Inhoudsopgave
    

Waarom de hackwet geen goed idee is
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 6 min

Als de wet die de politie in staat stelt verdachten te hacken wordt aangenomen, dan wordt internet voor ons allemaal onveiliger. Wordt het niet eens tijd om te stoppen met het offeren van onze privacy op het altaar van de veiligheid?

Het lijkt zo voor de hand te liggen. We leven in een samenleving waar een steeds groter deel van ons leven digitaal is. Hoe gek is het dan om de politie meer middelen te geven om de wet ook online beter te handhaven? De Wet Computercriminaliteit III, die op dit moment nog in behandeling is, moet de mogelijkheden voor digitale opsporing weer up-to-date brengen. "Nu zijn er onvoldoende mogelijkheden om bijvoorbeeld wachtwoorden te achterhalen, versleuteling van gegevens ongedaan te maken en illegale acties van terroristische organisaties op het internet tegen te gaan", vindt minister Ard van Steur van Veiligheid en Justitie.

Het meest omstreden onderdeel van het wetsvoorstel is de nieuwe bevoegdheid voor de politie om verdachten te kunnen hacken. Zo kunnen agenten bewijs verzamelen tegen bezitters van kinderporno die hun bestanden versleutelen. Nu is er natuurlijk niemand tegen het aanpakken van kindermisbruikers – en dat is dan ook meteen de reden waarom voorstanders van meer bevoegdheden voor opsporingsautoriteiten standaard waarschuwen voor gevaarlijke pedo’s – maar er zijn goede redenen om kritisch te zijn over de hackbevoegdheid voor de politie.

Want willen we de politie wel zo’n vergaand opsporingsmiddel geven? Hoe zit het met onze privacy? Zijn er wel genoeg waarborgen om ervoor te zorgen dat de politie geen misbruik maakt van deze bevoegdheid? Leidt al dat gehack niet juist tot meer onveiligheid? En heeft de politie dit nieuwe middel echt zo hard nodig?

Stumperd

Om met dat laatste te beginnen: bij nut en noodzaak van de hackbevoegdheid kun je de nodige vraagtekens zetten. Ook zonder deze wet worden er al aan de lopende band pedofielen opgepakt die minderjarigen via de webcam dwingen tot seksuele handelingen. Na huiszoeking bij dergelijke types blijkt vaak dat ze nooit de moeite hebben genomen om hun chats te versleutelen. De gemiddelde misdadiger is geen sluwe IT-expert maar een stumperd.

Ook pedoseksuelen die zich wel inspannen om het de opsporingsautoriteiten moeilijk te maken, lopen nog altijd regelmatig tegen de lamp. Denk bijvoorbeeld aan Christopher Paul Neil die zeker twaalf minderjarigen misbruikte en zijn gezicht op foto's onherkenbaar had gemaakt met een Photoshop-effectje. Met datzelfde Photoshop bleek het effect in een handomdraai weer ongedaan te kunnen worden gemaakt. Daar hoef je geen hackbevoegdheid voor te hebben.

Zelfs misdadigers die hun harde schijf extreem goed versleutelen, zoals Robert M. die zeker 83 kinderen misbruikte, ontlopen hun straf niet. M. probeerde met behulp van TrueCrypt en wachtwoorden met meer dan dertig tekens zijn duizenden bestanden met kinderporno verborgen te houden, maar kon gewoon worden opgespoord en veroordeeld. Zedenmisdrijven beperken zich nu eenmaal zelden tot internet. En na zijn arrestatie gaf M. zijn wachtwoorden uiteindelijk gewoon af aan een digitaal rechercheur.

Inbraakbeveiliging

De politie is van plan voor het hacken van verdachten gebruik te gaan maken van zero day exploits: lekken waarvan de softwaremaker nog niet op de hoogte is. "We gaan niet actief handelen in zero days, maar als we een kwetsbaarheid vinden die nog niet is ontdekt, gaan we die eerst zelf gebruiken en dan pas melden", aldus een afdelingshoofd bij de politie tegenover RTL Nieuws.

Het is een opstelling die onze samenleving niet veiliger maar juist onveiliger maakt. Het is alsof de politie zou stoppen met adviezen voor betere inbraakbeveiliging, omdat het natuurlijk wel makkelijk moet blijven voor agenten zelf om bij een verdenking uw woning simpel binnen te dringen.

Als de politie in Nederland een lek kan vinden, dan kunnen criminelen dat ook. Of autoritaire staten. Of terroristen. Die kunnen straks allemaal ongestoord hun gang blijven gaan omdat de Nederlandse politie het lek liever nog even niet bij de softwaremaker meldt.

Het is dezelfde discussie die nu speelt rond FBI versus Apple: het is een illusie om te denken dat via een voor de overheid gebouwd achterdeurtje alleen maar mensen met goede bedoelingen naar binnen zullen komen.

Robin van Persie

En kunnen we er eigenlijk wel vanuit gaan dat de politie altijd goede bedoelingen heeft? Ook agenten zijn gewoon mensen die af en toe de neiging hebben om net iets verder te gaan dan wenselijk is. Voorbeeldje? Toen voetballer Robin van Persie ruim tien jaar geleden werd verdacht van verkrachting probeerden meer dan tweehonderd Rotterdamse agenten om zijn elektronisch dossier in te zien. Heel menselijk misschien, maar natuurlijk niet zoals het hoort.

Welke garantie hebben we dat agenten geen misbruik maken van de nieuwe hackmogelijkheid? Critici wijzen er terecht op dat die bevoegdheid met veel te weinig waarborgen is omkleed. Er zijn straks tal van misdrijven waarbij de politie straks mag gaan hacken – ook bij het aanzetten tot haat bijvoorbeeld – en het toezicht op de hackactiviteiten is nog onvoldoende geregeld.

"Ik vergelijk het met een huiszoeking", schrijft D66-kamerlid Kees Verhoeven. "Dan is er bijvoorbeeld ook een Officier van Justitie bij die meekijkt en ervoor zorgt dat die huiszoeking volgens de regels gebeurt. Maar hoe gaat dat straks bij het inbreken op een computer, wie kijkt er dan mee en zorgt ervoor dat de regels nageleefd worden?"

Dat lijkt misschien een onbetekenende uitvoeringskwestie maar is het allerminst. Er bestaat de sterke neiging bij de politie om boeven koste wat 't kost te pakken willen krijgen en dat is een instinct dat maar al te vaak tot grote ongelukken leidt.

Diepste zielenroerselen

Natuurlijk, de voorgestelde hackbevoegdheid stelt de politie mogelijk in staat om misdrijven op te lossen die anders onopgelost zouden blijven. Maar zo lust ik er nog wel een paar.

Als we rechercheurs de mogelijkheid zouden geven om verdachten te waterboarden, zouden we de liquidaties in het criminele circuit misschien ook sneller oplossen. En als we op elke straathoek een agent zouden neerzetten, zou de misdaad vermoedelijk ook afnemen.

De reden dat we niet voor dergelijke 'oplossingen' kiezen is evident: we zijn een rechtsstaat en geen politiestaat. Veiligheid betekent ook dat er een grens is aan wat de politie mag doen.

Niemand is ertegen dat de politie met zijn tijd meegaat. Maar willen we echt dat politieagenten (en wie weet wie nog meer) op afstand toegang kunnen krijgen tot onze computers en onze smartphones – apparaten waarmee menigeen zijn diepste zielenroerselen deelt?

We kunnen niet eindeloos blijven doorgaan met het offeren van onze privacy op het altaar van de veiligheid. Er is ook weinig reden om dat te doen. De misdaad daalt al jaren in Nederland. Aanzienlijk zelfs: tussen 2007 en 2014 met bijna een kwart. Allemaal zonder de hackbevoegdheid voor de politie.


Verder in Bright Ideas ⌘049


Elektro-obsessie: chip-pionier Bram Nauta
Als jongetje was hij gefascineerd door elektronica. Chipontwerper en uitvinder Bram Nauta is het nog steeds. Zijn grootste vondst? Een schakeling die wordt gebruikt in miljoenen apparaten en die zijn naam kreeg.

Interfacen met Anouk Wipprecht
De Nederlandse fashiontech-designer Anouk Wipprecht werd wereldberoemd met haar bizarre robotjurken. Hoofdthema's in haar werk zijn connecties tussen mensen en tussen mens en technologie. Interfacing noemt ze dat. We praten met Anouk over de trage evolutie van fashiontech.

Terugkeer van de publieke schandpaal
Het internet is een mooie plek, totdat je een foutje maakt dat wordt opgepikt door anderen. De publieke schandpaal is weer helemaal terug van weggeweest, nu te vinden op social media.

Conceptcars komen tot leven
In Bright Ideas 046 schreef Rutger over de voorzichtige utopiëen die conceptcars vertegenwoordigen. Dit keer gaat hij op stap met de conceptcars die realiteit zijn geworden.

Video Vault: Gymkhana en Darth Maul
Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.

Elektro-obsessie: chip-pionier Bram Nauta
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 8 min

Als jongetje was hij gefascineerd door elektronica. Chipontwerper en uitvinder Bram Nauta is het nog steeds. Zijn grootste vondst? Een schakeling die wordt gebruikt in miljoenen apparaten en die zijn naam kreeg.

Hij weet precies wat er allemaal in een smartphone zit. Letterlijk miljarden onderdeeltjes, waaronder minuscuul kleine schakelingen, transistors en draadjes. Het zijn onmisbare bouwstenen van minuscuul kleine chips, die onder zijn supervisie worden ontworpen aan de Universiteit Twente binnen de vakgroep Integrated Circuit Design. Het doel van Bram Nauta (52), hoogleraar elektrotechniek, chiparchitect en oud-winnaar van de Simon Stevin Meester-prijs, is het perfectioneren van chips door steeds betere schakelingen hierin te bouwen. Samen met zijn groep ontwerpers staat Nauta zo dagelijks aan de basis van steeds snellere en zuinigere computers, smartphones en draadloze communicatie. 

Knutselen met ingewikkelde elektronica: voor Nauta is het gewone kost. Als klein jongetje was hij er al veel mee bezig. "Ik was als jongetje erg handig", zegt Nauta. "Ik kon alles wat in mijn hoofd zat met mijn handen maken. Mijn eerste school deed aan experimenteel onderwijs. Alle leerlingen werkten daar in hun eigen tempo en op verschillende niveaus. Je kon bijvoorbeeld in de vijfde klas zitten en dingen doen op het niveau van de vierde of de zesde klas. Een nadeel was dat er geen echte prikkel was om hard te werken, want je deed alles op je eigen niveau. Je kon ook helemaal niet blijven zitten. Als kind moest je verder doen waar je goed in was. Bij mij was dat geen taal of spelling, maar ik was wel heel goed in knutselen."

Na het beëindigen van de lagere school kreeg Nauta als schooladvies LTS aangeraden. De weg naar zijn post als hoogleraar in Almelo en de top van internationale chipontwerpers liep evenwel anders. Hij doorliep de mavo, havo en het vwo en koos vervolgens voor een studie elektrotechniek. Prikkels om - op hoog niveau - hard te werken: als student zou hij ze nog volop krijgen. Zijn eerste grote vondst was een elektronische schakeling, die hij in 1987 in het zwembad bedacht en later gebruikt zou worden in miljoenen mobieltjes, televisies en andere apparaten. Nauta had al zwemmend een uniek stukje hardware ontworpen dat van het Zweedse technologieconcern Ericsson zijn naam kreeg en van groot belang was voor de ontwikkeling van Bluetooth. "Door die ene schakeling heb ik geholpen bij het uitvinden van Bluetooth", zegt Nauta. "Ik dank er bovendien mijn huidige baan als universiteitshoogleraar aan en het leuke werk dat ik nu doe."

U bent van jongs af aan in de weer geweest met elektronica. Hoe is dat ooit zo gekomen?

"Door een goed vriendje van me. Die jongen had een oudere broer die natuurkunde studeerde. Die broer had een schemaatje op een vel papier gezet samen met allerlei onderdeeltjes erbij. Met het vriendje ben ik die onderdeeltjes gaan kopen. Ze hadden allemaal andere kleurtjes, maar ik had geen idee wat het allemaal was. Thuis zijn we de onderdelen in elkaar gaan solderen, precies volgens het schemaatje. En in één keer deed ie het. Ik had als 11-jarige een werkend FM-zendertje gebouwd en kon ineens mijn eigen stem op de radio uitzenden. Ik dacht: wow, dit is absurd! Op dat moment wist ik dat ik later iets met elektronica zou gaan doen. Uiteindelijk ben ik elektrotechniek gaan studeren aan de Universiteit Twente."

U was nog piepjong toen Gordon Moore van Intel constateerde dat het aantal transistors op een chip elke achttien maanden zou verdubbelen, terwijl de kosten van een chip gelijk zouden blijven. Gaat de Wet van Moore nog steeds op?

"Nee, die gaat niet meer op. Transistors worden niet meer kleiner, al probeert Intel dat een beetje onder het tapijt te vegen. Ze worden wel steeds beter. De Wet van Moore gaat nog wel op in de zin van dat je steeds meer kunt rekenen op een chip. En dat dit steeds minder stroom kost. Elke nieuwe smartphone is nu ook sneller en zuiniger dan zijn voorganger. Maar je hoeft transistors niet meer kleiner te maken om ze beter te maken, zoals vroeger."  

Een 3D-computertekening van een klein stukje chip ontworpen door de vakgroep IC Design. NB: de rode streepjes onderin zijn twintig nanometer klein!
Een 3D-computertekening van een klein stukje chip ontworpen door de vakgroep IC Design. NB: de rode streepjes onderin zijn twintig nanometer klein!

U heeft twee keer voor baanbrekend werk gezorgd in de ontwikkeling van chips. De eerste keer was in 1987. U heeft toen een schakeling 25x sneller gemaakt door er onderdelen uit te slopen. Het idee hiervoor kreeg u tijdens het zwemmen. Hoe wist u in het zwembad dat uw ontwerp goed was?

"Dat was wel grappig. Ik dacht iets te hebben uitgevonden dat zou gaan werken: een snelle elektronische schakeling voor het filteren van signalen. Het idee om er een heleboel draadjes uit te slopen, kreeg ik in het zwembad. Daarmee kon ik vertragingen in de verbindingen oplossen. Maar ik dacht ook: als ik er veel dingen uit weghaal, blijft er niets meer over. Tijdens het zwemmen bedacht ik me. Waarom zou het niet werken? Achter mijn bureau was ik helemaal opnieuw begonnen met uitvinden. Tijdens het zwemmen bleef ik echter dromerig dingen weghalen. Alle nadelen werden in mijn hoofd opgeheven. En ineens dacht ik: het kan wel! Ik ben meteen het bad uitgeklommen en naar de badmeester gegaan. Op een stukje krant heb ik vervolgens met een natte pen de schakeling getekend. Thuis op de computer bleek hij ook inderdaad te werken."

Doet u nog steeds belangrijke ontdekkingen tijdens het zwemmen?  

"Ik ga nog altijd elke dag zwemmen. Maar niet om steeds een grote vondst te doen. Ik vergader veel, dus om te bewegen ga ik vaak zwemmen. Als ik iets nieuws bedenk, is dat vaak ook in het zwembad. Maar ik bedenk ook dingen tijdens het douchen of fietsen. Als ik een probleem tegenkom waar ik niet direct uitkom, moet ik ook even iets heel anders gaan doen om er wel uit te komen. Desnoods ga je houthakken. Bij mij werkt dat heel goed."

U heeft nooit patent aangevraagd op de schakeling die van Ericsson uw naam kreeg en later in miljoenen apparaten werd gebruikt. Waarom niet? Het zou u steenrijk hebben gemaakt.

"De schakeling is ook in al die apparaten toegepast omdat er geen patent op zat. Door het niet te patenteren heeft Ericsson het kunnen gebruiken. Het kostte het bedrijf namelijk niets. Daardoor werd de Bluetooth-standaard op de eigenschappen van mijn schakeling gebaseerd. Ik heb het trouwens wel geprobeerd om een patent op mijn vinding te krijgen. Maar de aanvraag daarvoor was heel duur en ik had helemaal geen geld. Ik heb ook Philips nog gevraagd om de schakeling te patenteren. Maar daar vonden ze hem niet belangrijk genoeg. Toen dacht ik: dan zal mijn schakeling ook wel niets zijn. Pas later hoorde ik dat deze massaal in allerlei elektronische apparaten werd toegepast."

U bent tegenwoordig ook een groot voorstander van open innovatie. Uw basiskennis en uitvindingen zijn dus altijd gratis beschikbaar voor iedereen?

"Klopt. Voor uitvindingen die we doen vragen wij geen patent aan. Behalve voor bedrijven die interesse hierin hebben. Dan kan het bedrijf ook meebetalen aan het patent. Wordt er geen patent aangevraagd, dan publiceren we ons onderzoek gewoon. Uiteindelijk komt dat de maatschappij ook ten goede. Ons doel is dat een uitvinding wordt toegepast, niet om daar geld aan te verdienen."

Een door IC Design ontworpen chip gezien door de microscoop.
Een door IC Design ontworpen chip gezien door de microscoop.

Uw tweede grote vondst deed u samen met uw medewerkers van de vakgroep IC Design in 2001. Dat was een schakeling voor zogenaamde noise cancelling. Daarmee werd het mogelijk om ruis in gps, gsm, Bluetooth, Wifi en 3G-verbindingen te onderdrukken. Met de vondst zette u uw vakgroep op de internationale kaart. Hoe belangrijk was deze schakeling?

"Heel belangrijk. De schakeling wordt nu vooral toegepast in versterkertjes die zwakke antennesignalen versterken. Mobiele telefoons, Bluetooth en Wifi pikken allemaal via hun antennes kleine signalen op uit de lucht. Die signalen moet je echter groter maken om er iets mee te kunnen doen. Bijvoorbeeld door ze te versterken met een kleine schakeling. Die schakeling voegt echter ook ruis toe. Als je niet oppast, is deze ook sterker dan het signaal zelf. Vergelijk het met een cassettebandje waar net zo hard ruis als muziek uit klinkt. Door onze vinding wordt die ruis nu gedoofd en het signaal zelf versterkt op elke frequentie." 

Grote 'eureka-momenten' lijken bij u één keer in de vijftien jaar voorbij te komen. Als ik het goed heb, moet u er rond deze tijd weer eentje krijgen. Klopt dat?

"Haha, ja, dat klopt. Een tijdje geleden heb ik er ook weer eentje gehad. Dat is ook nog niet echt in de pers gekomen. Het betreft een filter dat heel scherp filtert en uit een heleboel radiofrequenties één frequentie kan halen. Daarmee voorkom je dat andere, nabijgelegen frequenties storen op de ontvangst. Zo kun je voortaan bellen zonder dat je signaal wordt overstemd door het signaal van een telefoon naast je. Dat laatste signaal komt dan niet eens bij je binnen. Het filter is ook makkelijk verstembaar, waardoor het heel flexibel allerlei verschillende frequenties kan filteren. Een gewoon ouderwets filter is een soort stemvork die maar bepaalde toonhoogtes kan maken. En voor elke toon heb je een andere stemvork nodig. Dit filter is een soort trombone die alles aan kan en makkelijk is te verstemmen. We zijn nu bezig om het nog verder te perfectioneren. We noemen het een N-Padfilter."

In uw werk houdt u zich ook bezig met interferentieproblemen. Hoe gaat u die oplossen?

"Daar werk ik hard aan. Dat N-Padfilter kan nu al veel storingen wegfilteren. Maar we werken ook aan bundelvorming. Mensen moeten signalen van netwerken kunnen gaan ontvangen in een soort bundel van antennes. In plaats van één antenne, ga je dan een heleboel antennes gebruiken. Op een gewone smartphone is daar niet zoveel plek voor. Maar in broodroosters, koelkasten, magnetrons en auto's weer wel. Vooral voor het Internet of Things kun je deze bundels gaan maken, waardoor je veel minder gevoelig wordt voor storingen. Het zal ook hard nodig zijn. Als alles straks aan het internet komt te hangen, krijg je veel teveel zenders en ontvangers. Dan kun je helemaal niks meer."

Waarom vreten smartphones en tablets eigenlijk nog steeds zoveel stroom? Zelfs dure telefoons moeten elke nacht aan de lader. Kunnen nieuwe chips deze apparaten nog zuiger maken?

“Dat komt vooral door alle draadloze communicatie die heel veel stroom trekt. We willen allemaal heel snel internetten, dat vreet stroom. Ik heb wel eens uitgerekend dat als je nu een iPhone 5s zou bouwen met onderdeeltjes uit de jaren zestig dat het apparaat net zo hoog wordt als de Eiffeltoren. Dan heeft elk component zoveel stroom nodig dat je een kerncentrale nodig hebt om de iPhone te laten werken. De smartphone zou bovendien een miljoen keer trager zijn. Dus eigenlijk is dat wat wij in onze broekzak hebben zitten een waanzinnige supercomputer uit de jaren zestig. Als je verder weet dat er miljarden onderdeeltjes in een smartphone zitten, is het ook best wel knap dat de batterij nog een dag meegaat.”

Zo groot zou de iPhone 5s zijn indien deze was gemaakt met onderdelen (losse transistors) uit de jaren zestig.
Zo groot zou de iPhone 5s zijn indien deze was gemaakt met onderdelen (losse transistors) uit de jaren zestig.

Met LoRa is een totaal nieuwe technologie erbij gekomen voor het bouwen van een draadloos netwerk voor energiezuinige apparaten zonder 3G, Bluetooth of Wifi. LoRa is daarbij snel landelijk dekkend te maken en kost niets. Gaat LoRa de grote gangmaker worden van het internet of things?

"Dat zou best eens kunnen. Die technologie is vooral handig voor dingen die heel weinig informatie verzenden, maar waarvan je wel wilt weten hoe het zit. LoRa kan bijvoorbeeld heel goed dienen op plekken waar je weinig infrastructuur hebt. Zo kan het netwerk gaan vertellen waar lantaarnpalen stuk zijn of binnenkort stuk gaan. Dan kun je alvast lampen gaan vervangen. In plaats van alle lampen, hoef je er dan ook maar een paar te vervangen. Zo kun je heel veel geld besparen. Plantsoenen kunnen verder laten weten wanneer ze gesnoeid moeten gaan worden of waar hondenpoep ligt. Ik zeg maar iets belachelijks. Vooral daar is LoRa goed voor. Zo'n langzaam netwerk heb je ook gewoon nodig naast netwerken voor supersnel internet, zoals 3G of 4G."

Hoe ver zijn we volgens u met het Internet of Things of het verbinden van elektronische apparaten en sensoren met internet?

"Het begint nu wel op te komen met dingen als smartwatches, hartslagmeters en slimme schoenen met ingebouwde druksensoren. En met smarthomes niet te vergeten. Ook in de logistiek zie je allerlei ontwikkelingen. Bijvoorbeeld voor bloemen of pakken melk waar je een chip in kunt stoppen om te weten of het allemaal nog vers is. Als je een barcode op een papiertje vervangt door een chip moet dat echter niet duurder gaan worden. Wat ik nog wel mis zijn echt goede toepassingen. Voor het Internet of Things bestaan nog geen killerapplicaties. Zo'n Nest, waarmee je je thermostaat kunt regelen via internet, vind ik eerlijk gezegd nogal slapjes. Smartphones werden pas echt populair door Facebook en WhatsApp. Zulke killer apps zijn er nog niet voor het Internet of Things. Er zijn nog geen toepassingen waarmee je je geld kunt terugverdienen of waar je meer vrienden door krijgt of vrolijker van wordt."

Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

Interfacen met Anouk Wipprecht
Miranda Hoogervorst
door Miranda Hoogervorst
leestijd: 9 min.

De Nederlandse fashiontech-designer Anouk Wipprecht werd wereldberoemd met haar bizarre robotjurken. Hoofdthema's in haar werk zijn connecties tussen mensen en tussen mens en technologie. Interfacing noemt ze dat. We praten met Anouk over de trage evolutie van fashiontech.

Mijn eerste ontmoeting met Anouk is afgelopen zomer in Berlijn, op het event FashionTech. Het is nog lastig om haar te pakken te krijgen. Haar telefoonnummer is onbereikbaar. Later, als we in een geluidsarme plastic praat-bubble zitten vertelt ze dat ze haar telefoon heeft weggegooid. "Het is een experiment want ik word er soms moe van. Als ik mijn mobiel open en tweehonderd ongelezen emails zie dan krijg ik bijna een hartaanval! We hebben technologie om ons leven makkelijker te maken, maar het veroorzaakt stress omdat het niet in overeenstemming is met hoe we ons voelen. Het zou fantastisch zijn als je telefoon kan aanvoelen dat je te druk bent voor een gesprek en het daarom voor een later moment bewaart."

Wipprecht en haar Spider Dress Hep Svedja
Wipprecht en haar Spider Dress

Spider Dress

Anouk Wipprecht studeerde mode en interaction design en is gaan experimenteren met technologie omdat ze haar kleding meer functies wilde geven dan warmte en comfort. "Mijn idee over mode is altijd geweest dat kleding moet kunnen reageren op onze behoeftes en gemoedstoestand. De Spider Dress bijvoorbeeld gaat over angst en sociale issues. Als mensen in je personal space komen dan reageert de jurk daarop, om je te beschermen. Ik vind het erg interessant om te ontwerpen vanuit die basale menselijke emoties."

De Spider Dress is ontwikkeld in samenwerking met de Oostenrijkse hacker Daniel Schatzmayr en verscheen in een eerste versie in 2012. Tijdens de Consumer Electronics Show begin vorig jaar lanceerde Anouk versie 2.0. De jurk heeft spinnenpoten (ok, het zijn er zes in plaats van acht maar dat is creatieve vrijheid) en is gebaseerd op het proximiteits-principe van Edward T. Hall. De jurk heeft '12 states of behaviour'; van vriendelijk en aanmoedigend tot  afschrikkend en agressief. Alle onderdelen zijn 3D-geprint en de chips zijn van Intel, waar ze al jarenlang intensief mee samenwerkt.

Ook de Smoke Dress uit 2012 reageert op veranderingen in de personal space. Anouk maakte de jurk samen met Aduen Darriba , waarmee ze in die tijd studeerde. Sensoren sturen een mechanisme aan dat een rookgordijn kan creëren zodat de drager zich kan 'verstoppen'. De inspiratie voor deze jurk kwam van het beschermingssysteem van de inktvis.

Spider Dress 2.0

Stugheid

Eind februari was Anouk te gast op het tweedaagse designevenement FITC in Amsterdam. We treffen haar op de eerste dag informeel achterin de zaal bij een presentatie van de gevatte Engelse illustrator Mr. Bingo. We praten even over de clash tussen College Tour en Daan Roosegaarde en over het kop-boven-het-maaiveld-klimaat in Nederland. Ze reageert diplomatiek maar duidelijk: "Er heerst hier nogal wat stugheid, om het zo maar te zeggen. Als je iets moois doet kun je zomaar weer naar beneden gehaald worden. Dat speelde wel mee bij mijn beslissing om naar de VS te gaan. Ik ben in 2009 weggegaan. Natuurlijk omdat daar interessante mogelijkheden voor mij zijn. In Nederland is niet heel veel ruimte voor uitdagende projecten en ik denk dat Amerika daarin ontzettend ver vooruit loopt. Daarom kondig ik morgen groot nieuws aan."

Ons officiële interview staat voor volgende dag gepland, dus ik moet wachten op het nieuws. We kijken verder naar de hilarische "Hate Mail" rap-clip van Mr. Bingo. Dan komt een Amerikaanse dame van een New Yorks fashiontech-adviesbureau geagiteerd op Anouk afgerend en vraagt of ze beschikbaar is voor een dagje brainstormen in New York: 'Mail me je prijs en snel alsjeblieft want ik moet het om 16:00 vanmiddag weten." Anouk: "Jeetje, wat moet ik hier nu weer voor vragen?" Ze maken de deal rond met een bedrag waar ik tien Bright-artikelen voor zou moeten schrijven en ik noteer in Evernote: "Cursus programmeren zoeken."

Wipprecht aan het woord tijdens een event in Berlijn. Ralf Ruehmeier
Wipprecht aan het woord tijdens een event in Berlijn.

Anouk is wereldberoemd in de fashiontech-wereld. Ze reist de wereld over voor lezingen, exposities en samenwerkingen. Daarnaast cureert ze avant-gardistische evenementen waarbij ze genieën uit de wereld van tech, design en mode met elkaar laat samenwerken. Toch zien we haar verrassend weinig in Nederlandse media. "Ze benaderen me vaak maar meestal zonder serieuze insteek. Het gaat puur om kijkcijfers en sensatie en daar heb ik geen zin in. Ik heb wel met Humberto Tan gewerkt, want hij was echt in mijn onderzoek geïnteresseerd. Ik heb bij hem in RTL Late Night de Spider Dress laten zien. Ook Ivo Niehe vind ik om die reden erg leuk. Dit gebied verdient veel meer respect dan nu in de Nederlandse media wordt getoond. Het is belangrijk om fashiontech een goede push te geven."

Hersenscan

De volgende dag op FITC presenteert Anouk in hoog tempo en zeer energiek haar beroemde jurken. Ook laat ze een sneak preview zien van het nieuwste ontwerp - het vijfde alweer - voor de Audi A4-collectie. "We zijn deze jurk nu aan het bouwen met een serie motortjes, maar meer mag ik er niet over vertellen." De nieuwe Audi-jurk komt in de tweede helft van dit jaar uit. 

Indrukwekkend is ook de Unicorn hersenscanset, bedoeld voor neurologisch onderzoek bij kinderen (foto boven dit artikel). Het is een speelse vervanging van de angstaanjagende hoofdsets die de kinderen nu op hun hoofd krijgen: "Kinderen rennen nu stoer als een eenhoorn door de onderzoeksruimte en zijn veel meer ontspannen."

Preview van nieuwe collectie voor Audi tijdens FITC.
Preview van nieuwe collectie voor Audi tijdens FITC.

Nieuwe samenwerking Nederland en Silicon Valley

Na de presentatie zien we elkaar in de mediaruimte. We vragen direct naar het grote nieuws dat ze vergeten is te vertellen. Lachend: "Ja, sorry, de presentatie liep toch weer anders dan gepland. In ieder geval, ja, belangrijk nieuws. Ik ga in samenwerking met CODAME uit San Francisco een groot tech-design evenement organiseren van 5-8 oktober in Fort Mason. Het thema is interfacing, dus dat is breder dan mode. Ik ga ook veel ontwerpers en engineers uit Nederland uitnodigen en koppelen aan ontwerpers, engineers en bedrijven uit Silicon Valley. Zo willen we de volgende generatie wearables proberen te creëren."

"Ik wil een brug slaan tussen Nederland en San Francisco omdat ik denk dat er in Nederland veel meer toffe ideeën zijn dan wat we nu zien. Ik denk ook dat Nederland kan leren van dit soort initiatieven en ik hoop dat dit event zal leiden tot meer innovatief ondernemerschap tussen de beide plekken." 

Anouk werkt de komende weken met CODAME-oprichter Bruno Fonzi aan de selectie van kunstenaars en technologiebedrijven, die vervolgens binnen het Lab gaan werken aan nieuwe projecten. In oktober zullen alle gemaakte projecten getoond worden. 

Het gebrek aan samenwerking tussen modebedrijven en technologiebedrijven is momenteel de bottleneck in de fashiontech-industrie. "De tech-sector doet echt zijn best om dingen van de grond te krijgen, maar de mode-branche toont niet veel interesse," constateert Anouk, "ook al is het duidelijk dat we behoefte hebben aan goede conversaties over wasbaarheid, 'energizing' en onderhoud van elektronische designs maar ook over bandbreedte en networking van je ontwerpen."

"Er is een groot communicatieprobleem. De gemiddelde modeontwerper vindt het lastig om met een klassieke ingenieur te werken, want mode is gericht op tastbare en visuele ervaringen terwijl programmeren en wiskunde behoorlijk abstracte materie is. Niet alle ontwikkelaars staan erg open voor de buitenissige ideeën van modeontwerpers. Ik hoor ontwikkelaars vaak lichtelijk neerbuigend doen over de look van een technologisch ontwerp. Technologie heeft in hun ogen veel meer waarde dan hoe iets eruit ziet. Terwijl er een perfecte balans zou moeten zijn, een symbiose."

Het CODAME lab in aanbouw. Anouk Wipprecht
Het CODAME lab in aanbouw.

Modesysteem moet op de schop

Het grootste probleem is misschien nog wel de angst van de mode-industrie voor verandering. Immers, wil mode klaar zijn voor de vereisten van fashion-technologie dan moeten belangrijke pijlers van het modesysteem op de schop. Zoals de catwalk. Een jurk met sensoren heeft interactie met publiek nodig; geen statische frontrow. "Het modesysteem is gebaseerd op what's hot and what's not en op het steeds weer presenteren van nieuwe designs. De nieuwe generatie fashiontech-designers zal gaan werken met digitale updates en upgrades. Daar komt bij dat de conventionele mode-industrie zeer vervuilend is; alleen al de katoenverwerking is ontzettend schadelijk. Fashiontech-kleding is zeker geen wegwerpmode; het leeft en verandert mee met de drager. Dat doe je niet zomaar weg." 

Een invloedrijk mode-instituut dat veel aandacht zou kunnen genereren voor fashiontech is het Metropolitan Museum of Arts. Het Met-gala op 2 mei in New York - gesponsord door Apple - is een groots media-evenement en is tevens de start van de nieuwe expositie Manus x Machina, oftewel: handen versus machines. Er zal onder andere werk van Iris van Herpen te zien zijn en ook Anouk is door het museum benaderd.

"Ze hebben gevraagd of ze iets van me mogen lenen voor de expositie, maar ik maak liever iets nieuws binnen hun thema. Never do something twice is mijn motto. Het is leuk als ik iets voor ze kan doen maar ik vraag me wel af wat daar nu echt fashiontech is. Het lijkt erop dat het vooral om het maakproces gaat en niet om wearables, e-textiles en andere met technologie doordrenkte ideeën. Dat zou jammer zijn, maar we zullen zien."

Met-gala of niet, Anouk zal met CODAME-Labs zeker veel internationale media-aandacht genereren voor fashtech; op haar deelnemerslijst staan indrukwekkende namen uit design, mode en andere creatieve disciplines. Nederlandse namen die ze alvast aan ons heeft verklapt: Local Androids, Maartje Dijkstra, Aduen Darriba, V2 Labs en Ricardo O'Nascimento. Zet het CODAME Art+Tech festival dus maar alvast in je agenda, want dit wordt interfacing van de bovenste plank.

Hoofdfoto: Marije Dijkema//byMarije

Auteur

Miranda Hoogervorst (MirandaWrites10) is specialist op het snijvlak tussen mode, tech en duurzaamheid. Is momenteel geobsedeerd door Girls Can Code en 'shrimp-treated bespoke denim'.

Terugkeer van de publieke schandpaal
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 9 min

Het internet is een mooie plek, totdat je een foutje maakt dat wordt opgepikt door anderen. De publieke schandpaal is weer helemaal terug van weggeweest, nu te vinden op social media.

Als je er op gaat letten, zie je het ineens overal: public shaming. Een Facebook-post met haat en veel likes van anderen richting KLM omdat het eten aan boord slecht was of een iemand die op Twitter wordt aangepakt nadat hij op tv onjuiste feiten vertelt. Als maar genoeg mensen zich ermee bemoeien, staat jouw slippertje voor altijd bovenin de zoekresultaten van Google. Dat heeft al verschillende mensen hun baan (en leven) gekost. Het internet is een mooie uitvinding, maar ook een bloedlinke plek.

Dit is vernederend

In februari was Jon Ronson te gast in De Balie in Amsterdam. Hij is schrijver, journalist voor The Guardian en maakt documentaires en radio voor de BBC en This American Life. Niet verrassend is dat hij Jon Stewart en Louis Theroux tot zijn fans mag rekenen. Ze pakken verhalen op een gelijksoortige manier aan: met humor en vanuit zijn optiek beschreven. Zijn boeken Frank en The Men Who Stare at Goats zijn beide verfilmd.

In De Balie sprak Ronson over Public Shaming, het onderwerp van zijn boek So You’ve Been Publicly Shamed, dat recent in een Nederlandse vertaling (Dit is vernederend) verscheen. Over hoe makkelijk het is om online een woedende menigte bijeen te krijgen om iemand - onschuldig of niet - aan de digitale schandpaal te nagelen.

De Jon Ronson-spambot

Voor Ronson begon het allemaal toen hij op een dag Twitter opende en zag dat iemand een account op het netwerk had aangemaakt met de naam @jon_ronson (hij tweet zelf op @jonronson). Het bleek een bot te zijn, die tweets verzond als: 'Going out, I fancy a slice of chick pea, hackberry and custard ice cream with a bread roll. #yummy' en 'I’m dreaming something about #time and #cock'.

Ronson kwam erachter wie de bot maakten - drie studenten - en vroeg hen om hem te verwijderen. Dat deden ze niet, wat Ronson het gevoel gaf dat iemand zijn identiteit had vermomd, maar hij kon er niets aan doen.

Tenminste, dat dacht hij. Na een tijdje waren de studenten bereid om af te spreken met Ronson, die het gesprek filmde en op YouTube plaatste. In de confrontatie werd Ronson boos, maar hij kreeg enorm veel bijval van anderen op internet. "Dit is identiteitsdiefstal", zei iemand. "Die lui zijn vieze manipulerende vuilakken", schreef een ander. "Maak ze af. Sleep ze voor de rechter, maak ze helemaal kapot. Als ik ze tegenkwam, zou ik tegen ze zeggen wat een ongelooflijke klootzakken het zijn." Ronson voelde zich zoals Braveheart, binnen een paar dagen was de bot verwijderd. Met andere woorden: de publieke vernedering had gewerkt. (Inmiddels staat het account ter illustratie weer online.) 

Jon Ronsons lezing in De Balie in februari.

Verwoest leven door één tweet

Je kunt moeilijk alles als Public Shaming bestempelen op internet. Maar een duidelijk voorbeeld uit het boek van Ronson is Justine Sacco. Zij maakte in 2013 een vlucht van New York naar Zuid-Afrika. Ze was op dat moment 30 jaar en werkte op de communicatieafdeling van IAC. Sacco tweette cynische grappen over haar vakantie. Het leverde geen interactie op, maar dat was nooit het geval. Ze had op dat moment 170 volgers. Net voordat ze op het vliegtuig stapte, stuurde ze nog een tweet uit: "Going to Africa. Hope I don't get AIDS. Just kidding. I'm white!"

Die grap viel dus compleet verkeerd. Toen Sacco landde begon haar telefoon vol te stromen met berichtjes. "Je moet me nu bellen", smste haar beste vriendin. "Je bent de nummer één wereldwijde trend op Twitter."

Tijdens haar vlucht stuurde één van haar 170 volgers de tweet door naar een schrijver van Gawker. Hij retweette de tweet met als commentaar: "En nu, een leuk vakantiegrapje van IAC’s PR-directeur". Al snel bemoeiden duizenden Twitteraars zich ermee. "Hoe kreeg @JustineSacco ooit een baan in PR?" vroeg iemand zich af. "Haar niveau van racistische onwetendheid hoort thuis op Fox News. #Aids kan iedereen treffen."

De tweets gingen van kwaad tot erger. Iedereen keurde het af en al snel ontstond de hashtag #HasJustineLandedYet. "Het enige wat ik wil is @JustineSacco’s gezicht zien als haar vliegtuig landt", schreef een Twitteraar. Toen ze landde was er iemand die haar daadwerkelijk fotografeerde op Twitter. Haar werkgever nam openbaar afstand van Sacco’s tweet en het horrorverhaal was compleet toen ze werd ontslagen."

Justine Sacco
Justine Sacco

Iedereen is goed, behalve jij

Later zei Sacco tegen Ronson dat haar tweet bedoeld was als grapje, helemaal zonder racistische bijbedoeningen. Het was een cynische grap waarmee ze kritiek wilde uiten op privileges van blanken. Nou, dat werd dus helemaal verkeerd opgevat.

In een geval als dit willen mensen graag laten weten dat zij goed zijn. In het geval van Justine Sacco werd zij ten schande gemaakt, omdat iedereen de moraalridder uithing. Belachelijk toch, dat iemand zo over aids praat? Uit dat soort tweets blijkt een soort bewijsdrang. Zo van: ik sta aan de goede kant van de streep, ik ben een fatsoenlijk mens. Maar de grap werd totaal verkeer geïnterpreteerd. "Twitter haat context", vertelt Ronson in Amsterdam. "Nuance is een zwakte op social media."

Uiteindelijk veranderden al die goede mensen in een woedende massa die het leven van Justine Sacco verwoestten. Probeer maar eens een nieuwe baan te vinden als internet vol staat met die ene misser.

Het kan iedereen overkomen

Het boek van Jon Ronson staat vol voorbeelden van mensen die alles kwijtraakten door publieke vernedering. Maar het komt ook op kleinere schaal voor. Zelfs in Nederland. De afgelopen periode viel het me op als het weer zover was. Dit zijn er twee.

Begin januari schoof politiek commentator Sywert van Lienden aan bij De Wereld Draait Door. Niets nieuws, maar dit keer maakte hij een fout. In het programma werd gesproken over de zedenzaken in Keulen en Zweden, waar groepen allochtonen vrouwen hadden aangerand. "Eén op de twintig allochtonen" wordt van een zedendelict verdacht, zei hij. En als Nederland tweehonderdduizend vluchtelingen binnen zou laten, zou er dus "een golf van tienduizenden zedendelinquenten" aankomen.

Zijn uitspraken kwam echter niet overeen met wat er in het onderzoek 'Zedendelinquenten en etniciteit' stond, waar Van Lienden naar had verwezen. Hij maakte een fout en daar vielen enorm veel Twitteraars en een aantal blogs overheen. ‘Best kwetsbaar trouwens, dat hardop twijfelen en nadenken (incl kans op uitglijders)”, schreef Van Lienden op Twitter. Een dag later maakte hij excuses bij DWDD.

Asscher reageert op beledigingen

Goed, dat was Van Lienden. Hij erkende zijn fout, maar het is hem vergeven en hij schuift nog steeds aan bij De Wereld Draait Door. Een klein deukje vlekje zijn imago, maar niets onoverkomelijks.

Als politicus is het een ander verhaal. Dan maakt het blijkbaar niet uit wat je zegt, er zijn altijd wel mensen die je in het openbaar en in grote getallen haten. Lodewijk Asscher (PvdA) reageert er meestal niet op, maar pakte in februari toch even een momentje om te reageren op beledigingen. Dat deed hij op zijn Facebook-pagina met een vrij cynische post. "In de eerste plaats wil ik degenen die erin geslaagd zijn een grapje te maken over mijn achternaam complimenteren", schrijft hij. "Niet alleen vind ik ASS cher heel knap gevonden, het is ook nog internationaal. Seth leeft in jullie voort. Nog spitsvondiger vond ik aSScher, omdat daarin ook een subtiele verwijzing daar de beruchte Duitse SS schuilgaat. Altijd even lachen."

Asscher was de vervelende reacties helemaal zat. Zo kreeg hij eind vorig jaar een tweet waarin stond: "Asscher kruipt liever in een moslimhol dan achter eigen volk te staan! Net zijn opa, die werkte ook graag met de bezetter mee! De viezerik". Dit soort berichten wijst volgens de PvdA’er op volgers met "een groot geschiedkundig inzicht".

Lodewijk Asscher
Lodewijk Asscher

Het nadeel van Twitter

Degene die de hierboven genoemde tweet verstuurde, deed dat onder de naam @TonySoprano272. Twitter is een mooi platform om snel met mensen in contact te komen, ook mensen die normaal gesproken onbereikbaar zijn. Dat maakt publieke figuren zoals Lodewijk Asscher extra kwetsbaar, maar dus ook minder bekende mensen hebben te vrezen dat de spotlights ineens op hen worden gericht door een 'verkeerde' tweet.

Twitter kent het probleem van pesterijen en beledigingen. Steeds zegt het netwerk er iets aan te gaan doen. Zo werd recent nog het 'Twitter Trust & Safety Council' opgericht door het bedrijf. Daarin zitten tientallen organisaties en experts gespecialiseerd zijn in het voorkomen van pestgedrag en de promotie van mentale gezondheid. Het initiatief is de zoveelste stap van Twitter om zijn imago op te poetsen. Eerder trof het al maatregelen, zodat mensen accounts kunnen aangeven als zij beledigd of bedreigd worden. Twitter onderneemt dan stappen, bijvoorbeeld door accounts te sluiten. Maar een nieuw account is snel gemaakt en anoniem blijven is geen probleem.

Publieke schandpaal 2.0

Public Shaming is van alle tijden, maar de afkeur ertegen ook. In maart 1787 was de beweging tegen publieke vernedering al in volle gang. Eén van Amerika’s grondleggers, Benjamin Rush, schreef toen een pleidooi om straffen als het blok, de schandpaal en de geselpaal af te schaffen.

"Men is het er universeel over eens dat schande een zwaardere straf is dan de dood", zijn malse woorden van Rush. "Het zou vreemd voorkomen dat schande ooit als mildere straf dan de dood was beschouwd, ware het niet dat wij weten dat de menselijke geest vaak pas de waarheid inziet nadat hij zich grotelijks heeft vergist."

Inmiddels is Ronson flink geminderd met tweeten, al is zijn account nog actief. Hij nam al eens een lange pauze. "Ik kwam terug op Twitter, omdat ik een idioot ben", vertelt hij. "Nee, er gebeuren nog steeds leuke dingen op het platform. Extreme goede dingen, maar ook extreem slechte dingen. Mensen willen zich te veel van hun goede kant laten zien - en dat doen we allemaal." Daarbij denken we niet altijd dat er aan de andere kant een mens van vlees en bloed met gevoel zit. En zo maken we soms met onze beste bedoelingen iemand kapot.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.

Conceptcars komen tot leven
Rutger  Middendorp
door Rutger Middendorp
leestijd: 7 min

In Bright Ideas 046 schreef Rutger over de voorzichtige utopiëen die conceptcars vertegenwoordigen. Dit keer gaat hij op stap met de conceptcars die realiteit zijn geworden.

Op de autobeurs van Genève waren er weer heel wat spectaculaire stukjes huisvlijt te zien van bekende en onbekendere automerken. Conceptcars zijn er in vele smaken en kleuren, maar grofweg zijn ze in twee groepen te verdelen: stoerdoeners en preproductiemodellen. De stoerdoeners zijn niet direct gelieerd aan een auto die we ooit op de weg zullen zien. Ze zijn er om te laten zien waar het merk toe in staat is. 

Door een spectaculaire sportwagen te ontwikkelen voor op de beursvloer, wordt de suggestie gewekt dat het merk in zijn geheel sportief is. Bij een conceptauto kun je bovendien opscheppen over de prestaties, zonder dat iemand ze ooit kan controleren. In sommige gevallen zit er niet eens een motor in het concept, maar staat er toch een bordje naast "600 pk". Het grappige is dat merken zich daarbij altijd inhouden en een getal op het bordje zetten dat nog enigszins geloofwaardig is. Je zou er met het grootste gemak 4000 pk op kunnen zetten, maar dan wordt de suspension of disbelief opgeschort en zakt het mentale plaatje als een pudding in elkaar. 

De stoerdoeners kunnen ook een iets praktischer nut hebben: om het publiek te laten wennen aan een nieuwe designtaal. Toen Mazda wat meer de zwierige kant op wilde met haar auto’s was er de Furai-conceptcar. Die racewagen werd niet gebouwd, maar de lijnvoering kwam wel terecht in de Mazdaatjes in de showroom. Hoe enthousiast het publiek reageert bepaalt in zekere mate de ontwerprichting.

De preproductiemodellen zijn tussenstapjes van het ontwerpwerk naar de showroomvloer. Niet alle details zijn doorgerekend om te zien of ze kostenefficiënt gemaakt kunnen worden, niet alle onderdelen zijn gecheckt of ze wereldwijd aan de wetgeving voldoen. Deze auto’s zijn iets extremer, luxer en vollediger dan wat straks onder dezelfde naam (minus het woordje concept) te koop zal zijn.

Mazda's Furai-concept uit 2008.
Mazda's Furai-concept uit 2008.

Belofte maakt schuld

De stoerdoeners kunnen zo onvoorstelbaar onrealistisch zijn, dat een vertaling naar een productiemodel onmogelijk is, maar soms blijkt een auto die op de showroomvloer te extreem, te uitgesproken of te onpraktisch lijkt, toch realiteit te kunnen worden. In de jaren negentig kwamen er opeens twee van dat soort auto’s tot leven. Volkswagens Concept 1 leek in eerste instantie een wat makkelijke manier om de charme van de originele Kever in te zetten voor wat reuring op de beursvloer. Maar drie jaar later rolden de eerste exemplaren van de New Beetle van de band. Nog voordat de Mini retromania geloofwaardig en winstgevend had gemaakt, was daar opeens een opgefriste kever voor de 21e eeuw.  

Praktisch gelijktijdig werd ook Audi’s Bauhaus ontwerpstijl in extrema in productie gebracht. De Audi TT bracht strenge, rationele lijnvoering naar de straat. Geen frivole lijntjes, geen toevallige rondingen. Alles leek met een geodriehoek en passer ontworpen te zijn. In de praktijk bleek dat overigens niet helemaal te werken. Nadat klanten hadden geklaagd dat de kont van de auto 'zoekerig' werd bij snelheden die alleen in Duitsland zijn toegestaan, werd er op de perfect bollende bibs een minimaal spoilertje toegevoegd die letterlijk en figuurlijk haaks op de lijnen van de auto staat.

Range Rover Evoque
Range Rover Evoque

Meer conceptcars op straat

Het lijkt er echter op dat die twee auto’s geen eenmalige opleving waren, maar het begin van een trend. De meest voor de hand liggende voorbeelden van recenter datum? De BMW i8, de Citroën Cactus en de Range Rover Evoque.

De Evoque begon het leven als de Land Rover LRX Concept in 2008. Te onutilitair, te chique, te pronkerig om een Land Rover te worden, besloten de hoge heren van Land Rover om Range Rover niet langer een modelnaam, maar een submerk te maken en de LRX Concept om te dopen tot Range Rover Evoque. Ogenschijnlijk zonder ook maar enige aanpassing aan het ontwerp te doen. Wie nu een driedeurs Evoque op de oprit heeft staan kan er net zo goed schijnwerpers op zetten en een schaars geklede dame omheen laten lopen. De offroader is nog net zo conceptueel sterk als de LRX Concept dat was.

De i8 werd geboren als de BMW Vision Efficient Dynamics. Een naam die goed wist te verhullen dat de Bayerische Motor Werke van plan waren er een rijdende hybride sportwagen van te maken. De i8 behield zijn vleugeldeuren, de zwevende  schouderflanken, die het midden houden tussen spoiler en schraag. Ook de kleurcombinaties die suggereren dat er een kleine kern omhuld wordt door een exoskelet bleef overeind. De i8 is zowel mechanisch als visueel amper verdund.   

BMW i8
BMW i8

Wie graag een conceptcar wil rijden en minder dan 20.000 euro te besteden heeft, kan bij Citroën terecht voor de Cactus. Een auto met rubberen deurpanelen, een zithoek als interieur en allerlei verfrissende details in het interieur en exterieur. Het is precies de auto die een merk als Citroën moet bouwen om onderscheidend te zijn. Het is net als de DS en de 2CV een conceptcar voor de massa.  

Steeds meer details in productieauto's

We zien niet alleen meer spannende conceptcars die realiteit worden, maar ook details die te grotesk lijken om op een productieauto terecht te komen, belanden daar wel. Wie door de website van Lexus bladert, kan niet om de enorme bloeddorstige grill van de voorheen ingetogen Japanse auto’s heen. De Lexus RX is van alle kanten een exercitie in de grenzen van metaalbewerking én goede smaak. Maar ook meer geziene gasten als de Nissan Juke kennen verhoudingen die ver staan van het traditionele idee van hoe een auto er uit hoort te zien. Heuplijnen worden omhoog gesjord, mistlampen lijken koplampen en koplampen lijken knipperlichten, ledverlichting trekt strepen die het oog moeten sturen. 

Zelfs Toyota, traditioneel niet de meest avontuurlijke autobouwer, zet met de C-HR een auto neer die vijf jaar geleden in een sciencefictionfilm niet had misstaan. Een dak dat lijkt te zweven, schouders die je van een Dakar-auto verwacht. Een front waarbij je net als bij de Juke en Cactus op zoek moet naar referentiepunten, omdat er met alle onderdelen geschoven is.

In een markt die zo verzadigd is, werkt meer-van-hetzelfde niet voor veel autobouwers.  Meer avontuurlijke, meer conceptuele modellen krijgen daardoor de kans doorontwikkeld te worden. Er valt weer wat te zien in de file. 

​Miriam liep vorige week voor Bright TV een middag rond op de grootste autobeurs van Europa, de Autosalon Geneve. Bekijk haar vlog.

Auteur

Rutger Middendorp (@rutgerm) is sinds 2006 de meest noordelijke blogger van Bright. Hij schrijft graag het verhaal achter het verhaal. Hij doceert conceptontwikkeling op de Academie voor Popcultuur en werkt als freelance ideeënman en verhalenmaker. In een eerder leven was hij oprichter van Nieuwe Garde en won hij de Dutch Bloggies met hobbyproject Moois Magazine.

Video Vault: Gymkhana en Darth Maul
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 28 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

Het moet maar eens afgelopen zijn met 'deurterreur'. Hoe vaak duw je wel niet tegen een deur waar je eigenlijk zou moeten trekken? Dat is gewoon slecht design, vindt professor en psycholoog Don Norman. Dit geweldige filmpje legt uit hoe het ontwerp van een deur je helpt met beslissen of je gaat duwen of trekken. Een perfecte deur open je zonder nadenken, zegt Norman. Hij heeft gelijk.

De laatste tijd verschenen er al een paar toffe Star Wars-fanfilms en regisseur J.J. Abrams heeft mensen zelfs opgeroepen om ze te maken. Darth Maul: Apprentice is één van de beste die wij tot nu toe hebben gezien. De film is in twee jaar gemaakt door de Duitse Shawn Bu en duurt krap 18 minuten. Hij ziet er magistraal uit voor een fanfilm. Met gave effecten en geweldige gevechten.

Dat drones schitterende filmpjes kunnen maken, weten we inmiddels wel. Ook deze video genaamd Snow is zeer de moeite waard. Niet alleen omdat een drone er prachtig uitziet in een sneeuwlandschap, maar ook omdat het grappig is om te zien hoe dieren op het apparaat reageren. Een tijger rent al snel achter de drone aan.

Temple is een korte film van Nguyen-Anh Nguyen, de filmer die eerder furore wist te maken met zijn geweldige live-action trailer voor een Akira-fanfilm. Temple is wederom een knap gemaakte video van nog geen tien minuten lang. Het speelt zich af in 2045, waar een nieuwe genetische ziekte ervoor zorgt dat mensen hun organen afstoten. De enige manier om de overleven is door organen te vervangen door mechanische onderdelen. In de conceptfilm volgen we een man die implantaten moet stelen om een leven te redden.

Dit is een film over designhuis Vitra. In de korte documentaire komt de geschiedenis van de meubelfabrikant voorbij. Aan het woord zijn ontwerpers die de klassieke designs bespreken. In de video is speciale aandacht voor het enorme scala aan stoelen van Vitra, maar je ziet ook gebouwen en complete inrichtingen voorbijkomen om je vingers bij af te likken.

Bij sommige films leiden de verouderde special effects zo af, dat je nauwelijks meer naar de film kunt kijken. Maar sommige films hebben de tand des tijds prima doorstaan. Dat bewijst deze top tien. Wat dacht je van Starship Troopers (1997), 2001: A Space Odyssey (1969) of Metropolis (1927)? 

Ken Block is weer terug met het achtste deel van Gymkhana. Dat betekent weer de meest achterlijke stunts met de mooiste auto’s. Dit keer is Dubai de locatie waar het allemaal gebeurt. Het begin van de video is al fantastisch: om één of andere reden heeft Block een roofvogel in zijn hand en zit er een luipaard in zijn auto. En dan moet het driften nog beginnen. Groter en gekker dan ooit. Waanzinnig mooi gefilmd weer.

Die vervelende drones vliegen ook overal. Maar niet langer, dankzij de SkyWall 100. Dat is een enorme gun om drones mee uit de lucht te schieten. Dat doe je met een net op een afstand van 100 meter. Een enorm geweer kan wel eens uitkomst bieden voor drones die over verboden gebied vliegen. Ze komen dit jaar echt op de markt.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.