Inhoudsopgave
    

360-video van alle kanten bekeken
Jannes van Roermund
door Jannes van Roermund
leestijd: 8 min

360-gradenvideo’s zijn trending. Maar het enthousiasme vraagt om een nuance: wat voegt het eigenlijk toe, bijvoorbeeld in de journalistiek? We gingen op zoek naar het nut van virtual reality in onze nieuwsvoorziening.

Als je wilt weten wat er gaat gebeuren met een bepaalde techniek, kijk je allereerst naar de early adopters. In de journalistiek zijn dat de New York Times en de Washington Post. De twee proberen elkaar momenteel te overtreffen met 360-gradenvideo’s. De Times was bij campagne-events van alle grote presidentskandidaten en de Post liep rond bij de Amerikaanse voorverkiezingen.

Winnaar van deze battle tussen 360-video's is de New York Times. Niet dat de video zo goed was, maar de video's van de Post voegen werkelijk niets toe aan de verslaggeving. Overigens is de Times sowieso voortvarend begonnen met een eigen VR-app en het uitdelen van gratis brillen, waarover later meer.

Betere VR-voorbeelden

Dit soort 360-graden-video's, waarbij de kijker in alle richtingen kan kijken, wordt regelmatig aangeduid als virtual reality. Onder meer YouTube en Facebook dit nieuwe videoformaat. Wie een video bekijkt met een smartphone, kan die telefoon in alle richtingen bewegen en zo alle kanten van het beeld zien. Op de computer werk je met je muis. Bovenstaande video’s van de Amerikaanse kranten zijn niet de beste voorbeelden. Er wordt wel degelijk op creatieve wijze gebruikgemaakt van virtual reality. Zo was de BBC vlak na de aanslagen in Parijs bij het Bataclan. De emotie van het drama was voelbaar. Ook de video van Aleppo laat zien waarom 360-video’s toegevoegde waarde hebben: je wilt de situatie ruiken, voelen en proeven.

Deze video van Ryot, een nieuwszender die volledig op 360-video draait, wordt gezien als het startschot der 360-experimenten. Grote vraag: blijft het bij een sprint of heeft deze techniek een lange adem? Oorlogsverslaggever Hans Jaap Melissen had als Nederlandse reportagemaker een primeur: hij maakte een 360-gradenreportage voor KRO-NCRV over vluchtelingen. 

Melissen is positief. "Iedereen kan naar Parijs of Brussel, maar niet iedereen kan naar Syrië of Libanon. Virtual Reality neemt betrokkenheid met zich mee." Bovendien wordt journalistiek eerlijker, meent Melissen. "Een journalist kan bijvoorbeeld een ingestort gebouw in beeld brengen en vertellen hoe slecht de situatie is, maar dat alle andere gebouwen gewoon nog overeind staan, ziet niemand." Zijn boodschap: met VR kan de kijker niet meer bedrogen worden.

Voor In het spoor van de vluchteling reisde Melissen af naar drie plekken waar veel vluchtelingen langskwamen of verbleven: Nederland, Griekenland en Libanon. "Met een virtualrealitybril op is alles zo realistisch. Dat zorgt voor een grote impact. Je denkt direct dat je die vluchtelingen moet helpen."

Tim Nijland is het niet met Melissen eens. Hij is oprichter van 's werelds eerste virtualreality-café in Amsterdam. In een klein, Koreaans restaurant op de Wallen lopen bezoekers verdwaald rond. Bril op het hoofd, biertje in de hand. In de hoek zitten enkele fanatieke gamers. Nijland is trots, maar hij ziet beren op de weg voor nieuwsmedia: "Je hebt als journalist de regie niet meer in handen", legt hij uit. "Journalisten kiezen altijd een invalshoek bij een onderwerp. Ze doen aan framing. Met 360-gradenvideo is dat niet meer mogelijk." Nijland krijgt geen bijval van Melissen. Ook Gijs Molsbergen, eigenaar van een adviesbureau in content marketing, schudt zijn hoofd. "Anno 2016 eisen we objectiviteit", meent hij. "Virtual reality is daarom een enorm voordeel."

Niet geschikt voor het Journaal?

Molsbergen ziet een kansrijk businessmodel. "De uitgever kan aan alle nieuwe abonnees een virtualreality-bril opsturen als ze lid worden op hun krant of tijdschrift." Wat Molsbergen voorstelt, is precies wat de New York Times al doet: het bedrijf deelt gratis kartonnen VR-brillen uit aan abonnees. Voor de Times zijn de 360-video's een aanvulling op andere kanalen. Of de techniek ooit verder komt dan een extraatje valt te betwijfelen. Nijland denkt van niet: "Negen van de tien onderwerpen in het NOS Journaal zijn niet geschikt voor VR." 

Deze twijfels horen we ook van journalisten. We spraken laatst met een eindredacteur van een regionaal tv-station. Hij was duidelijk: "Leuke techniek, maar 360-graden-video is alleen interessant voor grote evenementen, waar echt iets gebeurt." Volgens Nijland speelt er nog iets: mensen willen juist ontsnappen aan de realiteit met virtual reality. Het is dus niet zo interessant voor nieuwsbedrijven. In het VR-café wordt zijn stelling bevestigd door een bezoeker: "Ik ben nu al bang om het journaal op te zetten", zegt de man. "Het is heel heftig in de wereld. Ik hoef niet midden in de ellende te zitten."

VR of 360?

We gebruiken de termen virtual reality en 360-gradenvideo nu voor het gemak door elkaar. Maar eigenlijk is er een wezenlijk verschil. Bij 360-video's worden echte gebeurtenissen vastgelegd. Virtual reality simuleert een volledig nieuwe wereld. Omdat dat niet gebaseerd hoeft te zijn op de werkelijkheid is de techniek zo populair in de gamesindustrie. Stel je voor, Call of Duty in virtual reality: de droom van iedere gamer.

In de VR-wereld stuit het samenvoegen van die termen op ergernis. Will Smith schreef het artikel Stop calling 360-degree video VR. Hij is niet blij met de New York Times: het uitdelen van gratis 360-brillen kan schadelijk zijn voor virtual reality als geheel: de cardboards zijn qua techniek zo gebrekkig dat hoofdpijn en misselijkheid op de loer ligt. Na een slechte ervaring zal het enthousiasme voor VR zakken, vreest Smith, want eerste indrukken tellen.

Ook Nick Lievendag stoort zich. "Ik zie veel massamedia over VR en 360-video schrijven alsof dat hetzelfde is. Dat baart me zorgen", schrijft Lievendag, die aan de andere kant van het VR-spectrum in de game-industrie werkt. "Met nieuwe techniek is het altijd hetzelfde: mensen proberen het te gebruiken voor dingen die al bestaan. Nu is dat video. Het is belangrijk om de stap kleiner te maken, maar zo mis je de echte potentie."

Obstakels

Al met al is er veel enthousiasme in de journalistiek. De New York Times is bijzonder tevreden: de VR-app groeit als kool en kijkers blijven gemiddeld een kwartier hangen. Dat laatste is veelbelovend vergeleken met het vluchtige internetnieuws, maar aan de andere kant: Amerikanen kijken uren per dag tv.

De techniek zal zich bovendien steeds verder ontwikkelen. De camera's worden beter (zie onderaan onze aanraders). GoPro komt met een consumentenversie, Samsung gaat volop meedoen, en YouTube wil zelfs in 360-graden gaan livestreamen -- een stap waar velen op hebben gewacht.

Maar er zijn nog beperkingen. De video's slurpen veel data; in de praktijk bekijk je ze alleen binnen wifi-bereik. Op oudere smartphones werkt het niet. Deze problemen zullen worden opgelost, maar Nijland – nota bene VR-pionier – wijst ons op meer obstakels: "Er kan een sociale barrière ontstaan, doordat kinderen alleen nog met een vr-bril op de bank zitten. Daarnaast is het mogelijk dat er gezondheidsrisico's aan kleven, omdat je continu een scherm dicht op je ogen hebt." Het grootste probleem zit hem nog in het platform zelf: willen wij het volledige Journaal ooit in 360 graden zien?

Wij denken van niet. De 360-video's zullen altijd een aanvulling blijven op print, web, radio en tv. Toen de radio opkwam, voorspelde men het einde van de krant. Toen de tv opkwam het einde van de radio. Nu weten we: een enorme revolutie is uitgesloten. Wel kan het een buitengewoon interessante aanvulling zijn; de reportage van Melissen bewees dat met vlag en wimpel, net als deze reportage in een door ISIS verwoeste stad in Irak van het Duitse Bild dat deed. Hoe groot deze nieuwe manier van storytelling precies wordt, zien we de komende jaren.

Zelf aan de slag? Vijf 360-camera's

Er zijn al veel 360-graden-camera's in omloop - en nog meer zijn er aangekondigd - waardoor we al bijna door de bomen het bos niet meer zien. Voor tips belden we met het VR-bedrijf Scopic, dat de reportage van Melissen faciliteerde. Zelfs zij vinden het lastig om de camera's te beoordelen. "Het is heel moeilijk om de beste camera's te noemen", vertelt Justin Karten. "2016 wordt het jaar van virtual reality, dus het is erg lastig om in te schatten welke nou goed worden, en welke niet." 

Update maart 2016: Tijdens Mobile World Congress hebben Samsung en LG nieuwe 360-graden-camera's gepresenteerd, waardoor we dit lijstje hebben geüpdatet.

1. Ricoh Theta S (400 euro)
2. Samsung Gear 360 (400 euro)
3. Bublcam (799 dollar)
4. LG 360 Cam (prijs onbekend)
5. 360Fly (499 euro)

David testte de 360Fly onlangs in de Bright.nl Uitpakparty. Zelf hebben wij geëxperimenteerd met de eerste versie van de Ricoh Theta. Hij is erg gebruiksvriendelijk, maar heeft weinig mogelijkheden tot montage van de 360-graden-video. Het eindresultaat is ook van een bedenkelijk niveau, zoals is te zien in onze video van carnaval op de Grote Markt in Breda. Voor privégebruik kunnen we de Theta aanbevelen, als professional kun je twee keer nadenken -- hoewel de Utrechtse fotograaf David Verwer er een mooi project mee doet. 

Lees ook onze eerste indruk van de Ricoh Theta S, de nieuwe versie die sinds februari 2016 in ons land verkrijgbaar is.

Freelance journalist Jannes van Roermund schreef dit artikel samen met Lennard Swolfs, die met zijn blog Journalist van de Toekomst werd genomineerd voor de journalistieke SvJ-awards. Van Roermund schreef voor Bright Ideas onlangs ook een artikel over chip-implantaten.

Auteur

Jannes van Roermund is freelance journalist/correspondent in Warschau en schreef eerder voor Bright Ideas over VR en chip-implantaten. Hij is tevens oprichter van DeChip.nl.