Inhoudsopgave
    

Scale-ups: Peerby
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 11 min

In een nieuwe reeks belichten we Nederlandse techbedrijven die in korte tijd veel geld ophaalden en succesvol aan de weg timmeren. Start-ups die stappen maken. Scale-ups dus. In deze tweede aflevering aandacht voor Peerby, het deelplatform voor spullen.

Over Peerby, ’s werelds grootste leendienst voor spullen, zijn via Google allerlei statistiekjes en wetenswaardigheden te vinden. Bijvoorbeeld over de snelheid van het platform. Vier jaar geleden, toen de dienst nog maar net bestond, duurde het nog een half uur voordat een oproepje via het platform werd beantwoord. Tegenwoordig leveren oproepjes al binnen vijf minuten een reactie op of zelfs binnen dertig seconden, afhankelijk van het gezochte artikel. De kans dat een bepaald artikel niet wordt gevonden, is klein. Volgens opgave van het platform zelf is de kans dat een oproep geen match oplevert slechts vijftien procent.

Lenen is het nieuwe kopen. Onderzoek wijst verder uit: twee op de drie Nederlanders is positief over de deeleconomie. Een groeiende groep mensen kiest daarom bewust voor het lenen en uitlenen van spullen via de site of app van Peerby. Door als groep te delen, bespaar je immers geld en heb je toegang tot spullen die thuis ontbreken, zoals een simpele ladder, een bakfiets of een oude VHS-videorecorder.

Voor Peerby-gebruiker Rob Weermeier (53) is de leendienst nog niet onmisbaar, maar het scheelt niet veel. “Ik zou ook zonder kunnen” zegt hij. “Ik kijk ook niet voortdurend in mijn mail of er nieuwe oproepjes zijn. Toch blijf ik liever aangemeld, omdat ik daar meer voordelen dan nadelen in zie. Het is bovendien leuk om buren te helpen, bijvoorbeeld wanneer ze een verlengsnoer nodig hebben. Mensen zijn verder vaak aan het klussen, dat merk je aan de oproepjes. Dan zoeken ze een hamer, tang of verfroller. Oproepjes doe ik zelf verder weinig. Ik heb ooit wel een Digitenne-kastje te leen gevraagd omdat mijn eigen kastje stuk was. Via Peerby kreeg ik toen vier kastjes aangeboden. Wat je ook vraagt, je krijgt altijd antwoord. Terugbrengen of ophalen gaat ook allemaal prima. Het gebeurt wel eens dat er niemand thuis is op een afgesproken tijdstip. Maar dat komt zelden voor.”

Brand

De leendienst Peerby telt tegenwoordig in totaal tweehonderdduizend leden die actief zijn in Nederland, een aantal grote Europese steden en inmiddels ook in tien Amerikaanse steden. Volgens Daan Weddepohl (35), samen met Eelke Boezeman (33) oprichter van Peerby, had de dienst echter nooit het licht gezien als een grote brand in 2011 niet zijn huis had verwoest. “Ik heb lang rondgelopen met het plan om mensen peer-to-peer met elkaar te verbinden op basis van hun locatie. De inspiratie voor wat ik daar echt mee wilde, kwam nadat mijn huis was afgebrand”, zegt Weddepohl. “Ik had daardoor geen dak meer boven het hoofd en geen spullen meer. Om weer spullen te krijgen, moest ik een beroep doen op mensen om me heen. Ik ontdekte daarbij dat mensen het heel leuk vinden om elkaar een handje te helpen. Als je hen daarna met elkaar verbindt via internet, dan blijkt dat alles wat je nodig hebt er feitelijk al is. Uiteindelijk leidde dat alles tot het idee voor Peerby.”

Peerby-oprichter Daan Weddepohl

Met een klein team werd in augustus 2012 de kersverse start-up Peerby opgestart. Voor het doorontwikkelen van het bedrijf was vooral deelname aan het acceleratorprogramma van Rockstart belangrijk. “Voor dat programma hebben we ons daarom aangemeld. Vervolgens zijn we als deelnemer geselecteerd uit een groot aantal bedrijven”, zegt Weddepohl. “Via het programma kregen we duizend dagen lang hulp bij het verder ontwikkelen van de start-up en het vinden van investeerders. Rockstart was ook onze eerste kleine investeerder.” Peerby was verder het tweede Nederlandse bedrijf dat deelnam aan TechStars, een grote Amerikaanse accelerator en snelkookpan voor start-ups. “Daardoor kregen we ook een kantoor in Londen. In drie maanden tijd heb ik daar alles geleerd over het succesvol maken van je eigen bedrijf. Daarbij vonden we ook al snel investeerders, waaronder Sanoma, de Postcodeloterij en de Franse investeringsmaatschappij XAnge”, aldus Weddepohl.

In totaal haalde Peerby bij grote en kleine investeerders circa 4,7 miljoen euro aan investeringen en giften op. Geld dat vooral werd gebruikt om de leendienst overeind te houden zonder enige bron van inkomsten. Het eerste verdienmodel van Peerby werd ook pas in 2014 een feit met de introductie van de speciale leenverzekering Peerby Garantie. Door deze leenverzekering af te sluiten kunnen leners en uitleners hun spullen nu verzekeren tegen schade of diefstal. De garantie is optioneel af te sluiten via de Peerby-app en wordt betaald door de lener. Bij elke afgesloten leenverzekering strijkt Peerby een commissie op. Volgens Weddepohl is met deze garantie een mooie manier gevonden om geld te verdienen en op hetzelfde moment waarde voor de gebruiker toe te voegen.

Eerste grote verdienmodel

In september vorig jaar werd ook het eerste grote verdienmodel uitgerold, de huurdienst Peerby Go, inclusief een bezorgservice. Gebruikers van de nieuwe dienst kunnen allerlei spullen huren tegen door Peerby vastgestelde prijzen. Via de dienst hoeven ook geen oproepjes meer te worden gedaan. In plaats daarvan kan er gezocht worden in een catalogus met daarin door Peerby voorgeselecteerde spullen. Omdat de dienst verder geen opslagruimte nodig heeft, zijn de prijzen ook vrij laag, vaak zelfs lager dan die van commerciële verhuurdiensten. Een luchtbed huren kan bijvoorbeeld al voor drie euro per dag, een ladder voor een tientje en een partytent voor vijftien euro. Bij elke transactie ontvangt Peerby een kwart van het verhuurbedrag aan commissie. De rest gaat naar de verhuurder toe. Spullen zijn verder gegarandeerd leverbaar, worden gehaald en gebracht en zijn automatisch verzekerd via de mini-verzekering.

Peerby-app

Volgens Weddepohl was het overigens al vanaf het begin van de dienst mogelijk om spullen te verhuren. “Mijn grote ambitie is dat mensen wereldwijd spullen met elkaar kunnen delen door ze te lenen of te huren. De verhuuroptie was er ook vanaf het begin van onze dienst. We hebben dus nooit gezegd dat dat niet kon. Wat we wel zagen, was dat het verhuren van spullen in de praktijk niet zoveel gebeurde. In de deeleconomie zit verder nog gigantisch veel rek. Er kan nog veel meer worden gedeeld dan nu het geval is. Onze gebruikers zijn nu nog early adopters. In de toekomst zal het huren en verhuren van spullen voor steeds meer mensen een hele gangbare manier worden voor het delen van bezittingen.”

Peerby Go laat intussen zien dat de sinds jaar en dag veelgezochte boormachine geduchte concurrentie krijgt van andere spullen, waaronder statafels, bakfietsen en beamers. Een auto via Peerby Go huren is echter niet mogelijk. “Daar heb je weer andere goede platforms voor die gespecialiseerd zijn in autodelen, zoals SnappCar. Wat SnappCar doet voor auto’s, doen wij zo’n beetje voor de rest”, aldus Weddepohl.

Zeer succesvolle crowdfunding

Zeer succesvol was Peerby verder met zijn eerste grote crowdfundingscampagne die in maart werd afgerond. Dankzij de campagne werd Peerby één van de internetbedrijven van Nederland die in een recordtijd geld ophaalden. In vier dagen tijd zamelde Peerby twee miljoen euro aan investeringen in bij in totaal ruim duizend particuliere investeerders. Volgens Weddepohl was dat ver boven het streefbedrag. “De campagne ging vele malen harder dan we hadden verwacht”, zegt hij. “Ons streefbedrag was gesteld op minimaal drie ton. Het dubbele hiervan hadden we ook heel gaaf gevonden. Toen we dat eenmaal hadden, dachten we: moet je je eens voorstellen als ook een miljoen gaat lukken? Maar twee miljoen nog binnen een week? Dat was ver boven onze verwachtingen.”

Met het geld van de crowdfunders wil Peerby verder groeien in eigen land en daarbuiten. In Nederland zal het geld gebruikt gaan worden om Peerby Go verder uit te rollen. Weddepohl: “Daarmee zijn we nu actief in Amsterdam, Utrecht en Rotterdam. Daar moeten meer steden bijkomen. Ook een aantal Europese uitbreidingen staat op het programma. Verder willen we met het geld onze aanwezigheid in de Verenigde Staten gaan vergroten.”

Niet logisch om te huren

Volgens Weddepohl groeit Peerby Go snel. “Hoeveel mensen al via Peerby Go actief zijn, meten we nu nog niet”, zegt hij. “Wat we wel bijhouden is het aantal orders. Dat groeit maandelijks met twintig tot dertig procent. Het is nu de kunst om de dienst nog groter en toegankelijker te maken.”

Bang dat de leendienst binnenkort wordt opgeheven ten gunste van de huurdienst, hoeven gebruikers volgens Weddepohl verder niet te zijn. Beide Peerby-modellen zullen gewoon naast elkaar blijven bestaan. “Ik zit niet in de business van het toekomst voorspellen. Maar veel spullen zijn niet logisch om te huren, zoals een hamer. Die leen je liever bij de buren. Daar gaan we dus niets aan veranderen. Lenen en huren zijn ook logisch om naast elkaar te hebben. Maar als we zouden zien dat mensen het leenplatform niet meer gebruiken omdat ze liever huren, dan kun je je wel afvragen: moeten we dat platform dan nog in stand houden? Zolang er echter mensen zijn die willen lenen, wil ik me hard voor de leendienst blijven maken”, aldus Weddepohl.

Take it or leave it

Peerby-lid Weermeier zegt enthousiast te zijn over Peerby Go. Zich aanmelden voor de service deed hij ook direct na de lancering van de huurdienst. “Statafels worden veel gevraagd. Daar heb ik er verscheidene van hier staan. Sinds Peerby Go van start is gegaan, loopt de verhuur daarvan behoorlijk goed”, zegt hij. “Het zijn bovendien spullen die niet snel stuk kunnen gaan. Duurdere spullen, zoals een fototoestel, zou ik verder niet snel verhuren, ondanks dat ze automatisch zijn verzekerd. Een statafel kun je bij mij echter al krijgen voor 12,50 euro per dag. Ik heb daarnaast geen problemen met de door Peerby vastgestelde huurprijzen. Het is take it or leave it. Zo is het berekend door Peerby en daar heb je het mee te doen.”

Peerby Go-gebruiker Rob Weermeier

Peerby-gebruiker Rose van der Haven (47) zegt de komende tijd voorlopig nog geen gebruik te maken van de huurdienst. “Ik heb vijfhonderd euro aan Peerby geschonken via de crowdfundingscampagne en heb dus een groot vertrouwen in alles wat Peerby betreft”, zegt ze. “Peerby Go vind ik alleen nog niet goed uitgedacht. Als verhuurder kun je niet zelf opgeven wat je wilt verhuren. Je kunt alleen spullen verhuren die Peerby je voorlegt in verschillende categorieën. Als verhuurder krijg je dan een heel lijstje vragen, zoals: heb je een boormachine? Voor die boormachine rekenen ze vervolgens één vaste prijs. Maar de ene boormachine is de andere niet, dus zou je ook verschillende prijzen moeten hanteren.” De prijs zou daarbij ook onderhandelbaar moeten zijn, vindt Van der Haven. “Een dienst die daar meer vrijheid toe biedt, is bijvoorbeeld de sociale klusdienst Croqqer. Daar bespreken vrager en aanbieder samen de prijs en krijgt de klusdienst een percentage van de afgesproken prijs. Zo kan het dus ook.”

Sommige dingen kunnen volgens Van der Haven zelfs helemaal niet worden verhuurd. Een drumstel bijvoorbeeld. “Dat zou ik graag willen verhuren. Maar in Peerby Go kan dat niet, want een drumstel komt niet voor in de vragenlijst. Daarnaast zou het mooi zijn als je bij Peerby-leden kunt zien wat ze allemaal aanbieden. Dat is nu niet zo. Je kunt dus niet naar spullen zoeken bij mensen in je buurt, wat wel handig zou zijn.”

Privacy belangrijk

Volgens Weddepohl is dat laatste niet mogelijk vanwege de privacy. “Zo’n optie is tamelijk privacygevoelig”, zegt hij. “Daar zijn we dus terughoudend mee. De huurdienst is nu echter versie één van wat het gaat worden. Het wordt steeds beter. De indeling van spullen in categorieën wordt steeds fijnmaziger. Een opsplitsing van dure en minder dure spullen is nu nog niet gemaakt, maar zal er in de toekomst wel steeds meer komen. Onze ervaring is verder dat gebruikers van Peerby Go vrijwel allemaal tevreden zijn. De waardering van huurders en verhuurders schommelt zelfs tussen een negen en een tien. Dat is een hele hoge waardering.”

In grote lijnen zou Peerby de dienst worden zoals Weddepohl deze in 2012 voor ogen had. Hoe je zo’n dienst op poten zet, leerde hij echter pas later door stap voor stap te werken, veel met gebruikers te praten, te experimenteren, te testen en te meten. “Honderden bedrijfjes over de hele wereld hebben hetzelfde geprobeerd als wij, maar kregen vraag en aanbod niet bij elkaar. Een illusie is ook om te denken dat als je een idee hebt en dit klakkeloos uitvoert, zonder te leren van je gebruikers, je meteen succes hebt. Als je alleen op je eigen visie afgaat, ben je meestal gedoemd te falen. In de praktijk komen er altijd veel meer zaken bij kijken dan je denkt.” Volgens Weddepohl is Peerby echter op een bepaalde manier al geslaagd: “We zijn nu al zover in Nederland dat mensen zich veel bewuster zijn over hoe ze consumeren en steeds meer nadenken of ze wel alles moeten bezitten. Als ‘Postbus 51-campagne’ is Peerby dus al een groot succes.

Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

Waarom Interpol wel voor encryptie is
Daniël Verlaan
door Daniël Verlaan
leestijd: 8 min

Van radiopresentator tot cybercrime-bestrijder bij Interpol. De carrière van Roeland van Zeijst in een notendop. We spraken Van Zeijst vanuit Singapore waar hij bij Interpols Digital Crime Center werkt.

Roeland van Zeijst loopt elke dag een minuutje naar werk. De zon brandt. Het is in Singapore in april gemiddeld 35 graden. Van Zeijst woont precies achter het kantoor van Interpol in Singapore, waar hij als één van de twee gedetacheerde Nederlanders werkt.

Het pand van Interpol is zwaar beveiligd. Bij binnenkomst word je gewogen en gescand en gaan je spullen in een röntgenscanner. Na een jaar in Singapore te hebben gewerkt, herkennen de beveiligers Van Zeijst wel. Met een badge om zijn nek komt hij de meeste beveiligde gedeeltes van het pand in, maar een enkele keer is zijn vingerafdruk nodig om een deur te openen. Zo weet Interpol zeker dat hij het is.

Uit helikopters springen

"Soms denken kennissen dat ik uit helikopters spring", zegt Van Zeijst via Skype. "Maar eigenlijk heb ik een vrij normale baan. Ik start 's ochtends mijn Windows-computer en bekijk mijn Outlook. Ook vergaderen we veel. Dat lijkt allemaal heel gewoontjes, maar we zorgen er tegelijkertijd voor dat we op internationaal niveau criminelen pakken."

Interpol is het samenwerkingsverband tussen politiekorpsen van vrijwel alle landen ter wereld. De organisatie is bijna honderd jaar geleden opgericht, toen criminelen zich door de opkomst van beter vervoer gemakkelijker konden verplaatsen tussen landen. Je had als crimineel opeens de mogelijkheid om het vliegtuig te pakken en overal ter wereld een drugsdeal te sluiten. Om die vorm van internationale criminaliteit te bestrijden, werd Interpol in het leven geroepen.

Van Zeijst presenteerde tot 2007 radioprogramma's bij de publieke omroep, maar geeft nu presentaties op security-congressen.
Van Zeijst presenteerde tot 2007 radioprogramma's bij de publieke omroep, maar geeft nu presentaties op security-congressen.

De eerste succesvolle operatie

Van Zeijst werkt bij het Digital Crime Center van Interpol en is gedetacheerd vanuit het Team High Tech Crime, de tak van de Nederlandse politie die zich bezighoudt met cybercrime. Hij werkt nauw samen met beveiligingsbedrijven als Kaspersky en Trend Micro om nieuwe internetdreigingen in de gaten te houden en aan te pakken. Internetcriminaliteit is in een korte tijd een belangrijk speerpunt van Interpol geworden, omdat het netwerk geen landsgrenzen kent.

In april van vorig jaar begon Van Zeijst aan zijn eerste succesvolle operatie bij Interpol. Hij haalde toen, in samenwerking met verschillende politiekorpsen, het Simda-botnet offline. Dit botnet infecteerde wereldwijd zo'n 770 duizend computers, die werden gebruikt voor criminele activiteiten als ddos-aanvallen en het verspreiden van malware. De servers waarmee de geïnfecteerde computers werden aangestuurd, stonden in Nederland, de VS, Rusland, Luxemburg en Polen. "Dan is een goed georganiseerde operatie noodzakelijk. De politiekorpsen van de betreffende landen moeten op precies hetzelfde moment actie ondernemen en de stekker uit de servers trekken. Dat organiseert Interpol."

Neutraal orgaan

Niet alle landen hebben goed contact met elkaar. Neem bijvoorbeeld de VS en Rusland, die voor het Simda-botnet wel nauw moesten samenwerken. Interpol fungeert dan als een neutraal orgaan tussen beide landen. Van Zeijst: "Stel dat twee landen op diplomatiek niveau niet met elkaar praten, maar dat het ene land gevaarlijke malware vindt op servers van een ziekenhuis in het andere land. Dan kan die informatie aan Interpol worden doorgespeeld, die het aan het betreffende land rapporteert. We hoeven niet eens de bron te noemen. Zo kunnen we spanning tussen landen wegnemen."

Het politiek neutrale karakter van Interpol voeren ze ook door in hun werkzaamheden. Als een totalitair regime een dissident wil vervolgen en hulp vraagt aan Interpol om de persoon op te sporen, schieten ze niet te hulp. "Het moet echt gaan om harde criminaliteit", zegt Van Zeijst. "Een misdaad die in elk land strafbaar is, zoals afpersing, fraude of het verspreiden van kinderporno. Anders neemt Interpol geen actie."

Gebruik van databases

Naast internationale politieacties coördineren houdt Interpol ook grote databases bij. De meest gebruikte database bevat informatie over gestolen of verloren paspoorten. "Bij de douane wordt regelmatig gecheckt of een paspoortnummer in onze database voor komt. Als dat het geval is, bekijken we of de reiziger identiteitsfraude met een gestolen of verloren paspoort pleegt", aldus Van Zeijst.

Hetzelfde gebeurt bij gestolen creditcards. Van Zeijst: "Vliegtickets worden regelmatig met een gestolen creditcard gekocht. Er is een reden waarom dat gebeurt, want er is vaak drugs of mensenhandel in het spel. Door samen te werken met de creditcardmaatschappijen en vluchthavens kunnen we mensen die willen inchecken met zo'n ticket aanhouden zodra ze de douane passeren. Een aanhouding leidt vaak tot andere verdachten, waardoor we criminele netwerken kunnen blootleggen."

In totaal houdt de organisatie zo'n twintig databases bij, die variëren van gestolen voertuigen en vermiste wapens tot een grote database met het DNA van criminelen. Ook beheert Interpol een database met kinderporno. De organisatie slaat geen beeldmateriaal op, maar zogeheten hash-codes: een unieke code die bij een specifieke foto of video hoort. Als er in Nederland bij een onderzoek naar een verdachte van kinderporno een harde schijf in beslag wordt genomen, kan de Nederlandse politie de hash-codes vergelijken met de codes in de database van Interpol.

Als er een match is, gaat er in beide landen en bij Interpol een piepje af. De Nederlandse politie kan bijvoorbeeld kinderporno hebben gevonden die eerder in Indonesië is gespot. Interpol heeft dan de mogelijkheid om samen met de betrokken politiekorpsen een onderzoek te beginnen. Bij het oprollen van kinderpornonetwerken grijpt Interpol ook regelmatig in, omdat die netwerken zich over allerlei landen verspreiden. Denk alleen al aan de mensen die kinderporno maken, verspreiden en kijken, maar ook aan mensen die servers beheren om het materiaal te verspreiden.

Afpersen met naaktfoto's

Een vorm van criminaliteit dat een steeds groter probleem wordt, is volgens Van Zeijst sextortion. Daarbij wordt een persoon verleid om naaktfoto's van zichzelf te versturen. Dit gebeurt meestal bij mannen die denken dat ze met vrouwen aan het chatten zijn. Een schrijnend voorbeeld is de 17-jarige Daniel Perry uit Schotland, die zichzelf van het leven beroofde nadat hij werd afgeperst met zijn naaktfoto's. De jongen dacht dat hij op Skype met een meisje van zijn leeftijd aan het chatten was.

De Schotse politie klopte bij Interpol aan, dat in samenwerking met Microsoft een onderzoek startte. Al snel bleek dat de gesprekken werden gevoerd vanuit Filipijns dorpje. "Toen hebben we een criminele organisatie in dit dorp opgerold, die op grote schaal mannen verleidde om naaktfoto's te sturen. Zodra ze de foto's hadden, chanteerden ze het slachtoffer om hem geld afhandig te maken", zegt Van Zeijst. "Door Microsoft en de Schotse en Filipijnse politie te laten samenwerken, konden we de criminelen arresteren. Uiteindelijk bleken zelfs kinderen deze chatgesprekken te voeren, in opdracht van de volwassen criminelen."

Alle stukjes van de puzzel

Door de opkomst van internetcriminaliteit speelt de cyberdivisie van Interpol een steeds belangrijkere rol. "In veel gevallen weet je gewoon niet meer waar een misdrijf is gepleegd", aldus Van Zeijst. "Als er ransomware wordt verspreidt, gebeurt dat meestal vanuit centrale plekken in verschillende landen. Maar de malware is ook ergens door een hacker gemaakt. Een persoon uit een ander land heeft de ransomware geoptimaliseerd zodat je sneller betaalt. En dan zorgt er meestal iemand nog voor het innen van de bitcoin-betalingen en het witwassen daarvan. Bij internetcriminaliteit worden overal misdrijven gepleegd die samen één groot misdrijf zijn."

Volgens Van Zeijst is het het moeilijk om als landelijk politiekorps grip te krijgen op dergelijke grootschalige internationale criminaliteit: "Je vindt in één land maar vaak een klein stukje van de puzzel. Criminelen communiceren via internet met elkaar en zitten overal verspreid in de wereld. Het is dan aan Interpol de taak om de politiekorpsen samen te laten werken en die puzzelstukjes samen te brengen - en uiteindelijk de boeven op te pakken."

Voor krachtige encryptie

Het werk van Interpol wordt op sommige momenten bemoeilijkt door het gebruik van encryptie. "De Tor-browser is echt een alledaags middel voor criminelen", legt Van Zeijst uit. Deze browser versleutelt je verbinding en leid je om via verschillende computers, waardoor je anoniem kunt surfen. "Bij Interpol gebruiken we encryptie om onze databases en communicatie met politiekorpsen te beveiligen. Encryptie kan voor zowel goede als slechte dingen worden gebruikt."

Van Zeijst benadrukt dat Interpol een voorstander is van krachtige encryptie: "De techniek is niet goed of slecht, het gaat erom wat mensen ermee doen. Als encryptie door criminelen wordt gebruikt, moeten we niet encryptie aanpakken maar de criminelen. Er wordt veel geïnvesteerd in personeel met technische kennis en we merken dat ouderwets gedegen recherchewerk op internet steeds belangrijker wordt. Interpol en de politie moeten een antwoord hebben op de nieuwe generatie internetcriminelen, en de politiek mag dan een antwoord vormen over encryptie."

Auteur

Daniël Verlaan (@danielverlaan) is techredacteur bij RTL Z en Bright. Houdt van de middeleeuwen en terabytes. Fietst heel snel korte afstanden. En is in het echt (en op Twitter) véél knapper.

‘Netflix voor je oren’
Bram Steijns
door Bram Steijns
leestijd: 9 min

Wat begon als een niche-product verovert nu langzamerhand de mainstreammarkt. Nieuwe series schieten als paddenstoelen uit de grond en worden door miljoenen mensen beluisterd. De podcast bloeit als nooit tevoren.

Begin deze eeuw beschreef RSS-feed-bedenker Dave Winer een manier om in de RSS-feed naar mediabestanden verwijzen, waardoor het verspreiden van audio en beeld ineens veel gemakkelijker werd. Populair werd het niet direct. Pas met de doorbraak van de iPod kreeg 'audioblogging' voet aan de grond. En zo werd ook de term 'podcast' geboren, een samentrekking van 'iPod' en 'broadcast'.

2005 werd het gouden jaar voor de podcast-industrie. Er kwamen steeds meer podcasts bij, awards werden uitgereikt en de eerste adverteerders kochten reclametijd in. Daarna wordt het enigszins stil en lijkt de 'podcast-hype' te zijn overgewaaid. 

De huidige hausse komt op het conto van This American Life, een immens populair radioprogramma van de Amerikaanse presentator Ira Glass dat sinds 1995 op de radio wordt uitgezonden. Sinds 2006 is de show, die zijn programmering vult met verhalende journalistiek, als podcast te luisteren. "Het begon voor mij met This American Life, in 2012. Waar het voor veel mensen wel mee begint. Vanuit daar ontdekte ik er eigenlijk steeds meer en ging ik er steeds meer luisteren", zegt NRC-redacteur Peter Zantingh. Wekelijks maakt hij een nieuwsbrief over podcasts (nu tijdelijk op pauze) en schrijft hij regelmatig artikelen over de digitale audioseries. 

Er wordt gesproken van een renaissance, of een wedergeboorte. Maar de podcast is volgens doorgewinterde podcastmaker Marco Arment nooit weggeweest. "Verhalen over 'de terugkeer van de podcast' suggereren dat het ooit groot was, maar sindsdien is verdwenen. Dat is nooit gebeurd", aldus Arment. Het heeft zich volgens Arment sinds 2005 geleidelijk ontwikkeld van een niche- naar een mainstreammedium. Met de komst van smartphones en snelle toegang tot mobiel internet is het nu simpelweg makkelijker om podcasts te luisteren. Daarnaast komen er steeds meer kwalitatief goed geproduceerde, verhalende podcasts, die niet onderdoen voor een spannende televisieserie.

Het driveway-moment

Serial is één van die podcasts, en misschien wel de meest succesvolle podcastserie tot nu toe. De hitserie komt van uit de koker van This American Life en wordt gezien als een belangrijke reden voor de populariteit van de podcast op dit moment. In het eerste seizoen van Serial neemt journaliste Sarah Koenig de luisteraar mee in het waargebeurde verhaal van een moord op een meisje in 1999. De grote vraag: is de vermeende dader wel echt schuldig? In twaalf afleveringen van zo'n vijftien minuten duik je met Koenig steeds dieper in de moordzaak en kom je steeds dichter bij het antwoord. 

"Het is gewoon een heel goed verteld verhaal en dat is wat je nodig hebt. Vergelijkbaar met een Netflix-serie, maar dan voor je oren. Dat je begint te luisteren en dan na tien minuten denkt: hoe gaat dit aflopen?" zegt Zantingh. "In Amerika spreken ze van het 'driveway-moment', als je onderweg naar huis naar een podcast luistert en voor je huis nog vijf minuten in je auto blijft zitten om het einde van de aflevering te horen." En dat is voor veel podcastmakers het ultieme doel. Want wanneer luister je naar een podcast? Als je in de auto of in de trein zit, aan het hardlopen bent of de afwas doet. Op de momenten wanneer je iets doet waar je niet bij hoeft na te denken. Als je mensen kunt stoppen in hun dagelijkse bezigheden en even kunt vasthouden in het verhaal, dan maak je een goede podcast.

Naast Serial bestaan er wereldwijd inmiddels honderden series, variërend van zenuwslopende hoorspelen tot twee mensen die achter een microfoon over een bepaald onderwerp discussiëren. 

'Ik ben van die bus'

Ook Nederlanders zijn aan het podcasten geslagen. Zo begon radiodocumentairemaker Chris Bajema vorig jaar een podcast over zijn eigen buurt, Amsterdam-Oost. "Ik had ooit een idee voor een programma voor de VPRO, dat zou ik gaan maken en om een beetje af te dwingen dat het er ook echt kwam had ik een oranje bus gekocht. Het programma ging niet door omdat het heel erg bezuinigd werd", vertelt Bajema. "Maar ik had die bus nog en wilde eigenlijk wel een radioprogramma maken." En dus begon Bajema een podcast, Man met de Microfoon geheten. Met zijn feloranje Ford Transit uit 1985 rijdt hij het stadsdeel rond op zoek naar bewoners met bijzondere verhalen. "Wat blijkt; die bus is heel goed, want ik ga met mijn bus steeds de stad in en ik zeg: 'ik ben van die bus'. En dat werkt nog beter dan de VPRO." 

Chris Bajema, de Man met de Microfoon
Chris Bajema, de Man met de Microfoon

Voor de financiering van zijn podcast startte Bajema een crowdfundingactie en wist hij wat subsidie te krijgen, genoeg om vijf afleveringen van te maken. Inmiddels heeft hij vier afleveringen gepubliceerd, en het bevalt hem goed. "Als radiomaker hoor je nooit iets van je luisteraars. Maar ik merk nu ik een crowdfunding ben gestart, dat ik daar al heel veel mensen mee heb bereikt die dan mijn vaste luisteraars zijn. En ik krijg heel veel reacties", vertelt hij. "Er luisteren jonge mensen naar podcasts, en ook naar mij. Dat vind ik leuk." Man met de Microfoon staat inmiddels in de top 100 beste podcasts van iTunes en wordt wereldwijd in 33 landen beluisterd, waaronder Mali, Australië en Brazilië. 

Ook Nederlandse media zien heil in de podcast. Zo maakt NOS het radioprogramma Met het Oog op Morgen dagelijks als podcast beschikbaar en bespreekt de tech-redactie van NU.nl wekelijks het nieuws op technologiegebied. 

Podcasting 2.0

Sinds de uitvinding is het concept van de podcast nauwelijks veranderd. Je zoekt in een podcast-app naar een show van jouw voorkeur en daar abonneer je je vervolgens op. Als je onderweg geen internet hebt, download je een aflevering op het geheugen van je telefoon. Je kunt je op social media uitspreken over de podcast, maar verder is er weinig communicatie tussen maker en luisteraar.

Op een zomeravond vorig jaar in Den Haag had de Spanjaard Borja Rojano met zijn collega Gabor Lieber een gesprek over Medium.com, een blogplatform waar je eenvoudig artikelen kunt publiceren en met een groot publiek kunt delen. Liever vroeg zich af waarom er geen Medium voor audio-verhalen bestond. Dat was het begin van TapeWrite, een sociaal netwerk voor podcasts. "We vinden het geweldig hoe je op Medium op nieuwe ideeën kunt stuiten en nieuwe stemmen kunt ontdekken", vertelt Rojano tijdens een lezing op het International Journalism Festival in Perugia. "We wilden hetzelfde voor audio maken." 

Op het platform kunnen podcastmakers gratis hun shows uploaden en delen met het publiek. Luisteraars kunnen per aflevering een reactie achterlaten en discussiëren over de onderwerpen die worden besproken in de podcasts. Ze kunnen daarnaast hun favoriete podcastmakers volgen om up-to-date te blijven en nieuwe podcasts ontdekken die bij aangegeven voorkeuren aansluiten.

TapeWrite-bedenker Borja Rojano
TapeWrite-bedenker Borja Rojano

Een interessante toepassing van TapeWrite is de mogelijkheid om shownotes op een bepaald moment in de aflevering in beeld te laten verschijnen. Shownotes zijn teksten waarin de podcastmakers extra informatie en links zetten waar ze in een aflevering naar verwijzen. “Ik luister veel naar de podcast van schrijver Tim Ferris en hij noemt vaak boeken die ik wil lezen, maar ik moet onthouden in welke aflevering hij het boek noemde om het achteraf in zijn shownotes te vinden. Dat doe ik nooit”, aldus Rojano. TapeWrite geeft podcastmakers daarom de mogelijkheid om de shownotes in stukken te hakken en in beeld laten verschijnen op het moment dat het in de aflevering wordt genoemd. De luisteraar kan vervolgens een bladwijzer toevoegen aan het stukje tekst en er later op terugkomen.

Advertenties in podcasts zijn niet mogelijk bij TapeWrite. Het platform laat podcastmakers hun afleveringen daarentegen achter een betaalmuur zetten, waar ze dan zelf de prijs van mogen bepalen. 

Pay for podcasts

Dat laatste zorgde voor veel fronsende wenkbrauwen. Mensen willen dat toch helemaal niet betalen? Dat klopt, zegt Rojano, maar dat komt omdat ze gewend zijn dat podcasts gratis zijn. “Mensen betalen wel voor luisterboeken. Wat is een luisterboek? Een opgenomen verhaal. Wat is het verschil dan met een podcast? Een podcast is gratis, terwijl het veel moeilijker is om te maken dan een luisterboek. Om geld te verdienen met podcast, moeten we ze geen podcasts meer noemen.” Rojano spreekt liever van tapes, of shows. Podcastmakers kunnen op TapeWrite ook gratis content publiceren, om eerst een vast publiek op te bouwen en later afleveringen tegen betaling aan te bieden.

In Amerika worden veel podcasts gefinancierd met reclame, die aan het begin van de aflevering wordt afgespeeld. Er zijn veel bedrijven die bereid zijn om voor die reclame te betalen. Nederlandse bedrijven staan daarentegen nog niet echt te springen om te mogen adverteren in podcasts. “Amerikaanse podcasts hebben potentieel al een zoveel groter publiek, die miljarden die de Engelse taal machtig zijn”, zegt Peter Zantingh. “Nederland blijft een relatief kleine markt voor bijna alle dingen die Nederlandstalig zijn. De podcast is hier een opkomend, maar nog zeker geen groot medium.” Een ander probleem is de relatieve onbekendheid van de podcast in Nederland. “Het is kip-ei, want je moet luisteraars hebben om goeie shows te maken, maar die luisteraars komen pas als je een goeie show hebt. Dat maakt het heel lastig om erin te willen geloven en als je nu de straat opgaat en je vraagt aan de eerste tien mensen die je tegenkomt wat een podcast is, dan durf ik te wedden dat acht mensen niet weten wat het is. Er is nog een hele lange weg te gaan. Als mensen weten dat het er is, dan weten ze nog niet eens hoe ze er naar moeten luisteren en waar ze naar moet luisteren.”

Chris Bajema kon met het geld van de crowdfundingactie en de subsidie vijf afleveringen maken. De vijfde aflevering verschijnt volgende week. “Ik ga nog twee afleveringen extra maken tot de zomer. En dan ga ik ondertussen, na aflevering vijf, bedrijven benaderen”, zegt Bajema. “Ik heb nu ook sinds kort een programmaatje geïnstalleerd waarmee ik het aantal exacte downloads goed kan meten, aan de hand van aflevering vijf kan ik bedrijven laten zien hoeveel mensen er ongeveer luisteren.” Als het aan de podcastmaker ligt, gaat Man met de Microfoon ook na de zomer gewoon door. “Ik ben nu verslaafd geraakt, want het is precies wat ik wil maken.”

Ook podcasts luisteren? Op iOS-apparaten zit een standaard podcast-app, en is onder meer de app Overcast van Marco Arment beschikbaar. Coor Android-gebruikers is er Stitcher of Pocket Casts. De applicaties hebben uitgebreide bibliotheken met podcasts van over de hele wereld, waarop je je gratis kunt abonneren. 

Auteur

Freelance journalist Bram Steijns schrijft graag over innovatie in technologie, design en duurzaamheid. Is het liefst zo veel mogelijk in het buitenland en houdt van film, fotografie en muziek.

Tech voor jonge meiden
Jan Meijroos
door Jan Meijroos
leestijd: 8 min

Veel jonge meiden hebben nog steeds het idee dat technologie niks voor hen is. Onzin volgens tech-ondernemer Janneke Niessen. "Vraag ze of ze bij Instagram willen werken en ze zeggen allemaal ja."

Janneke Niessen is het levende bewijs dat vrouwen en technologie prima samengaan. Niessen is technologie-ondernemer en op dit moment mede-oprichter en Chief Innovation Officer bij Improve Digital. Daarnaast is ze actief als investeerder, bestuurslid, mentor voor start-ups en is ze mede-initiatiefnemer van Inspiring Fifty. Dat laatste is een pan-Europees platform dat vrouwelijke rolmodellen met leidinggevende functies in de technologiesector bij elkaar laat komen om zo meer bewustzijn te genereren en als inspiratie te dienen voor andere vrouwen.

"Mijn zakenpartner Joelle Frijters en ik zijn beide technologieondernemers, maar we merkten dat er daar veel te weinig van zijn. Daarnaast is er een bepaald stereotype beeld van de technologie-ondernemer waaraan wij niet voldoen."

En dat beeld is?

"Een blanke man, liefst in een hoodie."

Is dat niet wat overdreven gesteld?

"Nee. Als mensen bij ons binnenkomen zijn ze veelal verbaasd dat Improve Digital door twee vrouwen gerund wordt. De cijfers liegen er ook niet om. Er wordt veel minder in vrouwelijke tech-ondernemers geïnvesteerd dan in mannelijke. Blijkbaar heerst er een bepaald vooroordeel dat technologie alleen door mannen gesnapt wordt, wat natuurlijk volledig achterhaald is. Het draait allemaal om perceptie. Dus was het mijn taak om dat beeld te veranderen."

Zo is ook het kinderboek Project Prep geschreven door Niki Smit ontstaan?

"Ja. Met Inspiring Fifty hebben we verschillende vrouwelijke rolmodellen verzameld die bepalend zijn in de technologiewereld. Maar deze rolmodellen zeggen jonge meiden weinig. Dat gat is te groot, die rolmodellen staan te ver van hen af. Met een kinderboek kunnen we jonge meiden op een leuke, speelse en spannende wijze interesseren voor technologie zonder het meteen in your face te maken."

Waarom denk je dat meiden niet of te weinig geïnteresseerd zijn in technologie?

"Ze weten niet goed waar ze nee tegen zeggen. Ze denken dat technologie saai is. Dat het alleen voor jongens is. Dus als je vraagt of ze iets met technologie willen gaan doen, reageren ze meestal afwijkend. Vraag ze of ze voor Instagram willen werken, dan zeggen ze bijna allemaal ja. Het is dus maar net hoe je het brengt."

We spraken Janneke Niessen ook in onze rubriek Business Drive in Bright TV

Is dan het onderwerp voor het boek niet juist stigmatiserend? Met mode als uitgangspunt?

"Dat is het enige waar ik wel eens kritiek op krijg. Waarom het om een mode-app moet gaan. Waarom Isabel, de hoofdpersoon, bijvoorbeeld geen scheepswerf begint. Maar daar bereik ik niks mee. Een dergelijk onderwerp staat te ver van hen af. We wilden jonge meiden niet in technologie trekken, maar technologie in de belevingswereld van jonge meiden brengen. Zodat ze op die manier een klik krijgen met het onderwerp. Dat betekent niet dat ieder jong meisje programmeur moet worden, helemaal niet zelfs, maar ik wil wel graag dat ze alle opties openhouden en weten waarvoor ze kiezen én weten wat er te kiezen valt."

In Project Prep maakt Isabel een mode-app en krijgt ze met allerlei ups en downs te maken die horen bij het ondernemen. Ze heeft op een gegeven moment te kort aan geld, haar servers werken niet, ze gaat op vakantie waar ze eigenlijk geen tijd voor heeft, ze wordt aangeklaagd, ze doet interviews op de radio en wordt genomineerd voor een prijs. Het gaat over vriendschap, over tegenslagen, over succes en er is een liefdesverhaallijn. Dat tezamen maakt Project Prep een spannend verhaal met een boodschap, zonder dat die er heel dicht bovenop ligt.

Is Project Prep autobiografisch?

"Mensen die mij goed kennen in zullen zeker bepaalde dingen herkennen, ja. Ik heb mijn eigen ervaringen deels gebruikt."

In het boek krijgt Isabel de tip om haar broertje te raadplegen als het gaat om programmeren, terwijl die de hele dag zit te gamen en dus weinig aan hem heeft. Heb jij zelf veel vooroordelen moeten overwinnen in je carrière?

"Zeker. Toen ik zwanger raakte, vroegen mensen zich af wat dat voor impact zou hebben op mijn werk. Ik vind dat een hele rare vraag. Mannen krijgen die vragen nooit als ze vader worden. Ik werk nog gewoon full-time en kan dat prima combineren met mijn gezin. Maar ik wil daar niet te veel over klagen. Er is gewoon een verkeerde beeldvorming en die zijn we langzaam aan het ombuigen. Project Prep helpt daarbij."

Waarom is het zo belangrijk dat vrouwen technologie omarmen?

"Alle bedrijven worden straks technologiebedrijven. Media draaien voor een groot deel om technologie, maar ook sales, marketing, product design, projectmanagement, allemaal krijgen die meer en meer met technologie te maken. En nogmaals, dat betekent niet dat iedereen straks programmeur dient te worden. Maar het is wel relevant. Als je straks nog een leuke baan wilt, zal je iets met technologie moeten."

Het is thema diversificatie is actueler dan ooit. Zie je al verandering? En waarom is dat zo belangrijk?

"We zien nu al dat er tekorten aan de juiste mensen met de juiste skills zijn, dus we kunnen het ons simpelweg niet veroorloven om de helft van een bevolkingsgroep niet mee te nemen hierin. Daarnaast is het belangrijk omdat je producten er beter door worden. Consumenten zijn namelijk ook divers. Alleen vrouwen in een bedrijf werkt ook niet, maar ik geloof wel in een goede mix. Bedrijven roepen nu nog te veel, maar ze moeten wel echt iets doen. De welwillendheid lijkt er wel te zijn, nu nog de uitvoering."

Met Project Prep wil je dus eigenlijk al op vroege leeftijd bij kinderen een ander soort denken doorvoeren?

"Ja. Ook op scholen heersen nog veel vooroordelen. Meiden kiezen veel minder vaak bètavakken. Vakken die juist steeds meer van pas komen, ook in moderne creatieve vakken. Het begint bij de basis. Leraren, maar ook ouders, kunnen daar ook een steentje aan bijdragen. Blijf niet roepen dat wiskunde alleen voor jongens is."

Project Prep is een succes gebleken. Er zijn inmiddels meer dan 35 duizend exemplaren verkocht, inclusief tienduizend e-books. Deze week is Project Prep in Zweden gelanceerd. Het voorwoord van het boek is geschreven door Clara Henry, een comédienne, tv-presentatrice, schrijfster en een van de bekendste YouTube-sterren in Zweden. Ook daar is het onderwerp hot. De noodzaak om meer jonge meiden enthousiast te krijgen voor technologie werd vorige week nog door de oprichters van Spotify genoemd in een open brief aan de Zweedse regering.

"Het is fantastisch dat we Project Prep al zo snel in het buitenland kunnen lanceren en Zweden is daar een perfecte markt voor. Ons doel is om zoveel mogelijk jonge meiden te bereiken over de hele wereld dus we kunnen niet wachten tot we ook in andere landen verder kunnen uitrollen."

Nog andere plannen wat betreft Project Prep? Is er al een tweede boek in de maak?

"Ik zou heel graag een film willen maken over dit onderwerp. En dan in het Amerikaans. Dan bereik je pas echt een grote doelgroep. Ik denk ook echt dat het een hele leuke, relevante film oplevert. Dat is mijn droom."

Auteur

Jan Meijroos (@janmeijroos) is een van de meest ervaren game-journalisten van Nederland. Hij schrijft onder meer voor Power Unlimited, Metro en Bright.nl.

Waar blijft het slimme e-textiel?
Miranda Hoogervorst
door Miranda Hoogervorst
leestijd: 6 min

Sinds Google en Levi's hun Project Jacquard een jaar geleden lanceerden in mei 2015, kijken we vol verwachting uit naar jeans waarmee we onze telefoons kunnen bedienen en opladen. Mode en tech blijken echter (nog steeds) geen goede vrienden.

Ssinds de mediastorm in mei 2015 onthouden Levi's en Google zich van updates en commentaar over Project Jacquard. Iedereen wil weten wanneer deze fantastische textielsoort werkelijkheid wordt dus er wordt volop gespeculeerd, ook door mij. Ik schrijf me in voor alle mogelijke nieuwsbrieven, vraag rond bij connecties in zowel de mode- als de techwereld, maar niemand weet precies wat de stand van zaken is. Ik heb direct contact via mail met Ivan Poupyrev, Technical Program Leader bij Google ATAP en leider van Project Jacquard. Hij wil me graag meer vertellen maar interviews moet ik plannen via de pr-afdeling van Google. Ik praat ook met verscheidene pr-mensen van Levi's over een interview met Bart Sights, hoofd technische innovatie. Helaas, een paar weken, vele emails en voicemailberichten verder heb ik nog niemand kunnen spreken van Google of Levi's.

Gelukkig zijn er meer experts die bekend zijn met de technologie van Project Jacquard. Op de Wearable Technology Show in Londen ontmoet ik analist James Hayward van technologie-consultancy IDTechEx en Jan Zimmermann, hoofd textielinnovatie bij het stoffenbedrijf Forster Rohner. Het ruim honderd jaar oude familiebedrijf Forster Rohner is wereldberoemd in de modewereld en maakt exclusief borduurwerk voor vele luxe modemerken, waaronder Dior, Prada, Viktor & Rolf, Ermenegildo Zegna en Bogner. Het besloot in 2012 om e-textiles en wearables te gaan pushen. Jan Zimmermann is verantwoordelijk voor deze business-unit en ontwikkelde in samenwerking met modeontwerpers zeer innovatieve producten, waaronder een modecollectie met LED-design voor high-fashionmerk Akris; een lichtgevende bodystocking voor lingeriemerk Valisère en - vanaf komende winter te koop - zelfverwarmende jacks voor Bogner.

Project Jacquard

De beperking van e-textiles

Zimmermann krijgt veel vraag naar e-textiles en dan vooral naar stoffen die energie kunnen opwekken. "Onze klanten vragen er vaak naar, maar we moeten ze altijd teleurstellen”, aldus Zimmermann. “Energie-opwekkend textiel wordt enorm overschat. Op laboratorium-niveau is het mogelijk, maar mensen geloven ten onrechte dat het makkelijk veel energie oplevert. Een solar-oplader ter grootte van een mobiele telefoon op het dak van je huis levert meer op dan tien vierkante meter zonnecellen in een niet-perfect uitgelijnd gordijn achter glas. We zullen nog heel lang gebruik moeten blijven maken van batterijen."

Het wereldwijd opererende IDTechEx doet marktonderzoek en trendvoorspellingen en geeft bedrijven strategisch advies over wearables. Daarnaast organiseert het conferenties en technologie-beurzen voor de business-to-business markt. Analist James Hayward ziet voorlopig nog geen energie-opwekkende kleding in de winkels verschijnen: "Wij verdiepen ons al jarenlang in dit onderwerp, het is een belangrijke discussie. Veel van de eerste hype is inmiddels wel verdwenen want bedrijven kunnen hun beloftes nog niet waarmaken. Als je een simpele optelsom maakt dan zie je al snel dat wearables met zonne-energie, met kinetische, piëzo- of tribo-energie nog lang niet genoeg energie genereren om je telefoon of een kleine batterij van stroom te voorzien. Ik heb veelbelovende mogelijkheden gezien in research-projecten en vroege prototypes, maar er is nog geen verkoopbaar product dat binnen een jaar in de winkels zou kunnen liggen. Korea is erg goed in het ontwikkelen van dergelijke energie-technologie. Koreaanse onderzoekers kijken nu vooral naar combinaties van energiesoorten omdat bijvoorbeeld solar of piëzo alleen niet genoeg opleveren." 

De LED-lijn van Akris op de catwalk.
De LED-lijn van Akris op de catwalk.

Moderne looks met oude LED-technologie

Uit de marktanalyses van IDTechEX komt naar voren dat de grootste successen met e-textiles in de mode behaald worden met LED's. Het Londense designduo Cute Circuit werkt al ruim tien jaar met deze technologie en is leider in LED-fashion. Ze maken verbluffend ingewikkelde displays op alle denkbare kledingstukken en accessoires. Hayward: "Cute Circuit wil dolgraag nieuwe technologie gebruiken zolang het maar 'volwassen technologie' is waar de kinderziektes uit zijn en op dit moment is dat alleen de LED-technologie. Het verbaasde me toen ik hoorde dat ze uitsluitend met LED werken; deze ontwerpers zijn naar onze maatstaven toch zeer ervaren in fashiontech, maar ze werken met een technologie die al zo'n dertig jaar oud is, als het niet meer is."

Het is niet zo verwonderlijk dat Cute Circuit uitsluitend wil werken met volwassen technologie, want een modeshow moet vlekkeloos zijn. Uitvallende LED's of vastlopende displays op de catwalk zijn rampzaliger voor het imago dan een model dat struikelt omdat ze op te hoge hakken loopt. Naast de technische beperkingen is de verwerking van e-textiles ook een probleem; alleen al om de simpele reden dat je ze niet op conventionele wijze kunt knippen en stikken. Het vraagt om aangepaste design- en productiemethodes die momenteel nog niet op modeopleidingen worden onderwezen.

"Geleidende garens zijn gewoon nog niet zo heel erg fantastisch", zegt Hayward. "Sommige bedrijven die ze wilden verwerken in sportkleding wisten niet wat ze ermee aan moesten, want ze konden de kledingstukken niet meer op een normale manier wassen. De verbindingen gaan stuk door dagelijks gebruik en door wasprogramma's van veertig graden en de waspoeders." 

De modebranche zal niet de eerste zijn in het snel adopteren van e-textiles. Hayward: "Mijn trendvoorspellingen voor wearables in de modebranche zijn behoorlijk pessimistisch. De echte successen gaan zich afspelen in de sport- en medische wereld."

En ook Zimmermann richt zich niet op mode als belangrijkste afzetmarkt voor zijn geborduurde e-textiles. "Wij verwachten dat mode over tien jaar nog ongeveer hetzelfde zal zijn als vandaag”, zegt Zimmermann. “Aan de ene kant is mode natuurlijk een zeer snel veranderende markt, maar als je kijkt naar de technische kant dan doet mode wezenlijk niet zo veel anders dan het altijd gedaan heeft. Het probleem is dat de textielindustrie extreem gefragmenteerd is. Je vindt bijvoorbeeld een wever die iets weet van e-textiles en een borduurbedrijf dat net weer andere dingen weet van technologie. Je vindt echter niemand die alles weet; er zijn nog geen full-service bedrijven voor wearables in mode. Daarom werken wij met een zeer uitgebreid netwerk en fungeren we ook als adviseurs en bemiddelaars. We kennen de juiste partijen voor onze klanten. Wij vinden dat erg belangrijk, want hoe meer succesverhalen, des te beter dat is voor de gehele e-textile industrie."

LED-lampjes in een ontwerp van Forster Rohner.
LED-lampjes in een ontwerp van Forster Rohner.

Marketing versus realiteit

Misschien willen we te veel en te snel als het gaat om fashiontech. Maar dat is ook een beetje de schuld van de marketeers. Zij laten ons graag geloven dat we al bijna een op maat gemaakt 'smart tweed' kostuum kunnen bestellen op Savile Row. 

Volgens Hayward lopen tech-marketeers wel vaker op de feiten vooruit: "Ik hoorde van de tech-guys van Project Jacquard dat ze niet meer aan het project werken en dat het project naar hun idee was afgesloten. Google projecten zijn vaak gericht op het uitlokken van speculaties. Ze geven een prototype aan een marketingteam dat er vervolgens mee aan de haal gaat en dan blijkt dat de marketingcampagne dingen belooft die het product nog helemaal niet kan. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook bij Google Glass. Ze lieten zich een beetje meeslepen door het idee en duwden het teveel in de commerciële richting terwijl het nog helemaal niet klaar was voor de markt. Google heeft toch wel een beetje een probleem met het scheiden van de beloftes die marketing maakt en wat ze daadwerkelijk kunnen leveren."

Voorlopig betekent smart suit dus nog gewoon 'onberispelijk stijlvol pak'. Die maken ze op Savile Row al sinds de achttiende eeuw. Met geduld en een gevulde portemonnee krijg je een op maat gemaakt exemplaar, met binnenzak voor je smartphone en desgewenst een extra binnenzak voor de externe batterij.

Auteur

Miranda Hoogervorst (MirandaWrites10) is specialist op het snijvlak tussen mode, tech en duurzaamheid. Is momenteel geobsedeerd door Girls Can Code en 'shrimp-treated bespoke denim'.

Grand Gear: Hollandse designfiets en stijlvol scheren
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 7 min

In Grand Gear selecteren we maandelijks de mooiste nieuwe spullen voor je. Spullen die je bij het zien van de foto's in je handen wilt voelen.

Hasselblad H6D

De H6D-100c is de nieuwste camera van het Zweedse merk Hasselblad. Hij ziet er wonderschoon uit, maar is ook in staat enorme afbeeldingen vast te leggen. Hij heeft een 100 megapixel-sensor aan boord, evenals wifi, een touchscreen en de mogelijkheid om 4K video op te nemen. De camera mag dan ook wat kosten: 28.900 euro. Iets betaalbaarder - kuch - is de versie met 50 megapixels en zonder 4K-video: 22.900 euro.

Gouden Nintendo

Een Nintendo Entertainment System gemaakt van puur 24 karaats goud. Dat apparaat heeft Analogue gemaakt om te vieren dat de game The Legend of Zelda 30 jaar bestaat. Er zijn er tien van gemaakt en ze kosten 5000 dollar per stuk. Dan krijg je er wel een gouden Legend of Zelda-cartridge bij en hij is aan te sluiten met een HDMI-kabel. Kijk voor een uitgebreide indruk van het apparaat naar deze uitpakvideo.

NASA Graphics Standards Manual

Het boek dat NASA’s wormlogo beroemd maakte, kwam vorig jaar in het nieuws omdat twee designers het wilden heruitgeven. In het boek staat niet alleen het logo, maar geldt als een gehele stijlgids voor NASA. Het werd uitgebracht in 1975, verscheen vorig jaar als Kickstarter-project en is inmiddels voor 80 dollar te koop via deze website. Een fijne voor op de koffietafel.

Fraaie fiets uit Nederland

Mokumono klinkt buitenlands, maar het is de naam van een oerhollandse fiets, gemaakt door Bob en Tom Schiller. Moku staat voor Mokum (Amsterdam) en mono voor monocoque (de constructietechniek uit één stuk). Toch bestaat het frame van de fiets uit twee stukken aluminium die aan elkaar gepuntlast zijn. Op Kickstarter kost hij 1400 euro met acht versnellingen en 1150 euro zonder versnellingen.

Kaars laadt je mobiel op

Hoe handig het in de praktijk is, moet maar blijken, maar de Candela ziet er in elk geval fraai uit. De kaars oogt fraai in je huis en onder de kap zit een aluminium cilinder met koelribben, een buisje met voet, een oplaadbare accu en nog wat losse componenten. ’s Avonds zet je hem gezellig op tafel en als hij brandt, wordt er bio-ethanol omgezet in energie die je er via USB uithaalt. Met een tankje van 300 milliliter bio-ethanol (groene energie van planten), heb je zo’n vijf uur lang 3400 mAh stroom.

Stijlvol scheren

Het nieuwe Nederlandse bedrijf RZR is van plan een scheerset op de markt te brengen waarmee mannen weer kunnen scheren als vroeger. Het scheermes oogt heerlijk minimalistisch en is gemaakt van sterk titanium. De RZR staat nu op Kickstarter voor 90 euro. De koper krijgt 'levenslang garantie'.

Drone schiet Hollywood-beelden

De Matrice 600 is de nieuwe drone van DJI. Hij is bedoeld voor professionele filmmakers en schiet beelden van 1080p in 60fps. In het presentatiefilmpje toont DJI dat er zelfs Hollywood-blockbusters mee gefilmd kunnen worden. De DJI Matrice 600 wordt geleverd met een controller en aan boord zijn onder meer drie GPS-modules, zodat de locatie van de drone altijd bekend is. Het apparaat kost liefst 5000 dollar.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.