Inhoudsopgave
    

Ontsnap aan de zeepbel van het eigen gelijk
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 7 min

De filter bubble die zou hebben bijgedragen aan de verkiezingszege van Trump bestond al voor Google en Facebook. Internet biedt juist heel veel mogelijkheden om aan de zeepbel van het eigen gelijk te ontsnappen.

"Als je de popular vote wint, maar drie staten verliest met minder dan 120.000 stemmen, dan kunnen er 120.000 verschillende redenen voor je nederlaag zijn", twitterde de Amerikaanse campagnestrateeg Joe Trippi, die in 2004 verantwoordelijk was voor de innovatieve (internet)campagne van de Democratische presidentskandidaat Howard Dean, donderdag.

Ruim een week na de spectaculair verlopen Amerikaanse presidentsverkiezingen breken Democraten zich nog altijd het hoofd over de vraag waar het mis ging voor Hillary Clinton. Heeft haar campagne de blanke arbeider te veel veronachtzaamd? Was het haar gebrekkige ground game in belangrijke swing states? Of kon ze een deel van de kiezers helemaal niet overtuigen omdat die in hun eigen filter bubble leven waar alleen de boodschap van Donald Trump doordringt?

New York Magazine koos daags na de verkiezingen voor die laatste verklaring. "We leven in toenemende mate in een filter bubble", schreef Drake Baer op de site van het tijdschrift. "De informatie die we opnemen is zo gepersonaliseerd dat we blind zijn voor andere perspectieven. Dat verklaart zowel waarom Trump zoveel succes heeft als waarom zoveel anderen dat succes niet zagen aankomen."

Olieramp

De term 'filter bubble' werd in 2011 gemunt door activist Eli Pariser die in zijn boek 'The Filter Bubble: What the Internet Is Hiding from You' onder meer waarschuwde voor het gevaar van Google dat zijn zoekresultaten personaliseert op basis van je eerdere zoekgedrag. Zo leidt een zoekopdracht naar het oliebedrijf BP bij de ene persoon naar een pagina met investeringsinformatie, terwijl een ander juist berichten over de BP-olieramp in de Golf van Mexico krijgt voorgeschoteld.

Eli Pariser, auteur van het boek The Filter Bubble, aan het woord in 2012
Eli Pariser, auteur van het boek The Filter Bubble, aan het woord in 2012

Bij de presidentsverkiezingen krijgt nu met name Facebook de schuld voor het ontstaan van filter bubbles. Op het sociale netwerk is het makkelijk om je te omringen met gelijkgestemden die je bevestigen in je gelijk. 

Zo ontstaan er parallelle werkelijkheden waarin de ene helft van Amerika zich boos maakt om de racistische, seksistische en anti-wetenschappelijke uitspraken van Trump terwijl de andere helft van het land het een schandaal vindt dat Clinton als minister van Buitenlandse Zaken in strijd met de regels een privé-mailserver gebruikte.

Lesbische relatie

Wat het allemaal nog erger maakt, is dat Facebook tijdens de verkiezingen ook een prima podium bleek voor de verspreiding van nepnieuws en hoaxes. Zo werd het 'nieuws' dat de paus zijn steun zou hebben uitgesproken voor Trump honderdduizenden keren gedeeld. En ook de onjuiste berichten over de betrokkenheid van Hillary Clinton bij tal van moorden en het verhaal dat de Democratische kandidaat een lesbische relatie zou hebben met haar medewerkster Huma Abedin vonden gretig aftrek.

Volgens een analyse van BuzzFeed News waren de meest gedeelde nepberichten tijdens de laatste drie maanden van de verkiezingen zelfs populairder dan de meest succesvolle artikelen van gevestigde media als The New York Times, NBC News en de Washington Post.

Facebook is niet onder de indruk van de kritiek. Zo wijst het bedrijf erop dat de meest gedeelde verhalen waarop BuzzFeed wijst, niet representatief zijn voor de informatie die bezoekers van het sociale netwerk krijgen voorgeschoteld. 

"Meer dan 99 procent van alle content die mensen op Facebook zien is echt", schrijft Facebook-CEO Mark Zuckerberg in reactie op alle kritiek. "Slechts een heel klein deel bestaat uit nepnieuws en hoaxes. En deze hoaxes zijn niet beperkt tot één partij of zelfs maar tot politiek. Dat maakt het allemaal extreem onwaarschijnlijk dat hoaxes de uitkomst van deze verkiezingen hebben veranderd."

Ongemakkelijke waarheden

Hoewel er het nodige valt aan te merken op de wijze waarop Facebook met nepnieuws omgaat - waarom verwijdert het sociale netwerk wel oorlogsfoto's en afbeeldingen van vrouwen met borstkanker maar is het tegenhouden van schadelijke nonsens een brug te ver? - valt er veel te zeggen voor Zuckerbergs claim dat het wel meevalt met het fake-nieuws en dat de overwinning van Trump dus niet op het conto van het sociale netwerk valt te schrijven.

Om te beginnen is het fenomeen filter bubble natuurlijk niet nieuw. Mensen hebben altijd al de neiging gehad om ongemakkelijke waarheden terzijde te schuiven en meer waarde te hechten aan verhalen die hun (voor)oordelen bevestigen. 

En het is ook altijd al mogelijk geweest om je mediaconsumptie in overeenstemming te brengen met je overtuigingen. Wie meent dat criminaliteit een groot maatschappelijk probleem is, kon daar ook in het pre-internettijdperk al voldoende bewijs voor vinden in De Telegraaf, terwijl wie zich zorgen maakt om klimaatverandering daar weer eerder stukken over las in de Volkskrant.

Eenzijdige boodschap

In de Verenigde Staten bestond wel jarenlang de verplichting voor tv- en radiozenders om verschillende standpunten onder de aandacht te brengen. Toen de Amerikaanse toezichthouder op de radio en televisie dat principe in 1987 losliet, werd de deur opengezet voor radio- en tv-zenders met een duidelijke politieke kleur. 

Op talk radio rammen conservatieve presentatoren als Rush Limbaugh hun eenzijdige boodschap er sindsdien uur na uur in. Een recept dat met succes is gekopieerd door de tv-zender Fox News die in 1996 van start ging.

De kandidatuur en het aankomende presidentschap van Trump zijn in veel opzichten de culminatie van hun eindeloos herhaalde boodschappen. De New Yorkse vastgoedmagnaat is er als geen ander in geslaagd om politieke munt te slaan uit de door talk radio-hosts en Fox-presentatoren aangewakkerde gevoelens van onvrede. Daar waren de online echokamers van Facebook echt niet voor nodig.

De conservatieve talkradio-host Rush Limbaugh Progress Missouri
De conservatieve talkradio-host Rush Limbaugh

Schuttersputje van het eigen gelijk

Natuurlijk, dankzij internet is het wellicht nog eenvoudiger geworden om je op te sluiten in het schuttersputje van je eigen gelijk: stel een eenzijdig media-dieet samen, volg alleen mensen met wie je het eens bent en blokkeer de rest.

En ja, Google en Facebook faciliteren het ontstaan van dergelijke zeepbellen. Maar laten we het ook niet overdrijven: de filter bubble is bepaald niet ondoordringbaar. Zo sprak ik vorige week iemand die zich juist mateloos ergerde aan Facebook omdat zijn familieleden het sociale netwerk voortdurend gebruiken om hoaxes over de gevaren van vaccinaties te delen. Zelf kom ik in mijn Facebook-newsfeed ook regelmatig onzin tegen. Om nog maar te zwijgen over alle meningen die ik niet deel.

Internet biedt ongekende mogelijkheden om in aanraking te komen met veel meer uiteenlopende informatie en meningen dan vroeger ooit mogelijk was geweest. Daarvoor moet je dan wel ontvankelijk voor willen zijn. Wie filter bubbles een probleem vindt, moet ook bereid zijn om zijn eigen cocon te verlaten. En dat is vermoedelijk het werkelijke probleem: veel mensen willen zich helemaal niet openstellen voor feiten die hun wereldbeeld aan het wankelen brengen. 

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.

Zo lossen technologie én wijzelf het fileleed op
Rutger  Middendorp
door Rutger Middendorp
leestijd: 7 min

Rutger Middendorp bezocht een grote autobeurs in Los Angeles en zag de oplossingen voor verkeersproblemen. Van wegen die zijn afgestemd op autonome auto's tot apps waarmee we auto's kunnen delen.

We willen graag allemaal in de stad wonen, zelf bepalen wanneer we van huis gaan en zijn daarom regelmatig met teveel auto's op dezelfde plek. Als gevolg staan we in de file, zit er teveel fijnstof en andere rotzooi in de lucht. Dat weten we al even. Ook dat het er niet vanzelf beter op wordt. Maar hoe kunnen we er iets aan gaan doen? Mensen zijn niet bijzonder sterk in het herkennen van langetermijnpatronen. Zelfs als we ze zien zijn we niet per se bereid er ons gedrag op aan te passen. Wie moet dan het initiatief nemen om ons uit de file te halen en uit de vieze lucht? 

Op Automobility LA kwamen experts uit de meest uiteenlopende hoeken vertellen over hun kijk op de zaak. Opvallend was dat iedereen (inclusief de automakers) het eens is dat er iets moet veranderen. Daardoor zijn er ook allerlei krachten in gang gezet die verandering teweeg kunnen brengen.

Autonoom rijden

De ontwikkeling in autonoom rijdende auto's kan een enorme impact hebben op de problemen die wegverkeer veroorzaken. Dat klinkt misschien niet voor de hand liggend, maar bedenk je het volgende; de meeste mensen denken dat ze goed kunnen rijden en dat ze het leuk vinden. Dat is allebei niet waar, maar het houdt ons wel in onze auto's. Een onderzoeksinstituut in Japan vroeg een aantal automobilisten om op vaste snelheid en met vaste afstand in een rondje achter elkaar aan te rijden. Deze video bewijst dat we daar niet erg goed in zijn.

Kijk eens om je heen als je in de file staat, de meeste mensen hebben weinig lol aan het autorijden op dat moment. Het grootste gedeelte van de tijd is auto rijden dodelijk vervelend. Het is niet voor niets dat veel mensen appen achter het stuur. Sterker nog, als je de vraag andersom stelt; "wat vind je een luxueuze reiservaring" is het antwoord "stressvrij". Zet een robot achter het stuur en je kunt stressvrij van A naar B.

Autonome auto's kunnen gebruikmaken van netwerkkennis. Ze kunnen geen 1 of 2 auto's vooruit kijken, maar de doorloop van al het verkeer in de hele omgeving meenemen in de beslissing voor een route. Een autonome auto zou kunnen onderhandelen met andere auto's in het verkeer over de ideale snelheid en onderlinge afstand

De zelfrijdende auto van Tesla tijdens een test Tesla
De zelfrijdende auto van Tesla tijdens een test

Daar wordt ook op ingespeeld in de infrastructuur. In LA wordt op dit moment miljoenen geïnvesteerd om het autonome auto’s makkelijker te maken. Er komen ongeveer 12 typen straatindelingen waar alle wegen aan moeten voldoen. Die informatie kan daardoor makkelijk gedeeld worden met de automakers, waardoor autonome auto’s van tevoren al weten hoe een straat ingedeeld is en welke baan ze moeten nemen.

Rond 2020 hebben we al meer dan 10 miljoen volledig of deels autonome auto's op de weg. Als die een lans kunnen breken voor de rest van ons wordt de robotauto sneller dan je denkt gemeengoed.

BMW heeft ook een ridesharing-app.
BMW heeft ook een ridesharing-app.

Ride-sharing en carsharing

In LA lijkt één op de 5 auto's wel een Uber- of Lyft-logo achter de voorruit te hebben. Dat zorgt ervoor dat je overal in de stad eigenlijk altijd binnen 5 minuten een auto voor de deur hebt staan die je voor een nette prijs naar je bestemming brengt, zonder de stress van het rijden of parkeren. Voor de chauffeurs is het een mooie manier om flexibel geld te verdienen, voor de rest van de stad betekent het minder geparkeerde auto's op straat. Uiteindelijk levert dat een potentieel milieuvoordeel op: een nieuwe auto maken heeft een flinke milieu impact. Als we onze auto's vaker gaan delen hoeven er minder gebouwd te worden. Ook zul je her en der parkeerstroken kunnen ombouwen tot rijstroken, fietspaden of groen.

Behalve ride-sharing, zijn er ook flink wat car-sharingprogramma's opgepopt. Veel grote automakers hebben iets opgekocht of zijn een programma begonnen. Mercedes heeft Car2Go, BMW heeft ReachNow, in Nederland is Volkswagen importeur Pon eigenaar van Green Wheels. Op Automobility LA werd voorgerekend dat je met Turo gratis een Tesla Model S kunt rijden als je bereid bent hem 7 dagen per maand te verhuren. Wie dat even tot zich door laat dringen, moet zich beseffen dat er heel wat gaat veranderen op het gebied van eigenaarschap van auto's.

Rutgers vlog vanuit LA

Connected cars

In 2020 zal naar verwachting 75 procent van de nieuw verkochte auto’s connected zijn. Een internetverbinding zorgt dat je op meer manieren kunt communiceren met de buitenwereld. Dat je navigatie live informatie heeft over verkeer, evenementen in de buurt en recensies van restaurants. Cd'tjes in de auto zijn ook verleden tijd als je Spotify tot je beschikking hebt in je wagen. Last but not least: je auto kan ook op afstand bestuurbaar zijn. ’s Ochtends kun je de verwarming aanzetten vanaf je smartphone. Andersom kan je auto ook de familie laten weten dat je bijna thuis bent.

Dat zijn grotendeels comfortverhogende features, maar met toegang tot je agenda en file-informatie zou je auto je dus voor je ingestapt bent voor kunnen stellen om iets later te vertrekken om de file te mijden. Of in een nog wat verdergaand scenario zou je een slot kunnen krijgen tijdens de drukste periode van de dag waarin je autonome auto fileloos van A naar B komt.

Meer mogelijkheden om onderweg dankzij mobiel internet leuke of zinnige dingen te doen, zal ook de acceptatie van autonoom rijden verhogen. Wel lekker als je de mailbox al doorgewerkt hebt voordat je op je werk aankomt.

Elektrisch

Een voor de hand liggende verbetering voor de luchtkwaliteit is de komst van meer elektrische auto’s. Tesla kwam na de Model S met de Model X en de betaalbaardere Model 3 komt eraan. Maar ook de andere merken zitten niet stil. Zowel de BMW i3 als de Nissan Leaf kregen meer bereik. De helemaal nieuwe Ampera E zal begin volgend jaar de Model 3 voor zijn als betaalbare elektrische auto met een groot bereik. 

De schatting is dat in 2040 40 procent van de nieuwe auto’s volledig elektrisch of plug-in hybrides zullen zijn. In 2025 zal in veel categorieën de elektrische auto een kostenefficiëntere aanschaf zijn dan tegenhangers met ouderwetse brandstofmotoren.

Vanuit de politiek, markt en technologie zijn er voldoende redenen om de komende 10 jaar ons file- en uitstootprobleem te verkleinen. En wij kunnen met z'n allen een beetje meewerken door early-adopters te zijn.

Auteur

Rutger Middendorp (@rutgerm) is sinds 2006 de meest noordelijke blogger van Bright. Hij schrijft graag het verhaal achter het verhaal. Hij doceert conceptontwikkeling op de Academie voor Popcultuur en werkt als freelance ideeënman en verhalenmaker. In een eerder leven was hij oprichter van Nieuwe Garde en won hij de Dutch Bloggies met hobbyproject Moois Magazine.

‘Angst voor AI is overdreven’
Chris Koenis
door Chris Koenis
leestijd: 8 min

Informaticus en filosoof Jan Broersen onderzoekt hoe machines met kunstmatige intelligentie (AI) morele keuzes zouden kunnen maken. "De mens is een veel risicovollere factor dan die machines."

Aan het Janskerkhof in Utrecht doet een team van zeven wetenschappers onderzoek naar de verantwoordelijkheid van intelligente systemen. Want hoe angstaanjagend het voor sommigen ook is: kunstmatige intelligentie (oftewel artificial intelligence: AI) is bezig met een snelle opmars. We spraken hoofdonderzoeker Jan Broersen, universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht, over het opvoeden van computers.

We horen vaak over de doemscenario’s van kunstmatige intelligentie - is dat wat u met uw onderzoek wilt voorkomen?

Ik wil dat er wordt nagedacht over hoe intelligente systemen met verantwoordelijkheid zouden kunnen omgaan. Het grootste gevaar is dat wij verantwoordelijkheid geven aan die systemen, terwijl ze dat niet aankunnen.

Op welke plekken gaan we AI vooral terugzien?

Overal. Dat is natuurlijk wel een beetje angstaanjagend. Mensen die er niet zelf in werken denken bij AI meestal direct aan robots. Ik denk eerder aan slimme algoritmes, oftewel softwareprogramma’s voor computers. Bijvoorbeeld online systemen die een profiel van je maken en selecteren wat je te zien krijgt, denk aan Google en Facebook. Daar zit heel veel AI achter.

En buiten het internet?

Van de eerste robots, daarvan had ook niemand voorspeld, dat het auto’s zouden zijn. Maar dat is natuurlijk wel zo: de eerste robots waar wij in onze levens daadwerkelijk mee te maken blijken te hebben, dat zijn zelfrijdende auto’s. Tien jaar geleden had niemand dat zien aankomen.

Dus niet de zorgrobots die je al voorbij ziet komen?

Ik zie dat niet echt als robots, meer als speelgoed. Dat stelt niets voor. Maar een zelfrijdende auto wel. Je bent verbaasd over wat ie kan. Verder zijn er natuurlijk veel robots die alleen nog in laboratoria bestaan. Of autonome systemen die mogelijk in het leger worden gebruikt, maar dat weten we niet zeker.

Een vaak genoemd risico is dat zo’n computer – in tegenstelling tot de mens - eindeloos kan bijleren. Is die angst gegrond?

Het probleem is niet zozeer dat AI systemen eindeloos bijleren - het zijn beperkte systemen, net als wij - maar dat er verkeerde dingen geleerd zullen worden. Daar moeten we op een of andere manier controle over houden. Ik ben het dus niet eens met een filosoof als Nick Bostrom die inderdaad bang is dat zo’n systeem dusdanig veel zal leren dat het intelligenter wordt dan wij.

En omdat, volgens Bostrom, de geschiedenis leert dat intelligentie het evolutionair wint van domheid, lopen wij mensen dan gevaar. Ik geloof daar allemaal niet zo in. Bostrom weet bijvoorbeeld niet hoe AI er in de praktijk uitziet. Als computerwetenschapper weet ik dat AI nog niet zo heel veel voorstelt op dit moment. Als we de huidige systemen nog meer rekenkracht geven, krijgen we echt niet iets wat op onze eigen intelligentie lijkt.

Hoe ver is AI dan wel, staat het nog in de kinderschoenen?

Dat vind ik heel moeilijk te zeggen. Op de schaal van IQ? Er wordt vaak ook iets over het hoofd gezien: intelligentie is maar één aspect dat ons mensen onderscheidt van de rest. Mensen hebben emotie, maken muziek en hebben interesse voor kunst. Alles wat wij zijn wordt niet alleen bepaald door intelligentie.

Bostrom lijkt die zelfde vergissing te maken. Bij computers die ons gaan inhalen denkt hij wellicht aan het oplossen van taken die enige planning behoeven, zoals schaken. Maar dat is een ontzettend simpele taak voor een computer. Als die maar genoeg rekenkracht heeft, speelt ie het beter dan een mens. Dat zal toch niemand verbazen.   

Voor het bordspel Go, dat nog veel meer mogelijkheden heeft, geldt toch eigenlijk hetzelfde. Voor een computer blijft het een simpele situatie. Als je er maar genoeg rekenkracht tegenaan gooit, dan kun je het zoals DeepMind, het neurale netwerk van Google, winnen van een mens.

Is er dan al AI ontwikkeld waarvan u wel onder de indruk bent?

O, ik ben er wel degelijk onder de indruk van. Vergis je niet. Niet verbaasd dat het ze lukt, maar wel onder de indruk.

Zijn dat dan de meest vooruitstrevende systemen: DeepMind van Google en Watson van IBM?

Ja. Er is naar mijn weten op dit moment niets beters. Het verrassende is dat DeepMind helemaal niet vooruitstrevend is. Het is een heel oude techniek, al bedacht in de jaren '80 en '90 die nu doordat computers zo snel zijn geworden, heel vruchtbaar kan worden toegepast. Aan de techniek zelf, een gelaagd neuraal netwerk, is niets nieuws.

Veel van wat deze bedrijven doen gebeurt achter de schermen.

Er is een verschil tussen het belang van universiteiten en bedrijven die allebei met AI bezig zijn. Zoveel geld als Google uitgeeft aan AI, dat is echt ongelooflijk. Daar kunnen wij als universiteit nooit tegenop.

Hier in Utrecht werken er een handjevol mensen aan vanuit de informatica en filosofie. Die zijn op twee handen te tellen. Google gooit er miljarden tegenaan en heeft honderden, zo niet duizenden onderzoekers die met AI werken. Wat zij ontdekken, daar hebben zij natuurlijk niet zo’n belang bij om dat openbaar te maken. Het blijven bedrijven. Dat wringt. Ons Europese wetenschappers wordt gevraagd om open access te publiceren, wat logisch is omdat wij met publieke middelen worden gefinancierd.

Kan dat worden doorbroken?

Je ziet dus wel dat er een spanningsveld is. Om dat te doorbreken is een mentaliteitsomslag nodig bij bedrijven. Ik begrijp goed dat bedrijven er zijn om een eindproduct te maken en geld te verdienen. Al zijn er uitzonderingen zoals Elon Musk van Tesla die ideële doelstellingen heeft. Veel wat Tesla doet maken ze openbaar, zonder patenten. Wat gek en afwijkend is natuurlijk, er zijn niet veel bedrijven die er zo over denken. Maar de grootste kritiek op Musk is dan weer dat zijn bedrijven nog geen winst maken.

Net als Google werkt Tesla aan een zelfrijdende auto. Wie gaat dat winnen?

Als ik daar een voorspelling over moet doen, dan denk ik Tesla. Google werkt achter gesloten deuren. Ze hebben een andere strategie: de zelfrijdende auto eerst helemaal af hebben en deze dan pas op de markt gooien. Het is een soort kramp waar bedrijven vaak in zitten. Dat ze denken: we moeten het voor onszelf houden. Wat Tesla heel slim doet is dat ze al honderdduizenden auto’s hebben rondrijden die data verzamelen. En dat is een heel belangrijk aspect van het intelligent maken van die auto’s.

Volgens Musk zijn alle nieuwe Tesla’s die de fabriek verlaten op hardware-niveau al geschikt voor autonomie. De rest is software, zegt hij, die je steeds slimmer kunt maken met updates. Ik denk dat die strategie slimmer is.

Hoe ver bent u in uw eigen onderzoek?

Het project loopt nu 2,5 jaar. Er is vijf jaar voor uitgetrokken. We werken met een team van zeven mensen en hebben een budget van 2 miljoen euro, met dank aan een Europese subsidie. Een collega van me uit Londen heeft in de jaren '90 voor het eerst geprobeerd om de juridische wetten waar wij ons aan moeten houden naar de computer te vertalen. Dat blijkt ontzettend moeilijk. Je zit met een vertaalslag van juridische teksten die in veel gevallen voor meerdere interpretaties vatbaar zijn. Ik probeer iets soortgelijks: concepten als goed en kwaad, wat mag en niet mag, al dat soort kwalificaties van acties probeer ik in formules te stoppen.

Uiteindelijk moet uw onderzoek iets opleveren. Wat precies?

Een theorie over hoe je intelligente systemen kunt laten redeneren over wat mag en wat niet mag. Dat kan ten opzichte van de wet zijn, maar kan misschien ook gebaseerd zijn op een soort artificieel moreel kompas. Want bij bepaalde sociale omgevingen horen normen over wat te doen en wat te laten. Systemen die in de omgevingen moeten functioneren moeten dus kunnen redeneren over wat mag en niet mag, en nog beter is wanneer ze dat zelf kunnen leren. Net zoals je je kinderen probeert bij te brengen wat mag en niet mag -je probeert ze op te voeden- zo moeten we die computers op eenzelfde manier iets kunnen bijbrengen over wat het juiste is om te doen en over wat daarbij is toegestaan en wat niet.

Daarvoor richt u zich tot uw eigen specialisme: de logica. Maar hoe breng je dat een systeem bij?

Computers moeten eerst logisch leren denken. Dus je probeert al die concepten formeler te maken zodat ze voor een computer te begrijpen zijn. Ik denk dat de deontische logica, oftewel de logica van verplichtingen, permissies en verboden, een betere oplossing is voor het geven van verantwoordelijkheid aan dat soort systemen dan de pure rekenkracht en het leervermogen van DeepMind. Dat is een probleem: want vrijwel alle nieuwe systemen zijn gebaseerd op de technieken zoals die van DeepMind. Ook wat ze bij Facebook doen.

Dus deze vorm van logica kun je straks implementeren in een computer?

Ja, en dan kun je ook veel beter controleren wat voor regels zo’n computer heeft toegepast. Welke logica en beredeneringen. En als je dat dan niet goed vindt, dan pas je het aan. Hoe zou je dat met een neuraal netwerk moeten doen? Geen idee.

Tot slot, prominenten zoals Stephen Hawking, Elon Musk en Bill Gates waarschuwen dat AI ons uiteindelijk dreigt in te halen.

Ik verschil daarin van mening met hen. Ik denk dat ze goede bedoelingen hebben, maar dat ze verkeerd inschatten dat wanneer je de huidige technieken maar met steeds snellere computers implementeert, je op steeds intelligentere systemen uitkomt. Daar zit naar mijn mening een grens aan. En ik begrijp al helemaal niet waarom ze denken dat deze systemen uiteindelijk zelfs kwaadaardig zouden kunnen worden. Dat gaat allemaal veel te snel. Ik geloof daar niet in.

Dus de mens blijft de meest risicovolle factor?

Ik denk het wel. De mens is een veel risicovollere factor dan die machines. Dat systemen zelf zo kwaadaardig worden en het op ons gemunt zullen hebben, is niet het eerste probleem waarover we nu zouden moeten nadenken. Het probleem is veel meer: mensen met de verkeerde bedoelingen die autonome systemen inzetten voor verkeerde doeleinden. En de neiging om die dingen veel meer capaciteiten toe te dichten dan ze eigenlijk hebben, wat leidt tot gevaarlijke situaties.

Auteur

Chris Koenis is freelance journalist voor onder meer RTL Z en BNR.

Zes regels voor de platformsamenleving
José van Dijck, Thomas Poell, Martijn de Waal
door José van Dijck, Thomas Poell, Martijn de Waal
leestijd: 7 min

Platforms als Uber en Airbnb roepen de vraag op hoe publieke waarden kunnen worden geborgd. Wetenschappers José van Dijck, Thomas Poell en Martijn de Waal doen in een nieuw boek suggesties voor regels voor de platformsamenleving.

Van Airbnb tot Uber, en van Facebook tot Nextdoor, de opkomst van deze platformen leidt enerzijds tot optimisme. Doordat ze bestaande praktijken en instituties - van taximarkt tot lokale democratie - letterlijk en figuurlijk 'ontregelen', zouden deze platforms leiden tot economische en maatschappelijke innovatie. Kort samengevat luidt hun belofte: minder overhead en minder overheid.

Wat in deze discussie nog onderbelicht blijft, is de rol die platformen spelen bij de behartiging van publieke belangen. Hun interfaces, reputatiesystemen, en algoritmes waarmee ze vraag en aanbod koppelen sturen de inrichting van de samenleving. Met grote gevolgen voor publieke belangen, zoals de toegankelijkheid, veiligheid en betaalbaarheid van (openbaar) vervoer, de pluriformiteit in de journalistiek of de inrichting van het onderwijs. In het boek 'De platformsamenleving' verkennen onderzoekers José van Dijck, Thomas Poell (beide Universiteit van Amsterdam) en Martijn de Waal (Hogeschool Amsterdam) de werking van platformen. Hieronder publiceren we het hoofdstuk waarin de auteurs aanbevelingen doen, aan overheden, gebruikers en platformeigenaren. Met dank aan Amsterdam University Press.

In goede banen leiden

De schaalgrootte en impact van de platformeconomie is zodanig dat het onmogelijk is de consequenties ervan heel precies in te schatten. Een overheid kan hierop reageren door een laissez-fairehouding aan te nemen en te vertrouwen op de goede wil van een handvol bedrijven; de mondigheid, alertheid en solidariteit van burgers; en de toewijding van lokale overheden aan de bescherming van publieke belangen. De overheid kan ook reageren door met alle bestaande instrumenten de maatschappelijke orde te handhaven: door platformen streng te reguleren, bepaalde praktijken te verbieden of platformeigenaren voor de rechter te dagen. Geen van beide uitersten lijken verstandig. Het is onwenselijk dat er een nieuw instrumentarium speciaal voor platformen ontwikkeld zou worden, stellen zowel ShareNL, de Nederlandse belangenorganisatie voor deelplatformen, als TNO in recente rapporten.

Toch is het onvermijdelijk dat de beschikbare beleidsinstrumenten - de huidige wetgeving en het stelsel van regulering, vergunningen en subsidies - aangepast moet worden aan deze ontwikkelingen om de platformsamenleving als geheel in goede banen te leiden. Voor we dat kunnen doen, is er een fundamentele reflectie nodig op de rollen van overheid, burgers, collectieven en bedrijven die leidt tot meer houvast in het ontwerpen van regels voor de platformsamenleving ‒ regels gebaseerd op inzichten in hoe platformen werken, wat ze doen en wat ze kunnen. Voor deze regels willen we enkele suggesties doen. De suggesties zijn noch uitputtend beschreven, noch compleet, maar hopelijk vormen ze het begin van een coherente visie op waar het met de platformsamenleving naartoe zou moeten om democratisch en evenwichtig te blijven.

Aanbeveling gericht aan platformeigenaren:

Maak platformmechanismen inzichtelijk voor gebruikers

Gebruikers krijgen te weinig inzicht in hoe een platform werkt. De gebruiks- voorwaarden zijn vaak onleesbaar, veel te juridisch en eenvoudigweg te lang. Ook zijn ze vaak niet toegankelijk zonder dat de gebruiker al een vinkje heeft moeten zetten om toegang te krijgen tot het platform of om de app te downloaden. Geef niet alleen inzicht in privacyvoorwaarden maar ook in dataflows: waar data heengaan, wie toegang heeft tot welke data, wiens eigendom ze zijn. Hetzelfde geldt voor verdienmodellen: geef aan hoe geld verdiend wordt aan platformen. Indien een platform zich manifesteert als non-profit- of publiek platform (door de overheid ontwikkeld), hoe is die status geborgd in de context van het grotere ecosysteem van platformen? Hoe worden specifieke publieke belangen gerealiseerd? En ten slotte: geef inzicht in algoritmische selectie: hoe worden algoritmes gebruikt om informatie te selecteren, sturen en koppelen? Het bieden van transparantie (zowel naar burgers als naar overheden) geeft meer vertrouwen in een platform en werkt uiteindelijk in het voordeel van de platformeigenaar.

Aanbeveling gericht aan gebruikers:

Wees niet naïef of onverschillig; denk verder dan persoonlijk gemak en onderneem actie als het nodig is

De diensten die platformen leveren, evalueren we meestal in termen van persoonlijk gemak of efficiëntie: ze helpen ons bij het gratis communiceren, vanuit de leunstoel winkelen, goedkoop van A naar B gereden worden of een cursus op maat volgen. Maar tegelijkertijd transformeren die platformen de manier waarop we leven: hoe ons onderwijs eruitziet, hoe zorgvuldig en onafhankelijk we geïnformeerd zijn over de wereld, hoe we ons in de stad verplaatsen. Evalueer platformen ook in het licht van een toekomstige (wenselijke) maatschappelijke orde. Als duidelijk blijkt dat een platform publieke waarden omzeilt of negeert, is het belangrijk dit te laten horen en duidelijk te maken dat bepaalde normen overschreden worden. Het uitoefenen van collectieve gebruikersdruk op beslissingen van bijvoorbeeld Facebook of YouTube om bepaalde selectiemechanismen (niet) toe te passen, heeft in het verleden gewerkt, al is het ook vaak mislukt. Druk uitoefenen via massamedia of sociale media kan effect sorteren, omdat platformen afhankelijk zijn van de goodwill van gebruikers. Platformgebruikers kunnen zich ook verenigen om invloed uit te oefenen op platformen. Zo kunnen ze (alleen of in groepsverband) naar de toezichthouder (bijvoorbeeld ACM) of naar de rechter stappen; een collectieve rechtszaak (in de Verenigde Staten een class-action suit) kan hiervoor een geschikt pressiemiddel zijn. 

Aanbevelingen gericht aan overheden:

Eis duidelijkheid en transparantie van platformen als voorwaarde voor gebruik

Als lokale overheden (bijvoorbeeld gemeenten) of overheidsinstituties (bijvoorbeeld scholen) moeten beslissen over het gebruiken of toelaten van apps, mogen zij eisen stellen aan de voorwaarden waaronder dat gebruik plaatsvindt. Zonder transparantie geen gebruik, zou het uitgangspunt moeten zijn. Denk aan het voorbeeld over het uitgeven van vergunningen voor taxiapps in Washington DC, uitgebreid besproken in hoofdstuk 3, waar de gemeente direct had kunnen bedingen dat burgers en de gemeente toe- gang krijgen tot de geaggregeerde datasets van de betreffende platformen. Door toegang te eisen kunnen toezichthouders niet alleen controleren of de condities worden nageleefd. Ook kunnen de data die platformen verzamelen, een publieke functie krijgen naast een commerciële, zoals het voorbeeld. Denk aan het voorbeeld van de verspreiding van toeristenlogies over een groter aantal (achterstands)wijken of aan het stellen van quota voor vrouwelijke chauffeurs, zoals in Sao Paolo.

Expliciteer welke belangen bij platformgebruik in het geding zijn, ook als die tegenstrijdig zijn

Bij onderhandelingen van lokale overheden met marktgedreven platformen, zoals Airbnb en Uber, is het belangrijk te expliciteren welke (publieke en private) belangen in het geding zijn. Publieke waarden gaan niet alleen over privacy en veiligheid, maar kunnen ook gaan over effecten op vrij- heid van informatie, milieu, toegankelijkheid, een gelijk speelveld, gelijke behandeling en inclusiviteit (non-discriminatie). Soms zijn die belangen tegenstrijdig, ook bij de overheid: men kan financieel voordeel hebben van een platform, maar tegelijk moeten inboeten op bepaalde vrijheden van burgers. Juist daarom is het belangrijk ze steeds weer te expliciteren, ook al lijken ze niet meteen relevant en ook al zijn ze tegenstrijdig. Die transparantie verhoogt het vertrouwen van burgers in overheden die moeten opkomen voor alle belangen.

Zorg dat transparantie van platformen gereguleerd wordt, en pas het handhavingsinstrumentarium aan

Onlineplatformen zijn vaak onduidelijk naar gebruikers als het gaat om eigenaarschap, verdienmodellen, datastromen en selectiemechanismen. Daardoor is het voor burgers moeilijk afwegingen te maken bij het kiezen tussen verschillende aanbieders op het gebied van bijvoorbeeld de zorg, buurtapps, onderwijs, nieuws, enzovoort. Overheden kunnen veel meer eisen stellen aan het inzichtelijk maken van ondoorzichtige mechanismen. Zulke transparantie is een voorwaarde voor het verbeteren van aanspra- kelijkheid (accountability) en voor de noodzakelijke handhaving. Door de enorme dynamiek in de platforminfrastructuur is het onmogelijk iedere nieuwe app te controleren. Denk aan de honderdduizenden gezondheids- apps die de markt overspoelen en consumenten weinig informatie bieden over betrouwbaarheid en effectiviteit. De huidige wetgeving voldoet nauwelijks meer aan die nieuwe realiteit; de overheid moet streven naar eenvoudiger regels die betere handhaving mogelijk maken.

Stimuleer de ontwikkeling van platformen waar publieke waarden ingebouwd zijn in het design

Niet alleen overheden maar ook gebruikers(collectieven) en bedrijven kunnen gestimuleerd worden om platformen te ontwerpen waar publieke waarden ingebouwd zitten in het design van een app of website. Publieke waarden vormen geen belemmering voor innovatie maar misschien juist een stimulans: zo’n Nederlandse of Europese bijdrage aan de platformsamenleving kan juist leiden tot economische waardecreatie. De overheid zou bij uitstek kunnen optreden als launching customer: door geld te steken in design en ontwikkeling van apps met oog voor publieke waarden, voegt de overheid ook economische waarde toe, terwijl het verantwoordelijk platform- en datagebruik stimuleert.

​Het boek 'De platformsamenleving' door José van Dijck, Thomas Poell en Martijn de Waal verscheen in november 2016 bij Amsterdam University Press.

Auteur

Grand Gear: 20 jaar Apple-design
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 6 min

In Grand Gear selecteren we maandelijks de mooiste nieuwe spullen voor je. Spullen die je bij het zien van de foto's in je handen wilt voelen.

Designed by Apple in California

Apple heeft een fotoboek uitgebracht met fraaie plaatjes van zijn productdesign in de afgelopen twintig jaar. Van de iMac tot de Apple Pencil, alles staat op de 450 foto’s die het boek rijk is. Het boek met harde kaft komt er in klein formaat (260 bij 324 mm) en groot formaat (330 bij 413 mm). In Nederland is hij niet te koop, wel via onder meer de Duitse site van Apple. De kleine kost 199 euro, de grote 299 euro.

Noordung Angel

Van deze elektrische fiets worden er slechts 15 gemaakt, vandaar het unieke prijskaartje van 8000 euro. De Noordung Angel Edition wordt handgemaakt en naast zijn opvallende ontwerp is de fiets ook multifunctioneel. De accu wordt niet alleen voor trapondersteuning gebruikt, maar er is ook een USB-aansluiting om gadgets op te laden en op de buis zit een afneembare bluetooth-speaker.

Suprella Pro

De paraplu van de Berlijnse startup Suprella lijkt op een gewone paraplu, maar dan net iets anders. Hij opent 'andersom'. Of juist op de goede manier, want hierdoor zou de Suprella Pro twee keer sterker zijn en bij het inklappen word je minder nat. De paraplu kost 45 euro.

Marshall Mid Bluetooth

Marshall heeft een nieuwe on-ear koptelefoon die werkt met bluetooth: de Marshall Mid Bluetooth. Hiermee wil je gezien worden en de koptelefoon heeft een handig rond knopje die je in verschillende richtingen kunt duwen om bijvoorbeeld volume te verhogen of om te pauzeren. Helemaal interessant is dat de koptelefoon ruim 30 uur aan speeltijd belooft op een volle acculading. Hij kost 199 euro.

OnePlus 3T

Vanaf 28 november is de OnePlus 3T te koop. Het betreft hier een nieuwe versie van de OnePlus 3, met de nieuwe Snapdragon 821-chip die ook in de Google Pixel zit. Verder heeft hij 6GB aan werkgeheugen en 128GB aan opslagruimte. De frontcamera heeft nu evenveel megapixels als de camera op de achterkant: 16 megapixels. De accu is van 3000 naar 3400mAh gegaan. Hij kost 439 en is daarmee 40 euro dan het vorige model.

Surface Studio

Microsofts nieuwe computer is de all-in-one Surface Studio met kantel en aanraakgevoelig scherm van 28 inch. Hij ziet er niet alleen fraai uit, maar is ook krachtig dankzij een GeForce 980M grafische kaart, 32GB aan werkgeheugen en een 2TB hybride harde schijf. Interessant voor kunstenaars en ontwerpers is dat het scherm bijna plat kan, zodat er met de Surface Pen op te tekenen is met nauwelijks vertraging. Ook is er de Surface Dial, een soort hockeypuck die je in combinatie met het scherm kunt gebruiken door eraan te draaien, bijvoorbeeld om terug te spoelen in video’s of om kleuren te kiezen of te bladeren. De computer kost 2999 dollar.

Loupedeck

Loupedeck is een controller voor het bewerken van foto’s. Het apparaat lijkt op een mixer voor DJ’s, maar je past dingen aan als contrast, helderheid en schaduwen met de knoppen en wieltjes in het Adobe-programma Lightroom. Dat moet ergonomischer en intuïtiever werken dan muis en toetsenbord. De Loupedeck is nu te bestellen via Indiegogo voor 229 euro.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.