Inhoudsopgave
    

Privacydebat: meer voorbeelden nodig
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 7 min

Te vaak gaan discussies over privacy in het digitale tijdperk over beleid. En te weinig over concrete voorbeelden van mensen die het slachtoffer zijn geworden van de surveillance state.

De oorlog in Syrië kwam vorige maand weer bij menigeen op het netvlies door de foto van het vijfjarige jongetje Omran Daqneesh, die bebloed en onder het stof wezenloos voor zich uitstaart na het zoveelste bombardement op Aleppo. Wat voor verschrikkingen bootvluchtelingen op weg naar Europa moeten doorstaan, kwam een jaar geleden bij ons binnen door de al even iconische foto van de driejarige Alan Kurdi die is aangespoeld op het strand.

Dergelijke persoonlijke verhalen over concrete slachtoffers maken grote verhalen over de burgeroorlog in Syrië of de vluchtelingencrisis tastbaar. En dat is vaak precies waar het in discussies over privacy en digitale burgerrechten aan ontbreekt: voorbeelden van concrete slachtoffers. Te vaak gaan die discussies over beleid, over plannen. Over potentiële privacy-inbreuken dus, niet over aanwijsbare personen die daarvan het slachtoffer zijn geworden. Terwijl dergelijke concrete voorbeelden broodnodig zijn om een groter publiek voor privacy in het internettijdperk te interesseren.

Surveillance state

Uitstekend dus dat Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, journalisten bij De Correspondent, in hun boek Je hebt wel iets te verbergen onder meer het verhaal van Erik Pas vertellen: de ondernemer die bij zijn reis naar Los Angeles in februari 2015 de belangstelling van de Amerikaanse autoriteiten had gewekt omdat zij in de veronderstelling verkeerden dat hij zijn document om Amerika binnen te komen (ESTA) had aangevraagd vanuit Jordanië.

Wat de Amerikanen niet wisten, was dat Pas' internetaanbieder Vodafone kort daarvoor een serie IP-adressen had overgenomen van een partij uit Jordanië. Eén van die adressen had het bedrijf toegewezen aan Pas, waardoor de Amerikanen dachten dat hij zijn toegangsdocument voor de VS had aangevraagd vanuit Jordanië.

De Kafkaëske hel waarin Pas terechtkwam is een bijzonder sterk voorbeeld van waar een surveillance state toe kan leiden. En wel omdat iedereen begrijpt dat Pas ten onrechte als verdachte werd aangemerkt en omdat iedereen zich moet kunnen voorstellen dat ook hem of haar dit kan overkomen.

Edward Snowden

De belangstelling voor privacy is groter dan ooit. Toen de oorspronkelijke oprichters van de digitale-burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom in augustus 2006 hun opheffingsbijeenkomst hielden, pasten alle aanwezigen in een klein zaaltje boven het Amsterdamse café Heffer. Tegenwoordig verkoopt het 'nieuwe' Bits of Freedom elk jaar de Amsterdamse Stadsschouwburg uit voor de uitreiking van de Big Brother Awards. En Tokmetzis en Martijn lukte het vorige week om hetzelfde te doen met de Utrechtse stadsschouwburg voor hun boekpresentatie.

Die toegenomen belangstelling valt niet los te zien van de onthullingen van Edward Snowden over de digitale-spionagepraktijken van de NSA. Snowden heeft voor de discussie over privacy in het internettijdperk betekend wat Al Gore met zijn film An Inconvenient Truth heeft betekend voor de discussie over klimaatverandering.

Links en antibedrijfsleven

Tokmetzis en Martijn trekken in hun boek de parallel tussen de discussies over klimaatverandering en privacy. "Mijn indruk is dat veel privacy-activisten links en antibedrijfsleven zijn", tekenen Tokmetzis en Martijn op uit de mond van George Marshall, die is gespecialiseerd in klimaatcommunicatie. "Hun wereldbeeld is: deze multinationals willen hun macht uitbreiden en geld verdienen en daarom proberen ze het internet over te nemen."

Wie bij de boekpresentatie van Tokmetzis en Martijn de zaal inkeek, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat Marshall daarin wel een beetje een punt heeft. "Dit lijkt wel een bijeenkomst van GroenLinks en D66", zegt een bekende, die zelf politiek actief is voor D66, na afloop van de bijeenkomst tegen me.

De uitdaging voor privacy-voorvechters is om ook medestanders te vinden die nu niet op dergelijke avonden afkomen. Dat is namelijk waar het volgens Marshall misging bij het debat over klimaatverandering: omdat veel argumenten de vorm aannamen van kapitalismekritiek of pleidooien voor sociale rechtvaardigheid, keerden veel conservatieve en rechtse mensen zich van het onderwerp af. Voor die doelgroep heb je vermoedelijk meer aan een verhaal over een ondernemer als Pas die het slachtoffer werd van privacyschendende bureaucratie.

Adverteerders

In het eerste hoofdstuk van Je hebt wel iets te verbergen beschrijven Tokmetzis en Martijn hoe we bij het bezoek van sites en het gebruik van apps onze informatie delen met tal van partijen waar we geen weet van hebben. Op Nu.nl stuitten de twee bijvoorbeeld op 44 trackers, "onder meer van bedrijven die in hun voorwaarden schrijven dat zij de recente surfgeschiedenis en ingevoerde zoektermen van jou als sitebezoeker verzamelen, je type computer registreren en je demografische gegevens achterhalen".

Het is typisch zo'n voorbeeld waarvan menigeen zal zeggen: nou en? Oké, mijn informatie wordt met jan en alleman gedeeld. Maar wat gebeurt er vervolgens? Adverteerders blijven me wekenlang op tal van sites achtervolgen met reclame voor schoenen die ik al heb gekocht. Zoveel weten ze dus niet van me...

Te veel vertrouwen in data

Het verhaal van Pas laat echter zien dat dat precies het probleem is. De Amerikaanse autoriteiten handelen niet zoveel anders dan de adverteerders die niet door hebben dat ik dat paar schoenen al lang heb gekocht: ze hebben zoveel vertrouwen in de (privacygevoelige) data die ze verzamelen over mensen die naar de VS reizen dat ze er de verkeerde conclusie uit trekken. Namelijk dat Pas een potentieel gevaar is.

En dan kwam Pas er nog makkelijk vanaf. Twee nare ervaringen op het vliegveld, politieagenten aan de deur: er valt uiteindelijk mee te leven. Bij aanvallen die de Verenigde Staten met drones uitvoeren, wordt er op vergelijkbare wijze te werk gegaan: mensen krijgen een bom op hun huis omdat hun telefoonsignaal ooit is opgepikt op een plaats die bekendstaat als trainingskamp voor terroristen. Dat daarbij fouten worden gemaakt, is onvermijdelijk. Het wachten is op een iconische foto die het aldus veroorzaakte leed in beeld brengt.

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.