerste snack is, want dan haken fans af. Het merk moet bij de creator passen en op een natuurlijke manier in de video terugkomen. Daarvoor moeten Youtubers in staat zijn creatieve concepten te ontwikkelen. Als geslaagd voorbeeld noemt Berhane de samenwerking tussen StukTV en Universal Pictures om de film Central Intelligence te promoten.

Hybride businessmodel

Wil je een beetje rondkomen als online videomaker, moet je groter en breder denken dan veel views. "Met anderhalf à twee miljoen views per maand verdien je een minimuminkomen van 1500 euro", zegt Berhane. De grootverdieners gebruiken YouTube om bereik te creëren en bouwen vanuit daar hun mediabedrijf uit. "De slimmeriken hebben allemaal een hybride businessmodel met eigen merchandise, events en gastoptredens", zegt Beuker. "Maar een paar procent van de Youtubers kan hier echt zijn brood mee verdienen. De grote middenmoot bijt op een houtje."

Algoritme

Een minder in het oog springende factor, maar daarom niet minder belangrijk: hoe slim speel jij in op het algoritme van YouTube? "Titel, beeld, tags, waar zit je publiek, wat is hun zoekgeschiedenis, hoe laat post je een nieuwe video: al dit soort dingen bepalen welke creator overleeft", zegt Berhane. "En dat wordt in de toekomst alleen maar belangrijker." 

"Steeds meer bedrijven werken met like-targets en staren zich blind op bereik"

Ga online opvoeden

Voor lezers die er nog steeds van dromen hun boterham te verdienen met online video: er zijn nog gaten in de markt die je kunt opvullen. "Op het gebied van opvoeding en financieel advies is er nog weinig aanbod in Nederland", zegt Sip. Hij adviseert dan wel nú te beginnen. Want: de komende jaren zal het aantal volwassen kijkers flink groeien. "En ook de jonge youtubers van nu worden ouder. Dan sta jij voor ze klaar met een hele rits informatieve opvoedingsvideo’s."

Online video blijft de komende vijf jaar booming, daar zijn Sip, Beuker en Berhane het over eens. Marketingbudgetten zullen groeien en het aanbod wordt professioneler door de toegankelijkheid van goede camera's en mediabedrijven die talenten verder helpen en hogere budgetten beschikbaar stellen voor het ontwikkelen van formats. Daarmee zal ook het belang van sociale status toenemen, voorspelt Beuker. "Het wordt de nieuwe valuta. Hoe meer volgers, des te meer je waard bent."

Blind staren op bereikscijfers

De trendwatcher ziet dit fenomeen nu al doorsijpelen in het bedrijfsleven. Steeds meer bedrijven werken met like-targets en staren zich blind op bereik. Deze tendens baart Beuker zorgen: ethiek en competenties kunnen het onderspit delven. "Als ik bij wijze van spreken drie keer per dag een selfie maak met een gele Speedo aan of mensen beledig op Twitter - zoals Trump doet - dan word ik beloond met een vergroot sociaal bereik en een daaraan gekoppelde waarde. Een spreker of dj met 150.000 volgers krijgt een hogere fee dan iemand met 21.000 volgers, terwijl bereik niets hoeft te zeggen over de kwaliteiten van een professional."

Daar komt nog bij dat bereik en likes tegenwoordig te koop zijn. En als de concurrent likes inkoopt en daarvoor wordt beloond, wil niet iedereen achterblijven. "We moeten oppassen dat ons spiegelbeeld - selfie, vlog, tweet, instapost - ­niet belangrijker wordt dan ons zelfbeeld."

Dit artikel verscheen eerder in RTL Z Weekend Magazine

Auteur

Rachel van de Pol (@rachelvandepol) is eindredacteur van RTL Weekend Magazine, blogt op ikreddewereld.nl en publiceerde recent Het Hedendaagse Heldenboek.

Grand Gear: Zwevende tijd en BlackPods
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 5 min

In Grand Gear selecteren we maandelijks de mooiste nieuwe spullen voor je. Spullen die je bij het zien van de foto's in je handen wilt voelen.

Klok met zwevende wijzer

De Story is een Kickstarter-hit en dat is niet gek als je de klok ziet. Meer dan een houten plaat is het niet, maar een zwevend balletje geeft aan hoe laat het is. De exacte tijd kan ook via ledlampjes op het hout getoond worden. De klok kost vanaf 399 dollar.

Blackpods

Als je de witte AirPods niet mooi vindt, waarom bestel je ze dan niet in het zwart? Apple biedt ze zelf niet in die kleur uit, maar via BlackPods kun je ze wel kopen. Dit zijn officiële AirPods, maar onofficieel zwart gemaakt. Je betaalt extra voor zo’n aparte kleur: 249 dollar.

Gameband

De Gameband is een armband om spelletjes op te spelen. Via het 1,63-inch amoled-schermpje zijn twintig mini-games te spelen, waaronder Pong en Asteroids. De smartwatch werkt met Android Marshmallow en biedt ook ondersteuning voor onder meer notificaties, een muziekspeler en een weer-app. Daarnaast kun je hem dingen vragen via Amazons spraakassistent Alexa. De Gameband kost 149 dollar op Kickstarter.

Spyslide

Wil je zeker zijn dat je geen pottenkijkers hebt via de webcam, maar vind je een stuk tape lelijk, dan is het Nederlandse Spyslide de oplossing. Dit is een dun metalen schuifje (0,6 millimeter) die je over de camera plakt. Het schuifje kun je gebruiken om de camera wel of niet te bedekken. De Spyslide kost nog geen tien euro en is nu te bestellen.

Moccamaster

Koffie zetten in stijl? De Moccamaster is een retro-ogende machine met een basiskleur die in het oog springt. Je zet koffie met een filter, het water wordt evenredig verdeeld via een systeem met negen stralen. Dat moet zorgen voor de beste smaak. Verder is er een warmhoudplaat en na een tijdje schakelt de machine zichzelf uit. De machine kost 189 euro.

Meddsy

De eerste hulp-set is opnieuw uitgevonden. Meddsy, heet het doosje dat via Kickstarter te koop is. In de Meddsy zijn maar liefst 70 voorwerpen te vinden die van pas komen in verschillende noodsituaties. Denk hierbij aan allergische reacties, gebroken botten, maar ook vergiftigingen of hoofdpijn. Ook ingebouwd: een powerbank, zodat je nooit meer zonder stroom zit. Volgens de makers krijg je er zelfs je auto mee aan de praat. Meddsy is samengesteld door reizigers, doktoren, soldaten en experts op het gebied van reddingen en survival. Het basispakket kost 99 dollar op Kickstarter.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.