Inhoudsopgave
    

Waar blijft de echte Tesla-killer?
Rutger  Middendorp
door Rutger Middendorp
leestijd: 7 min

Menig automerk heeft de strijd verklaard aan Tesla, maar diens Model S en Model X hebben nog geen enkele echte concurrent.

Porsche kondigde alweer een jaar geleden de Mission E aan: de elektrische wagen die op papier de concurrentie met de Model S aan zou kunnen gaan. In de showroom is hij voorlopig niet te vinden. Op z’n vroegst in 2020. Afgelopen herfst toonde Jaguar in de spotlights van de LA Auto Show zijn elektrische auto: de I-Pace. Die fraai uitziende SUV moet grotendeels ongewijzigd van het conceptmodel in 2018 te koop zijn.

Google voor de grap eens op nieuwsberichten over deze auto's en je komt heel wat 'Tesla-killer' tegen in de koppen. Dat is even begrijpelijk als stompzinnig. Voor luxe elektrische auto's bestaat nog maar één template, ontwikkeld door Tesla. Elke nieuwe elektrische auto in dit segment wordt daarom logischerwijs vergeleken met het origineel. 

Dat geldt bijvoorbeeld voor de nieuwe elektrische auto FF91 van Faraday Future. De Amerikaanse startup, gefund door een Chinese miljardair, presenteerde de FF91 (te zien op de foto boven dit artikel) onlangs op de grote CES-beurs in Las Vegas. Maar de prijs en introductiedatum zijn nog niet bekend, terwijl het bedrijf met forse financiële problemen kampt. Vanwege de kosten van de CES-presentatie moest Faraday Future zelfs de bouw van zijn fabriek enkele maanden stopzetten.  

Volwassen markt

Porsche's Mission E klinkt intussen verdacht veel als een Tesla-rivaal. Hij moet meer dan 600 pk krijgen, net als de Model S P100D. De Porsche krijgt een 800 volt-systeem, waardoor hij sneller kan laden dan de 400 volt Tesla. Maar je moet niet vergeten dat de Porsche nog niet uitontwikkeld is. Die komt op papier verder dan de Model S die nu al 4 jaar op de markt is. De kans is vrij groot dat Tesla voor 2020 een nieuwe versie van de Model S op de markt heeft. Dan zal de onderlinge vergelijking er weer totaal anders uitzien.

Dat klinkt als goed nieuws voor Tesla, maar het bedrijf van Elon Musk heeft meer behoefte aan een volwassen markt, dan aan gebrekkige concurrentie. Tesla gaf een flinke lading patenten vrij om er voor te zorgen dat de concurrentie eerder in staat is om competitieve auto’s te bouwen. Liever een derde plek op het WK voetbal, dan een eerste plek op het WK korfbal, lijkt de logica van Musk.

De kracht van Tesla's superchargers

Terwijl de concurrentie de kat uit de boom blijft kijken, lijkt de voorsprong van Tesla er niet kleiner op te worden. Wie elektrisch flinke afstanden af wil leggen heeft twee opties: Tesla's Model X en Tesla's Model S. In praktijk blijken de vernieuwde Leaf, Zoe en i3 voor traditionele vakantieritjes toch net iets te kort te komen.

De Tesla Model S 90D die ik recent van Groningen naar Interlaken stuurde en weer terug, haalde met 130 km/u op de Autopilot, temperaturen onder het vriespunt en vier volwassenen met bagage nog steeds moeiteloos 250 kilometer tussen superchargers.

Het succes van de Tesla zit hem dan ook niet alleen in dat grote bereik, maar misschien nog wel meer in dat supercharger-netwerk. In een paar jaar heeft Tesla ruim 750 supercharge-stations neergezet en daarmee comfortabel elektrisch reizen in Europa, de VS en een aantal Aziatische landen mogelijk gemaakt.

Vergelijk dat even met de concurrentie. Wie met een andere elektrische auto wil reizen moet op zoek naar snelladers onderweg. Gezien er verschillende aanbieders en verschillende standaarden zijn, komt het regelmatig voor dat een snellader niet in de navigatie van de auto te vinden is, of in de ene app met laadstations wel getoond wordt en de andere niet. Dan is er nog de uitdaging van het betalen: partijen als The New Motion doen hard hun best om hun betaalpasjes compatibel te krijgen met zoveel mogelijk aanbieders, maar je kunt met name in het buitenland nog steeds laadpalen tegenkomen waar je een ander pasje of app voor nodig hebt.

Dat terwijl je voor Tesla's Superchargers geen pasje nodig hebt en nog niet hoeft te betalen. En ze laden je auto met 120kW op in plaats van de maximale 50kW van de meeste andere snelladers. Het verschil wordt pijnlijk duidelijk: niet alleen de auto, maar ook de laadinfrastructuur van Tesla ligt jaren voor op de concurrentie. Had ik al gezegd dat Tesla’s superchargers bijna zonder uitzondering dicht bij de snelweg en in de buurt van restaurants staan? Jaguar en Porsche kunnen prachtige nieuwe auto’s introduceren; zonder infrastructuur zijn het impotente krachtpatsers.

Wie durft?

De voorsprong van Tesla houdt echter niet op bij de accu’s en laders die ze gebruiken. Als enige automaker ter wereld hebben ze een autopilot-systeem. Dat is geen kwestie van een technologische voorsprong, maar van een andere strategie. De onderdelen die Tesla gebruikt om autopilot mogelijk te maken zijn afkomstig van een bekende toeleverancier die dezelfde camera's en sensoren ook verkoopt aan andere automakers.

Tesla heeft met veel branie het pakket als 'autopilot' in de markt gezet en het minder voorzichtig afgesteld dan de meeste concurrenten. In de Volvo V90 bijvoorbeeld moet je bijna constant het systeem tegenwerken om het te laten voelen dat je nog meedoet. Daarmee maakt het zichzelf volstrekt overbodig. Volvo noemt het dan ook heel voorzichtig 'lane assist'.

Daarin herken je het verschil tussen een Silicon Valley-bedrijf en een klassieke automaker. Tesla is er na een aantal ongelukken achter gekomen dat het te veel vertrouwen in zowel de technologie als het gezond verstand van de Tesla-chauffeur heeft gehad. Als gevolg daarvan is de sensortechnologie verbeterd en de software een beetje voorzichtiger geworden. Maar terwijl het met de Tesla mogelijk is om lange afstanden te rijden zonder stuur, gas- of rempedaal aan te raken en alleen met de richtingaanwijzer van baan te veranderen, kan dat met de concurrentie (nog) niet.

Waar blijven jullie?

Automakers is er veel aan gelegen om risico's te beperken. Was je met het vorige model marktleider, dan kies je er waarschijnlijk voor om niet al te veel te veranderen. Verkocht je vorig jaar veel te weinig auto's, dan maak je iets dat meer lijkt op de marktleider. Echte (technologische) vernieuwing zien we dan ook weinig uit de auto-industrie.

Het is geen toeval dat de partij die de markt openbrak uit Silicon Valley kwam en niet uit Duitsland of Detroit. Maar het zou mooi zijn als de automakers haast maken om de achterstand weer in te lopen.

Auteur

Rutger Middendorp (@rutgerm) is sinds 2006 de meest noordelijke blogger van Bright. Hij schrijft graag het verhaal achter het verhaal. Hij doceert conceptontwikkeling op de Academie voor Popcultuur en werkt als freelance ideeënman en verhalenmaker. In een eerder leven was hij oprichter van Nieuwe Garde en won hij de Dutch Bloggies met hobbyproject Moois Magazine.

Gids voor Google: ‘Je krijgt social power’
Jannes van Roermund
door Jannes van Roermund
leestijd: 7 min

Vergeet Facebook, Instagram of Twitter. Met Google Local Guides zet je een schare volgers ook om in macht. Marketingexpert Ahmad Piraiee focust zich op het sociale platform binnen Google Maps. "Jij verzamelt data en Google beloont je."

Hij maakte pasgeleden een reis door 16 landen, waarbij hij recensies schreef over restaurants en foto’s maakte van hotels, supermarkten en tankstations. Die uploadde hij naar Google Maps. Ahmad Piraiee's portfolio is indrukwekkend: 74 reviews, 25 ratings en 819 foto’s die 35.933 keer zijn bekeken. Hij heeft bijna het felbegeerde 'level 4' gehaald.  

Waarom wil Ahmad (33), die voor multinationals als PwC de sociale media verzorgt, zijn tijd verkwanselen als loopjongen van Google? "Ik heb hiermee straks een soort wapen in handen." 

Wat is de kracht van Google Local Guides?

Ahmad: “Daarvoor moet je een stap terugzetten. Horecabedrijven stellen feedback van klanten op prijs. Vroeger waren hotels en winkels zelf verantwoordelijk voor het verzamelen daarvan. Als jij een negatieve beoordeling achterliet, deden ze daar niets mee, terwijl ze de goede feedback boven de open haard hingen. Eén bedrijf zorgde voor een revolutie: Yelp. Dat is een app die feedback ging verzamelen. Nu kon je, voor het avondje uit, een restaurant uitkiezen op basis van eerlijke reviews. Dat gaf macht. Als mensen slecht eten voorgeschoteld kregen, zeiden ze letterlijk: I’ll Yelp you. Je stapte niet naar de baas, maar schreef een slechte review. 

Wat is er met Yelp gebeurd?

In de VS zijn ze nog steeds groot. Maar er zijn problemen: horeca-eigenaren moeten hun bedrijf zelf registreren en gebruikers moeten de app downloaden. Yelp was daarmee aan het worstelen. Bovendien had het Google nodig om de plekken te registreren en ook de promotie ging via Google. Dat bedrijf hielp Yelp aan zijn bestaansrecht. Google kwam erachter dat het de rol van Yelp kon overnemen, want Android-gebruikershebben standaard Google Maps op hun telefoon en alle restaurants en hotels zijn geregisteerd op Google Maps. Dus begon Google met Local Guides.

Hoe werkt het?

Het is supergemakkelijk. Veel mensen hebben Google Maps toestemming gegeven om hun bewegingen te volgen, vlak na installatie. Je zult weleens een berichtje van Google hebben gehad: 'hey, je bent net bij pizzeria Vapiano geweest, zou je ons informatie kunnen geven?' Je schrijft reviews, voegt foto’s toe en beantwoordt vragen – ook op eigen initiatief. Net als bij Yelp. Google beloont je met punten, afhankelijk van het aantal reacties.  

Waarom zou je daarin kostbare tijd investeren?

Als je veel bereik wilt hebben op social media, kun je kiezen voor conventionele wegen. Dat doet iedereen. Maar social impact is niet alléén te bereiken via Twitter, LinkedIn, Facebook en Instagram. Daarop heb ik allemaal meer dan 3000 volgers, maar ik zocht een plek voor een grotere social reach

Wat voegt het toe voor jou?

Ten eerste kan ik documenteren waar ik ben geweest en wat ik doe. Google houdt dat via navigatie bij. Je kunt alles terugzoeken op de kalender. Als je op een dag klikt, komt de hele route terug, inclusief alle plaatsen. Als jij vraagt: waar was je op 14 november? Dan zeg ik: om kwart over 11 ’s ochtends stond ik op Boedapest Airport. Je hebt een tijdlijn van waar je bent geweest. Die kun je ook delen. En ten tweede kom ik in contact met mensen waarmee ik sowieso al contact wilde hebben. [Hij scrollt door zijn tijdlijn]. Kijk, dit hotel bijvoorbeeld. Zeshonderd mensen hebben mijn review gelezen. Hier, een foto van een tankstation. Ik schreef erbij dat het een prima plek is voor een klein hapje, een kopje koffie, een pauze van een kwartiertje. [Hij staart even naar het scherm]. Weet je wat ook interessant is? Het geeft me social power. Ik kan zeggen: beste hoteleigenaar, ik heb een reputatie op Google. Een goede of slechte review van mij maakt nogal een verschil. 

Aha! Er zit een businessplan achter? 

Nou.... ik heb een mes. Het is niet zo dat ik daarmee iemand ga vermoorden, maar het is wel fijn om het te hebben. Als stok achter de deur. Stel dat je hele slechte service krijgt van een hotel. Als je zo’n reputatie kunt opbouwen op Google en de mogelijkheid hebt om impact te hebben met een review, ben je niet anybody, maar je bent somebody. Mijn recensies staan vaak bovenaan. Google selecteert ze op betrouwbaarheid, zodat er geen incidentele boze reacties bovenaan eindigen. Als jij veel doet, krijg je een hogere reputatie, en dan wordt jouw naam vaak gezien. Daardoor heb je invloed. Ik ben bij level 4. Dan kun je een echte Local Guide voor jouw stad worden, activiteiten organiseren, naar speciale Google-events gaan. Als je bijvoorbeeld een goed doel wil ondersteunen of een project met vrijwilligers wil organiseren, zal Google je daarbij helpen. 

Kost het niet ongelofelijk veel tijd?

Nee, je werkt parallel. Als je hiervoor twee uur gaat zitten, slaat het nergens op. Maar ik doe het terwijl ik andere dingen doe. Ondertussen bouw ik een voorsprong op voordat het groot wordt. Sommige mensen hebben nu duizenden vrienden op Facebook. In 2006 zou dat een wonder zijn geweest, want toen was Facebook net gestart.

Dus jij wil groot worden op het volgende platform en je vertrouwt erop dat Google dat kan worden? 

Ja, goed punt. Kijk naar Vine. Dat gaat nu stoppen. Zelfs als je een groot imperium hebt opgebouwd, heb je nu niks meer. Die miljoenen views zijn ineens waardeloos. Ik wil zijn op de platformen die iets gaan worden. Bovendien is Google niet zomaar een bedrijf. Het is een bigdata-bedrijf. Als jij hen met die data helpt, zal het je belonen.  

Je bouwt kapitaal op. Is Google dan unieker en meer bruikbaar dan Facebook? 

Ja. Op Facebook kun je ook restaurants sterren geven en reviews schrijven. Facebook heeft veel producten diep geïntegreerd, maar die zijn erg commercieel. Je kunt mensen betalen om aanbevelingen te doen voor je pagina, enzo. Het is dus niet gerelateerd tot een persoonlijke connectie. Bovendien probeer ik ietwat niche te zijn – niet té niche, want je ziet wat er met Vine gebeurt, maar Google is duurzaam. 

‘In Nederland wordt het niet snel hip’

Ook Nederland kent een harde kern van toegewijde Local Guides. Bright Ideas sprak met ondernemers Robert Kuunders van E-canvasser en Jeroen Soolsma van J-S.co, beide level-4 gids. 

Waarom zijn jullie begonnen met Local Guides?

Robert: Ik plaatste foto’s op Google Maps en kreeg een uitnodiging om Local Guide te worden. Omdat me dat wel grappig leek, heb ik me daarvoor aangemeld.

Jeroen: Persoonlijk hecht ik hoge waarde aan de meningen van anderen. Wanneer ik iets wil aanschaffen kijk ik eerst naar reviews. Als ik een stad of dorp bezoek waar ik niet bekend ben, pak ik als eerste mijn telefoon. Ik typ dan bijvoorbeeld: “pizzeria + stad” in en kijk wat naar voren komt en wat voor beoordelingen de pizzeria's krijgen. Je ziet vaak dat bedrijven niet veel beoordelingen hebben, die sla ik dan ook sneller over. Maar als het allemaal naar wens is ergens, dan deel ik die mening graag. Bedrijven die goed bezig zijn en hun best doen voor de klant, help ik graag aan een goede beoordeling. Het is normaal om een fooi te geven. Ik geef ze ook nog een goede beoordeling. Op de lange termijn is dat denk ik nog meer waard ook.

Wat levert het op om serieus daarmee bezig te zijn?

Robert: Ik heb vooral plezier in het plaatsen van foto's. Sinds ik een 360-gradencamera heb, probeer ik vooral daarmee leuke bijdragen te leveren. Verder gebruik ik het in de trainingen die ik geef over zoekmachines en data.

Jeroen: Het is ook voor mij puur plezier en, zoals gezegd, ik geef bedrijven die het in mijn ogen goed doen, graag een stukje erkenning.

Wat was het leukste om mee te maken?

Robert: De eerste keer dat ik de statistieken kreeg over hoe mijn foto's zijn bekeken. Mijn 36 foto's zijn in totaal 185.000 keer bekeken. Daar verbaas ik me nog steeds over. Verder ben ik nog niet bezig geweest met het forum of bijeenkomsten waar je naartoe kunt als je hoog scoort.

Jeroen: Ik sluit me bij Robert aan. Ik vind het leuk om te zien dat foto's die ik heb gemaakt van een bordje met eten meer dan 40.000 keer zijn bekeken.

Robert, jij werkt in de ICT-branche. Heb je een specifiek doel of misschien een droom?

Ik wil graag meer weten van de methodiek achter Local Guides. Dat gaat over technisch inzicht en omgang met data. Het is misschien niet hoog gegrepen, als een droom, maar het is meer nieuwsgierigheid over hoe het werkt.

Hoe gaat Google Guides zich evolueren in ons land?

Jeroen: Ik denk wel dat het platform groot gaat worden, al denk ik wel dat mensen meer gemotiveerd moeten worden.

Robert: Zoals alles van Google is ook Local Guides opgezet naar Amerikaans model. Ik verwacht dat het in Nederland niet zo'n vaart zal lopen wat betreft 'hip' zijn. Het is vooral leuk om te zien waar Google mee bezig is om hun data actueel en up to date te houden.

Google zelf wil geen cijfers verstrekken of vragen beantwoorden.

Hoe word ik Local Guide? 

Je gaat naar Google Local Guides en meld je aan. Dat kan ook via Google Maps: klik op de drie horizontale streepjes (menu) en navigeer naar ‘Mijn bijdragen’. Klik vervolgens op ‘Aan de slag’. Nadat je je hebt aangemeld, kun je Google Maps aanvullen op vijf manieren: 

1. Reviews schrijven over een plaats (restaurant, hotel, winkel, bar, enz.)
2. Foto’s toevoegen aan een plaats
3. Vragen beantwoorden over een plaats
4. Een missende plaats toevoegen
5. Informatie over een plaats wijzigen

Per handeling – een serie foto’s gemaakt, een review geschreven, een korte vragenlijst ingevuld – krijg je één punt. Hoe meer punten je haalt, hoe sneller je stijgt op de ranglijst van Google, van level 1 tot level 5. Ieder level geeft je exclusieve voordelen, zoals gratis Googe Drive-opslag, uitnodigingen voor Google-evenementen of vroegtijdige toegang tot nieuwe producten.

Auteur

Jannes van Roermund is freelance journalist/correspondent in Warschau en schreef eerder voor Bright Ideas over VR en chip-implantaten. Hij is tevens oprichter van DeChip.nl.

Terugblik: 10 jaar iPhone
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 7 min

Apple-oprichter Steve Jobs presenteerde de iPhone op 9 januari 2007. Een terugblik op een decennium iPhone.

Het is waarschijnlijk de beste presentatie die Apple-oprichter en showmaster Steve Jobs ooit heeft gegeven; de introductie van de iPhone. Apple was tien jaar geleden nog niet het gigantische bedrijf waar het door de iPhone tot uitgroeide, maar ook toen al waren de presentaties gelikt en met een spanningsopbouw waar je U tegen zegt.

Geruchten dat Apple aan een eigen telefoon werkte gingen al jaren: in 2002 was er al sprake van wat al snel als de iPhone bekend kwam te staan. Tijdens zijn presentatie deelde Jobs wat feitjes over Apple en liet het publiek na iets meer dan 20 minuten zwijgen toen hij aan een plechtig relaas begon.

“Dit is een dag waar ik al tweeënhalf jaar naar uitkijk”, zei Jobs. “Zo nu en dan komt er een revolutionair product voorbij dat alles verandert. Je hebt al geluk als je in je carrière aan één zo’n ding kan werken. Apple heeft het geluk dat het er een paar heeft geïntroduceerd.” Jobs noemt de Macintosh en de iPod, en zegt vervolgens dat Apple drie van zulke revolutionaire producten gaat introduceren: een widescreen iPod met touch-bediening, een revolutionaire mobiele telefoon en een internet-communicator.

Het ging maar net goed

Hij herhaalt het een paar keer en zegt: “Begrijpen jullie het? Dit zijn niet drie verschillende apparaten. Dit is één apparaat, en we noemen het iPhone.” Het publiek gaat los, en Jobs demonstreert alle functies van de telefoon. Vlekkeloos laat hij zien hoe het apparaat werkt, iets dat achter de schermen veel moeite kostte en maar nét goed ging.

De iPhone was namelijk eigenlijk nog helemaal niet klaar, en bovendien waren de modellen op het podium aangepast met extra printplaatjes en kabels. Om de zwakke wifi te verbeteren en om de beelden van de iPhone op het grote scherm te krijgen; Jobs nam geen genoegen met alleen een camera die een iPhone en zijn hand filmde.

Bovendien konden de demo-modellen nog niet goed met hun geheugen omgaan. Na het openen van een paar apps liep het geheugen vol, daarom lagen er een paar modellen waar Jobs tussen wisselde. Apple-technici waren vooral bezorgd om de grote finale, waarbij Jobs alle functies tegelijkertijd gebruikte. Een enorme gok, maar de iPhone was destijds het enige opzienbarende product waar Apple aan werkte.

Dit moest goed gaan, en dat ging het ook. In een paar minuten tijd ontketende Jobs een revolutie. Want dat mag je de iPhone met recht noemen. Het apparaat verscheen een half jaar later in de VS, op 29 juli. Mensen maakten speciaal reisjes naar de VS om er eentje te bemachtigen, en daarna moest je het toestel ook nog ontsluiten voor Nederlandse mobiele netwerken.

iPhone als voorloper

Op 11 juli 2008 verscheen het volgende toestel, de iPhone 3G. De naam zegt het al: het eerste model met 3G en meteen ook de eerste iPhone die je ook in Nederland kon kopen, toen nog enkel bij T-Mobile. Een paar maanden later verscheen in oktober de HTC Dream, ook wel bekend als de T-Mobile G1: het eerste commerciële Android-toestel. Zonder de iPhone was het toestel er nooit gekomen: het Android-team werkte tot de onthulling van de iPhone nog aan een smartphone naar BlackBerry-ontwerp, met een fysiek toetsenbord.

Dan wordt het 2009, het jaar waarin Apple zijn tik-tak-schema introduceert. De iPhone 3GS komt uit met hetzelfde ontwerp als de 3G, maar snellere chips en een verbeterde camera. En ook: het knippen en plakken van tekst. Dat was op de voorgaande twee modellen nog niet mogelijk, nu haast niet voor te stellen. Eind 2009 heeft Apple sinds de introductie van de iPhone zo’n 42,5 miljoen exemplaren verkocht, ongeveer net zo veel als nu in een tegenvallende drie maanden tijd.

Apple is op dat punt gekomen omdat de verkopen van iPhones maar bleven toenemen. Zoals in 2010, toen de iPhone 4 verscheen. Het eerste toestel met een Retina-scherm; een scherm met een twee keer zo hoge resolutie als de vorige modellen, op hetzelfde formaat. Een verademing: kleine tekst is sindsdien een stuk beter leesbaar en de inhoud is gedetailleerder. Concurrenten hebben ondertussen schermen met een veel hogere resolutie dan iPhones, maar Apple nam als eerste de stap.

Matthew Yohe*

Meer drastisch veranderen

In 2011 verscheen het tweede S-model, de iPhone 4S. Met een iets gewijzigde antenne en opnieuw snellere chips en: Siri. De spraakassistent was toen nog een vrij unieke functie, inmiddels heeft elke smartphone er ééntje die minstens zo goed werkt als Siri. Overigens moesten Nederlandse gebruikers tot april 2015 wachten op een Nederlandstalige versie van Siri. In 2011 verkocht Apple 93,1 miljoen iPhones, meer dan een verdubbeling van de 47,5 miljoen een jaar eerder.

Voor het eerst in zes jaar tijd durft Apple in 2012 iets drastisch aan de iPhone te veranderen. De iPhone 5 heeft een groter scherm: 4 inch waar alle voorgaande modellen met met 3,5 inch deden. Het scherm groeide alleen in de hoogte, en kreeg daardoor de 16:9-verhouding waardoor de meeste filmpjes voor het eerst schermvullend waren.

De iPhone 5 luidde ook een iets andere ontwerptaal in, één waarbij de behuizing bestaat uit één stuk aluminium, afgedekt door het scherm. Alle iPhones die volgden zijn op een vergelijkbare manier gemaakt, en het lukt de concurrentie nog steeds niet om dat ontwerp in detail en degelijkheid te evenaren, en zeker niet op de schaal waarop iPhones worden ontwikkeld: zo’n 1 miljoen per dag als de fabrieken op volle kracht draaien.

Hoe dat kan? Apple heeft door de jaren heen steeds meer draaibanken gekocht die de behuizingen van iPhones met hoge precisie maar in zeer korte tijd uit één stuk massief aluminium slijpen. Dat kost zo’n halve minuut per behuizing maar wie 1 miljoen iPhones per dag wil maken, moet alsnog veel van die machines hebben. Daarom heeft Apple er volgens geruchten zo’n veertigduizend, waarvan de helft iPhones maakt. De bedrijven Fanuc, Brother and DMG Mori hebben zelfs speciale productielijnen waar enkel draaibanken voor Apple worden gemaakt.

De meest vernieuwende iPhone

In 2013 kwam Apple met de iPhone 5S. Geen nieuw uiterlijk maar vergis je niet: de iPhone 5S bracht meer vernieuwing in één keer dan alle andere modellen. Zo was het de eerste smartphone met een 64-bit processor. Ook was de camera met een groter diafragma en tweekleurige flits fors beter dan voorgaande iPhones, en had de 5S een speciale co-processor om de bewegingen van de gebruiker te volgen.

En het belangrijkste: de iPhone 5S was de eerste met een vingerafdrukscanner. Een meesterlijke toevoeging die de vingerafdruk van de gebruiker scant via de thuisknop. Snel, simpel en veel veiliger dan een simpel te raden pincode die elke passant over je schouder kan meelezen. Inmiddels hebben alle high-end smartphones zo’n scanner op de voor-, achter-, of zijkant, maar geen enkele werkte direct zo moeiteloos als Touch ID.

Met de iPhone 5S werd ook iOS 7 geïntroduceerd, een omslag van een het zogenoemde ‘skeumorphic’ design met realistisch ogende elementen naar een strak uiterlijk met veel wit, transparante vlakken en strakke dunne letters. Voor het eerst stonden zowel het uiterlijk van de iPhone als iOS beide onder leiding van Apple-designhoofd Jony Ive. Opnieuw nemen de verkopen iets toe: 153 miljoen verkochte iPhones in 2013.

Ongeëvenaarde verkopen

De grote klapper komt echter het jaar erop, als Apple met de iPhone 6 en 6 Plus grotere schermen biedt waar concurrenten die trend al jaren hadden ingezet. De grotere iPhones met een plattere, afgeronde behuizing en betere camera’s verkochten gigantisch: Apple wist in 2014 192,7 miljoen iPhones te slijten. In 2015 ging het bedrijf daar met de iPhone 6S en 6S Plus nog eens overheen. Opnieuw werden de toestellen sneller, met betere camera’s en voor het eerst een drukgevoelig scherm, en uiteindelijk werden er een gigantische 231,5 miljoen iPhones verkocht.

Dat lijkt vooralsnog het record voor Apple, want het ziet er naar uit dat verkopen over 2016 zo tussen de 190 en 205 miljoen iPhones komen te liggen. Een logisch gevolg van een breuk met het tik-tak-schema: de iPhone 7 en 7 Plus hebben opnieuw hetzelfde uiterlijk als de 6 en 6S. De telefoons bieden wel opnieuw meer snelheid, betere camera’s – de iPhone 7 Plus zelfs twee –, een verbeterde trilmotor die functies voelbaarder maakt en een waterdichte behuizing. Maar het schrappen van de koptelefoon-ingang kan op kritiek rekenen, net als het drie jaar op rij gebruiken van dezelfde behuizing.

Apple als trendsetter

Verwacht wordt dat de iPhone van dit jaar meer vernieuwing brengt. Mogelijk schrapte Apple de koptelefoon nu alvast zodat het volgende toestel die kritiek niet meer krijgt. Op de iPhone 7 had zo’n aansluiting immers net zo min in de weg gezeten als op de 6 en 6S. Geruchten reppen over flinterdunne schermranden, VR-mogelijkheden, transparante schermen; we gaan het zien. Feit is wel dat we steeds meer de essentie naderen van hoe Jobs de iPhone tien jaar geleden al omschreef: “one giant screen”. De telefoon wordt steeds dunner, sneller en beter.

Toch heeft Apple het in die tien jaar slim gespeeld. Geen enkele iPhone verschilt gigantisch van zijn voorganger, maar twee modellen waar drie jaar tussen zit zijn haast niet te vergelijken. En zijn toch allemaal onmiskenbaar iPhones. Scherpere, grotere schermen, snellere chips, steeds betere camera’s en slimme functies als de vingerafdrukscanner worden door Apple goed gedoseerd.

Daardoor voelt de iPhone elk jaar nieuw, maar ook altijd vertrouwd. Marktleider is Apple met de iPhone nooit geweest, trendsetter des te meer. 

* foto: Matthew Yohe via Wikipedia (Creative Commons-licentie

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen, is vaste blogger bij Bright en is nu eindredacteur van Bright Ideas. Daarnaast is hij werkzaam voor NUtech. Houdt van alles met een batterij er in of stekker er aan.

Gadgets waar we dit jaar naar uitkijken
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 6 min

Welke smartphones, spelcomputers, wearables en VR-brillen zijn er op komst? Een vooruitblik op een nieuw jaar vol interessante nieuwe hardware.

Smartphones

iPhone 8: Of heet-ie toch iPhone 7S? In september kondigt Apple zijn nieuwe telefoon waarschijnlijk aan. Dit jaar bestaat de iPhone tien jaar en we verwachten alleen daarom al iets speciaals. Er gaan geruchten dat er dit jaar drie modellen op de markt komt, waarvan één het premium-model wordt met volledig nieuwe behuizing van glas, een OLED-scherm dat doorloopt in de randen en die je draadloos kunt opladen. Daarnaast zouden de iPhone 7 en 7 Plus van 2016 worden geüpdatet met onder meer een dubbele camera voor de 4,7-inch iPhone.

Samsung Galaxy S8: Samsung kondigt waarschijnlijk deze week al de Galaxy S8 aan. Het is de opvolger van de populaire S7 en S7 Edge. Volgens geruchten krijgt de smartphone een Qualcomm Snapdragon 830 chip, een 4K-scherm en een betere camera. Mogelijk krijgt de standaard S8 een display dat doorloopt in de randen van het toestel, iets wat eerder alleen de Edge-variant had. Verder gaan er geruchten dat de koptelefoonaansluiting ontbreekt op de S8 en dat het toestel een sterk verbeterde spraakassistent krijgt met techniek van de aangekochte startup Viv Labs. Op 4 januari houdt Samsung zijn persconferentie, dan weten we het mogelijk allemaal.

Nokia-smartphones: In 2017 keert Nokia terug als telefoonmerk. Nokia en fabrikant Foxconn werken samen aan nieuwe smartphones. De telefoons zouden op Android draaien en in het tweede kwartaal op de markt komen. Details over de toestellen zijn verder nog onduidelijk, mogelijk worden ze tijdens telecombeurs Mobile World Congress eind februari aangekondigd.

Microsoft Surface Phone: Er wordt al flink lang over gesproken, maar dit jaar moet de Surface-telefoon van Microsoft eindelijk komen. Daarmee probeert het bedrijf het weer op de smartphonemarkt. Ceo Satya Nadella sprak over het apparaat als 'het ultieme mobiele device'. De smartphone hoeft geen Android- of iOS-killer te worden, maar Microsoft focust op de zakelijke markt. Het toestel zou op Windows 10 Mobile draaien en is aan een monitor te verbinden om daarop verder te werken.

Gaming

Nintendo Switch: Nintendo's nieuwe spelcomputer kun je zowel thuis als onderweg gebruiken, dankzij een kliksysteem waarmee je razendsnel van de console een handheld maakt. De Switch is vanaf 3 maart te koop, voor 329 euro. Het belangrijkste nieuws voor fans is dat er zowel een nieuwe Zelda als Super Mario op de planning staan.

Xbox Scorpio: Microsoft geeft zijn Xbox One-console eind dit jaar een grote update. De Xbox Scorpio is krachtiger en biedt ondersteuning voor 4K-resolutie en virtualrealitygames. Volgens Microsoft krijgt de console zes teraflops aan grafische rekenkracht. Games en accessoires die je al hebt, blijven werken.

VR/AR-brillen

In 2016 ging virtualreality uit de startblokken. Komend jaar moet de technologie volwassener worden en een groter draagvlak krijgen onder consumenten. Er zijn nieuwe headsets in de maak, wat ook geldt voor augmented reality, waarbij de virtuele en echte wereld samenvloeien. Zo komt er een geüpdatete versie van Microsofts HoloLens. Ook zien we mogelijk een nieuwe slimme bril van Google. Beide brillen zijn gericht op zakelijk gebruik en nog niet voor de gewone consument.

Windows 10 VR-bril: Microsoft ontwikkelt VR-brillen die zo’n 300 dollar gaan kosten. Daarmee ligt de prijs van de headset een stuk lager dan van Oculus Rift en HTC Vive én hij moet werken met goedkopere pc’s. Microsoft werk samen met HP, Lenovo, Dell, Acer en Asus om de brillen te produceren. Windows 10 zal onder de naam Windows Holographic een VR-platform aanbieden. Wanneer de brillen te koop zijn, is niet bekend.

HTC Vive draadloos: HTC's goede VR-bril is met een nieuwe accessoire draadloos te maken. De apparaat bestaat uit een zender voor in de pc en een ontvanger voor op de hoofdband van de Vive. Je kunt dan anderhalf uur lang draadloos van VR gebruikmaken voordat de accu leeg is. Hij gaat omgerekend zo’n 210 euro kosten.

Televisies

Nieuwe OLED-tv's: Op tv-gebied zijn 4K, HDR en OLED de dominante trends: 4K voor de resolutie, HDR voor het contrast en OLED voor de superieure kleuren. Heb je eenmaal een OLED-tv gezien, dan oogt je oude lcd-tv maar flets. En zwart ziet er gewoonweg veel zwarter uit op OLED-schermen. LG is koploper op OLED-gebied, maar krijgt er in 2017 concurrentie bij van onder meer Sony en Panasonic. Hopelijk zorgt de extra concurrentie ook voor verder dalen van de prijzen van OLED-tv's.

Smarthome

Microsoft Cortana-speaker: De spraakassistent van Microsoft, Cortana, wordt opengesteld om door derde partijen te gebruiken. Zo kunnen hardwarefabrikanten de assistent integreren in onder meer speakers, auto’s of andere apparaten. In 2017 komt de eerste speaker met Cortana uit. Hij is gemaakt door Harman Kardon.

Computers

Nieuwe iMac: Apple gaf zijn desktopcomputer in 2015 voor het laatst een upgrade. CEO Tim Cook heeft onlangs gezegd dat Apple iMacs zal blijven maken. Apple zou volgens Bloomberg werken aan een nieuwe versie van de iMac, met verbeterde grafische chips van Intel en USB-C-poorten. Verdere details zijn nog niet uitgelekt.

Wearables

Google-smartwatches: Google komt in het eerste kwartaal van 2017 uit met twee smartwatches. Ze werken met Android Wear 2.0 en komen in twee formaten beschikbaar. Het kleine model zou zich richten op fitness en notificaties, het groteren model zou ook zelfstandig apps kunnen draaien zonder hulp van een smartphone. Het horloge krijgt verder 4G- en gps-ondersteuning en werkt met een hartslagmeter. Allebei de wearables moeten van Android Pay en Google Assistant voorzien worden.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.

Video vault: lithium-mijn en neonkunstenaars
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 33 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij. Van een lithium-mijn in Chili tot Hollywood-stunts met op afstand bestuurbare autootjes.

The Slow Mo Guys testen in dit filmpje de snelste op afstand bestuurbare auto die ze op het internet konden vinden. Hij gaat 160 km/u. Dat is al spectaculair, maar in slow-motion ziet het er nog spannender uit. Alsof dat nog niet genoeg is, halen YouTubers er bloem en een vlammenwerper bij voor het betere spektakel. Een soort Hollywood-stunts, maar dan in het klein.

Het verhaal van de film Gravity stelt niet enorm veel voor, maar het is nog steeds een scifi-film zoals we ze sindsdien niet meer gezien hebben. Dat is vooral te danken aan de imposante special effects en het technologisch vernuft in de film. Gravity was een claustrofobische film die kijkers laat voelen hoe de ruimte 'voelt'. In dit essay van Filmscalpel bekijken de makers welke plek Gravity inneemt in de filmgeschiedenis.

Ashlee Vance van Bloomberg reist af naar de Atacama Desert in Chili om te kijken waar de mineralen vandaan komen die in accu’s voor laptops en smartphones terecht komen. Maar hoe ziet dat eruit en hoe gaat het in zijn werk om lithium te mijnen? Dat laat Vance in dit filmpje zien.

Ooit Duck Hunt gespeeld op de NES? Daarmee schoot je met een lichtgeweer op de televisie om eenden uit de lucht te schieten. YouTube-kanaal The 8-Bit Guy legt in dit filmpje uit hoe dit soort accessoires werken op CRT-displays. Daarbij staat de maker niet alleen stil bij de NES Zapper, maar ook bij de Light Pen. Een stukje uitleg over slimme technologie van vroeger.

In Nederland duiken ze niet vaak op, maar in Hong Kong bepalen ze het straatbeeld. Een korte documentaire gaat over de mensen die deze neonborden maken. De productie wordt steeds minder, maar een kleine groep makers geeft de kunstvorm niet op. Je ziet deze mensen vertellen over hun vak en welk denkproces er aan vooraf gaat, terwijl ze de lampen helemaal met de hand in elkaar zetten.

'Star Wars: Backstroke of the West' is geen nieuwe film in de Star Wars-reeks, maar een Chinese bootleg van Episode III. In deze versie van de film zijn de ondertitels in slecht Engels vanuit het Mandarijn vertaald. Dat levert al hilariteit op met vertalingen als 'he is in my behind' en 'friend you are crazy', maar die teksten zijn nu ook nog eens ingesproken over de acteurs. Dat maakt het nog geiniger. Hieronder staan wat highlights, op YouTube staat ook de volledige film.

Wie Rogue One: A Star Wars Story heeft gezien, weet dat er enkele CGI-personages in te zien zijn. Deze video van ABC News laat zien hoe de personages werden gemaakt en welke problemen dat opleverde. Disney is overigens niet van plan om de onlangs overleden Carrie Fisher (Princess Leia) digitaal terug te laten keren in de komende films.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.