Inhoudsopgave
    

Esports in Nederland: het grote geld gloort
Jan Meijroos
door Jan Meijroos
leestijd: 8 min

Met de dag wordt professioneel gamen populairder én lucratiever. Maar de kans op internationaal succes voor Nederlandse eSporters blijft klein.

Deze week is de E-Divisie van start gegaan: de eSports-variant van de Eredivisie, met FIFA17-spelers die elk van de 18 voetbalclubs vertegenwoordigen. Het is een teken van de groei van het fenomeen eSports, dat een steeds belangrijker deel van de game-industrie begint te worden. AD-columnist Sjoerd Mossou dacht er het zijne van en schreef: "Elke club wil tegenwoordig zijn eigen bleke computernerd, compleet met een contractondertekening en een gelikte presentatie. Het is je reinste flauwekul natuurlijk, en suf kopieergedrag bovendien, maar je schijnt er goed geld mee te kunnen verdienen - en als klap op de vuurpijl bereik je 'de jeugd'." Mossou is, kortom, nogal sceptisch.

1,2 miljard dollar in 2018

Het wegzetten van gamers als 'bleke computernerds' is nogal achterhaald, maar Mossou is niet de enige die met argusogen naar eSports kijkt. Intussen kijken hele volksstammen naar de professionele gamers. Wereldwijd trekt eSports momenteel 154,3 miljoen unieke kijkers, waarvan ongeveer 879,000 in Nederland, volgens berekeningen van Superdata. De totale markt voor eSports ligt volgens onderzoeksbureau Games & Interactive Media Intelligence rond 900 miljoen euro. Daarvan vormen sponsoring en reclame-inkomsten het grootste deel (77 procent) in vergelijking tot consumentenuitgaven zoals merchandise en evenementen (23 procent). En dit getal wordt alleen maar groter. De verwachting is dat eSports in 2018 wereldwijd goed zal zijn voor zo'n 1,2 miljard dollar.

Recente cijfers van Newzoo laten zien dat er ongeveer een miljoen mensen in Nederland interesse hebben in eSports. "Ongeveer de helft daarvan kijkt regelmatig naar eSports-content via verschillende platformen. Twitch is daarvan de grootste", zegt Jaap Visser, managing director ESL Benelux. Interesse en enthousiasme voor eSports is er dus wel in Nederland, alleen op het gebied van professionalisering is er nog veel te winnen. "Qua organisatiestructuur lopen we achter op de rest van de wereld. Maar met de instap van verschillende voetbalclubs en andere partijen verwachten we dat in 2017 organisaties en spelers in een sneltreinvaart verder zullen professionaliseren", aldus Visser.

Wat verdienen eSporters?

Mooie beloftes en dat voetbalclubs graag willen meeliften op de eSports-hype is te begrijpen. Ze willen er uiteindelijk ook geld mee verdienen, net als de gamers zelf. Maar wat verdienen de eSporters nu eigenlijk? In het buitenland gaat het om gigantische bedragen. De vijf best betaalde eSporters zijn Chinezen. Ze verdienen ieder rond 2 miljoen dollar per jaar. Op de zesde plaats staat de Deen Rasmus Fillipsen (spelersnaam MiSeRy) met bijna 1 miljoen dollar en tiende staat de Amerikaan David Hull (spelersnaam Moo) met 719.000 dollar. De meeste eSporters verdienen ook nog eens extra aan hun eigen YouTube-kanalen en livestreams op Twitch. De reclame-inkomsten en donaties die daaruit voortvloeien, zijn zeer omvangrijk.

eSporters met een bijbaantje

In Nederland is het groepje eSporters dat van het gamen kan leven erg klein. Visser: "Internationale professionele gamers kunnen goed leven van een mix van salaris, prijzengeld, inkomsten uit livestreams en andere marketingactiviteiten. In Nederland zijn er slechts enkelen die naast hun carrière als eSporter geen (bij)baan hebben. Ook bij de E-Divisie en de voetbalclubs is er nog geen structuur rond het aanstellen van eSporters." Zo heeft Bryan Hessing (26) een fulltime contract bij Heracles Almelo, maar is Romal Adbi naast zijn taken bij PSV nog werkzaam bij Samsung Nederland. "Dit zijn belangrijke punten om eSports verder te professionaliseren en daarnaast talent een betere basis te bieden om internationaal door te groeien", vindt Visser.

Event-organisator en game-journalist Jan-Johan Belderok is ook stellig: "Je kunt in Nederland niet of nauwelijks geld verdienen met gamen en het is ook verdomd lastig om vanuit ons land aansluiting te vinden bij grote teams. De voorbeelden die dat wel hebben gered, zoals een Fabian Diepstraten bij de game League of Legends, hebben dat echt volledig aan zichzelf te danken. Fabian, maar ook Hearthstone-speler Thijs Molenaar kunnen er van leven. De kans om geld te pakken is echter groter als YouTuber dan als eSporter in ons land. In Nederland bieden toernooien maximaal een paar honderd tot hooguit een paar duizend euro. Het grote geld zit internationaal, maar dan moet je daar wel komen. En het management van grote teams bevindt zich niet in ons land."

Virtueel Feyenoord-Ajax vanaf de middenstip

Terug naar de E-Divisie. Voetbal is volkssport nummer één. FIFA als game om eSports verder op de kaart te zetten bij een groter publiek lijkt een logische gedachte. Met de komst van de E-Divisie is in ieder geval interesse gewekt van partijen die weleens over eSports hadden gehoord, maar er nog niks mee deden, stelt Visser. "Hoewel er nog genoeg kan verbeteren en de professionaliteit van de competitie vergroot kan worden, is dit een positieve ontwikkeling. We hebben nu een competitie op het hoogste niveau met lokale helden die internationaal kunnen doorbreken."  

Toch zijn er, net als bij de Eredivisie, bij de E-Divisie nu al grote verschillen tussen de faciliteiten en verloningen van de eSporters die voor hun club uitkomen. Ajax laat niks aan het toeval over, maar andere clubs acteren nog wat onwennig, vertelt Patrick ter Haar van sportmarketingbureau Triple Double: "Dat is ook typisch Ajax. Ze zijn enorm competitief en het zal ze echt niet laten gebeuren dat ze als nummer 7 eindigen in de E-Divisie. Dus wordt daar budget voor vrijgemaakt."

Niet voor niets dat de Amsterdammers naast Koen Weijland nu FIFA17-kampioen Dani Hagebeuk aan zich hebben gebonden. "Koen is een bekende YouTuber met veel abonnees en views, maar Dani is gewoon de beste FIFA-speler van dit moment. Ajax is voor zover ik weet ook de enige die beide spelers gewoon een goed loon betaalt. Wat is een goed loon? Bij de overige clubs is het meer een erebaan. Daar worden alleen reiskosten en andere onkosten vergoed", zegt Ter Haar.

Hij verwacht dat als de E-Divisie aanslaat, het voor sponsors van de voetbalclubs ook interessanter wordt om er extra geld aan uit te geven. "Dan ga je uiteindelijk naar een situatie waarin voor een kraker als Feyenoord-Ajax in het stadion dezelfde wedstrijd virtueel wordt nagespeeld door de gecontracteerde gamers. Live vanaf de middenstip."

Rolmodellen

De kansen voor Nederlandse eSporters om door te breken zijn vooralsnog klein, maar de mogelijkheden zullen met de jaren alleen maar toenemen. Uiteindelijk draait het om de budgetten die door betrokken partijen vrijgemaakt worden, al is niet alles met geld te koop. Visser: "Het is erg belangrijk dat je de community begrijpt of in ieder geval wilt leren begrijpen. Een plompe, directe instap werkt vaak averechts."

Kortom: het succes van eSports moet min of meer vanzelf ontstaan. Dat gebeurde eerder bij games als Hearthstone en Rocket League, die beide competitieve elementen kennen, maar het was de community zelf die er echte eSports van maakte. Visser: "Jongeren zijn zeer kritische consumenten die heel goed weten wat ze willen. Als je ze iets op een onnatuurlijke manier aanbiedt, dan zullen ze dat niet accepteren, zeker niet in een wereld die vaak door de massa wordt weggezet als nerds. Gelukkig is die tijd voorbij en zijn professionele eSporters voor veel gamers nu juist rolmodellen." 

Auteur

Jan Meijroos (@janmeijroos) is een van de meest ervaren game-journalisten van Nederland. Hij schrijft onder meer voor Power Unlimited, Metro en Bright.nl.

Er is nog geen echte markt voor smartwatches
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 5 min

De smartwatch is vooralsnog een mislukt product. De keuze is reuze, maar eigenlijk zijn alleen Apple en Fitbit succesvol.

De smartwatch is één van de meest tot de verbeelding sprekende gadgets. Decennia voordat we überhaupt een idee hadden van wat een smartphone was of hoe dat er dan uit zou zien, lieten films en series ons al zien wat in principe smartwatches zijn. James Bond voorop, met horloges met ingebouwde geigerteller, cirkelzaag, elektromagneet, mini-printer voor berichten en zelfs een explosief. Zelf wilde ik al een smartwatch sinds ik Inspector Gadgets nichtje Penny er één zag dragen in de tekenfilmserie. Haar smartwatch had een laserstraal, zaklamp, nauwkeurige gps en ze kon ermee videobellen. Ook Star Trek, Knight Rider en de Jetsons lieten een toekomst zien waarin de belangrijkste computer om je pols zat, niet in je broekzak.

Inmiddels is het alweer vier jaar geleden dat de eerste succesvolle smartwatch op de markt kwam: de Pebble Smartwatch. Met e-ink-scherm was het horloge dat begin 2013 na een zeer succesvolle Kickstarter-campagne verscheen vooral geschikt voor het tonen van smartphone-notificaties, maar de toon was gezet: smartwatches zouden een ding worden.

Android Wear en Apple Watch

Ondertussen waren er hardnekkige geruchten dat Apple aan een eigen smartwatch werkte. Samsung echter ook, en het Koreaanse bedrijf zag zijn kans schoon om de eerste smartwatch te onthullen zoals we die vandaag kennen. De Galaxy Gear had een kleurenscherm met touch, kon apps draaien en had zelfs een camera in het polsbandje zitten. Heel goed was de eerste smartwatch van Samsung echter niet, en erg succesvol evenmin. Naar verluidt zijn er nog geen miljoen exemplaren van het horloge verscheept, laat staan verkocht.

Begin 2014 werd de Moto 360 aangekondigd, het eerste Android Wear-horloge en de eerste smartwatch die warm ontvangen werd. Een (bijna) rond scherm liet zaken als notificaties zien, en veel werkte met de ‘cards’-interface waar Android ook zeker in die tijd mee werkte. Toch waren de vierkante Samsung Gear Live en LG G Watch in juni 2014 de eerste Android Wear-horloges die daadwerkelijk op de markt kwamen. De Moto 360 verscheen in september 2014.

In die maand werd ook de Apple Watch eindelijk aangekondigd. Een vierkant exemplaar met naast een touchscreen ook een draaiwieltje zoals op analoge horloges zit. Het horloge kwam pas in april 2015 op de markt, en daarmee was het speelveld van de smartwatch ongeveer zoals we dat vandaag nog steeds zien. Minus Pebble; het bedrijf ging eind 2016 op de fles en werd deels overgenomen door Fitbit.

Fitnesstracker of smartwatch?

Die maker van fitnessgadgets vormt een mooi bruggetje, want fitness is dé functie die alle makers van smartwatches in eerste instantie over het hoofd hebben gezien. De tweede Apple Watch ziet er precies hetzelfde uit als de eerste, maar is waterdicht voor bij het zwemmen, heeft GPS om je hardloop- en fietsroutes en prestaties beter bij te houden en heeft een uitgebreidere fitness-app.

Apple gooide besturingssysteem WatchOS ook al redelijk grondig om toen na een paar maanden bleek dat mensen hun horloge in de praktijk ook anders gebruikten dan Apple voor zich had gezien. Zo kreeg de knop op de zijkant van het horloge een andere functie, en geeft die nu een overzicht van de meest recente apps waar het eerst een weinig gebruikte manier was om berichten naar je favoriete contacten te sturen.

En ook het deze week verschenen Android Wear 2.0 zet veel meer in op fitness. Vlaggenschip-model LG Watch Sport heeft ook GPS en zelfs een eigen 4G-verbinding, voor muziekstreaming zonder gekoppelde smartwatch tijdens het sporten. En ook Android Wear 2.0 heeft veel uitgebreidere sportfuncties voor meer sporten.

Zo vormt fitness het selling point om gebruikers zover te krijgen een smartwatch aan te schaffen. Want als je er eenmaal eentje hebt is het ontvangen van berichten op je pols erg handig, maar voordat je een smartwatch koopt lijkt het nog steeds een redelijk doelloos apparaat, dat weinig doet wat je smartphone niet ook al kan.

Geen misselijke cijfers

Het succes van fitness en met name van Fitbit is terug te zien in de verkoopcijfers van smartwatches. Deze week publiceerde marktonderzoeker Canalys een analyse van de smartwatchmarkt. Conclusie: er is eigenlijk geen echte smartwatchmarkt.

Apple heeft met zijn Apple Watch 49 procent van de smartphoneverkopen in handen. Fitbit komt met 17 procent op de tweede plaats, en dat zijn toch echt eerder fitnesstrackers dan smartwatches. Samsung staat met een marktaandeel van 15 procent op de derde plaats, en een vierde plaats is er eigenlijk niet.

De rest, waaronder alle Android Wear-horloges, staan ongespecificeerd onder onder het kopje ‘overig’, samen goed voor 19 procent van de markt. Motorola zei eind 2016 dat het de komende tijd geen Android Wear-horloges zou gaan maken, omdat er te weinig vraag meer naar is. En Samsung is voor zijn Gear S2 en recente Gear S3 overgestapt op zijn eigen besturingssysteem Tizen.

Hoewel Android Wear 2.0 een hoop welkome vernieuwingen biedt, zit er al met al niet echt een functie bij waar mensen die eerst niet te paaien waren nu wel voor in de rij gaan staan. Bovendien komen de nieuwe LG Watch Style en Sport voorlopig niet in Nederland op de markt. Daarmee is het Android Wear-aanbod vooralsnog hetzelfde als de afgelopen maanden.

Apple verkocht ondertussen een recordaantal Apple Watches in het vierde kwartaal van 2016, met volgens marktonderzoekder Canalys ruim zo’n 6 miljoen verscheepte exemplaren in drie maanden tijd. Tijdens de presentatie van de tweede Apple Watch in september 2016 zei Tim Cook al dat Apple als het op omzet aankomt de tweede horlogemaker ter wereld is; het moet alleen Rolex boven zich dulden.

Daarmee is de Apple Watch niet het succes dat de iPhone was, maar een flop is het evenmin. Bedenk bijvoorbeeld dat Apple volgens Canalys in het vierde kwartaal van 2016 een omzet draaide van 2,6 miljard dollar, bijna 80 procent van de omzet van de hele smartwatch-markt. Ter vergelijking: dat is meer dan de omzet van de hele mobiele tak van Sony in hetzelfde kwartaal, of bijna vier keer de omzet van Twitter.

Een Apple Watch-markt

Er is dus eigenlijk helemaal geen sprake van echte smartwatchmarkt. Er is een markt voor Apple Watches, Fitbits en Samsung Gear-horloges. Apple biedt voor iPhone-gebruikers simpelweg de beste oplossing en speelt al met al toch het beste in op het mode-aspect van een horloge. En Samsung heeft met zijn Gear S2 en S3 simpelweg de fijnste en best uitgewerkte smartwatch die zowel met Android als iOS werkt. Wie minder diep in de buidel wil tasten en vooral om fitness geeft komt automatisch bij Fitbit uit.

Die kaarten lijken geschud voor de smartwatchmarkt en mensen lijken vooral horloges voor bij hun smartphone te kiezen, en uit te komen bij de grootste smartphonemakers: Apple en Samsung. En de innovaties op hardware-gebied maken niet dat er snel een veel betere smartwatch op zal staan. Want na een paar jaar smartwatch hebben we eigenlijk nog steeds behoefte aan een apparaat dat bijna alles kan dat onze smartphone ook kan, snel, in een iets kleinere verpakking dan nu en met een batterij die langer dan een dag of twee meegaat.

Tot die tijd blijft een smartwatch meer iets voor de niche dan voor de massa. Een redelijk prijzig verlengstuk van de smartphone dat maar voor een deel van die gigantische groep smartphonegebruikers interessant is. Ooit smelten beide apparaten vast op een boeiende manier samen, maar voorlopig nog niet.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

Snapchat: ‘Jij snapt er niets van’
Jannes van Roermund
door Jannes van Roermund
leestijd: 7 min

Snapchat gaat de beurs op met een gigantisch verlies. Experts kissebissen over de toekomst. "Het nieuwe Vine? Onzin."

"Ken je Vine nog? Dat is nu dood", zegt Drew Binsky. "Snapchat zal ook snel doodgaan." Ik spits mijn oren. Zei hij dat echt? Aan het woord is geen willekeurige social mediahater. Drew Binsky is een van Snapchats grootste fans. Hij reist de hele wereld over, deelt zijn bevindingen op sociale media (tot voor kort vooral op Snapchat) en leeft daarvan. Vijf jaar geleden ging hij voor het eerst naar het buitenland. Nu, zeven voedselvergiftigingen, 95 landen en bijna een half miljoen volgers verder, neemt hij voorzichtig afscheid van zijn geliefde platform. "Binnen drie jaar is het dood."

Binsky, die eigenlijk Goldberg heet, kwam als 20-jarige student in Praag. Het was de eerste keer dat hij zijn thuisland verliet. De Amerikaan reisde als uitwisselingsstudent door 20 landen in Europa. "Toen kreeg ik het reisvirus", blikt hij terug. Na zijn studie vloog hij naar Zuid-Korea, gaf twintig uur per week Engelse les en werkte veertig uur aan zijn partyblog. Na drie jaar ploeteren, falen, winnen, vallen en opstaan – "I worked my ass off" – kon hij leven van zijn blog. Sindsdien heeft hij het leven waar menig twintiger van droomt.  

Binsky deelt alles via Snapchat (naam: drewbinsky). Hij gebruikte dat platform al op de universiteit, ver voordat het groot was geworden. "Toen ik het potentieel zag, ben ik erop gesprongen. Het is geweldig voor marketing. Je kunt met anderen contacten, je eigen boodschap verspreiden. Het is echt geweldig." 

Bedrijven, landen en toeristische organisaties betalen hem om een product, plaats of attractie te promoten. "Of er een geheim is? Ja, verrassende content plaatsen. Elke dag. Als je een week lang niets post, gaan mensen je ontvolgen. Je moet constant, constant delen. Er is geen dag te verliezen." 

's Ochtends staat Binsky op. Dan checkt hij zijn mail. Vervolgens zoekt hij mooie plaatsen om zijn week in te plannen. "Nu zoek ik al voor mooie plekken in Bangladesh", vertelt hij vanuit Vietnam om 01:00 uur lokale tijd. "Anders moet ik dat daar doen. Er is geen tijd te verliezen. Ik werk ook gewoon acht uur per dag." 

Snapchat heeft hem groot gemaakt. Nu laat hij het keihard vallen. Waarom? "Snapchat heeft zijn piek gehad in het begin van 2016, een jaar geleden. Ik zie een afname van views en gebruikers. Dat merk ik persoonlijk. De beursgang is een goede stap, maar ik vraag me af wat er gaat gebeuren. Ik denk dat Snapchat meer zoals Twitter is [dat stortte na de beursgang in elkaar, red.] dan zoals Facebook. Ken je Vine nog? Dat is nu dood. Snapchat zal ook snel doodgaan. Dat is prima, je moet verder. Ik heb Facebook, Instagram en mijn blog nog. Daarom is het belangrijk om een balans te hebben. Als Instagram morgen sluit, moet ik een alternatief hebben." 

Lang zal hij Snapchat niet meer gebruiken, al heeft hij op dat platform de meeste volgers. "Binnen drie jaar is het klaar. Er is echt een groot verval. Veel mensen zeggen: ach, ik zit al op Instagram. Laat ik daar maar blijven."

Kopieergedrag

Snapchat heeft inderdaad een groot probleem: kopieergedrag. Instagram bracht in augustus het equivalent van Snapchat uit en heeft met die 'stories' inmiddels evenveel gebruikers. Volgens Snapchat-expert Cato Duyvis van De Beste Social Media is dat een serieus probleem. "Ik ben heel beeldend ingesteld. Daarom ben ik verliefd geworden op Snapchat. Je staat ermee op en gaat ermee naar bed. Er is geen timeline met andermans troep. Maar ik merk de afkalving in views ook en, heel eerlijk, ik ben ook schuldig. Doordat ik een grotere achterban heb op Instagram werd ik toch verlekkerd. Je gaat naar de cijfers kijken: oh, deze wordt honderd keer bekeken en op Snapchat twintig keer." 

Zo verliest Snapchat terrein. Steeds meer social influencers - beroemdheden op social media die hun geld verdienen met product placement en het verkopen van hun eigen artikelen - kiezen voor andere platformen. Aranka van der Voorden is oprichter van #fitgirlcode en sportkledingsmerk Jogha. Ze heeft in totaal 180.000 volgers en deelt tips over gezond eten en sporten. Inmiddels is ze gestopt met Snapchat. "Ik ben afgehaakt toen Instagram met stories begon", zegt ze. "Precies die dag. De mensen die mij volgen op Snapchat, doen dat ook op Instagram. Ik heb Snapchat dus niet nodig." 

Veel collega's zijn positief over de innovatieve kwaliteiten van Snapchat. Van der Voorden is kritischer. "Met de huidige concurrentie denk ik dat ze iets moeten veranderen waardoor de mensen nog een noodzaak hebben om Snapchat te gebruiken. Ze hebben wel veel stunts, maar er is nog steeds geen zoekfunctie of zoiets als 'ontdekken'. Als je niet vernieuwt, ben je stervende."

Ook Facebook en WhatsApp zijn Snapchat in sneltreinvaart aan het kopiëren: op WhatsApp kun je nu foto's bewerken met tekst en emoji's en Facebook heeft een proef gelanceerd met 'gedeelde dagen'. Daarvan loopt een pilot in Polen, waar ondergetekende woont. Daarnaast gaat Facebook de filters overnemen, net als berichten die automatisch verdwijnen. "Ze doen er alles aan om Snapchat te kopiëren", zegt socialmedia-expert en blogger Elja Daae. "Totaal zonder gêne ook. Maar Facebook loopt altijd achter. Snapchat snapt veel beter wat de jonge gebruiker leuk vindt, en ze implementeren dat razendsnel." 

Enthousiast

Laten we die jeugd eens aan het woord laten. Liam Tjoa (19) is misschien wel de grootste Snapchat-expert van Nederland. Hij verdiende als 13-jarige geld met een game die hij zelf in elkaar had gezet. Daarna handelde hij in websites voor affiliate marketing en honderden domeinnamen. Hij was zestien jaar en rondde tussendoor het vwo af. "Tijdens proefwerkweken deed ik natuurlijk minder." 

Hij mocht per toeval voor de NOS gaan snapchatten en doet dat nu voor HEMA, Albert Heijn, Lowlands en MTV – naast zijn studie informatiekunde. Als we Tjoa de uitspraak van reisblogger Binsky voorleggen, trekt hij een frons. "Nee, daar ben ik het niet mee eens. Snapchat bestaat ook al langer. Vine is opgericht in 2013 en opgedoekt in 2016. Snapchat is opgericht in 2011 en het is nog steeds mateloos populair." Hij ziet ook dat de app het moeilijk heeft met Instagram. "Het gebruik neemt af, maar vooral bij de doelgroep van 23 jaar en ouder. Onder tieners en begin twintigers wordt het alleen maar populairder. Ze hebben de app constant open staan. De interactie is op Snapchat ook heel anders. Bij Vine ging het om zes-secondenvideo's die grappig waren, maar bij Snapchat gaat het echt om práten. Communicatie met vrienden." 

Tjoa ziet een patroon: we gingen van tekst op Twitter naar foto's op Instagram en zijn nu bij video beland. "Dat gebeurt op Snapchat. Je ziet niks anders dan video's de hele dag." Volgens Tjoa is Snapchat hard op weg haar doel te verwezenlijken: de camera opnieuw uit te vinden. "Je ziet vaak dat mensen een foto of video maken in Snapchat, die vervolgens op Instagram zetten en de volgende dag ook versturen in WhatsApp-groepen. Snapchat is dus de thuisbasis. Ze beginnen daar." Dat gebruikers bij Snapchat geen foto's kunnen uploaden vanuit de galerij, maar alleen via memories, speelt ook mee. "Door te beginnen bij Snapchat, hebben ze hun foto's en filmpjes daar in elk geval al staan."

Facebook test in Polen de van Snapchat gekopieerde functie 'gedeelde dagen'
Facebook test in Polen de van Snapchat gekopieerde functie 'gedeelde dagen'

Hoop

Het jatwerk is niet eens Snapchats grootste probleem. Instagram lijkt voortvarend bezig te zijn met geld verdienen nu het reclames gaat lanceren voor Stories, terwijl Snapchat juist een gapend gat heeft in de begroting. Het draait een verlies van een half miljard (!) op een omzet van 350 miljoen.

Toch is er hoop: alle advertentie-inkomsten komen uit Amerika, terwijl Europa een onontgonnen markt is. Hier valt dus veel te winnen, en Snapchat lijkt klaar voor een grote slag. Het bedrijf verdient volgens Snapchat-adept Duyvis een pluim voor de advertenties. "Dat doen ze heel creatief", vertelt ze. "Spider-Man en de film Black Swan kregen hun eigen maskers. Dat is heel tof voor gebruikers, veel minder vervelend dan een lelijke banner. Bovendien: hoe vet is die filter voor bedrijven? Dat je jouw merk gewoon op iemands gezicht plakt, dat is toch wat iedere marketeer wil hebben?"

Volgens experts Cato Duyvis en Elja Daae is het veel te vroeg om te concluderen dat het bedrijf Vine achterna gaat. Daae: "In deze wereld kun je nooit zeggen of iets er over drie jaar nog is. Zelfs van Facebook weten we dat niet. Maar ik ben niet negatief. Ik denk dat Snapchat iets gevonden heeft wat bepaalde mensen willen. Als ze in staat zijn om dat te blijven doen, zullen ze blijven bestaan." Ze waarschuwt wel dat het zomaar fout kan gaan. "Kijk naar Pokemon Go. Het was fantastisch, maar nu deleten mensen het massaal. Als je niet blijft innoveren, dan ben je weg."

Volgens Duyvis mag "het leger van Zuckerberg" het chatbedrijf inhoudelijk kopiëren, maar daarmee is de slag nog niet gewonnen. "Jongeren zijn nog heel fanatiek aan het communiceren. Ze spelen bijvoorbeeld spelletjes: ze schrijven hun naam op een zwarte achtergrond, sturen dat naar vrienden, die zetten hun naam erbij en sturen het weer door, zodat het uitmondt in een groot kladbord. Dit is allemaal begonnen op Snapchat, niet op Instagram."

Influencer Aranka van der Voorden sluit zich daarbij aan. "Of het Vine achterna gaat? Nee, ik denk dat ik onderschat hoe groot de waarde voor die kinderen is", zegt de 29-jarige. Elja Daae (42) stemt in: "De meeste experts die iets van strategie afweten, zijn niet jong. Maar voor de jeugd is het superbelangrijk."

Eén winnaar

Als we de Nederlanders naar het meest waarschijnlijke toekomstscenario vragen, is het antwoord niet eenduidig. Het is gissen, koffiedik kijken. Iedere voorspelling is luchtfietserij, erkent ook Stef Snakkers. Hij is hoofdredacteur van TMI.news, een nieuwsplatform voor jongeren, en heeft wel een concrete voorspelling: "Snapchat, Facebook en Instagram trekken steeds meer naar elkaar toe. Snapchat wordt minder tijdelijk. Die discover-pagina en 'mijn verhaal' duren al 24 uur. Dus het wordt meer als traditionele media. En Facebook en Instagram gaan juist meer op Snapchat lijken, omdat het al die functionaliteiten overneemt."

Als alle platformen inhoudelijk hetzelfde worden, zal de sterkste winnen, denkt Snakkers. Hij twijfelt of dat Snapchat zal zijn. "Wat zijn de verschillen nog? Als je overal je verhaal kan intypen, als je overal foto's kunt sturen. Als die verschillen steeds kleiner worden, kiezen mensen voor het grootste. Uiteindelijk verwacht ik dat er één groot platform overblijft." 

Volgens die hypothese zou Facebook alleen overblijven. Het Westen zou dan het voorbeeld van China volgen. Daar domineert WeChat de levens van honderden miljoenen Chinezen. The Economist beschreef in een veelgelezen artikel hoe kinderen van vier communiceren met hun moeder via hun telefoon, hoe Chinezen hun inkopen doen via WeChat en hoe dat platform ook alle werkgerelateerde communicatie beheerst, terwijl dat vroeger via mail ging. Westerse platformen zijn amateurs, merkte Forbes-journaliste Helen Wang op.

Het succes van WeChat is de natte droom van Facebook. Misschien wordt Snapchat ooit het eerste slachtoffer.

Auteur

Jannes van Roermund is freelance journalist/correspondent in Warschau en schreef eerder voor Bright Ideas over VR en chip-implantaten. Hij is tevens oprichter van DeChip.nl.

Het internet der onveilige dingen
Gijs Ettes
door Gijs Ettes
leestijd: 7 min

Steeds meer apparaten in huis zijn met internet verbonden, maar de beveiliging schiet nog vaak tekort. "Security heeft lang niet altijd prioriteit."

Beleeft het Internet of Things (IoT) dit jaar zijn definitieve doorbraak? Onderzoeksbureau Gartner denkt van wel. Het aantal verbonden apparaten verviervoudigt de komende jaren, tot 20 miljard in 2020. IoT is de wereld van verbonden apparaten, die autonoom met elkaar communiceren en onderling informatie uitwisselen. De mogelijkheden die dat biedt zijn eindeloos. Zo kunnen IoT-apparaten inzicht geven in de efficiëntie en dienstverlening van overheden, de maakindustrie en transportsector. Bij je thuis zorgt IoT dat bijvoorbeeld je alarmsysteem, thermostaat en verlichting met elkaar kunnen praten.

Nieuw is het echter niet. Al in de jaren 90 werd gesproken over het internet der dingen en toepassingen om met RFID (radiogolven) computers in staat te stellen om objecten en mensen te inventariseren. Het concept van IoT stamt zelfs uit 1982, toen op de Carnegie Mellon University een blikjesautomaat werd gekoppeld aan het internet. Dankzij sensoren kan het apparaat, dat nog steeds wordt gebruikt, aangeven hoe het zit met de voorraad en koeling van blikjes. 

Inmiddels zijn er meer verbonden apparaten dan wereldburgers, een ontwikkeling die is te danken aan het feit dat de hardware makkelijker en goedkoper is om te maken, zo denkt Martin Aarts van IoT-platform Yookr. "Ook zorgen nieuwe netwerkprotocollen dat je lokaal geen netwerkinfrastructuur meer hoeft te hebben. Apparaten kunnen overal verbinding maken, ongeacht waar je ze neerzet." 

Security-onderzoeker Han Sahin van Securify wordt niet heel enthousiast van de opmars van IoT. "Als je een apparaat op het internet wilt aanbieden, moet je je altijd afvragen of dat wel noodzakelijk is. Vaak worden ze out-of-the-box aangesloten en levert de fabrikant geen actieve ondersteuning, waardoor devices op een gegeven moment op het publieke internet verschijnen en een aantrekkelijk doelwit voor hackers worden."

Prioriteiten

Anno 2017 heeft praktisch elk nieuw elektronisch apparaat de mogelijkheid om met het internet te verbinden. Bij consumentenproducten is de toegevoegde waarde vaak ver te zoeken, getuige de vele hilarische voorbeelden op Twitter-account @InternetOfShit. Is het wenselijk dat speelgoed, kleding en je koffiemachine 'connected' zijn? Het is een vraag die Victor Gevers van GDI.Foundation zich regelmatig stelt. Hij ontdekte bijna 67.000 'slimme' babycamera's die zonder hacken toegankelijk waren; de inloggegevens voor zowel de camera als serviceprovider stonden gewoon online. 

"In de race om als eerste een innovatief IoT-device op de markt te brengen, zijn bedrijven meer gericht op functionaliteit en gebruiksgemak, dan op beveiliging en privacy", aldus security-expert Vincent Toms, eveneens van GDI.Foundation. "Bij de beveiliging gaat het op meerdere vlakken fout. Zo wordt gebruikgemaakt van onbeveiligde protocollen voor communicatie en zijn de apparaten zelf inherent onveilig." Sahin beaamt dat: "Security van verbonden apparaten heeft lang niet altijd prioriteit. Soms wordt pas aan het einde van de ontwikkeling gekeken of de veiligheid acceptabel is. Sommige beveiligingsrisico's worden zelfs op de koop toe genomen als bestrijding ervan het op de markt brengen van een product vertraagt."

Lek

Toch denkt Sahin dat IoT wel degelijk voordelen kan bieden. "Denk aan een voertuig, dat een signaal naar hulpdiensten stuurt als het betrokken raakt bij een ongeluk. Of systemen die simpele processen in de industriële sector automatiseren en altijd verbonden moeten zijn." Veel IoT-apparaten draaien echter op energiezuinige, en relatief eenvoudige hardware die niet overweg kan met encryptie. Een IoT-device dat wordt toegevoegd aan een netwerk, brengt daardoor beveiligingsrisico's met zich mee. 

Naar schatting is zo'n driekwart van alle IoT-devices lek, wat ze kwetsbaar maakt voor hacken. Vaak is het nog maar de vraag of een beveiligingslek wordt gedicht, omdat de prioriteit van fabrikanten elders ligt. Geen van de leveranciers van de babycamera's die Victor Gevers informeerde, nam de moeite om klanten te informeren om hun wachtwoord aan te passen. Er zijn enorm veel IoT-platforms waaruit je kunt kiezen en het is lastig te bepalen hoe die omgaan met de verzamelde data en of ze gebruikmaken van veilige communicatieprotocollen.

Yookr neemt volgens Martin Aarts veel van die zorgen weg door security als speerpunt te nemen. "We bieden een parapluplatform dat alle andere platformen veilig aan elkaar knoopt. Gebruikers loggen in op een versleutelde cloudomgeving waar ze inzicht krijgen in de data van hun IoT-apparatuur. Alle gegevens blijven eigendom van de gebruiker, behalve als die expliciet aangeeft dat ze mogen worden gedeeld met derden." Yookr adviseert gebruikers over het beveiligen van hun hardware, maar houdt zich niet bezig met devicemanagement.

Oplossingen

Voor bedrijven blijft security het belangrijkste punt van zorg. Han Sahin ziet blockchain, de technologie achter cryptocurrencies als Bitcoin en Ethereum, als mogelijke uitkomst. Nu wordt voor de identificatie en authenticatie van IoT-apparaten nog gebruikgemaakt van centrale cloudservers. Omdat het aantal apparaten zo explosief groeit, worden die servers steeds zwaarder belast. Dat maakt ze kwetsbaar voor DDoS-aanvallen en ransomware, waarmee in potentie productielijnen in een fabriek lamgelegd kunnen worden. 

Met behulp van blockchain-technologie worden veilige, decentrale netwerken gecreëerd waarbinnen doorlopend gegevensuitwisseling en verificatie tussen nodes (in dit geval IoT-devices) plaatsvindt. En niet geheel onbelangrijk: alle data die in de blockchaindatabase wordt opgeslagen, is door niemand te manipuleren of vervalsen. Iedere node houdt een eigen database bij om DDoS-aanvallen te voorkomen. Bedrijven als Filament (actief in de agrarische sector) en de Australische telecomgigant Telstra gebruiken de technologie om misbruik en identiteitsfraude te voorkomen.

Bewuste keuze

Voor consumenten blijkt het lastig in te schatten hoe het zit met de veiligheid van een verbonden apparaat. "Bij de aanschaf van apparaten van onbekende merken uit China zou ik op m'n hoede zijn, maar apparatuur uit de EU kun je zonder meer kopen", betoogt Martin Aarts. "Wel adviseren we om een goede firewall in te stellen en die niet open te zetten om van buitenaf verbonden apparaten te bedienen. Doe dat liever met een cloudoplossing die van https gebruikmaakt."

Han Sahin is sceptischer. "Vaak staat een IoT-apparaat standaard open naar de buitenwereld en is weinig configuratie mogelijk. Het is raadzaam om vóór aanschaf de handleiding op te zoeken om te zien welke beveiligingsopties er zijn. Is het bijvoorbeeld mogelijk om de verbinding in zijn geheel uit te schakelen?" Daarnaast wekt het weinig vertrouwen als een apparaat afkomstig is van een start-up. "Bij dat soort bedrijven wordt vrijwel uitsluitend naar functionaliteit gekeken en is nauwelijks budget om kwetsbaarheden te testen en patchen."

Vincent Toms sluit zich daarbij aan. "Ik ben groot voorstander van devices die standaard niet aangesloten op internet zijn. Eindgebruikers kunnen dan bewust zelf de keuze maken om te verbinden. Het zal nog even duren voordat zoiets wettelijk geregeld wordt, maar door preventieve maatregelen te nemen, voorkom je veel ellende."

Auteur

Gijs Ettes is freelance journalist met een focus op tech, innovatie en privacy. Houdt van functionele gadgets, Scandinavisch design en sterke koffie.

Deze designers vormen de wereld
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 6 min

Of het nu om auto's gaat, om gebouwen of om tijdschriftcovers. Het draait allemaal om één ding: design. In de nieuwe acht-delige serie Abstract vond Netflix prominente ontwerpers bereid om over hun werk en leven te praten.

Netflix boekte eerder succes met de serie Chef's Table, waarin internationaal gelauwerde chefkoks werden geportretteerd. Je zou de nieuwe serie Abstract kunnen zien als een soort Chef's Table, maar dan met designers in plaats van chefkoks. Net als in die serie ligt de focus in Abstract (nu in zijn geheel op Netflix) elke aflevering op een andere ontwerper.

Allemaal zijn ze succesvol binnen hun eigen discipline. De serie start met Christoph Niemann (illustrator), gevolgd door grafisch designer Paula Scher, Es Davlin (podiumontwerper), Tinker Hatfield (Nike-ontwerper), Bjarke Ingels (architect), Ralph Gilles (auto-ontwerper), Ilse Crawford (interieurontwerper) en Platon (fotograaf). Misschien herken je de namen niet direct, maar het werk van deze mensen heb je ongetwijfeld gezien.

Invloed op de omgeving

Een documentaireserie over ontwerpers is een slimme move van Netflix. Niet alleen omdat je eindelijk het gezicht achter die ene platenhoes of die ene cover van The New Yorker ziet, maar omdat design zich van nature leent voor beeld. Zo zie je hoe Paula Scher niet alleen inspiratie haalt uit New York, maar dat ze zelf een grote invloed uitoefent op het straatbeeld dankzij haar logo's en ontwerpen. Dat geldt zo mogelijk nog meer voor architect Bjarke Ingels, die bijvoorbeeld de nieuwe Google campus en de tweede World Trade Center bedacht: gebouwen die iedereen straks kent en herkent. "Als je eenmaal zo'n gebouw hebt neergezet, is het moeilijk om je voor te stellen dat het ooit anders was", zegt hij.

De serie werd geproduceerd door Scott Dadich (ex-hoofdredacteur van Wired), Morgan Neville (20 Feet From Stardom) en Dave O'Connor van RadicalMedia. Als we Dadich mogen geloven bestaat de rest van zijn team uit 'de beste documentairemakers van dit moment'. Een serie over design moet er zelf ook goed uitzien, daarom werd opgenomen in 4K HDR met camera's van hoogwaardige kwaliteit. Daarnaast werden steadicams en drones ingezet.

Hand van de maker

Elke aflevering van Abstract is een korte documentaire van ongeveer drie kwartier. De ontwerpers zijn meestal bezig met een groot nieuw project, wat het haakje van de aflevering is. Ondertussen blikken ze terug op eerder afgeleverd werk en hun levens. Het tempo ligt hoog, waardoor de vaart erin blijft, maar iets meer diepgang had soms niet misstaan. Ford Chrysler-ontwerper Ralph Gilles horen we heel even zelfrijdende auto's aanhalen. "Ik hoop dat mensen in de toekomst mogen kiezen voor zelfrijdend of zelf rijden om het gevoel van vrijheid van een eigen auto te behouden", zegt Gilles, die graag zelf het gaspedaal indrukt. Maar welke impact zelfrijdende auto's hebben op zijn ontwerpen, wordt nauwelijks belicht.

De hand van de designer is soms in de documentaire te voelen. Het beste voorbeeld daarvan is illustrator Christoph Niemann, van The New Yorker. Hij noemt zichzelf een enorme controlfreak en dat gaat blijkbaar zo ver dat hij zich bemoeit met de vorm van zijn aflevering. De documentaire zit vol visuele meta-verwijzingen en grapjes naar zijn werk.

De Nikes van Tinker Hatfield

Andere afleveringen zijn traditioneler van opzet. Zoals die van Tinker Hatfield, de legendarische ontwerper van Nike die furore maakte met zijn Air Max- en Jordan-schoenenlijnen. De inmiddels 64-jarige Hatfield blikt terug op zijn leven en zegt zichzelf vooral te zien als probleemoplosser voor atleten. In zijn documentaire wordt sterbasketballer Michael Jordan als talking head opgetrommeld om over zijn vruchtbare samenwerking met Hatfield en Nike te praten.

Het Jordan-merk is nog steeds enorm belangrijk binnen het bedrijf. Het leidt daarnaast tot vrijwel het enige emotionele moment in de serie, wanneer Hatfield spreekt over een persoonlijke misser in zijn carrière: de mislukte vijftiende editie van de Air Jordan. Andere ontwerpers spreken nauwelijks van tegenslagen en laten zich vieren. Ook terecht trouwens.

De rode draad van de Hatfield-aflevering is de zelfstrikkende Nike E.A.R.L (of HyperAdapt). De ontwerper bedacht de schoen ooit voor de film Back To The Future Part II. Toen betrof het een simpele filmprop, waarbij iemand de veters met de hand naar beneden trok, alsof ze zichzelf strikten. In 2007 besloot Hatfield te onderzoeken of de technologie er klaar voor was. Fans vroegen er al jaren om. Het bleek mogelijk om een prototype te maken, maar die werkte alleen via een stopcontact of een grote accu in een rugtas. Pas in 2016 bleek de technologie klein genoeg om in de zool te verstoppen. Hatfield maakt in de documentaire duidelijk veel van de zelfstrikkende schoen te verwachten in de komende jaren.

Abstract inspireert

Zo lopen de onderwerpen lekker uiteen. Dat heeft als mogelijk nadeel dat niet elke aflevering zal aansluiten bij jouw interesses. Maar het is enorm inspirerend om naar mensen te kijken die weten wat ze doen en ze daarover te horen vertellen. Dat is misschien wel de grootste aantrekkingskracht van Abstract. De serie gaat nooit heel erg de diepte in van het creatieproces en dat is soms jammer, het inspireert genoeg om met andere ogen naar je omgeving te kijken. Wij zien ondertussen uit naar seizoen 2. Wellicht zien we uiteindelijk Anton Corbijn wel terug, of Jony Ive.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.

Video vault: Batman IRL en foto’s van golven
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 26 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

Een bijzondere video over het fotograferen van golven in Lake Erie in Canada, waar het water wild en onstuimig is. Golven botsen tegen elkaar op, waardoor hoge 'vloeibare bergen' ontstaan. Fotograaf Dave Sandford betreedt het gevaarlijke meer terwijl het ijskoud is en stormt om prachtige foto's te maken.

Een kunstenaar aan het werk zien heeft altijd iets bijzonders. Zo ook in het geval van Alan Williams, die diepzeemonsters maakt van (veelal) gerecycled metaal. Zo vervormt de kunstenaar uit het Britse Brighton dagelijkse voorwerpen zodanig dat het bijzondere sculpturen worden.

Wie Robocop gezien heeft, kent de robot ED-209. De eigenaren van YouTube-kanaal Ghostlight besloten om de robot helemaal zelf na te maken in een soort exoskelet. Zodanig dat iemand er daadwerkelijk mee kon lopen. In de video kun je maken hoe de robot ontstond en in elkaar werd gezet. Van karton en metaal. Stukje bij beetje komt ED-209 tot leven.

Ruim twee kilometer onder de Canadese stad Ontario bevindt zich een laboratorium: SNOLAB. Hier onderzoeken wetenschappers donkere materie. Een cameraploeg van Vice mocht een kijkje nemen in het lab en maakte deze korte documentaire over de mensen die diep onder de grond naar sporen van het begin van het universum zoeken.

Lossless Creative maakte een prachtig filmpje over de 'real life Batman'. Deze man uit het Canadese Brampton heeft een complete Batman-outfit mét gadgets én BatMobile waarmee hij de straten op gaat om de stad veilig te houden. In dit video-interview vertelt deze anonieme beroemdheid wat Batman voor hem betekent. 

In deze korte video zien we de kunstenaar George Rocha. Hij verzamelt oude skateboards en maakt er nieuwe van. In het filmpje zien we hem aan het werk, toont hij zijn skatebowl in de achtertuin en zien we een glimp van zijn leven als oude skater.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.