Inhoudsopgave
    

‘Hé Siri, eh, laat maar’
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 5 min

Techgiganten zetten steeds meer in op spraakassistenten. Google Home, Siri, Cortana, Amazon Echo, Viv: stuk voor stuk indrukwekkend, maar gaan we ze ook echt gebruiken? Floris Poort betwijfelt het.

Het wordt gebracht als de volgende grote stap in personal computing: praten tegen een digitale assistent die altijd begrijpt wat je bedoelt en altijd een antwoord of actie klaar heeft. Science-fiction in de woonkamer dat in rap tempo science-fact aan het worden is.

Google presenteerde deze week tijdens de ontwikkelaarsconferentie I/O zijn nieuwe assistent Google Home. Een apparaatje dat, hoe zullen we het zeggen, sterk is geïnspireerd door de Amazon Echo. Beide praatpaaltjes hebben de vorm van een fraaie speaker, luisterend naar het startsein "Oké Google" dan wel "Hey Alexa" en kunnen daarna vragen beantwoorden en acties uitvoeren.

Google Home draait daarbij op Google Assistant, het huidige toppunt van Google’s kunstmatige intelligentie. Assistant loopt volgens Google een paar jaar voor op de concurrentie en kan daardoor niet alleen vragen begrijpen die op een natuurlijke manier worden gesteld, maar ook omgaan met vervolgvragen en die bovendien in context plaatsen.

De toekomstvisie van Google Home

Hoe dat er in de praktijk uitziet toonde Google in een video, waarin een druk gezin muziek afspeelt, de agenda doorneemt, vragen over verstuurde pakketjes en het heelal stelt, en video op tv laat afspelen. Google Home zegt dat een vlucht is vertraagd, de eigenaar laat de assistent vervolgens een afspraak verzetten, allemaal zonder ook maar een knop in te hoeven drukken. Google Assistant werkt straks overigens ook op telefoons, waarbij gebruikers vragen kunnen stellen over wat er op hun scherm te zien is, of bijvoorbeeld over een gebouw waar ze voor staan.

Onrealistische vragen

Twee weken geleden kwamen de ontwikkelaars die Siri bedachten voordat het aan Apple werd verkocht, ook met een nieuwe spraakassistent: Viv. Slimmer dan Siri heeft Viv toegang tot apps, diensten en informatie op het apparaat van de gebruiker. (Volgens geruchten voegt Apple tijdens ontwikkelaarsconferentie WWDC in juni dergelijke functionaliteit aan Siri toe.) Viv heeft dankzij kunstmatige intelligentie ook een zelflerend vermogen, waardoor steeds complexere en specifieke vragen op natuurlijke wijze gesteld kunnen worden. Viv moet een open platform worden, beschikbaar als app op allerlei apparaten.

Viv, de spraakassistent van de makers van Siri

Indrukwekkende technologie, zonder meer, maar gaan we het echt gebruiken? Viv wordt gedemonstreerd aan de hand van complexe maar compleet onrealistische vragen. "Regende het drie dagen geleden in Seattle?" of "Wordt het overmorgen om 17 uur warmer dan 20 graden bij de Golden Gate Bridge?" Zo gaat het steeds. Vrijwel alle voorbeelden die makers van spraakassistenten geven laten vooral het technisch vernuft van de software zien in plaats van het praktisch nut.

Zelfs een meer realistische vraag als "Ik zoek een ritje voor zes mensen naar die en die plek" is redelijk onnozel: op geen enkele manier is het vinden van een grote Uber of taxibusje op dit moment ingewikkeld, langzaam of hinderlijk. Bovendien: hoe vaak stel je zo'n vraag nou werkelijk? Google Home en Viv vervullen hun rollen misschien iets beter dan bestaande spraakassistenten, maar het is een rol waar we volgens mij helemaal niet zo op zitten te wachten.

Ongemakkelijk

Sind vorig jaar spreekt Siri Nederlands, en ik dacht voorheen dat ik de assistent vanaf dat moment eindelijk voor meer zou gaan gebruiken dan het instellen van een timer voor de pizza in de oven. Toch kom ik zelden verder dan het instellen van wekkers, timers en heel soms een vraag over het weer of om tijdens het fietsen een ander muziekje op te zetten.

Dit heeft deels te maken met de domheid van Siri. Nog steeds moet je vragen op specifieke wijze stellen om een gewenst antwoord te krijgen. In het Engels werkt dat bij elke spraakassistent beter en zal altijd beter werken, maar ook dan geldt: een paar keer een domme reactie en je zoekt het liever zelf uit. Niemand heeft zin om overdreven duidelijk te articuleren tegen een apparaat dat de eerste keer niet begrijpt wat je nou precies wil.

Ook de oudhollandse ongemakkelijkheid van in het openbaar tegen een apparaat praten telt mee. Ik haal het niet in mijn hoofd om in een vol station op duidelijke toon aan mijn telefoon te vragen hoe laat mijn trein vanaf welk spoor vertrekt, laat staan dat ik tegen mijn horloge een berichtje dicteer. Bovendien heb ik mijn vertrektijd op weg naar het station al in twee duimdrukken opgezocht zonder dat ik daarvoor mijn muziek hoefde te pauzeren.

Met losse handen

Apparaten zoals Google Home en Amazon Echo maar bijvoorbeeld ook de iPhone 6S luisteren altijd en zijn daarom handsfree te gebruiken. Dat wordt in reclames vaak gedemonstreerd door kokende mensen die met vieze handen vragen hoeveel gram een ounce ook al weer is of wat de volgende stap van het recept is. Of mensen zijn zo druk met het huishouden dat ze commando’s roepen in plaats van naar hun telefoon te grijpen.

Dat is direct ook mijn grootste bezwaar op al die spraakassistenten: hoe slim ook, in veruit de meeste gevallen heb ik al een telefoon in mijn hand of zit ik achter mijn computer. En in de meeste gevallen is het intikken van een zoekvraag net zo makkelijk, minder foutgevoelig, compleet sociaal geaccepteerd en bovendien zijn we het gewend. Een spraakassistent kan zelfs in het beste geval maar aan een deel van onze wensen voldoen; het gros van de tijd scrollen we alsnog met onze duim over een scherm.

De toekomst

Begrijp me niet verkeerd: elke keer dat er een nieuwe spraakassistent wordt getoond ben ik onder de indruk en elke verbetering van bestaande assistenten is tof. De keren dat ik zulke technologie gebruik waan ik me in de toekomst.

Maar zoals wel vaker loopt het in de werkelijkheid anders dan in science-fiction, en zijn we ondanks alle spraakassistenten die we nog dit jaar in huis kunnen halen mijlenver verwijderd van een wereld waarin spraakassistenten echt bij ons leven horen.

Probeer als simpel gedachte-experiment maar eens het volgende: beeld je in dat je werkelijk alles aan je telefoon of computer kan vragen. Elke vraag wordt perfect begrepen, hoe complex of obscuur ook, de digitale assistent kan putten uit elke kennisbron, kan in al je apps, kent je taalgebruik en kan dus op commando berichten namens jou schrijven aan je vrienden.

Stel je die perfecte assistent voor en bedenk: wat zou je vragen? Welke commando’s zou je geven? Ik kom niet verder dan een handjevol handelingen die ik net zo makkelijk zelf kan doen. Ondertussen is die perfecte assistent er nog niet, waardoor we voorlopig vooral hele flitsende manieren hebben om muziek te draaien, of naar het weer te vragen.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

3D-printpionier wil organisaties ontwerpen
Miranda Hoogervorst
door Miranda Hoogervorst
leestijd: 8 min

De Finse ontwerper Janne Kyttänen is een van de bekendste voorvechters van 3D-printen in de designwereld. Maar hij heeft nu een nieuwe missie: het ontwerpen van superefficiënte organisaties.

Janne Kyttänen wijdde de afgelopen 15 jaar van zijn carrière aan het promoten van 3D-printing voor de consumentenmarkt. Met zijn bedrijf Freedom Of Creation in Amsterdam creëerde hij baanbrekende interieurobjecten, lifestyle-accessoires en 3D-geprinte kledingstukken die te bewonderen zijn in bijvoorbeeld het Stedelijk Museum in Amsterdam, MoMa en FIT in New York. Kyttänen riep 15 jaar geleden al dat 3D-printing ons consumptiegedrag revolutionair zou kunnen gaan veranderen. Om dat proces te versnellen ging hij in 2011 aan de slag als Creative Director van fabrikant 3D Systems.

Begin deze maand verliet hij het beursgenoteerde bedrijf. Vijf jaar ervaring met rigide bedrijfsstructuren en allesbepalende kwartaalcijfers waren de voedingsbodem voor de gloednieuwe, eigenzinnige investeringsmaatschappij What The Future Venture Capital: een 'designbureau voor bedrijfsstructuren'. We Skypen met Janne over zijn nieuwe missie.

Waarom stopte je bij 3D Systems? 

Ik ben de wereld van 3D-printing in gegaan voor de toepassing in consumentenproducten. Mijn grote interesse ligt bij het aanbieden van zoveel mogelijk nieuwe content voor die markt en daar ben ik bijna twintig jaar mee bezig geweest. Dat was ook de reden waarom ik bij 3D Systems ben gaan werken en mijn bedrijven aan ze heb verkocht. Ik had eindelijk een geschikte partner gevonden; eentje met geld, technologie en materialen. Hun strategie bleek puur op de industriële markt te zijn gericht. 3D Systems stopte met de consumentenproducten en website, dat betekende voor mij game over. Het had simpelweg voor mij geen nut meer om daar te zijn.

Die ontwikkelingen moeten behoorlijk frustrerend voor je zijn geweest? 

Ja, dat waren ze zeker. Ik heb mijn bedrijven verkocht en kwam in een snoepwinkel, maar ik mocht geen snoep eten. Het is aan de ene kant frustrerend, omdat het voelt alsof ik jaren heb verloren waarin ik mooie productlanceringen had kunnen doen. Maar aan de andere kant heb ik geleerd hoe deze beursgenoteerde bedrijven gedomineerd worden door Wall Street. De voordelen van langetermijn-innovaties en een creatieve, open-mind leveren niet direct iets op in het volgende kwartaal, dus het is voor beursgenoteerde bedrijven moeilijk om echt creatief te zijn; als creatief denker loop je daarom steeds weer met het hoofd tegen de muur.

Was dat de prikkel voor What The Future Venture Capital?

Ik wil die barricades uitroeien, ze hebben geen enkele waarde. Grote bedrijven zijn erg inefficiënt en ik voorspel dat er grote dingen moeten veranderen, willen ze de competitie aan kunnen gaan met nieuwe, jongere bedrijven. We leven in een steeds meer verbonden wereld; naar 'kantoor' gaan is al bijna iets uit het verleden. Het 'bezitten' van dingen gaat ook steeds meer tot het verleden behoren. Overhead en bedrijfsstructuren moeten vederlicht zijn, maar je moet zorgen dat je ieders tijd en talent maximaal benut. 

Is WTFVC een ontwerpbureau of een venture capitalist? 

Het is in feite een ontwerpbureau, maar in plaats van het ontwerpen van producten, ontwerpen we complete organisaties. Ik ontwerp zelf ook nog steeds producten, maar ik ben meer geïnteresseerd in het vormgeven van bedrijven. Als je ontwerpt dan is het kiezen van de juiste bouten en moeren cruciaal voor het eindresultaat. Voor een organisatie geldt dat ook: mensen vormen de bouten en moeren en je moet de juiste kiezen om het geheel goed te laten draaien. We willen nieuwe organisatiestructuren neerzetten met een nog niet eerder vertoonde mate van efficiëntie en die gaan doorvoeren in al onze ondernemingen. 

Wat wordt dan precies het 'nieuwe' aan de startups van WTFVC?

Wij zijn zélf de startup. Het merendeel van de ondernemingen gaan we zelf ontwikkelen. Ik heb zoveel ideeën en designs waar ik ontzettend enthousiast over ben en die wil ik zo snel mogelijk in de markt gaan zetten. We gaan kick-ass ceo's zoeken om die startups te runnen, in ruil voor een klein aandeel in het bedrijf. Wij werken dus precies andersom. Conventionele investeerders hebben alleen het geld, niet de ideeën. Ze stoppen geld in je project en willen dan 10 procent. Wij investeren liever in de mensen. De eerste startups zullen we deze zomer lanceren. Ze bevinden zich allemaal op het snijvlak van tech en design, en bevatten elementen uit VR, AR, 3D-printing en andere technologieën. De technologie of hoe de dingen uiteindelijk gemaakt worden interesseert ons niet, we kijken naar de producten vanuit de behoefte van de markt. 

Is 3D-printing overschat voor de consumentenmarkt? 

Het groeit nog steeds gestaag, de laatste 30 jaar is het jaarlijks met 25 tot 30 procent gegroeid, maar op dit moment wordt het toch zwaar overschat. Als kwaliteit, gebruiksgemak en snelheid zouden verbeteren, dan worden de printers veel populairder. Maar ik geloof nog steeds in de industrie. En zeker nu Chinese producten op de markt komen met veel goedkopere machines. Dat heeft ook twee kanten natuurlijk. Hoe meer machines er op de markt komen, des te meer rommel mensen gaan printen, gewoon omdat het kan. Dat zorgt ook weer voor meer plastic rotzooi in de oceaan. Aan de andere kant; snellere machines en goedkopere materialen zorgen er ook voor dat industrieën meer gaan innoveren. 

Wat zou 3D-printing nou echt interessant maken voor consumenten? 

We hebben daadwerkelijke innovatie nodig met nieuwe technologieën en cruciaal is een sterke prijsverlaging van de materialen. Als dat niet gebeurt dan kan 3D-printing nooit de strijd aan gaan met Chinese massaproductie en zal het onmogelijk zijn om lucratieve online platformen te creëren. Producten 'on demand' produceren klinkt fantastisch als je overproductie en een groeiende afvalberg wilt aanpakken, maar de consument geeft daar niet om. Zij willen hun bestelling gewoon snel ontvangen, net zo snel als Amazon dat doet. Maar als je een iPhone-hoesje wilt bestellen via bijvoorbeeld Shapeways, duurt het twee weken voordat je dat binnen hebt. Het is op dit moment nog een strijd tussen de oude en nieuwe wereld. Het is zeer interessant om te zien waar dat naar toe gaat.

Je maakte de eerste 3D-geprinte jurk meer dan vijftien jaar geleden. Karl Lagerfeld experimenteerde pas vorig jaar met 3D-geprinte couturestukken. Waar blijft de modewereld?

De meeste modemerken hebben wel wat geprobeerd en onderdelen geprint, meestal voor marketingdoeleinden, maar het is iets heel anders om het ook daadwerkelijk op te gaan nemen in het modesysteem. Een goed voorbeeld is het 3D-printen van gepersonaliseerde knopen voor een jasje. Het middenkader vindt het een goed idee en ziet ook dat het cool en interessant kan zijn voor hun klanten. Dan gaat het een laag hoger en wordt het bekeken door de financiële afdeling. Ze kijken naar de spreadsheet en denken: "Wow, normaal betalen we een cent voor een knoop en bestellen we er honderdduizend in China. Nu moeten we tien dollar voor betalen? Vergeet het maar."

Wat is jouw ervaring met de 'waarde' die modemerken toekennen aan 3D-geprinte producten ten opzichte van 'ambachtelijke', met de hand gemaakte producten? 

Mensen begrijpen computerontwerpen niet, of ze hebben er weinig waardering voor. Ik hoor vaak als reactie: "Oh, maar dat is gewoon door de software gemaakt." Nou, ik wil ze graag laten zien wat dat inhoudt, gewoon door software gemaakt. Mijn designs zijn ook met de hand gemaakt, alleen het verschil is dat ik geen hamer gebruik, maar programmeer en een muis gebruik. Ik ben een 'digital sculptor'. Dat misverstand is ook een groot probleem in de modewereld. Toen ik modebedrijven probeerde te adviseren over 3D-printing kwam ik de grootste weerstand tegen bij designers. Ze voelden zich bedreigd: "Wat kom jij hier doen? Kom je onze banen overbodig maken?" Ik geloof dat die houding ten aanzien van 3D-printing uiteindelijk wel zal veranderen, maar dat zal nog wel een generatie duren.

Dus de prijs is niet het enige probleem in de acceptatie van 3D-printing? 

Het grootste probleem is de ouderwetse bedrijfsstructuur van modemerken; die past niet meer bij deze tijd en moet aangepast worden. Producten worden in lagelonenlanden gemaakt, zoals Bangladesh, waardoor bedrijven astronomische prijsmarges halen. Van dat geld financieren ze reclame, terwijl echte innovatie misschien veel minder reclame nodig heeft. Dan is die knoop de tien dollar meer dan waard. Maar dan zijn marketingmensen niet meer nodig. Vandaar dat deze verandering nog wel wat tijd nodig heeft.

In de eerste jaren van Freedom Of Creation zei je dat 3D-printing de modewereld compleet zou gaan veranderen en massa- en overproductie overbodig zou gaan maken. Wat denk je nu van die uitspraak? 

Toen ik Freedom Of Creation startte, wilde ik een industrie bouwen die plastic-vervuiling in de oceanen zou uitroeien en ons in staat zou stellen om producten lokaal te kunnen fabriceren, waar ook ter wereld. Mensen zouden beter gaan nadenken over het design en hun materialen steeds weer kunnen hergebruiken voor nieuwe producten. Ik heb samen met Scott Summit, Will.i.am en Coca Cola de Ekocycle-printer ontworpen, die doet precies wat ik vijftien jaar geleden wilde doen met FOC. Op papier is het een fantastisch idee; de machine is gemaakt van gerecyclede PET-flessen. Zo kun je de productiecirkel sluiten. Maar als je dit project echt levensvatbaar wilt maken, moet je dealen met allerlei ingewikkelde, ook politieke zaken. Ik zou er een boek over kunnen schrijven. Het zijn fantastische ideeën, maar met sommige projecten zijn we gewoon nog te vroeg. 

Auteur

Miranda Hoogervorst (MirandaWrites10) is specialist op het snijvlak tussen mode, tech en duurzaamheid. Is momenteel geobsedeerd door Girls Can Code en 'shrimp-treated bespoke denim'.

Scale-ups: Peecho
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 9 min

In onze reeks over Nederlandse startups die succesvol aan de weg timmeren en opschalen dit keer Peecho: de 'printknop van internet'.

Ooit gehoord van Peecho? Waarschijnlijk niet. Naamsbekendheid verwerven is voor het Amsterdamse bedrijf geen doel op zich. Peecho is echter wel de centrale spil in een wereldwijd netwerk van circa 35 professionele printfaciliteiten in Europa en de VS. Dankzij Peecho is de printwereld afgelopen jaren op zijn kop gezet, zoals Uber dat deed met taxidiensten. Hoe?

Door het voor uitgevers mogelijk te maken om via de cloud content te versturen naar grote en gespecialiseerde printbedrijven of drukkers overal ter wereld. Printcloud, zo noemt Peecho zijn slimme technologische vondst die in 2010 werd gelanceerd. Printcloud was Peecho's eerste grote innovatie. Al snel zou daar echter weer een nieuwe innovatie op volgen: een gratis stukje programmacode waarmee uitgevers en andere contenteigenaren hun digitale producten als professioneel geprint product aan het grote publiek konden gaan aanbieden. Simpelweg door de code aan hun site toe te voegen.

Dankzij de introductie van de 'printknop van internet', zoals de oprichters van Peecho, Martijn Groot (43) en Sander Nagtegaal (41), hun programmacode noemden, zou Peecho in een paar jaar tijd één van de snelst groeiende print-on-demand services worden. Van een groot bestand in PDF-formaat tot een simpel GIF-bestand, vrijwel elk bestandstype dat gebruikt wordt voor het maken van digitale content kan tegenwoordig worden geüpload naar het printplatform om vervolgens in gedrukte vorm weer op te duiken als boek, tijdschrift, poster of canvas, gedrukt bij de dichtstbijzijnde printfaciliteit.

Uitgevers en contenteigenaren mogen zelf de prijs van hun product bepalen en ontvangen als winst het verschil tussen de consumentenprijs en de kostprijs. Een marge van de kostprijs gaat naar Peecho zelf. Gebruikers hoeven zich verder nergens zorgen over te maken. Orderproces, betaling, verwerking, productie en aflevering aan de consument: het wordt allemaal automatisch afgehandeld door het printplatform. Door producten in de regio van de klant te drukken, zorgt de dienst bovendien voor een snelle levering en een minimale belasting van het milieu.

Peecho-ceo Martijn Groot
Peecho-ceo Martijn Groot

Explosie van digitale content

Kennis van gepersonaliseerde printproducten en de waarde daarvan deden Groot en Nagtegaal op bij Albumprinter, de voormalige Nederlandse producent van fotoalbums die in 2008 werd uitgeroepen tot het snelst groeiende technologiebedrijf van Nederland. "Zes jaar geleden zagen we een explosie van digitale content. We zagen bovendien hoe massa-print verdween", zegt Groot. "Onze voorspelling was dat er een nieuwe vraag zou ontstaan naar 'print als luxegoed'. Ofwel naar publicaties, foto's, kunst en andere creatieve uitingen die zo speciaal zijn dat mensen ze willen hebben in een ander medium, zoals print." 

Alleen in sommige niches - zoals fotoboeken - konden grote retailers, zoals de HEMA, dit aan het grote publiek aanbieden. Maar het overgrote deel van de soms prachtige digitale content bleef volgens Groot onbenut. "Mensen konden het niet kopen of verkopen. Er was geen goede marktplaats voor. Voor ons was dat het moment om een start-up op te richten en die markt aan te pakken." 

Voor de fanfare uit

Een dotcom-naam met weinig letters was snel gevonden: Peecho.com. Wat de naam betekende wist niemand. Alleen in het populaire crowdsourcing-woordenboek Urban Dictionary bleek een definitie te staan. Groot: "Kort gezegd was een Peecho iemand die hard zijn best doet om cool te zijn. Dat was dus wel grappig in een tijd van social media, waarin iedereen bezig was om buitengewoon leuk te zijn. De pinguïn in ons logo kreeg ook twee zweetdruppels. Deels omdat ie zo hard zijn best doet om cool te zijn en deels om te laten zien dat het runnen van een start-up hard werken is."

Het opzetten en ontwikkelen van een internetbedrijf leerden Groot en Nagtegaal ook zonder het volgen van acceleratorprogramma's. "In 2010 liepen we net voor de fanfare uit - jammer genoeg", zegt Groot hierover. "Een bedrijf als Rockstart was er nog niet. We hebben daarom ook geen speciale trainingen gevolgd en zijn eigenlijk autodidact. Veel van de zaken die we hebben geleerd, leerden we van onze adviseurs, investeerders en andere bekenden uit ons netwerk." Geld van investeerders ontving Peecho twee maal, in 2012 en 2015, in totaal een bedrag van ruim 1,5 miljoen euro. Investeerders waren onder meer het investeringsfonds Peak Capital en Sumis Printmanagement. Het geld werd aanvankelijk gebruikt voor het verbeteren van het platform, de zoektocht naar vermarktbare producten en later voor de uitbreiding van het Peecho-team met jonge marketingspecialisten en growth-hackers.

Twaalf diensten van Amazon

Peecho bleek voor Groot en zijn compagnon echter ook een flinke omschakeling in het dagelijkse werkproces. "We moesten ineens aan de slag met bestanden die nooit bedoeld waren om te printen en willekeurige digitale content die om een of andere reden belangrijk was voor degene die de print wilde aanschaffen", zegt Groot. "Verschillende groottes, bestandstypes en kleurschema's maakten ons leven ineens ingewikkeld. Inmiddels hebben we die problemen opgelost met een systeem dat volledig is gebouwd met behulp van Amazon Web Services, 's werelds grootste clouddienstenplatform, waarvan we tegenwoordig zo'n twaalf verschillende diensten gebruiken."

Volgens Groot wordt de printknop nu al door 7500 websites en apps gebruikt en zijn klanten vooral kleine uitgevers en contenteigenaren, de partijen die eerder nergens terecht konden. "Met Peecho hebben we ervoor gezorgd dat ook kleine self- en indie-publishers nu toegang hebben tot professionele printfaciliteiten. Ze hebben bovendien de mogelijkheid om producten in kleine oplages te drukken. Zo'n tachtig procent van onze orders bestaat nu ook uit één stuk. Naar mijn bescheiden mening zijn we er daardoor aardig in geslaagd om de 'print-kolom' op zijn kop te zetten. Ik las verder dat millennials print in toenemende mate omarmen voor een project, werkstuk of een coole plaat aan de muur. Ik denk dat print als 'luxe goed' momenteel ook nog in de kinderschoenen staat."

WeTransfer van print

Bestellingen via de printknop lopen volgens Groot verder steeds beter. "We zijn inmiddels zo ver dat de alarmbellen gaan rinkelen als er tien minuten geen bestelling is, ook 's nachts. Dan is er met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid iets mis op het platform. In het eerste kwartaal van dit jaar werd de printknop verder ruim twee keer zoveel gebruikt als in hetzelfde kwartaal vorig jaar. Tegelijkertijd groeide ook de gemiddelde waarde per bestelling. De alarmbellen gaan overigens zelden of nooit af, want het platform is behoorlijk robuust. Tijdens onze eerste investering werd het platform tijdens de due diligence zelfs betiteld als een Rolls Royce. Zelf zien we ons ook graag als de WeTransfer van print. Bij WeTransfer stuur je een digitaal document door naar een ontvanger en blijft het document digitaal. Bij ons upload je iets digitaals en komt het eruit als print. Het lijkt erg op elkaar en in beide gevallen werkt het heel simpel." 

Het aantal printbare producten blijkt verder een stuk groter te zijn dan op de site van de dienst is te zien. Volgens Groot is dat een bewuste keuze. "We laten op de site niet alle producten zien, maar alleen de producten die het meest worden aangeboden. Daarin hebben we een continue gegarandeerd volume, dus altijd een scherpe prijs. In totaal staan er nu zeven productcategorieën op de site. In mijn dashboard zitten zelfs zo'n 120 productgroepen, maar die zijn vaak voor de nichemarkten niet zo interessant." 

Aansluiting op nog meer printfaciliteiten

Eén van de grootste klanten die Peecho wist te interesseren voor de printknop was Issuu, het snelstgroeiende digitale uitgeversplatform ter wereld waarop ontelbare gratis bladen zijn te lezen. Door het partnerschap met Issuu kreeg Peecho toegang tot een enorm aantal PDF-bestanden. Groot: "Issuu is nog steeds belangrijk voor ons, maar we werken nu ook samen met andere grote partners. Tegenwoordig komt de helft van onze omzet uit de VS. En we kijken ook naar uitbreiding van ons netwerk in Azië en Australië. Met het aansluiten van steeds meer partijen breidt ons netwerk zich steeds verder uit. Onze droom van 'aangesloten printfaciliteiten op elk continent' komt ook steeds dichterbij. Al gaat het niet vanzelf. Je hebt namelijk wel enig volume nodig om in een regio van start te kunnen gaan. Daarbij willen we ook de marktconforme prijzen garanderen. En dat lukt niet bij elk product. In een vechtmarkt als canvas bijvoorbeeld is dat erg lastig."

Volgens Groot koos Peecho verder bewust voor een businessmodel waarin de naam van het bedrijf niet belangrijk is. "De reden is dat we geloven in een gedistribueerd model, zoals YouTube. Die site werd vooral groot omdat iedereen de software of video's van YouTube in een eigen site kon bouwen. Datzelfde hebben wij met de printknop willen veroorzaken. Dat betekent dat je je eigen naam naar de achtergrond laat verdwijnen. Tegelijk bieden we onze klanten steeds meer mogelijkheden om de service te 'whitelabelen'. De printknop, checkout en betaalmodule kun je tegenwoordig volledig zelf stylen."

Het aantal klanten kan volgens Groot overigens nog worden uitgebreid met grote bedrijven en organisaties als ABNAmro, Deloitte of ING, die in de dagelijkse praktijk nog veel rapporten op papier uitbrengen. "Veel van die rapporten worden ongelezen in het magazijn opgeslagen. Die kun je daarom beter digitaal uitbrengen met bij elk rapport onze printknop ernaast. Zo valt zeker nog veel papier te besparen. De printkosten per stuk zullen hoger zijn. Maar omdat er veel minder exemplaren besteld worden, gaan de totaalkosten omlaag", aldus Groot.

Met copyrightschendingen had Peecho verder tot nog toe weinig van doen. Van illegale handel in auteursrechtelijk beschermd materiaal via de dienst is vrijwel niets te merken, zegt Groot. "Wanneer onze gebruikers geen eigen content uploaden, en wij bemerken dat, dan stoppen we per direct onze samenwerking. Dat is ook terug te vinden in onze Terms & Conditions. Tot op heden hebben we het echter nog niet meegemaakt. Mensen zijn, zo lijkt het, een stuk eerlijker dan veel belanghebbenden denken. Toen we net van start gingen, hebben we ons hierover behoorlijk druk gemaakt. Angst blijkt een slechte raadgever."

Mooie front-end shop

De Amsterdammer Klaas de Jong (58), in het dagelijks leven werkzaam als redacteur op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, zette een half jaar geleden op Peecho de wegschop One1000paintings op met daarin reproducties van beroemde meesterwerken. "Peecho bood een Gallery aan waarin je als contenteigenaar een mooie front-end shop kon inrichten. Die winkel kon je ook aan een eigen internetadres koppelen, wat ik ook heb gedaan", zegt De Jong.

Het runnen van een webshop was voor De Jong niet helemaal nieuw. Al eerder exploiteerde hij als mede-eigenaar een soortgelijke site waarop bezoekers kunstkaarten konden versturen. Dankzij Peecho kon hij echter een eigen virtueel museum beginnen op zijn domein One1000paintings.com. "Het idee was om voor deze shop een collectie te maken van duizend belangrijke werken uit de kunstgeschiedenis. Met daaronder schilderijen van Rembrandt, Van Gogh, Vermeer, noem maar op. Prints hiervan zou ik dan als poster, foam board of canvas via Peecho kunnen verkopen."

De commerciële potentie van zijn verzameling leek De Jong ook erg groot. "Vooral toeristen vormen een interessante doelgroep", zegt hij. "Het belangrijkste souvenir dat toeristen vaak meenemen, is een poster of canvas als herinnering aan een Hollandse meester. De hele vakantiereis zit die kartonnen rol of doos natuurlijk flink in de weg. Maar stel nu dat je als toerist online een kwalitatief hoogwaardige poster of canvas kunt bestellen en dat deze op de deurmat ligt te wachten als je thuiskomt van vakantie. Ideaal toch?"

Het vinden van rechtenvrije afbeeldingen van hoge kwaliteit bleek in de praktijk echter niet zo makkelijk als gedacht. "Online is tegenwoordig een oneindige hoeveelheid kunstafbeeldingen te vinden. Steeds meer musea geven ook hun beeldcollecties vrij. Maar het merendeel van de musea heeft zijn beelden nog altijd beveiligd door het hanteren van allerlei rechtenclaims en gebruiksvoorwaarden. Voor het vinden van rechtenvrije en geschikte digitale kunstwerken moet je online dus wel een beetje de weg weten."

Hoge kwaliteit prints

Qua beeldkwaliteit is er volgens De Jong echter weinig reden tot klagen. Posters, dibonds en canvassen die via de printfabrieken uit Peecho's netwerk worden geleverd kunnen qua printkwaliteit de toets der kritiek ruimschoots doorstaan. "Ik heb goed rondgekeken naar wat het meest geschikte platform zou zijn voor mijn collectie. Peecho heeft concurrenten, maar levert in de praktijk de beste prints van foto's en canvassen. De print-button wordt bovendien gebruikt door het Rijksmuseum, waar de lat wat printkwaliteit betreft vrij hoog wordt gelegd. Dat alleen al zegt genoeg." 

Qua verkoop zit One1000paintings volgens De Jong nu op circa één conversie per tweehonderd bezoekers. Vooral via Facebook loopt het verkeer naar de site goed. "Een minpuntje is wel dat kopers niet kunnen kiezen uit verschillende formaten. De winst die Peecho nog kan maken zit ook zeker in de opties die geboden worden, zoals het aantal formaten, papiersoorten en bindwijzen. Peecho laat verder goed zien dat er behoefte blijft aan verzorgd vormgegeven en redactioneel gefilterde content, vastgelegd in een hardcopy product. Vijf jaar geleden werd het boek verwezen naar de eeuwige jachtvelden van de geschiedenis. Maar papier lijkt toch weer op de weg terug. Mensen blijven van dingen houden die tastbaar zijn en echt", aldus De Jong.

Volgens Groot wordt de front-end shop nog altijd aangeboden, maar niet zichtbaar op de site. De optie wordt ook alleen geboden als mensen daar behoefte aan hebben. "In de praktijk blijkt dat slechts een klein deel van onze gebruikers te zijn. De Gallery zorgde ook voor veel ruis in het dashboard van gebruikers. Mensen begrepen veel onderdelen van de shop niet. Als we een simpele oplossing willen bieden voor een groot publiek, dan moeten we keuzes maken. We hebben er nu voor gekozen om de printknop als belangrijkste product aan te bieden en de webshops naar de achtergrond te schuiven."

Eerder in deze serie over scale-ups:

Peerby

3D Hubs

Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

Sons of smartphone
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 8 min

Smartphones zijn tegenwoordig niet erg spannend meer, maar ze hebben er wel voor gezorgd dat de cutting edge tech van nu, zoals virtual reality, drones en smart homes, haalbaar en betaalbaar werd.

We schreven het twee jaar geleden al in Bright Ideas: smartphones zijn sequels geworden. De vlieger dat nieuwe smartphones nauwelijks verschillen van hun voorgangers gaat nog steeds op. Her en der wordt er nog wat geprobeerd, maar de vernieuwing gaat doorgaans niet veel verder dan een nieuwe kleur, een toegevoegde feature, zoals waterdichtheid, of een display dat weer ietsje scherper is. De economische belangen zijn te groot geworden om al te wilde sprongen te wagen, schreven we in 2014 al.

Consumenten lopen intussen ook steeds minder warm voor een gloednieuwe vervanger. Dat zie je aan de verkoop van smartphones die stagneert. Apple verkocht dit jaar voor het eerst minder iPhones en ook Samsung bemerkte een verminderde groei. Het ding is: smartphones zijn de laatste paar jaar 'goed genoeg' geworden. Upgraden is de investering niet altijd waard. Een iets snellere processor of de toevoeging van een drukgevoelig scherm zijn nu eenmaal geen verbeteringen om een gat in de lucht over te springen.

Tegenwoordig zien alle telefoons er ongeveer hetzelfde uit, draaien ze allemaal de belangrijkste apps en gaan ze een dag mee op een volle accu. Het is bijna lastiger om een slechte smartphone te kopen, dan eentje die het prima doet. Voor een paar honderd euro heb je tegenwoordig geen gloednieuwe iPhone of nieuwste Galaxy S, maar koop je wel een smartphone waarmee je uit de voeten kunt.

Sensoren en chips

Toch rusten smartphonemakers niet op hun lauweren, ze beconcurreren elkaar om de beste prestaties zoals het hoort. Daarom zien we elk jaar weer snellere chips, betere camera’s en scherpere displays, maar worden we er steeds minder enthousiast van. Eigenlijk zonde, want de constante verbetering van chips en sensoren verdient ons enthousiasme. Dankzij die doorontwikkeling van de laatste jaren, zien we nu andere technologie tot bloei komen. Terwijl de prestaties van chips en sensoren blijven groeien, zakken de prijzen.

Zo kost de productie van een accelerometer, die beweging registreert, tegenwoordig nog maar een paar cent. Vergelijk dat met een paar decennia geleden en ze zijn honderd keer goedkoper geworden. De prijzen van modules dalen ook op andere gebieden. De hardware voor vingerafdrukscanners was in 2015 zo’n 25 procent goedkoper dan een jaar eerder, zei een topman van Synaptics, dat technologie levert voor onder meer HTC, Samsung en Sony.

VR-headsets profiteren

De innovatiestorm bij smartphones is minder hevig geworden, maar heeft wel deuren geopend voor andere markten. Kijk naar augmented reality (de Google Glass als eerste test) en virtual reality. Er zijn al oplossingen op de markt zoals de Gear VR, maar zelfs Google Cardboard, waarmee je smartphone de input is voor wat je ziet. Je klikt of schuift een telefoon in een headset die voor je ogen gaat, waarna het display van het toestel je de beelden toont. De accelerometer van de telefoon registreert de beweging van je hoofd.

Een smartphone alleen is dus al genoeg voor een complete VR-beleving, maar er is nog ruimte voor verbetering. De premium-ervaring van virtual reality vind je de komende tijd alleen met een goede computer, met brillen die genoeg pixels kunnen tonen en hardware die echt krachtige en ingewikkelde beelden kan verwerken. Maar ook een Oculus Rift gebruikt sensoren die vanuit de smartphone-sector zijn voortgekomen, zoals de accelerometer die beelden toont op basis van in welke richting je kijkt.

Drones

Ook drones en smartphones gaan al jaren hand in hand. Een telefoon toont beelden die de dronecamera ziet en in sommige gevallen geldt de smartphone als bedieningspaneel voor de drone. Qualcomm, de bekende processorfabrikant voor telefoons, kondigde recent aan ook chips voor drones te gaan maken. De Snapdragon Flight met automatische piloot moet uiteindelijk in die apparaten gebruikt gaan worden. Die chip draagt zijn naam niet per toeval: Snapdragon is al jaren de belangrijkste processor in Android-smartphones.

Drones hebben veel aan telefoons te danken. Kijk naar wat zo'n apparaat allemaal onder de motorkap heeft: een hd-camera, een wifi-module en flash-geheugenopslag. De ingebouwde chips moeten de komende jaren een stuk beter en vooral efficiënter gaan worden, waarmee ze profiteren van de 'smartphone-wedloop'. Die Snapdragon Fligth van Qualcomm moet de prijs van een gemiddelde 4K-cameradrone laten zakken van 1200 dollar naar zo'n 300 of 400 dollar. Als het aan Qualcomm-projectleider Raj Talluri ligt krijgt ook de accuduur krijgt ook een flinke boost: "Die gaat van 20 minuten vliegtijd naar 45 tot 60 minuten."

Samsungs Galaxy S7, uit elkaar gehaald door iFixit.
Samsungs Galaxy S7, uit elkaar gehaald door iFixit.

Smarthome

Naast drones en AR/VR hebben we ook in huis profijt van de smartphone-ontwikkelingen. De Nest-thermostaat springt vanzelf uit als je niet thuis bent. Een slim slot draait de deur dicht en die ene lamp die nog aan stond, gaat vanzelf uit. De slimme apparaten die je nu in huis hebt of de komende jaren zal kopen, vinden hun oorsprong in de smartphone. Van een sensor in de beveiligingscamera die beweging registreert tot een lamp die bemerkt dat het binnen donker wordt, om vanzelf aan te springen.

Voor dit soort apparaten, die aangesloten worden op het internet der dingen, heb je niet eens veel power of de allernieuwste chips nodig. Daardoor kunnen de kosten laag blijven. Wel communiceren de meeste van dit soort apparaten met je smartphone, alles blijft dus met elkaar in contact.

Smartphones zijn nog altijd enorm belangrijk in ons leven. Daar kom je vanzelf achter als hem een keer thuis laat liggen. Echt interessant zijn ze niet meer, wat betreft de nieuwe modellen. Daarom kijken we voortaan liever verder. Want waar de smartphone wel zo’n beetje uitgegroeid lijkt, staan de onderdelen ervan aan de wieg van een hele nieuwe generatie apparaten. En die brengen wel weer nieuwe innovaties.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.

Grand Gear: platenspeler en Plooi
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 6 min

In Grand Gear selecteren we maandelijks de mooiste nieuwe spullen voor je. Spullen die je bij het zien van de foto's in je handen wilt voelen.

Platenspeler anno nu

Muziek streamen of daadwerkelijk draaien is niet langer een keuze met de Trntbl-platenspeler van Vnyl. Het chique apparaat (zeker de zwart met gouden variant) laat je platen afspelen, waarbij hij het nummer dat je draait herkent en op social media kan plaatsen. Via de Tune In-functie laat je via Spotify aan vrienden weten welke lp je draait en audio is draadloos af te spelen naar Sonos-, Airplay- en Bluetooth-speakers. Hij is er ook in het wit, bij Vnyl te preorderen voor 350 dollar.

Koffiewekker

Is een wekker niet genoeg om je ogen te openen in de ochtend? Met de Barisieur staat er direct een verse kop koffie voor je klaar. Dit apparaat is namelijk een wekker en koffiezetapparaat ineen. In het walnoothouten frame is zelfs plek voor suiker en melk - hoef je daar ook niet eerst je bed voor uit. Voorlopig is de Barisieur een concept, maar er wordt aan gewerkt om hem voor 200 á 250 Britse pond op de markt te brengen.

Fraaie luchtkwaliteitmeter

We meten tegenwoordig van alles. Wat de temperatuur is, hoeveel we bewegen en of we genoeg water drinken. Maar de luchtkwaliteit wordt wat vergeten. Vreemd eigenlijk, want dat adem je wel in en beïnvloedt je gezondheid. Met de Jacob Jensen Air Quality Monitor wordt van alles gemeten. Niet alleen temperatuur, maar het gehele klimaat in huis. Brandt er een groen lampje, dan is het goed, bij rood kun je beter even een raam openzetten. Oogt strak, kost zo’n 255 euro in de preorder.

Nexus-case van Jeff Koons

Kunstenaar Jeff Koons heeft een gelimiteerd aantal cases voor de Nexus 5X en 6P gemaakt, die in de VS worden verkocht via Google Editions. De case voor de smartphones zijn er in drie varianten met sculpturen uit Koons’ Gazing Ball-serie. Met de case komt interactieve artwork die je op het scherm kunt bekijken. Dansers in beeld spelen 28 momenten uit balletklassieker Het Zwanenmeer na.

Rugzak met elektrisch skateboard

Misschien wel handiger dan een vouwfiets, deze rugzak. De Movpack is uit te klappen tot elektrisch skateboard, waarmee je zonder te steppen door de stad kunt rijden. Aan boord is Bluetooth, met ondersteuning voor telefoontjes en het gebruik van Siri of Google Now. Verder heeft het board lampen voor in het donker, gps en kun je apparaten opladen aan de accu van het apparaat via de usb-poort. De Movpack kan maar liefst 32 kilometer per uur, hij staat voor 600 dollar op Indiegogo.

Met één druk op de knop in de Plooi

Van Belgische makelij, deze Plooi-fiets. Opvallend aan deze vouwfiets is niet alleen zijn fraaie ontwerp, maar vooral ook de mogelijkheid om hem met een druk op de knop in te klappen. Verder aan boord is een elektrische motor met accu, waarmee je 15 kilometer ondersteund kunt fietsen. De fiets is vanaf juni 2016 te koop via de website van Boonen Design Studio voor 2990 euro. 

Onderzeedrone

De SeaDrone is precies wat de naam doet vermoeden: een drone voor in het water. Hij is bedoeld om vissers te laten zien wat er in het water gebeurt, maar je zou er ook films mee kunnen maken, want de SeaDrone streamt alles in HD. Hij is wel aan de prijs: vanaf 2699 dollar.

Telefoonoplader met lamp

De BaseLantern is een externe accu voor je smartphone met een ingebouwde lamp, voor als je ‘s avonds laat buiten zit of naar een festival gaat. Volgens de makers is hij gemakkelijk mee te nemen dankzij het kleine formaat. Via een smartphone-app regel je niet alleen de lichtsterkte, maar ook de kleur van de lamp. De BaseLantern komt er in twee versies, met 7800mAh of 12000mAh. De oplaadlamp kost vanaf 79 dollar op Kickstarter. 

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.

VR Challenge: 10 genomineerden
Redactie
door Redactie
leestijd: 10 min

Welke nuttige toepassing van virtual reality wordt straks werkelijkheid? In dit extra artikel presenteren de tien genomineerden voor de VR Challenge zich. Jij kunt mede bepalen welk concept wint. Dat idee zal vervolgens echt worden gebouwd.

​Samsung organiseert de VR Challenge met als doel de beste ideeën voor virtual reality-content te verzamelen. Iedereen mocht de afgelopen weken bedachte VR-concepten insturen. De jury, bestaande uit Winston Gerschtanowitz, experts van Samsung en Startup Fest Europe, heeft nu de tien genomineerden gekozen. Die presenteren zich in onderstaande video's. Via Bright.nl/vrchallenge kun je stemmen op een van deze VR-ideeën. Op 26 mei wordt de winnaar bekend. Dat beste concept wordt daadwerkelijk uitgevoerd.

IPPY: Kinderen die een operatie moeten ondergaan kunnen in VR worden voorbereid op hun ziekenhuisbezoek. Door vooraf in VR alvast de operatiekamer te zien, wennen ze alvast aan het idee. Zo wordt het ziekenhuis in het echt een stukje minder eng.

Prepared: Hulpdiensten kunnen zich beter voorbereiden op de harde werkelijkheid door in VR verschillende rampscenario's en situaties te trainen.  

Eye Choose: een VR-game rond duurzaamheid op festivals. Het spel laat zien wat de gevolgen van het handelen van de festivalgangers zijn voor de toekomst van de aarde. 

Back to school: een programma van Yellowbird in samenwerking met het Groningse Martini Brandwondencentrum. Kinderen met brandwonden mogen de kamers gedurende de hersteltijd niet verlaten en liggen daardoor in een isolement. Door 360-graden-camera's te plaatsen in hun kamer en bij hun school kunnen kinderen live met elkaar communiceren.

TouVRistic: Beleef hoe locaties die je als toerist bezoekt er vroeger uitzagen. Ervaar bijvoorbeeld het Colosseum in Rome in zijn hoogtijdagen.

Immersive Care: Met virtual reality kunnen ernstig zieke of oude mensen belevingen ervaren die ze zelf niet meer zouden kunnen meemaken, zoals een reis naar een tropisch eiland.  

Liefde of VRees: VR is te gebruiken om verschillende vormen van angsten weg te nemen, door situaties in virtuele omgevingen na te spelen. "De wereld zou een betere plek zijn zonder angst." 

VRScience: Virtual reality biedt een kans om beta-vakken als biologie, natuurkunde en scheikunde interessanter te maken. Door bijvoorbeeld wetenschappelijke experimenten in VR te kunnen beleven wordt de lesstof aantrekkelijker voor de leerlingen.

Take-out: In VR zouden mensen met pleinvrees hun route op straat kunnen lopen, zodat ze er aan wennen en ze misschien eerder de deur uit durven te gaan.

Safe in Traffic: In virtual reality zijn kinderen voor te bereiden op drukke verkeerssituaties.

Auteur

Bright is vol van vernieuwing. Altijd op zoek naar het vernuft in digitale technologie, design en style. Naar de gamechangers en de eye openers.