Inhoudsopgave
    

ASML heeft de sleutel tot snellere chips
Tonie van Ringelestijn
door Tonie van Ringelestijn
leestijd: 6 min

Alle ogen in de chipindustrie zijn gericht op ASML. De nieuwe machines van het Veldhovense bedrijf zijn cruciaal om chips de komende jaren nog sneller te kunnen maken. "Geen enkel ander bedrijf heeft dit soort machines."

Extreem ultraviolet licht moet de redding worden voor de ontwikkeling van chips. Die dreigt tot stilstand te komen, nu de huidige lithografie-technieken voor de chipproductie tegen hun limieten aanlopen. "Het mooie aan deze kleur licht is de hele korte golflengte, waardoor je kleinere structuren kunt afbeelden. Je kunt het zien als een fineliner vergeleken met een markerpen," legt ASML-productmanager Jan Willem van der Horst uit. 

Hoe kleiner chips daardoor kunnen worden, des te sneller en zuiniger zijn ze. Geen wonder dus dat grote chipfabrikanten klant zijn bij ASML. Enkele partijen zijn al volop aan het testen met de nieuwe machines met extreem ultraviolet licht (euv). "De machine is een soort beamer waarbij je een dia met een patroon op de wafer wilt afbeelden. Dankzij euv kunnen we nog kleinere structuurtjes maken dan met de huidige technieken mogelijk zijn. En daardoor kunnen onze klanten weer kleinere chips maken", zegt Van der Horst. 

Bekijk het Bright TV-interview met ASML-manager Jan Willem van der Horst

Tegenslagen

Werken met euv-licht is uiterst complex. De ASML-machine schiet 50.000 microscopisch kleine druppeltjes tin per seconde door een vacuüm ruimte, die allemaal door CO2-laserlicht geraakt moeten worden. Een enorme technische uitdaging, schetst Van der Horst. "Het euv-licht wordt door alles geabsorbeerd, ook door glas. We kunnen geen gewone lenzen gebruiken, maar zetten speciale spiegels in. Die spiegels absorberen het licht wel een beetje, maar je krijgt voldoende licht door de machine heen om die wafers genoeg te lichten."

Van der Horst erkent dat de ontwikkeling van de euv-technologie langer heeft geduurd dan eerder werd verwacht. "We hebben de nodige tegenslagen gekend. Maar inmiddels boeken we steeds sneller vooruitgang. We zijn nu op een punt waarvan klanten zeggen dat er genoeg wafers door de machines kunnen." Dat is nodig om massa-productie te kunnen halen. Bovendien moeten de machines zo lang mogelijk blijven functioneren.

Afgelopen zomer haalde ASML voor het eerst het belangrijke doel van 1500 belichte wafers per dag. De beschikbaarheid van de machine komt echter nog niet over de 90 procent, wat nog onvoldoende is. Huidige lithografiemachines die worden gebruikt door chipfabrikanten halen 5000 wafers per dag en hebben 95 procent 'uptime'.

ASML-medewerkers
ASML-medewerkers

Aan de euv-technologie wordt sinds de jaren 80 gewerkt. In 2006 presenteerde ASML de eerste demonstratiesystemen. Maar nu komt de eindstreep eindelijk in zicht. Van der Horst verwacht dat ASML's euv-machines vanaf 2018 voor volumeproductie van chips zullen worden gebruikt. "De verwachting is dat ze in 2018 echt voor productie worden gebruikt van chips die je in smartphones en computers zult terugvinden. De snellere apparaten die dan op de markt komen waren zonder ons niet mogelijk geweest."

Geen concurrentie

Wat ASML doet, kan geen enkel ander bedrijf in de wereld. "We zijn de enige die dit kunnen. Wij zijn heel belangrijk voor onze klanten om de volgende stap te kunnen maken in het kleiner maken van hun chips. Als deze technologie echt gaat werken, dan zullen alle grote fabrikanten bij ons komen om onze machines aan te schaffen."

Oude wafers, dunne plakken silicium, waarvan chips worden gemaakt
Oude wafers, dunne plakken silicium, waarvan chips worden gemaakt

De enige optie die chipfabrikanten naast de overstap op euv-technologie hebben is om met de huidige immersie-lithografie nog meer lagen aan te brengen op de wafers, maar dat wordt op een gegeven moment duurder dan het gebruik van euv. Toch zijn meerdere chipfabrikanten nu nog niet tevreden over de efficiëntie van de nieuwe ASML-machines. Zo zei Intel in augustus dat het op korte termijn nog niet overstapt op euv. Dat doet het pas als er betere prestaties worden gehaald. Intel is naast Samsung een van de grote investeerders in ASML.

Een andere grote chipfabrikant TSMC, dat in 2015 zijn aandeel in ASML van de hand deed, wil de huidige technologieën blijven gebruiken voor de volgende generatie kleinere chips. GlobalFoundries, ook een grote partij, hanteert dezelfde strategie.

ASML investeert tegelijkertijd fors in partijen die een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van de euv-technologie. Het deed meerdere overnames en pompte eind november nog 1,76 miljard euro in Carl Zeiss SMT. Dat Duitse bedrijf maakt onder meer de spiegels die de euv-machines van ASML gebruiken. Die spiegels worden voorzien van afdeklaagjes met de dikte van enkele atomen, die nodig zijn om ze optimaal te laten reflecteren. Met de nieuwe investering krijgt Zeiss SMT zes jaar om verbeteringen te realiseren.

De euv-machine van ASML
De euv-machine van ASML

De volgende machine

ASML werkt alweer aan de volgende euv-machine, zegt Van der Horst. "We willen een opvolger maken. De markerpen die al een fineliner was geworden, moet dan nog een verfijndere fineliner worden. Dat kan opnieuw met extreem ultra-violet, maar dan moeten we wel weer een nieuw ontwerp maken voor de spiegels in de machine."

Het lijkt geen kwestie van of maar wanneer de euv-technologie ervoor zorgt dat chips nog sneller, kleiner en zuiniger worden. Als het eenmaal zo ver is, betekent het voor ASML een groot succes, ook financieel. De euv-machines kosten 80 tot 100 miljoen euro per stuk.

Dat succes maken de twee 'founding fathers’ van ASML, Arthur del Prado en George de Kruiff, niet meer mee. De handdruk tussen De Kruiff (Philips) en Del Prado (ASM International) legde in 1983 de basis voor het bedrijf en bleek een belangrijk moment in de Nederlandse techgeschiedenis. Beide heren overleden in september. Del Pradio op 9 september, De Kruijff op 14 september.

Auteur

Tonie van Ringelestijn (@tonie) was vanaf 1999 een van de eerste (en meest fanatieke) bloggers in Nederland. Sinds onze start in 2005 doet hij dat ook voor Bright. Hij werkte ook jarenlang voor kranten, persbureaus, tijdschriften, radio en tv. Sinds 1 januari 2014 is Tonie eindredacteur van Bright.nl en sinds 2015 ook van Bright Ideas.

Hoe houden we de zelfrijdende auto in bedwang?
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 8 min

Zelfrijdende auto's maken onze rijtaak moeilijker in plaats van makkelijker. Dat stelt Arie Paul van den Beukel, docent aan de Technische Universiteit Twente, die onderzoek deed naar het interface-design voor autonome auto's.

Een nieuwe video op YouTube van Tesla toont hoe een proefversie van de zelfrijdende Tesla Model X zich vrijwel moeiteloos door het verkeer beweegt. We zien hoe de man achter het stuur zijn handen relaxed onder het stuur houdt, terwijl de auto soepel op de autopiloot de weg op draait. Op de klanken van Painted Black van The Rolling Stones rolt de zelfrijdende auto over de zonnige, exotische buitenwegen van Californië. Alles lijkt vlekkeloos en zonder haperingen te verlopen. Het stoppen bij rood licht en bij voorrangswegen, het in- en uitvoegen op de snelweg: het kan allemaal aan Tesla's Autopilot worden overgelaten. De menselijke factor is geheel gereduceerd tot nul. Deze Tesla Model X is namelijk volledig geautomatiseerd op niveau 5, het hoogste voor zelfrijdende auto's geldende automatiseringsniveau.

De technologie voor de zelfrijdende auto is nog lang niet klaar, maar volgens Tesla-oprichter Elon Musk gaat de ontwikkeling ervan met sprongen vooruit. Steeds meer experts vragen zich intussen ook af of consumenten klaar zijn voor de komst van de zelfrijdende auto. Alle Tesla's die uit de fabriek rollen hebben inmiddels de benodigde hardware aan boord om honderd procent autonoom te kunnen rijden. De nieuwste Tesla-technologie zorgt er onder meer voor dat de auto zijn snelheid beter kan afstemmen op het overige verkeer, zelf van rijbaan kan wisselen en een afrit kan nemen naar een andere snelweg. Met behulp van camera's houdt de wagen ook het verloop van de weg bij, ziet de auto de belijning op het asfalt, worden verkeersborden gedetecteerd en objecten waargenomen in twee verschillende categorieën: objecten die wél en niet op het pad van het voertuig liggen.

Rijtaak wordt moeilijker

Uit Nederland klinkt ook een waarschuwing van de Twentse docent en onderzoeker Arie Paul van den Beukel (41), die gespecialiseerd is in Human-centred design. In november promoveerde hij op het onderwerp 'Driving automation interface design - Supporting drivers'. Kern in het betoog van de Twentse onderzoeker is dat de menselijke rol in het autonoom rijden een belangrijke factor blijft. In de huidige situatie zal automatisch rijden onze rijtaak volgens Van den Beukel ook niet makkelijker maken, maar juist moeilijker. Voordat zelfrijdende auto's echt een succes worden, moet de samenwerking tussen bestuurder, voertuig en autopiloot daarom eerst nog flink worden verbeterd.

Zelfrijdende auto's zouden het autorijden comfortabeler en het verkeer vooral veiliger moeten maken. "Maar hoe haalbaar is dat?", zegt Van den Beukel. "In een gewone auto moet je ervoor zorgen dat je op de rijstrook blijft en genoeg afstand houdt. Je neemt dingen ook bewust waar. In zelfrijdende auto's ben je veel minder betrokken bij het autorijden zelf, maar nog wel verantwoordelijk. Dat maakt het er niet makkelijker op. Je moet de boel bewaken, een taak waar mensen van nature niet goed in zijn."

Falend systeem

Volgens Van den Beukel zijn er in de praktijk tal van situaties te bedenken waarin de mens zou moeten ingrijpen, bijvoorbeeld als de wegbelijning slecht is en het systeem met onvoldoende zekerheid de lijnen herkent. "De man of vrouw op de stoel van de bestuurder zal het stuur dan moeten overnemen", zegt Van den Beukel. "Hetzelfde kan het geval zijn bij werkzaamheden aan de weg als er verschillende lijnen op het wegdek staan. Als een andere weggebruiker verder heel brutaal je auto afsnijdt en ineens hard remt, moet het systeem ook een waarschuwing geven. Alleen remmen is dan onvoldoende. Een auto moet dan ook kunnen uitwijken. Dat zijn complexe ingrepen waar autonoom rijdende auto's van nu zelf nog geen beslissingen over kunnen nemen."

In 2008 organiseerde u brainstormmiddagen voor Nederlandse technologen over technisch efficiënter autorijden en het ontwerp van de auto van de toekomst. Was de autonoom rijdende auto toen al een thema in de discussies die werden gevoerd? 

"Jazeker wel. De ontwikkelingen voor autonoom rijden waren toen al gestart. De techniek die ervoor nodig is, heeft ook een lange historie. In 2008 was ik als onderzoeker betrokken bij een project dat onderzocht of automatisch rijdende auto's ertoe konden bijdragen de verkeersefficiëntie te verhogen. Belangrijk daarbij was om te weten hoe daarop werd gereageerd. Daarvoor hebben op de AutoRai mensen in een rijsimulator gezet en aan allerlei verkeerssituaties blootgesteld. Als we efficiënter willen rijden met kortere volgafstanden, dan kan dat een onprettig gevoel opleveren omdat je heel dicht op andere auto's zit. Is er dan nog wel genoeg vertrouwen in automatisch rijden als je gevoel zegt: 'dit is wel erg krap'? Mensen konden eerst zelf een stukje rijden. Op de snelweg kregen ze een melding dat ze het automatisch rijden konden inschakelen. Dichter bij de bestemming zei het systeem dat de rijder de rijtaak weer moest overnemen."

Intussen zijn we acht jaar verder en wemelt het van initiatieven op het gebied van autonoom rijdende auto's. Van Tesla en Ford tot Google en Uber; allemaal zijn ze ermee bezig. Dat het zo snel zou gaan met de ontwikkelingen rond de zelfrijdende auto, had u dat verwacht?

"Het is altijd moeilijk in te schatten wanneer een bepaalde technologie gebruikt gaat worden door normale gebruikers. Consumenten met genoeg geld kunnen nu een Tesla met autopilotfunctie kopen. Tien jaar geleden had ik dat niet durven voorspellen. Iedereen in de autoindustrie is ook verbaasd over de manier waarop Tesla zijn autonoom rijdende auto op de markt brengt. Daar hebben ze durf mee getoond. De zelfrijdende auto is nu echt realiteit."

Heeft u zelf ook al eens in een zelfrijdende auto gereden? Zo ja, hoe was dat? 

"Ja, ik heb in twee auto's gereden: een Tesla Model S met Autopilot en een Mercedes CLA Coupé uitgerust met Distronic Plus en Active Lane Assist. Beide auto's boden voor automatisch rijden ook Adaptive Cruise Control. Dat werkt met een radarsysteem en een camera en is bedoeld om de juiste snelheid te houden en de afstand ten opzichte van andere auto's aan te passen aan de omstandigheden. Er zit daarnaast een stuurassistent bij die de auto op de rijbaan houdt. Het bijzondere vond ik de duur waarmee je zonder handen aan het stuur kon rijden. Tesla adviseert om je handen aan het stuur te houden, maar loslaten kan vaak ook. Niet alleen op snelwegen maar ook op buitenwegen. Door mijn eigen rijervaring en de complexiteit van het verkeer zit je echter wel ontzettend op te letten."

"Bij beide ritten was er sprake van druk fileverkeer en moest ik om mijn bestemming te bereiken ook enkele keren van baan wisselen. Dat moet je als bestuurder dan 'regisseren' door aan te geven wanneer je van baan wilt veranderen. Bij de Tesla kun je daarvoor een kleine aanslag aan het stuur geven wanneer je daadwerkelijk besluit te wisselen. Dat zijn spannende momenten, zeker als het druk is en je niet weet of de auto net zo reageert als je zou willen indien je zelf rijdt. Het waren korte ritjes die ik maakte, maar ik heb ze niet als ontspannen ervaren. Zo gespannen ben je of alles wel goed gaat."

Volgens u zijn passagiers die de boel moeten bewaken niet goed hierin. Waardoor komt dat?

"In de zelfrijdende auto ben je zelf niet meer 'in control', maar blijf je wel verantwoordelijk. Zo is dat ook vastgelegd in de wet. Je hebt dus een taak: je moet de boel in de gaten houden. Die taak is een heel vervelende bezigheid. Het is saai. Concentratie houden op een saaie taak is iets waar mensen altijd slecht in zijn geweest. De verleiding is dan groot om nog eens te kijken of je een nieuw berichtje op je smartphone hebt. Of je gaat mp3-tjes selecteren uit de database van je telefoon."

Als mensen niet goed zijn in het bewaken van de zelfrijdende auto, betekent dit dan ook dat autonoom en semi-autonoom rijdende auto's het wegverkeer niet extreem veiliger zullen maken?

"Daar heb ik absoluut mijn bedenkingen bij. Er zijn situaties, bijvoorbeeld bij filerijden, waarin een autonoom rijdende auto extra comfort biedt. In het vervelende stop-en-go verkeer is het comfortabel als de auto zelf rijdt. Maar we moeten wel onderscheid maken in welke situaties autonoom rijdende auto's voordelen bieden, zoals comfort of veiligheid. Dat veilig rijden zal nu nog niet in alle situaties mogelijk zijn. Daarvoor is het autoverkeer nog te veranderlijk. Er kan altijd iets onverwachts gebeuren waarbij de auto het laat afweten. Als je niet betrokken bent bij het autorijden, is het nog moeilijker om te reageren op onverwachte situaties dan wanneer je zelf actief aan het rijden bent. In dat laatste geval heb je op basis van je intuïtie en je oriëntatievermogen nog de mogelijkheid om snel op een situatie te reageren. Moet je een stuur van een zelfrijdende auto ineens overnemen, dan is dat een stuk lastiger. Het gaat dan vaak ook om fracties van een seconde." 

Nieuwe auto's zijn meestal uitgerust met rij-assistentiesystemen, zoals Area View of Autonomous Emergency Braking. Maar zelfs met deze systemen aan boord moeten we dus blijven opletten?

"We moeten blijven opletten, ja. Mensen blijken vaak ook moeite te hebben met deze systemen, zoals onlangs bleek uit een onderzoek naar het gebruik van Blind Spot Detection in zijspiegels van auto's. Dat systeem waarschuwt als er tijdens het rijden een auto opduikt in de dode hoek via het tonen van een icoontje in één van de zijspiegels. Op zich is dat heel nuttig. Maar heel veel mensen schijnen de waarschuwing die de auto geeft helemaal niet goed te begrijpen."

Vage wegbelijning kan worden bestreden door lijnen op de weg te vervangen door magneten. Moet er ook buiten de auto, dus aan de bestaande wegen en infrastructuur zelf, nog veel veranderen om zelfrijdende auto's in bedwang te kunnen houden? Bijvoorbeeld door autowegen slimmer te maken?

"Daar zijn hoge verwachtingen van. Door de infrastructuur aan te passen kom je tegemoet aan de beperkingen van het automatisch rijden. Als je auto en infrastructuur beter op elkaar afstemt, is er veel te winnen. Denk aan speciale rijstroken die geoptimaliseerd zijn voor zelfrijdende auto's. In dat geval geeft de weg ook info over de gemiddelde snelheid op die weg. Auto's kunnen daardoor hun snelheden aanpassen. Het kan verder ook info zijn over het aantal minuten dat de rijstrook voor automatisch rijden nog duurt. Je hoeft daarvoor echter geen nieuwe wegen aan te leggen. Ons doel moet zijn om zoveel mogelijk van de bestaande infrastructuur gebruik te maken en deze verder te verbeteren."

Detectie van auto's in de dode hoek
Detectie van auto's in de dode hoek

U heeft op de universiteit met een aantal proefpersonen experimenten gedaan met LED-verlichte randen van autoruiten. Via wisselende kleuren en een wisselende lichtintensiteit werd hierbij aangegeven dat een bepaalde verkeerssituatie aandacht nodig had. Hoe verliepen deze experimenten? Werden de proefpersonen hier ook alerter door?

"Voor die experimenten hebben we mensen uit Enschede gevraagd die veel op de weg zitten. Die mensen hebben we verschillende verkeersscenario's voorgelegd. Dat waren vaak complexe situaties waarbij veel auto's in- en uitvoegen en de waarschijnlijkheid groot was dat auto's heel kort voor langs schieten. Mensen realiseerden zich daarbij dat er een druk weggedeelte aankwam, dus dat ze even goed moesten opletten. Veel van de bestaande interfaces die op de markt gebracht worden, worden aangeboden voor in de auto zelf. En dat terwijl de reden waarom er extra aandacht nodig is zich vaak buiten de auto bevindt. Wat wij daarom hebben geprobeerd, is om de aandacht te sturen via LED-verlichting op de randen van autoruiten. Een wisselende kleur en intensiteit gaf daarbij aan dat een situatie snel aandacht nodig had. Een wegpiraat die nog even snel rechts invoegt, zorgde voor een pulserend, rood licht rondom de rechter autoruit. Het resultaat was dat mensen aan de zijkanten van hun gezichtsveld veel beter dingen detecteerden dan via een waarschuwing op een display."

Systemen die de bestuurder waarschuwen met lichtjes, piepjes en trillingen: sommige experts noemen dat 'ad-hoc-oplossingen' waarvan de effecten nog te weinig zijn onderzocht. Daar bent u het denk ik niet mee eens, klopt dat?

"Wij proberen juist heel bewust om in gevaarlijke situaties de aandacht te sturen. In een zelfrijdende auto kun je daardoor meer bewustzijn opbouwen van de omgeving. Als dat gedurende de rit plaatsvindt, is dat zeker geen ad-hoc-oplossing, maar juist iets wat gedurende een langere duur ondersteunend is."

In uw onderzoek stelt u dat een display achter het stuur of in de middenconsole van de auto teveel afleidt van wat er op de weg gebeurt. U vindt ook dat dit moet veranderen?

"Klopt. Er wordt nu steeds meer functionaliteit aan dat display toegevoegd. Ontwerpers vinden vaak dat je ook iets over de statusinformatie van systemen moet weergeven. Een Tesla heeft een hartstikke mooi display achter het stuur zitten, dat sensorinformatie toont over welke auto's rondom de bestuurder gedetecteerd worden. Als je daarnaar kijkt, ben je alleen niet met de verkeerssituatie buiten bezig. Hoe meer informatie je zo aanbiedt, hoe goed bedoeld ook, hoe meer dat ook weer afleidt. Dat mensen hun snelheid willen weten, is heel begrijpelijk. Maar of alle sensordata iets bijdragen aan het rijcomfort en de veiligheid van de passagiers is zeer de vraag."

De smartphone moet volgens u letterlijk onderdeel worden van de auto als een systeem rond het stuur. Is dat een geheel nieuw idee, waar fabrikanten van zelfrijdende auto's nog niet eerder over hebben nagedacht?

"Dat is geen nieuw idee, nee. Er is al jaren sprake van 'connectivity' tussen de informatie op het display achter het stuur en alle data die via je smartphone binnenkomen. Maar er is ook al jaren een discussie gaande: is de info beter op het display aan te bieden of willen mensen liever hun smartphone blijven gebruiken? Dat laatste is zeer aannemelijk. Al kunnen we ook proberen om de info op de smartphone heel goed toegankelijk te maken via het display. Daarmee kunnen we de aandacht van mensen ook verdelen, omdat de info op het display verdwijnt als de rijtaak weer meer aandacht vraagt."

De TU Delft werkt aan ondersteunende systemen voor autonoom rijden die zelf een vinger aan de pols houden. Als een sensor bijvoorbeeld is verouderd of het oppervlak van een camera of een radar is vervuild, dan geeft zo'n systeem een waarschuwing af. In het ergste geval stopt de zelfrijdende auto zelfs. Is dat laatste wel een goed idee?

"Het is zeker nodig om meer 'fail save'-oplossingen te bedenken. Bijvoorbeeld een infrastructuur die kan worden aangepast om zo automatisch rijden te ondersteunen. Als een zelfrijdende auto uitvalt,  maar zich wel op een rijstrook bevindt voor andere zelfrijdende auto's, dan moet deze dit naar andere auto's kunnen communiceren. Daardoor is er meer ruimte te maken."

Maar kunnen zo ook niet weer meer files ontstaan?

"Dat is één van de moeilijkheden. Er zijn hoge verwachtingen van automatisch rijden, omdat het de verkeersefficiency zou verhogen. Ik denk echter dat we in een overgangsfase komen waarbij we een combinatie krijgen van zowel automatisch rijdende auto's als normaal verkeer op de weg. Dan kan het wel eens zijn dat de efficiency tijdelijk minder wordt. Dat kan zelfs jaren gaan duren. Indien de automatische auto geprogrammeerd is om netjes te rijden en afstand te houden, dan kunnen andere weggebruikers ook denken: 'dan piep ik nog even in dat gat!' Waardoor zo'n automatisch rijdende auto wordt afgeremd en niet voldoende efficiënt meegaat in de flow." 

Zijn zelfrijdende auto's ook veiliger te maken door het rijgedrag van mensen in de computer van de zelfrijdende auto te programmeren? 

"Daar heb ik geen hoge verwachtingen van. Als je op drukke weggedeelten de verkeersefficiency wilt verbeteren, dan heb je juist een rijstijl nodig die zo homogeen mogelijk is. Dus niet teveel fluctuaties en verschillen omdat autorijders sportief willen rijden en continu van baan wisselen. Daar geloof ik dus niet zo in."

In de zelfrijdende auto's van Google is het aantal knopjes en controlesystemen tot een minimum beperkt. Maakt dat de taak van de bewaker van de auto niet extra moeilijker?  

"Voor zover ik weet, wil Google een volledig autonoom voertuig ontwikkelen, waarbij de bestuurder echt de passagier is geworden. In die filosofie kan zo'n bestuurder ook nauwelijks meer het voertuig overnemen. Ik geloof dat de Google-auto alleen een soort noodknop heeft om de auto stil te zetten. Veel meer is er niet. Het maakt menselijk ingrijpen onmogelijk, maar dat is ook niet de bedoeling. Google heeft in de VS kennelijk toestemming om op bepaalde plekken onbeperkt te rijden. In Europa zou het bedrijf met deze auto's lang niet aan alle voorwaarden en wettige bepalingen voldoen."  

Experts zeggen dat het nog een aantal jaren duurt voordat de zelfrijdende auto niveau 5 bereikt, het hoogste niveau van autonoom rijden. De auto kan dan ongeacht welke situatie volledig autonoom rijden, zelfs in extreem weer. Is de rol van de passagier dan ook geminimaliseerd tot de factor nul?

"Ik ben heel nieuwsgierig hoe haalbaar dat is. In de huidige wegsituatie hebben we te maken met auto's die op heel veel verschillende manieren rijden. Maar ook met verschillende verkeersdeelnemers, zoals fietsers en voetgangers, die soms ook hele onverwachtse dingen doen. Het idee dat je een auto volledig autonoom laat rijden vanaf je woonerf naar de snelweg toe, is voor mij nog niet voorstelbaar. Er zullen altijd conflictsituaties blijven bestaan. Een auto moet dan hele complexe afwegingen maken. Ik denk ook dat het nog wel even zal duren voordat we zover zijn. Er zal ook nog een hele discussie aan voorafgaan of we dat ook willen. Dat zal een hele ethische discussie worden, want hoe moet een auto in een bepaalde situatie geprogrammeerd zijn? Moet hij keihard remmen? Of moet hij minder hard remmen? Of wijkt hij uit naar een fietspad?"

Professor Maarten Steinbuch, hoogleraar Automotive Technology aan de TU Eindhoven, zei onlangs in een interview dat rijden in een zelfrijdende Tesla heel ontspannen rijden is. Volgens hem kun je echt met je armen over elkaar zitten, terwijl de auto perfect tussen de lijntjes blijft. Staat zijn mening niet haaks op die van u?

"Ik zou graag willen weten in welke situaties hij dat vindt. Op een speciaal voor autonoom rijdende auto's ingerichte rijstrook op de snelweg kan ik me dat goed voorstellen. Maar je kinderen in een geheel autonoom rijdende auto naar school brengen, nee. Ik denk dat het nog wel lang gaat duren  voordat dat mogelijk wordt."

U wilt verder onderzoek gaan doen naar technologische ontwikkelingen die de acceptatie van automatisch rijden kunnen vergroten. Waar denkt u dan aan?

"Mensen die nu gebruikmaken van een autopiloot van Tesla zijn daar vaak enorm door gefascineerd. Ze weten echter ook hoe de gewone rijtaak is en hoe complex deze kan zijn. Maar wat gebeurt er als de 18-jarige zoon of dochter de auto leent, het voor geheel vanzelfsprekend houdt dat de auto automatisch kan rijden en daardoor meteen al wat anders gaat doen, zoals lezen of telefoneren? Ik denk dat je dan al snel in conflictsituaties terechtkomt die door die jonge bestuurders moeilijk zijn op te lossen. Vooral daar zou ik nog heel graag onderzoek naar willen doen: naar de invloed van en het vertrouwen in technologie onder verschillende leeftijdsgroepen."

Headfoto: UT Twente

Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

Suggesties van social media zijn nog niet slim
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 6 min

Alle sociale media doen het: suggesties geven over wat je nog meer kunt kijken of lezen. Vaak aan de hand van algoritmes. En die suggesties slaan meestal nergens op.

Op internet weten ze precies wie je bent. Bedrijven als Google en Facebook houden profielen van je bij en brengen je interesses in kaart. Zowel Google als Facebook laten je zelfs zien wat die interesses volgens hen zijn, en zo weet je precies aan de hand van welke zaken adverteerders hun reclame al dan niet aan jou laten zien. Heel nauwkeurig kan je zo op Facebook alleen een bericht laten zien aan bijvoorbeeld mensen tussen de 20 en 30 jaar die houden van Nederlandstalige muziek, vakanties in Frankrijk, die fan zijn van Ajax en die graag kijken naar de programma’s van Linda de Mol.

Je zou denken dat al die informatie ook in je eigen voordeel zou kunnen werken, maar dat valt eigenlijk maar vies tegen. Neem YouTube: een site van Google die door je zoekgedrag via de zoekmachine en je kijkgedrag toch een aardig idee moet hebben van wat je interesses zijn. En toch slaan de suggesties bij mij vaker de plank mis dan raak, ook al vernieuwde YouTube zijn voorpagina eerder dit jaar juist om suggesties centraal te stellen.

Slechte aanbevelingen.
Slechte aanbevelingen.

Hoewel ik eigenlijk nooit naar Nederlandse vloggers kijk, raadt YouTube mij toch vrijwel dagelijks een video aan met een titel als ‘PRANK GAAT MIS: BEEN GEBROKEN?!’. Ik hoef dat niet te zien, ik kijk zulk soort video’s nooit en toch denken de algoritmes van YouTube dat ik juist die video’s wil zien. Het komt ook vaak genoeg voor dat ik video’s voorgesteld krijg die ik al lang bekeken heb. Of wanneer ik zoek naar bijvoorbeeld de nieuwe trailer van een film of game. Dan staat niet die trailer bovenaan, notabene geüpload door het geverifieerde account van de de uitgever van die film of game. Nee, bovenaan staat een veelbekeken video van een vlogger die op de beelden reageert. Nog nooit op geklikt, toch passen ze volgens de videosite van de grootste zoekmachine ter wereld het beste bij de zoekopdracht die ik intikte.

Populair > relevant

Veel views, dat is dan meestal ook de gemene deler van de video’s die YouTube me aanraadt. Als iets maar vaak genoeg bekeken is dan zal het voor jou ook wel prima zijn, is schijnbaar het credo van het algoritme. En dat terwijl YouTube een prima vindbaar overzicht met zulke populaire video’s heeft: Trending is zowel op de site als in de apps als tweede tab niet te missen.

Wanneer ik me wil ergeren klik ik weleens op dat tabblad en dan ben ik na het zien de titels van de eerste vijf filmpjes het vertrouwen in de mensheid alweer volledig kwijt. Eigen schuld in dat geval, maar die filmpjes vinden op mysterieuze wijze toch regelmatig hun weg naar de lijst met suggesties.

Nog meer slechte aanbevelingen.
Nog meer slechte aanbevelingen.

Zo staat het er eigenlijk voor bij alle diensten die hun suggesties uit handen geven aan algoritmes. Voor een machine staat populariteit gelijk aan relevantie en dat zie je bijvoorbeeld prachtig terug in het Explore-tabje van Instagram. Dat is tot de nok gevuld met oudbakken memes, filmpjes van fitgirls die proteïnepoeder aanprijzen, make-up-tutorials en opvallend genoeg ook vrij veel filmpjes over patisserie.

Lekker lang blijven plakken

Hoe dan ook: niks van dat alles spreekt mij aan en dat zou Instagram op basis van mijn kijk- en likegedrag prima moeten weten. Dat is waarschijnlijk ook zo, maar blijkbaar werkt het beter om niet met scherp te schieten, maar gewoon een schot hagel in de vorm van populaire foto’s en video’s af te vuren via dat Explore-tab. Waar ik naar Instagram kom voor mooie fotografie, denkt Instagram mij vast te kunnen houden met aanprijzen van acht maanden oude internetgrapjes.

Over Facebook hoeven we eigenlijk niet eens te beginnen. November stond in het teken van nepnieuws nadat Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen won. Velen wezen naar de verspreiding van nepnieuws op Facebook als mede-verantwoordelijk. Facebook stak na aanhoudende heisa de hand schoorvoetend in eigen boezem en beloofde de verspreiding van nepnieuws aan te gaan pakken. De achterliggende oorzaak is echter glashelder: Facebook wil dat mensen zo lang mogelijk op de site rondhangen want dat levert reclamegeld op, en als dat betekent dat die lezers daardoor een uur per dag louter nonsens voorgeschoteld moeten krijgen, so be it.

En ook deze aanbevelingen zijn niet goed.
En ook deze aanbevelingen zijn niet goed.

Maar ook Netflix doet het zo, een dienst waar je zelfs voor betaalt en die na een paar binge-sessies toch ook een aardig idee moet hebben van wat je graag kijkt. Bij Netflix lijkt het probleem vooral te liggen in de interne selectie. Eerder keek ik de uitstekende mystery/horror-serie Stranger Things, en dus raadt Netflix films en series in hetzelfde straat je aan. Hoewel: Netflix raadt me aan na Stranger Things comedyseries Haters Back Off, New Girl en Disney-film Zootropolis te kijken, titels die zelfs na lang nadenken met Stranger Things niks te maken hebben. En zo staat de voorpagina van Netflix vaker vol met wat nieuw of populair is, dan met wat het beste past bij wat ik graag kijk.

Tijden van overvloed

Toch zijn lijstjes gebaseerd op genre al stukken beter en voelen ook handgemaakter aan. En dat is wat we nodig hebben in deze tijden van overvloed: mensenhanden en mensenhoofden die weten wat goed voor ons is. Neem bijvoorbeeld de aanpak van Spotify. Het bedrijf combineert op een slimme manier algoritmes en menselijke smaakmakers. De playlists van Spotify zelf zijn nauwgezet door curators in elkaar gezet.

Daar hebben we meer aan.
Daar hebben we meer aan.

Dat werkt niet bij het gevierde Discover Weekly, want handmatig voor elke gebruiker een lijst op maat bouwen gaat nou eenmaal niet. Daarom kijkt Spotify voor die functie naar wat mensen met een vergelijkbare muzieksmaak luisteren, en geven jou de nummers die net buiten de overlap vallen. Voilà: een lijst met muziek die de gebruiker past zonder dat daar de populairste nummers aan de haren worden bijgesleept.

Ook de Nederlandse webkiosk Blendle mengt op een slimme manier algoritmes en mensen. In Mijn Blendle zie je recente stukken die aansluiten bij wat je eerder hebt gelezen, of die vallen in genres die jij als interessegebied hebt aangevinkt. En de lijsten die bij die interesses horen worden dan weer handmatig aangevuld door mensen. Die mensen weten waar ze het over hebben, kiezen alleen de beste artikelen uit en vertellen je vaak ook nog in een paar regels waarom je dat artikel moet lezen.

De gebruiker als product

Het verschil tussen diensten die het beter doen, zoals Netflix, Spotify en Blendle, en de notoire wansmaakverspreiders als YouTube, Facebook en Instagram is natuurlijk geld. De eerste groep verdient aan gebruikers die de portemonnee trekken, bij de tweede groep betaalt de adverteerder. Dan komt al snel de regel ‘wie op internet niet betaalt, is zelf het product’ om de hoek kijken.

Zo lang het voor de Facebooks en YouTubes dus lucratiever is om de kijker haast tegen beter weten in te bestoken met wat dan ook populair is, zullen ze dat blijven doen. Het enige dat je zelf kan doen is de verleiding elke keer weerstaan en hopen op beterschap. Anders zit je voor je het weet een uur naar in scene gezette pranks te kijken.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

Fox-IT: hofleverancier van de AIVD
Daniël Verlaan
door Daniël Verlaan
leestijd: 8 min

Securitybedrijf Fox-IT heeft onder meer de AIVD als vaste klant. De overname door een Brits bedrijf zorgde voor commotie: zijn onze staatsgeheimen nog wel veilig? Oprichter Ronald Prins wuift die geruchten weg: "De Britten komen hier niet zomaar binnen."

"Probeer het maar." Prins reageert op mijn plan om een internetkabel in het netwerk van het zwaar beveiligde Fox-IT te stoppen. In de ontvangsthal - met camera's, een controle van het identiteitsbewijs en theedoos met 'Fox ITea' erop - zijn een paar ethernetpoorten te vinden. "Zodra jij een kabel erin steekt, staan er een paar mensen naast je", zegt Prins grijnzend. "Dat kan ik je verzekeren."

Pakken en hoodies

Als je een kwartiertje in de welkomsthal van het Delftse hoofdkantoor doorbrengt, zie je twee typen mensen: zakenlui en nerds. De mensen in pak zijn voor het merendeel klant bij Fox-IT: denk aan medewerkers van de overheid, banken, telecomproviders en leveranciers van vitale infrastructuur. De nerds met hoodies werken juist bij het bedrijf. 

Prins is het boegbeeld van Fox-IT en bekend geworden door zijn tv-optredens, waar hij praat over onderwerpen als cybercrime en aftappen door de AIVD. Als oud-AIVD'er is hij juist voor meer bevoegdheden voor de geheime dienst: "Ik ben weggaan bij de AIVD omdat ik al vrij snel door alle bevoegdheden heen was. De dienst mocht toen nog niet zo veel, terwijl ik leuke ideeën had." Daarom startte hij in 1999 zijn eigen bedrijf.

Ronald Prins
Ronald Prins

Later ontwikkelde Prins met Fox-IT onder andere afluistersoftware voor opsporingsdiensten en encryptietechnologie om de communicatie van het leger te beveiligen. Maar het gros van zijn klanten bestaat uit bedrijven waar hij het interne netwerk in de gaten houdt. "We zetten een soort taps in het netwerk die signalen naar ons sturen zodra ze iets opvallends zien, zoals een verbinding met een verdacht ip-adres", aldus Prins.

Security Operations Center 

De signalen komen binnen bij het Security Operations Center (SOC), dat verstopt zit achter geblindeerde ramen. Prins geeft zijn collega's in het SOC een seintje dat er een journalist komt kijken. "Ze moeten even de tijd krijgen zodat er geen gevoelige informatie op de schermen staat", legt Prins uit.

Met een druk op de knop worden de ramen doorzichtig. In de ruimte kijken werknemers op zes verschillende schermen met Linux erop naar alle binnengekomen meldingen. Op de achtergrond draait toepasselijk Under Pressure van Queen.

De televisie aan de muur toont het getal 15.000. Dat zijn het aantal meldingen dat Fox-IT deze ochtend - het is nu iets over één - van zijn klanten heeft ontvangen. Van die 15.000 stuks zijn er 56 het bekijken waard. "Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat een computer communiceert met een verdachte website of dat er verbinding wordt gemaakt met een specifieke poort."

Als de lichten achter de tv rood kleuren, ontvangt het SOC een nieuwe melding. De gemiddelde tijd die verstrijkt voordat een melding wordt opgepakt is die dag 22 seconden.

De apparaatjes van Fox-IT zien niet of een klant een phishing-mail ontvangt, maar wel als er op een phishing-link wordt geklikt of ransomware wordt gedownload. Als er een dreiging is, loggen de werknemers van Fox-IT via hun ingang bij de bedrijven in. De code die dan wordt geschreven om de aanval af te ketsen of dreiging aan te pakken, kan vervolgens ook bij andere bedrijven worden uitgevoerd.

Netwerkanalyse > Firewalls

Als bedrijven zich vroeger wilden beveiligen tegen internetaanvallen, kochten ze een router met een stevige firewall. "Dat is echt niet meer van deze tijd", zegt Prins. "Je kunt niet meer blind vertrouwen op een firewall. Dat hebben de gelekte hacktools van de NSA wel aangetoond. Ze hadden voor vrijwel alle belangrijke firewalls een exploit."

Met een exploit voor een firewall kan een aanvaller toegang krijgen tot het interne netwerk van een bedrijf of overheid. Daarom vindt Prins netwerkanalyse de beste beveiliging: "Je netwerk in de gaten houden en indringers tijdig spotten is nog belangrijker dan het inzetten van firewalls om ze buiten te houden."

Prins trekt ook een belangrijke conclusie uit de gelekte NSA-tools: geen bedrijf is veilig voor de Amerikaanse geheime dienst. "Het is niet zo dat als je Amerikaanse routers koopt, zoals die van Cisco of Juniper, dat je dan veilig bent voor de NSA. Ze hacken ook gewoon Amerikaanse apparatuur."

Hack bij ASML

Geheime diensten vormen volgens Prins regelmatig een bedreiging voor bedrijven: "De intellectuele eigendommen van Nederlandse techbedrijven zijn vooral in trek bij de Chinezen en Russen." Niet gek dus dat de AIVD eerder dit jaar ook al voor deze vorm van cyberspionage waarschuwde.

Een voorbeeld van digitale bedrijfsspionage is de hack op de Nederlandse chipmachinefabrikant ASML uit begin vorig jaar, vermoedelijk uitgevoerd door de Chinezen. Of Fox-IT het Nederlandse bedrijf heeft geholpen met het onderzoek naar de hack? Prins: "Dat weet ik niet. En dat zeg ik altijd als ik iets niet kan zeggen of het gewoon echt niet weet."

Banken worden het vaakst aangevallen, zegt Prins: "Daar valt geld te halen. Maar ook de overheid en telecomproviders zijn regelmatig het doelwit." Dit zijn allemaal grote organisaties en bedrijven, maar Fox-IT heeft ook kleinere klanten: "Denk aan een bedrijf dat onderdelen maakt voor de JSF. Dan heb je er als bedrijf baat bij dat je netwerk goed wordt beveiligd."

Cryptodozen van duizenden euro's

Een klein deel van de 270 werknemers van Fox-IT, rond de 35 mensen, heeft toegang tot een beveiligde afdeling in het gebouw. Daar wordt aan encryptietechnologie gewerkt: apparaten die datastromen beveiligen. Sluit zo'n apparaat aan op het internet en je kunt veilig communiceren. 

Eén van deze 'cryptodozen' staat op het bureau van Prins: een groene baksteen die is gemaakt voor Defensie. Je sluit het apparaat aan op het internet en creëert daarmee een geheim netwerk: "Soldaten die een missie uitvoeren kunnen dan veilig communiceren met het commandocenter, waar ze ook ter wereld zijn." 

Deze groene apparaten van Defensie worden volledig in Nederland gemaakt. Het ontwerp en de encryptietechnologie is afkomstig van Fox-IT, de apparatuur wordt in een niet nader te noemen Nederlandse fabriek in elkaar gezet. "De hardware is daardoor wat trager en een stuk duurder, maar zo weet je wel zeker dat er geen achterdeurtjes in zitten." Kosten? Tussen de vijf- en achtduizend euro per kastje.

De Britten

Ondanks dat Fox-IT de Nederlandse overheid en grote Nederlandse bedrijven als klanten heeft, vindt Prins zich nog maar een 'relatief kleine speler': "We maken mooie technologie en het is dan eigenlijk zonde dat we vooral in Nederland klanten hebben. Om een groter deel van de wereld te veroveren hadden we hulp nodig, en die hebben we gevonden bij NCC Group."

De hulp van NCC Group kwam vorig jaar november in de vorm van een overname: Fox-IT werd voor 135 miljoen verkocht aan 'de Britten'. Dat laatste zorgde voor commotie: er werd gevreesd dat de Britse geheime dienst toegang zou krijgen tot de communicatie van de Nederlandse overheid.

Niet zonder slag of stoot

"Ik had ook niet gedacht dat de overname zonder slag of stoot zou gaan", vertelt Prins, die door de deal ongeveer 40 miljoen euro rijker is. "Ik snap dat een bepaalde community moeite heeft met de overname. Maar dat je aandelen bezit in een Nederlands bedrijf betekent niet dat je hier zomaar binnen kunt lopen. Ze kunnen niet opeens zeggen: in het volgende doosje dat je voor de overheid maakt moet dit achterdeurtje zitten."

Prins lichtte de overheid wel van tevoren in over de deal: "Organisaties reageren minder emotioneel dan mensen op het internet. Zij weten welke controles we hanteren bij onze beveiligde afdeling. Daar kom je gewoonweg niet binnen als je daar niets te zoeken hebt. Zelfs de AIVD laat ik daar niet binnen. De geheime dienst heeft hier niets te zoeken. Als ze toegang tot ons netwerk willen, moeten ze ons maar proberen te hacken."

Auteur

Daniël Verlaan (@danielverlaan) is techredacteur bij RTL Z en Bright. Houdt van de middeleeuwen en terabytes. Fietst heel snel korte afstanden. En is in het echt (en op Twitter) véél knapper.

De ups en downs van gamejaar 2016
Jan Meijroos
door Jan Meijroos
leestijd: 7 min

Het gamejaar 2016 was een halfslachtig jaar met naast verrassende games ook veel teleurstellingen en niet ingeloste beloftes.

Het was sowieso een lastige opgave. Na het uitstekende 2015 met overrompelende topgames als The Witcher III en Metal Gear Solid V, zou 2016 van goeden huize moeten komen om zijn voorganger te evenaren, laat staan te toppen. Maar met een nieuwe The Legend Zelda-game, de grote Nederlandse game Horizon: Zero Dawn en 2016 als hét jaar van VR zouden het een fantastische 12 maanden worden. Het liep net even anders. 

Overwatch
Overwatch

Winnaars: Nintendo en Overwatch 

Laten we beginnen met al het moois dat 2016 op gamegebied heeft voortgebracht, want het is een verkeerde voorstelling van zaken om dit jaar helemaal als slecht af te doen. Zo werd een uitstekende serie als Uncharted spectaculair afgesloten met Uncharted 4, werd de Battlefield naam in ere hersteld met Battlefield 1 (dat door shooter-fans massaal in de armen werd gesloten), voelde racen nog nooit zo lekker als in Forza Horizon 3 en was de comeback van DOOM een aangenaam bloederige verrassing. In 2016 liet Blizzard Entertainment opnieuw zien dat het een unieke positie bekleedt in de industrie. Alles wat het Amerikaanse bedrijf aanraakt, verandert in goud. Zo bleek Overwatch de competitieve shooter hit van het jaar en werd sinds de release non-stop door miljoenen fans gespeeld. Overwatch won deze week niet voor niets de Game of the Year-prijs op de Amerikaanse Game Awards. 

Het door velen afgeschreven Nintendo liet krachtig van zich horen. Na (te) lang de telefoon en tablets te hebben genegeerd, verscheen dan toch eindelijk Pokémon GO. De aandelenkoers van het bedrijf schoot omhoog, ondanks dat Nintendo maar een klein aandeel in Pokémon Go-maker Niantic bezit. En Kijkduin werd even dé hotspot van Nederland. Met spoedzittingen van gemeenteraden en een bezoekverbod als resultaat. In het kielzog van deze mobiele hit, gingen Pokémon Sun en Pokémon Moon daar nog eens dik overheen. De games voor Nintendo's portable 3DS en 2DS werden prompt het grootste Nintendo-succes in Europa ooit.

Pokémon Go was de game-hype van zomer 2016
Pokémon Go was de game-hype van zomer 2016

Matige verkoopcijfers 

2016 is ook het jaar van de verliezers. Veel grote games verkochten veel minder dan verwacht. Dramatisch minder in sommige gevallen. De manager bij Electronic Arts die dacht het handig was dat om het schietspel Titanfall 2 een week na Battlefield 1 en een week vóór Call of Duty: Infinite Warfare uit te brengen, verdient nog steeds een enkeltje naar de Zuidpool. Over Call of Duty gesproken, Infinite Warfare verkocht ook veel minder dan voorgaande jaren, ondanks goede scores van recensenten. Toegegeven, als totaalpakket is Call of Duty ook helemaal geen slecht spel, en de singleplayer campagne is zelfs zeer genietbaar, maar gamers zijn duidelijk de sciencefiction setting van de franchise beu. Ook het bundelen van de geremasterde klassieker Call of Duty: Modern Warfare bij de dure Legacy Edition van Infinite Warfare (90 euro), zette bij veel gamers kwaad bloed. 

Er waren echter ook genoeg goede sequels die veel minder verkochten dan hun origineel. Het recente Watch Dogs 2 en Dishonored 2 bijvoorbeeld. Beide titels die hun origineel verbeterden en uitbreidden, maar het gamepubliek liep er beduidend minder warm voor. Het puike Deus Ex: Mankind Divided had ook meer verkochte aantallen verdiend. 

Een reeks teleurstellingen 

Ronduit problematisch waren sommige releases met technische problemen, een inspiratieloze invulling of torenhoge beloftes die niet werden waar gemaakt. Voor veel mensen is No Man’s Sky de teleurstelling van het jaar. De ruimtesimulator met miljarden te bezoeken planeten leek van meet af aan too good to be true. En dat bleek ook zo. De vage uitspraken van de makers of de game nu wel of niet multiplayer ondersteunde, hielpen ook niet echt mee. Uiteindelijk was No Man’s Sky technisch vernuftig maar als game ronduit saai. Street Fighter V zou dé fighter-game van het jaar worden. Maar bij release kregen spelers een uitgeklede versie waarbij de online functionaliteiten niet goed werkte. Weg momentum. 

Mighty No.9 moest de spirituele opvolger worden van Mega Man maar na vele keren uitstel bleek het eindproduct, nota bene deels gefinancierd door Kickstarter, een middelmatig, inwisselbaar buggy platformspel. In de Homefront franchise hoeven we ook geen nieuwe delen meer te verwachten. Na het potentieel volle maar veel te korte deel 1, zou Homefront: The Revolution de zaken recht gaan zetten. Helaas, was de game uitgerust met een verwaarloosbaar verhaal, een oninteressante cast en gameplay die weinig kon beklijven. 

Tenslotte wist ook Mafia III zijn verwachtingen niet in te lossen. De sfeer, New Orleans, de soundtrack en het verhaal van deze onderwereld open-wereld game waren fantastisch, de gameplay daarentegen was repetitief, het spel zelf onnodig opgerekt en de AI van je tegenstanders onder niveau. Zonde. En oh ja, Zelda: Breath of the Wild en Horizon: Zero Dawn werden uitgesteld naar 2017. Over teleurstellingen gesproken. 

Playstation VR
Playstation VR

Virtual Reality: nog niet voor de massa

2016 moest het jaar van VR worden. Dat werd het wel én niet. Er kwamen drie high-end VR-brillen op de markt (Oculus Rift, HTC Vive en PlayStation VR), de VR-toepassingen en VR-studio's schoten als paddenstoelen uit de grond, maar de verwachtingen werden keer op keer naar beneden afgesteld. Met name PlayStation VR doet beduidend minder dan verwacht. Van de begin dit jaar voorspelde 2,6 miljoen naar minder dan 750.000 units aan het eind van het jaar. Maar ook Google’s Daydream voldoet niet aan de verwachtingen. Er zijn nu 261.000 exemplaren verkocht in plaats van de verwachte 450.000. 

Er zijn meerdere redenen voor het uitblijven van de massale omarming van VR. De apparatuur is duur, maar met name de killer apps blijven uit. En als er dan fantastische titels (Batman Arkham VR bijvoorbeeld) dan zijn die weer relatief duur en kennen ze weinig tot geen marketingondersteuning. Waar games als Mafia III, Call of Duty: IW en Battlefield 1 bijna om de week een nieuwe trailer kregen, was de marketing rondom PlayStation VR zeer bescheiden. Sony had dan ook twee hardware ballen hoog te houden dit najaar: de PlayStation 4 Pro en de PSVR. Het lijkt dat het verdelen van die aandacht ten koste is gegaan van die laatste. In 2017 moet Sony vol achter de PSVR gaan staan, zowel op het gebied van marketing als op het gebied van meer relevante, grote titels. En snel ook. 

That Dragon Cancer gaat over een zoon die aan kanker overleed
That Dragon Cancer gaat over een zoon die aan kanker overleed

De kracht van de indies

Als 2016 een ding heeft aangetoond, is het de kracht van kleine studio’s. Meer dan ooit kregen verwonderende, tot de verbeelding sprekende titels met unieke verhalen en eigenzinnige graphics massaal de handen op elkaar. The Witness, Firewatch, Unravel, Inside, Bound en ABZÛ waren stuk voor stuk kleine pareltjes die veel media-aandacht kregen. Maar ook een bijzonder spel als That Dragon Cancer, gemaakt door ouders die hun kindje verloren aan kanker, toonde de unieke kracht van het medium videogames. 

En als een game na tien jaar in ontwikkeling te zijn geweest, dan toch bij de uiteindelijke release binnen een week 5 miljoen (!) keer verkoopt – ik heb het over het deze week verschenen Final Fantasy XV – dan blijkt toch dat gamefans, ondanks alles, anno 2016 nog altijd erg loyaal zijn.

Auteur

Jan Meijroos (@janmeijroos) is een van de meest ervaren game-journalisten van Nederland. Hij schrijft onder meer voor Power Unlimited, Metro en Bright.nl.

Video Vault: The Last Steps en Lost Boy
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 35 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

De mens zette zijn eerste stappen op de maan in 1969. Drie jaar later gingen er voor het laatst astronauten heen met de Apollo 17. Aan boord: Eugene Cernan, Ronald Evans en Harrison Schmitt. In deze video wordt de reis schitterend samengevat in 20 minuten door regisseur Todd Douglas Miller. Met nieuwe en gerestaureerde beelden en spannende muziek.

Brad Bird is een legende in de animatiewereld. Niet alleen maakte hij The Iron Giant, hij stond ook aan het roer bij Pixars The Incredibles en Ratatouille. De Nederlander Kees van Dijkhuizen nam audiofragmenten van Bird die over animatie vertelt en combineerde die met prachtige beelden uit zijn films. Dat levert een fraai kijkje in de keuken op.

Lost Boy is een korte proof-of-concept film van regisseurs Ash Thorp en Anthony Scott Burns. In deze sci-fi short, die er bijzonder fraai uitziet, wordt een dystopische toekomst geschetst. Voor de film werd inspiratie gehaald uit Amerikaanse actieklassiekers en Japanse samuraifilms.

SuperHyperCube is één van de eerste virtualreality-games voor de PlayStation VR. Elk level probeer je blok zo te draaien dat hij door een gat past wat op je af komt. De puzzelgame was maar liefst zeven jaar in de maak. De ontwikkelaars vertellen hoe het project tot stand kwam vanuit een idee gebaseerd op retrogames en arcadekasten.

Er worden door grote bedrijven en ruimteorganisaties plannen gesmeed om naar Mars te gaan. Vox zet in deze video zeven manieren op een rij waarop naar Mars gaan kan leiden tot een pijnlijke dood. Het filmpje spreekt bijvoorbeeld van stralingen en materiaalfalen en dat mooie animaties en videobeelden.

Ex-Mythbuster Adam Savage gaat voor zijn YouTube-kanaal Tested langs bij Peter Jackson (Lord of the Rings). De regisseur heeft een enorme collectie filmprops. Savage is vooral geïnteresseerd in één object van Jackson, een origineel HAL9000-paneel uit de Kubrick-film 2001: A Space Odyssee.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.