Inhoudsopgave
    

De mini-jack is dood, en dat maakt niks uit
Floris Poort
door Floris Poort
leestijd: 6 min

Apple komt dit najaar waarschijnlijk met de eerste iPhone zonder standaard koptelefoonaansluiting. En dat is eigenlijk helemaal niet zo'n groot probleem.

De geruchten zijn al maandenlang zo hardnekkig dat het bijna niet anders kan: de iPhone heeft in het vervolg geen koptelefoonaansluiting meer. Hoewel de volgende iPhone er waarschijnlijk grotendeels hetzelfde uitziet als de iPhone 6 en 6S, heeft het toestel dan enkel een Lightning-aansluiting om snoertjes in te steken.

Er valt een hoop in te brengen tegen dat plan. Vooral: wat moet je met je huidige koptelefoon? Hoe sluit je je iPhone straks aan op de speakers van je auto, of als je op een feestje bent? De mini-jack is misschien wel de meestgebruikte en toegankelijke aansluiting ter wereld, en al decennia in gebruik. Waarom zou je er ooit vanaf stappen, en waarom nu?

Het meest simpele antwoord daarop is: omdat het einde van de koptelefooningang is aangebroken. De recent verschenen Moto Z heeft bijvoorbeeld ook al geen koptelefooningang, enkel USB C. Ondertussen worden bluetooth-koptelefoons steeds goedkoper en kwalitatief beter. Bovendien maken verschillende fabrikanten als Philips en JBL al Lightning-koptelefoons.

Steeds meer draadloos

Als Apple inderdaad een iPhone zonder mini-jack op de markt brengt, wordt het voor koptelefoonmakers nog veel aantrekkelijker om te gaan innoveren. Dat hebben we eerder gezien toen Apple met de iPhone 5 van de grote 30-pinsaansluiting afstapte. Ook toen was er lichte paniek en verontwaardiging, de verwachting dat we voor docks en accessoires met onhandige adapters moesten gaan werken. Maar in plaats van dat er een grote markt voor nieuwe Lightning-speakerdocks kwam, bloeide de verkoop van bluetooth-speakers.

Hetzelfde gebeurt straks met de markt voor bluetooth-koptelefoons, die al jaren groeit. Zo onderzocht marktanalist NPD dat terwijl het aantal verkochte koptelefoons tussen 2014 en 2015 met 18 procent toenam, het aantal verkochte bluetooth-koptelefoons daarbij verdubbelde. We gaan uit eigen beweging dus al steeds meer voor draadloze koptelefoons.

Belangrijk, want één van de Apple-mantra’s is ‘skate to where the puck is going’. Apple blijft niet koketteren met aansluitingen die op hun retour zijn, nooit gedaan ook. Apple schrapt zulke aansluitingen zo snel mogelijk, zelfs als er nog wat voor te zeggen is. Neem ethernet: nog steeds sneller dan wifi, maar er kwam een punt waarop wifi snel en alomtegenwoordig genoeg was om de ethernet-aansluiting uit MacBooks te schrappen. Wie het nog nodig heeft kan een adapter gebruiken, en dat zal bij de iPhone niet anders zijn.

Goed genoeg

Want ook koptelefoons met een draad hebben absoluut voordelen ten opzichte van draadloze modellen. Zo is de geluidskwaliteit beter en hoef je ze nooit op te laden. Maar de geluidskwaliteit en batterijduur van draadloze koptelefoons zijn ondertussen goed genoeg. En dat is al jarenlang reden genoeg voor een technologie om populair te worden, gepaard met wat voordelen die de voorloper niet had.

Enkele voorbeelden: mp3; mindere geluidskwaliteit dan de cd die eraan voorafging, maar goed genoeg en bovendien veel makkelijker uit te wisselen en onderweg te luisteren. Of WhatsApp; sms is nog steeds de meest betrouwbare manier om iemand een berichtje te sturen maar een WhatsAppje is gratis en kan plaatjes en video bevatten.

Dat maakt draadloze koptelefoons dan ook de echte reden dat Apple de mini-jack aan de wilgen hangt. Een aansluiting die rond 1880 werd bedacht om schakelborden van de eerste telefoons te bedienen en in de jaren ’60/’70 van de vorige eeuw kromp naar het formaat dat de meeste mensen kennen, heeft zijn beste tijd gehad. Maar nog meer dan dat: het snoer heeft zijn beste tijd gehad.

Toekomstvisie en ergernis

Natuurlijk: er zitten straks Lightning-oordopjes in het doosje van de nieuwe iPhone. Maar wie een koptelefoon van betere kwaliteit wil kan dan twee dingen doen: een Lightning-koptelefoon kopen die je alleen in je iPhone en iPad kwijt kan, of een goeie bluetooth-koptelefoon die je kan gebruiken met zowel je iPhone, als je Android-tablet als je Windows-pc. Dat maakt van Lightning straks de keuze voor de fijnproever: geluidskwaliteit boven het gemak van draadloos.

En toch krijgen we te maken met een overstapperiode. Een tijdje waarin sommigen moeten hannesen met adaptertjes, of moeten wennen aan het regelmatig opladen van hun nieuwe bluetooth-koptelefoon. Gedoe in de auto, gerommel in het vliegtuig, veel zuchten en vloeken. En dat is prima. Zoals ontwerper Neven Mrgan het pakkend samenvat: “Het verwijderen van de koptelefoonaansluiting van de iPhone is een prima langetermijndoel. Klagen over de ergernissen op korte termijn is ook prima. Die dingen kunnen samengaan.”

Over een paar jaar zien we het schrappen van de koptelefoonaansluiting als een compleet non-issue. Een storm in een glas water. Draadloos heeft de toekomst en aansluitingen die nutteloos beginnen te worden leggen bij Apple gemiddeld vijftien jaar na hun intrede het loodje, bracht The Verge in kaart. Wat dat betreft is de koptelefoonaansluiting tot nu toe eigenlijk nog mooi weggekomen. Nog even en we lachen erom dat hele volksstammen een snoer van hun hoofd naar hun broekzak lieten lopen.

Auteur

Floris Poort (@florispoort) begon twee jaar geleden als stagiair bij Bright. Hij bleef hangen en is inmiddels redacteur. Blogt vrijwel dagelijks op Bright.nl en bij Nu.nl. Houdt van alles met een batterij erin of stekker eraan.

De lucratieve handel in IP-adressen
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 7 min

Nu de schaarste aan IP-adressen van het oude soort toeneemt, stijgen de prijzen. En dat trekt criminelen aan die IP-adresruimte proberen te kapen om vervolgens weer voor veel geld door te verkopen.

Op 14 september 2012 was het moment waarvoor al jaren werd gewaarschuwd eindelijk daar. RIPE NET, de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van IP-adressen in Europa, het Midden-Oosten en Rusland, maakte bekend dat de IP-adressen nu echt zo goed als op waren. De adressen gingen op rantsoen. Internetaanbieders die grote aantallen nieuwe klanten willen aansluiten, kunnen de daarvoor benodigde IP-space niet langer afnemen bij RIPE. De grote blokken IP-adressen die de organisatie nu nog heeft, zijn allemaal gereserveerd voor de implementatie van IPv6, de opvolger van het systeem dat we nu hoofdzakelijk nog gebruiken: IPv4.

Ook wie een ambitieuze startup begint, zal tevergeefs aankloppen bij RIPE voor grote hoeveelheden IP-adressen. De instantie verstrekt weliswaar nog altijd kleine plukjes IP-adressen aan nieuwe partijen (je krijgt 1.024 IPv4-adressen wanneer je je bij RIPE aanmeldt), maar wie meer IP-space wil, moet zijn heil elders zoeken.

Iedereen een nieuwe tv

Er is daardoor de laatste jaren een levendige handel ontstaan in IPv4-adressen. Internetbedrijven die willen blijven groeien, providers die nieuwe abonnees krijgen of nieuwe diensten gaan aanbieden: allemaal hebben ze vroeg of laat behoefte aan nieuwe IP-adressen. En in Nederland kloppen ze daarvoor vaak aan bij Erik Bais van het bedrijf Prefix Broker, dat kopers en verkopers van IP-adressen  met elkaar in contact brengt. "IP-adressen zijn intangible assets", legt hij uit in zijn kantoor in Purmerend. "Je kunt ze niet vasthouden en toch zijn ze geld waard."

Elk apparaat dat is aangesloten op internet, heeft een IP-adres nodig. In het huidige IPv4-systeem zijn er minder dan 4,3 miljard adressen beschikbaar. Omdat de vraag naar IP-adressen vanwege nieuwe diensten en internettoepassingen maar blijft groeien, is er inmiddels sprake van schaarste. Daar zal pas een einde aan komen als de internetgemeenschap massaal is overgestapt op IPv6. Met dat systeem is het mogelijk om 3,4 x 10^38 (34 met 37 nullen) adressen uit te geven. 

"Maar dat zal nog wel een jaar of vijf, zes duren", verwacht Bais. Om daar met een glimlach aan toe te voegen: "Dat zei ik trouwens in 2012 ook al." De overgang naar IPv6 duurt zo lang omdat oude routers en apparaten die nog alleen met IPv4 werken het nog gewoon doen en daardoor in een traag tempo worden vervangen door apparaten die ook IPv6 ondersteunen.

In de tussentijd stijgt de prijs van IP-space. In 2013 werd er per IP-adres gemiddeld zo'n vijf of zes euro betaald, in 2014 steeg dat naar zeven tot acht euro en vorig jaar schommelde de prijs volgens Bais tussen de negen en twaalf euro. Toch leuk als je toevallig nog wat IP-adressen hebt liggen. Zo ontdekte Bais dat de politie in het Engelse Northumbria op een flinke partij ongebruikte IP-adressen zat. "Ze wisten daar helemaal niet dat die IP-adressen van hen waren. Van het geld dat de verkoop opleverde, konden ze het tehuis voor gepensioneerde agenten helemaal opknappen: het werd opnieuw geschilderd, iedereen kreeg een nieuwe tv."

Nepbedrijven

"Er gaat serieus veel geld in om", zegt Bais. Bedrijven zijn bereid om ver te gaan. Zo legde Microsoft vijf jaar geleden 7,5 miljoen dollar neer voor 666.000 IP-adressen van het failliete telecombedrijf Nortel. Meer dan tien dollar per adres.

Het hamsteren van IP-adressen loont, want vooralsnog worden ze alleen maar duurder. Wie een beetje creatief is, kan nog altijd nieuwe IP-adressen aanvragen. Een aanmelding bij RIPE kost 2.000 euro en daar komt de jaarlijkse bijdrage van 1.400 euro nog eens bovenop. Maar voor die 3.400 euro kun je wel gratis 1.024 adressen aanvragen. Om speculatie tegen te gaan, is het pas na twee jaar mogelijk de adressen over te doen aan iemand anders. Maar tegen de huidige prijzen zijn die adressen wel zo rond de tienduizend euro waard. Tel uit je winst.

De prijsstijgingen maken de handel in IP-adressen ook interessant voor figuren met dubieuze bedoelingen. Leslie Nobile van ARIN, de Amerikaanse tegenhanger van RIPE, waarschuwde onlangs dat criminelen nepbedrijven opzetten om IPv4-adressen binnen te hengelen. Ze gaan op zoek naar IP-adressen die eigendom zijn van bedrijven die niet meer bestaan, richten een nieuw bedrijf op met dezelfde naam en eisen vervolgens de waardevolle adressen bij ARIN op. Sinds september vorig jaar ontdekte ARIN 25 van dergelijke kapingspogingen, in de tien jaar daarvoor 50.

Het kantoor van RIPE, dat de IP-adressen in Europa uitgeeft, in Amsterdam
Het kantoor van RIPE, dat de IP-adressen in Europa uitgeeft, in Amsterdam

Gouden koets

Ook aan deze kant van de Atlantische Oceaan zijn er criminelen die proberen onder valse voorwendselen IP-space te bemachtigen. Dat dit een echt probleem is, bleek wel in 2014, toen een groep Bulgaarse criminelen er in slaagde om een week lang IP-adressen van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken over te nemen. Volgens het ministerie waren de gekaapte adressen niet in gebruik en waren er geen aanwijzingen voor misbruik, maar Bais vindt de kaping desalniettemin enorm gênant. "De gouden koets is ook 51 weken per jaar niet in gebruik. Dat betekent nog niet dat je de diefstal daarvan kunt bagatelliseren."

Terwijl de Bulgaarse bende de gekaapte adressen vermoedelijk maar kort wilde gebruiken, waarschijnlijk voor het versturen van spam, proberen andere criminelen IP-ruimte permanent over te nemen met als doel om de adressen vervolgens weer door te verkopen. "Nagemaakte documenten, Roemeense notarissen die vervalste stempels zetten: het gebeurt allemaal", weet Bais. Aan RIPE, dat het overzicht bijhoudt wie eigenaar is van welke adressen, de ondankbare taak om te controleren of er geen sprake is van valsheid in geschrifte en poging tot diefstal.

Ook Bais verricht bij elke verkoop van een blok IP-adressen uitgebreid onderzoek naar de herkomst. Hij vergelijkt zijn werk met dat van een makelaar. "Die bekijkt de kadastrale kaarten en gaat na of er nog een hypotheek op een huis rust. Ik voer archeologisch onderzoek uit op de databases waarin de IP-adressen staan vermeld. Is de aangeboden IP-ruimte wel uitgegeven? Bestaat het bedrijf dat de adressen wil verkopen wel? Je moet zeker weten dat de verkoper ook degene is die hij zegt dat hij is, want er hangt voor de kopende partij veel vanaf. Die hangt zijn bedrijf of cloudomgeving straks immers aan die adressen. Dan moet hij wel weten dat ze ook echt van hem zijn."

Te vies om vast te pakken

Hoeveel een IP-adres waard is, hangt af van verscheidene factoren. Want hoewel elk IP-adres op het eerste gezicht een inwisselbaar rijtje cijfers is, bestaan er grote verschillen. IP-adressen die zijn gebruikt voor twijfelachtige doeleinden zijn bijvoorbeeld minder in trek dan adressen die jarenlang ongebruikt zijn gebleven.

IP-adressen die worden gebruikt om spam te versturen, hackaanvallen uit te voeren of om malware te hosten, belanden op allerhande zwarte lijsten. Tal van partijen gebruiken die lijsten om te bepalen van welke IP-adressen ze wel of geen verkeer willen ontvangen. En dat maakt dergelijke adressen onaantrekkelijk voor een nieuwe eigenaar die met een schone lei wil beginnen. 

"Als de IP-adressen op een blacklist staan vanwege spam, hoeft er geen probleem te zijn als je de adressen niet gaat gebruiken om te mailen", legt Bais uit. Maar het komt ook voor dat een IP-blok zo is misbruikt dat bijna niemand zijn vingers er meer aan wil branden. Zelf nam Bais ooit 'een /19' (ruim 8.000 IP-adressen) over die was gebruikt om botnets aan te sturen en malware te verspreiden. Omdat de adressen 'bijna te vies waren om vast te pakken' kon Bais ze voor een prikkie overnemen, maar hij was vervolgens wel maanden bezig om de boel op te schonen. 

"Al het verkeer dat naar die adressen kwam, afkomstig van geïnfecteerde machines, lieten we in een sinkhole belanden. Vervolgens schreven we iedereen aan die contact probeerde te maken met onze IP-adressen. We legden hun uit dat ze hun computers moesten desinfecteren. Zo werden er heel veel pc's uit een slapend botnet gehaald. Toen dat was gebeurd, konden we de IP-adressen van alle zwarte lijsten laten halen. Uiteindelijk konden we de IP-adressen weer tegen de destijds geldende marktprijs doorverkopen aan een hoster die serieus om IP-adressen verlegen zat en zo weer nieuwe klanten kon aansluiten."

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.

‘Veel innovaties komen van creatievelingen’
Laurens Lammers
door Laurens Lammers
leestijd: 9 min

Allround technoloog en kunstenaar Edwin Dertien leidt studenten op tot future-proof ingenieurs. Zij combineren elektrotechniek, informatica en productdesign op een creatieve manier.

In kamer 3431 in gebouw Carré op het terrein van de Universiteit van Twente, de kamer van dr. ir. Edwin Dertien, wijst alles op een voorliefde voor technologie en gadgets. Rechts in de kamer staat een geïmproviseerde Jedi, een ridder uit Star Wars, inclusief lichtgevend zwaard. In een kast liggen verder oude robotstofzuigers te wachten op een nieuw leven. Ook te zien, groot hangend aan de wand, is Degenkrab, een lichtgevende en geluid producerende robot, waarvan het prototype werd gebouwd na het zien van de Britse tv-serie Robot Wars. 

Robotica: het is Dertiens favoriete onderwerp binnen zijn vakgebied, dat vooral bestaat uit hardcore technology. Van sensortechnologie tot het internet of things en physical computing: Dertien houdt er zich dagelijks mee bezig. "Computers zijn niet meer de apparaten die je alleen maar op je bureau of schoot hebt staan", zegt hij. "In bijna elk apparaat zit tegenwoordig wel computertechniek verwerkt. We hebben een heel netwerk aan ingenieuze apparaten om ons heen. Van een huishoudrobot tot en met de wasmachine." 

Voor veel mensen blijft technologie volgens Dertien echter een moeilijk onderwerp door zijn gesloten karakter. "We moeten daarom ervoor zorgen dat we technologie zo brengen dat deze begrijpelijk is voor iedereen." 

Nieuw type ingenieur

Als docent Creative Technology, een studierichting die hij in 2008 meehielp in Twente op poten te zetten, maakt hij zich ook sterk voor de opleiding van een nieuw type ingenieur. Die ingenieur zal volgens Dertien thuis moeten zijn op het gebied van elektrotechniek, informatica en product design. 

"We kwamen erachter dat er een noodzaak was om deze op te gaan leiden", zegt Dertien. "Bijna alle nieuwe producten en alle echte game changers zijn tegenwoordig een mix van de drie vakgebieden die nu onderdeel zijn van het vak Creative Technology. Het gaat ook niet meer alleen om een stuk elektronica. Er zit altijd wel een koppeling tussen de fysieke wereld en de online wereld in. Daarom zijn we een opleiding begonnen waarin heel goed gekeken wordt naar productontwerpen voordat ze worden gerealiseerd." 

De kern van de in Nederland unieke opleiding is de beïnvloeding van gedrag door digitale technologie. Zo leren studenten nieuwe creatieve applicaties te bedenken die het leven van gebruikers een stuk gemakkelijker en leuker moeten maken. Volgens Dertien is de opleiding ook veel breder toegankelijk dan de traditionele ingenieursopleidingen. "Bij ons kunnen ook mensen instromen die geen natuur- en techniekprofiel hebben gekozen op de middelbare school."

Vakoverschrijdend denken

Volgens Dertien is Creative Technology voor veel bedrijven nog vrij onbekend. "Maar we beginnen wel te merken dat er een markt voor is", zegt hij. "Bedrijven hebben mensen nodig die vakoverschrijdend kunnen denken. Dus niet alleen wat betreft de technische realisatie, maar ook qua gebruikersaspecten. Die mensen moeten verder niet alleen elektronica kunnen ontwerpen, maar ook kunnen zien of een concept in de praktijk ook werkt door gebruikers er in een vroeg stadium bij te betrekken. Een ding kan technisch heel mooi in elkaar zitten. Maar als het voor gebruikers niet het probleem oplost waarvoor ze het willen hebben, faalt de boel."

"Veel van de technologieën die de afgelopen jaren de wereld op zijn kop hebben gezet, zoals quadcopters, drones en 3D-printers, zijn verder geen producten die uit de traditionele industrie zijn voortgekomen. Die hebben het grote publiek bereikt dankzij een aantal creatievelingen. Die creative scene, dat is de wereld waarvoor we onze studenten willen opleiden."

Op internet lees ik dat je tijdens de opleiding kunt leren je omgeving intelligent en interactief te maken. Wat moet ik me daarbij voorstellen? 

"Zo'n omgeving kan bijvoorbeeld je huiskamer zijn. Je verlichting, blindering en tv-toestel zijn daarin netjes aan je activiteiten aan te passen. Zo kun je de kamer zo maken dat deze responsief wordt of zich inricht aan wat jij op dat moment wilt. En dit zonder dat je hiervoor nog op knoppen hoeft te drukken of andere ouderwetse interfaces moet bedienen. In principe kan het elke omgeving zijn, tot je omgeving in de jungle toe. Studenten ontwerpen nu ook de wachtkamers van de toekomst, waarin je door gebruik van de juiste technologie beter op je gemak zit en zonder paniekgevoel."

Leer je ook minder praktische dingen tijdens de opleiding?

"Ja hoor. We laten studenten ook installaties ontwerpen voor festivals, zoals het Gogbot-festival, een groot jaarlijks evenement rond kunst, media en technologie. Die installaties moeten een zo groot mogelijke impact hebben op het publiek. Vorig jaar was dat bijvoorbeeld een elektrische auto waarmee je met een Oculus Rift op over de Grote Markt van Enschede kon scheuren. De hele spelsituatie was in virtual reality. Mensen konden daarbij het hele festivalterrein virtueel aan flarden rijden." 

Is virtual reality ook een belangrijk onderdeel van Creative Technology?

“Ja, we maken in de opleiding gebruik van 3D-software als Unity, waarmee je modellen in 3D op het scherm kunt toveren en een eigen omgeving in virtual reality kunt bouwen. Ook andere tools om netjes in 3D te kunnen modelleren zitten in het onderwijspakket.”

Je hebt studenten ook lichtzwaarden uit Star Wars laten bouwen op basis van een door jou ontworpen zwaard. Hoe valt zo'n workshop te rijmen met Creative Technology?

"Dat was niet direct een onderdeel van de studie zelf, maar een activiteit van de studievereniging. Die had het idee opgevat om ter gelegenheid van de première van de Star Wars-film The Force Awakens een speciale Jedi-training te organiseren. Eén van de studenten had mij daarbij gevraagd om een ontwerp van een lichtzwaard te maken dat nagebouwd kon worden in een leuke workshop. Dat zwaard heb ik vervolgens ook gebouwd met behulp van aantal programmeerbare LED-strips, een stuk rioolpijp en een lasergesneden stuk hout. Uiteindelijk is het zo'n veertig keer nagebouwd. We hadden verder allerlei sponsors, zoals Conrad en Praxis. Studenten konden bovendien een korte gevechtstraining krijgen van een vechtsportclub om zo realistisch mogelijk te leren nepzwaardvechten."

Workshop lichtzwaarden maken
Workshop lichtzwaarden maken

In hoeverre moet je als student Creative Technology handig zijn of over bepaalde vaardigheden beschikken?

"Als student moet je onder de motorkap willen kijken en willen weten hoe dingen werken. Het hebben van een onderzoekende geest is ook belangrijker dan dat je heel vaardig bent met een soldeerbout. Dat laatste is nuttig, maar leer je alleen niet in de studie zelf. Hetzelfde geldt voor andere vaardigheden, zoals het ontwerpen voor een 3D-printer of het werken met een lasersnijder. Die dingen kun je ook later nog leren door projecten te kiezen waarin je die vaardigheden veel kunt oefenen. Je leert ze ook alleen door er veel mee bezig te zijn, knetter veel fouten te maken en daarvan weer te leren."

Is Creative Technology als studie ook erg in trek onder studenten die van technologie houden?

"Ja, steeds meer. In 2010 hebben we de eerste lichting studenten gehad of de eerste studentengroep die het ging proberen. Inmiddels is Creative Technology een gewone volwaardige opleiding. Het is ook binnen de vakken wiskunde, elektronica en informatica de grootste opleiding of de opleiding met de meeste studenten. Per lichting hebben we nu 100 tot 120 studenten per jaar die we opleiden."

Ex-studenten Creative Technology hebben al meerdere startups opgezet, zoals Homey, een afstandsbediening voor smarthomes, en PrintR, een platform dat het 3D-printen een stuk eenvoudiger moet maken. Zijn dit uitzonderingen of zie jij meer studenten die na hun studie een bedrijf beginnen?

“Ja, dat zijn er nogal wat. Deze twee hebben het goed gedaan. Homey heeft een Kickstarterproject heel goed afgesloten. Dat zit nu in de productie- en uitleverfase. De vraag is nu nog of het product aan alle klantwensen voldoet. Ook PrintR heeft een mooie niche gevonden in het toegankelijk maken van hun printproducten in apps en software. Ex-studenten zijn nu verder bezig met het ontwikkelen van holograminstallaties. Dat zijn hele mooie dingen om gegevens of 3D-modellen te kunnen visualiseren. Het werkt met roterende spiegels en beamers die modellen van iets kunnen projecteren. Je kunt hier vervolgens helemaal omheen lopen, dus alles goed zien in 3D. Het lijkt ook al veel op de hologrammen die je ziet in Star Wars of StarTrek.”

Je hebt in Twente mechatronica gestudeerd. Daarin leer je bewegende systemen te ontwerpen en te besturen. Een groot deel van deze studie is gerelateerd aan robots. Ben je als student ook veel bezig geweest om robots in elkaar te knutselen?

"Dat was ik op de middelbare school al en daarvoor. Mijn allereerste robot bouwde ik in 1986. Het ontwerp daarvan stond in het blad Kijk. Het robotje kon allerlei dingen, zoals zichzelf opladen via een eigen laadstation. Van het ontwerp was ook een bouwpakket gemaakt, dat ik kon overnemen van een oom die er niks mee deed. Het duurde even voordat ik de robot in elkaar had gezet. Ik moest allerlei dingen leren solderen en veel zaken leren over elektronica voordat het allemaal een beetje werkte. Aan het einde van de basisschool had ik het ding in elkaar gezet. Voor mijn afstudeerwerk in 2005 heb ik verder een lopende robot gebouwd die net zo liep als een mens. Dat wil zeggen: lopen door nét niet te vallen. Mensen lopen helemaal niet zo stabiel als het lijkt. Ze vallen gewoon voorover. Doordat je je ene been net op tijd voor je andere been zet, blijf je doorvallen. En dat noemen we lopen. Hetzelfde principe heb ik ook in die robot gebouwd. Hij werd uiteindelijk een metertje hoog en voorzien van een grote motor met Penlight-batterijen."

Edwin Dertien was al op jonge leeftijd met techniek bezig
Edwin Dertien was al op jonge leeftijd met techniek bezig

Kan het bouwen van een robot ook leiden tot allerlei frustraties door de complexe technologie die hiervoor nodig is?

"Robots bouwen is voor vijf procent inspiratie en voor 95 procent frustratie. Als het werkt, heb je een succesmoment, maar dat is meestal kort. Er is volgens mij ook nooit een robotproject geweest dat heel vlot en soepel tot een resultaat leidde. Als dat wel zo is, heb je als bouwer toch iets verkeerds gedaan."

In de tech-sector wordt al jaren gewerkt aan intelligente machines. Maar hoe intelligent zijn robots al en hoe is intelligentie bij robots te meten?

"Er zijn hiervoor allerlei testen, zoals de Turing Test. Daarmee kun je kijken of je onderscheid kunt maken tussen een chatbot en een menselijke operator. We moeten ons echter niet blindstaren op dit type intelligentie. Het is heel mooi om daarover te dromen en fantaseren. Heel veel sciencefiction films hebben echter al het gras voor onze voeten weggemaaid. In de film Her speelt Scarlett Johansson de stem van een besturingssysteem, zoiets als Windows ++, die zich als personal assistent verspreidt over meerdere apparaten. Zo'n film toont al goed hoe kunstmatige intelligentie in de toekomst vorm kan krijgen, zonder daarbij direct een robot aan het werk te zien. Maar het verhult een beetje de dingen die nu echt in de wereld achter de schermen gaande zijn. Als ik nu mijn smartphone een instructie geef, ben ik eigenlijk aan het communiceren met een server van Apple of Google, want daar zit het brein. In een Harry Potter-film zegt de vader van Ginny Weasley dat je nooit iets kunt vertrouwen als je niet weet waar het zijn brein bewaart. Die mooie quote gaat de komende jaren nog heel relevant worden als het om kunstmatige intelligentie gaat." 

Sommige deskundigen noemen het idee dat er een moment komt waarop machines intelligenter zullen zijn dan de mens een fata morgana. Worden de mogelijkheden van technologie niet een beetje overschat?

"Soms wel, maar vaak niet. Er zijn nu machines die ons kunnen verslaan met schaken of Jeopardy. Straks heb je ook machines die beter kunnen autorijden omdat ze niet moe worden. Er zijn verder hele systemen te maken die uitgebreide economische analyses doen en allerlei scenario's kunnen bedenken die in jouw voor- of nadeel werken. Daarbij geldt dat hoe meer databronnen je erin stopt, hoe uitgebalanceerder het antwoord zal zijn."

Robots spelen al decennia lang een rol in ons dagelijks leven. We zijn met robots opgegroeid en weten hoe ze eruit zien en op ons reageren. Hoeven we dan ook niet bang te zijn voor de robots van de toekomst?

"Natuurlijk moeten we ook bang zijn. Een robot kan hartstikke gevaarlijk zijn, zoals elke technologie. Je kunt robots gebruiken om bommen op te sporen en te deactiveren, maar ook om dingen op te blazen. Iedere mafketel kan verder met een op afstand bestuurbaar autootje, twee servomotors en een paar handvuurwapens een killerbot maken. Er kan zelfs ooit een Terminator opstaan. Maar eerlijk gezegd ben ik veel banger voor wat Google allemaal over mij weet en de controle die hierdoor over mij kan worden uitgeoefend dan voor een robot die mij in mijn laboratorium pootje gaat haken."

Hoe zit het met de communicatie tussen mens en robot. Kan die nog worden verbeterd?

"Zeker. Een robot kan leren je humeur 's morgens in een gesprek te verbeteren. Daardoor kan mijn relatie met een robot weer beter worden. Een plan van mij is ook om nog eens een aantal oude robotstofzuigers te voorzien van een spraakchip, zodat ik ze kan leren praten. Het lijkt me daarnaast leuk als hij dan af en toe heel erg gaat kuchen of een vrolijk wijsje begint te zingen boven zijn gezoem uit. In Japan is dat heel normaal, bij ons wekt het echter woede en verveling op. Maar stel je voor dat je je stofzuiger meer persoonlijkheid kunt geven met een stemmetje? Zou je daar niet blijer van worden? En zou je daardoor niet beter met je stofzuigrobot om kunnen gaan?" 

Kunnen robots ook lui worden of de boel belazeren, zoals Google onlangs in een onderzoek suggereerde?

"Dat kan, ja. Maar dan is het de vraag of dat in de robot zo is geprogrammeerd. Je kunt stofzuigrobots van een lerend algoritme voorzien. Mensen kunnen daardoor zo'n robot bepaalde instructies geven, zoals: ga zo zuinig mogelijk met je batterijen om, maar zorg ervoor dat je zo actief mogelijk lijkt. Dan krijg je een robot die eerst wat rondrijdt en daarna heel rustig zijn batterijen gaat laden. Als je dan weer thuis komt, gaat hij weer even een rondje zuigen. Wat je in zo'n apparaat stopt, krijg je er op die manier ook weer uit. Zo'n stofzuigrobot is verder geen almachtig apparaat dat alles kan zien. Hij maakt de boel ook niet schoon, maar schoner. Over robots zullen onze ideeën de komende jaren ook weer veranderen. Aan de ene kant zullen we er meer van gaan verwachten, aan de andere kant gaan we onze verwachtingen ervan bijstellen." 

Met je bedrijf Kunst- en techniekwerk ben je ook als technisch kunstenaar actief. In je werk is van alles te zien: van een robot die met brandende pasta op de vloer kan tekenen tot een robot die mensen achtervolgt. Je vondsten hebben ook exotische namen als Degenkrab en Achtervolgspot. Hoe bevalt die rol? 

"Het is heel leuk. Degenkrab heb ik gemaakt in de stijl van de robots die te zien waren in de tv-serie Robot Wars. Als inspiratiebron had ik een levende krab die ik sterk heb vergroot. Die eerste versie heb ik in 2001 gebouwd. In 2007 heb ik hem ook op het Gogbot-festival in Enschede laten rondrijden. Met de Achtervolgspot ben ik vanaf een terrasje met de afstandsbediening letterlijk mensen gaan achtervolgen. Die mensen vroegen zich ook af hoe het werkte. Ze zochten bijvoorbeeld naar een camera op de robot. Andere mensen dachten dat de robot alleen mensen volgde met een rode broek aan. Sommigen reageerden ook heel beschermend. Zij zagen de robot als vriendje en gingen ermee op de foto. Mensen gaan vaak zeer verschillende relaties aan met zo'n robot, zo blijkt in de praktijk."

Wat is je meest recente kunstproject?

"Een soort Pixar-achtige bureaulamp die ik vorig jaar heb gebouwd, automatisch allerlei richtingen opdraait en daarbij verschillende kleuren geeft. Zo'n bureaulamp wilde ik al lang hebben. De meeste bureaulampen zijn nogal saai. Ik wilde er daarom eentje met leven erin. Hij draait nu een simpel programmaatje af, zonder gebruikmaking van sensoren. De onderdelen komen verder uit de Ikea. Daar heb ik nog een paar servomotortjes aan toegevoegd. Dezelfde technologie gebruik ik nu ook voor workshops voor kinderen die van karton en een paar servo's gezichten maken en tot leven wekken." 

Je verzorgt ook de techniek voor de kunstprojecten van andere kunstenaars. Eén daarvan was The Dancing White Man, een levensechte dansende robotversie van kunstenaar Leonard van Munster. Hoe was dat?

"Dat was een supergaaf project. Ik was even de mad scientist. Het was ook mooi om hem in de Amsterdamse Stadschouwburg te installeren. Mensen dachten dat het ging om een levend standbeeld dat heel goed stil stond en ging dansen als je er vlak voor ging staan. Dat het een robot was, wilden veel mensen niet geloven. Dat deden ze pas als we de schedel opentrokken en alle draden hierin lieten zien. Sommige bezoekers renden dan ook hard weg."

Je bent verder erg actief in je fablab Studio13, je eigen technologische werkplaats. Daarin bied je aan mensen met autisme een speciale dagbesteding. Hoe loopt dit?

"Vrij succesvol. Ik ben ermee begonnen in de tijd dat de zogenaamde fabricagelabs uit de VS kwamen overwaaien. Het idee was om via deze fablabs dure machines, zoals lasersnijders en 3D-printers, publiek toegankelijk te maken. In 2013 ben ik in mijn eigen atelier met een fablab gestart. Daar zijn we in een paar jaar tijd hard uitgegroeid. Nu doen we hetzelfde in een veel groter pand in Oldenzaal, waar veel deelnemers vandaan komen. We zijn nu ook een reguliere zorginstelling met tien man personeel en zo'n 45 cliënten waarvan er dagelijks een tiental in de fablab is te vinden."

Zijn het vooral mannen die je fablab bezoeken of ook vrouwen?

"Voornamelijk mannen. Autisme uit zich bij mannen meestal wat duidelijker dan bij vrouwen. Deelnemers komen vaak ook uit de technologische hoek of hebben affiniteit met techniek. Veel mensen met autisme wonen ook in de buurt van grote technologische bedrijven of instellingen en zitten door hun stoornis werkeloos thuis. Vroeger werden ze in een hoek van een bedrijf neergezet met een simpele opdracht. Tegenwoordig kan dit niet meer. Ze moeten nu goed in teamverband kunnen werken, goed kunnen communiceren en multitasken. In de praktijk werkt dat echter niet."

Je bent ook muzikant. Ook als je muziek maakt, ben je vaak bezig met techniek en elektronica. Wat moeten we daarbij voorstellen?

"Ik vind het leuk om mijn eigen instrumenten te bouwen. Ik ben alleen geen ambachtsman die jaren aan een instrument werkt. In plaats daarvan doe ik dingen met elektronica en moderne techniek en bouw ik bestaande instrumenten om. Het laatste instrument was een heel oud Yamaha-orgeltje. Dat kraakte alleen maar een beetje en maakte rare geluiden. Echt spelen kon je er niet op. In de werkplaats heb ik daarom de klavieren eruit gehaald en er met een Arduino-bordje een standaard Midi-klavier van gemaakt. De ronddraaiende luidsprekers van Leslie heb ik verder in een aparte kast ingebouwd. Op de Makerfaire Twente heb ik er vervolgens iedereen mee gek gemaakt."

Auteur

Laurens Lammers is freelance journalist en schrijft veel over internettechnologie, internetcultuur en beginnende internetbedrijven.

Hoe je de beste 360-graden-video’s maakt
Vincent Smit
door Vincent Smit
leestijd: 8 min

Met één druk op de knop film je tegenwoordig in 360 graden. Maar hoe vertel je een goed verhaal met dit nieuwe medium?

Het is nog niet te duidelijk wat nou het perfecte format voor een 360-graden-video is. Een half jaar lang heb ik onderzoek gedaan naar storytelling met 360-graden-video’s. Nederlandse mediabedrijven weten nog niet goed hoe ze dit nieuwe medium kunnen toepassen. Daarom heb ik mijn antwoorden aan de andere kant van de oceaan gezocht, onder meer bij Google en de New York Times. Beide bedrijven hebben al veel ervaringen opgedaan met wat kijkers graag willen zien in dit nieuwe videoformat.

Volgens Jenna Pirog, VR-editor van de New York Times, moet je bij het filmen beseffen dat het beeld in een 360-graden-video een toegevoegde waarde moet hebben. “Sommige verhalen zullen beter verteld kunnen worden in woorden, met een foto of een 2D-video. Ik denk dat de beste verhalen die verteld kunnen worden in 360 graden en VR verhalen zijn waarbij aanwezigheid in de scène helpt om de kijker het verhaal beter te laten begrijpen.” Hiermee bedoelt Pirog dat de kijker het gevoel heeft dat hij zelf op de locatie aanwezig is.

De perfecte locatie

Wanneer je gaat filmen met je nieuwe 360-camera is het belangrijk om één woord goed in je achterhoofd te knopen: belevenis. Het gaat bij dit nieuwe medium allemaal om de belevenis die je kijker krijgt bij het zien van je video.

Probeer bij het filmen altijd te zoeken naar locaties waarbij het bijna noodzakelijk is om de volle 360 graden te zien. Je camera aanzetten op de verjaardag van je neefje is leuk, maar de kans is erg klein dat je kijker er een gevoel van belevenis van krijgt. Goede locaties voor 360 graden-video’s zijn plekken waar veel te zien is. De kijker moet rond willen blijven kijken. Als alle actie op één plek plaatsvindt, heeft de 360 graden-video eigenlijk al zijn effect verloren. 

In deze video van het Jeugdjournaal is een 360-camera neergezet bij een herdenking voor de aanslagen in Brussel. 2,5 minuut zien we hetzelfde beeld. Er gebeurt verder niet veel. Daarnaast is de camera heel laag gepositioneerd. Hierdoor kun je als kijker het gevoel krijgen alsof je een toeschouwer bent, terwijl iedereen op je neerkijkt.  

Deze 360-video over ivoorverbranding van de New York Times is wel een goed voorbeeld. Wat hier zo goed aan is, is dat je bijna op de locatie zelf aanwezig bent. Je kijkt vanaf schouderhoogte mee naar wat er zich allemaal om je heen afspeelt. Uit mijn onderzoek blijkt ook dat kijkers het fijn vinden als er een afwisseling is in de beelden. Geef de kijker wel genoeg tijd om rond te kijken. De maximale lengte voor een rondkijk-shot vinden kijkers rond de 30 seconden.  

Nu begrijp ik uiteraard ook wel dat je niet zo snel met je nieuwe 360-camera bij een ivoorverbranding zal staan. Maar het feit is: kijkers willen graag op plekken komen waar zij zelf niet zo snel zouden komen. Dus neem deze zomer je 360-camera voor de aftermovie van je vakantie! Laat je kijkers zich vergapen aan een schitterend uitzicht. De 360FLY kun je zelfs mee de zee in nemen. Ga je alleen op wintersport dit jaar? Dan is dit wellicht een idee:

Houd er rekening mee dat je bepaalde shots niet kan maken met 360 graden-camera’s. Simpelweg omdat de techniek dat nu nog niet toestaat. Zo kunnen je kijkers niet inzoomen wanneer ze de video bekijken. Daarom zal je misschien nog dichter bij wat je filmt moeten gaan staan.

Nieuwe technieken

Volgens de Britse VR-wetenschapper Sarah Jones moeten filmmakers bij het vertellen van verhalen met een 360-video hun verteltechnieken aanpassen. Tijdens een toespraak tijdens het UK VR Festival in februari 2016 zei zij hier het volgende over: “Niemand kijkt het op dezelfde manier.” Ze doelt hiermee op het feit dat alle kijkers bij een traditionele video hetzelfde beeld zien. Bij een 360-graden-video weet je echter niet waar je kijker op dat moment naar aan het kijken is.

Nederlandse nieuwsmedia als de NOS, KRO-NCRV en RTL Nieuws proberen allemaal om 360 graden-video’s te maken. Wat opvallend is, is dat zij vaak gebruik maken van ‘oude’ televisie-technieken. Denk bijvoorbeeld aan een interview in beeld of een journalist die iets zegt terwijl hij in de camera kijkt. Juist omdat 360 graden-video’s zo nieuw zijn, is er nog alle ruimte om te experimenteren.

Enkele VR-filmmakers zijn al aan het experimenteren met wat zij allemaal kunnen doen met 360-graden-video's. Denk aan journalisten die tijdens hun stand-upper ergens heen wijzen zodat de kijker die richting opkijkt. Ook is te zien dat ondertiteling niet meer op één plek hoeft te staan. Zowel de stand-upper als ondertiteling in beeld zijn technieken die afkomstig zijn van de televisie. Er wordt geen nieuw idee voor 360-video’s gebruikt; het oude idee wordt slechts geüpgraded.

Bestaande middelen schieten tekort

Jessica Brillhart, Virtual Reality-filmmaker bij Google, denkt dat nieuwe ideeën noodzakelijk zijn bij 360 graden-video’s. “Zonder nieuwe ideeën zal dit medium niet blijven bestaan. We moeten nadenken over wat we uiteindelijk willen bereiken. Het gaat niet zo zeer om de middelen. Het gaat om wat de middelen ons in staat stellen om te doen voor het medium. Het is slechts het raamwerk, niet het eindresultaat.”

"We gebruiken traditionele montagetechnieken omdat we dat kennen. We maken een frame omdat dat is wat we kennen. Wanneer we alles wat we al weten als videomakers uitschakelen en ruimte bieden aan wat we nog niet goed weten, dan helpt dat ons begrijpen hoe deze middelen tekortschieten. Zo kunnen we kijken hoe we niet alleen betere, maar ook hele andere middelen voor dit medium kunnen ontwikkelen", zegt Brillhart.

'Slechte montage als een slechte danspartner'

Uiteraard kun je ervoor kiezen om je losse shots online te uploaden. Maar wil je nou geen losse shots maar een echt verhaal, dan ontkom je niet aan montageprocessen. Met de meeste consumentencamera’s hoef je zelf niet meer te stitchen, het samenplakken van de verschillende beelden tot een 360-beeld. Toch is monteren met 360 graden-video’s nog best een karwei. 

In bovenstaand screenshot is de tekst bijvoorbeeld veel te groot. In je montageprogramma lijkt dit wellicht een stuk kleiner. Omdat het beeld daarna omgezet wordt tot een 360-beeld, valt alles veel groter uit. Houd hier rekening mee als je jouw eigen video gaat monteren. 

Denk daarnaast bij het montageproces na over hoe de beleving van je kijker kunt beïnvloeden. Brillhart: “Het is net alsof je een gesprek voert met je kijker. Je moet je afvragen hoe je kijker de video zal bekijken. Dat bepaalt de kwaliteit van de montage en daardoor ook de kwaliteit van de uiteindelijke ervaring.”

“Als je dit niet doet en je wilt blijven hangen in montagetechnieken die je nog kent van standaard video’s is dat alsof je een slechte danspartner bent. Je hebt misschien mazzel als je een danspartner treft die op een miraculeuze wijze wel begrijpt wat je van haar wilt. Maar hoogstwaarschijnlijk krijg je dan een verwarde en zelfs gefrustreerde partner.”

Niemand wil een gefrustreerde danspartner. Experimenteer daarom met je 360-graden-camera en zet hem niet simpelweg aan. Je zal merken dat je daar op termijn steeds flexibeler van zal gaan dansen. 

Nog enkele voorbeelden

Hieronder nog een paar voorbeelden van hoe je kunt experimenteren met 360-video's: 

Skydiving: kijkt lekker weg door combinatie adrenaline en muziek:



Welcome to Amsterdam. Eigen uitprobeersel voor buitenlanders die hotspots in Amsterdam willen zien:



De goedkope 360-camera Ricoh Theta S aan een drone gehangen: 



Een reportage over oorlogskinderen van de New York Times: 



En tot slot een lekker Britse video van de BBC:

Auteur

Vincent Smit is freelance journalist en videomaker

Sensoren uit de 3D-printer
Miranda Hoogervorst
door Miranda Hoogervorst
leestijd: 8 min

HP geeft met een nieuwe industriële 3D-printer de haperende 3D-printrevolutie een zet. We bezochten HP's mysterieuze 3D-printlab in Spanje. Wat wordt er mogelijk?

De consumentenmarkt voor 3D-printing groeit, maar niet zo snel als verwacht, stelt onderzoeksbureau IDC. De groei stagneert door een gebrek aan snelle printers en betaalbare materialen. Hierdoor trekken bedrijven zich terug uit de consumentenmarkt om zich op het kapitaal van de medische, automobiel- en ruimtevaartindustrie te richten. Een recent voorbeeld is dat van 3D Systems; het stopte in januari van dit jaar met al zijn 3D-printers voor consumenten. (Lees ook ons interview met 3D-print-pionier Janne Kyttanen, die bij 3D Systems vertrok).

Ook HP richt zich met zijn nieuwe Multi Jet Fusion 3D Printer op de industrie. Tijdens een presentatie op het HP-kantoor in het Spaanse Sant Cugat del Vallès zei Ramon Pastor, HP's vice-president en general manager: "De consumentenmarkt is geen onderdeel van onze strategie. Wel kunnen we vanaf het huidige punt van onze technologie lager gaan, naar hallway printers, en hoger, naar daadwerkelijke integratie in het productieproces." 

Toch is het verwonderlijk dat HP nu pas de markt betreedt met een industriële 3D-printer. Pastor legt uit dat dit een weloverwogen strategie is: "Vandaag de dag is de markt 5 biljoen dollar, dat is relatief klein, want het potentieel gaat richting de triljoen dollar. Vechten om marktaandeel is niet interessant voor ons want in deze jonge markt kun je succes nog niet aflezen aan marktaandeel. Iedereen kan zometeen een eigen hoek innemen en dat verder gaan uitbouwen. Wij hebben een multi-efficiënte, superieure technologie voor plastics ontwikkeld en we geloven dat we daarmee eind 2017 marktleider zullen zijn in de categorieën waar wij ons op gaan richten." 

De HP MJF-technologie is niet ontwikkeld voor het 3D-printen van prototypes (waar de meeste 3D-printers voor gebruikt worden), maar voor het 3D-printen van hoogwaardige producten. De printer is te koop vanaf 150.000 euro, leasen is ook mogelijk. 

Voxels veranderen in sensoren en alarmsystemen

HP lanceert met de printer een nieuwe materiaaltechnologie waarmee materialen op voxelniveau getransformeerd kunnen worden. Een voxel is de driedimensionale versie van een pixel. De transformeren gaat door toevoeging van verschillende stoffen, de zogenaamde agents, die kleur, transparantie, flexibiliteit en geleidend vermogen kunnen toevoegen. 

Deze material jetting-technologie (PDF) werkt met een systeem dat te vergelijken is met 2D ink-jetting. De 3D-printer schuift een laag materiaal op het werkblad en sprayt daarna, volgens het 3D-design, in 'one go' miljoenen uiterst fijne druppels agents per seconde op het nylon poeder. Vervolgens gaat er een thermische arm over het gehele werkblad, die ervoor zorgt dat de agents op de juiste plekken actief worden, waardoor de voxels samensmelten of speciale eigenschappen krijgen. 

De voxeltechnologie van HP voegt bijvoorbeeld kleurpigmenten toe aan de voxels, waardoor het object door en door gekleurd is. Het grote voordeel hiervan is dat er verschillende kleurlagen aangebracht kunnen worden voor het registreren van slijtage. Wordt door intensief gebruik van een tandwiel de rode laag zichtbaar? Dan moet het vervangen worden.

Ook kunnen tussen de voxels specifieke codes worden aangebracht voor identificatie, of geleidende coatings die gebruikt kunnen worden in een sensorsysteem. Tijdens de presentatie toont HP's Master Technologist Sascha de Peña het paradepaardje: een 3D-geprinte industriële haak met ingeprinte sensoren. Via bluetooth en een bijbehorende app kunnen de sensoren 'gelezen' worden en is te zien of de belasting van de haak binnen de veilige zone blijft.  

Top-secret lab in Spanje

We bezoeken in het HP-kantoor ook het top-secret 3D-printing-laboratorium en werkplaats waar de Multi Jet Fusion printers worden gebouwd en getest. Onze smartphones moeten we in een papieren envelop doen om te voorkomen dat we stiekem foto's maken. Wat we verwacht en gehoopt hadden gebeurt hier niet; een live demonstratie van het 3D-printen van een object blijft uit. HP toont ons de technologie op beeld en we kunnen de technici alles vragen, maar we zien niets uit de 3D-printer komen.

De reden dat HP journalisten uitnodigt zonder dat er daadwerkelijk resultaten getoond kunnen worden, is dat HP op zoek is naar meer industriële partners voor het uitbouwen van deze technologie. Sinds 2014 werkt HP intensief samen met onder andere Nike, BMW, Siemens en het Nederlandse Shapeways, om de technologie volledig te laten aansluiten op de wensen van deze partijen. 

Door snelheid en prijs aantrekkelijker te maken en de technologie te promoten middels bekende namen, zullen snel meer partijen volgen. HP stelt dat printen met deze machine tot 10 keer sneller is dan met bestaande material jetting machines en dat de proceskosten tot 50 procent lager kunnen uitpakken. 

In mei van dit jaar heeft HP bij Shapeways in Eindhoven - na anderhalf jaar intensief testen - een MJF-printer geïnstalleerd. "De machine voldoet aan de verwachtingen", aldus Stefan Rink, VP Manufacturing van Shapeways. "De HP-machine is de eerste die zich richt op industriële productie. We proberen tegemoet te komen aan de verwachtingen van internet: vandaag besteld, morgen in huis. Met deze technologie kunnen we een hele grote stap in de goede richting zetten."

Dit willen we: razendsnel spullen laten printen 

Dat 3D-printerfabrikanten zich terugtrekken uit de consumentenmarkt is overigens niet echt een ramp voor de consument, want laten we eerlijk zijn; wie wil - buiten de gadgetliefhebbers - de technologie, de chemische poeders en plastics voor 3D printing in huis hebben?

Waarom zelf printen als je de gewenste spullen online kunt bestellen en binnen 24 uur in huis kunt hebben, bijvoorbeeld via 3D-printplatform Shapeways? Toch proberen sommige fabrikanten het nog - een laatste stuiptrekking wellicht - zoals Mattel met de ThingMaker, een 3D-printer voor plastic speelgoedrommel, die in oktober op de markt komt. 

'Hebberigheid' aangepakt

Om materiaalontwikkeling en -gebruik te stimuleren lanceert HP een open platform. De eerste materiaalsamenwerkingen zijn al opgestart met onder andere BASF, maar elke andere (kleinere) materiaalontwikkelaar kan materiaal laten testen en certificeren voor gebruik in HP's MJF printer. HP vraagt een vergoeding per gecertificeerd materiaal voor het verlenen van de certificering. 

Ramon Pastor: "Die hebberigheid rondom materialen is de grootste fout in deze industrie. De prijselasticiteit voor de vraag naar materialen is enorm. Wij lanceren daarom een agressieve, lage prijsstrategie voor de HP-materialen. Het is in ons eigen belang dat de marktprijzen omlaag gaan want het is de enige manier om deze markt te vergroten. Het enige wat wel altijd van HP zal blijven zijn de agents." 

Toekomstvisie

Hoe de HP Multi Jet Fusion in de praktijk blijkt te gaan werken, zullen we moeten afwachten. We hebben nog niets 'live' uit de printer zien rollen in het lab in Spanje. Het gebrek aan dit soort informatie is dan ook de grootste klacht over deze lancering. De technologie is indrukwekkend, maar doet deze printer zometeen ook echt wat hij belooft? 

Met de huidige techniek van de printer kan op dit moment uitsluitend nog zwarte nylon geprint worden, maar HP belooft dat het kleurenpalet snel uitgebreid zal worden naar een fullcolour-optie. Ook de andere agents - voor transparantie, geleidend vermogen en flexibiliteit - zullen naar verwachting pas later dit jaar beschikbaar komen. 

Maar als de printer uiteindelijk doet wat is aangekondigd, dan is de volgende grote stap in het digitaliseren van industriële productie gezet. Mede dankzij HP sprinten we dan op 3D-geprinte Nike's of scheuren we in een gepersonaliseerde BMW richting de 'vierde industriële revolutie'.

Auteur

Miranda Hoogervorst (MirandaWrites10) is specialist op het snijvlak tussen mode, tech en duurzaamheid. Is momenteel geobsedeerd door Girls Can Code en 'shrimp-treated bespoke denim'.

Video vault: de geschiedenis van selfies
Rutger Otto
door Rutger Otto
leestijd: 19 min

Eens in de maand verzamelen we de beste online video's voor je. Ben je meteen weer bij.

Waar komt de selfie eigenlijk vandaan? Dat wordt onderzocht in 'The Art History of the Selfie'. In het video-essay van acht minuten zie je hoe selfies door de jaren heen werden genomen in de kunstwereld. Dat levert niet alleen prachtige foto’s op die je wellicht niet eerder hebt gezien, maar ook een stukje inzicht in wat heeft geleid tot onze selfiecultuur.

In deze korte film worden drie millennials gevolgd in het jaar 2054. Hoe kijken ze terug op hun jeugd, het opgroeien met technologie en wat is er gebeurd na de 'jaren van informatie' en de crash daarvan. Mooi gemaakte video die het bekijken echt even waard is.

Finding Dory draait sinds kort in de bioscoop en dat is Pixar’s zeventiende film in 30 jaar. Om dat te vieren heeft Burger Fiction een video gemaakt met momenten uit bekende en minder bekende Pixar-films. Inmiddels staat de naam Pixar gelijk aan het beste wat op animatiegebied mogelijk is, niet alleen qua techniek, ook qua verhaalvertelling. In ruim 14 minuten zie je de evolutie van Pixar’s animatie, wat ooit begon met (inmiddels verouderde) films over een poppetje en een bij, een lamp en wat speelgoed.

Ruim drie jaar heeft YouTuber 'Shadowman' gedaan over het maken van een bizar bouwwerk van Knex, dat balletjes van a naar b brengt. In het bouwwerk zijn allerlei Knex-poppetjes te vinden, waarmee de maker het een 'fabrieksthema' wilde geven. In totaal kan een balletje 17 paden afleggen, die je in deze video bekijkt. Wat een werk...

In Italië tussen Trento en Venetië ligt het pretpark Ai Pioppi. Totaal niet te vergelijken met de grote pretparken in de wereld, want dit park werd in veertig jaar zelfstandig gebouwd door een man genaamd Bruno. Het park wordt helemaal zonder elektriciteit gerund, de attracties werken met zwaartekracht of eigen energie.  Er is bijvoorbeeld een tredmolen meters in de lucht, waar je jezelf vooruit trapt. Verder zijn er onder meer schommels en glijbanen. Het YouTube-kanaal Great Big Story maakte deze korte video over het park, eerder maakte Fabrica al een langer filmpje.

Hoewel tientallen nummers hebben gemaakt en in 2010 nog in Amsterdam stonden, kun je zeggen dat de band Gorillaz eigenlijk niet bestaat. Het is een virtuele band met vier geanimeerde personages - alle vier sprekende karakters, getekend door Jamie Hewlett. De stem van zanger '2D' komt van Damon Albarn (Blur), maar is onlosmakelijk met zijn getekende personage verbonden. In deze video zie je hoe Gorillaz zijn bestaan als virtuele band gebruikte om grenzen te overschrijden en genres in elkaar op te laten gaan.

Lego heeft een nieuwe set uitgebracht: de Porsche 911 GT3 RS Technic waarmee je een auto van Porsche op schaal nabouwt. Iets voor autofreaks, Lego-fans en mensen met een dikke portemonnee, want de auto kost 329,99 euro. Heb je geen zin om zoveel geld te betalen en 2704 stenen in elkaar te zetten, dan kun je ook gewoon deze video bekijken. De bouw van de auto is versneld afgespeeld en het levert gek genoeg best een verslavend filmpje op.

Auteur

Rutger Otto (@RTGR89) houdt van technologische ontwikkelingen, producten en designs die de wereld veranderen. Is daarnaast gek op films, games, muziek en dan met name Radiohead.