Inhoudsopgave
    

Dood aan de reaguurder
Maarten Reijnders
door Maarten Reijnders
leestijd: 5 min

Lezersreacties leveren journalistiek niets op, ze zijn hoogstens een bron van vermaak. Hoog tijd dus om de reactiemogelijkheid op nieuwssites weer af te schaffen.

Voor antropologen die zich willen verdiepen in de Nederlandse onderbuik, is @DeReactiegraaf vermoedelijk een goed startpunt. Dit Twitter-account verzamelt de grappigste (en meest verontrustende) reacties die bezoekers op Telegraaf.nl achterlaten.

Zo stuitte @DeReactiegraaf begin deze maand op een lezer die alles blijkt te weten over de ware toedracht van de moord op Fortuyn: "Hij is in opdracht vermoord, dat is allang bewezen en bekent ook de partijen die de opdracht gafen zijn bekent".

Een andere Telegraaf.nl-bezoeker grijpt de reactiemogelijkheid aan om zijn staatkundige kennis tentoon te spreiden ("Wilders moet weg uit de regering."), terwijl een derde zijn steun uitspreekt voor een bedrijf dat alleen Nederlanders wil aannemen: "Straks moeten ze bij modellenbureaus ook lelijke mensen aannemen."

Kolonelsregime

Er was een tijd, zo'n jaar of acht geleden, dat er onder sommige journalisten hooggespannen verwachtingen bestonden over de bijdragen die de nieuwsconsumenten zouden kunnen leveren aan de journalistiek. De mensen die voorheen bekendstonden als publiek zouden voor waardevolle aanvullingen, verbeteringen en nieuwstips gaan zorgen, zo was de hoop.

Een mooi ideaal waarvan helaas maar weinig terecht is gekomen. Het streven naar meer lezersparticipatie wordt in de praktijk namelijk vooral verwezenlijkt door onder artikelen de mogelijkheid toe te voegen om te reageren. En in de meeste gevallen is de toegevoegde waarde daarvan nihil.

"Het beste argument tegen democratie is een gesprek van vijf minuten met de gemiddelde kiezer", zei de Britse premier Winston Churchill ooit. Vandaag de dag hoef je niet veel langer de lezersreacties op een gemiddelde nieuwssite te bekijken om een soortgelijk sentiment te ontwikkelen. Ga een middagje lezersreacties lezen en je begint spontaan te verlangen naar een kolonelsregime.

Het domein van querulanten

Zeker op algemene nieuwssites verworden de reageerpanelen al snel tot het domein van querulanten en andere gekken. In het beste geval geven de reaguurders een mening die niets toevoegt aan het artikel. Maar als het tegenzit grijpen ze de reactiemogelijkheid aan om te schelden, eindeloos stokpaardjes te berijden en onsamenhangende verhalen af te steken.

Het niveau van de reacties op de site van De Telegraaf is bijvoorbeeld dusdanig laag dat de moderators van de site in 2011 maandenlang niet eens het verschil zagen tussen de reacties van hun 'normale' lezers van vlees en bloed en de reaguursels die werden gegenereerd door een door Retecool.com ontwikkelde bot. Waardevolle lezersbijdragen moet je met een lampje zoeken. Juist omdat de reactiemogelijkheid vaak een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent op gekkies, bedenk je je als normaal persoon wel twee keer voor je een reactie achterlaat: daar wil je niet tussen staan.

700.000 Bonnetjes

Dat het ook anders kan, bewijst een (niet-journalistieke) site als Quora. Op deze Q&A-site zijn slimme reacties de norm in plaats van de uitzondering. Dankzij een ingenieus puntensysteem komen de beste antwoorden als vanzelf bovendrijven. Bovendien worden bezoekers op Quora aangemoedigd om gevat en intelligent uit de hoek te komen, net zoals dat bijvoorbeeld ook jarenlang het geval was op Slashdot. Vanwege het puntensysteem natuurlijk en omdat je onder je eigen naam moet reageren, maar ook omdat de andere Quora-gebruikers de lat hoog leggen.

Op technisch gebied kunnen veel nieuwssites nog wel het één en ander leren van sites als Quora en Slashdot. Systemen die lezers in staat stellen om elkaars reacties naar boven of naar beneden te stemmen, bevorderen de kwaliteit. Net zoals de mogelijkheid om direct op een andere lezer te reageren en moderators die de allergrootste bagger tegenhouden. Maar de belangrijkste les van Quora is volgens mij dat publieksparticipatie vooral werkt als je bezoekers een directe vraag voorlegt. Dat hoeft niet altijd te gaan om het delen van kennis. Het kan ook een verzoek om hulp zijn.

Een mooi voorbeeld daarvan is de Britse krant The Guardian die zijn lezers in 2009 vroeg om mee te helpen bij het doorploegen van 700.000 bonnetjes van Lagerhuisleden. Maar denk bijvoorbeeld ook aan Geenstijl dat zijn lezers deze week opriep om bij stembureaus langs te gaan om daar de verkiezingsuitslagen te noteren.

Sylvie Meis

Een simpele reactiemogelijkheid kan soms best goede resultaten opleveren. Maar dan toch vooral op nichesites met een goed geïnformeerd lezerspubliek. Niet op algemene nieuwssites, die nu weer eens een stuk over de overstromingen in voormalig Joegoslavië schrijven en dan weer eens over het liefdesleven van Sylvie Meis.

Onder dergelijke gewone nieuwsverhalen voegen reacties doorgaans niets toe. Het is dan ook hoog tijd om de reactiemogelijkheid daar af te schaffen. Voor de lezers die de journalist willen wijzen op een fout, zetten redacties gewoon het e-mailadres en/of de Twitter-account van de auteur onder het artikel.

Het enige argument dat ik kan bedenken om de lezersreacties niet af te schaffen, is dat we dan nooit meer kunnen genieten van de teksten die de parelduikers van @DeReactiegraaf opvissen.

PS

Er wordt nog gewerkt aan een aantrekkelijke manier om in Bright Ideas te kunnen reageren. Althans, tot we dit stuk lazen.

Auteur

Maarten Reijnders (@rohy) was in 1996 mede-oprichter van e-zine SmallZine. Toen het eind 2004 stopte, was SmallZine met ruim dertigduizend abonnees één van de grootste Nederlandstalige e-zines. Van 2000 tot 2006 was Reijnders redacteur bij Webwereld. Nu is hij freelance journalist voor onder meer Bright en Wordt Vervolgd.