Inhoudsopgave
    

Kunst van online privacy-issues
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 8 min

De Belgische mediakunstenaar Dries Depoorter maakt opvallende installaties met als onderwerpen privacy, online identiteit en surveillance. "Mijn installaties moeten vragen opwerpen."

In Nederland is hij nog tamelijk onbekend. Onterecht. De Belgische mediakunstenaar Dries Depoorter (26) heeft namelijk al een reeks opmerkelijke interactieve projecten op zijn naam staan. Daarbij nam hij deel aan tal van exposities en kunstmanifestaties in heel Nederland, waaronder het Fiber Festival, het IDFA Doclab, het Gogbot-festival en de Dutch Design-week. Zijn eerste interactieve media-installaties voor een groot publiek presenteerde hij al in 2013 in cultuurhuis De Brakke Grond in Amsterdam. Een goed overzicht van zijn werk biedt Depoorters eigen website, waarop alle projecten in chronologische volgorde onder elkaar staan. Grootste overeenkomst? De thema's privacy, online identiteit en surveillance, die in veel van Depoorters werken terugkeren. 

Dries Depoorter
Dries Depoorter

Eigen online privacy

Eén van zijn eerste kleine projecten, 24h Soundwave (2011) geheten, was een verkenning van zijn eigen privacygrenzen. Met een klein opname-apparaat nam Depoorter 24 uur lang zijn eigen gesprekken op. De opnames werden vervolgens als mp3-bestand op zijn website aangeboden. Een deel van de bestanden was echter zo privé dat ze alleen beluisterd konden worden tegen betaling. Na 24h Soundwave zou hij nog meer persoonlijke data op internet gooien. In zijn webproject genaamd Here konden bezoekers van zijn site hem dagelijks volgen aan de hand van zijn gps-gegevens op Google Streetview.

Voor het project Screenshot a day maakte hij verder een softwareprogrammaatje dat gedurende een maand dagelijks op een willekeurig tijdstip een screenshot maakte van zijn computerscherm en dit automatisch op zijn accounts op Twitter en Facebook en op zijn website plaatste. Een ander klein privacyproject was Copy-Memory, waarmee hij tweets maakte van dingen die hij op zijn computer kopieerde.

Trojan Offices
Trojan Offices

Installaties

Afgelopen jaren realiseerde Depoorter echter vooral installaties van monitoren waarop in realtime beelden te zien waren die door de kunstenaar eenvoudig van het internet werden geplukt en afkomstig waren van tal van openbare webcams en vaak onbeveiligde bewakingscamera's. Eén van de eerste grote installaties die hij maakte rond het thema surveillance was Trojan Offices, een video-installatie waarmee hij een eerbetoon bracht aan de allereerste webcam die in 1991 online ging en beroemd werd als de Trojan Room coffee pot. 

Andere installaties met webcams als hoofdonderdeel waren Jaywalking en Seattle Crime Cams. Voor Jaywalking combineerde de Belgische kunstenaar verschillende datastromen voor één installatie. In de installatie konden beelden van verkeerswebcams op kruispunten in verschillende landen worden bekeken. Kijkers mochten bovendien roekeloos overstekende voetgangers beboeten door screenshots te sturen naar een politiebureau in de buurt. Opvallend was ook de installatie Seattle Crime Cams, waarmee Depoorter van zijn kijkers de ultieme ramptoerist op afstand maakte door ze via webcams virtueel deelgenoot te maken van plaatselijke delicten in Seattle.

Jaywalking - druk op de rode knop
Jaywalking - druk op de rode knop

Profielfoto's op sociale netwerken

Afgelopen jaren richtte Depoorter zich met zijn werk ook op grote sociale netwerksites. Voor het project Tinder In vergeleek hij profielfoto's van gebruikers op LinkedIn en Tinder. Depoorter: "Het idee was om een sociaal netwerk te vinden dat totaal het tegenovergestelde was van LinkedIn. Waar ik op uit kwam was de datingsite Tinder. Grotere verschillen tussen twee netwerksites zijn nergens anders te vinden. Met gebruikmaking van profielfoto's van gebruikers ben ik vervolgens een installatie gaan maken." 

Tinder In
Tinder In

Voordat je in Gent Mediakunst ging studeren, heb je zes jaar elektronica gestudeerd. Die combinatie van studies lijkt me een goede basis voor je werk als mediakunstenaar, of niet?

"Klopt. Maar het was zeker geen logische keuze om na een technische richting een kunstrichting te volgen. Na zes jaar elektronica wou ik echter iets creatiefs doen met de opgebouwde kennis. In de studie Mediakunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent kon ik dat volop doen. Ik wist niks van kunstgeschiedenis, maar zag dat altijd als een voordeel. Ik hou sowieso niet van teveel blablabla. Ik maak liever iets. Voor mij is het ook belangrijk dat je geen kunstachtergrond moet hebben om mijn werk te kunnen begrijpen. Mijn docenten aan de kunstschool snapten dat niet echt, maar daar trok ik me weinig van aan."

Hoe lastig is het om installaties te maken rond thema's als internet, privacy en surveillance?

"Best wel lastig. Maar een groot deel van mijn werk gaat nog steeds over dezelfde thema's. Het zijn ook de onderwerpen waarmee ik geleidelijk aan iets ben gaan doen. Toen ik nog student Mediakunst was, gaf ik privégegevens van mezelf weg. De discussies over privacy-issues waren ook nog niet zo groot. Maar er waren al genoeg dingen waarover je vragen kon stellen. Op een bepaald moment was ik mijn eigen informatie echter beu. Daarom ben ik ook naar de privacy-issues van anderen gaan kijken."

Wat leverden al die ludieke privacy-experimenten van jou op aan informatie?

"Het gaf mij een gevoel dat mijn vrienden en familie constant over mijn rug meekeken als ik op internet zat. En eigenlijk niet alleen zij, maar het hele internet. Het veranderde mijn gedrag wel. Persoonlijke e-mails beantwoordde ik bijvoorbeeld heel snel. Ook bezocht ik bepaalde websites niet meer. En chatgesprekken met vrienden maakte ik heel klein, zodat je alleen de laatste zin kon lezen. Ik had verder niet het idee dat ik iets verkeerds deed. Het is ook heel anders als je denkt dat familie en vrienden meekijken naar wat je op internet doet in plaats van grote bedrijven, zoals Google of Facebook, die zo informatie over je verzamelen."

Hoe nam je de audio op voor 24h Soundwave en waarom heb je ook audio-opnames uit je privéleven te koop gezet op je website?  

"Ik heb een speciaal opname-apparaat bevestigd aan mijn riem. Zo kon ik vrij professionele opnames maken. De audio die ik daarna gedurende 24 uur opnam, kon op mijn site worden afgespeeld. Sommige stukjes audio wilde ik alleen tegen betaling aanbieden. Dat waren gesprekken met mijn vriendin en mijn moeder, die heel privé waren. Mensen konden deze daarom eenmalig kopen. De prijs was afhankelijk van de waarde die ik er zelf aan gaf. Dat varieerde van vijf tot vijfhonderd euro."

Heb je ook daadwerkelijk mp3's verkocht?

"Een paar, ja. Maar ik weet niet door wie ze zijn gekocht. En ook niet wat ze ermee hebben gedaan."

Voor je project Seattle Crime Cams zette je de Raspberry Pi 2 in bij een soort van computerset-up voor een politiekantoor. In je installatie konden mensen live-internetbeelden bekijken van bewakingscamera's in Seattle, maar ook live-audio horen van 911-oproepen. Hoe lang ben je met die installatie bezig geweest?

"In totaal heb ik er twee weken dag en nacht aan gewerkt. In dezelfde tijd werkte ik ook aan Jaywalking, een andere installatie rond het thema surveillance. De installaties maakte ik met steun van De Brakke Grond in Amsterdam en waren te zien tijdens het IDFA Doclab."

Seattle Crimecams
Seattle Crimecams

Voor Seattle Crime Cams moest je webcams hacken om meer frame-rates te krijgen, klopt dat?

"Klopt. Die webcams gaven één frame per minuut, wat erg weinig is. Door aanpassingen in de broncode van de site waar de webcams op stonden kon ik het aantal frames vergroten en was het redelijk makkelijk om in realtime een constante stroom bewegende beelden uit te zenden."

In Jaywalking konden mensen over het lot van roekeloos overstekende voetgangers beslissen. Met een druk op de knop was een screenshot van een verkeersovertreding naar een  politiebureau ergens in dezelfde buurt te sturen. Pleegden nog veel mensen zo verraad? 

"Ja, negentig procent van de bezoekers drukte op de rode knop als iemand overstak. Dat verbaasde me niets. Mensen hoefden namelijk geen persoonlijke gegevens op te geven om een melding te kunnen doen. Alles ging geheel anoniem. Door de knop rood te maken, heb ik het ook extra aanlokkelijk gemaakt om hierop te duwen." 

Werd er in de praktijk ook echt iets met de meldingen gedaan door de politie?

"Dat weet ik niet. De politie heeft nooit iets teruggezonden naar de mailadressen die ik voor de meldingen gebruikte. Maar ik denk niet dat er ook echt boetes zijn uitgedeeld. Hoogstwaarschijnlijk zijn de verstuurde meldingen in spamfilters van de politie terechtgekomen. De resolutie van de webcams was soms ook zo laag dat mensen in screenshots niet herkenbaar meer waren."

Je installatie Trojan Offices was een eerbetoon aan de allereerste online webcam. Veel oude webcams op kantoren blijken nog steeds te zijn aangesloten op internet, zo ontdekte je.

"Klopt. Die eerste webcam werd 25 jaar geleden door computerwetenschappers van de University of Cambridge geïnstalleerd. Die stond in een ruimte van het lab, de zogenaamde Trojan Room, en was gericht op een koffiezetapparaat. Ik kwam erachter dat veel van die oude kantoorwebcams nog steeds toegankelijk zijn via een simpel standaard fabriekswachtwoord uit de handleiding van die camera's. Zo kreeg ik opeens toegang tot honderden kantoren."

Wat waren bijzondere momenten die mensen via deze installatie te zien kregen? 

"Grappig was een live registratie van een camera die in een soort van wachtruimte achter iemands computer stond. Daardoor kon je perfect zien wat er op het scherm stond. De mevrouw achter die computer zat constant het kaartspel Patience te spelen. Een andere keer zag je een man die op zijn toetsenbord in slaap was gevallen. Of een kerel die echt een uur lang onder zijn bureau gehurkt zat om iets te doen. Daar kon je wel vragen bij stellen. Voor toeschouwers waren er ook veel saaie momenten. Alles was immers live. Mensen moeten dan lang kijken om iets leuks te kunnen zien."

Vaak tonen je installaties beelden van webcams die onbeveiligd zijn. Heb je ook wel eens het gevoel dat je zo een grens overschrijdt en iets laat zien dat niet voor onze ogen is bedoeld? 

"Nee, ik probeer altijd net onder de grens te blijven. Ik heb nu zelfs een advocaat die me steunt en advies geeft om onder die privacygrens te blijven. Een jaar geleden bood deze mij via een mailtje spontaan zijn diensten aan. Ik ken die persoon dus helemaal niet, wat ik wel grappig vind."

Webcams in kinderkamers, woonkamers, slaapkamers of op scholen en crèches: zouden die ook onderdeel van je werk kunnen zijn?  

"Nee. Het zal nooit mijn bedoeling zijn om mensen met mijn werk te kwetsen of te shockeren. Ik kijk wel wat er allemaal in de praktijk mogelijk is. Maar ik gebruik voor mijn installaties geen webcam die bijvoorbeeld ergens in een badkamer van een hotel hangt."

Behalve monitoren, wat gebruik je nog meer aan hardware voor je installaties?

"Meestal de Raspberry Pi, waaronder de Raspberry Pi 2. Maar ook een nieuwere versie: de Raspberry Pi Zero W. Dat is één van de allerkleinste computers die je op dit moment kunt kopen, en juist daarom zo aantrekkelijk. Je hebt een complete mini-pc die bijna helemaal in je portemonnee past. In het begin heb ik ook nog met Arduino gewerkt, een opensource-computerplatform bedoeld om microcontrollers simpel te maken. Dat is vooral handig voor hobbyisten, artiesten en kunstenaars." 

Hoeveel openbare en onbeveiligde webcams heb je eigenlijk in al je installaties verwerkt?

"Ik zou het niet precies kunnen zeggen. Voor Jaywalking heb ik drie webcams aangesloten en voor Trojan Offices zeven. Soms kies ik webcams uit een hele lijst. Voor Seattle Crime Cams kon ik tien camera's uit een lijst van zeshonderd beschikbare webcams selecteren. Die werden ook voortdurend geüpdatet. Veel webcams gaan ook offline. Of ze bieden niet dezelfde kwaliteit als andere webcams. Daarom moest ik ook constant webcams vervangen. Bij elkaar gaat het dus wel om honderden webcams die ik voor mijn installaties gebruik." 

Voor je project Tinder In heb je profielfoto's vergeleken die mensen gebruiken op LinkedIn en Tinder. Die foto's blijken vaak totaal verschillend te zijn. Toen mensen erachter kwamen dat jij hun profielfoto's gebruikte voor je werk, ontstond er online een discussie. De vraag was: kan dat allemaal wel wat Dries Depoorter doet? Als reactie heb je toen gezichten van mensen geblurd. Had je achteraf gezien toch iets verkeerds gedaan?

"Door de overweldigende reacties en hatemail die ik kreeg, heb ik de profielfoto's uiteindelijk geblurd. Ik had die reacties ook wel verwacht voordat ik de foto's online zette, maar niet zo hevig. Er waren zelfs mensen die me wilde aanklagen. Maar gelukkig heb ik geen rechtszaken meegemaakt. Tinder In was ook de enige keer dat ik echt over een privacygrens heen ben gegaan."

Wat wilde je echter met het project aantonen? Het feit dat profielfoto's op twee totaal verschillende sites ook totaal verschillende kanten van mensen laten zien?

"Het feit dat de foto's openbaar zijn en zo verschillend zijn, was een reden om er iets mee te doen. Als je die profielfoto's naast elkaar zet, is dat heel raar. In het begin voelde ik me wel een beetje schuldig dat ik setjes maakte van profielfoto's van mensen. Maar dat gevoel was weer snel voorbij. Het project ging eigenlijk ook niet over de mensen op de foto's zelf, maar over de manier waarop netwerken dicteren hoe onze profielfoto eruit moet zien."

Project Here
Project Here

Tegenwoordig wordt elke tien seconden vijf miljard gigabyte aan data gecreëerd. Voor gewone zielen is dat niet te bevatten. Hoe kijk jij daar als mediakunstenaar tegenaan? Geldt voor jou: hoe meer data, hoe beter? 

"Wat ik veel voor mijn werk doe, is datastromen met elkaar combineren. In Jaywalking heb ik bijvoorbeeld live webcambeelden van kruispunten gecombineerd met een teller die de hoogte van de boete liet zien. Dat maakt alles al een stuk minder saai. Voor mij geldt dus zeker: hoe meer data ik heb, hoe meer inspiratie ik krijg."

De kansen en gevaren van digitalisering: daar gaat het gros van je werk over. In een interview met Vice zei je dat je niets ziet in het Internet of Things. Waarom niet? 

"Je moet in Google eens zoeken naar Internet Of Shit. Dat is een Twitter-account waarop je dagelijks leest over aan het internet gekoppelde dingen die helemaal niet nodig zijn. Daar zitten echt de gekste apparaten tussen. Vier jaar geleden dacht iedereen nog dat het Internet of Things alles op zijn kop zou gaan zetten. Maar ik denk dat dat idee nu wel een beetje aan het verdwijnen is."  

Hoe voorkom je dat er door je werk niet een soort van digitale paranoia bij jezelf ontstaat of een weerzin tegen het internet?

"Ik doe veel dingen die andere mensen ook doen, zoals de webcam en microfoon afplakken. Maar ook kleine alledaagse dingen, zoals niet zomaar op elke plek gratis wifi gebruiken. Ik ben verder zeker niet paranoia. Dat valt reuze mee. Mijn weerzien tegen internet neemt ondanks alles ook niet toe. Doel van mijn installaties is vooral dat ze vragen opwerpen. Ik toon aan wat mogelijk is. Maar ik wil er verder geen uitgesproken mening mee verkondigen."

Jaywalking
Jaywalking

In één van je recentere projecten heb je de bekendste scene uit de film Titanic nagemaakt met plaatjes die je vond via Google Images. Daarvoor heb je een speciaal script gebruikt genaamd urlFrames. Wat was het idee hierachter?

"Ik maak voor mijn werk veel gebruik van Google Images Search, waarmee je plaatjes vindt die lijken op het plaatje dat je al hebt. Het leek me leuk om daar een beetje mee te spelen. Met een script genaamd urlFrames heb ik toen een grote hoeveelheid afbeeldingen naar Google gestuurd. Hetzelfde script heb ik daarna losgelaten op de bekende boegscene in de film. Dat waren in totaal vierduizend frames, die je bijna allemaal online kunt vinden. De zoekresultaten heb ik vervolgens als een geheel nieuw filmpje aan elkaar geplakt."

In het filmpje zitten zelfs afbeeldingen van zombies. Hoe zijn die erin gekomen?

"Vooral bij donkere frames vond Google allerlei vreemde plaatjes, zoals een afbeelding van een zombie. Soms vond Google ook foto's van Leonardo DiCaprio op de catwalk. Maar daar had ik zelf verder dus helemaal geen invloed op."

Je nieuwste project heeft weer iets met audio als hoofdonderdeel. Kun je daar al iets meer over vertellen?

"Ja hoor. Het project maakt gebruik van open microfoons. De installatie heet FlipSide Audio en maakt het mogelijk om de andere kant van de wereld te beluisteren. Sluit in het gras je headset aan en hoor de andere kant van de wereld, waar zich een microfoon bevindt. Dat is het hele idee. De installatie zal binnenkort al te zien zijn, als deze in première gaat tijdens het STRP-festival in Eindhoven op 24 maart."

Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

Urban farming: landbouw gaat de lucht in
Arnoud Groot
door Arnoud Groot
leestijd: 7 min

Technologie moet de voedselproductie effectiever en duurzamer maken. Met verticale boerderijen en robot farms.

In de boerderij van de toekomst lopen geen boeren in blauwe overalls en klompen rond, maar laboranten met witte stofjassen en mondkapjes. Eigenlijk dekt het woord boerderij inmiddels ook niet meer de lading. Groente en fruit worden in de toekomst namelijk gekweekt in enorme productiehallen. Die zijn gevuld met metershoge stellages van soms wel 20 lagen sla, andijvie, lof, boerenkool, spinazie en tientallen andere lage groene gewassen. Boven elke kweeklaag hangt een sterrenhemel vol LED-lampjes die de planten in een fel wit of mystiek paars licht baden. En aan de onderzijde lijken de gewassen geplant in meterslange witte lakens. 

Bij nadere inspectie gaat het om een fijn wit gaas van gerecycled plastic, waarin de wortels zijn vergroeid. Ze halen hun voedsel niet uit de aarde, maar uit een witte mist die door de hele lengte van de groeibakken nevelt. Deze mist, die als druppels aan de wortels plakt, bevat de mineralen en andere voedingsstoffen waarmee de planten hun dieet completeren.

Deze nieuwe manier om planten van voeding te voorzien heet aeroponics. Bij een soortgelijk alternatief, hydroponics genoemd, zijn de voedingsstoffen in water opgelost. Bijzonder praktisch, want daar kun je tegelijk ook vis in kweken. Bestrijdingsmiddelen behoren in deze nieuwe manier van landbouw tot het verleden; luchtsluizen en andere laboratoriumachtige veiligheidsmaatregelen houden ziektes en ongedierte buiten de deur. 

Grote uitdagingen

De noodzaak om onze voedselvoorziening naar een hoger plan te tillen is onomstreden. Volgens het VN rapport 'World population to 2300' telt de wereld in 2050 ruim 9 miljard menselijke bewoners. Een groot deel daarvan trekt naar de grote steden, terwijl de achterblijvende plattelandsbewoners voor een steeds grotere uitdaging komen te staan. De Economist Intelligence Unit verwacht dat de vraag naar voedsel de komende 30 jaar met 60 procent zal toenemen. Tegelijk wordt zoet water steeds schaarser, willen veel meer mensen regelmatig vlees eten en zorgen klimaatverandering voor steeds lastigere omstandigheden om voedsel te verbouwen.

En dat terwijl de agriculturele sector nu al een derde van de wereldwijde energieconsumptie, de helft van alle bruikbare grond en tweederde van de beschikbare zoetwatervoorraad opeist. Als we niet snel iets doen om onze voedselproductie effectiever te maken, roepen we letterlijk een rampzalige toekomst af over onszelf en onze aardbol.

Expertisecentrum

Wie daarom nu vast even wil zien hoe de boerderij van de toekomst er uit ziet, kan even langsrijden bij PlantLab, dat is gevestigd in de oude De Gruyter-fabriek in Den Bosch. Hier wordt de techniek geperfectioneerd om planten te laten opgroeien onder kunstlicht in zogenaamde klimaatcellen. Of even verderop, bij het op de Eindhovense High Tech Campus gevestigde GrowWise Center. Dat dit expertisecentrum voor innovatieve landbouw door Philips is opgezet is niet geheel toevallig. Urban farming, zoals de nieuwe manier van voedselproductie al wordt genoemd, staat of valt namelijk bij de ontwikkeling van meer effectieve en zuinigere vormen van LED-verlichting. 

Fotosynthese, ofwel het chemische proces waarbij planten licht als energievoorraad in hun bladeren opslaan, is niet perse gebonden aan zonlicht. LED-licht is voor veel planten juist een uitstekend alternatief, dat bovendien geen last heeft van langsdrijvende wolken of andere hindernissen. Vanwege de forse elektriciteitskosten en initiële investeringen zijn met deze technologie geproduceerde gewassen momenteel nog relatief duur. Dankzij de steeds schaarser wordende landbouwgrond enerzijds, en snelle ontwikkeling van zonne-energie en LED-lampen anderzijds, verwachten veel deskundigen echter dat dit de toekomst is van onze voedselvoorziening is. 

Lichtrecepten

LED-licht kan bovendien in vele verschillende spectra worden gegenereerd. Voorlopers in deze jonge branche werken al met specifieke lichtrecepten waarmee elk gewas precies het juiste spectrum, intensiteit en frequentie aan licht krijgt voor een optimale fotosynthese. Een van de voorlopers op dit gebied is Brightbox, een Venlose firma waarmee Philips nauw samenwerkt. Brightbox specialiseert zich namelijk in het formuleren van het ideale ‘groeirecept’ voor een groot aantal plantensoorten. Naast licht bevat dat groeirecept bijvoorbeeld ook de optimale hoeveelheid lucht, voeding en ook temperatuur en andere omstandigheden. En dat lukt, getuige het snel groeiende klantbestand in onder meer Noord-Amerika en Japan. 

Hoewel Nederland wereldwijd bekend staat om zijn innovatieve landbouwsector, pakken met name die landen urban farming namelijk echt groots aan. Gespecialiseerde firma’s als Urban Produce, Illumitex en AeroFarms openen in Amerika tegenwoordig om de haverklap nieuwe urban farms in oude fabrieksgebouwen en kantoren. Twee van de grootste urban farms staan momenteel in de Amerikaanse staat New Jersey. Deze zogenaamde AeroFarms zijn gebouwd in een oude staalfabriek en een voormalig paintballcentrum, en beslaan samen ruim 7.000 vierkante meter. Niet voor niets worden deze enorme hallen inmiddels ook wel vegetable factories genoemd. 

Robot farms

Die enorme schaal wordt alleen benaderd in Japan, waar landbouwgrond doorlopend wordt bedreigd door aardbevingen, overstromingen en nucleaire rampen. Zowel Sony, Fujitsu als Toshiba openden afgelopen jaren groentefabrieken in eigen land, terwijl de collega’s van Sharp recent onder meer een aardbeienfabriek openden in Dubai. De in 2006 gestarte Japanse specialist Spread opent dit jaar in Kyoto zelfs de eerste geheel geautomatiseerde robot farm. Stel je daarbij overigens geen glimmende ijzeren mannetjes voor die op wieltjes met een gieter langs de groeistellages rijden. Het zijn namelijk de groeistellages zelf die worden uitgerust met lopende banden en mechanische armen.

Die kunnen in hoog tempo stekjes inzaaien en volgroeide kroppen sla uit de grond kunnen trekken. Dankzij dit verregaande specialisme kunnen de robots 30.000 kroppen sla per dag oogsten. Bovendien kan deze Japanse slafabriek dankzij de buitengewoon efficiënte werkomgeving liefst 98 procent van het benodigde water recyclen. En dankzij het gebruik van een speciale meststof, waarin de hoeveelheid kalium zoveel mogelijk is teruggebracht, is de in de fabriek gekweekte speciale sla bovendien ook uitermate geschikt voor nierpatiënten, die nu minder vaak een nierdialyse hoeven te ondergaan. In een soortgelijk voorbeeld voegt het eveneens Japanse Panasonic extra antioxidanten toe aan zijn Veggie Life-groenten. 

Neurale netwerken

En als Japanners toch bezig zijn de boerderij te verbouwen, gaan ze natuurlijk all out. Zo is er inmiddels al een Japanse groentefabriek waar de geoogste komkommers sinds kort worden beoordeeld door een neuraal netwerk. Net als neuronen in de hersenen zijn de hiervoor gebruikte processoren in lagen met elkaar verbonden. Mede daardoor is zo’n netwerk in staat om zelf te leren.

In dit geval beoordeelt het systeem via een hoge resolutiecamera de omvang, vorm, kleur en andere zichtbare eigenschappen van de gekweekte komkommers. Des te meer komkommers het controleert, des te beter begrijpt het hoe de ideale komkommer er uit ziet.

Een echte doorbraak voor de notoir perfectionistische Japanners: voortaan produceren zij hun groentes niet alleen veel sneller en efficiënter, maar zorgen ze ook meteen voor het perfecte uiterlijk. Itadakimasu!

Auteur

Arnoud Groot (@Arnoud_Groot) is als onderzoeksjournalist en copywriter volledig gefocust op informatietechnologie en internet. Voor Bright publiceert hij regelmatig over big data, social media, online marketing, e-commerce en de innovatieve ondernemers die zich op dit speelveld begeven.

Ashes to Ashes: film en theater in VR
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 7 min

De Nederlandse VR-film Ashes to Ashes duurt zo'n 10 minuten en ze vliegen voorbij. Voor de film werd een nieuw productieproces bedacht, met drie regisseurs.

Virtualreality is nu al een paar jaar in opkomst. Een echte doorbraak is er nog steeds niet geweest, al hoopten we stiekem dat dat vorig jaar zou gebeuren. Toen kwamen de drie belangrijkste en krachtigste VR-headsets op de markt, de HTC Vive, Oculus Rift en PlayStation VR. Daarvan werd Sony's PlayStation VR met ruim 900.000 exemplaren het meest verkocht, de andere twee halen dat aantal bij elkaar niet eens.

Daarmee lijkt VR vooralsnog een groter succes op mobiele platformen, zoals de Gear VR van Samsung (vijf miljoen verscheept) en Google Cardboard (zo'n 10 miljoen verscheept). Dit zijn goedkopere oplossingen waarbij je smartphone het beeld levert om een VR-ervaring te bieden. Je kunt er voornamelijk video's mee kijken, waarvan er een paar al best de moeite zijn.

Ashes to Ashes

Op 16 maart verschijnt een nieuwe korte Nederlandse VR-film: Ashes to Ashes. Je beleeft de film vanuit het oogpunt van een urn. Daarin zit de as van een overleden opa wiens laatste wens het was om met een explosie uitgestrooid te worden. In de film volg je de bijzondere acteursfamilie van opa die omgaat met deze wens. Het levert een droomachtige tien minuten op waarin de grens tussen fictie en werkelijkheid constant vervaagt. De filmmakers gebruikten een aantal slimmigheden tijdens de productie.

Ashes to Ashes is gemaakt door drie regisseurs met een andere achtergrond. Steye Hallema werkt al jaren aan VR-films bij Jaunt VR, Ingejan Ligthart Schenk is een ervaren theaterregisseur en Jamille van Wijngaarden maakte al eerder traditionele korte films en commercials. Dat lijkt overdreven voor een film van tien minuten, maar volgens Van Wijngaarden kwam het wel goed uit, omdat de taken werden verdeeld: "Je hebt tijdens de repetitie zes ogen op verschillende onderdelen van de set."

Eén take

De voorbereiding is misschien wel het belangrijkste onderdeel bij het maken van een VR-film. "Als de film eenmaal is begonnen met draaien, kun je alleen meekijken via heel kleine gaatjes in de muren of via cameraatjes in de set", zegt Ligthart Schenk. Extra lastig is het als de film in één take wordt geschoten, zoals Ashes to Ashes. Voor de opnames waren twee dagen gepland. Dat ging wel een paar keer mis, want met veertig mensen op de set was de kans groot dat iemand een keer verkeerd liep of over zijn woorden struikelde. In dat geval moest alles weer aan kant en precies zo worden neergezet als in het begin voor een nieuwe opname. "We hebben acht opnames gemaakt", zegt Van Wijngaarden. "Dat was het maximale wat paste in twee dagen. Er zaten er een paar bij die goed waren, daarvan hebben we uiteindelijk de beste gekozen."

Zoals altijd in VR kun je in de film 360 graden rondkijken. Het hele verhaal speelt zich af in een studio en de urn (daarmee ook de kijker) staat op een karretje die over een rails door de studio rijdt. Niet alleen speelt het verhaal zich in een filmstudio af, dat was ook nodig voor de opname. Dat er drie regisseurs waren, kwam in dit geval goed uit. Iemand met VR-ervaring spreekt voor zich, maar de filmregisseur kon het beeld goed vangen en de theaterregisseur kon zich met verschuivende decors en choreografie bemoeien.

Dat wil overigens niet zeggen dat er helemaal geen problemen waren. Filmen in 360 graden betekent dat alles in beeld moet kloppen. "Je moet met zoveel rekening houden", zegt Ligthart Schenk. "Iedereen mist wel iets wat de ander dan weer ziet en iedereen moet constant worden bijgepraat over bedachte oplossingen."

Overal gebeurt iets

De film werd met 24 cameramodules gemaakt, waarvan de beelden via software aan elkaar werden geplakt om er een 360-gradenbeeld van te maken. Maar ook het geluid was belangrijk en een project op zich. Boven de decors staken vaak kleine GoPro-camera's uit om de positie van de acteurs vast te leggen. Die werden vervolgens in kaart gebracht op de computer, waar het geluid dan weer op werd aangepast. Tijdens het kijken zie je hierdoor niet alleen waar de actie is, maar valt het ook te horen. Omdat je in VR overal heen kunt kijken, is geluid vaak een belangrijke geleider om de aandacht van de kijker te trekken.

In Ashes to Ashes speelt het belangrijkste nog steeds recht voor je neus af, maar dat betekent niet dat je stil moet blijven zitten. "Je maakt ook een beetje je eigen verhaal", zegt Ligthart Schenk. "What you see is what you get, maar misschien is er nog meer. Je moet mensen niet dwingen, maar verleiden om mee te gaan in je verhaal. De één ziet iets gebeuren in het plafond, terwijl de ander wegkijkt. Er zit een vrij lange dansscène in en we merken bij screenings dat mensen op dat moment rond gaan kijken. Daar worden ze voor beloond, want het dansende meisje staat ineens overal."

Ashes to Ashes zit vol met slimmigheden en (meta-)grapjes. Het hielp volgens de makers dat het script specifiek werd geschreven voor VR, door Anne Barnhoorn (die een Gouden Kalf won voor Aanmodderfakker).

De film is vanaf 16 maart te zien via verschillende platformen, waaronder Jaunt VR, We Make VR en AVROTROS. De online verspreiding is bijna wel noodzakelijk. VR-bioscopen zijn er wel, maar daarmee bereik je niet de aantallen die je met een standaardbioscoop wel bereikt.

VR-films in opkomst

Overigens wint de VR-film wel aan bekendheid. Dit jaar werd zelfs een VR-film genomineerd voor een Academy Award. Het betreft hier de korte animatiefilm Pearl die door Google Spotlight Stories en Evil Eye Pictures werd geproduceerd. De film kun je gratis op HTC Vive en YouTube (360 graden en met Cardboard) bekijken. Op dit moment zijn de meeste VR-films rond de tien minuten, maar er wordt aan langere films gewerkt. Miyubi is daar een voorbeeld van. Die Oculus-productie duurt 40 minuten en gaat over een Japanse speelgoedrobot die in handen komt van een Amerikaans jongetje. De film moet binnenkort verschijnen.

Het is nog steeds zoeken naar de perfecte manier om een VR-film te maken, maar over de hele wereld wordt druk geëxperimenteerd. In Nederland zullen we daar de komende tijd vast ook meer van gaan zien. Ingejan Ligthart Schenk loopt al met ideeën rond voor nieuwe VR-films. "Het smaakt naar meer."

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.

Video vault: Jetpack en lichtkunst
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 15 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

Cracked Screen is een korte film van zeven minuten die wordt verteld met een serie Snapchat-video's en -foto's. Het beeld is dan ook verticaal, wat de film prima kijkbaar maakt op een telefoon. Zo is hij ook opgenomen door filmmaker Trimaan Lamba met actrice Chantelle Levene. De vrouw in de film is pas afgestudeerd en op zoek naar een baan, maar halverwege de film gaat het mis en belandt ze in een Black Mirror-achtige nachtmerrie.

Als je nog geen jetpack wilde, dan wil je het na het kijken van deze video wel. Devin Graham maakt filmpjes van extreme sports en avontuur op YouTube en dat is dit keer niet anders. In spectaculair 4K met slow-motions en opgepoetste kleuren laat hij zien hoe het is om met een jetpack over een plas te vliegen. Dat apparaat bestaat en wordt gemaakt door JetPack Aviation. De making of vind je hier.

Welkom in de vrachtwagencultuur van Japan waarin chauffeurs een rijdende disco van hun voertuig maken. Deze niche-cultuur heet dekotora, wat staat voor gedecoreerde truck, en kost chauffeurs bakken met geld, maar daar zitten ze niet mee. "De waarde van dekotora draait niet om geld, het is spiritueler", zegt één van de eigenaren van zo'n vrachtwagen in de video. Vergaap je aan de meest uitbundige creaties en knipperlampjes waar veel kermisattracties jaloers op zouden zijn.

De manier waarop bouwen uit de grond gestampt worden, kan een stuk efficiënter en schoner. Dat vindt althans het bedrijf Binishells uit Los Angeles. Het bouwt naar eigen zeggen voor de helft goedkoper en drie keer sneller dan traditionele methodes. Daarnaast wordt er minder materiaal verspild. Het bedrijf bouwt geen blokkerige gebouwen, maar een soort uitvergrote Hobbit-gebouwen met meer rondingen. Is het een oplossing voor sloppenwijken?

Heb je er ooit bij stilgestaan hoe belangrijk een lichtshow kan zijn tijdens een concert? In deze korte video vertelt het Londense United Visual Artists hierover terwijl ze hun werk voor de band Massive Attack tonen. De kunst- en ontwerpgroep onderzoeken niet alleen wat de visuele aspecten zijn, maar ook wat voor effect het op het publiek kan hebben. Netflix-serie Abstract heeft overigens een gave aflevering over een stagedesigner.

Het Russische bedrijf Apis Cor vond dat het bouwen van een huis wel iets sneller kon. Daarom besloten ze er één te 3D-printen. In totaal waren ze er binnen een dag mee klaar en toen stond er een huis van 37 vierkante meter. De muren werden met betonmengsel 'geprint' en de totale kosten waren omgerekend zo'n 9600 euro. Het is nauwelijks te geloven, maar het bewijs zie je in de video.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.