Inhoudsopgave
    

Silicon Valstrik
Bram Steijns
door Bram Steijns
leestijd: 8 min

Techbedrijven nemen langzaamaan de rol van de verzorgingsstaat over. Internetscepticus Evgeny Morozov vertelt hoe wij daar met onze data voor betalen, en hoe we steeds meer verstrikt raken in de val van Silicon Valley.

Evgeny Morozov, geboren Wit-Rus, werkte jarenlang voor de non-profit nieuwsorganisatie Transistions Online. Die organisatie probeert met nieuwe technologie de democratie in ex-communistische, Oost-Europese landen te versterken. Hij begon voor het eerst te twijfelen aan de rol van internet in de democratisering na de zogenoemde Twitter-revolutie in Moldavië in 2009. Social media waren niet alleen een belangrijk wapen voor tegenstanders van het Moldavische bewind. Volgens Morozov gebruikte het Moldavische regime dezelfde sociale media om tegenstanders op te sporen en te onderdrukken. Morozov startte een eigen onderzoek naar de kracht en zwaktes van internet. Hierover bracht hij in 2011 een boek uit, The Net Delusion: The Dark Side of Internet Freedom. In 2013 publiceerde hij een tweede boek, To Save The World: Click Here. Onlangs gaf hij een lezing tijdens het Impakt-festival in Utrecht. 

Drijven op data

Techbedrijven als Google en Facebook nemen volgens Morozov langzaam de rol van een verzorgingsstaat in. "Altijd als ik hierover begin in de Verenigde Staten, word ik aangekeken alsof ik van Mars kom", vertelt Morozov. "Het laatste waar ze over denken als ze denken aan Silicon Valley is een verzorgingsstaat. Ze denken aan libertarisme en allerlei Californische ideologieën. Het laatste wat Silicon Valley zou willen doen, denken ze, is het aanbieden van gratis gezondheidszorg of educatie."

Toch is het zo, zegt Morozov. "In ieder geval als je kijkt naar informatie." Bedrijven als Google leveren ons kennis, informatie en alle mogelijke gegevens, allemaal gratis. Of toch niet? "Als je nagaat wie eigenlijk betaalt voor de toegang tot kennis, informatie en data, dan zal je zien dat het niet direct wordt betaald door jou of mij en ook niet direct door de overheid. Het wordt betaald door het bedrijf dat Google heet, dat ons een heleboel gratis diensten verleent", zegt Morozov. Die diensten variëren van informatie uit een zoekmachine, academische kennis van Google Scholar en communicatie via email tot smarthome-apparaten. "En wat die diensten en platformen gemeen hebben is dat ze gratis zijn."

Maar natuurlijk verdient Google er uiteindelijk wel geld aan. Stel je zoekt op Google naar 'de stilste stofzuiger', dan gaat er achter de schermen een veiling van start. Stofzuigerverkopers bieden Google geld voor een advertentieplek. De hoogste bieder krijgt een plekje in jouw zoekresultaten, Google krijgt geld voor advertentieruimte en jij krijgt misschien de stofzuiger die je zocht. Jij blij, stofzuigerverkoper blij en Google blij.

Dat geldt niet alleen voor informatie. Ook gezondheidszorg wordt volgens Morozov meer en meer geregeld door techbedrijven. Door sensoren in de apparaten die wij bij ons dragen wordt die zogenoemde 'big data' verzameld en geanalyseerd. Op basis van de verzamelde gegevens over lichaamsbeweging, hartslag, eetgewoonten en slaapkwaliteit wordt ons verteld wat we moeten doen om een potentieel gezondheidsprobleem te vermijden. En de gegevens die wij leveren voor onze gezondheid kunnen bijvoorbeeld voor de wetenschap weer heel waardevol zijn voor onderzoek naar ziektes.

Zo is het ook met alle andere gratis diensten die worden geleverd door bedrijven uit Silicon Valley. Wij geven bedrijven gegevens over onze gezondheid, locatie, behoeften en voorkeuren in ruil voor hun diensten. Die gegevens worden door de techbedrijven verkocht aan partijen die daar zelf ook weer profijt van hebben. 

Morozov tijdens zijn lezing in Utrecht.
Morozov tijdens zijn lezing in Utrecht.

Schijnbare utopie

Op het eerste gezicht lijkt het geweldig, een utopische wereld waar iedereen kan profiteren van elkaars bevindingen. Maar volgens Morozov schuilt er een addertje onder het gras. Door deze diensten aan te bieden gaan de techbedrijven namelijk steeds meer taken van een verzorgingsstaat overnemen; bibliotheken worden zoekmachines en huisartsen worden health-apps. Overheden laten dat toe en zorgen niet voor alternatieven, de diensten zijn tenslotte een stuk goedkoper en efficiënter. Maar de techbedrijven hebben niet dezelfde belangen als de overheid. Techbedrijven zijn er niet om het volk te dienen maar om geld te verdienen. En om geld te verdienen kunnen die bedrijven onze aandacht sturen en zo handig gebruikmaken van gedragseconomie.

"Als je bijvoorbeeld kijkt naar wat Facebook aan het doen is in ontwikkelingslanden met het Internet.org-project, zal je begrijpen welke publieke en politieke rol Facebook voor zichzelf heeft bedacht." Met internet.org wil Facebook ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika gratis internetverbinding geven. "Internet.org is een soort nep non-profit-initiatief dat door Facebook in samenwerking met mobiele providers is opgezet. Het geeft je wel gratis toegang tot het internet, maar die toegang is beperkt tot Facebook en een handjevol andere diensten en applicaties. Voor al het andere moet je betalen", vertelt Morozov. Ook hier zie je hoe een techbedrijf de rol van een verzorgingsstaat overneemt, en ook hier biedt de overheid zelf geen alternatief aan. "Het argument van Facebook is dan: beter alleen Facebook dan helemaal niets."

Facebook kan met Internet.org heel waardevol zijn voor ontwikkelingslanden. Zo heb je ineens een vrij toegankelijk medium waar educatief materiaal op beschikbaar gesteld kan worden. Iedere burger in een ontwikkelingsland heeft zo gratis toegang tot educatief materiaal. Maar dat is volgens Morozov toch niet zo mooi als het lijkt. "Ineens moet je dus op Facebook zitten als je wilt studeren."

Publiek wordt privaat

Hoe machtig kan zo'n bedrijf als Facebook worden als het langzaam een overheidsrol krijgt? Morozovs visie op Silicon Valley komt overeen met het techbedrijf dat Dave Eggers beschrijft in zijn roman The Circle, waarin een gelijknamig bedrijf op zoveel vlakken producten en diensten aanbiedt dat overheden, organisaties en andere bedrijven langzamerhand overbodig worden. Het belangrijkste product van The Circle is TruYou, een alomvattend digitaal account. Alles wat je doet, gebeurt via TruYou; het inschrijven bij social media, het kopen van producten, het aanmelden bij evenementen. Online anonimiteit verdwijnt, het account is immers verbonden aan je naam en je kunt er maar één aanmaken. Door TruYou wordt het internet beschaafd; trolls verdwijnen en scheldende critici zwijgen. Alles wat je doet is namelijk verbonden aan je naam.

Ook voor producenten is TruYou ideaal. Alles wat ze willen traceren van hun consumenten is beschikbaar. Dankzij TruYou zijn koopgewoontes, interesses en zoekopdrachten makkelijk bij te houden en te registreren. Waardoor marketing kinderspel wordt.

Het aanmelden bij TruYou wordt vanzelfsprekend, omdat je toegang krijgt tot het immense scala aan producten en diensten van The Circle die dankzij TruYou feilloos met elkaar communiceren. Tegenstanders van TruYou hebben dus bijna geen keuze meer, door de alomvattendheid van The Circle kunnen ze namelijk haast niet ontkomen. Heb je geen TruYou, dan kun je alle tools van The Circle niet gebruiken. Maar omdat The Circle een monopolie heeft op de meeste online diensten ben je verplicht een TruYou-account aan te maken om online te kunnen surfen.

The Circle biedt een dienst aan die zo efficiënt is dat overheden en andere organisaties het idee omarmen en zelf geen alternatief aanbieden. Daardoor verandert The Circle in een publieke dienst met een commercieel oogmerk. Dat toont veel gelijkenis met de praktijken van Google en Facebook zoals Morozov ze beschrijft. De diensten en producten van Google en Facebook werken zo goed dat overheden geen alternatief kunnen of willen bieden. Daardoor hebben consumenten geen keuze meer. Google en Facebook zouden dan bijna een monopolie-positie kunnen krijgen. Consumenten zijn haast verplicht om zich aan te sluiten bij de bedrijven, omdat dat langzaam maar zeker de enige manier wordt om van de voordelen van een verzorgingsstaat te profiteren.

Neem nog eens het voorbeeld van Internet.org. De online service van Facebook wordt een goed medium om gratis educatief materiaal aan de bevolking van ontwikkelingslanden te bieden. De overheid biedt geen alternatief voor het verspreiden van gratis educatie, omdat Facebook simpelweg veel efficiënter en goedkoper is, er hoeven immers minder universiteiten gebouwd te worden. Maar ineens komt Facebook in een machtspositie, omdat er simpelweg geen andere manier is om gratis educatie te krijgen.

Ten gunste van de burger

Hoe kunnen we onszelf dan beschermen tegen deze privatisering van de verzorgingsstaat? En welke rol kan big data daarin spelen? Volgens Morozov zijn er op aarde al steden die zich afzetten tegen de macht van Silicon Valley. "Die steden staan nu voor de uitdaging van het heruitvinden van een smart city die buiten de handen blijft van bedrijven als HP, Cisco, Philips of Google. Ze zijn weliswaar niet heel succesvol, maar zij zijn de spelers die op dit moment kunnen bestaan buiten het idee staan van een markt die het antwoord op alles is."

"Helsinki heeft bijvoorbeeld al een transportsysteem ontwikkeld waarbij mensen op hun telefoon aangeven waar ze naartoe willen. Een algoritme bepaalt vervolgens de snelste route en je wordt even later opgehaald door een minibus, die ook zeven of acht andere mensen naar zijn bestemming brengt. Daarvoor betaal je 2 of 3 euro, in plaats van de 20 of 30 euro die je nu voor een taxi betaalt." Dit transportsysteem is een alternatief voor Uber dat wordt geregeld vanuit de overheid. De data die verzameld wordt - in dit geval van je locatie – wordt alleen gebruikt voor het calculeren van een efficiënte route. En niet nog eens op de achtergrond worden doorverkocht aan, bijvoorbeeld, een hotdogbedrijf dat graag wilt weten waar de meeste mensen komen, om op die plekken hotdogkraampjes te plaatsen.

Het punt dat Morozov maakt is dat de markt geen onderdeel mag worden van de publieke sector. De markt zal namelijk altijd handelen vanuit een commercieel perspectief, om wat voor dienst het ook gaat. Verzamelen en analyseren van data kan ook publieke diensten verbeteren, maar die data moeten ook alleen gebruikt worden ten gunste van het voortbestaan van de dienst, en niet om geld te verdienen. "We moeten nagaan hoe, door wie en waarvoor onze data wordt verzameld en geanalyseerd om een deel van de infrastructuur terug te verdienen. Anders lopen we het risico dat bedrijven als Google en Facebook straks ons transport- en gezondheidsstelsel beheren."

Auteur

Freelance journalist Bram Steijns schrijft graag over innovatie in technologie, design en duurzaamheid. Is het liefst zo veel mogelijk in het buitenland en houdt van film, fotografie en muziek.