Inhoudsopgave
    

Voor AI is de zomer aangebroken
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 6 min

Er gaat meer geld en aandacht naar het onderzoek naar kunstmatige intelligentie (AI) dan ooit tevoren. Maakt de technologie de beloftes deze keer wel waar?

Wie het portret leest dat BuzzFeed News deze maand publiceerde van Yann LeCun, de man die leiding geeft aan de AI-divisie van Facebook, kan er niet om heen: kunstmatige intelligentie is hotter dan ooit. LeCun staat er zelf van te kijken. “Het is compleet gestoord”, vertelt hij aan BuzzFeed. “Het ene moment werkt er niemand in het veld, het volgende moment houdt iedereen zich ermee bezig.”

Waar de 56-jarige LeCun twintig jaar geleden nog bot ving als hij tijdens een conferentie een paper over neurale netwerken wilde presenteren, staat hij nu aan het hoofd van een team van tachtig onderzoekers die van Facebook carte blanche hebben gekregen om te werken aan de kunstmatige intelligentie van de toekomst.

En Facebook is niet de enige partij die hoge verwachtingen heeft van AI. Ook andere zwaargewichten als Google, Amazon, Microsoft, Apple en IBM zetten flink in op kunstmatige intelligentie en machine learning.

Kattenfoto’s

De hernieuwde belangstelling voor AI is onder meer te danken aan de toegenomen rekenkracht van computers en de eveneens toegenomen beschikbaarheid van grote datasets die onderzoekers kunnen ‘voeren’ aan machines die daar vervolgens van kunnen ‘leren’. Laat een computer voldoende afbeeldingen van een kat zien – en dankzij internet zijn er inmiddels meer kattenfoto’s in omloop dan ooit – en na verloop van tijd kan hij ook een kat die hij nog nooit eerder heeft gezien als zodanig te herkennen.

Wat ook helpt, is dat er de afgelopen jaren tal van voorbeelden van AI zijn verschenen die duidelijk maken dat het mogelijk is om een machine iets te leren. Het gaat daarbij om frivole AI-toepassingen, zoals een programma dat er nu eindelijk in slaagt om de beste Go-spelers van de wereld te verslaan of een algoritme dat op basis van eindeloze hoeveelheden bladmuziek zijn eigen muziekcomposities bedenkt, maar ook om zaken die in de praktijk van alledag weleens het verschil zouden kunnen maken.

Denk maar aan allerhande toepassingen in de medische sector. Met enige regelmaat kunnen onderzoekers trots melden dat ze een algoritme hebben ontwikkeld dat beter kan vaststellen dan een dokter of iemand de komende jaren een hartaanval krijgt en of dat vlekje op de huid nu kanker is of niet.

The new new thing

Na de doorbraak van de personal computer in de jaren tachtig, internet in de jaren negentig en de smartphone in de jaren nul is het wachten op een nieuwe technologie die ons leven ingrijpend gaat veranderen. 

Waar de tech-sector een paar jaar geleden nog zwaar inzette op wearables en vorig jaar VR de grote hype was, bestaat nu de overtuiging dat artificial intelligence de heilige graal is. Zeker in Silicon Valley, waar bedrijven voortdurend op jacht zijn naar ‘the new new thing’, wil niemand de boot missen.

Dankzij de torenhoge waarderingen die de grote tech-spelers op dit moment op de beurs hebben, is het eenvoudig voor hen om geld vrij te maken voor AI-onderzoek. Sterker nog: investeerders verwachten zelfs dat tech-bedrijven druk bezig zijn om de toekomst vorm te geven. Tesla is niet zoveel waard omdat het bedrijf nou zoveel auto’s verkoopt of zoveel winst maakt (dat doet Tesla namelijk niet), maar omdat investeerders verwachten dat elektrische én zelfrijdende auto’s de toekomst hebben.

Gevaarlijker dan atoombommen

Tegelijkertijd met de overweldigende belangstelling vanuit de tech-sector voor AI bestaan er ook grote zorgen. Met name Elon Musk van Tesla wijst om de haverklap op de gevaren die kunstmatige intelligentie met zich mee kan brengen. “We moeten extreem voorzichtig zijn met AI”, schreef hij in 2014. Volgens Musk is kunstmatige intelligentie “potentieel gevaarlijker dan atoombommen”.

In 2015 ondertekende hij samen met Stephen Hawking, Steve Wozniak en verscheidene AI- en robotonderzoekers een brief waarin hij pleitte voor een verbod op wapens die zelf hun doelwit kunnen uitkiezen en elimineren. “Kunstmatige intelligentie-technologie is op het punt terecht gekomen dat de inzet van dergelijke systemen binnen enkele jaren al mogelijk is”, waarschuwden de opstellers van de brief.

Voor Musk is de angst voor AI zelfs een drijfveer om Mars te koloniseren, vertelde hij enkele jaren geleden aan Demis Hassabis (medeoprichter van het door Google overgenomen AI-bedrijf DeepMind): dan hebben we tenminste een back-up planeet als de machines zich tegen ons keren. Volgens een recent artikel in Vanity Fair antwoordde Hassabis daar overigens op dat de AI in dat geval de mensen gewoon naar Mars zou volgen.

Nepnieuws

De AI waar Musk zo bang voor is, is de kunstmatige intelligentie zoals we die kennen uit films en sciencefiction. Maar die AI, waarbij machines mensen overvleugelen en uiteindelijk onderwerpen, is er nog lang niet.

Vooralsnog hebben we vooral te maken met gespecialiseerde AI: algoritmes die heel specifieke taken kunnen uitvoeren. Tesla probeert zijn AutoPilot slimmer te maken met behulp van algoritmes die worden gevoerd met de data van bestuurders van een Tesla, Facebook gebruikt AI voor het taggen van foto’s en het samenstellen van zijn newsfeeds en Apple zet kunstmatige intelligentie in voor Siri.

Ook dergelijke AI-toepassingen kunnen gepaard gaan met problemen, maar die zijn een stuk prozaïscher van aard dan een allesbeslissende oorlog van de ‘machine learning overlords’ tegen de mensheid die Musk voorziet. Zo bleek Facebook zijn gebruikers in zijn Trending Topics-sectie veel vaker nepnieuws voor te schotelen toen het zijn redacteuren van vlees en bloed verving door algoritmes. 

In andere gevallen neemt kunstmatige intelligentie de domheid van mensen gewoon over. Uit verscheidene onderzoeken blijkt dat AI de neiging heeft om onze seksistische en racistische vooroordelen te kopiëren. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat kunstmatige intelligentie mannen associeert met werk en wetenschap en vrouwen met familie en kunst.

Achterhaalde ideeën over ras en geslacht

Die vooroordelen hebben alles te maken met de informatie die we aan AI-systemen voeren. Stop je er onzin in (bijvoorbeeld 19-eeuwse boeken met allerlei achterhaalde ideeën over ras en geslacht), dan krijg je er onzin uit.

En daarin schuilt een ander gevaar. Om AI goed te laten functioneren, heb je goede datasets nodig. Het verzamelen van goede informatie kan een langdurig en kostbaar proces zijn. Tesla kan profiteren van alle rijgegevens van alle Tesla-rijders, een nieuwe startup die zich op de markt voor zelfrijdende voertuigen wil storten, heeft die luxe niet. Data zijn, kortom, de nieuwe olie.

Mocht AI inderdaad dé nieuwe technologie blijken die onze levens verandert zoals de pc, internet en de smartphone dat eerder hebben gedaan, dan gaat die discussie over het eigendom van alle data nog heel belangrijk worden.

AI Winter

Maar het zou natuurlijk ook kunnen dat er weer een nieuwe AI Winter intreedt. Yann LeCun, de man die leiding geeft aan de AI-divisie van Facebook, heeft het in zijn carrière vaak genoeg meegemaakt dat de hooggespannen verwachtingen rondom AI niet werden ingelost en iedereen – wetenschappers en geldschieters – zich weer afkeerde van het onderzoeksveld.

Dat zou opnieuw kunnen gebeuren als we over een paar jaar nog steeds zelf moeten rijden als we in de binnenstad achter het stuur kruipen. Of als de gemiddelde chatbot na drie vragen alweer zakt voor de Turing-test.

Dat we een algoritme kunnen leren om katten te herkennen is mooi, maar over een tijdje vinden we een dergelijke AI-toepassing vermoedelijk net zo (weinig) spectaculair als tekstherkenning uit foto's (OCR) nu. Om AI echt tot een technologie met grote impact te maken is er meer nodig dan een programma dat de beste Go-speler verslaat. Werk aan de winkel dus voor LeCun en zijn onderzoeksteam.

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.