Inhoudsopgave
    

Slimme schakels
Rutger  Middendorp
door Rutger Middendorp
leestijd: 7 min

De dienst IFTTT laat steeds meer apparaten in huis 'met elkaar praten'. Maar hoe slim is een smarthome tegenwoordig werkelijk? Waar wachten we nog op?

Mijn huis staat vol met slimme apparaten. Mijn thermostaat kan elke kamer afzonderlijk regelen, het slot op de deur kan met een app opengemaakt en mijn afstandsbediening praat met alle apparaten in het kastje onder de tv. Allemaal beloven ze me ultiem gebruiksgemak. Maar als ik eerlijk ben, komen de meeste nog niet veel verder dan "een afstandbediening op je smartphone". Bovendien praten de meeste van die apparaten niet met elkaar. Mijn router bijvoorbeeld geeft de mogelijkheid stopcontacten toe te voegen die slim zijn. Alleen kunnen die niet reageren op mijn bewegingssensor van een ander merk. Mijn Raspberry Pi mini-computer kan ik wel vertellen dat de film moet beginnen, maar denk maar niet dat hij de lichtjes dimt. Een heleboel slimme dingen bij elkaar die niet communiceren, zijn per saldo niet heel slim.

Een soort Esperanto

Wat een smarthome dus nodig heeft, is een taal waarin die apparaten met elkaar kunnen praten. Een kleine vijf jaar geleden begon startup IFTTT (If This Then That). Op de website of in de app van IFTTT kun je zelf allerlei regeltjes instellen, zoals:

Als de Chicago Bulls een wedstrijd winnen,

zet dan mijn Philips Hue lampen op rood.

Of: Als ik een nieuw adres aan mijn adresboek toevoeg,

zet die dan ook in Evernote met de tijd en datum toegevoegd.

Na een tijdje rondneuzen vond ik een paar aardige recepten, zoals IFTTT ze noemt. Word ik getagd in een Facebook-foto, dan wordt die foto in mijn Dropbox opgeslagen. Gaat het morgen vriezen, dan krijg ik een mailtje. Het is een eenvoudige manier om dingen veel slimmer te maken. Het is ook precies wat al die slimme apparaten nodig hebben: een soort Esperanto voor de smart home.

Pinterest, Honeywell, Hue, Wordpress, Youtube, HP, Nest, Nike+, iOS en Android zijn maar een paar voorbeelden van de vele makers van apps en apparaten die je aan elkaar kunt knopen met een recept. Dankzij API's (een set definities waarmee apps en apparaten onderling kunnen praten) kunnen die enorm uiteenlopende dingen iets met elkaar doen. Plotseling is je huis een stuk slimmer. Je zou je haast af gaan vragen waarom een startup met dit idee moest komen.

Recent sprak ik met een vertegenwoordiger van een apparaat dat we bij Bright mochten testen. Hij vertelde vol trots dat ze de "eersten waren die met deze nieuwe innovatie kwamen". Voor een bedrijf is dat natuurlijk een leuke opsteker, maar ik besefte me op dat moment ook dat de drijfveer om ergens de eerste mee te zijn regelrecht indruist tegen de wens van consumenten dat apparaten met elkaar gaan praten en samenwerken. Dat vereist een andere mentaliteit. Eentje die niet past in klassiek kapitalistisch denken.

Alle partijen die apparaten leveren om je huis slimmer te maken, gaan ervan uit dat zij de centrale spil zijn in dat proces. Mijn router wil stopcontacten koppelen, mijn beveiligingssysteem wil dat ook, maar beide leveren ze geen volledig assortiment aan smarthome oplossingen. Bij de ontwikkeling van beide producten is niet uitgegaan van de aanwezigheid van andere apparaten van andere merken. Vandaar dat een onafhankelijke partij als IFTTT zo'n sleutelrol speelt. IFTTT gaat er juist vanuit dat je van verscheidene merken verscheidene apparaten en diensten gebruikt.

Recent kwam ook Kickstarter-project Flic op de markt. Een los rond knopje met een knoopcelbatterij waar je allerlei apparaten mee kan bedienen, maar ook de recepten van IFTTT kunt koppelen. Plak de knop op het dashboard van je auto en elke keer als je drukt schrijft hij je GPS gegevens naar Evernote bijvoorbeeld. Plak hem op een foto van jezelf bij je dementerende oma en als ze klikt wordt jij gebeld. Het maakt IFTTT nog bruikbaarder. Wederom een kleine onafhankelijke partij die iets zinnigs toevoegt dat werkt met wat je al in huis hebt.

Wanneer moet de verwarming uit?

IFTTT is dus essentieel om je huis slimmer te maken. Maar het is nog niet genoeg. Na drie jaren op IFTTT is het aantal slimme apparaten in mijn huis toegenomen, maar de receptjes gebruik ik amper. Hoe kan dat? Ik was razend enthousiast toen Honeywell aankondigde dat ik met IFTTT recepten kon brouwen voor mijn verwarming. Maar wat bleek: er is geen logische trigger voor mijn verwarming. Ik kan de positie van mijn telefoon gebruiken om de verwarming lager te zetten, maar dan zitten mijn vrouw en kinderen in de kou als ik weg ben. De GPS-data van twee apparaten toevoegen is (nog) niet mogelijk. Daarmee is ook meteen het inzetten van mijn agenda (waarin ik afspraken met locaties kan toevoegen) onmogelijk geworden, want dan zouden beide agenda's gecheckt moeten worden.

Hetzelfde geldt voor verlichting. Welke aanleiding zou er moeten zijn om mijn lichten aan en uit te zetten? Welk apparaat moet waarnemen dat het donker is én dat ik in de ruimte ben?

IFTTT heeft een aantal aardige toepassingen en als Apple's Homekit eindelijk van de grond komt, zul je ook nog een paar dingen slimmer kunnen doen, maar voor een échte smarthome moet we nog een stap verder.

Oud en nieuw samen

Wie wel eens geprogrammeerd heeft, weet dat de logica van If This Then That de absolute basis vormt van het programmeren. Als ik op deze knop druk, zet dan "Hallo wereld" op het scherm. Maar elke programmeur weet ook dat om een slimme applicatie te maken je meer nodig hebt dan die formule. Je wilt parameters aanmaken en vullen, je wilt "zolang iets waar is" iets doen, of je wilt "als A en B waar zijn, maar C niet" pas iets doen. De kracht van IFTTT is de eenvoud, maar dat is ook tegelijkertijd de zwakte.

Daarnaast moet er aan de hardwarekant ook nog iets gebeuren. Met name de (betaalbare) integratie tussen oud schakelmateriaal en stopcontacten en nieuwe technologie is van groot belang. Een knop op de muur om het licht aan te zetten is in veel gevallen nog steeds heel handig. Maar heb je die knop gebruikt om je Hue lamp uit te zetten, dan krijg je hem met de app nooit meer aan. Aan de "If" kant van de formule moeten dus schakelaars komen die hardware- én softwarematig werken.

Voorbeeld van een toepassing van de knoppen van Flic.
Voorbeeld van een toepassing van de knoppen van Flic.

We zijn er nog niet helemaal. In een ideaal scenario zouden alle apparaten de situatie moeten kunnen lezen. Als beide smartphones het huis uit zijn, is er waarschijnlijk niemand thuis. Dat zou geverifieerd kunnen worden door bewegingssensoren of het slot van de buitendeur. Vervolgens krijg ik een pushmelding op mijn telefoon: zal ik het licht uitdoen en de verwarming lager zetten?

Je apparaten hebben allemaal iets te vertellen. Staat de televisie aan? Dan ben je waarschijnlijk thuis. Heb je de verwarming lager gezet om 22:00? Dan ga je zeker naar bed nu? Bel je met 112, dan mag de radio vast wel uit.

Alle apparaten één taal

Om te beginnen moeten meer apparaten gaan praten in dezelfde taal. Ze moeten hun status weer kunnen geven aan elkaar. Mijn Roomba, mijn Bluetooth-deurslot, mijn televisie, mijn schakelaars, mijn router moeten in dezelfde taal elkaar kunnen vertellen wat ze doen. Ik zou dan eindeloos receptjes kunnen schrijven voor situaties die zich kunnen voordoen en alle apparaten vertellen hoe ze daarop moeten reageren. Beter nog zou het zijn wanneer er een 'brein' bij komt kijken. Een stukje software dat leert de verschillende situaties te lezen en daar zelf recepten voor te maken. Een soort volautomatisch IFTTT, dat met een brede waaier aan input een breed scala aan apparaten kan bedienen.

IFTTT bewijst dat apparaat-overstijgend denken een waardevolle toevoeging is als we echt slimme huizen willen. Het Kickstarter-project Flic brengt op het gebied van hardware die belofte ook dichterbij. Als de makers van smarthome-apparaten gaan werken in het besef dat hun product naast andere gebruikt zal worden, kunnen we in de toekomst echt slimme huizen maken.

​Deze speciale editie van Bright Ideas wordt je aangeboden door Eneco.


Auteur

Rutger Middendorp (@rutgerm) is sinds 2006 de meest noordelijke blogger van Bright. Hij schrijft graag het verhaal achter het verhaal. Hij doceert conceptontwikkeling op de Academie voor Popcultuur en werkt als freelance ideeënman en verhalenmaker. In een eerder leven was hij oprichter van Nieuwe Garde en won hij de Dutch Bloggies met hobbyproject Moois Magazine.