Inhoudsopgave
    

Het échte privacyprobleem
Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis
door Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis
leestijd: 7 min

Argeloze burgers willen online surveillance niet zien. En daardoor zien zij ook niet wat er écht op het spel staat door deze massale privacyschending, schrijven Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, auteurs van het boek 'Je hebt wél iets te verbergen'.

In de lente van 2014 vloog de Nederlandse zakenman Erik Pas van Amsterdam naar Los Angeles. Voordat hij het vliegtuig in mocht, werd hij staande gehouden door twee Amerikaanse air marshalls die hem aan een verhoor onderwierpen.

Waar ging hij naartoe? (Los Angeles)
Waar kwam hij vandaan? (Van huis)
Was hij wel eens in het Midden-Oosten geweest? (Nee)

Na een half uur mocht hij het vliegtuig in.

In Los Angeles werd Erik Pas opgewacht door bewapende agenten. Opnieuw moest hij meekomen en opnieuw werd hij verhoord. Weer die vragen.

Waar ging hij naartoe? (Een huurhuis in Los Angeles)
Waar kwam hij vandaan (Nederland)
Was hij wel eens in het Midden-Oosten geweest? (Nee)

Na een ruim een uur mocht hij eindelijk gaan.

Toen hij bij zijn huurhuis aankwam in Los Angeles ging de deurbel. Twee agenten stonden op de stoep. Die wilden controleren of hij echt naar dit adres was gekomen. Ze bedankten hem voor zijn tijd en gingen weer weg.

Wat was er toch aan de hand?

Achteraf bleek dat het ip-adres van de computer van Erik Pas, waarop hij de reis had geboekt, onlangs door zijn provider Vodafone was opgekocht in Jordanië. Providers kopen van elkaar zogenoemde ip-blokken als er bijvoorbeeld tekorten aan nummers dreigen in een land. De administratie was nog niet bijgewerkt op het moment dat Pas zijn reis boekte. De Amerikaanse douane dacht daarom dat hij zijn reis vanuit Jordanië had geregeld. Dat was blijkbaar verdacht.

Het verhaal van Erik Pas laat zien waarom we op een verkeerde manier over privacy praten. In discussies over privacy valt vaak de opmerking: "Ik heb niets te verbergen, dus ook niets te vrezen." Maar privacy gaat niet over wel of niet iets verbergen te hebben. Privacy gaat niet alleen om informatie over individuen. Privacy gaat óók over ons allemaal. Over fundamentele collectieve rechten en waarden. We noemen er vijf.

Voorwaardelijk burgerschap

Erik Pas kwam in de problemen door fouten in de verwerking van zijn persoonsgegevens. De laatste jaren werkt de douane in veel landen met zogenoemde risicoprofielen. Op basis van allerlei boekingsgegevens, historische reisgegevens en nog meer aanvullende data wordt een inschatting gemaakt van het risico dat iemand vormt voor een bijvoorbeeld een aanslag. Een fout in Pas’ data zorgde voor een verkeerde inschatting.

Maar dat is niet onschuldig, want op basis van zo’n inschatting wordt gehandeld. Op basis van zo’n risicoprofiel mag je wel of niet verder reizen. Het probleem is natuurlijk de kwaliteit van de data. Omdat die data telkens weer anders zijn, is het profiel en de beslissing die daarop wordt gebaseerd ook telkens anders. Daar is een naam voor: willekeur.

Die willekeur is niet zo erg als het gaat om het leveren van advertenties aan iemand, maar wel als het gaat om het aanspraak kunnen maken op rechten. Erik Pas had nog geluk: hij kon uiteindelijk gewoon reizen, maar tienduizenden mensen kunnen niet meer reizen omdat ze op een No-Fly list staan, dikwijls onterecht. Er zijn voorbeelden van kinderen die niet kunnen reizen omdat ze een naam delen met een terrorismeverdachte. Of een Maleisische universitair docente die, na jaren in de VS te hebben gewoond, niet meer naar huis kon omdat haar naam was verwisseld met een terrorist.

Erik Pas en deze verkeerd geprofileerde mensen hebben geen klassiek privacyprobleem, nee, dit gaat over voorwaardelijk burgerschap. De manier waarop je gegevens worden geanalyseerd bepaalt de mate waarin je gebruik kan maken van je rechten. En die analyse kan telkens verschillen.

Solidariteit

Een tweede waarde die wordt uitgehold door het verlies van privacy is solidariteit. Zorg- en schadeverzekeraars hebben steeds meer data beschikbaar waarmee ze gepersonaliseerde premies kunnen berekenen. Wie zich laten meten met een FitBit, of een kastje in de auto laat installeren die het rijgedrag monitort, kan een goedkopere verzekering krijgen.

Maar eigenlijk is dat heel gek. Verzekeren is immers dat je individuele risico’s van mensen bundelt om ze over een grotere groep te spreiden. Door steeds meer persoonlijke gegevens te gebruiken en het gedrag van mensen in kaart te brengen, kunnen verzekeraars deze risico’s individualiseren. Wat voor ons een gepersonaliseerde aanbieding is, is voor de verzekeraar het verschuiven van de risico’s naar de consumenten.

Het verzamelen en gebruiken van persoonsgegevens door verzekeraars is daarmee geen klassiek privacyprobleem, nee, het kan een ondermijning zijn van maatschappelijke solidariteit. 

Discriminatie

In steeds meer landen gebruiken rechters profileringssoftware om de strafmaat te bepalen van veroordeelden. Wie, volgens statistische modellen, een grotere kans heeft om in herhaling te vallen, krijgt een langere straf. Als de kans op recidive kleiner is, dan kan de straf juist lager uitvallen. Noem het maar gepersonaliseerd vonnissen.

Het probleem is dat minderheden in dit soort systemen zwaarder gestraft worden. Dat heeft er vooral mee te maken dat de modellen data uit het verleden gebruiken, waardoor vervuiling van oude statistieken - waar al een vooroordeel jegens minderheden inzit - wordt versterkt.

Het gebruik van persoonsgegevens van verdachten en veroordeelden kan zo discriminatie in de hand werken en gaat zo over veel meer dan privacy.

Autonomie

Tot slot gebruiken bedrijven en overheden in toenemende mate allerlei gegevens om ons gedrag te sturen. Winkels en adverteerders kijken bijvoorbeeld naar je browse- en aankoopgeschiedenis om te leren wat voor soort iemand jij bent. De Amerikaanse winkelketen Target wist bijvoorbeeld dat een tienermeisje zwanger was en stuurde haar, tot verbazing van haar geschokte ouders, reclamemateriaal toe.

Wat onderbelicht bleef in dit verhaal is hoe Target op de ophef reageerde. Ja, de winkelketen kon heel veel leren van de ogenschijnlijk nietszeggende browse- en aankoopgegevens, en ja, een woordvoerder begreep dat mensen dit creepy vonden. Target loste dit op niet door klanten beter te informeren of toestemming te vragen, maar door hele gerichte advertenties af te wisselen door totaal irrelevante advertenties. Zwangere vrouwen kregen dan bijvoorbeeld ook advertenties voor grasmaaiers te zien. Op die manier hadden mensen het niet door dat ze, nou ja, getarget werden.

Hoeveel mensen weten eigenlijk dat hun nieuwsfeed op Facebook gefilterd wordt en hoe die filtering werkt? Hoeveel mensen weten eigenlijk of de prijzen die zij te zien krijgen bij een vliegtuigboeking dezelfde zijn als de buurman te zien krijgt als hij dezelfde reis boekt (sommige luchtvaartmaatschappijen laten mensen die met een Mac boeken hogere prijzen zien dan aan iemand die met een Windows-computer surft). Hoeveel mensen weten dat De Belastingdienst een afdeling heeft die erop gericht is om aan de hand van data-analyse het gedrag van Nederlandse belastingbetalers te veranderen? 

Het gebruik van onze gedragsgegevens is niet alleen een privacykwestie, maar gaat over manipulatie en autonomie. Hoe goed kennen bedrijven en overheden ons, hoe gebruiken ze die inzichten en welke invloed heeft dat op ons? 

Vrijheid van meningsuiting

En dat brengt ons op de laatste fundamentele waarde die onder druk komt te staan: de vrijheid van meningsuiting. De voorwaarde voor de vrijheid van meningsuiting is de vrijheid van meningsvorming. Burgers moeten in staat zijn om zonder inmenging van anderen in vrijheid informatie te zoeken en tot zich te nemen. Maar hoe kun je over vrijheid spreken als alles wat wij opzoeken, alles wat wij lezen, kijken en luisteren, online wordt geregistreerd, opgeslagen en geanalyseerd?

De ironie hier is natuurlijk dat wij veel van de online surveillance niet zien. Zij vindt onder de oppervlakte plaats, buiten ons gezichtsveld. We hebben de illusie dat wij ons online in vrijheid bewegen. Maar dat is niet the real world, dit is The matrix.

Voorwaardelijk burgerschap, uitholling van maatschappelijke solidariteit, nieuwe vormen van discriminatie, een verlies aan autonomie én de illusie van de vrijheid van meningsuiting. Deze grote, collectieve problemen als gevolg van de jacht op onze persoonsgegevens zien velen niet opdoemen. 

Het is tijd dat wij over deze bedreigingen gaan praten als we het over privacy, cookies of de NSA hebben. 

‘Ik heb niets te verbergen,’ zeg je?

Wij hebben veel te beschermen.

Je hebt wél iets te verbergen: Over het levensbelang van privacy van Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis is een uitgave van De Correspondent. Het boek ligt nu in de boekhandel en is online te bestellen via corr.es/kiosk

(Foto: Anouk van Kalmthout)

Auteur

Maurits Martijn schrijft voor De Correspondent over technologie, surveillance en privacy. Dimitri Tokmetzis is datajournalist en focust zich op de controle van de macht.