Inhoudsopgave
    

Succes Pokémon Go is geen toevalstreffer
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 7 min

Pokémon Go, sinds zaterdag ook officieel in Nederland beschikbaar, is dé doorbraak voor gamen in augmented reality. Miljoenen mensen gaan de straat op om Pokémon te vangen. Dat succes kwam niet zomaar: daar ging bijna 20 jaar aan vooraf.

Op het eerste gezicht lijkt Pokémon Go misschien een simpele game. Met een smartphone in de hand lopen spelers over straat, trilt hun toestel dan is er een Pokémon in de buurt. Via de camera ziet de speler die Pokémon op straat zitten, en goedgemikte worp met een Pokéball later is het diertje gevangen. Wie op bepaalde plekken langsgaat kan gratis meer Pokéballs en andere benodigde voorwerpen verzamelen, en enkele plekken gelden als Pokémon Gyms. Die speciale plaatsen worden bij wijze van landje-pik beschermd door de sterkste Pokémon van spelers uit het rode, gele en blauwe team, wat de valuta Pokécoins oplevert.

Door meer exemplaren van dezelfde Pokémon te vangen kunnen spelers hun exemplaren laten evolueren en sterker maken, waardoor de speler die de wereld in trekt meer succes heeft. Dat maakt de game laagdrempelig, sociaal en zeker in de zomer aantrekkelijk. Tel daarbij het nostalgische aspect van de twintig jaar oude gameserie op en je hebt een instant hit te pakken. Toch is de geschiedenis van de game die al door ruim 1,3 miljoen Nederlanders wordt gespeeld veel minder simpel.

Multiplayer-game op straat

Pokémon Go komt namelijk uit de koker van het bedrijf Niantic, opgericht door Amerikaan John Hanke. Niantic ontstond in 2010 als startup binnen Google. Hanke kwam in 2004 bij Google terecht, toen de internetreus Hanke’s eerdere bedrijf Keyhole overnam. Het in 2001 opgerichte Keyhole ontwikkelde Google Earth, de 3D-kaarten die onderdeel werden van Google Maps. Tussen 2004 en 2010 stond Hanke aan het hoofd van Google Geo, het team dat verantwoordelijk is voor Google Maps en Google Earth. In die tijd verzamelde Hanke een team om zijn passie voor het in kaart brengen van de wereld te combineren met zijn andere liefde: de massively multiplayer online game (MMO). Het geld waarmee hij Keyhole oprichtte, verdiende Hanke met de verkoop van een MMO.

Tel landkaarten en MMO bij elkaar op, en je komt uit op de gps-game: precies wat Hanke met zijn in 2010 binnen Google opgerichte Niantic begon te maken. Het eerste spel dat Niantic ontwikkelde was Ingress, ook een game waarin spelers gewapend met hun smartphone de straat op gaan. Minder bekend dan Pokémon Go, maar niettemin een game met een toegewijde harde kern van spelers die dagelijks stad en land afreizen. De insteek is vergelijkbaar: ook Ingress is geen game die je onderuitgezakt op de bank of achter je bureau speelt: je moet de straat op wil je succesvol zijn.

Miljoenen locaties

Zonder dat ze dat weten, hebben Pokémon Go-spelers een hoop te danken aan Ingress. De locaties die spelers in die game in de vorm van ‘portals’ veroveren, vormen de basis voor de Pokéstops en Pokémon Gyms die de spelers van Pokémon Go nu aandoen. Vaak zijn die locaties in Pokémon Go bijzondere plekken; beelden, bruggen, monumenten, parken; dat werk. Maar toen Ingress werd opgericht waren er nog niet zoveel van die plekken in kaart gebracht, en daar hebben de spelers van Ingress een aardig handje bij geholpen.

De spelers werd gevraagd om plaatsen aan te wijzen die waardig zijn om als portal op de kaart te komen, en de reactie was immens. “Er zijn zo’n 15 miljoen inzendingen geweest, en daarvan hebben we er wereldwijd zo’n 5 miljoen goedgekeurd als locatie”, zegt John Hanke tegen Mashable. Zonder die informatie had Pokémon nooit zo wereldwijd toegankelijk kunnen zijn als het nu is.

Nederlander Patrick (achternaam bekend bij redactie), in Ingress bekend als papasam, speelt de game al zo’n tweeënhalf jaar, en beschouwt zichzelf als intensieve speler. “Daar mag je wel anderhalf uur per dag aan ophangen”, lacht hij. Patrick vindt de hype rond Pokémon Go te gek: “Het zorgt voor een grote aanwas aan nieuwe spelers van Ingress”, zegt hij. “Als de servers van Pokémon Go platliggen, en spelers beseffen dat Ingress op hetzelfde grid draait en het daarom proberen, hebben wij daar veel baat bij. Dan hoeven de spelers met een hoog level minder te doen."

Een screenshot van Eindhoven op Ingress
Een screenshot van Eindhoven op Ingress

De vruchten plukken

Patrick heeft Pokémon Go uiteraard ook zelf geprobeerd, maar Ingress heeft hem meer te bieden. “Ik vind het heel leuk, maar ik ben een speler die grote afstanden op de fiets aflegt, en dat is Pokémonnend niet te doen. Dat is echt heel gevaarlijk”, zegt hij. “Bij Ingress kan het wel, want daar ga je van portal naar portal – of in Pokémon-taal van Pokéstop naar Pokéstop – maar bij Pokémon is het gevaar dat je je beestjes ook de hele tijd onderweg tegenkomt. Dat maakt het fietsend en zeker autorijdend helemaal niet te doen.”

Dat de Pokémon Go-spelers nu de vruchten plukken van de jarenlange inzet van de harde Ingress-kern vindt 'Papasam' alleen maar mooi. “Ik kom op straat nu veel Pokémon-spelers tegen, en dan is het heel leuk om ze op kaart te laten zien waar in de hele stad alle portals en dus Pokéstops zijn.” Waar Pokémon Go-spelers namelijk maar enkele honderden meters om zich heen boeiende punten op de kaart zien staan, kan de Ingress-speler de hele stad overzien. En omdat de locaties van portals overeen komen met die van Pokéstops en Gyms, heeft de Pokémon-trainer die ook Ingress bekijkt een streepje voor.

Voorlopig is het complexere Ingress aantrekkelijker voor Patrick. Maar zegt hij: wie wil weten wat er komen gaat in Pokémon Go moet naar Ingress kijken. “Het eerste wat er zal gebeuren is dat Pokémon-spelers bericht gaan krijgen wanneer hun Gym wordt aangevallen." Nu kunnen spelers zulke belangrijke plekken met hun sterkste Pokémon verdedigen, maar als ze worden aangevallen en de Gym in handen van de vijand valt, weet de Pokémon-speler van niets. “Als iemand in Ingress je portal aanvalt, krijg je daar een berichtje van, waar je dan ook bent. Dan open je Ingress, en verdedig je op afstand jouw portal.”

Pokémon Go
Pokémon Go

Revolutionair moment

Ook het ruilen van Pokémon, in de succesvolle reeks op GameBoy en Nintendo DS één van de belangrijkste functies, is volgens Patrick een logische volgende stap. “In Ingress kunnen spelers al voorwerpen voor elkaar achterlaten op bepaalde locaties, ik kan me voorstellen dat Pokémon ook die kant op gaat.”

Of de hype rond Pokémon Go standhoudt moet nog blijken, plannen om geld te verdienen zijn er in ieder geval al. Niantic wil bedrijven tegen betaling een locatie op de kaart laten zetten; een goede deal voor zowel de speler als het bedrijf. 

Een toevalstreffer is het nauwelijks te noemen: Pokémon Go is een direct gevolg van het toonaangevende Google Maps, jarenlang ontwikkeld op basis van kaartdata, informatie van Ingress-spelers en leunend op vooruitstrevende systemen die ervoor zorgen dat alle spelers op straat dezelfde Pokémon zien. Pokémon Go is een revolutionair moment in de geschiedenis van de gps-game, en juist de laagdrempeligheid onderstreept dat.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

Hoe strafbaar zijn deze YouTubers?
Bastiaan Vroegop
door Bastiaan Vroegop
leestijd: 7 min

In de jacht op views en likes hebben sommige Nederlandse YouTubers lak aan de wet. Hoe groot zijn de juridische risico's die vloggers met allerlei illegale activiteiten nemen?

Het lijkt steeds vaker te gebeuren. YouTubers gaan de straat op met een camera, zodat ze een zo ludiek mogelijke stunt kunnen uithalen in het openbaar. Bij zo'n video wordt vaak het randje van wat kan opgezocht, of houden de vloggers iemand voor de gek. Maar waar ligt die rand nou precies? Wij spraken met jurist Arnoud Engelfriet van ICTRecht om te kijken hoe strafbaar vijf van deze 'prankers' nou eigenlijk zijn.

Uiteraard wordt niet iedere YouTuber meteen vervolgd. Sommige pranks lopen met een sisser af, omdat er excuses wordt aangeboden en niemand aangifte doet. Wordt er echter iemand wel voor de rechter gesleept, dan kan dat volgens Engelfriet leiden tot soms zware straffen.

Mishandeling van een conducteur

De 18-jarige Seif uit Bussum vertrok eerder deze zomer met zijn camera naar het treinstation met een doos eieren. Hij had zichzelf uitgedaagd om mensen te bekogelen met eieren, zodat hij materiaal had voor zijn nieuwste YouTube-kanaal. Uiteindelijk werd er slechts één ei gebruikt, maar dan wel op een conducteur die hierdoor hoofdletsel opliep. "Hier ben ik snel klaar mee: dit is strafbaar, eenvoudige mishandeling", aldus Engelfriet. "Artikel 330 Strafrecht: maximaal drie jaar cel of boete van €20.500."

De video ging viral - maar het leverde Seif weinig positieve aandacht op. Toen het filmpje op Dumpert terechtkwam deed hij zelf aangifte, waarna hij zes uur in de cel moest spenderen. De volgende dag werd hij gedagvaard voor 'mishandeling van een ambtenaar in functie'. Omdat het gaat om een ambtenaar, kan de straf volgens Engelfriet nog een stukje hoger komen te liggen: "Als het om een ambtenaar gaat komt er een derde bij".

Seif praat liever niet met ons over wat er is gebeurd, maar verwijst ons door naar een interview dat hij afnam met YouTube-kanaal KingAlert. Daarin gaf hij aan spijt te hebben van de video: "Ik heb niet alleen mijzelf een slechte naam gegeven, maar ook de volledige [YouTube]-community. Het was een domme en ondoordachte actie".

Bovenop een trein meerijden

Bij een vlog van YouTuber Willem vielen er geen gewonden, maar toch wist de video tot de nodige ophef te leiden. Samen met vriend sprong hij vanaf de brug van een station bovenop een rijdende trein, zodat ze gratis naar het volgende station konden meereizen. 

De videotitel 'Illegaal meereizen op het dak van een trein' geeft al aan dat Willem weet dat dit niet mag, maar achteraf vertelde de vlogger dat hij goed had gekeken of het traject geen gevaarlijke bruggen of andere obstakels had. Dat rechtvaardigt volgens Engelfriet niks: "Hier zie ik ook geen enkel excuus voor onder de wet. Dat jij denkt dat het veilig is, is geen reden om de wet te mogen negeren."

Transportbedrijf Veolia gaf aan niet blij te zijn met de YouTubers en deed aangifte. "We doen aangifte", vertelde een woordvoerder aan Omroep Brabant. Daarbij werd gedreigd met een celstraf van 15 jaar of een grote geldboete. "Die vijftien jaar is de maximumstraf voor het spoorverkeer opzettelijk in gevaar brengen", vertelt Engelfriet aan Bright. Dit valt onder artikel 164 van het Wetboek van Strafrecht.

Betasten van vrouwen

Nog een video die flink wat negatieve aandacht in de pers kreeg: YouTubers vroegen meisjes of ze voor 10 euro aan hun borsten mochten zitten. Ging iemand akkoord, dan werd er slechts één borst aangeraakt en niet betaald. Zolang er echter toestemming wordt gevraagd, mag dit volgens Engelfriet gewoon: "Met toestemming is het natuurlijk niet strafbaar om aan iemands borsten te zitten."

Het wordt voor de YouTubers pas gevaarlijk als er geen toestemming is gegeven: "Zonder toestemming aan iemands borsten zitten (minder- of meerderjarig) is aanranding en strafbaar: acht jaar cel of €82.000 boete." Of dat het geval is moet echter nog blijken: hoewel er in de video niet wordt betaald, wordt er wel toestemming gegeven.

Er is nog een kleine nuance. Sommige van de meisjes zien er vrij jong uit - wat bij een aangifte kan leiden tot veel grotere problemen voor de YouTubers. "Als je een minderjarige daartoe aanzet voor geld, kun je ook nog eens voor kinderprostitutie aangesproken worden", vertelt Engelfriet.

Hebben de vloggers spijt? We hebben het ze gevraagd, maar kregen helaas geen reactie. De video is inmiddels wel verwijderd.

Inbraak

De jongens van StukTV hebben er een serie van gemaakt: eens in de zoveel tijd proberen ze in te breken bij een pretpark, om te zien hoe goed ze de beveiliging kunnen omzeilen. Dat deden ze al bij onder andere Toverland, Duinrell, de Efteling, Drievliet, Avonturenpark Hellendoorn, het Archeon en het Dolfinarium. Dat mag niet en is strafbaar volgens Engelfriet. "Inbraak is strafbaar, één jaar cel ongeacht of je iets steelt of schade berokkent."

Er zijn uitzonderingen, maar het moet nog blijken of deze vlogs hier onder vallen: "Heel soms kan een inbraak legaal zijn, maar dan hebben we het echt over situaties waarin je wilt aantonen dat de maatschappij een probleem heeft. Zie Stegeman die een militaire basis binnendrong."

Valse bommelding

Tot slot nog een potentiële prankvlog die er nooit kwam. Een jongen gooide op Amsterdam Centraal zijn tas op de NS-balie, waarna hij riep dat er een bom in zat en wegrende. Hij werd later gegrepen toen hij zijn tas weer kwam ophalen, waarbij hij aangaf dat het slechts een grap was.

"Het is strafbaar ergens dingen achter te laten en daarbij de indruk te wekken dat het een bom is, dit kan maximaal vier jaar cel opleveren", meldt Engelfriet. Een straf die in theorie wel eens hoger kan komen te liggen, omdat een deel van het station werd ontruimd en dit effect had op het spoorverkeer. 

Hoe deze vlogger zich hierover voelt, kunnen we niet zeggen. Hij werd immers in de kraag gevat voordat er een mogelijke video gemaakt kon worden. Dat politie er mee bezig is, is in elk geval duidelijk.

Heeft een spijtbetuiging zin?

Prankvlogs worden vaak opgevolgd door een tweede video, waarin de makers spijt betuigen van hun acties. Dat kan volgens Engelfriet wel helpen als iemand wordt gedagvaard: "Dat zou heel misschien bij de strafmaat mee kunnen wegen. Een onbezonnen daad kán soms lichter worden gewogen dan welbewuste sluwe opzet met kwade bedoelingen. Maar daar staat tegenover dat iederéén natuurlijk achteraf zegt dat het een grap was, dat het niet zo was bedoeld en dat ze heel veel spijt hebben."

Het wissen van de video levert daarentegen weinig op. "Het misdrijf is immers niet de video maar wat daarop te zien is."

Auteur

Bastiaan Vroegop is freelance journalist. Hij schrijft veel over internet en games.

Rescue-robots: tech bij tegenspoed
Bram Steijns
door Bram Steijns
leestijd: 8 min

Robotwetenschapper Robin Murphy reist met haar reddingsrobots de wereld over om hulpdiensten te ondersteunen. Haar drones, bestuurbare vaartuigen en robots op rupsbanden hielpen al bij tientallen rampen.

In noodsituaties zijn er altijd heldhaftige brandweermannen, kustwachten of ambulancemedewerkers die zonder tegenstribbelen hun leven wagen om dat van anderen te redden. Maar ze doen het niet alleen, ze krijgen steeds meer hulp van elektronische collega's. "We moeten mensen zover krijgen om deze technologie te gebruiken, om levens te redden", zegt Robin Murphy. De Amerikaanse wetenschapper was vorige week in Den Haag om tijdens het internationale technologiefestival Border Sessions haar projecten te presenteren. 

Haar robots worden overal ter wereld ingezet. Tijdens natuurrampen zoals Orkaan Katrina of de kernramp op Fukushima rukt het team van Murphy uit om de hulpdiensten bij te staan met robots. Zo gebruiken de wetenschappers drones om slachtoffers te zoeken of 3D-kaarten te maken van rampgebieden en minuscule robots om te speuren naar overlevenden op plekken die voor hulpverleners niet toegankelijk zijn. 

Murphy was de eerste wetenschapper die zich bezighield met het gebruik van robots in rampsituaties. In 2001 startte ze een onderzoekscentrum voor de robots aan A&M University in Texas. Bij de aanslagen op 11 september rukte ze voor het eerst uit. Haar robots waren klein genoeg om door de smalle openingen in het puin naar overlevenden te zoeken en hun locatie door te geven aan de hulpdiensten bovengronds. 

Strandwacht EMILY

Ook in de vluchtelingencrisis spelen Murphys machines een belangrijke rol. EMILY, een varende robot, wordt door de Griekse kustwacht gebruikt bij het redden van vluchtelingen die in gammele bootjes de overtocht maken van Syrië naar het eiland Lesbos. EMILY, die lijkt op een langwerpige reddingsboei, is op afstand bestuurbaar en kan dankzij een waterjetmotor met een snelheid van zo'n veertig kilometer per uur door het water scheren. De robot wordt al een aantal jaren door de kustwacht gebruikt om reddingsoperaties uit te voeren, bij een noodsituatie wordt EMILY in het water gezet en naar de plek van het ongeluk gestuurd. Eenmaal daar dient het vaartuig als drijfvlot voor drenkelingen, totdat de kustwacht ter plaatse is om de mensen uit het water te halen. 

Als de kustwacht uiteindelijk gearriveerd is, wordt EMILY naar de sterkere slachtoffers in de groep gestuurd, zodat de reddingswerkers zich eerst kunnen bezighouden met kinderen of oudere mensen. "Zonder EMILY is één strandwacht in staat om zich over twee à drie slachtoffers te ontfermen", zegt Murphy. "Mét EMILY zijn dit er vijf tot acht." Om dit aantal nog hoger te krijgen, werken de wetenschappers aan een 'point & go'-functie op de robot. Als een hulpverlener wijst naar een groep die er minder slecht aan toe is, moet EMILY het gebaar herkennen en automatisch naar die groep gaan zodat de hulpverlener zich bezig kan houden met mensen die de hulp harder nodig hebben. Dit zou de hulpverlener in staat stellen om zich te ontfermen over 10 tot 15 mensen tegelijk.

Het vaartuig is ook uitgerust met een camera, een microfoon en luidspreker, zodat de kustwacht met de slachtoffers kan communiceren en instructies kan geven om de reddingsactie zo soepel mogelijk te laten verlopen. 

Vriendelijk overkomen

De robots van Murphy worden voornamelijk gebruikt als observatiemiddelen, om grote rampen in kaart te brengen of te zoeken naar overlevenden. EMILY is de enige robot van Murphy die direct contact heeft met de slachtoffers en dat vraagt om een andere mindset. "EMILY is zo ontworpen dat ze vriendelijk overkomt op de slachtoffers. Omdat de mensen zich al in een stressvolle situatie bevinden, moeten redmiddelen er niet gevaarlijk uitzien." De robot mindert daarom vaart als het in de buurt komt van een slachtoffer en draait vervolgens de zijkant naar voren, om het slachtoffer te laten zien dat het apparaat hulp komt bieden. Murphy vergelijkt het met het gedrag van een hond. Als een hond zich onderdanig en rustig gedraagt, voelt een mens zich beter op zijn gemak dan wanneer het dier met hoge snelheid op hem afkomt. 

Ondertussen werkt het team hard aan een verbeterde versie van EMILY. Zo gaat de robot straks samenwerken met een drone die vanuit de lucht GPS-coördinaten van de plaats van het ongeluk doorgeeft, EMILY vaart daar vervolgens automatisch naartoe en past met behulp van een warmtecamera haar koers waar nodig aan. Bovendien wordt het vaartuig uitgerust met een scherm dat te bedienen is met een smartphone, via het scherm kunnen er ook visuele instructies worden doorgegeven.  

Hindernissen

Sinds 2001 zijn de robots al bij 49 rampen wereldwijd ingezet. Als het aan Murphy lag, mag het nog vaker gebeuren. Maar ze loopt tijdens haar werk tegen vervelende hindernissen aan. Zo is het soms een hele opgave om voldoende geld te verzamelen voor het bouwen en onderhouden van de robots. Om de inzet van de EMILY-robots bij Lesbos te financieren startte het team zelfs een GoFundMe-campagne. "Het is irritant om te doen, ik haat het dat we dat moeten doen."

Het team haalt wel veel geld binnen via het nationale wetenschapsfonds, omdat veldtesten met de robots een belangrijke wetenschappelijke waarde hebben. Want waar kan dat beter dan bij echte rampen? Bovendien komt er dan financiering vanuit het land waar de ramp zich heeft afgespeeld, maar voor het gebruik van EMILY ligt die situatie anders. "Het is makkelijk om geld te krijgen om de robots in te zetten bij bijvoorbeeld een tsunami of aardbeving dan voor het redden van illegale immigranten, omdat de ramp zich verspreid over een groter gebied en er ook politieke belangen bij betrokken zijn," legt Murphy uit. "Maar we zouden die politieke belangen aan de kant moeten schuiven en ons moeten realiseren dat er mensen verdrinken die we kunnen redden."

Ook regelgeving kan de ontwikkeling van de reddingsrobots dwarsbomen. "In de VS is men heel conservatief in het gebruik van technologie. Dan kan ik wel heel vooruitstrevend denken, maar kan ik de ideeën niet toepassen omdat het simpelweg niet mag", vertelt Murphy. "En het duurt vaak jaren voordat zoiets wordt toegestaan." 

Gevaarlijke drones

Dat vraagt om creatieve oplossingen. Voor de kust van Lesbos verbood de lokale luchtvaartautoriteit Murphy's team om met drones te vliegen, daarom kozen de wetenschappers voor het watervoertuig EMILY. Maar om de zoektocht naar mensen op zee sneller te laten verlopen, kan het team overzicht vanuit de lucht goed gebruiken. De wetenschappers zetten een drone in die aan een kabel vastzit, zolang die drone niet hoger dan 150 meter vliegt wordt het gezien als een 'vlieger' en niet als een UAV (Unmanned Aerial Vehicle). Op die manier kunnen ze dus toch een drone inzetten, zonder de regels de overtreden. 

Murphy is overigens wel een voorstander van regulering rond drones en andere bestuurbare apparaten. "Mensen met drones hebben bij rampen nog wel eens de neiging om de reddingswerkers te helpen." Maar dat is geen goed idee, vindt ze. "Voor deze rampen heb je mensen nodig die goed getraind zijn. Het is verwaand om te denken dat iedereen met een drone kan helpen bij een reddingsoperatie." Volgens Murphy is het zelfs gevaarlijk. "Laagvliegende helikopters kunnen al neerstorten als er een vogel zo groot als een duif in de wieken terecht komt. Drones hebben vaak ook die grootte", zegt Murphy. "Je kunt er dus een helikopter mee neerhalen." En dat is niet bepaald bevorderlijk voor de hulpverlening.

Echte helden

Volgens Murphy spelen robots een essentiële rol bij reddingsoperaties, ze zou graag zien dat de robots daarvoor iets meer erkenning kregen. "De hulpverleners zijn de echte helden. Ze hebben decennia getraind en zetten hun eigen leven op het spel. Onze robots zijn hulpmiddelen", zegt Murphy. 

"Maar krijgen ze als hulpmiddel genoeg aandacht? Nee. En als de autoriteiten niet zien hoe de robots ingezet worden, zullen ze er niet snel geld aan uitgeven. We moeten dus meer bewustzijn creëren en overheden vragen waarom ze deze technologie nog niet overal inzetten. Je wilt toch ook niet dat de brandweer in wagens rijdt die meer dan vijftig jaar oud zijn?"

Auteur

Freelance journalist Bram Steijns schrijft graag over innovatie in technologie, design en duurzaamheid. Is het liefst zo veel mogelijk in het buitenland en houdt van film, fotografie en muziek.

Hoe China de Bitcoin overneemt
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 7 min

Nergens is de Bitcoin zo groot als in China. Chinese Bitcoin-miners domineren de productie van de munt en bepalen daarom ook waar het met de cryptocurrency naartoe gaat.

Het Bitcoin-systeem zit ingenieus in elkaar. Om ervoor te zorgen dat de aanmaak van nieuwe Bitcoins in een voorspelbaar tempo plaatsvindt, zijn er automatische veiligheidskleppen in het systeem ingebouwd die de productie van nieuwe munten op gezette tijden afremmen als er even te veel in omloop komen en weer op gang brengen als de aanmaak van nieuwe munten tegenvalt. 

Naarmate er meer computers op het Bitcoin-netwerk zijn aangesloten, worden de sommetjes die moeten worden opgelost voor de aanmaak van nieuwe munten moeilijker: zo wordt de productie van nieuwe munten getemperd. Omgekeerd werkt het ook: op het moment dat er minder rekenkracht beschikbaar is voor het oplossen van de Bitcoin-raadsels daalt de moeilijkheidsgraad automatisch. 

Dat laatste gebeurde op 8 juni. Op die dag werd het mijnen van Bitcoins van het ene op het andere moment iets makkelijker. De moeilijkheidsgraad van de sommen die de computers in het Bitcoin-netwerk moeten oplossen om nieuwe munten aan te maken, daalde die dag met 1,63 procent. 

De vermoedelijke reden: kort daarvoor had de politie in Ma’anshan, een industriestad in het oosten van China met meer dan 2 miljoen inwoners, invallen gedaan bij verscheidene Bitcoin-mijnbedrijven. De computers van de bedrijven, die werden verdacht van het illegaal aftappen van stroom, werden daarbij in beslag genomen. En daardoor nam de beschikbare rekenkracht op het Bitcoin-netwerk af - een probleem dat werd opgevangen door de Bitcoin-sommen weer wat makkelijker te maken.

Bijna gratis stroom

Dat politie-invallen in een Chinese stad waarvan de meeste Nederlanders vermoedelijk nooit hebben gehoord, zo'n grote impact hebben op de productie van Bitcoins zegt veel over de rol die China inmiddels speelt in de productie van de virtuele munt. De Chinese Bitcoin-bedrijven (waarvan F2Pool, Antpool, BTCC Pool en BW.com de grootste zijn) zijn inmiddels verantwoordelijk voor 90 procent van alle Bitcoin-transacties en 70 procent van de Bitcoin-mijnbouwactiviteiten wereldwijd.

Eén van de laatst overgebleven grote, westerse Bitcoin-miners, het Zweedse KnCMiner, vroeg eind mei zijn faillissement aan. Op 10 juli werden alle Bitcoin-mijnbouwactiviteiten definitief stopgezet. De halvering van de Bitcoin-output en de energiebelasting in Zweden deden het bedrijf de das om.

Chinese Bitcoin-bedrijven profiteren daarentegen juist van de goedkope energie in hun land. De Bitcoin-mijnbouwbedrijven vestigen zich bijvoorbeeld in de buurt van kolencentrales of waterkrachtcentrales die ooit werden gebouwd voor grote industriële projecten die nooit van de grond zijn gekomen. Daar is de stroom bijna gratis. Tel daar de lage arbeidskosten en de aanwezigheid van chipmakers bij op en de Chinese hegemonie bij de productie van Bitcoins is verklaard.

Gokken

De Bitcoin is al enkele jaren erg populair in China. Volgens een reportage  over de Chinese Bitcoin-scene in The New York Times zijn daar verschillende verklaringen voor. Om te beginnen zijn er relatief maar weinig investeringsmogelijkheden in het land. 

Daar komt bij dat het speculeren met de volatiele munt goed bij de Chinese volksaard past: gokken is een populair tijdverdrijf. Veel van de koersstijgingen en -dalingen van de Bitcoin worden toegeschreven aan gebeurtenissen in China. Toen de Chinese overheid eind 2013 banken verbood om nog langer geld over te maken naar Bitcoin-beurzen, volgde er een ineenstorting van de prijs. De Bitcoin die eind november 2013 nog een hoogtepunt bereikte van meer dan duizend dollar, heeft nooit meer zo hoog gestaan als toen.

Tot slot stelt Bitcoins Chinezen in staat om geld naar het buitenland te brengen. Door alle kapitaalbeperkingen is dat via de officiële weg vaak behoorlijk moeilijk. Inwoners van China mogen maximaal 50.000 dollar per jaar naar het buitenland overmaken. Door gebruik te maken van de Bitcoin is het mogelijk dergelijke beperkingen te omzeilen. 

Toekomst Bitcoin

De dominantie van Chinese Bitcoin-mijnbedrijven betekent ook dat China een flinke vinger in de pap heeft in de discussies over de toekomst van de cryptocurrency.

Eén van de belangrijkste kwesties die de komende tijd moet worden opgelost is het capaciteitsprobleem van de Bitcoin. Nu bestaat een block waarmee de Bitcoin-transacties worden verwerkt, nog uit één megabyte. Dat is genoeg om maximaal zeven transacties per seconde uit te voeren. Ter vergelijking: Visa kan 24.000 transacties per seconde verwerken.

Die beperking in het huidige systeem leidt regelmatig tot flinke vertragingen en de vrees is dat dat in de toekomst nog veel erger wordt. Om van de Bitcoin een serieus betaalmiddel te maken moet daar sowieso verandering in komen. De vraag is hoe. 

Het is een kwestie die tot hoogoplopende ruzies in de Bitcoin-gemeenschap leidt. Begin dit jaar gooide Mike Hearn, een vooraanstaande Bitcoin-ontwikkelaar, zelfs het bijltje er bij neer. In een bericht op Medium klaagde hij onder meer over tegenwerking door de Chinese bedrijven. "Deze miners staan niet toe dat de blockchain groeit", schreef Hearn.

Bitcoin Classic

Om de Bitcoin-mijnbouwbedrijven alsnog te overtuigen van de noodzaak van een capaciteitsuitbreiding vloog een Amerikaanse delegatie onlangs naar China om hen nogmaals te wijzen op de voordelen van Bitcoin Classic: een oplossing waarbij de blocksize wordt verdubbeld naar 2 megabyte.

Afgaande op de site van Bitcoin Classic hebben tot nu toe twee grote Chinese partijen, Antpool en BW.com, hun steun uitgesproken voor dit voorstel. Ook de twee andere Chinese grootmachten zouden inmiddels voelen voor een overstap naar 2MB, schrijft NewsBTC. Na verscheidene mislukte pogingen om de Bitcoin-gemeenschap op één lijn te krijgen, lijkt een akkoord deze maand tijdens een conferentie in Silicon Valley daardoor kansrijker dan ooit. 

Daarbij speelt eigenbelang mogelijk ook een rol voor de Chinese Bitcoin-producenten. Vergroting van de capaciteit van een block maakt het beschikbaar stellen van je computer duurder, zo is de verwachting. En daarmee zorgt de Bitcoin Classic vermoedelijk voor voor meer machtsconcentratie. Meer invloed voor de Chinezen dus.

Dat leidt her en der wel tot bezorgdheid. Libertarische Bitcoin-adepten vrezen dat de Chinese overheid op een kwade dag zal proberen een grotere grip te krijgen op de productie van Bitcoins. Een nachtmerriescenario voor Bitcoin-aficionado's die juist geloven in zo min mogelijk overheidsinmenging. Of zoals de in Canada woonachtige Bitcoin-programmeur Peter Todd het tegenover persbureau Bloomberg verwoordt: "Het wordt heel makkelijk voor de Chinese overheid om heel veel schade aan te richten."

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.

Google’s gegraai (en wat je er tegen kunt doen)
Gijs Ettes
door Gijs Ettes
leestijd: 7 min

Google weet vrijwel alles over je, het graait overal data vandaan. Maar Google is daar wel relatief eerlijk over. En je krijgt sinds kort enige controle over hoe Google jouw gegevens gebruikt. Waar moet je op letten?

Maak je gebruik van één of meerdere diensten van Google, dan krijg je vroeg of laat een pop-up met het verzoek om je veiligheidsinstellingen te controleren. De zoekgigant is vrij transparant met informatie over welke privédata - al dan niet automatisch - wordt verzameld. Je wordt als gebruiker in toenemende mate gepresenteerd met een woud aan privacy- en beveiligingsinstellingen, maar krijgt dus wel hulpmiddelen om in controle te blijven. In essentie blijft Google echter een advertentiebedrijf, dat met het graaien naar gebruikersdata meer geld verdient.

Personalisatie

Eind vorige maand maakte Google bekend dat het voortaan alle data gekoppeld aan jouw account gaat inzetten voor het personaliseren van advertenties die je op het web ziet. Google-zoekopdrachten, filmpjes die je hebt bekeken op YouTube, je activiteit op Google+ en Gmail: het wordt allemaal gecombineerd om je relevantere reclames voor te schotelen. Dit gebeurde al binnen de diensten van Google zelf, maar nu ook elders op het web.

Door alle informatie te bundelen, weet Google wat je interesses, verlangens, behoeftes en (politieke) overtuigingen zijn. En met elke dienst die het bedrijf lanceert of overneemt (in het afgelopen decennium waren dat er 150), wordt die kennis uitgebreid. Gebruik je Chrome, Gmail en Google Drive, dan weet Google praktisch alles wat je online doet. Heb je daarnaast een Android-telefoon, dan kan het ook je belgeschiedenis, berichten en je mobiele surfgedrag inzien. Ook apps als Waze, Picasa en het in middels ter ziele gegane Songza zijn onderdeel van Google.

Slimmere advertenties

Stel je bent op zoek naar een nieuwe draadloze koptelefoon, dan kijk je waarschijnlijk op Google en YouTube voor productinformatie, reviews en webshops die het apparaat verkopen. Ben je ingelogd met je Google-account, dan wordt je gedrag op alle kanalen die je gebruikt gevolgd. Google kan advertenties tonen over een koptelefoon waar je mogelijk interesse in hebt. Bestel je die vervolgens online, dan herkent Google de aankoopbevestiging in Gmail en schakelt het de advertentie uit. Nog gerichter en slimmer adverteren, marketeers zullen het toejuichen.

Google ziet in dat normale gebruikers er wellicht niet op zitten te wachten om nog meer informatie te delen voor gepersonaliseerde advertenties. In tegenstelling tot Facebook - dat zijn privacy-instellingen eerder dit jaar op de schop nam - is het bij Google opt-in. Je moet expliciet toestemming geven. Doe je dat niet, dan krijg je nog steeds advertenties te zien, alleen dan gebaseerd op je globale locatie en browsercookies. Met deze Chrome-extensie - nota bene van Google zelf - maak je ook daar een eind aan.

Google vindt het naar eigen zeggen belangrijk dat gebruikers controle hebben over hun data, privacy en beveiliging, en zelf kunnen bepalen hoe daarmee wordt omgegaan. "We denken dat we onze gebruikers een betere ervaring bieden. Zo kunnen ze desgewenst een specifieke advertentie in één keer blokkeren op al hun apparaten. Doordat de koppeling opt-in is, kunnen gebruikers zelf bepalen of ze de nieuwe situatie willen mijden of niet", zegt Rachid Finge van Google. Of gebruikers ook echt blij zijn met de recente aanpassingen, weet hij niet. "Nee, de uitrol van de aanpassing gaat stap voor stap, waardoor het te vroeg is voor een betekenisvol beeld."

Dit kun je doen

Wil je zelf actie ondernemen, dan is er een nieuwe plek waar je ziet wat Google over je weet ('Mijn Activiteit') en een pagina waar je je advertentie-instellingen beheert. Wil je niet dat het bedrijf je zoekgeschiedenis, locatie en bekeken video's bijhoudt, dan schakel je dit met een paar klikken uit. Je kunt je activiteit wissen, accountgegevens downloaden en een beheerder voor je account instellen. Dat laatste zorgt ervoor dat iemand anders controle over je account krijgt als je lange tijd inactief bent (en er dus mogelijk iets met je is gebeurd).

Een goed startpunt om je te checken hoe het zit met je beveiliging en de data die over je wordt verzameld, is het dashboard van Mijn Account. Je kunt hier een beveiligingscheck uitvoeren om je herstelinformatie te wijzigen en tweestapsverificatie in te stellen. Ook aan te raden is de privacycheck, die in enkele minuten laat zien welke informatie voor wie zichtbaar is. Accountvoorkeuren geeft inzicht in de diensten die je gebruikt en laat je taal- en toegankelijkheidsopties aanpassen. Het kost even wat moeite om alle instellingen door te spitten, maar het is zeker de moeite waard.

Sceptisch

Privacywaakhonden als het Nederlandse Bits of Freedom zijn positief gestemd over het opt-in advertentiebeleid van Google. "Daar zouden meer techbedrijven een voorbeeld aan kunnen nemen. Ze geven hiermee de gebruiker de keuze, in plaats van zelf een beslissing door te drukken. Daarnaast is het dashboard met data die Google over jou heeft verzameld een stuk overzichtelijker", zo laat Daphne van der Kroft weten. Toch is ze ook sceptisch. "Google koppelt opnieuw meer data van allerlei diensten aan elkaar, en maakt het lastig om dit te mijden. Dat komt omdat steeds meer Google-diensten om data vragen om goed te kunnen werken, maar al die informatie wordt ook direct verzameld om meer over jou te weten te komen."

Aan het gegraai naar data zal voorlopig geen einde komen. Juist daarom is het goed om bewust te zijn van je gebruik van Googles diensten. Je kunt YouTube eens gebruiken zonder ingelogd te zijn, aan de slag gaan met een Drive-alternatief als Stack of DuckDuckGo gebruiken in plaats van Googles zoekmachine. Voor vrijwel elke dienst is een (al dan niet betaald) alternatief dat je privacy beter waarborgt. De Ghostery-extensie voor Chrome is een goede optie voor wie de browser wil blijven gebruiken, maar geen zin heeft om getrackt te worden.

Auteur

Gijs Ettes is freelance journalist met een focus op tech, innovatie en privacy. Houdt van functionele gadgets, Scandinavisch design en sterke koffie.

Grand Gear: Classic NES en BoseBuild
Tonie van Ringelestijn
door Tonie van Ringelestijn
leestijd: 6 min

In Grand Gear selecteren we maandelijks de mooiste nieuwe spullen voor je. Spullen die je bij het zien van de foto's in je handen wilt voelen.

Bose-speaker om in elkaar te knutselen

De Speaker Cube, een kubusvormig Bluetooth-speakertje, is het eerste product van BOSEbuild, de afdeling van Bose die apparaten gaat aanbieden die gemakkelijk zelf in elkaar zijn te zetten. Daarmee hoopt het bedrijf kinderen te enthousiasmeren voor wetenschap, technologie en ontwikkelen. De Speaker Cube is geschikt voor kinderen van 8 jaar en ouder. Zij kunnen de speaker helemaal zelf in elkaar zetten, met hulp van een bijhorende iOS-app. Daar wordt stap voor stap uitgelegd hoe de onderdelen in elkaar geklikt moeten worden. Daarna werkt de speaker meteen. Hij kost 149 dollar. Het is nog niet bekend wanneer de speaker in Nederland verkrijgbaar is.

4K in 360 graden

De nieuwe 360-graden-camera van 360fly heeft een resolutie die vier keer zo hoog is als zijn voorganger. De 4K-camera is eind deze maand verkrijgbaar in Nederland en gaat 699 euro kosten. Net als zijn voorganger is de nieuwe camera voorzien van Bluetooth en ingebouwde wifi. De camera van 360fly is waterproof tot bijna tien meter diepte en heeft een batterijduur van anderhalf uur. Bekijk ook onze Uitpakparty van de eerste 360fly. Eerder in Bright Ideas: Hoe je de beste 360-graden-video's maakt.

Draadloze headset met lange accuduur

Het grootste nadeel van Bluetooth-koptelefoons met actieve noise-cancelling is dat je ze regelmatig moet opladen. Sennheisers nieuwe PXC 550 heeft een accu die het liefst 30 uur volhoudt als je noice-cancelling gebruikt (en 20 uur bij draadloos luisteren). De PXC 550 heeft ook drie microfoons die handsfree bellen verbeteren. De PXS 550 is te bedienen via touchpads op de oorschelpen. Hij kost 399 euro.

Nintendo Classic Mini: terug naar NES

Nostalgie verkoopt en dat weet Nintendo als geen ander. Het Japanse bedrijf introduceert in november een kleine spelcomputer met het ontwerp van de klassieke NES. Op de Classic Mini staan 30 klassieke games voorgeïnstalleerd. De controller lijkt ook op die van de NES uit de jaren 80. De Classic Mini heeft een hdmi-aansluiting voor aansluiten op tv's, maar verdere technische details over de spelcomputer ontbreken nog. Onder de meegeleverde games zijn onder meer Mario Bros, Pac-Man, Donkey Kong en The Legend of Zelda. De prijs is momenteel nog niet bekend.

Actiecamera voor duikers

De nieuwe actiecamera voor duikers Octospot filmt zonder case tot 200 meter diepte. Dat is vijf keer dieper dan de GoPro Hero 4. Hij is te gebruiken met handschoenen en heeft een eenvoudige bediening met een draaibare menuknop. De Octospot filmt in 4K en past automatisch de witbalans aan op basis van de druk. De camera logt de diepte en temperatuur tijdens de opnames. Hij is geschikt om op elke duikbril te monteren. De camera is te koop op Kickstarter voor 429 dollar en wordt in januari 2017 geleverd.

Nest-camera voor buiten

Na een camera voor binnenshuis komt Nest nu met de Nest Cam Outdoor: een weersbestendige beveiligingscamera voor buiten. Met de full-hd-camera met 130 graden kijkhoek kun je de omgeving van je huis 24 uur per dag in de gaten houden. Met een magneetje is de kijkrichting van de camera makkelijk aan te passen. De Nest Cam Outdoor is dit najaar te koop voor 199 dollar. De europrijs nog niet bekend.

Auteur

Tonie van Ringelestijn (@tonie) was vanaf 1999 een van de eerste (en meest fanatieke) bloggers in Nederland. Sinds onze start in 2005 doet hij dat ook voor Bright. Hij werkte ook jarenlang voor kranten, persbureaus, tijdschriften, radio en tv. Sinds 1 januari 2014 is Tonie eindredacteur van Bright.nl en sinds 2015 ook van Bright Ideas.