Inhoudsopgave
    

‘Hé Siri, eh, laat maar’
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 5 min

Techgiganten zetten steeds meer in op spraakassistenten. Google Home, Siri, Cortana, Amazon Echo, Viv: stuk voor stuk indrukwekkend, maar gaan we ze ook echt gebruiken? Floris Poort betwijfelt het.

Het wordt gebracht als de volgende grote stap in personal computing: praten tegen een digitale assistent die altijd begrijpt wat je bedoelt en altijd een antwoord of actie klaar heeft. Science-fiction in de woonkamer dat in rap tempo science-fact aan het worden is.

Google presenteerde deze week tijdens de ontwikkelaarsconferentie I/O zijn nieuwe assistent Google Home. Een apparaatje dat, hoe zullen we het zeggen, sterk is geïnspireerd door de Amazon Echo. Beide praatpaaltjes hebben de vorm van een fraaie speaker, luisterend naar het startsein "Oké Google" dan wel "Hey Alexa" en kunnen daarna vragen beantwoorden en acties uitvoeren.

Google Home draait daarbij op Google Assistant, het huidige toppunt van Google’s kunstmatige intelligentie. Assistant loopt volgens Google een paar jaar voor op de concurrentie en kan daardoor niet alleen vragen begrijpen die op een natuurlijke manier worden gesteld, maar ook omgaan met vervolgvragen en die bovendien in context plaatsen.

De toekomstvisie van Google Home

Hoe dat er in de praktijk uitziet toonde Google in een video, waarin een druk gezin muziek afspeelt, de agenda doorneemt, vragen over verstuurde pakketjes en het heelal stelt, en video op tv laat afspelen. Google Home zegt dat een vlucht is vertraagd, de eigenaar laat de assistent vervolgens een afspraak verzetten, allemaal zonder ook maar een knop in te hoeven drukken. Google Assistant werkt straks overigens ook op telefoons, waarbij gebruikers vragen kunnen stellen over wat er op hun scherm te zien is, of bijvoorbeeld over een gebouw waar ze voor staan.

Onrealistische vragen

Twee weken geleden kwamen de ontwikkelaars die Siri bedachten voordat het aan Apple werd verkocht, ook met een nieuwe spraakassistent: Viv. Slimmer dan Siri heeft Viv toegang tot apps, diensten en informatie op het apparaat van de gebruiker. (Volgens geruchten voegt Apple tijdens ontwikkelaarsconferentie WWDC in juni dergelijke functionaliteit aan Siri toe.) Viv heeft dankzij kunstmatige intelligentie ook een zelflerend vermogen, waardoor steeds complexere en specifieke vragen op natuurlijke wijze gesteld kunnen worden. Viv moet een open platform worden, beschikbaar als app op allerlei apparaten.

Viv, de spraakassistent van de makers van Siri

Indrukwekkende technologie, zonder meer, maar gaan we het echt gebruiken? Viv wordt gedemonstreerd aan de hand van complexe maar compleet onrealistische vragen. "Regende het drie dagen geleden in Seattle?" of "Wordt het overmorgen om 17 uur warmer dan 20 graden bij de Golden Gate Bridge?" Zo gaat het steeds. Vrijwel alle voorbeelden die makers van spraakassistenten geven laten vooral het technisch vernuft van de software zien in plaats van het praktisch nut.

Zelfs een meer realistische vraag als "Ik zoek een ritje voor zes mensen naar die en die plek" is redelijk onnozel: op geen enkele manier is het vinden van een grote Uber of taxibusje op dit moment ingewikkeld, langzaam of hinderlijk. Bovendien: hoe vaak stel je zo'n vraag nou werkelijk? Google Home en Viv vervullen hun rollen misschien iets beter dan bestaande spraakassistenten, maar het is een rol waar we volgens mij helemaal niet zo op zitten te wachten.

Ongemakkelijk

Sind vorig jaar spreekt Siri Nederlands, en ik dacht voorheen dat ik de assistent vanaf dat moment eindelijk voor meer zou gaan gebruiken dan het instellen van een timer voor de pizza in de oven. Toch kom ik zelden verder dan het instellen van wekkers, timers en heel soms een vraag over het weer of om tijdens het fietsen een ander muziekje op te zetten.

Dit heeft deels te maken met de domheid van Siri. Nog steeds moet je vragen op specifieke wijze stellen om een gewenst antwoord te krijgen. In het Engels werkt dat bij elke spraakassistent beter en zal altijd beter werken, maar ook dan geldt: een paar keer een domme reactie en je zoekt het liever zelf uit. Niemand heeft zin om overdreven duidelijk te articuleren tegen een apparaat dat de eerste keer niet begrijpt wat je nou precies wil.

Ook de oudhollandse ongemakkelijkheid van in het openbaar tegen een apparaat praten telt mee. Ik haal het niet in mijn hoofd om in een vol station op duidelijke toon aan mijn telefoon te vragen hoe laat mijn trein vanaf welk spoor vertrekt, laat staan dat ik tegen mijn horloge een berichtje dicteer. Bovendien heb ik mijn vertrektijd op weg naar het station al in twee duimdrukken opgezocht zonder dat ik daarvoor mijn muziek hoefde te pauzeren.

Met losse handen

Apparaten zoals Google Home en Amazon Echo maar bijvoorbeeld ook de iPhone 6S luisteren altijd en zijn daarom handsfree te gebruiken. Dat wordt in reclames vaak gedemonstreerd door kokende mensen die met vieze handen vragen hoeveel gram een ounce ook al weer is of wat de volgende stap van het recept is. Of mensen zijn zo druk met het huishouden dat ze commando’s roepen in plaats van naar hun telefoon te grijpen.

Dat is direct ook mijn grootste bezwaar op al die spraakassistenten: hoe slim ook, in veruit de meeste gevallen heb ik al een telefoon in mijn hand of zit ik achter mijn computer. En in de meeste gevallen is het intikken van een zoekvraag net zo makkelijk, minder foutgevoelig, compleet sociaal geaccepteerd en bovendien zijn we het gewend. Een spraakassistent kan zelfs in het beste geval maar aan een deel van onze wensen voldoen; het gros van de tijd scrollen we alsnog met onze duim over een scherm.

De toekomst

Begrijp me niet verkeerd: elke keer dat er een nieuwe spraakassistent wordt getoond ben ik onder de indruk en elke verbetering van bestaande assistenten is tof. De keren dat ik zulke technologie gebruik waan ik me in de toekomst.

Maar zoals wel vaker loopt het in de werkelijkheid anders dan in science-fiction, en zijn we ondanks alle spraakassistenten die we nog dit jaar in huis kunnen halen mijlenver verwijderd van een wereld waarin spraakassistenten echt bij ons leven horen.

Probeer als simpel gedachte-experiment maar eens het volgende: beeld je in dat je werkelijk alles aan je telefoon of computer kan vragen. Elke vraag wordt perfect begrepen, hoe complex of obscuur ook, de digitale assistent kan putten uit elke kennisbron, kan in al je apps, kent je taalgebruik en kan dus op commando berichten namens jou schrijven aan je vrienden.

Stel je die perfecte assistent voor en bedenk: wat zou je vragen? Welke commando’s zou je geven? Ik kom niet verder dan een handjevol handelingen die ik net zo makkelijk zelf kan doen. Ondertussen is die perfecte assistent er nog niet, waardoor we voorlopig vooral hele flitsende manieren hebben om muziek te draaien, of naar het weer te vragen.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.