Inhoudsopgave
    

Zo krijgen de laatste stukjes Nederland bereik
Daniël Verlaan
door Daniël Verlaan
leestijd: 6 min

Bezoekers van het strand in Walcheren konden door de hoge duinen jarenlang nauwelijks bellen of appen. Nu wel, dankzij de opmars van de small cell, een kleine mobiele antenne. Zelfs afgelegen plekjes krijgen erdoor bereik.

Als er één ding is waar telecomproviders een hekel aan hebben, zijn het grote betonnen gebouwen. Het beton houdt de radiogolven tegen waardoor je op je telefoon minder balkjes bereik hebt. Telecomproviders hebben sinds enkele jaren een nieuw wapen tegen slechte dekking: de small cell, een kastje dat als een mini-zendmast functioneert. 

Om uit te leggen hoe een small cell werkt, is het eerst handig om te weten hoe een mobiel netwerk werkt. Je telefoon verbindt met één van de duizenden antennemasten in Nederland. Die antennes staan via glasvezelkabels in verbinding met het kernnetwerk en de centrales van de telecomprovider, die alle verstuurde en ontvangen data in goede banen leidt.

Als jij iemand belt, dan wordt je verzoek via de antenne en kabel gestuurd naar de antenne die in de buurt van de ontvanger staat. Deze antenne stuurt dan een melding naar de telefoon van degene die je belt, waarna het toestel begint te rinkelen. Internetverkeer legt dezelfde route af, maar de data gaat dan naar een webserver.

Walcheren en duinen

Ondanks al die duizenden antennes zijn er nog plekken in Nederland waar slecht bereik is. Zo zijn er bijvoorbeeld gebieden waar geen zendmasten mogen staan, zoals specifieke delen van de Veluwe. Maar veel vaker zijn hoge gebouwen de boosdoener. De radiogolven van mobiele netwerken weerkaatsen op onder andere beton, waardoor het bereik slechter wordt. 

Wat nóg slechter is dan beton, is zand: een hoge duin kan in één klap alle radiogolven blokkeren. Dat gebeurde bij het strand  in Walcheren. Aan de ene kant van de duin staat een zendmast, maar mensen op het strand kunnen er nauwelijks verbinding mee maken. "Als je een mast bouwt die net zo hoog is als de Eiffeltoren, heb je wel bereik op het strand", vertelt Paul Fleuren, netwerkexpert bij Vodafone. "Maar dat ziet er natuurlijk niet zo mooi uit."

Om dat soort gebieden toch mobiel bereik te geven, spelen de small cells een belangrijke rol. Vodafone plaatste in Walcheren meer dan honderd small cells, verspreid over de hele kustlijn. Elke small cell is goed voor enkele honderden meters bereik. Als je een paar kilometer wandelt, wisselt je telefoon dus om de zoveel tijd van small cell. 

Alle small cells staan met elkaar in verbinding. Op een paar punten op het strand staat er een grote paal met een kastje eraan die over de duin kijkt. Deze kastjes maken verbinden met de grote traditionele zendmast aan de andere kant van de duin. Op deze manier verbinden de small cells met het mobiele netwerk van Vodafone. Zo kun je ook op het strand bellen, WhatsAppen en Pokémon vangen. 

Steeds goedkoper

De laatste paar jaar zijn small cells aanzienlijk goedkoper geworden door een concurrentiestrijd tussen producenten. Telecomproviders grijpen die kans aan om small cells te plaatsen op plekken waar klanten slecht bereik hebben. Zo plaatst Vodafone in het centrum van Amsterdam small cells in tram- en bushokjes en in Rotterdam en Eindhoven worden deze kastjes in lantaarnpalen verwerkt. 

De meeste small cells worden geplaatst op plekken waar slecht bereik is, bijvoorbeeld in kantoren met een speciale zonwerende coating op de ramen. "Die coating houdt niet alleen de zon tegen, maar ook onze radiogolven", zegt Fleuren. "Dan kunnen we er samen met het bedrijf voor kiezen om een small cell in het gebouw te plaatsen, waardoor iedereen binnen goed bereik heeft."

Small cells worden ook regelmatig op drukke plekken in grote steden geplaatst, zoals rondom de Koopgoot of het Leidseplein. Op deze plekken is meestal al goed bereik, maar er zijn soms zo veel mensen dat het mobiele netwerk overbelast raakt. "De small cells helpen ons om de piekmomenten op te vangen. Als er een evenement is op het Leidseplein, bieden de small cells extra capaciteit waardoor iedereen kan blijven bellen en WhatsApp'en."

Van 3G naar 4G-bellen

De small cells gaan de komende jaren ook een belangrijke rol spelen in de transitie van 3G- naar 4G-bellen. Bellen via 4G heeft drie grote voordelen: je maakt sneller verbinding met de ontvanger, de geluidskwaliteit is beter en je internetverbinding blijft beschikbaar. Vooral laatstgenoemde wordt als een belangrijke verbetering gezien: zo kun je bijvoorbeeld tijdens het bellen ook nog websites bezoeken of een nieuw gebied in Google Maps downloaden.

Maar voor 4G-bellen moet je wel overal een stabiele 4G-verbinding hebben. "We kunnen overal in Nederland goed bereik leveren, maar vaak mag het gewoon niet", legt Fleuren uit. Hij noemt tunnels waar Vodafone geen apparatuur mag hangen of gebieden waar er geen hoge mast mag worden gebouwd. Als je dan toch tijdens een toekomstige 4G-sessie je 4G-verbinding kwijtraakt, wordt er automatisch teruggeschakeld naar de 3G-verbinding en vice versa. 

"Small cells brengen niet alleen mobiel bereik naar plekken waar nauwelijks bereik is, maar zorgen er ook voor dat ons mobiele netwerk beter en stabieler wordt", aldus Fleuren. "Maar ik daag je uit om met een fatsoenlijke telefoon naar buiten te gaan om een plek in Nederland te vinden waar je helemaal geen bereik hebt. Dat kan bijna niet in Nederland, en daar zijn we bij Vodafone trots op."

Auteur

Daniël Verlaan (@danielverlaan) is techredacteur bij RTL Z en Bright. Houdt van de middeleeuwen en terabytes. Fietst heel snel korte afstanden. En is in het echt (en op Twitter) véél knapper.