Inhoudsopgave
    

Vapen onder vuur
Erwin van der Zande
door Erwin van der Zande
leestijd: 12 min

Vapen is het nieuwe roken. In de VS zijn afgelopen week e-sigaretfabrikanten met nieuwe regulering klemgezet. In Europa is men als de dood dat vapen jongeren aanzet tot roken. Onze hoofdredacteur Erwin is dankzij vapen juist met roken gestopt.

8 juli 2016. Ik heb die datum in iCal gemarkeerd, want het is de dag waarop ik begon met vapen. Ik heb sinds die dag geen sigaret meer opgestoken. Na pak 'm beet 25 jaar roken, waarvan de laatste 15 circa een slof sigaretten per week, ben ik van de ene op de andere dag gestopt. De eerste paar dagen was ik wat edgy maar ben nu, een maand later, al zover dat ik me fitter voel, m'n rokershoest kwijt ben en sigaretten eigenlijk best wel vind stinken. Ik voel me bekeerd, tot het vapen, en vind dat ik mag zeggen dat ik met roken ben gestopt.

Daar prijs ik mij gelukkig mee. Vapen is veel minder ongezond voor je (waarover dadelijk meer) dan roken, het smaakt beter (wanneer je je favoriete flavours hebt gevonden), het is leuker (een hele nieuwe wereld aan gadgets!) en als bonus is vapen ook nog eens goedkoper.

Van cigalikes tot cloudchasers

De eerste e-sigaretten gaan terug tot 2004 en zijn in China ontwikkeld. Ze zagen er uit als filtersigaretten, waarbij de filter het patroon was met nicotine-houdend vloeistof, in de sigaret een batterij zat en voor de versiering een oranje ledje in de punt oplichtte alsof je een hijs van een echte sigaret nam. Deze cigalikes worden nog wel verkocht maar als je nu naar het overweldigende aanbod kijkt aan vape-pens en vape-mods, dan zie je als geinteresseerde of beginner al snel door de bomen het bos niet meer. Een kleine stoomcursus.

Elke elektronische sigaret bestaat simpel gezegd uit drie onderdelen: een batterij, een verdamper en vloeistof. De batterij zorgt voor de energie waarmee de verdamper de vloeistof voldoende kan verhitten zodat er rookachtige damp vrijkomt die de gebruiker kan inhaleren. In het afgelopen decennium is dit proces dermate verfijnd en doorontwikkeld dat je er bij wijze van spreken op kunt afstuderen. Ik zal twee van de beste starter kits uitlichten.

De Joyetech eGo AIO (118x19mm) met 2ml led-verlichte tank die lek-vrij is te vullen, een ingebouwde batterij (1500mAh) en kindveilige sluiting. Kost circa dertig euro. Een flesje e-liquid (10ml) kost een paar euro, premium e-liquids een tientje.
De Joyetech eGo AIO (118x19mm) met 2ml led-verlichte tank die lek-vrij is te vullen, een ingebouwde batterij (1500mAh) en kindveilige sluiting. Kost circa dertig euro. Een flesje e-liquid (10ml) kost een paar euro, premium e-liquids een tientje.

Een van beste e-sigaretten voor beginners is de eGo All-in-One van Joyetech. Vloeistof er in, klik op de power-knop en voila, je bent aan het vapen. De eGo AIO is zeer geschikt voor mouth-to-lung (MTL) vapen en is juist daardoor zo geschikt voor mensen die willen stoppen met roken. Sigaretten of shag roken is immers ook MTL; je trekt de rook eerst je mond in met je lippen en inhaleert vervolgens pas naar je longen. E-liquids zijn verkrijgbaar met verschillende nicotine-gehaltes, maar als beginnende vaper die is net is gestopt met roken worden vloeistoffen met 6 of 12 milliliter nicotine per milligram aangeraden. Je hebt verder weinig omkijken naar deze vape-pen. Je zet er eens per maand een nieuwe coil in, het verdampingselement, en opladen doe je via usb.

De Eleaf iStick Pico kit (114mm) met 2ml Eleaf Melo 3 Mini tank en ruimte voor een verwisselbare oplaadbare 18650-batterij (2300mAh). Kost circa zestig euro.
De Eleaf iStick Pico kit (114mm) met 2ml Eleaf Melo 3 Mini tank en ruimte voor een verwisselbare oplaadbare 18650-batterij (2300mAh). Kost circa zestig euro.

Ik begon zelf met een instap e-sigaret, zo een die je bij een tankstation of sigarenboer kunt kopen, en merkte na een paar dagen dat ik meer nodig had wilde ik blijven vapen. Een grotere throat hit. Meer damp. Ik gings langs bij een goede vape-shop, Vapr in Amsterdam, ging met een iStick Pico kit naar huis en betrad het domein van sub-ohm vaping. Verdampingselementen, de coils, worden geclassificeerd aan de hand van de weerstand die ze bieden en wordt uitgedrukt in ohm (Ω). Coils zijn een vak apart maar om het simpel te houden: coils met een weerstand van 1 ohm of meer (het luchtgat in de coil is dan klein) gebruik je bij MTL vapen en coils met een weerstand onder 1 ohm (het luchtgat is groter) duiden op direct-to-lung (DL) vapen. Niet eerst de damp je mond in, nee, direct je longen in, zoals bij een inhaler. Met een flinke wolk aan damp als resultaat.

Gangbare nicotine-gehaltes bij sub-ohm vaping zijn 6, 3 en zelfs 0mg voor mensen die gewoon heel graag vapen. Let er wel op dat je vloeistoffen bij sub-ohm vapen naar verhouding meer VG (vegetable glycerin) dan PG (propylene glycol) bevatten - minstens 60/40 maar liever 70/30 of zelfs 80/20. Dat is zachter voor de keel, produceert meer damp en gaat slechts ten dele ten koste van de smaak.

Nog een tip die elke goede vape-shop je meegeeft: begin met 0.5ohm coils en let erop dat je het voltage tussen de 3,8 en 4,3V ligt. De batterij in deze categorie worden box mods genoemd. Die van de Pico kan tot liefst 75 Watt aan maar wanneer je je voltage in de gaten houdt zul je rond de 30W blijven. Dit wordt vapen in power mode genoemd. Gevorderden vapen met temperature control (TC), waarbij je je mod instelt op een vaste temperatuur voor de damp. Voordeel hiervan is dat je zogeheten dry hits voorkomt. Die smaken namelijk nogal naar.

De meest gevorderde vapers tot slot hebben van hun hobby hun werk gemaakt. Ze hebben hun coils zelf in elkaar hebben gepield en schroeven hun atomizer op een mechanische mod, waarop nagenoeg alle beveiliging die je op normale mods aantreft ontbreekt. Weliswaar kun je dan je vape helemaal op je eigen wensen afstemmen, je moet wel verstand hebben van de Wet van Ohm.

Cloud chasers en vape tricks

95% minder schadelijk

De meningen en onderzoeken lopen uiteen over de effectiviteit van vapen als middel om te stoppen met roken, maar er is wel concensus te bespeuren dat nicotine vapen effectiever is dan het gebruik van nicotine-kauwgom of -pleisters. Wat mij in elk geval enorm heeft geholpen is dat de rookervaring nagenoeg in tact blijft. Je hebt iets bij je waar je een hijs van kan nemen, je je nicotine-fix geeft en waarbij je een soort rook uitblaast. Het is zoals roken maar dan zonder de teer en de talloze kankerverwekkende chemicaliën die je je lichaam injaagt bij het verbranden van tabak.

Een belangrijk en veel aangehaald onderzoek dat vapen als hét alternatief voor roken neerzet, is dat uit augustus 2015 van Public Health England. In het rapport stelt het agentschap van het Britse ministerie van volksgezondheid dat "e-sigaretten 95% minder schadelijk zijn voor je gezondheid dan normale sigaretten" die bovendien rokers van de tabak afhelpen. Er zijn wel kanttekeningen bij het onderzoek geplaatst en om het rapport goed in context te plaatsen moet je weten dat de VK zo'n beetje het meest pro-vape land is ter wereld.

'Fight for vaping rights!'

Het contrast tussen het VK en de VS, ook een groot vape-land, is op dit punt groot. Afgelopen week is nieuwe regulering van de federale Food and Drug Administration in werking getreden die de ontluikende vape-sector in Amerika praktisch gezien aan de ketting legt. Vapen valt daar vreemd genoeg onder de tabakswet, zelfs als er geen nicotine in je vloeistof zit. Enkele van de nieuwe maatregelen, zoals een verbod op verkoop aan minderjarigen, zijn goed en nodig. Funest is echter de nieuwe verplichting voor e-sigaretfabrikanten om de komende twee jaar elk product (er circuleren zo'n 10.000 vape-producten in de VS, de meeste worden geproduceerd in China) door een tijdrovend en zeer kostbaar goedkeuringsproces van de FDA te loodsen, willen ze die vanaf 2018 nog op de markt mogen aanbieden. De maatregel geldt voor zowel nieuwe als bestaande vape-producten.

Michael Siegel, professor aan de Boston University en een van de bekendste en meest vooraanstaande tabak-tegenstanders in Amerika, laat geen spaan heel van de nieuwe FDA-regels. In een recent opiniestuk waarschuwt hij dat de nieuwe FDA regulering niet alleen faalt in het beschermen van de volksgezondheid, maar dat de maatregelen juist een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Fabrikanten mogen zelfs bestaande producten niet meer aanpassen. "Door nieuwe en verbeterde producten te verbannen verstikt de FDA productinnovatie", schrijft Siegel. "Juist door die innovatie zou de e-sigaretindustrie zijn vape-producten nog verder kunnen verfijnen en ze nog effectiever maken als middel om te stoppen met roken en hun gezondheidsrisico's nog verder verlagen dan nu al het geval is." Er zijn al diverse rechtzaken aangespannen tegen de FDA en vapers kloppen massaal bij hun volksvertegenwoordigers aan via Casaa.org.

Twee vape-shops in Amsterdam; links Vapr, rechts One 2 Vape. Ze mikken overduidelijk op rokers die willen stoppen.
Twee vape-shops in Amsterdam; links Vapr, rechts One 2 Vape. Ze mikken overduidelijk op rokers die willen stoppen.

Genees- of genotsmiddel?

De EU heeft zijn richtlijnen in mei aangepast. De Tobacco Products Directive II, die ook maakt dat je sinds kort die shockerende foto’s op sigarettenverpakkingen ziet, bant e-sigaretten niet maar stelt wel grenzen. Tanks mogen maximaal nog maar 2ml vloeistof bevatten en moet je lekvrij kunnen bijvullen. Nicotineconcentraties zijn beperkt tot maximaal 20mg. Vloeistoffen mogen alleen nog verkocht worden in flesjes van max 10ml. Kinderen moeten verdampers niet aan kunnen zetten of openen. Alle vape-producten moeten voorzien zijn van waarschuwingen dat ze nicotine bevatten en niet moeten worden gebruikt door niet-rokers. Verpakkingen moeten duidelijk de ingrediënten tonen, het nicotinegehalte en een gebruiksaanwijzing bevatten. Fabrikanten moeten elk product dat ze willen aanbieden in Europa aanmelden en jaarlijks de EU hun verkoopcijfers, gebruikersvoorkeuren en trends presenteren. De EU-lidstaten zullen de marktontwikkelingen in de gaten houden, om te zien of e-sigaretten leiden tot meer tabakconsumptie, in het bijzonder onder jongeren en niet-rokers. Kortom, de EU vindt vapen voorlopig prima voor rokers, zo lang de jeugd en niet-rokers er maar niet aan gaan.

Die voorzichtige benadering is niet zo vreemd want in Europa wordt heel verschillend tegen e-sigaretten aangekeken. In Griekenland en Noorwegen bijvoorbeeld valt vapen onder de tabakswet en zijn e-sigaretten verboden. In Frankrijk en Zweden staan ze te boek als medisch hulpmiddel bij het stoppen met roken. In Duitsland en het Verenigd Koninkrijk gelden e-sigaretten als consumentenproduct. In Nederland vielen e-sigaretten aanvankelijk onder de Warenwet, de algemene wetgeving voor productveiligheid, maar sinds 20 mei onder de nieuwe Tabaks- en rookwarenwet. Hierbij zijn de richtlijnen van de EU overgenomen en een leeftijdsgrens van 18 jaar ingesteld.

Rookmachines

Geen tabak dus maar wat zit er dan wel in e-sigaretten? De vloeistoffen bestaan uit vier ingredienten: glycerine, propyleenglycol, nicotine en smaakstoffen. De eerste twee zijn dragerstoffen waarin nicotine en de smaakstoffen goed meekomen. Glycerine is een mengsel van water en glycerol. Glycerol is een zoetige, kleurloze, niet-giftige en lichaamseigen stof. Het wordt ook gebruikt om medicijnen gladder te maken of voedsel zoeter (E-422). Propyleenglycol wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie gezien als niet-toxisch bij lage concentratie en mag gebruikt worden in voeding (E-1520), cosmetica en geneesmiddelen. Het wordt ook gebruikt bij medische inhalers en rookmachines in de discotheek. Propyleenglycol kan de luchtwegen irriteren bij hoge doses, zonder blijvend effect overigens, en een droge mond geven.

Nicotine is zoals bekend een zeer verslavende stof. Het is niet kankerverwekkend. In kleine doseringen is nicotine een stimulant, bij hoge doseringen een zenuwgif die dodelijk kan zijn. Voor volwassen ligt die lat vrij hoog: circa 10mg per kilo lichaamsgewicht. Voor kleine kinderen kan een kleine dosering wel fataal zijn, vandaar de veiligheidsvoorschiften voor vape-producten. Bij matige doseringen in e-liquids kun je het gebruik van nicotine vergelijken met dat van cafeïne, de vergelijkbaar verslavende stof in een kop koffie (50-150mg), een bakkie thee (25-75mg) en een glas cola (15-60mg).

Medisch journalist Michael Mosley onderzocht de e-sigaret voor de BBC.

Popcornlongen

Zijn er dan geen gezondheidsgevaren? Ja toch wel. Een goedje dat kwaad kan is butaandion (diacetyl in het Engels). Bij hoge doses, hoge verwarming en langdurig gebruik kan de ‘botersmaakstof’, die in sommige e-liquids voorkomt, blijvende schade veroorzaken aan je longen. Butaandion komt overigens in veel hogere doseringen voor in tabaksrook. Er zijn ook wel eens e-liquids aangetroffen met onzuiverheden, zoals aanwezigheid van het giftige diëthyleenglycol. Ook zijn er nicotine-sporen gevonden in e-liquids die aangaven nicotine-vrij te zijn. Dit pleit voor kwaliteitsbewaking van de vloeistoffen.

Voorts zijn er door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu schadelijke stoffen gevonden die pas vrijkomen na de verhitting, waaronder nitrosamines en korte-keten-aldehyden. De concentratie van deze kankerverwekkende stoffen is in e-sigaretten wel vele malen (tot wel 450x) lager dan de concentratie ervan in tabak of tabaksrook. Het lagere risico geldt ook voor meeroken van damp. Vuistregel: vape vooral niet te heet, dat reduceert de risico’s aanzienlijk.

3,5 miljoen

Vapen is dus niet zonder risico maar is substantieel minder ongezond dan het roken van tabak. Daar ligt de terreinwinst voor de volksgezondheid. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn er wereldwijd één miljard rokers en jaarlijks zes miljoen tabak-gerelateerde doden. In Nederland rookt een kwart van de bevolking boven de twaalf jaar wel eens een sigaret of sigaar, waarvan driekwart dagelijks.

Dat zijn 3,5 miljoen Nederlanders die beter af zouden zijn door te vapen in plaats van te roken. Vapen is hier niet zo gangbaar als in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk maar het aantal vapers is stijgende; van 1 procent in 2012 naar 2,5% in 2013 naar 4,1% in 2014. Ruim twee van de vijf e-sigaretgebruikers in Nederland (44%) gebruikt deze dagelijks en nog eens een vijfde gebruikt deze wekelijks. Het aantal dagelijkse gebruikers is in 2014 met een derde gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Opvallend is verder dat de e-sigaret vaker gebruikt wordt door vrouwen dan door mannen. Ongeveer de helft van de e-sigaretgebruikers gebruikt een lage of middelhoge dosis nicotine, een op de acht gebruikers neemt e-sigaretten zonder nicotine. 

In mei baarde de Britse Koninklijke Raad van Artsen opzien door rokers die willen stoppen volmondig aan te raden over de stappen op e-sigaretten. De raad ziet geen bewijs dat vapen een opstap is naar het roken van tabak. Vapen wordt vooral gedaan door rokers of ex-rokers, niet door niet-rokers. De kritiek was dat zo’n advies voorbarig is aangezien er nog nauwelijks langetermijnonderzoek naar vapen is gedaan.

Regulering van vapen is welkom (bescherming kids, veiligheid van gear, controle op vloeistoffen) en helemaal stoppen is uiteraard het beste, maar laten we niet het kind met het badwater weggooien. Vapen is niet het nieuwe roken. Ik kan het elke roker aanraden.

Auteur

Erwin van der Zande (@evdz) is de bedenker en hoofdredacteur van Bright. Hij heeft een zwak voor tech en een neus voor trends. Erwin woont in Amsterdam samen met vijf vrouwen: zijn vriendin, hun dochters en twee poezen.

Snelste elektrische race-auto: made in Eindhoven
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 8 min

Nederlanders presenteren komende week de snelste elektrische formule-raceauto ter wereld. Het einddoel? Deelname aan de 24 uur van Le Mans in 2020.

Hij is vier meter lang en twee meter breed, heeft een vermogen van 544 pk en weegt 658 kilogram. Met zijn maximale topsnelheid van 285 km/u is hij de snelste elektrische formule-raceauto ter wereld. Accelereren van 0 tot 100 km/u doet de auto in minder dan drie seconden. 

Bijna twee jaar werd er op de Automotive Campus in Helmond gewerkt aan de KP&T IM/e (ja, zo heet 'ie) door een groep van vijftig studenten afkomstig van de TU Eindhoven en Fontys Hogescholen en bestaande uit fulltimers, parttimers, stagiairs en alumni. Het doel van InMotion, zoals de groep technische studenten zich noemt? Een auto bouwen die sneller, veiliger en energiezuiniger is dan alle andere auto's die ooit werden gemaakt, in staat is om records op racecircuits te verbeteren en bovendien in 2020 klaar is voor de meest ultieme test: meedoen aan de 24 uur van Le Mans, de zwaarste autorace ter wereld waarin niet de snelste auto wint maar de auto die de meeste ronden rijdt in 24 uur tijd. 

Deelnemers aan de race zullen het aantal reparaties en tankbeurten in de pitstraat zoveel mogelijk moeten beperken. Auto's zullen verder zo betrouwbaar en energiezuinig mogelijk moeten zijn. Tijdens de 'Grand Prix of Endurance and Efficiency', de bijnaam van Le Mans, zullen alleen de meest efficiënt rijdende auto's en teams met het grootste uithoudingsvermogen kans maken op de eindoverwinning. 

Shakedown in Zandvoort

De KP&T IM/e, het ontwikkelplatform van InMotion, zal hiervoor eerst nog wel de aandacht op zich moeten vestigen. Vooral door heel hard en energiezuinig te rijden en records te verbreken. De kansen om zo de enige startplek te bemachtigen in de speciale klasse voor innovatieve auto's, de Garage 56, zullen in dat geval immers aanzienlijk stijgen. De bouw van de KP&T IM/e zal verder de kennis en expertise moeten opleveren die nodig zijn voor de definitieve wagen waarmee InMotion de grote race hoopt te gaan rijden: de IM01, een hybride raceauto die elektrisch wordt aangedreven maar ook beschikt over een zogenaamde range-extender in de vorm van een brandstofmotor. De IM01 zal daarnaast over alle bruikbare technologieën beschikken die nu nog worden uitgetest in de KP&T IM/e. 

Een poging om in Zandvoort het ronderecord voor elektrische raceauto's te verbreken met raceprofs als Jan Lammers en Xavier Maassen achter het stuur, staat al voor later dit jaar gepland. Volgend jaar moet daar een ander record bijkomen, te weten de snelste ronde behaald door een elektrische raceauto op één van de moeilijkste racecircuits ter wereld: de Nürburgring Nordschleife. Voor het grote publiek is er echter eerst nog de zogenaamde shakedown in Zandvoort van 19 tot en met 21 augustus, het grote testweekend van de KP&T IM/e op het oudste en bekendste racecircuit van Nederland dat door iedereen gratis is te bezoeken.

Gerlach Delissen

App voor verzamelen data

Volgens Marc de Mol Moncourt (22), student Technische Bedrijfskunde aan de TU Eindhoven en pr-manager van InMotion, zal het publiek ook actief bij de shakedown worden betrokken door het aanbieden van een app. "Samen met onze partners Tele2 IoT, ICT Group en Tableaux Mediamakers hebben we een speciale applicatie ontwikkeld voor de tienduizend mensen die we in Zandvoort verwachten", zegt hij. "In de auto is hiervoor een apart kastje ingebouwd, waarin alle verkregen data worden opgeslagen. Die worden vervolgens rechtstreeks naar de cloud gestuurd. Van daaruit zijn ze weer beschikbaar voor onze engineers en gebruikers van de app."

Via de app kan het publiek allerlei data bekijken. Wat de verschillende temperaturen van bepaalde onderdelen van de wagen zijn bijvoorbeeld. Maar ook waar de auto zich op de baan bevindt of wat de snelheid van de auto is. "Zo hopen we een extra dimensie te creëren voor bezoekers van onze testdagen. Alle informatie over de auto zal verder via dataloggers worden opgeslagen, zodat deze ook weer te gebruiken zijn voor testen tijdens de volgende demodagen", aldus de Mol Moncourt.

Reinier Kleissen (23) is sinds september vorig jaar technisch manager bij InMotion. Zijn werk bestaat vooral uit het maken van technische constructies en het begeleiden van stagiairs. "In de praktijk ben ik volop bezig met de voltooiing van de wagen in de aanloop naar Zandvoort", zegt hij. "Concreet betekent dit dat ik vooral de elektrotechnische onderdelen van de auto ontwerp, bijvoorbeeld de zogenaamde kabelboom die alle elektronica in de auto met elkaar verbindt. Verder hou ik me bezig met IC-design, het ontwerpen van de chips die nodig zijn voor datacommunicatie. Eigenlijk hou ik me dus bezig met het hele technische designproces."

Marc de Mol Moncourt (links) met Reinier Kleissen (rechts) Gerlach Delissen
Marc de Mol Moncourt (links) met Reinier Kleissen (rechts)

Hoe anders is het bouwen van een elektrische Formule-auto in vergelijking met een gewone F1-auto? 

RK: "Heel anders. Je bent bijvoorbeeld niet aan allerlei regels gebonden. Die zijn er niet. Vergelijk je de voor- en achtervleugels dan zijn deze ook geheel anders ontworpen. De KP&T IM/e heeft  bijvoorbeeld een extreem grote achtervleugel. Bij gewone F1-auto's is dat door de uitgebreide regelgeving onmogelijk. Wat wij ook willen bereiken is door aanpassingen te doen uiteindelijk twee keer energiezuiniger te worden dan een normale F1-auto."

Waar bestaat de aandrijving van de wagen uit en hoe groot is de actieradius van de auto?

MdM: "Twee elektromotoren van elk 200 kilowatt. Die krijgen stroom van een accupakket van 130 kilo zwaar. Het maximaal vermogen ligt op zo'n 750 Volt en 400 Ampère. De actieradius ligt niet bijster hoog omdat we de auto echt ontwikkeld hebben op snelheid. Denk daarbij aan twee rondjes Zandvoort ofwel in totaal zo'n tien minuten tot een kwartiertje rijden."

De KP&T IM/e is een testplatform voor de volgende auto, de IM01, die in 2020 moet gaan meedoen aan de 24 uur van Le Mans. De IM01 moet een hybride auto worden en is dus niet volledig elektrisch? 

RK: "Dat klopt. Al hebben we nog geen honderd procent zekerheid hierover. Er zijn momenteel op dat gebied nog allerlei technieken die bedrijven aan het ontwikkelen zijn. Welk systeem het wordt, zal ook sterk afhangen van de combinatie waarmee we het meeste vermogen uit de auto zullen gaan halen. Dat wil zeggen de combinatie van een brandstofmotor met een accupakket voor elektrische aandrijving. De aandrijving zal gedeeltelijk ook anders zijn. Er zullen in elk geval twee keer zoveel elektromotoren in de IM01 zitten. Dus vier in plaats van twee. Elk wiel van de IM01 zal dan worden aangedreven door een aparte elektrische motor. In onze huidige testauto worden alleen de twee achterwielen los van elkaar aangedreven. Alles bij elkaar zal de IM01 ook een veel extremere auto worden. Eentje van 1100 pk aan vermogen en 950 kilo zwaar."

Elk jaar een hoger doel

Jullie wilden komend weekend in Zandvoort al gaan proberen om het ronderecord voor elektrische auto's te verbreken. Die poging gaat niet door. Waarom niet?

MdM: "Omdat we liever eerst nog de boel grondig willen uittesten en daar wat meer ruimte voor nodig hebben. We gaan nu wel de eerste shakedown doen. Dat betekent dat het publiek kan kennismaken met het hele project. De recordpoging in Zandvoort staat nu voor later dit jaar gepland. Volgend jaar hopen we daarna op de Nürburgring het ronderecord te verbeteren. Dat is wel een langere baan, wat weer een hoop nieuwe technische uitdagingen oplevert. Maar zo hebben we elk jaar weer een hoger doel."

Wat is het huidige ronderecord voor elektrische wagens in Zandvoort. En wat is jullie eigen doel?

MdM: "Dat staat op naam van studenten van de TU Delft die in november 2015 het ronderecord verbraken met de op waterstof rijdende Forze VI. Het huidige ronderecord staat nu op 2 minuten, 5 seconden en 450 milliseconden. Daar willen wij met onze poging flink onder duiken met een tijd van minder dan twee minuten."

Wat is eigenlijk het belangrijkste verschil tussen de Forze VI en de KP&T IM/e van InMotion?

MdM: "Het Formula Zero Team heeft een heel ander hoofddoel dan wij. Ons doel is om met een elektrisch aangedreven raceauto de 24 uur van Le Mans te gaan rijden. Het doel van het team van de TU Delft is om een wagen te ontwikkelen die op waterstof rijdt als brandstof voor de toekomst." 

De KP&T IM/e wordt nu al de snelste elektrische raceauto ter wereld genoemd. Maar hij zou nog geen meter hebben gereden. Hoe kan dat?

MdM: "Dat klopt. In Zandvoort zal de auto ook voor het eerst worden aangezet om een stukje te rijden op een circuit. De KP&T IM/e zal dan ook nog niet op topsnelheid rijden. De auto moet het gewoon doen. We zijn ook vooral nog bezig met testen. In hoeverre er onderdelen worden belast bij bepaalde snelheden weten we bijvoorbeeld nog niet. Je gaat er echter vanuit dat alles goed gaat, want technisch gezien is alles goed doorberekend. We gaan ook langzaam opbouwen. De testcoureurs zullen tijdens het testweekend elke dag een stukje harder gaan rijden. Op de laatste dag zal pas blijken hoe hard de wagen écht kan."

Formule Bio

De KP&T IM/e heeft ook een voorganger, de CO2-neutrale Formule Bio. Hoe zit dat?

MdM: "Het is allemaal ooit begonnen met drie studenten die in achttien maanden tijd aan de hogeschool van Utrecht voor een afstudeerstage een raceauto ontwikkelden. Dat was de Formule Bio in 2012. Eén van die studenten is daarna verder gaan studeren aan de TU Eindhoven. Hij heeft daar een master gedaan en koos vervolgens als afstudeerproject weer voor het bouwen van een raceauto, eentje die sneller en beter was dan alle andere raceauto's die op dat moment rondreden. Met acht man is hij vervolgens onderzoek gaan doen naar de bouw van zo'n auto. Uit deze auto is uiteindelijk het concept van de IM01 voortgekomen."

Jullie studententeam werd opgericht in 2014. Hoe ging het vervolg daarvan?

MdM: "Vanaf 2014 werd het team dagelijks door studenten gerund. Al hadden we feitelijk nog niks: geen locatie, geen sponsors, helemaal niets. Gaandeweg hebben we dat allemaal opgebouwd. In Helmond vonden we onderdak op het adres van de Automotive Campus. Het eerste jaar zijn we daar vooral bezig geweest met het maken van het chassis van de auto. Hier stond ook de Formule Bio. Daar zat veel vergaarde kennis in en het was zonde om deze niet te gebruiken. Die auto werd ook de basis van ons eigen testplatform. Vanuit Helmond zijn we ook serieus koers gaan zetten naar ons hoofddoel: het volbrengen van de 24 uur van Le Mans in 2020. Om dat mogelijk te maken, hebben we nu ook een grote groep aan sponsors." 

Op jullie site staan verschillende technologieën die jullie gaan gebruiken voor de IM01 en deels al werden gebruikt in de IM/e. Een ventilatiesysteem dat de auto op de weg drukt bijvoorbeeld. Dertig jaar geleden werd deze techniek, 'grondeffect' geheten, al toegepast in de F1-sport door Team Lotus. Maar deze werd ook snel weer in de ban gedaan. Waarom eigenlijk? 

RK: "Die techniek zorgde ervoor dat de auto als het ware aan de grond werd gezogen en daarmee veel meer grip op de weg kreeg. Maar niet elk team in de F1-sport beschikte over dezelfde techniek, waardoor het destijds ook weer snel is afgeschaft vanwege oneerlijke concurrentie. In de Garage 56-klasse van Le Mans zijn we echter geheel vrij van allerlei regeltjes. Dan kun je dit soort technieken ook weer gaan toepassen. Het zorgt er uiteindelijk ook voor dat de auto nog zuiniger wordt."

Sidepods en active flaps

Andere technieken die jullie willen toepassen zijn sidepods die gevormd zijn als omgekeerde vliegtuigvleugels en active flaps. Kun je daar iets meer over vertellen zonder teveel technisch jargon?

RK: "Sidepods zijn de zijkanten van de auto waarin de radiateurs voor de koeling verwerkt zijn. Die zorgen voor een zo optimaal mogelijke luchtstroming. Als je in de KP&T IM/e op dezelfde snelheid zou rijden als in een Formule 1-bolide, dan zou de KP&T IM/e tien keer aerodynamischer zijn dan de bolide. Active flaps zijn verder delen van de vleugels op de auto die in en uit kunnen schuiven of van hoek kunnen veranderen, net als verlengde vleugelstukken bij vliegtuigen. Na de start, als het vliegtuig versnelt, gaan de flaps weer naar binnen. Al deze technieken gebruiken we om de auto aerodynamischer te maken." 

Jullie hebben ook de monocoque verbeterd, het gedeelte waarin de coureur zit en de basis van het chassis. Klopt dat?

RK: "Dat klopt. Die heeft in de testauto een kogelachtige vorm gekregen om zo weer een optimale luchtstroming te bevorderen. De monocoque is verder een stuk lichter gemaakt tot een gewicht van circa zestig kilo. Er kunnen bovendien lange coureurs in zitten. Ook een coureur van twee meter lang kan zonder problemen in onze testauto rijden."

Drie in plaats van honderd ECU's

Jullie hebben verder zelf de software voor de auto ontwikkeld die de verschillende elektronische systemen en technologieën aan boord aansturen. Kun je daar iets over vertellen?

MdM: "Ja, die software wordt onder meer gebruikt voor het aansturen van de aerodynamica en de elektrische aandrijving van de auto. In een personenauto heb je voor het aansturen van elektronische onderdelen vaak meer dan honderd zogenaamde Electronic Control Units of ECU's zitten. Wij gebruiken er maar drie. Hoe minder ECU's, hoe kleiner namelijk de kans op technische problemen. Extra uitdagend daarbij is het feit dat deze systemen onder zeer zware omstandigheden - 24 uur op vol vermogen racen - moeten blijven werken. Met accupakketten die 750 Volt en 400 Ampère leveren, kan dat risico's opleveren die je moet zien te voorkomen. Bijvoorbeeld omdat er brand kan ontstaan." 

Jullie ECU's verhogen ook de betrouwbaarheid van de auto?

MdM: "Klopt. De software voor de ECU's is ontwikkeld in samenwerking met ICT Group, één van onze technische partners. Met behulp van ICT's Motar-toolbox kunnen we regelmodellen automatisch vertalen naar software. De tussenstap van het programmeren zelf is er uitgehaald. Dit levert een enorme tijdwinst op bij de ontwikkeling van de software en verkleint de kans op programmeerfouten. Zo kunnen we de betrouwbaarheid van ECU's verhogen en die van auto's in het algemeen."

Wat waren voor het team tot nog toe lastige klussen bij het bouwen van de testwagen?

RK: "Oei. We zijn heel veel dingen tegengekomen. Lastig was vooral de ophangingsgeometrie. Tijdens het ontwerpen daarvan weet je nog niet precies hoe de ophanging van het chassis gaat reageren tijdens de eerste testrit. Of hoe de totale 'handling' van de auto zal zijn. Ook het kiezen van een accupakket was lastig. Helaas is er geen grote database waarin je allerlei informatie kunt vinden  over dat waarmee je bezig bent. Vooral wat elektrisch racen betreft, is weinig data beschikbaar."  

Hoe belangrijk is de ontwikkeling van de snelste elektrische racewagen ter wereld voor de ontwikkeling van elektrische auto's in het algemeen?

MdM: "Erg belangrijk. Uit zo'n auto haal je heel veel data die interessant kan zijn voor de hele automotive industry. We laten ook steeds weer nieuwe technologieën zien die te gebruiken zijn. Een voorbeeld is de wielophanging. Die bestaat in onze auto uit onderdelen die in titanium geprint zijn en daarmee sterker zijn dan het gebruikelijke aluminium. Dat zijn dingen die nog nooit in de autoindustrie zijn toegepast. Het is allemaal nieuw en uniek. En daarmee zijn wij de eerste." 

De remmen Gerlach Delissen
De remmen
Detail van de brake bell Gerlach Delissen
Detail van de brake bell
Detail van de bracket met draagarm Gerlach Delissen
Detail van de bracket met draagarm
Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

De belhamels van Bellingcat
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 7 min

Het open-source-onderzoekscollectief Bellingcat timmert aan de weg met opmerkelijke onthullingen en reconstructies van gebeurtenissen in oorlogsgebieden. "Er is zoveel misinformatie en desinformatie. Ik vind het belangrijk om dat tegen te gaan", vertelt één van de Nederlandse medewerkers van de site.

Kan iemand die niet in Syrië zit en geen Arabisch spreekt toch mensenrechtenschendingen in dat land boven tafel halen? Tien jaar geleden zouden we die vraag zonder twijfel met 'nee' hebben beantwoord. Maar dankzij sociale media en nieuwe tools als Google Maps blijkt het inmiddels wel degelijk mogelijk om met spectaculaire onthullingen over conflictgebieden te komen, zo bewijst Bellingcat:  een onderzoekssite van burgerjournalisten.

Bellingcat-oprichter Eliot Higgins, die lange tijd meer dan zeshonderd Syrische YouTube-accounts volgde, toonde de afgelopen jaren aan dat het Assad-regime chemische wapens inzette, onthulde dat het Vrije Syrische Leger luchtafweergeschut had en spoorde videobewijs op waaruit bleek dat Assad clusterbommen inzette. Hij ontdekte dat Syrische rebellen wapens kregen uit Kroatië en liet zien dat de Amerikaanse claim dat er geen burgerslachtoffers vielen bij de aanvallen met Tomahawk-raketten onzin was. Allemaal vanuit zijn huis in Leicester, Engeland.

Zoals Higgins vroeger urenlang World of Warcraft kon spelen - een hobby die hij na zijn trouwen opgaf - zo is hij nu vaak eindeloos bezig met het analyseren van video's en berichten op sociale media. Higgins' specialisme is open-source geolocation. In video's bestudeert hij de achtergrond om zo via Google Maps uit te zoeken waar de opnames zijn gemaakt. Deze werkwijze leidde er in 2014 toe dat Higgins wist te achterhalen op welke plaats ISIS de Amerikaanse fotojournalist James Foley had onthoofd. Een knap staaltje onderzoeksjournalistiek. 

Voor een dergelijke scoop hoef je niet over speciale gaven te beschikken, vertelt Christiaan Triebert, één van de drie Nederlanders die inmiddels betrokken zijn bij Bellingcat. "Het is absoluut geen magie." Met een beetje ruimtelijk inzicht, logisch denken en vooral heel veel tijd kom je een heel eind, legt hij uit. "Je weet in welk gebied van Syrië ISIS het voor het zeggen heeft. Daarnaast waren er in de onthoofdingsvideo bomen, een weg en heuvels te zien. Ook zag je een overgang van woestijn naar meer vruchtbaar land. Zo kun je het gebied waar je zoekt steeds kleiner maken. Iedereen kan doen wat wij doen. Je bent er soms alleen wel uren of dagen mee bezig."

Mislukte militaire staatsgreep Turkije

Zelf was Triebert, die momenteel in Kuala Lumpur werkt aan een scriptie waarin hij onder meer ingaat op de vraag hoe het Internationaal Strafhof open bronnen op internet kan gebruiken bij het onderzoek naar oorlogsmisdaden, dagenlang bezig met het reconstrueren van de mislukte staatsgreep in Turkije op basis van het Whatsapp-groepsgesprek van de betrokken militairen.

Aanvankelijk werd zijn aandacht getrokken door Twitter-berichten met beelden van het betreffende gesprek. "Ik was benieuwd of de teksten inderdaad afkomstig waren van de groep coupplegers. Ik heb de berichten getranscribeerd en heb vervolgens via Twitter hulp ingeroepen om teksten te vertalen. Daarna heb ik ook de rest van de gesprekken gekregen via Al-Jazeera dat de hand op de complete conversatie had weten te leggen."

Al puzzelend kon Triebert vaststellen dat het gesprek inderdaad authentiek was: alle berichten correspondeerden met gebeurtenissen die daadwerkelijk 'op de grond' hadden plaatsgevonden. Bij zijn onderzoek profiteerde hij volop van alle informatie die Turken zelf via sociale media hadden gedeeld. Voordat bekend werd gemaakt dat er een staatsgreep plaatsvond, zetten mensen bijvoorbeeld al foto's online van voorbij rijdende tanks. 

"De Whatsapp-berichten waren zo gedetailleerd, alles klopte", vertelt Triebert. "Dan stond er bijvoorbeeld: '66 is bij 212'. Aanvankelijk een nogal mysterieus bericht. Maar dan ontdek je dat de 66ste militaire unit betrokken was bij de staatsgreep en dat de 212 een bekende shopping mall in Istanbul is. Het is fascinerend om de coup zo van minuut tot minuut te kunnen volgen."

Christiaan Triebert
Christiaan Triebert

DDoS-aanval na onthulling

Triebert krijgt niet betaald voor zijn werk voor Bellingcat. "Ik doe het uit passie", vertelt hij. "Er is zoveel misinformatie en desinformatie. Ik vind het belangrijk om dat tegen te gaan."  Zeker in oorlogssituaties, waarbij de waarheid altijd het spreekwoordelijke eerste slachtoffer is, is dat geen overbodige luxe. Organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch zijn dan ook vol lof over de Bellingcats pogingen om duidelijkheid te scheppen in vaak ondoorzichtige en complexe conflictsituaties.

De speurtocht naar de waarheid zorgt er echter ook voor dat de site regelmatig het mikpunt is van kritiek en aanvallen. Op de dag van de onthulling over de plaats waar ISIS James Foley had onthoofd, kreeg Higgins te maken met een DDoS-aanval. Eerder kreeg Higgins juist kritiek uit de hoek van de Syrische regering dat hij te veel aan de kant van de Syrische rebellen zou staan.

En ook de Russische autoriteiten zijn bepaald niet blij met Bellingcats onthullingen over het neerhalen van de MH17 met een Buk-raket. Tijdens een persconferentie in april van dit jaar beschuldigde een woordvoerster van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken Bellingcat ervan nepbewijs te gebruiken en samen te werken met de Oekraïense overheid. 

Watervoorziening Islamitische Staat

In een interview met NRC Handelsblad ontkende Higgins onlangs dat hij vooringenomen zou zijn en dat hij alleen Rusland op de korrel zou nemen. "Ik vertrouw de Oekraïeners ook totaal niet", zei hij. En ook Triebert vindt de kritiek over de vermeende (pro-westerse) partijdigheid van Bellingcat onterecht. "We doen bijvoorbeeld ook onderzoek naar de Amerikaanse luchtaanval op een ziekenhuis in Kunduz en naar de activiteiten van de internationale coalitie in Syrië, waar ook Nederland deel van uitmaakt."

De onderwerpen waarover Bellingcat bericht, zijn veel diverser dan het onderzoek naar het neerhalen van MH17 waarmee de site het afgelopen jaar veel publiciteit genereerde. "Bellingcat is geen uniforme organisatie, we zijn een collectief waar iedereen wat anders doet en verschillende onderwerpen onderzoekt", aldus Triebert die zelf bijvoorbeeld schreef over bombardementen op de watervoorziening in Jemen - een onderwerp én een oorlog waarvoor relatief maar weinig aandacht is.

Ook deed hij onderzoek naar de watervoorziening in het gebied waar Islamitische Staat de scepter zwaait. "ISIS zegt voortdurend dat het een staat is, maar dat bijkt verre van waar", vertelt hij. "Uit mijn onderzoek bleek dat de Syrische regering nog altijd verantwoordelijk is voor de watervoorziening."

Transparant over bronnen

Bij de filosofie van Bellingcats open source onderzoek hoort ook dat de site zo transparant mogelijk is over zijn bronnen. Zo kunnen lezers zelf controleren of de informatie klopt. "Ik neem elke reactie serieus en update mijn artikelen ook regelmatig naar aanleiding van commentaar van lezers", aldus Triebert. "Ik trek nooit conclusies als ik er niet zeker van ben en schrijf ook op wat ik niet weet."

Dergelijke voorbehouden zijn geen overbodige luxe. Niet iedere internetonderzoeker gaat immers even consciëntieus te werk als de medewerkers van Bellingcat. Berucht is de jacht die online amateurspeurneuzen via fora als Reddit en 4Chan openden op de daders van de bomaanslag op de marathon in Boston in 2013. Deze zoektocht leidde er onder meer toe dat een scholier die helemaal niets met de aanslag van doen had, werd aangewezen als dader. Met alle vervelende gevolgen van dien: de scholier ontving hatemail van mensen die ervan overtuigd waren dat hij een moordenaar was en de New York Post plaatste zijn foto op de voorpagina.

Juist om die reden is Bellingcat heel terughoudend met het noemen van namen, vertelt Triebert. In de artikelen over de Russische militairen die betrokken waren bij het vervoer van de Buk-installatie waarmee de MH17 boven Oekraïne uit de lucht werd geschoten, laat de site de namen van lagere militairen bijvoorbeeld achterwege. In zijn berichtgeving over de Turkse coup noemde Triebert de betrokken militairen wel bij naam. "Maar die namen waren daarvoor al breed uitgemeten in de Turkse media. Bovendien ging het niet om zomaar soldaten, maar om militairen met een hoge rang die ook nog eens de opdracht gaven om op burgers te schieten. Dat is niet zomaar iets."

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.

Zo krijgen de laatste stukjes Nederland bereik
Daniël Verlaan
door Daniël Verlaan
leestijd: 6 min

Bezoekers van het strand in Walcheren konden door de hoge duinen jarenlang nauwelijks bellen of appen. Nu wel, dankzij de opmars van de small cell, een kleine mobiele antenne. Zelfs afgelegen plekjes krijgen erdoor bereik.

Als er één ding is waar telecomproviders een hekel aan hebben, zijn het grote betonnen gebouwen. Het beton houdt de radiogolven tegen waardoor je op je telefoon minder balkjes bereik hebt. Telecomproviders hebben sinds enkele jaren een nieuw wapen tegen slechte dekking: de small cell, een kastje dat als een mini-zendmast functioneert. 

Om uit te leggen hoe een small cell werkt, is het eerst handig om te weten hoe een mobiel netwerk werkt. Je telefoon verbindt met één van de duizenden antennemasten in Nederland. Die antennes staan via glasvezelkabels in verbinding met het kernnetwerk en de centrales van de telecomprovider, die alle verstuurde en ontvangen data in goede banen leidt.

Als jij iemand belt, dan wordt je verzoek via de antenne en kabel gestuurd naar de antenne die in de buurt van de ontvanger staat. Deze antenne stuurt dan een melding naar de telefoon van degene die je belt, waarna het toestel begint te rinkelen. Internetverkeer legt dezelfde route af, maar de data gaat dan naar een webserver.

Walcheren en duinen

Ondanks al die duizenden antennes zijn er nog plekken in Nederland waar slecht bereik is. Zo zijn er bijvoorbeeld gebieden waar geen zendmasten mogen staan, zoals specifieke delen van de Veluwe. Maar veel vaker zijn hoge gebouwen de boosdoener. De radiogolven van mobiele netwerken weerkaatsen op onder andere beton, waardoor het bereik slechter wordt. 

Wat nóg slechter is dan beton, is zand: een hoge duin kan in één klap alle radiogolven blokkeren. Dat gebeurde bij het strand  in Walcheren. Aan de ene kant van de duin staat een zendmast, maar mensen op het strand kunnen er nauwelijks verbinding mee maken. "Als je een mast bouwt die net zo hoog is als de Eiffeltoren, heb je wel bereik op het strand", vertelt Paul Fleuren, netwerkexpert bij Vodafone. "Maar dat ziet er natuurlijk niet zo mooi uit."

Om dat soort gebieden toch mobiel bereik te geven, spelen de small cells een belangrijke rol. Vodafone plaatste in Walcheren meer dan honderd small cells, verspreid over de hele kustlijn. Elke small cell is goed voor enkele honderden meters bereik. Als je een paar kilometer wandelt, wisselt je telefoon dus om de zoveel tijd van small cell. 

Alle small cells staan met elkaar in verbinding. Op een paar punten op het strand staat er een grote paal met een kastje eraan die over de duin kijkt. Deze kastjes maken verbinden met de grote traditionele zendmast aan de andere kant van de duin. Op deze manier verbinden de small cells met het mobiele netwerk van Vodafone. Zo kun je ook op het strand bellen, WhatsAppen en Pokémon vangen. 

Steeds goedkoper

De laatste paar jaar zijn small cells aanzienlijk goedkoper geworden door een concurrentiestrijd tussen producenten. Telecomproviders grijpen die kans aan om small cells te plaatsen op plekken waar klanten slecht bereik hebben. Zo plaatst Vodafone in het centrum van Amsterdam small cells in tram- en bushokjes en in Rotterdam en Eindhoven worden deze kastjes in lantaarnpalen verwerkt. 

De meeste small cells worden geplaatst op plekken waar slecht bereik is, bijvoorbeeld in kantoren met een speciale zonwerende coating op de ramen. "Die coating houdt niet alleen de zon tegen, maar ook onze radiogolven", zegt Fleuren. "Dan kunnen we er samen met het bedrijf voor kiezen om een small cell in het gebouw te plaatsen, waardoor iedereen binnen goed bereik heeft."

Small cells worden ook regelmatig op drukke plekken in grote steden geplaatst, zoals rondom de Koopgoot of het Leidseplein. Op deze plekken is meestal al goed bereik, maar er zijn soms zo veel mensen dat het mobiele netwerk overbelast raakt. "De small cells helpen ons om de piekmomenten op te vangen. Als er een evenement is op het Leidseplein, bieden de small cells extra capaciteit waardoor iedereen kan blijven bellen en WhatsApp'en."

Van 3G naar 4G-bellen

De small cells gaan de komende jaren ook een belangrijke rol spelen in de transitie van 3G- naar 4G-bellen. Bellen via 4G heeft drie grote voordelen: je maakt sneller verbinding met de ontvanger, de geluidskwaliteit is beter en je internetverbinding blijft beschikbaar. Vooral laatstgenoemde wordt als een belangrijke verbetering gezien: zo kun je bijvoorbeeld tijdens het bellen ook nog websites bezoeken of een nieuw gebied in Google Maps downloaden.

Maar voor 4G-bellen moet je wel overal een stabiele 4G-verbinding hebben. "We kunnen overal in Nederland goed bereik leveren, maar vaak mag het gewoon niet", legt Fleuren uit. Hij noemt tunnels waar Vodafone geen apparatuur mag hangen of gebieden waar er geen hoge mast mag worden gebouwd. Als je dan toch tijdens een toekomstige 4G-sessie je 4G-verbinding kwijtraakt, wordt er automatisch teruggeschakeld naar de 3G-verbinding en vice versa. 

"Small cells brengen niet alleen mobiel bereik naar plekken waar nauwelijks bereik is, maar zorgen er ook voor dat ons mobiele netwerk beter en stabieler wordt", aldus Fleuren. "Maar ik daag je uit om met een fatsoenlijke telefoon naar buiten te gaan om een plek in Nederland te vinden waar je helemaal geen bereik hebt. Dat kan bijna niet in Nederland, en daar zijn we bij Vodafone trots op."

Auteur

Daniël Verlaan (@danielverlaan) is techredacteur bij RTL Z en Bright. Houdt van de middeleeuwen en terabytes. Fietst heel snel korte afstanden. En is in het echt (en op Twitter) véél knapper.

Breken met banken
Siebe Huizinga
door Siebe Huizinga
leestijd: 12 min

De jonge honden van bank-startup Bunq nemen het op tegen de elite van de geldindustrie. Over het bloed, zweet en tranen die leidden tot deze eerste onafhankelijke Nederlandse bank in decennia verscheen deze maand een boek. Hieruit het hoofdstuk 'De adelaar'.

Siebe Huizinga volgde vier jaar lang de startup Bunq. Vanuit een anti-kraakkantoorpand in Amsterdam Sloterdijk ontstond een geheel nieuwe Nederlandse bank, onafhankelijk en puur mobiel. Huizinga doet in het boek Breken met Banken, eerder deze maand verschenen bij Uitgeverij Focus, verslag van de 'achtbaanrit' van Bunq, die overigens in de beginfase even als Bright Bank door het leven ging. We mogen van de uitgever een hoofdstuk delen met de lezers van Bright Ideas. 

Verklaring van de namen: Ali is Bunq-oprichter Ali Niknan, groot geworden met hostingbedrijf TransIP. Duke is Duke Prins, mede-bestuurslid van Bunq en ook ex-TransIP. Pieter is commissaris Pieter van der Harst, voorheen bankier bij Royal Bank of Scotland. Arthur Docters van Leeuwen is oud-voorzitter van de Autoriteit Financiele Markten.

De adelaar 

Midden in de week, woensdag 3 september 2014 om negen minuten over half zeven ’s avonds, krijgt Pieter een mailtje ‘Stand van zaken aanvraag bankvergunning’. DNB meldt ‘voornemens’ te zijn om ‘onder voorwaarden’ een bankvergunning te verstrekken aan Bunq. En dat, als aan al die voorwaarden is voldaan, Bunq zijn bankactiviteiten mag starten. Onmiddellijk forwardt hij het aan Duke en Ali en belt er achteraan. 

Ali is op dat moment, en wat betreft momentum puur toevallig, op bezoek bij Docters van Leeuwen. De verzwakte waakhond zit getergd en uitgeput thuis. Het maakt het bericht voor Ali een extra mooi ogenblik, omdat hij zijn extase kan delen met de man die er vanaf het begin bij is en voor enig andere het risico nam zijn naam eraan te verbinden. Docters van Leeuwen zelf is euforisch dat het eindelijk zo ver is. 

Kort nadat hij heeft opgehangen, krijgt Pieter, alsof de ontladen spanning zich fysiek manifesteert, stekende buikpijn. Na een paar uur houdt hij het niet langer en gaat naar een nachtpost. Geen arts kan vaststellen wat er aan de hand is. Ze vrezen een infectie of, erger, een tumor. Optimist Pieter is zelf nog het meeste bang dat ze hem lang voor onderzoek gaan vasthouden. Zo lang dat hij niet bij Bunq is als het goedkeuringsstempel eindelijk daadwerkelijk binnenkomt. 

De eerstvolgende dag zoekt Ali hem op. In bed ligt een gebroken man, onder de morfine en toch met pijn. Naast hem zijn dochter, vrolijk en zorgzaam, zoals Ali ook de vader kent. Pieters tijd in het ziekenhuis verstrijkt zonder verder bericht of vergunning. De eerste dagen reageert hij opgelucht, omdat zowel de pijn in zijn buik verdwijnt als zijn angst om het moment suprême te missen. In het weekend slaat het weer om in ongerustheid. Waarom blijft het nou weer zo stil aan de kant van DNB? 

Duke is bij afwezigheid van de CFRO (Chief Financial Risk Officer) zelf gaan doen wat deze zo vaak deed: bellen. Niet één keer, niet twee keer, maar constant. Eindelijk, als hij iemand met kennis aan de lijn krijgt, blijkt de reden van stilte nogal banaal. Hun contactpersoon die de brief zou schrijven is nog met vakantie. Het eind van de week erop keert Pieter naar huis. Een oude wond bleek verkeerd te zijn geheeld: littekenweefsel was vergroeid met gezond weefsel en sloot zijn dunne darm af. Een kleine chirurgische ingreep kon het uiteindelijk verhelpen.

History, created!

Thuis nog rustig bijkomend, krijgt hij een telefoontje: een brief is onderweg, in hardcopy en elektronisch. En ja, die dinsdag, 16 september 2014, dan eindelijk: de e-mail. Pieter verandert de onderwerpregel en stuurt de mail met de snelheid van het licht door naar Duke en Ali: ‘The eagle has landed.’ 

In weinig triomfantelijk, maar wel betekenisvol proza schrijft DNB dat het Bunq een vergunning verleent voor het uitoefenen ‘van het bedrijf van bank’. Het voorbehoud betreft onder meer de werking van de IT en een hele serie veiligheidszaken. History, denkt Ali, Created! En hij gunt zichzelf en de anderen voor het eerst in al die jaren een middagje vrij. 

De beat op het Orlyplein beukt nog harder dan anders. Over de tafels slingeren opengebarsten zakken chips. Het bier is uit koelkasten en kratten gehaald. Een paar Bunqers rennen nog naar de kiosk in Station Sloterdijk om een zo dik mogelijke sigaar te kopen: ‘Bankiers! Dat zijn we en dat zullen we weten!’ 

De volgende ochtend wordt er onverwacht een grote doos bezorgd. Daarin vinden ze witte T-shirts met een Bunq-groene stropdas. En een opschrift: Official Banker Wanker. Geintje van een paar TransIP’ers. 

Als op donderdag ook Pieter fit genoeg is, trekt de bende naar rock ‘n’ roll-bar en dans-bistro Pacific Parc. Ondanks de plotseling losgeslagen sfeer moet de geheimhouding nog steeds zoveel mogelijk in stand gehouden worden. Bunq kan nog lang niet live en Duke en Ali blijven paranoïde voor de bestaande banken. Ze hebben DNB gevraagd zo weinig mogelijk ruchtbaarheid te geven aan het historisch moment. Maar tussen droom en werkelijkheid staat nu eenmaal wet. 

Openbaar

Artikel 1:107 Wet op het financieel toezicht voorziet in het openbaar bankregister. Het vermeldt vanaf wanneer welke bank welke activiteiten mag verrichten. Alle vergunninghoudende banken (en overige financiële ondernemingen) zijn erin opgenomen. Een wijziging dient per volgende werkdag gepubliceerd te zijn. 

Het register heeft een ‘bezwaartermijn van zes weken’. Het voelt net zo ouderwets als ondertrouw, waarbij derden bezwaar kunnen maken tegen een huwelijk. Wat voor bezwaar een bestaande bank ook maar aan wil tekenen, het gevolg is uitstel. En Openbaar betekent dat er een actieve kondgeving aan het register is gekoppeld. Onder andere het Financieele Dagblad heeft hierop een abonnement. Misschien dat ze het bij de redactie niet vermeldenswaardig vinden, of er hooguit zijdelings in een column iets over zeggen. Maar: ruchtbaarheid is ruchtbaarheid. Met de ING als directe buur wil Bunq het liefst alle ramen gesloten houden. 

Omdat absolute geheimhouding vanaf nu onmogelijk lijkt, belt Ali vanuit de auto met Paul van Liempt om, op hoofdlijnen, eindelijk een sluiertip van ‘Project X’ op te lichten, zoals hij destijds beloofd had. Meganieuws, noemt Van Liempt het, maar hij wil er best over zwijgen tot Bunq er klaar voor is. 

Bunq-oprichter Ali Niknam
Bunq-oprichter Ali Niknam

Botsing over de site

Maandenlang verkeerde Bunq in dubio. De steeds hoopvollere verwachting bouwde in de laatste weken op als statische lading met vonken van nerveuze opwinding. Plotseling, zo voelt het, is het allemaal heel serieus. De spanning ontlaadt zich met een knal. Het botst: keihard en ongekend. 

De aanleiding is even onnozel als futiel. Nu Bunq dankzij het bankregister gegoogled kan worden, lijkt het tijd voor een website. Bij hun coming out op internet wil Ali de onderregel ‘tegen de heersende elite’ opnemen. Pieter, die nog bed houdt, is het met die vier woorden volstrekt oneens. Als je enerzijds paranoïde bent over wat de bestaande banken kunnen gaan doen, waarom dan anderzijds de confrontatie zoeken? Het is juist die anti-bankhouding, waar Docters van Leeuwen als eerste al tegen ageerde, die weerstand uitlokt, vindt hij.
 

Ali zegt toe nog eens naar de tekst te kijken. Voor zijn gevoel omvatten de vier woorden precies waar ze het tegen opnemen. Het is ook niet gewoon een losstaand iets, maar past in het concept van de rest van de site en de gemaakte mailing. Verander de woorden en het concept verandert. 

Een dag lang denken brengt geen alternatief waar hij tevreden mee is. Hij vraagt Pieter, bijnaam ‘The Slooth’ om Pieter van der Harst te bellen. Die eerste Pieter, wiens fotografie helemaal in het begin de verder kale muren van de Arlandaweg sierden, gaat inmiddels samen met Djoeri over webzaken.

De Pieters proberen elkaar oprecht te helpen, maar raken verward. Bij alles wat Ali vanaf dan aan de ene Pieter voorstelt, wordt ook de mening van de andere Pieter gevraagd. En meningen bij marketing, weet Ali, zijn killing. Hij vindt het als voetbal: iedereen denkt er verstand van te hebben, alleen omdat ze er iets van vinden. Op een bepaald moment is er door de verwarde communicatie zelfs on- duidelijkheid over de taal waarin ze gaan communiceren: Engels of Nederlands? 

‘Vraag het mij of vraag het Pieter, maar vraag het niet aan ons beiden, want zo wordt het nooit iets,’ snauwt Ali naar Djoeri, die zich samen met The Slooth in een onmogelijke positie voelt gebracht. 

Dit komt – verhaspeld – aan bij Pieter van der Harst. De vriendelijkheid zelve ontploft. Alles kolkt om die pay-off: ‘tegen de heersende elite’. Pieter is tegen en Duke verandert van voor naar tegen. 

Ali wil zo niet verder en kondigt zijn vakantie aan. Zijn hoofd doet pijn, hij is uitgeput, hij kan niet meer en dat is  te merken. De coders, toch al niet erg spraakzaam, verbergen zich boven hun toetsenbord. 

’s Avonds, als het rustiger is, loopt Djoeri nog een keer bij Ali langs. Zij kennen elkaar het langst en het beste. Ali legt hem zijn frustratie uit: ‘Veranderen OK, maar ik kan niet leven met een halfbakken site als onze eerste publieke uiting.’ 

‘Je laat de boel toch niet klappen?’ vermaant Djoeri. 

‘Nee, Maar Het Moet Goed,’ spelt de inmiddels wat afgekoelde Ali. ‘De rest is slecht.’ 

Ali belt Pieter: ‘Ik ga over marketing. Ik neem je mening mee, maar heb wel ruimte nodig om te kunnen werken. Je ziet maandag wel wat er is beslist.’ 

Pieter zegt niet wat hij wel denkt: ‘Dan dien ik mijn ontslag in.’ 

Live

Die maandag gaat de website live met een nieuwe boodschap. 

Ongebonden

De bank met een schone lei 

Ook gaat er een milestone-mail uit naar de leden van de Inner Circle. Het bericht dient tevens als friendly reminder voor de geheimhoudingsplicht: 

It’s official. Bunq is the first Dutch green field bank this century (and decades before) to independently obtain a banking permit. The go-ahead was given on September 17th. A lot of details remain unknown to the public. Don’t spoil the fun and please keep honoring your NDA!

Pieter kan zich er geheel in vinden. Ze leggen het bij en Ali erkent dat Pieters tegenspraak tot een beter resultaat heeft geleid en dat is wat voor hen beiden telt, altijd. 

Hun clash wijten ze aan de extreme spanning van de afgelopen periode, de fysieke afstand en beider onbekendheid met wat de andere banken werkelijk denken. En aan de koppigheid van de ander. Want ja, zo is de ander nu eenmaal... 

Hoe dan ook, voor zover de paranoia over andere banken niet ongegrond is, lijkt hij overtrokken. Ook na publicatie in het bankregister valt de kleine Bunq-luis niet op in de dikke bankenpels. Een maand later, op 30 oktober 2014, tijdens de conferentie ‘European Retail Banking 2014’ verkondigt Ralph Hamers, bestuursvoorzitter ING Groep:

‘There is much talk of tech companies wanting to become banks. That is not what I see. Do not forget that the banking industry is a highly regulated one. (...) Tech companies are not used to this. Their natural environment is much less regulated. Therefore, I think technology companies do not even want to become banks!’ 

Auteur

Siebe Huizinga is biograaf, lifewriter, copywriter, ghostwriter, auteur en coauteur.

Video Vault: inspiratie van Stranger Things
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 19 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

De korte documentaire The Search for Earth Proxima gaat over een groep astronomen die een telescoop willen bouwen om beter onderzoek te doen naar Alpha Centauri A en B, de sterrenstelsels die het dichtst bij aarde staan. Volgens de astronomen zijn daar mogelijk exoplaneten die lijken op de aarde. Maar de planeten zijn vanaf aarde enorm lastig te bestuderen. "Alsof je naar een vuurvliegje zoekt op een schijnwerper op een afstand van 16 kilometer", zegt één van hen.

Heb je de Netflix-serie Stranger Things nog niet gezien, ga dat dan zo snel mogelijk doen. De serie is namelijk een nostalgische trip naar het beste uit films van de jaren ’70 en ’80 uit het mysterie en sci fi-genre. In deze video zie je beelden uit de serie gemonteerd naast scènes waar het zijn inspiratie uit heeft gehaald.

Zo heb je Amsterdam nog nooit gezien. De Nederlandse kunstenaar Julien Horsthuis wilde de stad eens anders in beeld brengen dan anders. Hij combineerde de meettechniek fotogrammetrie samen met Mandelbulb, een 3D-fractal gebaseerd op de mandelbrotverzameling die een belangrijke rol speelt in de chaostheorie. Als je geen idee hebt wat die woorden betekenen: gewoon kijken, want het ziet er fantastisch uit.

Het design van een filmtitel is vaak een kunstwerk op zich, waar je een film direct aan herkent. Denk aan Star Wars, The Warriors en Taxi Driver. Title Design: The Making of Movie Titles gaat over Dan Perri, de man die eerdergenoemde filmtitels ontwierp. Dat geeft een interessant inkijkje in de kunstvorm en hoe zo’n design ontstaat.

Bovenstaande video kun je het beste bekijken op je smartphone en het liefst op een iPhone. Het filmpje speelt zich namelijk helemaal op een iPhone af. Door ernaar te kijken, kruip je in de huid van een vluchteling die ongeveer als enige bezit zijn telefoon heeft. Je krijgt berichten van familie, gebruikt je kompas om te navigeren en iemand waarschuwt om terug te keren. Wat doe je? Dan gaat je accu ook nog leeg…

Eind juli presenteerde het bedrijf Man vs Machine een filmpje waarin extreem gedetailleerde opnames van dieren te zien waren. Ze waren echter allemaal nep en gemaakt met de computer. In deze making-of-video leggen de makers uit hoe het project in zijn werk ging.

'Watchmen is onverfilmbaar', werd altijd gezegd over de comic van Alan Moore. Toch verscheen er in 2009 een film, door regisseur Zack Snyder, wat uiteindelijk misschien wel één van de betere superheldenfilms genoemd mag worden. In deze video gaat YouTuber KaptainKristian in op het verfilmen van de comic, de verschillen en de overeenkomsten.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.