Inhoudsopgave
    

Total loss
Rutger  Middendorp
door Rutger Middendorp
leestijd: 6 min

De auto was het belangrijkste statussymbool in de westerse wereld. Je kon er mee rondrijden en laten zien hoe goed je wel niet boerde. Das war einmal. Wat is er gebeurd?

Bas van Putten verklaarde in de Groene Amsterdammer vorig jaar de auto alvast dood. Tegenlicht documenteerde de teruglopende verkoopcijfers en de wens naar Smart Mobility. Om ons heen zien we jongeren hun eerste paar honderd euro niet uitgeven aan een autootje dat nog net een jaartje APK heeft, maar aan smartphones en laptops. Een dikke BMW 7­-serie voor de deur en een Cubaan in het gezicht. Dat was in mijn jeugd het stereotype van een baas. In de afgelopen tien jaar is dat beeld ingrijpend veranderd. Waarom is dat en wat is er voor in de plaats gekomen?

1. Premium is mainstream

Het woord premium is in de auto­industrie één van de meest gebruikte en misbruikte woorden. Premium betekent zoiets als "boven de rest uitstekend in gepercipieerde kwaliteit", of simpelweg "exclusief". Vroeger was een premium auto eenvoudig te herkennen. Mercedes en BMW maakten premium auto's. Rolls Royce, Bentley en Ferrari maakten premium auto's. De rest volgde op gepaste afstand. Nu zijn er twee bewegingen zichtbaar; premium merken zijn steeds populairder geworden en daarmee minder exclusief en er zijn steeds meer merken die premium auto's (zeggen te) bouwen. Ford zet bijvoorbeeld in op het verkopen van "premium features" in middenklasse auto's. Per saldo is premium dus mainstream geworden. Het is knap lastig je te onderscheiden met een auto waar je er op een dag twintig van tegenkomt.

2. We wonen in de stad

Een eenvoudige verklaring voor het verdwijnen van de auto als statussymbool is de verstedelijking. In Nederland woont alleen al 40 procent van de bevolking in de Randstad. Daar is vervoer per auto voor veel gebruikssituaties niet praktischer dan openbaar vervoer of de fiets. Omdat wonen in een blitse stad status geeft, kun je de teloorgang van de auto als statussymbool daar gedeeltelijk mee verklaren.

3. Easyjet

In de jaren zestig en zeventig stond de auto symbool voor vrijheid. Vrijheid was een roadtrip. Een reis. Een avontuur. De auto verlegde de horizon en maakte reizen naar verre plekken mogelijk. Voor zover dat idee van vrijheid nog bestaat, hebben we alternatieve vervoersmiddelen gevonden: er zijn nu meer mensen die (regelmatig) een vliegreis kunnen betalen, dan mensen die in de jaren ‘60 een auto konden kopen. De prijs per kilometer van auto's is bovendien gestegen en de prijs van vliegen is per kilometer gedaald. Daarmee is het vliegtuig voor steeds meer scenario's aantrekkelijk geworden.

4. Reizen hoeft niet meer

Een punt dat Bas van Putten in zijn elegie voor de auto maakte is dat zijn 17-­jarige zoon genoeg heeft aan zijn iPad. De wereld voorbij zijn horizon bezoekt hij via internet, de rest doet hij op de fiets. In strikte zin is er nog niet veel terechtgekomen van virtual reality. Ik ken niemand die een halve dag (laat staan twee weken) op Google Maps rondstruint bij wijze van vakantie. Sterker nog: ik ken ook niet veel mensen die Skypen met kantoor voor vergaderingen. Maar de behoefte aan ontdekking wordt gevoed door alle informatie en beelden waar we dagelijks mee geconfronteerd worden. Daar heb je geen auto meer voor nodig. Reizen in de breedste en smalste zin van het woord is minder nodig geworden.

5. Leasen vertroebelt het beeld

Jeremy Rifkin schrijft in The Age of Access dat toegang tot middelen steeds belangrijker wordt en bezit steeds minder. Lees: we huren en leasen vooral auot's. Een dure auto onder de bibs kan staan voor succes in de zaken of voor een goede CAO. Als je de auto die je rijdt niet per se bezit, werkt een auto natuurlijk niet meer als statussymbool. Niet voor niets grappen rappers over andere rappers die een Bugatti huren voor in hun videoclip.

6. De weg omhoog in de piramide van Maslow

U voelde hem al aankomen: de piramide van Maslow. Volgens die theorie hebben we behoefte aan een min of meer hiërarchische set zaken, te beginnen met de fysiologische behoeften zoals slaap, eten en drinken. Daarboven komen veiligheid en zekerheid. Via saamhorigheid komen we bij waardering, erkenning en zelfrespect. Anders gesteld: status in sociaal verband. Daarin heeft de auto lange tijd een belangrijke rol gespeeld. Maar door ons verhoogd welzijn en welvaart zijn de tredes in de piramide boven status belangrijker geworden. Voor zelfverwerkelijking heb je geen dikke auto nodig.

7. Ik zie je auto niet

Wie heeft een foto van zijn auto als Facebook-omslag? Wie post foto's van zijn eigen auto op Instagram? Wie weet van zijn online contacten wat voor auto ze rijden en of deze geleasd is of gekocht? Ons imago wordt in toenemende mate bepaald door onze online profielen. Regelmatig worden we geconfronteerd met de exotische reizen, geweldige restaurantbezoekjes en hippe feestjes waar onze online vrienden te vinden zijn. Fysiek bezit is minder zichtbaar op social media dan ervaringen. Rijd je een nieuwe Porsche 911, dan zet je daar wellicht een keer een fotootje van online als je een mooi ritje gaat maken. Maar dat kun je niet elke week doen: dan vinden mensen je een snob. Sta je elke week in een ander hip kraakpand uit je plaat te gaan, dan kun je dat ongestraft online zetten.

8. Erosie van hiërarchie

De statussymbolen van weleer waren heldere indicatoren van de hiërarchie. Je directeur sprak je met u aan en je trof elkaar niet op dezelfde camping. In een wereld waarin de baas 'gewoon' met de rest van het personeel eet in de kantine, is een poenerige auto op de parkeerplaats niet per se een pré. In veel kringen krijgt de "rock ‘n' roll rebel" meer status toegedicht dan de bankdirecteur.

Alle krachten op de wereld lijken samen te spelen om de auto te strippen van zijn status. De verstedelijking, social media, de toegenomen welvaart, vliegtuigmaatschappijen; allemaal drukken ze de auto naar de marge.
 De ervaring heeft het gewonnen van het object als statussymbool. Een selfie op het feestje in Dubai waar je moet draaien, daar kan geen auto tegenop.

Auteur

Rutger Middendorp (@rutgerm) is sinds 2006 de meest noordelijke blogger van Bright. Hij schrijft graag het verhaal achter het verhaal. Hij doceert conceptontwikkeling op de Academie voor Popcultuur en werkt als freelance ideeënman en verhalenmaker. In een eerder leven was hij oprichter van Nieuwe Garde en won hij de Dutch Bloggies met hobbyproject Moois Magazine.