Inhoudsopgave
    

‘Ik wil verder de ruimte in dan Elon Musk’
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 7 min

Volgens Elon Musk kan de mens over zes jaar al naar Mars. De Belg Angelo Vermeulen wil nog verder gaan. Zijn hoofddoel? De interstellaire ruimte, voorbij ons zonnestelsel.

In een glazen werkruimte van de TU Delft toont de Belgische kunstenaar en bioloog Angelo Vermeulen (45) de toekomst van de ruimtevaart: het interstellair reizen, het hoofdonderwerp van zijn promotieonderzoek. Omringd door jonge techneuten met laptops laat hij op een computerscherm een serie bewegende blokjes zien. Elk blokje heeft een eigen kleur en beweegt langzaam over het scherm. Blauwe blokjes zijn astronauten en groene blokjes levende organismen. Als leek valt nauwelijks te beseffen dat deze op het oog simpele computeranimatie deel uitmaakt van het begin van een zoektocht buiten ons eigen zonnestelsel. Op een tweede computer wordt de animatie al een stuk duidelijker. Op het scherm is een grote komeet te zien waarop de blokjes zitten vastgeklikt en samen een evoluerend sterrenschip vormen. 

Tussen de sterren in

Vermeulens hoofdinteresse ligt niet bij de lage baan om de aarde en ook niet bij Mars. Zijn focus ligt geheel op de interstellaire ruimte, het gebied voorbij ons zonnestelsel tussen de sterren in, waar alles onvoorspelbaar is. “Om het reizen naar een ander zonnestelsel mogelijk te maken, moeten we systemen gaan benutten uit de biologie”, zegt Vermeulen, die in 1998 in Leuven afstudeerde in de ontwikkelingsbiologie en ecologie. “Dat kan door evolueerbare capaciteiten in onze ruimtevaarttechnologie in te bouwen. Vanaf aarde vertrekt dan een ruimteschip dat kan groeien en zichzelf kan omvormen. Op momenten dat er zich problemen voordoen, past het ruimteschip zichzelf aan.”

In Delft zette Vermeulen er zelfs een aparte studiegroep voor op, het TU Delft Starship Team, bestaande uit studenten en onderzoekers aan de TU Delft. Samen met zijn team diept hij hier het onderwerp van zijn promotieonderzoek verder uit. “Ik ga geen tastbaar ruimteschip bouwen of hardware hiervoor ontwikkelen. Waar we aan werken is een theoretische grondslag voor ruimtevaartsystemen die kunnen evolueren”, zegt Vermeulen. “Dat doen we nu door computersimulaties te maken en met behulp van algoritmes architectuur voor interstellaire reizen te bedenken.” 

Biomodd

Op het cv van Vermeulen staan al opzienbarende projecten. Bekendheid verwierf hij vooral met Biomodd, een collaboratief kunstproject waarvoor hij in de hele wereld in samenwerking met de lokale bevolking sciencefictionachtige installaties bouwde door oude, gerecyclede computers te verbinden met planten en andere levende organismen. Zo werden onder meer algen gebruikt om de computerprocessors te koelen en sneller te maken. De warmte die de computers afgaven, werd ingezet om goede groeicondities voor de planten te creëren. 

Door Biomodd zou Vermeulen de kans krijgen om zich in een ander avontuur te storten dat qua onderzoek prima aansloot op het kunstproject: een simulatiemissie op Mars, georganiseerd door het Marssimulatieproject HI-SEAS en gefinancierd door de NASA. Zijn opdracht? Als commander-in-chief vooronderzoek doen naar een verblijf op Mars. Met een crew van zes man verbleef hij daarvoor vier maanden lang op de flank van een vulkaan in Hawaï. Na de missie zou Vermeulen opnieuw van zich doen spreken door de bouw van een levensgroot ‘DIY’-ruimteschip in het Seeker-project. 

Vanaf 2009 ben je je geheel gaan bezighouden met artistiek onderzoek naar ruimtekolonisatie. Waarom de overstap van biologie naar ruimtevaart als hoofdthema in je werk?

"Biomodd kwam voort uit een verkenning van de gamecultuur en de scene rond casemodding. Met een Biomodd-installatie kun je ook gamen. Dat zijn alleen geen populaire shootergames, maar games die we zelf maken of hacken en een stuk artistieker zijn dan normale computergames. In een later stadium zijn we daar ook sensoren en robotica aan gaan toevoegen. Door het futuristische karakter van Biomodd kwam ik in contact met mensen van MELiSSA, een onderzoeksprogramma van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA dat gefinancierd wordt door de NASA. Zo rolde ik de wereld van de ruimtevaart in en gingen er allerlei deuren voor me open."

Wat is het MELiSSA-programma precies?

"Dat werd ruim 25 jaar geleden gestart met als doel om kennis op te doen voor de toekomstige ontwikkeling van levensondersteunende systemen bij langdurige ruimtemissies. Dat kunnen bijvoorbeeld systemen zijn voor het voeden van planten met afvalstoffen uit het menselijk lichaam, zoals ontlasting, zweet of CO2-uitstoot."

Kwamen uit het contact met MELiSSA ook weer nieuwe projecten voort? 

"Ja, dat waren kunstprojecten geïnspireerd op het MELiSSA-project. Eentje daarvan was een opstelling met een kleine MELiSSA-bioreactor die onderdeel vormde van een veel grotere ruimtelijke installatie. Als onderzoeker wilde ik echter ook een bijdrage aan de ruimtevaart leveren. Zo ben ik uiteindelijk in Delft terechtgekomen voor een studie naar systemen voor interstellaire ruimtereizen."

In 2013 werd je door NASA geselecteerd voor een Marssimulatie. Je zat daarvoor vier maanden als commander-in-chief in een soort van grote halve golfbal op een flank van de Mauna Lao-vulkaan in Hawaï. Hoe was dat? En heb je van die missie veel geleerd?

"Het is slechts een beperkte tijd dat je in zo'n halve golfbal zit. Maar je krijgt wel het idee dat je een kleine bijdrage levert aan de zoektocht van de mens om naar Mars te gaan. Dat geeft enorm veel energie. Veel geleerd heb ik met name over ruimtewetenschap. In het bijzonder over voeding. HI-SEAS, het onderzoeksprogramma van de NASA, wou uitvlooien of het haalbaar is om astronauten zelf te laten koken met droge voeding als rijst en bloem en gevriesdroogde groenten en vlees." 

Ehhh, koken in de ruimte?

"Ja, dat was vrij uniek in de ruimtevaartgeschiedenis. Echte astronauten koken helemaal niet. Bij ons werd echter om de twee dagen gekookt. De andere dagen aten we kant-en-klare maaltijden. Elke schep eten op ons bord moesten we ook wegen, filmen en evalueren via een vragenlijst, zowel tijdens de hap zelf als nadat we iets hadden gegeten. Dat leverde in vier maanden tijd heel veel papierwerk op. Ons doel was vooral om voedselmoeheid te bestrijden. Steeds weer dezelfde kant-en-klare maaltijden blijken astronauten wel beu te raken. Dat is een probleem bij lange ruimtereizen: astronauten gaan minder eten, waardoor hun conditie slechter wordt. Maar je wilt natuurlijk niet zien gebeuren dat mensen graatmager op Mars arriveren."

Wat was jullie conclusie over het gebruik van voedsel in de ruimte?

"Dat zelfgekookte maaltijden meer gewaardeerd werden dan kant-en-klare maaltijden. Op zich niet verrassend natuurlijk. Missieleden gingen ook erg verlangen naar comfort food, zoals aardappelpuree, brood en soep. De bemanning wilde geen eigenaardige 'hightech'-voedsel. De impact van voeding op de psyche van de crew blijkt eigenlijk enorm. Mensen blijven mensen, ook in de ruimte. Theoretisch zou je ze met een tube moleculen moeten kunnen voeden. Maar in de praktijk werkt dat niet."

Heb je tijdens de missie wel het idee gehad dat je op een andere planeet zat?

"Nee, niet echt. In het begin leef je in extase. Maar dan begint door te sijpelen dat het een namaak-ruimtebasis is en geen echte ruimtebasis. Zo'n basis is ook met beperkte middelen en een beperkt budget gemaakt. Binnenin onze koepel stonden meubels van Walmart en Ikea. In een namaakmissie moet je als groep ook het idee in stand houden dat je echt op Mars zit. En dat vergt vrij veel energie."

Na je missie ben je speciaal voor de Z33 thematentoonstelling Space Odyssey 2.0 een levensgroot 'DIY'-ruimteschip gaan bouwen met hulp van een groep vrijwilligers. Dat was het Seeker-project. Hoe ging dat? 

"Sommige mensen denken dat Seeker een prototype van een echt ruimteschip is. Dat is niet zo. Het is een artistiek project, bedoeld om fysiek gestalte te geven aan onze collectieve verbeelding van de toekomst in de ruimte. Dit alles in de vorm van een soort van rapid-prototyping. Het Seeker-project daagt in feite gemeenschappen over de hele wereld uit om ideeën voor ruimteschepen aan te dragen die een nieuwe kijk bieden op leven en overleven in de ruimte. De eerste Seeker werd gebouwd van gerecycleerde materialen, karton en ducttape. Binnenin werden verder kleine ecosystemen ingebouwd die mensen in een deel van hun voedsel moesten voorzien." 

Seeker is ook wat jij noemt een soort endurance performance. Wat is dat precies?

"In het project voeren we na voltooiing van een ruimteschip onze eigen isolatiemissies uit. Tot nog toe hebben we missies op poten gezet van twee tot vier dagen. Zo ervaren we hoe het is om in een geïsoleerde ruimte met elkaar te overleven in een soort van sociale uithoudingsperformance. We sluiten ons dus op en leven deels van zelfgekweekte planten en insecten. Seeker reist zo de hele wereld rond van de ene naar de andere locatie. Ter plekke kunnen mensen hem weer helemaal hacken, aanpassen of verbouwen. Of ze kunnen gewoon opnieuw met bouwen beginnen. Voor de bouw van Seeker zijn ook allerlei soorten kringloopmaterialen gebruikt, waaronder oude caravans. Het ruimteschip wordt verder vaak zo verbouwd, zoals krakers dat doen. Seeker is eigenlijk ook een starship van krakers." 

Ondernemer en tech-miljardair Elon Musk wil al binnen tien jaar mensen naar Mars brengen. Ook Amazon-baas Jeff Bezos heeft plannen. Wanneer zie jij de eerste Marsmissies op gang komen?

"Marsmissies werden vaak dertig jaar in de toekomst gepland. Intussen is de discussie daarover verlegd door een aantal doorbraken. Er zijn missies in voorbereiding, zoals die van Elon Musk van SpaceX. Met zijn ruimtetuig Red Dragon wil hij gaan demonstreren dat hij mensen op een veilige manier op Mars kan laten landen. Plotseling lijkt een missie naar Mars dus dichterbij dan ooit. Maar ook Elon Musk zal de tijdlijn van zijn missie weer een flink stuk gaan verschuiven. SpaceX wil nu over zes jaar met bemande Marsvluchten beginnen. Dat klinkt vrij spectaculair, wat ook de bedoeling is. Maar het moment om naar Mars te gaan zal over een paar jaar toch weer een stuk vooruit worden geschoven. Musk is niet naïef. Hij is wel een goede verkoper en een goed strateeg. Hij maakt mensen enthousiast door overtuigende storytelling. Zijn concrete plan is daarvoor gekoppeld aan een veel groter verhaal."  

En de plannen van Jeff Bezos, hoe zie je die? 

"Blue Origin van Jeff Bezos staat veel minder in de schijnwerpers dan SpaceX. Dat vind ik wel jammer. Blue Origin was het eerste bedrijf dat zijn herbruikbare New Shepard-raket vijf keer achter elkaar met succes de ruimte in schoot. Dat was geen orbitale raket, zoals die van SpaceX, maar het was toch vrij spectaculair. Blue Origin maakt verder hele fraaie hardware, waaronder capsules voor ruimtetoerisme. Die hebben prachtige grote vensters. Bij Bezos ontbreekt momenteel alleen nog een duidelijk verhaal om naar Mars te gaan."

Zelf heb je voor een realiseerbare Marsmissie een termijn van vijftig tot vijfhonderd jaar in gedachte, klopt dat?

"Klopt. Maar ik maak verschil tussen een verkenningsmissie naar Mars en het effectief op de planeet gaan wonen. Dat laatste vergt nog een enorme sprong. Het vroegst dat we daarin slagen, is over vijftig jaar. Al weet ik niet of het echt zover komt. Kijk naar onze poolbasissen. Die zijn permanent bewoond. Maar we hebben er nog geen echte steden gebouwd, precies omdat het er zo onherbergzaam is. We zijn verder al op de maan geweest, maar er is daar nog steeds geen station gebouwd waar de mens permanent deel van uitmaakt. De directeur van de ESA wil nu een moonvillage gaan ontwikkelen. Dat is een mooi idee, maar nog heel erg conceptueel. Wonen op Mars is eigenlijk nog een hele verre droom."

Jouw starshipmodellen zijn in niets vergelijkbaar met de USS Enterprise in Star Trek. Het starship van de toekomst ziet er in jouw visie uit als een levend wezen. Geef eens een beschrijving van hoe dat eruit ziet?

"Het ruimteschip voor interstellaire reizen wordt een levend, deels organisch systeem, bestaande uit astronauten, een ecosysteem van bacteriën en planten en kunstmatige intelligentie. De biologie gebruik ik daarbij vooral vanuit een conceptueel perspectief. Ik gebruik bijvoorbeeld evolutionaire principes om op een andere manier ruimtevaartsystemen te ontwerpen. Dat doe ik specifiek voor hele lange ruimtereizen, zoals interstellaire missies. Bij de Apollo-vluchten konden we stap voor stap dichter naar de maan reizen. Eenmaal terug op aarde werden allerlei inzichten en risico's in kaart gebracht en oplossingen bedacht voor dingen die onderweg fout kunnen gaan. Bij lange ruimtereizen is dat niet meer mogelijk. Terugkeren naar aarde is er dan niet bij. Je moet dus andere manieren vinden om met onverwachte problemen om te gaan. Mijn oplossing bestaat uit ruimteschepen die zichzelf kunnen omvormen, bijvoorbeeld door gebruikmaking van 3D-printtechnologie. Dan gaat het om printers die niet alleen een stuk plastic kunnen printen, maar ook muren, ruimtes en apparaten." 

Synthetische biologie zal ook belangrijk worden, heb ik gelezen. 

"Klopt. In mijn interstellaire ruimteschip gaan ook DNA-printers mee. Daarmee kunnen we dan synthetische organismen printen met behulp van DNA dat is opgeslagen in een database. Dat is belangrijk voor als één van de levende organismen met een belangrijke functie uitsterft. Maar er zitten ook risico's aan vast. Want wat gebeurt er als synthetische organismen in onze natuurlijke omgeving ontsnappen? Synthetische biologie heeft echter een enorme capaciteit, zowel voor onze voeding als op medisch en economisch vlak, en is eerlijk gezegd ook niet meer te stoppen."

Alle grondstoffen die mensen in de ruimte nodig hebben, kunnen volgens jou gewonnen worden uit een asteroïde die aan het ruimteschip wordt vastgeklikt. Wat valt daar allemaal uit te halen voor interstellaire reizen? 

"Onze kennis over asteroïden of kometen is nog heel pril. We zijn nog maar één keer op een asteroïde en één keer op een komeet geland. Dat was dankzij de Hayabusa- en de Rosetta-missie. Maar er zijn al wel verschillende typen asteroïden bekend. En we weten wat erin zit, zoals metalen, silicaten en organische stoffen. Zo'n komeet kun je dus ontginnen om de grondstoffen eruit te halen die je onderweg nodig hebt. Daarom is er momenteel ook grote commerciële interesse voor het ontginnen van asteroïden. Verschillende bedrijven zijn die mogelijkheid nu volop aan het uitwerken."

Hoe ver zijn we nu concreet als het gaat om interstellaire missies? 

"Onbemande interstellaire missies behoren nu tot onze mogelijkheden. The Voyager is ons zonnestelsel al verlaten. Theoretisch gezien zou je dat ook een interstellair ruimtetuig kunnen noemen. Het probleem is alleen dat dit soort ruimtevaartuigen nog erg traag vliegt om binnen een relatief haalbare tijd zinvol interstellair onderzoek te kunnen doen. Bovendien is het niet mogelijk om met die ruimtetuigen te communiceren vanaf aarde. Dus leveren die onbemande missies wat informatie betreft nog helemaal niets op. Maar er is nu wel een echte interstellaire missie in voorbereiding. De naam daarvan is Breakthrough Starshot. Het doel van de missie is een reis naar Alpha Centauri, het dichtstbijzijnde sterrensysteem op 4,37 lichtjaar hier vandaan. Die missie wordt ook gesteund door mensen als Stephen Hawking en Mark Zuckerberg."

Tot slot: hoe bevalt het onderzoek naar evoluerende ruimteschepen dat je nu in Delft verricht samen met studenten en onderzoekers?

"Tot nog toe prima. Het is een heel inspirerend onderzoek, dat perfect past in de traditie van de TU Delft om onderzoeksteams op te zetten die hele uitdagende dingen doen. Denk bijvoorbeeld aan het team dat begin dit jaar een door SpaceX georganiseerde wedstrijd won met zijn Hyperloop Pod. Ook het TU Delft Starship Team hoort thuis in die categorie onderzoeksteams."

Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

Voor AI is de zomer aangebroken
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 6 min

Er gaat meer geld en aandacht naar het onderzoek naar kunstmatige intelligentie (AI) dan ooit tevoren. Maakt de technologie de beloftes deze keer wel waar?

Wie het portret leest dat BuzzFeed News deze maand publiceerde van Yann LeCun, de man die leiding geeft aan de AI-divisie van Facebook, kan er niet om heen: kunstmatige intelligentie is hotter dan ooit. LeCun staat er zelf van te kijken. “Het is compleet gestoord”, vertelt hij aan BuzzFeed. “Het ene moment werkt er niemand in het veld, het volgende moment houdt iedereen zich ermee bezig.”

Waar de 56-jarige LeCun twintig jaar geleden nog bot ving als hij tijdens een conferentie een paper over neurale netwerken wilde presenteren, staat hij nu aan het hoofd van een team van tachtig onderzoekers die van Facebook carte blanche hebben gekregen om te werken aan de kunstmatige intelligentie van de toekomst.

En Facebook is niet de enige partij die hoge verwachtingen heeft van AI. Ook andere zwaargewichten als Google, Amazon, Microsoft, Apple en IBM zetten flink in op kunstmatige intelligentie en machine learning.

Kattenfoto’s

De hernieuwde belangstelling voor AI is onder meer te danken aan de toegenomen rekenkracht van computers en de eveneens toegenomen beschikbaarheid van grote datasets die onderzoekers kunnen ‘voeren’ aan machines die daar vervolgens van kunnen ‘leren’. Laat een computer voldoende afbeeldingen van een kat zien – en dankzij internet zijn er inmiddels meer kattenfoto’s in omloop dan ooit – en na verloop van tijd kan hij ook een kat die hij nog nooit eerder heeft gezien als zodanig te herkennen.

Wat ook helpt, is dat er de afgelopen jaren tal van voorbeelden van AI zijn verschenen die duidelijk maken dat het mogelijk is om een machine iets te leren. Het gaat daarbij om frivole AI-toepassingen, zoals een programma dat er nu eindelijk in slaagt om de beste Go-spelers van de wereld te verslaan of een algoritme dat op basis van eindeloze hoeveelheden bladmuziek zijn eigen muziekcomposities bedenkt, maar ook om zaken die in de praktijk van alledag weleens het verschil zouden kunnen maken.

Denk maar aan allerhande toepassingen in de medische sector. Met enige regelmaat kunnen onderzoekers trots melden dat ze een algoritme hebben ontwikkeld dat beter kan vaststellen dan een dokter of iemand de komende jaren een hartaanval krijgt en of dat vlekje op de huid nu kanker is of niet.

The new new thing

Na de doorbraak van de personal computer in de jaren tachtig, internet in de jaren negentig en de smartphone in de jaren nul is het wachten op een nieuwe technologie die ons leven ingrijpend gaat veranderen. 

Waar de tech-sector een paar jaar geleden nog zwaar inzette op wearables en vorig jaar VR de grote hype was, bestaat nu de overtuiging dat artificial intelligence de heilige graal is. Zeker in Silicon Valley, waar bedrijven voortdurend op jacht zijn naar ‘the new new thing’, wil niemand de boot missen.

Dankzij de torenhoge waarderingen die de grote tech-spelers op dit moment op de beurs hebben, is het eenvoudig voor hen om geld vrij te maken voor AI-onderzoek. Sterker nog: investeerders verwachten zelfs dat tech-bedrijven druk bezig zijn om de toekomst vorm te geven. Tesla is niet zoveel waard omdat het bedrijf nou zoveel auto’s verkoopt of zoveel winst maakt (dat doet Tesla namelijk niet), maar omdat investeerders verwachten dat elektrische én zelfrijdende auto’s de toekomst hebben.

Gevaarlijker dan atoombommen

Tegelijkertijd met de overweldigende belangstelling vanuit de tech-sector voor AI bestaan er ook grote zorgen. Met name Elon Musk van Tesla wijst om de haverklap op de gevaren die kunstmatige intelligentie met zich mee kan brengen. “We moeten extreem voorzichtig zijn met AI”, schreef hij in 2014. Volgens Musk is kunstmatige intelligentie “potentieel gevaarlijker dan atoombommen”.

In 2015 ondertekende hij samen met Stephen Hawking, Steve Wozniak en verscheidene AI- en robotonderzoekers een brief waarin hij pleitte voor een verbod op wapens die zelf hun doelwit kunnen uitkiezen en elimineren. “Kunstmatige intelligentie-technologie is op het punt terecht gekomen dat de inzet van dergelijke systemen binnen enkele jaren al mogelijk is”, waarschuwden de opstellers van de brief.

Voor Musk is de angst voor AI zelfs een drijfveer om Mars te koloniseren, vertelde hij enkele jaren geleden aan Demis Hassabis (medeoprichter van het door Google overgenomen AI-bedrijf DeepMind): dan hebben we tenminste een back-up planeet als de machines zich tegen ons keren. Volgens een recent artikel in Vanity Fair antwoordde Hassabis daar overigens op dat de AI in dat geval de mensen gewoon naar Mars zou volgen.

Nepnieuws

De AI waar Musk zo bang voor is, is de kunstmatige intelligentie zoals we die kennen uit films en sciencefiction. Maar die AI, waarbij machines mensen overvleugelen en uiteindelijk onderwerpen, is er nog lang niet.

Vooralsnog hebben we vooral te maken met gespecialiseerde AI: algoritmes die heel specifieke taken kunnen uitvoeren. Tesla probeert zijn AutoPilot slimmer te maken met behulp van algoritmes die worden gevoerd met de data van bestuurders van een Tesla, Facebook gebruikt AI voor het taggen van foto’s en het samenstellen van zijn newsfeeds en Apple zet kunstmatige intelligentie in voor Siri.

Ook dergelijke AI-toepassingen kunnen gepaard gaan met problemen, maar die zijn een stuk prozaïscher van aard dan een allesbeslissende oorlog van de ‘machine learning overlords’ tegen de mensheid die Musk voorziet. Zo bleek Facebook zijn gebruikers in zijn Trending Topics-sectie veel vaker nepnieuws voor te schotelen toen het zijn redacteuren van vlees en bloed verving door algoritmes. 

In andere gevallen neemt kunstmatige intelligentie de domheid van mensen gewoon over. Uit verscheidene onderzoeken blijkt dat AI de neiging heeft om onze seksistische en racistische vooroordelen te kopiëren. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat kunstmatige intelligentie mannen associeert met werk en wetenschap en vrouwen met familie en kunst.

Achterhaalde ideeën over ras en geslacht

Die vooroordelen hebben alles te maken met de informatie die we aan AI-systemen voeren. Stop je er onzin in (bijvoorbeeld 19-eeuwse boeken met allerlei achterhaalde ideeën over ras en geslacht), dan krijg je er onzin uit.

En daarin schuilt een ander gevaar. Om AI goed te laten functioneren, heb je goede datasets nodig. Het verzamelen van goede informatie kan een langdurig en kostbaar proces zijn. Tesla kan profiteren van alle rijgegevens van alle Tesla-rijders, een nieuwe startup die zich op de markt voor zelfrijdende voertuigen wil storten, heeft die luxe niet. Data zijn, kortom, de nieuwe olie.

Mocht AI inderdaad dé nieuwe technologie blijken die onze levens verandert zoals de pc, internet en de smartphone dat eerder hebben gedaan, dan gaat die discussie over het eigendom van alle data nog heel belangrijk worden.

AI Winter

Maar het zou natuurlijk ook kunnen dat er weer een nieuwe AI Winter intreedt. Yann LeCun, de man die leiding geeft aan de AI-divisie van Facebook, heeft het in zijn carrière vaak genoeg meegemaakt dat de hooggespannen verwachtingen rondom AI niet werden ingelost en iedereen – wetenschappers en geldschieters – zich weer afkeerde van het onderzoeksveld.

Dat zou opnieuw kunnen gebeuren als we over een paar jaar nog steeds zelf moeten rijden als we in de binnenstad achter het stuur kruipen. Of als de gemiddelde chatbot na drie vragen alweer zakt voor de Turing-test.

Dat we een algoritme kunnen leren om katten te herkennen is mooi, maar over een tijdje vinden we een dergelijke AI-toepassing vermoedelijk net zo (weinig) spectaculair als tekstherkenning uit foto's (OCR) nu. Om AI echt tot een technologie met grote impact te maken is er meer nodig dan een programma dat de beste Go-speler verslaat. Werk aan de winkel dus voor LeCun en zijn onderzoeksteam.

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.

Word nooit high van je eigen product
door Adam Alter
leestijd: 9 min

In het boek Superverslavend toont Adam Alter hoe goed softwareontwikkelaars zijn in het creëren van online ervaringen waar we geen genoeg van krijgen. Hij waarschuwt voor de gevaren van verslaving aan social media en VR. Dit is het voorwoord van zijn boek.

In januari 2010 onthulde Steve Jobs tijdens een evenement van Apple voor het eerst de iPad met de woorden: "Het is echt heel bijzonder wat dit apparaat allemaal kan... Je kunt hiermee het beste internetten, nog beter dan met een laptop en veel beter dan met een smartphone... Het is echt een ervaring... Je kan er uitstekend mee mailen; hij typt heerlijk."

Anderhalf uur lang was Jobs aan het uitleggen waarom je met de iPad het beste foto’s kon bekijken, naar muziek kon luisteren, lessen kon volgen op iTunes U, rondsnuffelen op Facebook, spelletjes kon spelen en duizenden apps kon besturen. Iedereen, vond hij, moest een iPad hebben.

Maar zijn kinderen mochten het apparaat niet gebruiken. Eind 2010 zei Jobs tegen journalist Nick Bilton van The New York Times dat zijn kinderen de iPad nog nooit hadden gebruikt. ‘We beperken de hoeveelheid technologie die onze kinderen thuis mogen gebruiken.’ Bilton kwam erachter dat andere toonaangevende figuren in de wereld van de technologie ook dergelijke beperkingen opleggen. Chris Anderson, voormalig hoofdredacteur van het tijdschrift Wired, hanteerde thuis een strenge tijdslimiet voor alle apparaten, ‘omdat we uit de eerste hand weten wat de gevaren van technologie zijn’. Zijn vijf kinderen mochten thuis in hun kamer absoluut geen beeldscherm gebruiken. Evan Williams, die Blog- ger, Twitter, en Medium had helpen oprichten, kocht honderden boeken voor zijn zoontjes, maar hij vertikte het om ze een iPad te geven. En Lesley Gold, de oprichter van een bedrijf voor webstatistieken, legde haar kinderen de strikte ‘doordeweeks geen beeldschermtijd’-regel op. Daar werd ze pas iets flexibeler in toen haar kinderen een computer moesten gaan gebruiken voor school. Wal- ter Isaacson, die bij de familie Jobs kwam eten toen hij onderzoek deed voor de biografie van Steve Jobs, zei tegen Bilton: ‘Niemand haalde ooit een iPad of een laptop tevoorschijn. De kinderen leken totaal niet verslaafd te zijn aan elektronica.’

Het leek wel alsof de mensen die nieuwe technologie produceerden de hoofdregel van drugdealers hanteerden: word nooit high van je eigen handel. Dat is nogal verrassend. Waarom zijn ’s werelds grootste technocraten tegelijkertijd in hun privéleven de grootste technofoben? Stel je de verontwaardiging eens voor als religieus leiders hun kinderen zouden verbieden om hun geloof te praktiseren! Veel experts in de wereld van de technologie en erbuiten hebben me vergelijkbare dingen verteld. Verschillende gamedesigners zeiden dat ze het o zo verslavende spel World of Warcraft vermeden; een psycholoog die gespecialiseerd is in sportverslaving noemde fitnesshorloges gevaarlijk, ‘de achterlijkste dingen ter wereld’, en zwoer dat ze er nooit een zou kopen; de oprichtster van een kliniek voor internetverslaving zei dat ze alle gadgets vermijdt die minder dan drie jaar oud zijn. Ze heeft de beltoon van haar mobieltje nog nooit ingeschakeld en ze legt hem expres op de verkeerde plek neer zodat ze niet in de verleiding komt om haar e-mail te checken. (Ik ben twee maanden bezig geweest om haar per e-mail te bereiken en kreeg haar pas te pakken toen ze toevallig een keer de vaste telefoon opnam op kantoor.) Haar lievelingsspel op de computer is Myst, dat in 1993 werd uitgebracht toen computers nog steeds te log waren om video aan te kunnen. En ze wilde Myst destijds al- leen spelen, zei ze, omdat de computer dan elk halfuur vastliep en het eindeloos duurde om hem weer op te starten.

Greg Hochmuth, een van de programmeurs die Instagram heeft helpen opzetten, besefte dat hij een verslavingsmachine aan het bouwen was. ‘Er is altijd nog een hashtag waar je nog even op moet klikken,’ zei Hochmuth. ‘Dat gaat een eigen leven leiden, zo- als een organisme, en het kan een complete obsessie voor mensen worden.’ Net als veel andere sociale media is Instagram een bodemloze put. Facebook heeft een feed die doorgaat tot in het oneindige; Netflix gaat automatisch naar de volgende aflevering van een serie; Tinder stimuleert gebruikers om verder te swipen op zoek naar een betere optie. Gebruikers kunnen vaak veel plezier heb- ben van zulke apps en websites, maar ze vinden het ook lastig om ze met mate te gebruiken. Volgens Tristan Harris, ethicus op het gebied van design, is het probleem niet zozeer dat mensen geen wilskracht hebben, maar dat ‘er duizend mensen aan de andere kant van het beeldscherm zitten die ervoor worden betaald om je vermogen tot zelfregulering kapot te maken’.

Deze technische experts zijn niet voor niets bezorgd. Bij het ontwikkelen van ongekende nieuwe mogelijkheden hadden ze twee dingen ontdekt. Ten eerste dat we een te beperkt idee hebben van verslaving. We zien verslaving vaak als iets wat onderdeel uitmaakt van bepaalde mensen, mensen die we het etiketje ‘verslaafden’ opplakken. Heroïneverslaafden in leegstaande panden. Kettingrokende nicotineverslaafden. Mensen die te pas en te onpas een voorgeschreven pilletje slikken. Het etiketje impliceert dat ze anders zijn dan de rest van de mensheid. Op een dag kunnen ze zich misschien aan hun verslaving ontworstelen, maar op dit moment horen ze nog bij een aparte groep. Maar in werkelijkheid is verslaving grotendeels het resultaat van de omgeving en de omstandigheden. En dat wist Steve Jobs. Hij hield de iPad bij zijn kinderen weg omdat ze weliswaar allerlei factoren mee hadden waardoor ze niet snel verslaafd zouden raken aan drugs of alcohol, maar hij wist dat ze gevoelig zouden zijn voor de verlokkingen van de iPad.

Deze ondernemers beseffen dat de apparaten die ze aanprijzen zo onweerstaanbaar mogelijk zijn ontworpen en hun gebruikers zonder aanzien des persoons in hun greep zullen krijgen. Er is geen duidelijke scheidslijn tussen verslaafden en andere mensen. Wij zijn allemaal maar één product of ervaring verwijderd van het ontwikkelen van onze eigen verslaving.

De technische experts van Bilton ontdekten ook dat de omgeving en de omstandigheden van het digitale tijdperk veel meer bijdragen aan het ontwikkelen van een verslaving dan alles wat zich eerder heeft voorgedaan in de geschiedenis van de mens. In de jaren zestig baande de mensheid zich door een woud waarin een paar vallen stonden: sigaretten, alcohol en drugs, die duur waren en waar de meeste mensen toch niet aan konden komen. In de jaren tien van deze eeuw staat datzelfde woud vol met vallen. Je hebt de Facebookval. De Instagramval. De pornoval. De val van het e-mailen en online shoppen. Het is een hele lijst, hij is veel langer dan hij ooit in de geschiedenis is geweest en we komen er nu pas achter hoeveel macht die vallen over ons hebben.

De experts van Bilton waren op hun hoede omdat ze wisten dat ze onweerstaanbare technologieën aan het ontwerpen waren. In vergelijking met de lompe technologie van de jaren negentig en de jaren nul van deze eeuw is de moderne technologie efficiënt en verslavend. Honderden miljoenen mensen delen wat ze meemaken in real time via foto’s op Instagram, en al net zo snel worden die gebeurtenissen beoordeeld in de vorm van reacties en likes. Liedjes waarvan het downloaden ooit een uur kostte heb je nu al in een paar luttele seconden binnen en de vertraging die mensen ooit weerhield om dingen te downloaden bestaat nu niet meer. Technologie biedt gemak, snelheid en automatisering, maar dat heeft allemaal zijn prijs. Menselijk gedrag wordt gedeeltelijk bepaald door een serie reflexmatige kosten-batenanalyses die bepalen of een handeling één, twee, honderd keer of helemaal niet wordt ver- richt. Als de baten uitstijgen boven de kosten is de handeling moeilijk te weerstaan, vooral als daarbij neurologisch gezien precies de juiste snaar wordt geraakt.

Een like op Facebook of Instagram raakt zo’n snaar, net als de beloning als je een World of Warcraft-missie voltooit of als je ziet dat jouw tweet door honderden Twittergebruikers is gedeeld. De mensen die technologie, games en interactieve ervaringen ontwerpen en verbeteren zijn heel goed in hun vak. Ze voeren duizenden tests uit met miljoenen gebruikers om erachter te komen welke verfijningen werken: welke achtergrondkleur, welk font en welk geluidje de betrokkenheid maximaliseren en de frustratie minimaliseren. Tijdens de ontwikkeling van een app of game wordt het een onweerstaanbare, agressieve versie van de ervaring die het ooit was. In 2004 was Facebook gewoon leuk; in 2016 is het verslavend.

Gedragsverslavingen bestaan al heel lang, maar de laatste decennia komen ze steeds vaker voor, zijn ze moeilijker te weerstaan en zie je ze bij de grote massa. Bij deze nieuwe verslavingen hoeft er geen enkel middel te worden ingenomen. Er komt niet direct een chemisch stofje in je lichaam terecht, maar ze hebben hetzelfde effect, omdat ze meeslepend en goed ontworpen zijn. Sommige, zoals gokken en sporten, bestaan al lang, andere, zoals binge-kijken en het gebruik van smartphones, zijn redelijk nieuw. Maar ze worden allemaal steeds moeilijker te weerstaan.

En we hebben het probleem ook nog eens verergerd door ons te concentreren op de voordelen van doelen stellen zonder stil te staan bij de nadelen. Doelgericht zijn was ooit een handig motivatiehulpmiddel, omdat mensen toen over het algemeen zo weinig mogelijk tijd en energie aan dingen kwijt wilden zijn. We zijn van nature niet ijverig, nobel en gezond. Maar het tij is gekeerd. We willen nu zó graag meer dingen bereiken in minder tijd dat we vergeten zijn om een noodrem in te bouwen.

Ik sprak een aantal psychologen die de omvang van het probleem beschreven. ‘Iedereen die ik in behandeling heb, heeft min- stens één gedragsverslaving,’ zei een psycholoog. ‘Ik heb patiënten die alle hokjes kunnen afvinken: gokken, shoppen, sociale media, en ga zo maar door.’ Ze beschrijft verschillende patiënten die allemaal een indrukwekkende baan hebben en minstens een ton per jaar verdienen, maar zwaar gebukt gaan onder hun verslavingen. ‘Er is een dame bij die heel knap is, heel intelligent en getalenteerd. Ze heeft twee masteropleidingen afgerond en ze is docente. Maar ze is verslaafd aan online shoppen en heeft een schuld van tachtig- duizend dollar opgebouwd. Ze heeft haar verslaving voor vrijwel iedereen om haar heen verborgen weten te houden.’ Verschillende aspecten van het leven zo van elkaar gescheiden houden is een terugkerend thema. ‘Het is heel makkelijk om gedragsverslavingen te verstoppen; veel makkelijker dan drugs- of alcoholmisbruik. Dat maakt ze gevaarlijk, omdat ze jaren verborgen kunnen blijven.’ Een andere patiënt die al even succesvol is in haar werk, wist haar verslaving aan Facebook verborgen te houden voor haar vrienden. ‘Haar relatie eindigde op een ontzettend pijnlijke manier en daarna stalkte ze haar ex-vriend jarenlang online. Met Facebook is het veel lastiger om iemand echt los te laten als je uit elkaar bent.’ Een man die bij haar in therapie was checkte zijn e-mail honderden keren per dag. ‘Hij kan zich op vakantie gewoon niet ontspannen en even lekker genieten. Maar je zou het nooit vermoeden. Hij is heel onzeker, maar hij presenteert zich heel goed naar anderen toe; hij heeft een succesvolle baan in de gezondheidszorg en je zou nooit vermoeden hoe moeilijk hij het heeft.’

‘De impact van sociale media is gigantisch,’ zei een andere psycholoog. De hersenen van de jongere generatie die ik behandel zijn compleet gevormd door de sociale media. Daar let ik vaak op bij een sessie: soms praat ik al vijf of tien minuten met een jong iemand over de discussie die ze hadden met hun vriend of vriendin, en dan besef ik dat ik even moet vragen of dat per sms of telefoon ging, via sociale media of in een persoonlijk gesprek. Meestal is het antwoord “sms of sociale media”. Maar in hun verhaal is dat voor mij helemaal niet duidelijk. Voor mij klinkt het als een “echt” persoonlijk gesprek. Ik onderbreek altijd even waar ik mee bezig ben en denk erover na. Deze persoon maakt niet hetzelfde onder- scheid tussen verschillende vormen van communicatie als ik... het resultaat is een landschap vol isolement en verslaving.’

Superverslavend schetst de opkomst van verschillende soorten verslavingsgedrag en onderzoekt wanneer ze zijn begonnen, door wie die apps en games die ze veroorzaken zijn ontworpen, welke psychologische trucjes ze zo onweerstaanbaar maken en hoe je gevaarlijke gedragsverslavingen tot het minimum kunt beperken en tegelijkertijd de achterliggende techniek voor positieve doeleinden kunt aanwenden. Als app-ontwerpers mensen zover kunnen krijgen dat ze meer tijd en geld uitgeven aan een spelletje op hun smartphone, dan kunnen beleidsexperts mensen misschien wel aanmoedigen om meer voor hun pensioen te sparen of meer aan goede doelen te geven.

Technologie is niet intrinsiek slecht. Toen mijn broer en ik in 1988 met mijn ouders naar Australië verhuisden, bleven onze grootouders in Zuid-Afrika wonen. We spraken ze eens per week via dure telefoongesprekken en stuurden ze brieven die pas een week later aankwamen. Toen ik in 2004 naar de Verenigde Staten verhuisde, mailde ik mijn ouders en mijn broer bijna dagelijks. We belden elkaar vaak en zwaaiden zo vaak mogelijk naar elkaar via de web- cam. Door technologie werd de afstand tussen ons kleiner. In een artikel uit 2016 voor het tijdschrift TIME beschreef John Patrick Pullen hoe hij tot tranen toe werd bewogen door de emotionele impact van virtual reality. "[...] Mijn speelkameraad, Erin, belaagde me met een krimpstraal. Plotseling leek niet alleen al het speelgoed enorm groot; Erins avatar torende ook als een reuzin boven me uit. Zelfs haar stem in de koptelefoon veranderde en een diepe, trage klank stroomde mijn hoofd in. Heel even was ik weer kind, door die immense figuur die zo liefdevol met me speelde. Het gaf me zo’n duidelijk idee hoe mijn zoon zich moet voelen dat ik met mijn headset op begon te huilen. Het was een pure en prachtige ervaring die een andere dimensie aan mijn relatie met hem zal geven terwijl hij opgroeit. Ik was kwetsbaar ten opzichte van mijn reuzenspeelkameraad, maar ik voelde me compleet veilig."

Ethisch gezien is technologie niet goed of slecht, tot het wordt gebruikt door grote bedrijven die haar aanpassen voor massaconsumptie. Apps en platformen kunnen worden ontworpen om een uitgebreid sociaal leven te bevorderen, maar net als sigaretten kunnen ze ook worden ontworpen om verslavend te zijn. En op dit moment stimuleren veel technische ontwikkelingen helaas versla- ving. Zelfs Pullen zei in zijn enthousiaste verhaal over virtual reality dat hij er ‘geen weerstand aan kon bieden’. Technologie die je compleet onderdompelt in een digitale wereld zoals virtual reality roept zulke sterke emoties op dat ze makkelijk misbruikt kan worden. Die technologie staat echter nog in de kinderschoenen, dus het is moeilijk te zeggen of ze op een verantwoordelijke manier zal worden gebruikt.

In veel opzichten lijken verslavingen aan middelen en gedragsverslavingen erg op elkaar. Ze activeren dezelfde hersengebieden en komen voort uit een aantal dezelfde menselijke basisbehoeften: sociale interactie en sociale steun, mentale prikkeling en het gevoel dat je iets bereikt. Als die behoeften van mensen niet worden vervuld, is de kans groot dat ze verslaafd zullen raken aan zowel middelen als bepaald gedrag.

Gedragsverslavingen bestaan uit zes ingrediënten: fascinerende doelen die net iets buiten je bereik liggen; onweerstaanbare en onvoorspelbare positieve feedback; het gevoel dat je stapsgewijs vooruitgang boekt en beter wordt, taken die in de loop der tijd moeilijker worden, onopgeloste spanningen waar een oplossing voor moet komen, en hechte sociale banden. Ondanks alle onderlinge verschillen bevatten de huidige gedragsverslavingen minstens één van die zes ingrediënten. Zo is Instagram verslavend omdat alleen bepaalde foto’s heel vaak worden geliket. Gebruikers proberen de volgende golf likes binnen te slepen door de ene foto na de andere te plaatsen en gaan regelmatig naar de site om hun vrienden te steunen. Gamers spelen soms dagen achter elkaar een bepaald spel omdat ze een missie willen afmaken en omdat ze een hechte sociale band hebben ontwikkeld met andere spelers.

Maar wat is de oplossing? Hoe kunnen we leven met verslavende ervaringen die zo’n belangrijke rol in ons leven spelen? Miljoenen voormalige alcoholisten kunnen het café compleet vermijden, maar afkickende internetverslaafden zijn wel gedwongen om e-mail te gebruiken. Je kunt geen visum aanvragen, solliciteren of aan het werk gaan zonder een mailadres. Er bestaan tegenwoordig steeds minder banen waarbij je kunt ontkomen aan het gebruik van een computer en een smartphone. Verslavende technologie is in het normale leven geïntegreerd zoals verslavende middelen dat nooit zullen zijn. Onthouding is geen optie, maar er zijn wel alternatieven. Je kunt verslavende ervaringen beperken tot één onderdeel van je leven en tegelijkertijd goede gewoonten proberen te ontwikkelen die gezond gedrag stimuleren. En in de tussentijd kun je, als je inzicht hebt gekregen in hoe gedragsverslavingen werken, proberen om de schade in te dammen of gedragsverslavingen zelfs aan te wenden voor het goede. Dezelfde principes die kin- deren aanzetten om te gamen kunnen ze aanzetten om op school te leren, en de doelen die mensen aanzetten om obsessief te sporten kunnen ze ook aanzetten om geld te sparen voor hun oude dag.

Het tijdperk van de gedragsverslavingen is nog maar net begonnen, maar de eerste tekenen van een crisis zijn er al. Verslavingen zijn schadelijk omdat ze andere, essentiële bezigheden verdringen, van werk tot basishygiëne en sociaal contact. Het goede nieuws is dat onze relatie met gedragsverslavingen niet permanent is. We kunnen van alles doen om de balans te herstellen van voor de tijd van de smartphones, e-mails, draagbare technologie, sociale netwerken en interactieve tv. Het gaat erom dat we begrijpen waarom gedragsverslavingen zoveel voorkomen, hoe ze munt slaan uit de menselijke psychologie en hoe we de verslavingen kunnen verslaan als ze schadelijk voor ons zijn en ze juist kunnen gebruiken als ze ons vooruithelpen.

Auteur

5 dingen die we graag in de iPhone 8 zien
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 6 min

De belangrijkste nieuwe Android-smartphones zijn gepresenteerd en dus is het vooruitkijken naar die andere grote smartphone: de iPhone 8.

Nu de Samsung Galaxy S8 en andere high-end Android-smartphones zijn aangekondigd, is het wachten op de volgende belangrijke smartphone van het jaar: de iPhone 8. Er gaan genoeg geruchten rond over het toestel, dat in september wordt verwacht, maar wat zouden wij het liefste in de nieuwe iPhone zien?

Hele dunne schermranden

De Android-fabrikanten hebben de toon gezet, met de Galaxy S8 als duidelijkste voorbeeld: hele dunne schermranden. Hoewel het scherm van de S8 aan de zijkanten gekromd is, vallen vooral de kleinere boven- en -onderkant op. Het ‘voorhoofd’ en de ‘kin’ van de iPhone 7 zijn in vergelijking enorm.

Dunne schermranden zien er bovendien niet alleen strak en modern uit, maar zorgen ook voor meer scherm op hetzelfde formaat telefoon. Zo zijn de iPhone 7 en de Galaxy S8 nagenoeg even breed, maar is het scherm van de S8 ruim een inch groter dan dat van de iPhone 7. Ter inspiratie kan Apple ook kijken naar de Xiaomi Mi Mix, een toestel dat niet eens een voorhoofd meer heeft.

Vingerafdrukscanner in scherm

De tofste innovatie die Apple zou kunnen doen: een vingerafdrukscanner die in het scherm zit gebouwd. Met de iPhone 7 heeft Apple daar al een voorschotje op genomen. De thuisknop van het toestel is niet meer fysiek, maar is een drukgevoelige vingerafdrukscanner die bij indrukken dankzij een haptische trilmotor net zo voelt als een echte knop.

Als je een volgende iPhone zou kunnen ontgrendelen door je duim simpelweg op het beeldscherm te leggen, zou dat een randloos scherm ook veel aantrekkelijker maken. Bij bijvoorbeeld de Galaxy S8 is de vingerafdrukscanner naar de achterkant van de telefoon verplaatst, omdat er voorop simpelweg geen plaats is. We hopen dat Apple met de volgende iPhone niet hetzelfde doet: een vingerafdrukscanner achterop is toch net wat minder handig, en de iPhone openen door op de thuisknop te drukken en tegelijkertijd te scannen is erg fijn.

Een scanner op de achterkant zou wat dat betreft een concessie zijn, zeker sinds iOS 10 niet meer wordt ontgrendeld met een swipe, maar met een druk op de thuisknop. Er gaan al een tijdje geruchten dat Apple aan zo’n scanner in het scherm zou werken, maar het is de vraag of de techniek dit najaar al klaar is.

Usb-c

Een simpele maar zeer welkome verbetering. Apple heeft al zijn nieuwe MacBooks al overgeschakeld naar louter usb-c. Een bijzonder veelzijdige aansluiting waarmee je kan opladen en data, audio en video kan vervoeren. Bovendien is het een open standaard, waardoor alle recente Android-toestellen (maar bijvoorbeeld ook de Nintendo Switch) de aansluiting gebruiken.

iPhones zitten ondertussen vast aan de Lightning-connector. Daardoor moet je alsnog altijd een Lightning-kabeltje bij je hebben, terwijl je Android-telefoons met je MacBook-lader kan opladen. Toch verdient Apple goed aan Lightning-accessoires, waarvoor in tegenstelling tot usb-c licentiekosten voor betaald moeten worden. Daarom is de kans groot dat Apple de komende jaren gewoon Lightning blijft gebruiken.

Docking

Sommige Windows-telefoons die dit jaar verschijnen kunnen het en de Galaxy S8 ook: dienst doen als desktop-pc. Zet je telefoon in een dock en je krijgt een volledige desktop-ervaring op je scherm. iPhones worden steeds krachtiger, en evenaren de 12 inch MacBooks al in processorsnelheid.

Stel je voor dat je iPhones in een dock zou kunnen plaatsen, en dat de telefoon dan zou overschakelen naar macOS. Vooralsnog heeft Apple echter gezegd dat er een duidelijke scheiding tussen de Mac en iOS zit, waardoor deze wens de meest onwaarschijnlijke is.

Grotere accu

We willen onze telefoon gewoon minder vaak hoeven opladen. We gebruiken onze telefoons steeds meer en zonder 's middags opladen haal je de avond niet meer op één lading. Steeds dunnere telefoons zijn leuk, maar het houdt een keer op. Bovendien doen veel mensen toch een hoesje om hun toestel, dus een paar millimeter meer maakt duidelijk niet zo veel uit. Maar een paar millimeter batterij maakt al snel het verschil tussen wel of niet de avond halen op één lading.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen, is vaste blogger bij Bright en is nu eindredacteur van Bright Ideas. Daarnaast is hij werkzaam voor NUtech. Houdt van alles met een batterij er in of stekker er aan.