Inhoudsopgave
    

Is de Piratenpartij eigenlijk nog wel nodig?
Peter Teffer
door Peter Teffer
leestijd: 6 min

Twee Zweden er uit, een Duitser erin. Dat is de uitslag van de Europese verkiezingen voor de Piratenpartij, een internationale politieke beweging die strijdt voor digitale burgerrechten en meer directe democratie. Maar zijn ze eigenlijk nog wel relevant?

Digitale burgerrechten is zelden het belangrijkste thema bij verkiezingen. Dat zijn meestal grote thema's als arbeid en zorg. Toch stonden er in 11 van de 28 Europese lidstaten Piratenpartijen op het stembiljet. Alleen in Duitsland kregen de Piraten genoeg stemmen voor een zetel in het Europees Parlement. De twee huidige Zweedse Europarlementariërs mogen Brussel verlaten.

De eerste Piratenpartij werd in 2006 opgericht in Zweden. Drie jaar na oprichting behaalde de Piratpartiet in Europese verkiezingen 7,1 procent van de Zweedse stemmen. Voor het eerst kreeg een Piratenpartij een zetel in het Europees Parlement. Toen Zweden twee extra zetels kreeg in het Europees Parlement vanwege een verdragswijziging, ging één daarvan naar de piraten. Vijf jaar later keren de Zweedse piraten Christian Engström en Amelia Andersdotter echter niet terug in het Europees Parlement. De partij behaalde slechts 2,2 procent van de stemmen en dat is niet voldoende voor één van de twintig Zweedse zetels in Brussel (en Straatsburg).

The Pirate Bay

Waarom is het deze keer niet gelukt? In 2009 waren de omstandigheden goed voor de Piratenpartij. Het was een tijd waarin Zweden op de nationale televisie konden zien hoe vier landgenoten werden aangeklaagd vanwege hun betrokkenheid bij The Pirate Bay. Ook werd er in verschillende Europese landen serieus werd nagedacht over strenge maatregelen tegen downloaders van auteursrechtelijk beschermde films en muziek. Maar door streamingdiensten als Spotify en Netflix is downloaden minder belangrijk geworden, zegt Sam Sundberg, auteur van een boek over de Zweedse piratenbeweging, in de krant Svenska Dagbladet. "Het lawaai over filesharing is een stuk minder geworden." In buurland Finland probeerde één van de oprichters van The Pirate Bay, Peter Sunde, een Europese zetel voor de Piratenpartij te behalen. Tevergeefs. Hij werd bovendien kort daarna opgepakt vanwege zijn veroordeling in Zweden.

Het recht op downloaden, dat nog altijd wordt gezien als een van de belangrijkste standpunten van de Piratenpartijen, is achterhaald. Voor veel mensen is een piratenpartij nog altijd een one-issue-partij. Maar niet alleen kiezers, zelfs de piraatpolitici beseffen dat dit imago tegen ze kan werken. De Zweedse partijleider Anna Troberg bekende in een blog dat het downloaddebat haar de neus uit kwam: "Yep, je leest het goed. Ik ben strontmoe van filesharing." De Zweedse kiezers kennelijk ook.

De Duitse Julia Reda is nu de enige gekozen piraat in het 751 zetels tellend Europees Parlement. In haar eentje moet de jonge Duitse (geboren in 1986) het schip besturen. Tegen de verwachting in, want de Piratenpartei was bezig met een neerwaartse beweging.

Beeld: Disney

Duitsland: met dank aan de afschaffing van kiesdrempel

Binnen de Europese Unie gold Duitsland aanvankelijk als piratensuccesverhaal: het is nog altijd het land met de meeste piratenvolksvertegenwoordigers. Zo kwam de partij in 2011 vanuit het niets met 15 zetels in het 152 zetels tellend Abgeordnetenhaus, het parlement van deelstaat Berlijn. In verschillende lokale en regionale verkiezingen deden ze het goed en twee jaar geleden stond de partij in sommige peilingen op 13 procent.

Die steun verdampte toen partijleden elkaar voor rotte vis gingen uitmaken. Enkele ruzies en meningsverschillen binnen de partij werden publiekelijk uitgevochten. Dat past ook wel binnen de Piratenpartij, die altijd voor openheid pleit. "Ons doel is meer transparantie, ook in onze eigen organisatie", vertelde partijlid Bastian Blankenburg vorig jaar, toen ik een vergadering van de partij bijwoonde in oost-Berlijn. "Maar als je transparantie wilt, dan kun je ruzies in het openbaar verwachten. Die heb je ook in andere partijen, maar zij houden die binnenskamers", aldus Blankenburg.

Maar hoe nobel het doel van transparantie ook is, kiezers houden niet van 'politiek gedoe'. De Bondsdagverkiezingen vorig jaar werden dan ook een teleurstelling: 2,2 procent was niet voldoende voor een zetel. Bij de Europese verkiezingen kreeg de partij nog minder stemmen, maar uit onverwachte hoek kwam er hulp. Het Constitutioneel Hof had besloten dat de kiesdrempel (3 procent) voor de Europese verkiezingen oneerlijk was en moest worden afgeschaft. De Duitse piratenpartij kreeg 1,4 procent van de stemmen; voldoende voor één van de 96 Duitse zetels. Die afschaffing van de kiesdrempel heeft daarmee het politieke voortbestaan van de Piratenpartij in het Europees Parlement voor de komende vijf jaar veiliggesteld.

In Tsjechië voorkwam de kiesdrempel juist een debuut in het Europees Parlement. Oneerlijk, aldus de Tsjechische Piratenpartij, die met 4,78 procent (72.514 stemmen) wel héél dichtbij die kiesdrempel van 5 procent kwam. De partij probeert via het grondwettelijk hof alsnog een zetel te krijgen. Het verschilt dus per EU-land hoeveel procent van de stemmen nodig is voor een zetel.

In Nederland zijn er op 22 mei 4.720.600 geldige stemmen uitgebracht, waarvan 40.064 (0,8 procent) op de Piratenpartij. Niet genoeg voor een Europese zetel, maar als het om de Tweede Kamer zou zijn gegaan, dan was de kiesdeler - het minimum aantal stemmen nodig voor één zetel - 31.470 geweest. De partij gaat nu "Evalueren, goed team neerzetten met komende verkiezingen en doorgaan met campagne voeren", aldus lijsttrekker Matthijs Pontier in een bericht op Twitter.

Pontier en zijn collega's kunnen voor inspiratie terecht op IJsland, nog steeds geen officieel EU-lidstaat. Daar haalde de Píratapartýið bij de gemeenteraadsverkiezingen van Reykjavik eind mei 5,9 procent van de stemmen. Dat was niet alleen genoeg voor een zetel, maar zelfs om deel te nemen aan de nieuwe coalitie met drie andere politieke partijen.

Hoe nodig zijn de piraten nog?

De vraag mag echter gesteld worden of Piratenpartijen nog wel nodig zijn om de standpunten te verdedigen waar ze voor opgericht zijn. Wie het Europees Parlement de afgelopen vijf jaar in de gaten heeft gehouden, weet dat ook parlementariërs van andere partijen zich oproepen als verdedigers van digitale burgerrechten. Het parlement toonde zich in april voorstander van netneutraliteit en nodigde een maand eerder Edward Snowden uit om te getuigen over afluisterpraktijken.

In Italië deed de zogeheten Vijf Sterren Beweging van Beppe Grillo het goed bij de Europese verkiezingen: de komiek haalde 17 van de 73 zetels. Grillo en zijn aanhangers willen meer directe democratie en zien digitale communicatie als een middel daarvoor - net als de Piratenpartij.

De Nederlandse lijsttrekker Pontier zei in een gesprek vóór de verkiezingen dat de Piraten in het Europees Parlement als aanjager werkten. Als ik wijs op D66'ers Sophie in 't Veld en Marietje Schaake, die bekend zijn om hun internetstandpunten, zegt hij: "D66 heeft het wel met behulp van piraten gedaan."

Toch is het harde feit voor de Piratenpartijen dat ze niet langer het monopolie hebben op digitale onderwerpen als netneutraliteit en privacy. Een handvest waarin kandidaat-Europarlementariërs beloven om digitale burgerrechten te verdedigen werd voor de verkiezingen door 434 kandidaten ondertekend. Uit Nederland tekenden er 29, daarvan hebben acht parlementariërs van vijf verschillende partijen een zetel behaald. Dat toont wel aan dat digitale burgerrechten door meer politieke stromingen als belangrijk worden gezien. Piratenstandpunten zijn mainstream aan het worden.

Auteur

Peter Teffer (@peterteffer) is een Nederlands freelance journalist en politicoloog, die ook regelmatig internationaal werkt. Hij schrijft over technologie, media en politiek en heeft een passie voor superhelden (die passie viert hij met zijn Superhelden Quiz, een pubquiz voor comic-liefhebbers).