Inhoudsopgave
    

Home Smart Home
Robert van Eijden
door Robert van Eijden
leestijd: 9 min

Wij vroegen onze favoriete schrijver om zijn licht te laten schijnen op de smarthome. Zijn eigen huis is niet bepaald het slimste in Nederland maar Robert van Eijden heeft desalniettemin uitgesproken ideeën.

Een gezellig gezin met een nog gezelliger hond zit op de bank in hun lichte, warme huis met HR++ dubbelglas en zelfdenkende ledverlichting. De slimme thermostaat aan de muur geeft alle informatie die ze maar kunnen wensen. Ook heeft het apparaatje het huis een half uur voordat vader en moeder thuiskwamen van hun werk nog wat extra opgewarmd. Niet alleen de thermostaat, maar bijna alle apparatuur in huis wordt door het gezin lachend met tablets en smartphones bediend. Ineens is het avond. De kinderen zijn naar bed, de ouders smeren een toastje brie en schenken een glas wijn in en net wanneer je denkt: nu kan het godverdomme toch niet gezelliger meer worden, gaan ook zij naar boven. En ziet, het is een wonder: de thermostaat was een uur eerder uit zichzelf al lager gegaan, want hij kent het slaap-waakritme van het gezin. Nu is het nacht. Alleen de robotstofzuiger is nog wakker en draait onverstoorbaar zijn rondjes zodat de volgende dag alle hondenharen weg zijn en de gezelligheid opnieuw kan beginnen. Woef!

Iets te gezellige tv-commercials – dat is het eerste waar ik aan moet denken bij de term 'Smart Home'. Het tweede is het 'Huis van de toekomst' van Chriet Titulaer, de toekomstvoorspeller uit het verleden. Midden in de nacht zie ik Chriet nog wel eens langskomen met oude afleveringen van zijn tv-programma Wondere wereld. Te zien op kanaal NPO Best op mijn flatscreen – misschien wel het enige slimme apparaat in mijn huis. (Hoewel, elke keer als de firma Ziggo de volgorde van de zenders weer eens heeft veranderd, moet ik zelf mijn elektronische programmagids opnieuw installeren omdat die niet automatisch mee verandert.) In een Wondere wereld uit midden jaren 80 zag ik Chriet een rechthoekig papiertje met een magneetstrip erop omhooghouden: het prototype van de ov-chipkaart. "De strippenkaart gaat verdwijnen en zal plaatsmaken voor een magneetkaart," meldde hij. "De proef moet nog worden genomen, in 1987 gebeurt dat in Den Haag." Ik wil maar zeggen: de slimme toekomst is soms verder weg dan je denkt.

Het derde waar ik aan moet denken is het afschuwelijke woord dat is uitgevonden voor technologie die zich bezighoudt met Smart Homes: domotica. De term domotica is een samentrekking van 'domus' (het Latijnse woord voor 'huis') en de woorden 'informatica', 'telematica' en 'robotica'. Dit verzin ik niet zelf, maar heb ik gevonden op de website Smart-homes.nl, een verzamelplaats voor bedrijven die zich met Smart Homes bezighouden. Het raarste aan het woord domotica vind ik nog wel dat het gaat over slimme dingen, maar dat de eerste lettergreep het woordje 'dom' is. Volgens Smart-homes.nl zijn er overigens vijf niveaus van domotica te onderscheiden. Het eerste en laagste niveau is: 'Woningen met losse standalone objecten en toepassingen die intelligent functioneren.' De andere vier niveaus noem ik hier niet eens, want die gaan mijn eenvoudige arbeiderswoning ver te boven. Het enige intelligente standalone object in mijn huis (behalve mijn flatscreen) ben ik eigenlijk zelf – al begin ik daar de laatste tijd ernstig aan te twijfelen.

Ik woon namelijk in een uitgesproken Dumb Home. Mijn huurappartementje is gebouwd in 1956 als een standaardportiekwoning van 50m2 in de categorie sociale woningbouw. Sinds 1956 zijn er minstens twee renovaties uitgevoerd door de woningbouwvereniging, maar toch is een derde van mijn ramen nog steeds enkelglas. Niet dat dat wat uitmaakt, want de kunststof kozijnen waar mijn dubbelglas in huist, laten evenveel tocht door als de houten kozijnen met enkelglas. En dan heb ik het nog niet eens over de kieren en gaten in de rest van het huis. Kortom: voor mijn woning zou energielabel Z nog aan de optimistische kant zijn. Nee, als ik zo’n slimme thermostaat zou installeren, eventueel met dat hele gezellige gezin erbij, zou dat ding geen vriendelijke zonnetjes en duimpjes-omhoog tonen op zijn scherm, maar een ijspegelicoon met in grote letters knipperend: ‘WTF?’

Bij de laatste renovatie heb ik twee rookmelders gekregen die volgens de installateur behoorlijk smart zijn. Ik weet niet of dat waar is, maar ik ben er wel achter gekomen dat een van de twee minder smart is dan de ander. Dat kwam zo: na uitgebreid cafébezoek viel ik 's nachts dronken in mijn rookstoel in slaap. Op de salontafel, recht onder een rookmelder, stond een kaars te branden die bijna op was. Opeens werd ik wakker van een BELACHELIJK HARD ALARM. Je raadt het al: de rookmelder ging af, want de kaarsvlam had inmiddels de salontafel bereikt en verspreidde een stinkende donkere walm. Vreemd genoeg was het echter niet de rookmelder in de woonkamer die afging, maar die in de hal. Ik heb dus geleerd dat er in mijn woonkamer geen brand moet ontstaan, maar in de hal is dat blijkbaar geen probleem. Die nacht heb ik mijn rookstoel en salontafel meteen versleept naar de hal. Smart Living is safe living, tenslotte. Behalve voor mijn rug.

Ook een leuk relict in mijn domme woning is mijn kabelaansluiting: een vergeeld plastic kastje uit begin jaren tachtig met een uitgang voor 'RD' en een voor 'TV'. Uit de radio-uitgang loopt een coaxkabel met metalen aansluitingen naar de tuner van mijn stereotoren zodat ik in de beste kwaliteit naar Classic FM en Arrow Classic Rock kan luisteren. Als ik de firma Ziggo bel met klachten over de radio-ontvangst snappen ze niet wat dat is, een tuner. Sommige helpdeskmedewerkers geloven niet eens dat de firma Ziggo überhaupt analoge radiosignalen levert. 'U kunt toch gewoon radio luisteren via tv-kanaal 1801 en verder op uw televisie?' Ja, dat kan wel, maar dat wil ik niet. Mijn flatscreen kan veel, maar zijn audiokwaliteiten zijn niet om over naar huis te mailen, want de speakers zitten aan de achterkant. Welke dronken designer heeft dat bedacht? Vergeet eigenlijk ook maar dat ik mijn flatscreen een slim apparaat heb genoemd.

Over muziek gesproken. Ik ben niet dol op bezoek, maar als er dan toch mensen over de vloer zijn, wil ik best even een espresso zetten en een muziekje van Skrillex opzetten. Cd in de speler, op play drukken en hop, er is muziek. De meeste van mijn vrienden hebben geen cd-speler meer, laat staan cd’s. Dat vinden ze ‘ouderwets’. Als ik bij hen op bezoek ben en ze willen een muziekje opzetten, moeten ze eerst drie retrofuturistisch ogende apparaten met elkaar synchroniseren via twee dockingstations en daarna in ingewikkelde menu’s een onwillig mp3-bestand tot afspelen zien te bewegen. Vijfenveertig tot zestig seconden na mijn verzoekje (Skrillex) klinkt er dan eindelijk wat muziek uit een box die bij nader inzien (inhoren) buiten op het terras blijkt te liggen. De box ziet eruit als een rotsblok, waarschijnlijk preluderend op de naderende terugkeer van het Stenen Tijdperk.

Nog wat dingetjes? Ja, ledverlichting die bewegingen van de bewoners detecteert en daarop inspeelt, dat wordt lastig bij mij thuis, voornamelijk omdat ik bijna niet beweeg. En zo’n robotstofzuiger ziet er leuk uit op de reclame, maar hij komt natuurlijk nooit in de stoffige hoekjes achter de stapels boeken en cd’s in mijn woonkamer. Conclusie: aan al die Smart Home-innovaties heb ik niet zoveel. Omdat mijn huis er niet geschikt voor is, omdat ikzelf er niet geschikt voor ben of simpelweg omdat de innovaties niet altijd zo smart zijn als ze zich voordoen. Koop een normaal huis of verzin zelf eens wat en stop met zeuren, roep je nu? Nou, dat heb ik gedaan. Zelf wat verzinnen, bedoel ik – niet een normaal huis kopen, want dat kan ik niet betalen vanwege mijn torenhoge energierekeningen. Bij dezen dus drie heldere ideeën voor Smart Living.

Idee 1. Hou-je-bekbehang

Er bestaan sinds enige jaren koptelefoons die het omgevingsgeluid wegfilteren door tegengestelde geluidsgolven op te wekken. Dit zogeheten anti-geluid is een indrukwekkende uitvinding waar nog veel te weinig mee wordt gedaan, zeker voor gevoelige types als ik die fanatiek antigeluid zijn. In plaats van miljoenen euro's uit te geven aan onderzoek naar [vul hier een willekeurige rechtse hobby in, of een linkse als je rechts bent], kan de overheid beter investeren in een start-up die een noisecancelling behangetje gaat ontwikkelen. Een dik stuk papier met ingebouwde ultradunne anti-geluidtechnologie – hoe moeilijk kan dat zijn in deze tijd van oprolbare toetsenborden? Ik noem het Hou-je-bekbehang, omdat ik dit behang op de dunne woningbouwmuur tussen mij en mijn luidruchtige studentenburen ga plakken. Hoef ik hun gesprekken niet meer te horen en kan ik rustig (of 'superchill', zoals mijn nieuwe studentenburen zeggen) in mijn rookstoel naar Classic FM of Arrow Classic Rock luisteren. 

Idee 2. Schuldgevoelstortkokers

In Amerikaanse films en tv-series zie ik bewoners van appartementencomplexen vaak hun vuilniszakken door een klep in een stortkoker mieteren, handig geplaatst in de gang waar hun voordeur op uitkomt. Maar dan zet ik mijn flatscreen uit en moet ik nog steeds iedere zondagavond de trappen van mijn portiek afdalen met twee lekkende vuilniszakken waarin ik uit luiheid vaak ook nog plastic flessen en kartonnen verpakkingen heb gegooid. Slecht voor het milieu, en omdat ik graag door mooie bossen wandel, krijg ik hier een schuldgevoel van. Waarom zitten er in mijn keukenmuur dan ook niet vier glimmende metallic stortkokers waar ik makkelijk glas, plastic, oud papier en restafval in kan gooien? Dat het beneden in een grote ondergrondse container allemaal toch weer bij elkaar komt en als een samengeperste klont naar de vuilstort wordt gebracht, maakt me dan eigenlijk niets meer uit – ik heb gedaan wat ik kon. Dit idee wordt overigens pas echt innovatief met een vijfde koker, specifiek bedoeld voor menselijk afval. Nee, ik heb het niet over poep of plas of huidcellen, maar over je eigen kadaver. De vijfde koker is de koker waar je in kunt stappen wanneer jij (of je partner) vindt dat je uiterste houdbaarheidsdatum is overschreden. Beneden word je meteen gecremeerd en mee geperst in de afvalklont. Klont zijt gij, en tot klont zult gij wederkeren.

Idee 3. De holografwasmachine

Zelf heb ik geen afwasmachine omdat ik afwassen eigenlijk best leuk vind, maar mijn vriendin heeft er wel een. Ik vind het een fascinerend apparaat en bijna elke keer als ik bij haar ben* zit ik een half uur in kleermakerszit op de keukenvloer te kijken naar het klokje dat aftelt van 30 naar 0 minuten. Van binnen doen de ActiveWater-technologie, IntensiveZone-schoonmaakfunctie en VarioFlexPlusKorf hun hogesnelheidswerk, maar van buiten is er niets te zien aan zo'n ding. Wat een verspilling van verbeeldingskracht, dat saaie witte vlak! Het zou een stuk leuker worden als je op de klep van de vaatwasser een 3D-hologram ziet van een schaars geklede Scarlett Johansson die met een afwasborstel je vuile vaat schoonmaakt (voor de dames is er natuurlijk Michiel – what's in a name? – Huisman). En omdat een Smart Home evenveel om brains draait als om beauty, analyseert het Scarlett/Michiel-hologram meteen alle resten op je borden, glazen en kopjes en stuurt je daarover behartenswaardige appjes ('aapjes' suggereert mijn spellingchecker, ook zo'n dom product). Ik zie dat je afgelopen week zeven keer braadworst hebt gegeten – zal ik ter compensatie twee kratten vegaburgers voor je bestellen bij AH.nl? 

Je ziet: het dagelijks leven (en sterven) wordt een stuk slimmer met mijn ideeën. Mijn innerlijke Chriet Titulaer denkt dat ze binnen tien jaar te realiseren moeten zijn. Ik verheug me zelfs op de bijbehorende tv-commercials – als die over tien jaar ook wat minder dom zijn dan wat we nu voorgeschoteld krijgen, staat niets een zonnige toekomst nog in de weg.

*Ja, mijn vriendin en ik wonen allebei in ons eigen huis. Op fietsafstand van elkaar. Dat is pas echt smart wonen.

​Deze speciale editie van Bright Ideas wordt je aangeboden door Eneco.


Auteur

Robert van Eijden is freelance tekstschrijver en journalist. In 2015 verscheen zijn debuutroman Boek (256 blz.) bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. In het boek wordt het hoofdpersonage, Van Eijden, geconfronteerd met de grote renovatie van zijn woningbouwflat.

Slimme schakels
Rutger  Middendorp
door Rutger Middendorp
leestijd: 7 min

De dienst IFTTT laat steeds meer apparaten in huis 'met elkaar praten'. Maar hoe slim is een smarthome tegenwoordig werkelijk? Waar wachten we nog op?

Mijn huis staat vol met slimme apparaten. Mijn thermostaat kan elke kamer afzonderlijk regelen, het slot op de deur kan met een app opengemaakt en mijn afstandsbediening praat met alle apparaten in het kastje onder de tv. Allemaal beloven ze me ultiem gebruiksgemak. Maar als ik eerlijk ben, komen de meeste nog niet veel verder dan "een afstandbediening op je smartphone". Bovendien praten de meeste van die apparaten niet met elkaar. Mijn router bijvoorbeeld geeft de mogelijkheid stopcontacten toe te voegen die slim zijn. Alleen kunnen die niet reageren op mijn bewegingssensor van een ander merk. Mijn Raspberry Pi mini-computer kan ik wel vertellen dat de film moet beginnen, maar denk maar niet dat hij de lichtjes dimt. Een heleboel slimme dingen bij elkaar die niet communiceren, zijn per saldo niet heel slim.

Een soort Esperanto

Wat een smarthome dus nodig heeft, is een taal waarin die apparaten met elkaar kunnen praten. Een kleine vijf jaar geleden begon startup IFTTT (If This Then That). Op de website of in de app van IFTTT kun je zelf allerlei regeltjes instellen, zoals:

Als de Chicago Bulls een wedstrijd winnen,

zet dan mijn Philips Hue lampen op rood.

Of: Als ik een nieuw adres aan mijn adresboek toevoeg,

zet die dan ook in Evernote met de tijd en datum toegevoegd.

Na een tijdje rondneuzen vond ik een paar aardige recepten, zoals IFTTT ze noemt. Word ik getagd in een Facebook-foto, dan wordt die foto in mijn Dropbox opgeslagen. Gaat het morgen vriezen, dan krijg ik een mailtje. Het is een eenvoudige manier om dingen veel slimmer te maken. Het is ook precies wat al die slimme apparaten nodig hebben: een soort Esperanto voor de smart home.

Pinterest, Honeywell, Hue, Wordpress, Youtube, HP, Nest, Nike+, iOS en Android zijn maar een paar voorbeelden van de vele makers van apps en apparaten die je aan elkaar kunt knopen met een recept. Dankzij API's (een set definities waarmee apps en apparaten onderling kunnen praten) kunnen die enorm uiteenlopende dingen iets met elkaar doen. Plotseling is je huis een stuk slimmer. Je zou je haast af gaan vragen waarom een startup met dit idee moest komen.

Recent sprak ik met een vertegenwoordiger van een apparaat dat we bij Bright mochten testen. Hij vertelde vol trots dat ze de "eersten waren die met deze nieuwe innovatie kwamen". Voor een bedrijf is dat natuurlijk een leuke opsteker, maar ik besefte me op dat moment ook dat de drijfveer om ergens de eerste mee te zijn regelrecht indruist tegen de wens van consumenten dat apparaten met elkaar gaan praten en samenwerken. Dat vereist een andere mentaliteit. Eentje die niet past in klassiek kapitalistisch denken.

Alle partijen die apparaten leveren om je huis slimmer te maken, gaan ervan uit dat zij de centrale spil zijn in dat proces. Mijn router wil stopcontacten koppelen, mijn beveiligingssysteem wil dat ook, maar beide leveren ze geen volledig assortiment aan smarthome oplossingen. Bij de ontwikkeling van beide producten is niet uitgegaan van de aanwezigheid van andere apparaten van andere merken. Vandaar dat een onafhankelijke partij als IFTTT zo'n sleutelrol speelt. IFTTT gaat er juist vanuit dat je van verscheidene merken verscheidene apparaten en diensten gebruikt.

Recent kwam ook Kickstarter-project Flic op de markt. Een los rond knopje met een knoopcelbatterij waar je allerlei apparaten mee kan bedienen, maar ook de recepten van IFTTT kunt koppelen. Plak de knop op het dashboard van je auto en elke keer als je drukt schrijft hij je GPS gegevens naar Evernote bijvoorbeeld. Plak hem op een foto van jezelf bij je dementerende oma en als ze klikt wordt jij gebeld. Het maakt IFTTT nog bruikbaarder. Wederom een kleine onafhankelijke partij die iets zinnigs toevoegt dat werkt met wat je al in huis hebt.

Wanneer moet de verwarming uit?

IFTTT is dus essentieel om je huis slimmer te maken. Maar het is nog niet genoeg. Na drie jaren op IFTTT is het aantal slimme apparaten in mijn huis toegenomen, maar de receptjes gebruik ik amper. Hoe kan dat? Ik was razend enthousiast toen Honeywell aankondigde dat ik met IFTTT recepten kon brouwen voor mijn verwarming. Maar wat bleek: er is geen logische trigger voor mijn verwarming. Ik kan de positie van mijn telefoon gebruiken om de verwarming lager te zetten, maar dan zitten mijn vrouw en kinderen in de kou als ik weg ben. De GPS-data van twee apparaten toevoegen is (nog) niet mogelijk. Daarmee is ook meteen het inzetten van mijn agenda (waarin ik afspraken met locaties kan toevoegen) onmogelijk geworden, want dan zouden beide agenda's gecheckt moeten worden.

Hetzelfde geldt voor verlichting. Welke aanleiding zou er moeten zijn om mijn lichten aan en uit te zetten? Welk apparaat moet waarnemen dat het donker is én dat ik in de ruimte ben?

IFTTT heeft een aantal aardige toepassingen en als Apple's Homekit eindelijk van de grond komt, zul je ook nog een paar dingen slimmer kunnen doen, maar voor een échte smarthome moet we nog een stap verder.

Oud en nieuw samen

Wie wel eens geprogrammeerd heeft, weet dat de logica van If This Then That de absolute basis vormt van het programmeren. Als ik op deze knop druk, zet dan "Hallo wereld" op het scherm. Maar elke programmeur weet ook dat om een slimme applicatie te maken je meer nodig hebt dan die formule. Je wilt parameters aanmaken en vullen, je wilt "zolang iets waar is" iets doen, of je wilt "als A en B waar zijn, maar C niet" pas iets doen. De kracht van IFTTT is de eenvoud, maar dat is ook tegelijkertijd de zwakte.

Daarnaast moet er aan de hardwarekant ook nog iets gebeuren. Met name de (betaalbare) integratie tussen oud schakelmateriaal en stopcontacten en nieuwe technologie is van groot belang. Een knop op de muur om het licht aan te zetten is in veel gevallen nog steeds heel handig. Maar heb je die knop gebruikt om je Hue lamp uit te zetten, dan krijg je hem met de app nooit meer aan. Aan de "If" kant van de formule moeten dus schakelaars komen die hardware- én softwarematig werken.

Voorbeeld van een toepassing van de knoppen van Flic.
Voorbeeld van een toepassing van de knoppen van Flic.

We zijn er nog niet helemaal. In een ideaal scenario zouden alle apparaten de situatie moeten kunnen lezen. Als beide smartphones het huis uit zijn, is er waarschijnlijk niemand thuis. Dat zou geverifieerd kunnen worden door bewegingssensoren of het slot van de buitendeur. Vervolgens krijg ik een pushmelding op mijn telefoon: zal ik het licht uitdoen en de verwarming lager zetten?

Je apparaten hebben allemaal iets te vertellen. Staat de televisie aan? Dan ben je waarschijnlijk thuis. Heb je de verwarming lager gezet om 22:00? Dan ga je zeker naar bed nu? Bel je met 112, dan mag de radio vast wel uit.

Alle apparaten één taal

Om te beginnen moeten meer apparaten gaan praten in dezelfde taal. Ze moeten hun status weer kunnen geven aan elkaar. Mijn Roomba, mijn Bluetooth-deurslot, mijn televisie, mijn schakelaars, mijn router moeten in dezelfde taal elkaar kunnen vertellen wat ze doen. Ik zou dan eindeloos receptjes kunnen schrijven voor situaties die zich kunnen voordoen en alle apparaten vertellen hoe ze daarop moeten reageren. Beter nog zou het zijn wanneer er een 'brein' bij komt kijken. Een stukje software dat leert de verschillende situaties te lezen en daar zelf recepten voor te maken. Een soort volautomatisch IFTTT, dat met een brede waaier aan input een breed scala aan apparaten kan bedienen.

IFTTT bewijst dat apparaat-overstijgend denken een waardevolle toevoeging is als we echt slimme huizen willen. Het Kickstarter-project Flic brengt op het gebied van hardware die belofte ook dichterbij. Als de makers van smarthome-apparaten gaan werken in het besef dat hun product naast andere gebruikt zal worden, kunnen we in de toekomst echt slimme huizen maken.

​Deze speciale editie van Bright Ideas wordt je aangeboden door Eneco.


Auteur

Rutger Middendorp (@rutgerm) is sinds 2006 de meest noordelijke blogger van Bright. Hij schrijft graag het verhaal achter het verhaal. Hij doceert conceptontwikkeling op de Academie voor Popcultuur en werkt als freelance ideeënman en verhalenmaker. In een eerder leven was hij oprichter van Nieuwe Garde en won hij de Dutch Bloggies met hobbyproject Moois Magazine.

LoRa: nieuw netwerk voor je apparaten in huis
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 6 min

Binnenkort gaan echt alle apparaten in huis online, van je wasmachine tot je deurbel. Maar lang niet alle apparaten gebruiken veel data, en slimme sensoren al helemaal niet. Voor dat soort devices komt er een nieuw, zuinig netwerk: LoRa. Wat is het? En wat wordt ermee mogelijk?

'The Internet of Things' is straks niet meer weg te denken. De kans bestaat dat je thuis bijvoorbeeld al slimme lampen hebt hangen, die aanspringen zodra jij in het donker het huis binnenstapt of uit gaan als je naar bed gaat. Handig, want je verspilt geen elektriciteit meer.

Het is slechts een voorbeeld, want het aansluiten van apparaten op het internet maakt nog veel meer mogelijk. Wat dacht je van een deurslot dat zelf de deur vergrendelt als jij dat bent vergeten? Of een camera in huis die je een berichtje op de smartphone stuurt als hij verdachte beweging waarneemt? En uiteraard die koelkast die melk bestelt als je het huidige pak bijna leeg is? Maar laten we bij het begin beginnen. Wat is het Internet of Things eigenlijk?

Momenteel is het zo dat het internet voor een groot deel bestaat uit door mensen bediende computers. Dat zal veranderen omdat steeds meer slimme apparaten worden aangesloten. Dat zal ertoe leiden dat er meer intelligente apparaten op internet actief zullen zijn (die met elkaar en ons communiceren) dan mensen. Verwacht wordt dat in 2020 al minstens 25 miljard apparaten actief zijn op het web, maar voorspellingen lopen op tot wel 50 tot 100 miljard.

Nu werkt het internet der dingen op verschillende manieren: via een Personal Area Network (Bluetooth), een Local Area Network (WiFi) en Wide Area Network (2G, 3G en 4G). Maar daaraan hebben we niet genoeg, want naast deze netwerken hebben we iets nodig dat én een grote afstand kan overbruggen én zeer zuinig werkt. Dat gat kan LoRa vullen.

LoRa komt erbij

LoRa staat voor Long Range Low Power. Via het LoRaWAN-netwerk (WAN is Wide Area Network) kunnen op regionaal, nationaal of globaal niveau apparaten aangestuurd worden. LoRa is een totaal nieuw netwerk. Je kunt er niet mee internetten, daarvoor is het veel te traag. Je verstuurt er geen MB’s mee, maar slechts enkele bytes, met een snelheid tot 50 kbit/s. Dat is niet veel, maar om sensoren te bedienen of apparaten aan of uit te zetten is weinig data nodig. Zie het LoRa-netwerk dan ook niet als een vervanger voor iets, maar complementair aan netwerken die er nu al zijn.

Wat gebeurt er in Nederland?

Langzaam maar zeker begint de aandacht voor het LoRa-netwerk er te komen. Zo bouwt KPN in Nederland een eigen variant, volgens het bedrijf gericht op de zakelijke markt. Dat draadloze netwerk wordt momenteel in Rotterdam en Den Haag getest, eind 2016 moet het in heel het land beschikbaar zijn. Naast KPN zijn ook kleinere partijen bezig met LoRa, zoals de Nederlandse initiatieven Draadloos Eindhoven en The Things Network.

In augustus van dit jaar startte The Things Network in Amsterdam met een dozijn antennes van elk 1200 dollar die dekking bieden in de hele stad. Daarna werd op Kickstarter succesvol een crowdfunding-actie gestart, waarbij mensen zenders en ontvangers konden kopen om het LoRa-netwerk ook elders de lucht in te krijgen. Met één zender van 200 euro konden backers een bereik van ongeveer vijf kilometer (tot wel 15 kilometer op het platteland) bewerkstelligen. Er kwam via Kickstarter bijna 3 ton binnen, van een kleine duizend mensen.

In Groningen en Drenthe zijn inmiddels al genoeg gateways aangeschaft om de hele provincie dekkend te maken. Verder zijn door het hele land al communities, waaronder in Amsterdam, Utrecht, Den haag, Friesland en Groningen, en ook in het buitenland timmert The Things Network aan de weg.

Een mooi idee van het initiatief is dat het een open source-project is. "Iedereen die het wil gebruiken, is vrij om dat te doen", zegt The Things Network-initiatiefnemer Wieke Giezeman. "Het netwerk is voor en door gebruikers." Dat betekent ook dat er geen abonnementskosten zijn voor gebruikers: het LoRa-netwerk is geheel gratis te gebruiken. Dat geldt overigens niet voor alle LoRa-netwerken. "Europese telefoonmaatschappijen zijn er ook mee bezig, maar zij steken er een hoop kapitaal in", zegt Giezeman. "Er komt een verdienmodel op dus daar zitten kosten aan."

Oplossing zoekt probleem

Omdat het een gloednieuw netwerk is, rijst er nog wel één vraag: wat gaan we ermee doen? "Toen het internet er kwam, wisten we ook niet dat er een Google, Facebook of Twitter zou ontstaan", zegt Giezeman. "We zijn nu in een stadium waarbij we nog niet helemaal weten wat je ermee kunt doen. We kijken nu al uit naar welke rare ideeën mensen komen om dit netwerk echt groot te gaan maken."

Wieke Giezeman, mede-oprichter van The Things Network.
Wieke Giezeman, mede-oprichter van The Things Network.

Waar het heen gaat is nog gissen, maar er zijn al toepassingen te noemen voor het netwerk. Denk bijvoorbeeld aan het aansturen van een thermostaat via LoRa. Daarnaast zou je LoRa kunnen gebruiken in slimme rookmelders, zodat je melding krijgt van een potentiële brand. Bijkomend voordeel voor apparaten met LoRa is dat het zo zuinig werkt, dat batterijen tot wel tien jaar meegaan. Dankzij LoRa kun je bijvoorbeeld ook van je vakantie-adres bepalen dat de lampen bij je thuis aanspringen en na een tijdje weer uitgaan, om potentiële inbrekers af te schrikken. Kortom: slimme oplossingen voor in huis.

Maar ook op andere gebieden zijn er mogelijkheden te bedenken. Voor locatie-gebaseerde toepassingen is LoRa perfect. Zo zou je kunnen bijhouden waar je fiets is gebleven of waar je kat uithangt dankzij sensoren in zijn halsband. Verder wordt het met LoRa mogelijk om straatverlichting te gaan plaatsen die pas aanspringt als je voorbij fietst. Op die manier wordt energie bespaard als er geen verkeer is én hoeft niemand door het donker naar huis.

Waar wachten we nog op?

LoRa komt eraan, maar is nog niet overal beschikbaar. Eerst worden er antennes geplaatst om het netwerk uit te rollen. In de toekomst kan LoRa naast thuis-toepassingen bijvoorbeeld ook interessant worden voor smartwatches en fitnesstrackers. Als die LoRa-ondersteuning krijgen, hoeven die apparaten niet meer constant verbonden te zijn met een smartphone om goed te werken.

De toekomst van LoRa is nog wat onzeker en daarom ook spannend. Het broeit, het komt. Er is een nieuw soort netwerk naast de bestaande netwerken. Eentje die in potentie een flinke impact kan gaan hebben op de ontwikkeling van de smarthome. Wij zijn benieuwd.

​Deze speciale editie van Bright Ideas wordt je aangeboden door Eneco.


Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.

Slimme stad voor en door slimme inwoners
Jop de Vrieze
door Jop de Vrieze
leestijd: 8 min min


Overal ter wereld haasten steden zich om 'smart' te worden. Veel top-down projecten zijn geflopt. Deze projecten zijn wél veelbelovend.

Songdo - Proeftuin voor de wereld

In Songdo rijden geen vuilniswagens. De inwoners van deze Zuid-Koreaanse stad, een half uur van de hoofdstad Seoul, storten hun afval in een buizensysteem. En dat is niet het enige futuristische, duurzame trekje van deze toekomststad-in-wording. Songdo werd de afgelopen vijftien jaar met hulp van de nationale overheid door een privaat bedrijf uit de grond gestampt als een soort zakencampus. De stad is voorzien van alles wat een (welvarende) mens zich kan wensen: luxe appartementen voor 90.000 inwoners, een groot park, een boulevard, winkelcentra en uitgaansgebieden, ruime straten en natuurlijk de nieuwste technologische snufjes, inclusief een groot interactief beeldscherm in elke woning.

Een centraal computersysteem verzamelt een gigantische hoeveelheid informatie over de stad en haar inwoners, om de omstandigheden te verbeteren. Meer nog dan een hypermoderne stad is Songdo een soort proeftuin voor wat we in 'gewone' steden de komende decennia kunnen verwachten. Dat is ook meteen het nadeel. Songdo is nog altijd maar voor een kwart bewoond en ondanks dat alles klopt, heeft de stad geen ziel. Zoals een journalist van World Finance in 2014 concludeerde: 'Songdo is the city of the future; all that is missing are the residents.'


Amsterdam - onze eigen trots

Dat Amsterdam in deze lijst opduikt is geen vorm van misplaatst chauvinisme. Ook internationale experts zien onze hoofdstad als een stad die goed meedoet op het gebied van technologische innovatie. Wat Amsterdam goed heeft begrepen, is dat je de smartness in een stad niet van bovenaf kunt opleggen. Dus in plaats van indrukwekkende contracten af te sluiten met grote bedrijven, schept Amsterdam liever de infrastructuur en ambiance waarin kleinere projecten kunnen floreren. Zo werd er onder meer een internet of things-netwerk gelanceerd met behulp van LoRa, een heel zuinige techniek die 3G en WiFi overbodig maakt voor apparaten en experimenteren Philips en Cisco samen met de vastgoedbeheerder van het Westergasterrein met slimme LED-verlichting.

Om de gecreëerde chaos enigszins samenhang te geven werd een heuse Chief Technology Officer (CTO) aangesteld, Ger Baron. Sinds begin december is er een Experience Lab geopend, waar zowel Amsterdammers als mensen van buitenaf kunnen zien waar de stad zoal aan werkt. De stad heeft onder meer een deal met de Amsterdam ArenA gesloten, om van dat stadion het meest innovatieve ter wereld te maken, op het vlak van crowdmanagement, energiebeheer en communicatie tussen en met het publiek. Ook werken verschillende partners in het project Rain Proof aan het beter bestand maken van de stad tegen de steeds vaker voorkomende hoosbuien, die door de verdichting van de stad bovendien meer overlast veroorzaken.

Masdar City - Duurzame oase in oliestaat

Wil je in Masdar City van A naar B, dan neem je in elk geval niet de auto. Masdar, een futuristische oase in de Verenigde Arabische Emiraten voor maximaal 50 duizend inwoners en 1500 bedrijven, heeft namelijk een ondergronds transportsysteem voor al het personentransport dat niet te voet kan worden afgelegd. De volautomatische elektrische voertuigen die hier doorheen rijden, zijn een soort hybride van de vliegende vehikels in cartoonserie The Jetsons en de liften die je in skigebieden de berg op en af transporteren. De ontwerper van deze vehikels is het Utrechtse 2Getthere. Belangrijkste kenmerk van de stad is duurzaamheid. De stad draait volledig op energie afkomstig uit het alomtegenwoordige zonlicht, wind, aardwarmte en op termijn ook elektriciteit uit waterstof. Drinkwater wordt geproduceerd met een op zonne-energie draaiende ontziltingsinstallatie en afvalwater wordt zoveel mogelijk hergebruikt voor de irrigatie van gewassen. Een muur om de stad moet woestijnwinden tegenhouden en er is alles aan gedaan om zoveel schaduw en isolatie te creëren dat airco's overbodig zijn. Kosten van het in 2006 begonnen project: 19 miljard dollar, deels opgebracht door een groot aantal internationale bedrijven. Door de financiële crisis heeft de bouw wel flink wat vertraging opgelopen. Het eerste deel is dit jaar opgeleverd, de rest volgt tussen 2020 en 2025.

Medellin - kwaliteit van leven voorop

Ooit was de Colombiaanse stad Medellin een van de meest gewelddadige plekken op aarde. Maar de afgelopen jaren is het moordcijfer met tachtig procent gedaald en de lokale overheid werkt hard aan het verbeteren van de leefomstandigheden voor kwetsbare groepen in de samenleving. In 2013 troefde de stad New York en Tel Aviv af in de strijd om de titel voor de 'meest innovatieve stad ter wereld', uitgeloofd door Wallstreet Journal Magazine en het Urban Land Institute (ULI). Medellin won niet op basis van technologische snufjes, maar een bredere visie. Zoals het ULI verklaarde: "De meest innovatieve steden woekeren visies aan, nemen drempels weg en koesteren samenwerking om de kwaliteit van leven voor de inwoners te verbeteren."

Medellin werkt met participerend budgetteren - vijf procent van het stadsbudget wordt uitgegeven aan lokale projecten, zoals gezondheidscentra en onderwijsinstellingen die worden gesteund door de burgers. Ook heeft de stad gezorgd voor laagdrempelig transport en goede verbindingen tussen armere en meer welvarende gebieden, computers en internet voor armen, onder meer voor het afnemen van doktersconsulten, gratis fietsen en een systeem om de luchtkwaliteit in verschillende wijken inzichtelijk te maken.

Chicago, Santander, Singapore, Barcelona - slimmer spenderen

Op veel vlakken wordt verwacht dat big data kostenbesparingen kan opleveren voor stadsbestuurders. Zo gebruikt de Amerikaanse stad Chicago voorspellende analysemodellen om te bepalen waar ze op de meest effectieve manier rattengif kunnen verspreiden om rattenplagen te voorkomen. De stad zegt daarmee de bestrijding 20 procent effectiever te hebben gemaakt. Ook gebruikt Chicago modellen die voorspellen welke restaurants meer geneigd zullen zijn tot het overtreden van de warenwet, om zo inspecteurs effectiever in te zetten. Chicago houdt deze kennis niet voor zichzelf: het stadsbestuur stelt de codes op basis waarvan deze algoritmes werken ter beschikking, open source, uiteraard in de hoop dat anderen dat ook doen.

Andere voorbeelden van slimmer stadsbeheer zijn sensoren in prullenbakken zodat de vuilniswagens er alleen naartoe hoeven te rijden wanneer die vol zijn (Barcelona), sensoren in taxis en op wegen om het verkeer te managen (Singapore) en sensoren die automobilisten kunnen helpen snel een parkeerplek te vinden (Santander, Spanje).

Parijs, Bejing, Reykjavik, Boston - Democratie 2.0

Verschillende steden experimenteren met apps waarmee burgers op een laagdrempelige manier kunnen meedenken over hun stad. Dat varieert van FixMyStreet in Groot-Brittannië, Boston Street Bump in de VS en het vergelijkbare I Love Beijing in China, tot de site Better Reykjavik, waar inwoners van de IJslandse hoofdstad hun ideeën kunnen achterlaten en die van elkaar becommentariëren en liken. Maandelijks bespreekt het stadsbestuur de populairste ideeën. De stad Parijs heeft 500 miljoen euro vrijgemaakt voor grote projecten afkomstig uit de koker van burgers, die zijn binnengekomen via de app Madam Mayor, I have an idea. Zo werd onder meer besloten twee miljoen uit te trekken voor de aanleg van vertikale tuinprojecten op gebouwen, nadat 20 duizend mensen op dit voorstel hadden gestemd. Niet alleen in sterk ontwikkelde steden kunnen burgers trouwens met hun digitale feedback terecht. In India kunnen burgers aanrandingen rapporteren via de Safecity-website en het Filipijnse Manilla heeft de 'I am part of the solution'-app voor het melden van machtsmisbruik door ambtenaren. In het Indonesische Jakarta kunnen burgers via de Qlue-app kiekjes uploaden van ongure plekken zoals verlaten auto's en kapotte straten. Niet alleen overheden, maar ook activisten kunnen van deze gegevens gebruik maken om verandering te bewerkstelligen.

​Deze speciale editie van Bright Ideas wordt je aangeboden door Eneco.

Auteur

Jop de Vrieze schrijft als wetenschapsjournalist artikelen voor uiteenlopende uitgaven als NRC, Kijk, NWT, Intermediair, Quest, Marie Claire en NU.nl. De nadruk legt De Vrieze op gedrag en cognitie, maar hij wijkt ook graag uit naar de medische, technologische of biologische kant, zoals met zijn nieuwste boek.

‘Toon® over twee jaar in 1 miljoen huizen’
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 6 min

Toon® van Eneco is aan het uitgroeien van een handige thermostaat tot het middelpunt van je smart home. Eneco verkoopt Toon zelfs aan klanten die geen stroom of gas bij Eneco afnemen. Erik van Engelen, directeur consumenten bij Eneco, vertelt hoe dat zo gekomen is en waar Toon zich naartoe ontwikkelt.


Waarom ben je als energieleverancier een thermostaat gaan verkopen?

"In 2009 zijn we in gesprek geraakt met het bedrijf Quby, die hadden het idee voor een thermostaat waarmee je je energieverbruik kon zien", zegt Erik van Engelen. Inmiddels is Quby door Eneco overgenomen en kennen we de thermostaat als Toon. "Twee belangrijke inzichten speelden daarin een rol: ten eerste was de energierekening altijd een soort black box. Het is eigenlijk heel gek dat je een heel groot deel van je maandelijkse uitgaven besteedt aan een dienst waarbij je aan het eind van het jaar pas je afrekening krijgt. Je wist toen tussentijds niet wat de eindafrekening zou gaan worden. Wij vonden het heel belangrijk om mensen wel dat inzicht te kunnen bieden. Zodat ze gericht kunnen besparen als ze dat willen."

"Het tweede punt is dat wij als Eneco tot dat moment een heel eenzijdige relatie met onze klant hadden. Wij leveren elektriciteit en gas, één keer per jaar stuurden we de rekening en dat was het wel qua interactie. Voor ons bood de slimme thermostaat echt de ideale oplossing om mensen aan de ene kant inzicht te geven in hun energieverbruik en -kosten, en aan de andere kant een heel andere klantrelatie met ze op te bouwen."

Mensen kijken elke dag wel even op Toon. Vroeger hadden we vier minuten per jaar contact met de klant, nu eerder vier keer per dag. Gebruikers wijzigen de temperatuur, vergelijken met vrienden, kijken naar het weerbericht of schakelen hun lampen aan of uit. Daarnaast zoeken we de interactie met de klant op door via Toon tips te geven hoe je energie kan besparen. En het aantal functies groeit enorm. Waar we voorheen dus redelijk onzichtbaar waren, hebben we nu een heel prominente plek in het huis. Opeens ben je relevant geworden, waar je dat vier jaar geleden nog niet was."

Hoe is de reactie van Toon-gebruikers, en is die door de jaren heen veranderd?

"Toen we begin 2011 met ons marktonderzoek begonnen, zag je dat mensen graag inzicht wilden hebben in hun energieverbruik. Maar als je ze toen vroeg daar 200 euro voor te betalen, plus 3,50 servicekosten per maand, reageerden klanten toch in de trant van 'maar ik heb thuis nog een goed werkende thermostaat hangen'."

"Toch is Toon wat dat betreft misschien een beetje te vergelijken met de iPad: als Steve Jobs de mensen had gevraagd wat ze wilden hebben was dat waarschijnlijk geen iPad geweest. Wij geloven op dezelfde manier in Toon, omdat het ook de kern van onze duurzame strategie is, waarbij klanten steeds vaker zelf energie opwekken en met slimme toepassingen 'in control' zijn. Toen we begin 2012 de registratie voor Toon openden waren we verrast over het aantal mensen dat interesse had in Toon. Binnen no time hadden we tienduizend mensen die geïnteresseerd waren."

"In het begin kwamen de mensen denk ik heel erg af op het gadget-gehalte van Toon. Inmiddels zien we een erg hoge klanttevredenheid, en krijgen we positieve scores in een markt van energieleveranciers die normaal gesproken vrij negatief beoordeeld worden. En we zien dat huidige klanten niet meer weggaan, wat in de energiemarkt toch wel het hoogst haalbare is. Dus als je kijkt naar die nieuwe relatie met de klant die we een aantal jaar geleden wilden opbouwen, dan hebben we die echt gevonden. Bovendien verkopen we nu elke minuut een Toon, om maar aan te geven hoe de vraag naar het apparaat is."

Toon spreekt inmiddels dus meer mensen aan dan alleen gadget-liefhebbers. Denk je dat Toon op die manier kan uitgroeien tot het centrale punt, de hub van het smart home?

"Ik heb wel de neiging daar ja op te zeggen, ik denk dat ook, maar de toekomst moet dat natuurlijk uitwijzen. We zijn in ieder geval flink aan het ontwikkelen op dat vlak: je kunt Philips Hue-lampen via Toon bedienen, de opwek van je zonnepanelen inzien, je rookmelder koppelen, en we werken aan een koppeling met de NS Reisplanner."

"En de vraag is of we het over vijf jaar nog over een thermostaat aan de muur hebben, of dat Toon dan veel meer een dienstenplatform is, waar allemaal smart home-oplossingen op draaien. Ik denk dat we nu in een tussenfase zitten, en we ontwikkelen naar een hub met aansturing van zonnepanelen, elektrische auto, de Tesla-batterij die in je huis hangt."

Toon was in eerste instantie alleen beschikbaar voor Eneco-klanten. Nu wordt Toon ook verkocht aan mensen die bij een andere leverancier energie afnemen. Trekt dat nieuwe Toon-klanten aan?

"Dat trekt zeker nieuwe klanten aan. Voorheen trokken we nieuwe klanten aan die om Toon naar Eneco overstapten. Maar nu zien we ook dat het apparaat onder klanten van andere aanbieders aanslaat. Wij willen gaan uitbreiden en eind 2017 1 miljoen Toons verkocht hebben. Als je die ambitie hebt, waarom zou je het dan beperken tot je eigen klantenbestand?"

"Daarnaast: wat is je eigen klant nog? Je kunt heel beperkt zeggen: iemand met een energiecontract is een klant. Wat mij betreft is iedereen die een relatie heeft met één van onze producten een klant. De strategie voor ons is echt om Toon aan zoveel mogelijk mensen te verkopen, en een zo groot mogelijk platform te bouwen. Als je vooruit wil moet je juist niet achterover gaan leunen. We hebben nu ruim tweehonderdduizend Toons verkocht, maar we willen verder vooruit."

Als platform ligt Toon nu nog volledig in jullie handen. Gaat dat veranderen?

"We hebben inderdaad de bedoeling om binnenkort een open API van Toon te introduceren. Want om verder te komen heb je aan je eigen ontwikkelaars niet genoeg, en dat moet je ook niet willen. We willen juist een platform gaan bieden waar straks misschien wel tienduizenden mensen toepassingen voor verzinnen en maken."

Biedt het openstellen van een apparaat als Toon ook nog gevaren, op bijvoorbeeld het vlak van privacy?

"Privacy is een ontzettend belangrijk punt voor ons, zeker omdat wij bij de gratie van vertrouwen leven. We zijn er altijd zeer voorzichtig mee en verkopen ook geen data. We slaan data ook lokaal op, zodat we er zelf ook geen toegang toe hebben. Als we een dienst aanbieden waarbij we data van klanten wel nodig hebben, dan vragen we altijd toestemming van de klant."

"Binnenkort komen we bijvoorbeeld met de dienst KetelComfort, waarbij de staat van de cv-ketel op een afstand kan worden afgelezen. Wil je daar gebruik van maken, moet je ons daar eerst zelf toestemming voor geven. We moeten volgens mij koste wat het kost een Big Brother-situatie vermijden, waarin dingen zomaar worden aangepast op basis van wat jij doet."

"Ik heb ook met een privacydeskundige gesproken over Toon, en die was heel erg huiverig over smart home-oplossingen, totdat hij begreep dat wij een maandbedrag voor de service rekenen. Toen begreep hij ons businessmodel. Want zodra de service gratis is, moet je je toch wel gaan afvragen of er geen ander verdienmodel is waar je als klant geen weet van hebt. Dat is bij ons niet nodig, wij maken heel duidelijk dat we geld voor Toon vragen, daar zit voor ons de waarde."

Hoe ziet de toekomst van energie in huis er met Toon uit?

"Begin 2017 verandert de manier waarop tarieven worden berekend. Dan zou je dus ook kunnen aansturen op wanneer je bepaalde apparaten wil laten draaien, om zo op de laagst mogelijke rekening uit te komen. Dan wordt het dus nog interessanter om Toon te hebben. Denk dan bijvoorbeeld aan het geven van opdrachten. Zo zou je bijvoorbeeld in kunnen stellen op Toon 'doe mijn was' of 'zet de droger aan wanneer het tarief het voordeligst is'."

Is Toon wat dat betreft een omslagpunt in wat Eneco als bedrijf is?

"Helemaal. Toon en het aanbieden van diensten is de toekomst. Het verdienen aan de levering van stroom en gas zal nog wel even doorgaan, maar dat is niet waar het naartoe gaat. Dat droogt een keer op. Het is moeilijk om aan zoiets als stroom veel toegevoegde waarde te geven. Dat zie je ook terug in de markt: het aantal aanbieders neemt toe terwijl de marges kleiner worden."

"Wij zien een wereld voor ons waarin we ons geld niet meer voornamelijk verdienen met de levering van energie, maar met de diensten die we in en om het huis gaan leveren."

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen, is vaste blogger bij Bright en is nu eindredacteur van Bright Ideas. Daarnaast is hij werkzaam voor NUtech. Houdt van alles met een batterij er in of stekker er aan.

Zo revolutionair was het Huis van de Toekomst
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 8 min

Het in 1989 in Rosmalen geopende Huis van de Toekomst toonde hoe slim wonen er in de toekomst uit zou zien. Maar hoe goed of slecht was initiatiefnemer Chriet Titulaer met zijn voorspellingen?

Op internet is hij niet meer te vinden. Alleen met enig geluk is hij via Marktplaats te verkrijgen: de ruim 25 jaar oude folder over het Huis van de Toekomst in het Autotron in Rosmalen die aan bezoekers van het huis werd uitgedeeld. In de folder wordt op een tekening van het huis een overzicht gegeven van ruim dertig technologieën en gadgets in het twee verdiepingen tellende showproject. Reeds bij binnenkomst was de motor van het revolutionaire centrale stofzuigsysteem te zien, waarmee in elke kamer van de woning gestofzuigd kon worden door een slang in een 'stofcontact' in de muur te steken en het stof met grote snelheid af te laten zuigen naar een tank in de kelder. In de woonkamer op de begane grond konden bezoekers verder kennismaken met een beeldtelefoon en een personal computer met een ingebouwde telefax en een ISDN-aansluiting. Centraal in de woonkamer stond een grote televisie, in de folder omschreven als "wandbrede televisie die veel scherper is dan de huidige tv's", waarmee een soort voorloper van de HDTV werd gepresenteerd. Voor beeld en geluid op de televisie was een goudkleurige compactdiscspeler in gebruik.

Spraakgestuurde bediening

In de hypermoderne keuken verderop op de begane grond was vrijwel alles te bedienen via een beeldscherm aan de muur. Met een druk op de knop was een heel kookboek tevoorschijn te toveren. Uniek was ook een chip die recepten kon voorlezen. In een aparte hoek van de keuken was verder plaats ingeruimd voor gescheiden afvalinzameling. 

Wat de toekomst allemaal ging brengen, was voor bezoekers ook goed te zien op de eerste etage van het huis (te bereiken per trap of via een unieke transparante schroeflift). Op de kinderkamer stond onder meer een CD-i-speler en een hieraan gekoppelde videoprinter. Andere opvallende zaken waren verder een spraakgestuurd toilet, een computergestuurd bad (met Spirlpool!), een terminal met telematicadiensten als telewinkelen en telebankieren, zonnepanelen boven grote glazen deuren en een glazen dak dat geopend kon worden door "Dak open" te roepen. Zelfs buiten waren moderne snufjes te vinden, zoals een grote trechter voor het opvangen van regenwater waarmee binnen de wc werd doorgespoeld.

250-tal nieuwe technologieën

Zeven jaar lang was het Huis van de Toekomst, een initiatief van wetenschapper, tv-maker en technologiefreak Chriet Titulaer, een drukbezochte showroom van futuristische technieken. Maar liefst 250 nieuwe technologieën zouden in het huis worden gedemonstreerd. In 1995 werd het door architect Cees Dam ontworpen huis (bouwkosten: ruim tien miljoen gulden) echter alweer gesloten. Na 3,5 miljoen bezoekers was de koek op. Volgens initiatiefnemer Titulaer was het huis niet meer innovatief genoeg. Contracten met participerende bedrijven liepen bovendien af.

Ruim 25 jaar later ogen veel technologische snufjes uit het Huis van de Toekomst tamelijk alledaags. Al zouden lang niet alle snufjes het redden. Faxen bijvoorbeeld zijn anno 2015 nauwelijks nog in gebruik. De destijds nog onbetaalbare CD-i-speler is tegenwoordig voor 25 euro te koop op Marktplaats. In de oude folder over het huis blijken verder twee belangrijke woorden te ontbreken: internet en digitaal. Een mogelijke verklaring? Internet zou pas twee jaar na de opening van het huis voor iedereen beschikbaar komen. Internetgebruik zou zich echter nog beperken tot het browsen op het World Wide Web. Digitale diensten en producten (voor in huis) moesten verder nog grotendeels worden uitgevonden.

Komst smartphone

Titulaer voorspelde niet alle toekomstige technieken. Niet al zijn voorspellingen waren ook even scherp. De destijds coolste nerd van het land had het soms ook mis. Met zijn meeste voorspellingen bleek hij een goede ziener. Zo voorspelde hij dat in huiskamers veel meer elektronische apparaten gebruikt zouden gaan worden. Titulaer voorzag bovendien de komst van televisies met talrijke themakanalen, interactieve encyclopedieën, slimme alarmsystemen en de aansluiting van huizen op het glasvezelnet. Gelijk kreeg hij ook met afvalscheiden in huis, het gebruik van zonnepanelen en het benutten van regenwater. Wat Titulaer alleen niet voorzag, was het gebruik van mobiele internetapparaten en handige apps. Vooral door de komst van de smartphone, het hart van het huis van de toekomst van nu, zou de werkelijkheid er toch anders uit komen te zien.

Onzichtbare technologie 

Anno 2015 staan in slimme woningen geen grote apparaten met ongekende features meer. Alles is plat en mobiel. Technologie is verder vrijwel onzichtbaar geworden. Zo ook in het 'Huis van de Toekomst van nu', de ultramoderne eengezinswoning van Verdi Heinz (39) in Teteringen. Drie jaar geleden verhuisde Heinz naar zijn zeer energiezuinige en milieuvriendelijke woning, waarin tegenwoordig allerlei experimenten met de nieuwste technologische snufjes plaatsvinden. Een groot deel van die snufjes wordt daarbij bediend met de smartphone. "Ik wil laten zien dat iedereen eenvoudig en betaalbaar een eigen 'huis van de toekomst' kan realiseren. En nog duurzaam ook", zegt Heinz. Om dat te bereiken, richtte hij de website Huis van de toekomst nu op en benaderde hij fabrikanten om nieuwe producten in bruikleen te krijgen en thuis uit te proberen. Het idee om van zijn huis een proeftuin van huisautomatisering te maken, was voor de Brabander een jongensdroom die uitkwam. "Het huis van Chriet Titulaer vormde hierbij een grote inspiratiebron", aldus Heinz.

De gemiddelde eengezinswoning van nu lijkt nog niet bepaald op het door Titulaer voorgespiegelde huis. Zag Titulaer de toekomst dus toch niet helemaal goed?

"Nee, dat kun je niet zeggen. Titulaer zette een huis neer waarin van alles mogelijk was. Maar niet met het idee dat alles wat er stond in de toekomst bij iedereen in huis gebruikt zou gaan worden. Bepaalde dingen vind je nu nog terug in slimme huizen, alleen niet in eenendezelfde woning. Het Huis van de Toekomst was ook meer een showcase, bedoeld om industrieën te stimuleren meer na te denken over toekomstige technologieën. Dat doel is zeker bereikt." 

Het Huis van de Toekomst zat boordevol techniek en gadgets. Welke daarvan herinner jij je als toen echt revolutionair?

"Titulaer wist onder meer de HDTV te voorspellen. Toen was dat echt een revolutie. Een ander ding was de stofzuiginstallatie met zogenaamde stofcontacten in elke kamer. Dat systeem zou nooit iets worden, want totaal onpraktisch, maar het idee vond ik wel erg leuk en creatief. Revolutionair was ook de afvalscheiding die in het huis plaatsvond en het gebruik van regenwater voor het doorspoelen van de wc. Het huis was verder helemaal van glas en had mogelijk ook dubbele beglazing. Thuis heb ik nu al ramen met driedubbelglas."

Verdi Heinz van het 'Huis van de Toekomst van nu'.
Verdi Heinz van het 'Huis van de Toekomst van nu'.

Meerdere dingen in Titulaers huis waren spraakgestuurd, zoals het toilet en het dak. Was Titulaer ook hiermee zijn tijd ver vooruit?

"Zeker. Lichten automatisch aan en uit doen op timers of de locaties van je smartphone is al een paar jaar voor jan en alleman beschikbaar. Maar spraakbesturing komt nu pas voor het eerst om de hoek kijken. Met behulp van Siri en Apple HomeKit-apps kun je nu apparaten met elkaar laten samenwerken. Je kunt de Apple TV met je stem besturen of 'lichten aan, lichten uit' roepen om de verlichting in huis te regelen."

De grootste vergissing van Titulaer was volgens mij de CD-i-speler. Die zou snel achterhaald zijn. Welke andere zaken bleken achteraf gezien toch niet zo revolutionair?

"De CD-i-speler werd inderdaad een grote flop voor Philips. Al waren ze daarmee in 1989 nog best wel innovatief. Dat de speler geflopt is, lag ook niet aan de gebruikte techniek maar eerder aan de timing. Het apparaat was ook loodzwaar. De producten van de toekomst zouden alleen maar lichter worden. Het centrale stofzuigsysteem zou later snel worden ingehaald door het gebruik van de stofzuigrobot, die je nu voor 130 euro bij de Aldi koopt."

In het huis was ook een elektronisch systeem dat werkte met beeldschermen aan de muur. Zo kon je in de keuken bijvoorbeeld naar kookrecepten zoeken. Hoe werkte dat systeem, want in 1989 was er nog geen internet?

"Dat weet ik niet precies. In het huis stond een pc met een ingebouwde fax en een ISDN-aansluiting. Daarmee kon je brieven elektronisch versturen. Samen met het gebruik van een beeldtelefoon kwam dat het dichtst bij het gebruik van internet zoals we dat nu kennen. Spraak en data werden verder samengevoegd om te kunnen telewinkelen en telebankieren."

Had Titulaer volgens jou ook de komst van tablets, smartphones en mobiele applicaties moeten kunnen voorzien?

"Die vraag zou je hem zelf moeten stellen. Over mobiele telefoons heeft hij echter wel ooit een item gemaakt. Een van de grappigste filmpjes op mijn website is een filmpje waarin Titulaer op een Oudhollandse fiets zit en daarop een enorm log apparaat toont: de mobiele telefoon van toen. Het ding was erg zwaar om mee te nemen. Maar Titulaer kon vanaf zijn fiets wel mobiel bellen."

Critici van zogenaamde huizen van de toekomst zeggen tegenwoordig: in de huizen van de toekomst van nu kun je zien wat er in 2025 bij de kringloopwinkels ligt. Mee eens of niet?

"Het hangt ervan waar het om gaat. Je hebt tegenwoordig allerlei manieren om de verlichting met je smartphone te bedienen. Vier jaar geleden was dat nog bijzonder. Maar nu begint het gewoon te worden. Over tien jaar is het zelfs zo gemeengoed dat je in de kringloopwinkels de apparaten vindt die nu hiervoor worden gebruikt. Al zul je er dan geen lamp vinden voor de Hue-verlichting van Philips. Die zullen door de meeste mensen gewoon zijn weggegooid."

Jouw huis is geïnspireerd op het Huis van de Toekomst in Rosmalen. Wordt jouw smarthome ook helemaal gesponsord?

"We hadden wel sponsors, maar dat zijn nu partners geworden. Die partners geven ons hun spullen in bruikleen. Dat zijn spullen die nog maar net uit zijn of binnenkort op de markt komen. Thuis spelen we hier met hartenlust mee. En iedereen heeft er een kritische mening over. Niet alleen ik, maar ook mijn vrouw en kinderen. We kunnen door onze partners ook hypermodern wonen. Achterin de tuin kunnen we nu met een router van Linksys films op Netflix streamen. Ook ben ik veel met smartcams in de weer. Die filmen de hele dag in full-HD en met nightvision alles wat er in en om het huis gebeurt. Een smartcam kan een samenvatting van twee minuten maken van het feestje dat je net hebt gehouden. Je slaat zo makkelijk leuke herinneringen op. Je kinderen doen bovendien een stuk spontaner dan als je met de camera achter ze aan loopt. Het is een leuk nieuw item in huis. Al hebben vrienden het altijd eerst over het Big Brother-gevoel. Ze vinden het bezwaarlijk dat je alles kunt zien. Als mensen in hun neus zitten te peuteren, staat dat er ook op. Die weerstand had ik vroeger ook. Toch vind ik dat je al die producten moet uitproberen. En uiteindelijk zie ik ook in mijn omgeving dat mensen toch een smartcam gaan gebruiken."

In het Huis van de Toekomst van Titulaer waren 250 demonstraties van nieuwe technologieën te zien. Hoeveel smarthome-toepassingen zijn in jouw huis te bewonderen?

"Wow, dat moet ik toch nog een keer uitzoeken door ze allemaal te tellen. Maar het zijn er zeker geen 250. Titulaers huis werd ook gesponsord door meer dan honderd bedrijven. Het had bovendien een groot oppervlak om te vullen. Mijn smarthome is veel kleiner. Ik heb echter het geluk dat fabrikanten me aardig vinden en me hun dingen opsturen."

Zijn er in jouw huis ook bepaalde technologieën in gebruik die ook 25 jaar geleden in het Huis van de Toekomst werden toegepast?

"Ja, de HDTV. Al hebben wij hier nu 4K Ultra HDTV. Die televisie is intussen ook veel verder ontwikkeld in vergelijking met ruim 25 jaar geleden."

Wat zijn de grote verschillen tussen de huizen van de toekomst toen en nu?

"Een heel belangrijk verschil is dat in 1989 veel technologieën en gadgets nog onbetaalbaar waren. En tien jaar daarna nog steeds. Veel apparaten kon je bovendien niet zelf installeren. Er werd verder vrijwel geen rekening gehouden met stroomverbruik en het productieproces, dus ook niet met Cradle to Cradle of de carbon footprint als duurzaamheidsaspect. Daar werd toen nog helemaal niet over nagedacht. Nu kun je ook elke elektronicawinkel binnenlopen voor een setje Hue-lampen. De peperdure afstandsbediening uit domoticaprojecten heb je verder helemaal niet nodig. Die afstandsbediening heb ik al in mijn binnenzak, namelijk de smartphone. Thuis schroef je de lampen erin en je bent klaar. Dat soort dingen zijn nu makkelijker en betaalbaar geworden. En het zelf installeren van apparaten is heel gewoon. Een ander groot verschil is dat in mijn huis ook echt mensen wonen. Dat was in Rosmalen niet. Titulaer gaf verder geen feedback aan fabrikanten over de gebruikte spullen, zodat ze aanpassingen konden doen aan hun soft- of hardware. Dat doen wij weer wel."

Als Chriet Titulaer nu zijn Huis van de Toekomst had laten bouwen, welke gadgets en technologieën had hij dan volgens jou getoond?

"Dat is moeilijk te zeggen. Bij Titulaer ging het om: wat kunnen we over 25 jaar? Dat was ver in de toekomst kijken. Maar ik denk dat hij niet had gekozen voor dingen die in de smarthomes van nu zijn te zien. Hij had een hele andere insteek gehad. Misschien had hij iets gedaan met de Hololens van Microsoft. Daarmee kun je, met de Hololens op, met je handen een gigantisch groot tv-scherm maken. Of je kunt spelletjes doen met figuurtjes die virtueel over tafel lopen. Mogelijk had hij ook iets gedaan met nieuwe apparaten voor duurzame energiewinning en -opslag. Bijvoorbeeld met de Tesla Powerwall, een batterij waarin je energie van zonnepanelen kunt opslaan. Of met Solar Paint, een verf voor op de ramen waarmee je zonlicht kunt omzetten in elektriciteit. Van die verf op de ramen zie je helemaal niets. En misschien had Titulaer nu ook wel een zelfrijdende auto voor de deur gezet."

​Deze speciale editie van Bright Ideas wordt je aangeboden door Eneco.


Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

Grand Gear: Powerwall
Tonie van Ringelestijn
door Tonie van Ringelestijn
leestijd: 6 min

Een overzicht van de beste nieuwe gadgets voor smarthomes, sinds kort te koop of binnenkort verkrijgbaar.


Tesla's thuisbatterij laat je zonnestroom opslaan

Met de Powerwall van Tesla kun je de energie van zonnepanelen thuis de hele dag door opslaan, zodat je de stroom later weer kunt gebruiken. Dat is handig, omdat je momenteel een lagere vergoeding krijgt als je meer energie levert aan het net dan dat je zelf gebruikt. Deze vorm van opslag van zelf opgewekte energie kan uiteindelijk een grote rol gaan spelen in de overgang naar een duurzamere energievoorziening. De Powerwall kost momenteel 3675 euro, zonder de kosten voor de installatie. Eneco is in Nederland de eerste leverancier van Tesla's thuisbatterij. De Powerwall is vanaf februari verkrijgbaar en is al te reserveren.

Google-router met simpele app-bediening

Google heeft nu ook een eigen router, OnHub, waarmee je makkelijk een wifi-verbinding kunt opzetten. De bediening van de router, die met elke provider kan werken, gaat via een app. Met zijn cilindervorm ziet hij er zo goed uit dat je deze router voor de verandering niet achter de bank of in de kast verstopt. Ook dat is direct al gunstig voor het verbeteren van het bereik van je wifi. De OnHub heeft 13 antennes en schakelt vanzelf naar het minst belaste wifi-kanaal. OnHub is te bestellen via Amazon en kost vanaf 199 dollar.

Verwarm je huis met een server

Nederlandse startup Nerdalize laat je je huis verwarmen met de warmte die servers genereren. Consumenten betalen vervolgens geen stroomkosten meer en Nerdalize verkoopt de computerkracht aan bedrijven en wetenschappelijke instellingen. Normaal gesproken produceren datacenters heel veel warmte, waardoor er zelfs veel energie nodig is voor het koelingsproces. Nerdalize voorkomt dat door de krachtige computers ontwikkelde warmte verloren gaat. De designradiator met ingebouwde server past bovendien prima in je interieur. Dit slimme Nederlandse idee trok al internationaal de aandacht. Eneco heeft onlangs een belang in de startup genomen.

Homey laat je pratend apparaten besturen

De Nederlandse gadget Homey laat je met spraakcommando’s allerlei domotica-apparaten aansturen. Door te praten tegen de Homey kun je bijvoorbeeld je tv, hifi-set en andere hardware bedienen. Homey werkt met zeven verschillende radiotechnologiën, waardoor er heel veel apparaten worden ondersteund. Bij Homey zit ook een app voor iPhone en Android waarmee je dingen in huis kunt besturen. Homey is eind januari 2016 verkrijgbaar en kost 299 euro.

Draadloze speakers met stoffen jasjes

De twee nieuwe draadloze speakers van de Deense fabrikant Libratone hebben verwisselbare stoffen bekleding in verschillende kleuren. Het ronde design van de Zipp en Zipp Mini biedt een geluidsweergave in 360 graden. De speakers laten je draadloos muziek streamen via onder meer Bluetooth, Spotify Connect en Apple's AirPlay. De Zipp-speakers zijn aan hun draaghendel makkelijk naar een andere kamer mee te nemen. Op de ingebouwde accu kunnen ze minstens 8 uur muziek afspelen zonder in het stopcontact te hoeven. De speakers bieden ook een multiroom-functie, voor streamen van muziek via wifi naar maximaal zes speakers tegelijk in verschillende kamers. Leuk voor bij een feestje. De Libratone Zipp kost 299 euro en de Mini-versie kost 249 euro. 

Nieuwe Apple TV 

Sinds kort is de vierde generatie Apple TV in ons land te koop. De tv-settopbox werkt met Apple's nieuwe tvOS-besturingssysteem met snelle, frisse interface en de mogelijkheid om apps en games te installeren uit de App Store. De meegeleverde afstandsbediening heeft onder meer een touchpaneel, waarmee je makkelijk door de menu's 'veegt'. De stembediening via Siri werkt nog niet in Nederland. De nieuwe Apple TV kost 179 euro (32GB) of 229 euro (64GB).

Slimme thermostaat Toon® als centrale hub in huis

Toon® van Eneco is niet alleen een slimme thermostaat, waarmee je meer inzicht in je energiegebruik krijgt. Je kunt er ook allerlei apparaten op afstand mee bedienen, via de Toon zelf aan de muur, of via de handige app voor smartphones en tablets. Zo bedien je met Toon je Philips Hue-lampen, slimme rookmelders en apparaten die zijn aangesloten op slimme stekkers. Met Toon kun je ook beter in de gaten houden hoeveel energie de apparaten in je huis verbruiken. Daardoor wordt het makkelijker om te gaan besparen. Toon is inclusief installatie beschikbaar voor 275 euro plus 3,50 euro per maand voor Eneco-klanten. Wie Toon zonder energiecontract bij Eneco koopt, betaalt maandelijks 4,95 euro om gebruik te kunnen maken van alle functionaliteiten.

Nadia test Toon van Eneco

 

​Deze speciale editie van Bright Ideas wordt je aangeboden door Eneco.

Auteur

Tonie van Ringelestijn (@tonie) was vanaf 1999 een van de eerste (en meest fanatieke) bloggers in Nederland. Sinds onze start in 2005 doet hij dat ook voor Bright. Hij werkte ook jarenlang voor kranten, persbureaus, tijdschriften, radio en tv. Sinds 1 januari 2014 is Tonie eindredacteur van Bright.nl en sinds 2015 ook van Bright Ideas.